CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 11 april 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016, 10e herziening (Lange Nieuwstraat 255)33.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021005-b001

7 december 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied

2

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur

2 2 2 2

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

7

2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Verkeer en parkeren

7 8 9

15 15 15 15 17 17 20

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

23

4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie

23 23 23 24 28 28 29 30 30 31

Hoofdstuk 5 Wateraspecten

35

5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Toekomstige situatie 5.4 Watertoets

35 35 36 38

Hoofdstuk 6 Opzet planregels

39

6.1 Inleiding 6.2 Standaard plansystematiek 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 6.4 Bouw- en gebruiksregels

39 39 40 41

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

42

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg

43

8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Zienswijzen

43 43 43

Toelichting

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van vijftien woningen aan de Lange Nieuwstraat en de Gasthuisring te Tilburg. Het betreft de percelen sectie N, nr. 16380, 16381, 11670 en 12083. Het plan bestaat uit de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing, met eventueel behoud van één werkplaats, en de nieuwbouw van vijftien woningen aan de Lange Nieuwstraat. Deze kunnen zowel in de koop als vrij huur sector worden aangeboden. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer. De locatie is momenteel bebouwd met verouderde fabriekshallen van de oude tandwielfabriek. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Theresia-Loven-Besterd, 2016', vastgesteld op 17 oktober 2016.

Op grond van dat bestemmingsplan is het beoogde initiatief niet toegestaan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2 Het plangebied Het plangebied de kadastrale percelen, bekend als gemeente Tilburg, sectie N, nummers 16380, 16381, 11670 en 12083, en wordt globaal begrensd door woonpercelen, bedrijvigheid en kantoren in het noorden en in het oosten, de Lange Nieuwstraat in het zuiden en de Gasthuisring in het westen.

Ligging plangebied (rood omcirkeld) in Tilburg

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan 'Theresia-Loven-Besterd 2016', dat de gronden in kwestie de bestemming 'Bedrijf', 'Gemengd - Lint' en 'Wonen - Lint' geeft. De ontwikkeling, die grotendeels is gericht op wonen, past niet geheel binnen die bestemmingen.

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur De Lange Nieuwstraat en Gasthuisring zijn gelegen in de wijk Theresia. De wijk is aangelegd tussen 1900 en 1960. Tussen de linten zijn woonbuurten gerealiseerd. Deze woonbuurten concentreren zich rondom een Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

2

centraal plein of park dat een belangrijke functie heeft voor de herkenbaarheid van de buurt. De straten hebben smalle profielen waar, onder druk van de toegenomen mobiliteit, meer ruimte is voor verkeer en parkeren dan voor groen. Binnen het gebied kan onderscheid worden gemaakt tussen de linten en de woonbuurten. De linten worden conform de Structuurvisie Linten in de Oude Stad (zie paragraaf 2.3.2) onderscheiden in bedrijvige linten en rustige linten, waarbij de Lange Nieuwstraat als rustig lint is aangeduid. Hier ligt het accent op wonen. De aanduiding lint heeft hier met name betrekking op het historische karakter van de straat als verbinding tussen de oude stad en het gebied ten noordoosten daarvan. De Gasthuisring is aangeduid als bedrijvig lint. Bedrijvige linten kenmerken zich door veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels. Op navolgende afbeelding zijn de linten weergegeven. De oranje linten zijn rustige linten, de rode gebieden zijn bedrijvige linten.

Overzichtskaart linten Het voornemen bestaat om de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te verbeteren. Hiervoor zal (het merendeel van) de bebouwing in het plangebied worden gesloopt. De voorkeur gaat uit naar behoud van de bestaande werkplaats, maar onderzocht wordt nog of dat bouwtechnisch mogelijk is. De overige bebouwing is van dusdanig slechte kwaliteit dat het niet haalbaar is om de bebouwing te behouden en te renoveren. Daarnaast geldt dat de bebouwing geen bijzondere cultuurhistorische waarde heeft. Het plan bestaat uit twee delen: het binnenterrein en de straatwand. Het binnenterrein bestaat uit twee woonblokken van vier woningen, één vrijstaande woning, één woning boven de bestaande werkplaats en parkeerplaatsen. De woning boven de werkplaats wordt aangeboden als klusappartement. De woningen zijn georiënteerd op het binnenterrein. De maatvoering van de beoogde woningen schikt zich naar de stedenbouwkundige kenmerken van de bestaande bebouwing in het straatbeeld van de Lange Nieuwstraat. De beoogde grondgebonden woningen georiënteerd op het binnenterrein bestaan om die reden uit twee lagen met een kap. Het appartement in de bestaande werkplaats heeft een plat dak. Het binnenterrein wordt een plek van ontmoeting en er is ruimte voor een groene invulling. Op het binnenterrein worden zestien parkeerplaatsen gerealiseerd.

Zeven daarvan komen op de plek van de bestaande werkplaats, onder het beoogde appartement. Het binnenterrein is verbonden met het Museumkwartier door middel van een looproute van de bestaande woonwijk en de Lange Nieuwstraat. Het binnenterrein is voor langzaam verkeer te bereiken via een doorgang bij de aansluitende bestaande woningen aan de Gasthuisring. Voor autoverkeer wordt een nieuwe ontsluitingsweg aan de Lange Nieuwstraat gerealiseerd. Deze ontsluitingsweg bevindt zich in een nieuw te realiseren onderdoorgang tussen de nieuw te bouwen woningen in de straatwand van de Lange Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

3

Nieuwstraat. Deze vijf woningen sluiten aan op de bestaande bebouwing, maar verschillen in bouwhoogte. De nieuw te realiseren woningen hebben daarnaast verspringende dakranden. Dit is een karakteristieke eigenschap van de Lange Nieuwstraat. Het ontwerp van het plan is terug te voeren naar de historie van de locatie. Om die reden wordt uitgegaan van een industrieel karakter. In het kader van duurzaamheid worden zoveel mogelijk materialen die vrijkomen bij de sloop van de bebouwing hergebruikt. Hetzelfde geldt voor de aanwezige bestrating. Ook het straatmeubilair en speelvoorzieningen worden gemaakt van materialen die vrijkomen uit de te slopen bebouwing. Op de navolgende afbeeldingen en schetsen worden impressies gegeven van de toekomstige situatie in het plangebied.

Toekomstige situatie plangebied (situatie begane grond)

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

4

Toekomstige situatie plangebied (situatie bovenaanzicht)

Impressie binnenterrein vanaf onderdoorgang

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

5

Impressie werkplaats met parkeerplaatsen en een appartement

Impressie toekomstige situatie straatwand

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

6

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: <0000> De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; <0000> Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; <0000> Steden en regio's sterker en gezonder maken; <0000> Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; <0000> Afwentelen wordt voorkomen. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen.

Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden.

Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

7

2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van veertien grondgebonden woningen en één appartement mogelijk gemaakt.

In de overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat een bestemmingsplan dat voorziet in niet meer dan elf woningen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Voorliggend plan voorziet in de bouw van vijftien woningen en wordt daarom aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing. Door Buro Ontwerp & Omgeving is een toets voor de ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. Deze toets is als Bijlage 1 bijgevoegd. De conclusies worden hierna kort behandeld. In het ruimtelijk verzorgingsgebied voor het plangebied is sprake van een grote behoefte aan nieuwe grondgebonden koop- en huurwoningen. De woningbehoefte neemt in de komende tien jaar als gevolg van nieuwe prognoses enorm toe. Deze groei zorgt voor een vraag van jaarlijks 1.397 woningen in Tilburg. In de regio Hart van Brabant en specifiek in de gemeente Tilburg is sprake een grote behoefte aan nieuwe grondgebonden huur- en koopwoningen. De voorgenomen woningen kunnen zowel in de koop- als vrij huursector worden aangeboden worden. Dit sluit aan bij de focus van het gemeentelijk beleid.

Geconcludeerd wordt dat met het initiatief binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkellocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

8

over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t. de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd.

In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in oktober 2021 vastgesteld. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).

Specifiek voor het plangebied geldt: De locatie is gelegen binnen het werkingsgebied Stedelijk gebied, binnen de onderverdeling stedelijk concentratiegebied. De ontwikkeling kan gezien worden als een duurzame stedelijke ontwikkeling. Er worden vijftien woningen gebouwd op een voormalig fabrieksterrein. De ontwikkeling blijft binnen de grenzen van de oude bestemming. Er wordt voldaan aan zuinig ruimtegebruik.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

9

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

10

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken

Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plan geeft de Omgevingsvisie aan: Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen een gebied met een bovenlokale of regionale betekenis waarvoor de Brabantstrategie of Regiostrategie geldt. Het plangebied is gelegen binnen het bebouwd stedelijk gebied en ter plaatse is de Stadsstrategie van toepassing. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt betreft een initiatief uit de markt/samenleving. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten. Met het initiatief wordt een schone, veilige buurt gerealiseerd waarbij wordt gezorgd voor sociale binding en ontmoeting. Op deze manier wordt voldaan aan de hoofdpunten van de stadsstrategie.

2.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten.

In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: 1. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; 2. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

11

Structuurvisie Linten oude stad: bedrijvige en rustige linten Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: 1. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; 2. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; 3. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; 4. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); 5. behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw.

Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten. Ruimtelijke ordening: I Detailhandel/bedrijvigheid <0000> versterken dynamiek en levendigheid in de linten <0000> de linten economisch vitaal houden (o.a. ondernemersklimaat op peil houden) - maatregelen detailhandel/bedrijvigheid A. De dynamiek concentreren in bedrijvige linten B. Stimuleren de broedplaatsfunctie in bedrijvig linten C. Investeren in samenwerking tussen overheid en ondernemers

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

12

II Wonen <0000> behouden en versterken van de diversiteit in bebouwing en bewoning <0000> beperken van appartementenbouw <0000> historisch karakter van de linten als woonkwaliteit behouden - maatregelen wonen A. Aanpassing van de functie wonen in bestemmingsplannen B. Aanpassing van richtlijnen bouwbreedte en bouwhoogte (K1,'korrel overig') C. Stimuleren van nieuwe woonvormen III Cultuurhistorie <0000> inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling <0000> meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte <0000> behoud van ensembles - maatregelen cultuurhistorie A. Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles B. Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen C. Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden D. Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten E. Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten IV Stedenbouw <0000> orgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: 1. de korrel, maat en schaal van de bebouwing 2. aanwijzing van ensembles 3. aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt 4. benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv.

grotere diversiteit of meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten) 5. aandacht voor diversiteit in de linten - maatregelen stedenbouw A. Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte B. Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel C. Ondergronds parkeren is niet verplicht. Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen. D. Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan V Openbare ruimte <0000> behouden en versterken van de herkenbaarheid en continuïteit van de linten <0000> investeren in de kwaliteit, uitstraling en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte - maatregelen openbare ruimte A. Afstemmen van evt. hogere eisen in de bedrijvige linten met beheer en onderhoud bedrijvige linten B. Groen waar het kan C. Meer aandacht voor het verblijfskarakter D. Efficiënter omgaan met parkeren E. Toepassen van principeprofielen voor rustige en bedrijvige linten F. Bij herinrichting linten aansluiten op het Meerjarenprogramma VI Samenwerking <0000> het collectief belang van de linten benadrukken en uitdragen 1. bedrijvigheid op bedrijvige linten vitaal houden 2. gezamenlijke laagdrempelige projecten opzetten

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

13

- maatregelen samenwerking Voortzetten lintenmanagement op de Korvelseweg en Besterdring. Specifiek voor dit plangebied: De Gasthuisring is in de structuurvisie aangeduid als 'bedrijvig lint'. De Lange Nieuwstraat is in de structuurvisie Linten aangeduid als 'rustig lint'. In de rustige linten ligt het accent op de functie wonen. Dit bestemmingsplan levert hier een bijdrage aan. Daarnaast is één van de doelstellingen de bescherming van de historische structuur. Ook hier levert de ontwikkeling, met het behoud van de werkplaats, een bijdrage aan.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

14

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Het voorliggende plan voorziet niet in hoogbouw. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet.

Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit.

Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Linten en woonbuurten De historische ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied zijn nog te herkennen in de ruimtelijke opbouw van het gebied. De linten en de lintbebouwing vormen het 'skelet' van het gebied en zijn de oudste straten in het gebied. De bebouwing erlangs is in de loop der tijd perceelsgewijs 'gegroeid' en is daardoor zeer gevarieerd. De lintstructuren in het gebied zijn voor het overgrote deel nog intact. Uitzonderingen hierop vormen de zuidelijke stukken van de Gasthuisring en de Besterdring. Daar hebben de doorbraakplannen uit de Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

15

jaren zeventig van de vorige eeuw hun sporen achtergelaten. De straatprofielen zijn ter plaatse sterk verbreed. De oorspronkelijke straatwanden zijn gesloopt en hiervoor in de plaats zijn grootschalige, vrijstaande gebouwen gekomen. In de jaren '70 en '80 van de 20e eeuw zijn in het gebied de terreinen van de textielfabriek Jansen Horion (Besterd) en de gasfabriek (Theresia) vrijgekomen. Deze terreinen zijn gereconstrueerd tot woongebieden. In het plangebied van voorgenomen ontwikkeling staat de bebouwing van de oude tandwielfabriek. De bebouwing wordt deels gesloopt en er komen woning voor terug. Deze ontwikkeling sluit goed aan op eerdere kleinschalige ontwikkelingen in de wijk. 3.3.2 Historische geografie Het plangebied was tot ver in de achttiende eeuw vooral agrarisch in gebruik. De Lange Nieuwstraat is omstreeks 1870 aangelegd. De Gasthuisring is omstreeks 1962 aangelegd. Het heette toen de Gasthuisstraat, vernoemd naar het gasthuis op de Veldhoven (nu Wilhelminapark) en werd door de stoomtramlijn van Tilburg naar Waalwijk gebruikt. De Gasthuisstraat was een belangrijke verbinding tussen het noorden en zuiden. De huidige straatnaam werd in 1962 vastgesteld. Het gebied valt binnen de herdgang Veldhoven. 3.3.3 Archeologie In juli 2021 is voor het plangebied een burauonderzoek archeologie opgesteld door Hamaland Advies. Deze rapportage is als Bijlage 3 bijgevoegd.

De conclusies van het onderzoek worden hierna kort behandeld. Voor de locatie geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden. De grondingrepen voor de voorziene nieuwbouw gaan dieper dan 0,80 m onder maaiveld. Hierdoor kunnen nog aanwezig archeologische waarden worden aangetast. Op grond van het archeologiebeleid van gemeente Tilburg dient daarom voorafgaand op de locatie archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd teneinde de aanwezigheid en waarde van archeologisch erfgoed vast te stellen. Dit gebeurt stapsgewijs (volgens de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg-cyclus). De eerste stap is het uitvoeren van een verkennend booronderzoek, aangevuld met een onderzoek in de bouwarchieven en saneringsdossiers om na te gaan hoe de bodemopbouw op de planlocatie is, of deze intact is, en of er sprake is van verstoringen in de ondergrond. Dit geeft inzicht in de waarschijnlijke aan- of afwezigheid van archeologisch erfgoed in de ondergrond. Op basis van de resultaten van het onderzoek, kan het bevoegd gezag besluiten dat vervolgonderzoek(en) nodig zijn voor het in kaart brengen, de waardestelling en/of behoud van het archeologische erfgoed. Het rapport van dit onderzoek dient ter beoordeling en goedkeuring te worden voorgelegd aan gemeente Tilburg, het bevoegd gezag inzake de archeologie.

Het verkennend booronderzoek wordt uitgevoerd en de conclusies in de paragraaf zullen worden aangepast zodra het onderzoek gereed is. 3.3.4 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen Het plangebied ligt ten zuiden van het rijksbeschermde stadsgezicht 'Wilhelminapark/Goirkestraat'. Ten noorden van het plangebied is een Rijksmonument gelegen. Het betreft een voormalig brandspuithuis. Ten zuiden van het plangebied is aan de Gasthuisring een gemeentelijk monument gelegen. Het gaat om het pand aan de Gasthuisring 52, waar een kantoor met confectieatelier is gevestigd. Naast monumentale panden is in de omgeving van het plangebied nog het karakteristieke pand aan de Lange Nieuwstraat 242-244 gelegen. Het pand was het eerste huis dat op dit terrein gebouwd werd. Nu zijn er twee woningen met stalling gevestigd. Het beoogde plan zal de uitstraling van het stadsgezicht, de monumenten en het karakteristieke pand niet benadelen. In het plangebied zijn in de huidige situatie verouderde fabrieksgebouwen van de tandwielfabriek gelegen. Deze gebouwen hebben geen beschermde status. Onderzocht wordt nog of de werkplaats behouden kan blijven. In het kader van duurzaamheid worden zoveel mogelijk materialen die vrijkomen bij de sloop van de bebouwing hergebruikt. Hetzelfde geldt voor de aanwezige bestrating.

Ook het straatmeubilair en speelvoorzieningen worden gemaakt van materialen die vrijkomen uit de te slopen bebouwing. Ook het hergebruik van de werkplaats is een positieve ontwikkeling. 3.3.5 Conclusie Het aspect 'Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. Voor het aspect 'Archeologie' geldt dat op grond van gemeentelijk archeologiebeleid een verkennend booronderzoek, aangevuld met een onderzoek in de bouwarchieven en saneringsdossiers, noodzakelijk is. Afhankelijk van de resultaten van onderzoek, zijn mogelijk vervolgonderzoeken nodig. Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

16

PM verkennend booronderzoek en bouwdossieronderzoek

3.4 Volkshuisvesting De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In deze regio maken de gemeenten periodiek samen met de provincie Noord-Brabant afspraken over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Op basis van bijstelling van provinciale prognoses in 2020 is de bouwopgave voor Tilburg 1.500 woningen per jaar. In de Brabantse Agenda Wonen 2017 vormen de versnelling van de woningbouwproductiem vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen belangrijke doelstellingen. Uit het 'Woningmarktonderzoek Tilburg 2019' blijkt dat er een grote behoefte is aan grondgebonden koopwoningen. Deze behoefte is wordt op basis van de provinciale prognoses 2020 verder vergroot. In de periode 2019 tot 203gaat het om een toename van 6.000 grondgebonden koopwoningen (bij de economische basisvariant). Terwijl het aantal ouderen in grondgebonden koopwoningen toeneemt, worden er nieuwe jonge gezinnen gevormd die ook graag in dit woningtype willen wonen. In de toekomst wordt tevens een tekort in de vrije huursector verwacht. Deze toenemende druk op de woningmarkt wordt ook omschreven in de Woonagenda Tilburg 2020-2025. Zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van wonen staat onder druk.

Met de realisatie van 15 grondgebonden woningen wordt voorzien in een actuele woningbehoefte binnen Tilburg. Het plan past binnen de gemeentelijke bouwopgave. Structuurvisie Linten Voor alle linten geldt dat het historische karakter en de diversiteit van bebouwing moet worden behouden en indien mogelijk versterkt. Immers zijn dit de woonkwaliteiten die deze straten uniek en waardevol maken. Politiekeurmerk Veilig Wonen Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PkVW) is een keurmerk dat afgegeven wordt voor woningen, complexen en buurten die voldoen aan een voorgeschreven pakket van eisen rond inbraak- en brandpreventie, sociale veiligheid en leefbaarheid. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving. Specifiek voor plangebied Dit initiatief ligt aan een rustig lint en aan een bedrijvig lint. Voor de rustige linten geldt de beoogde strategie van versterking van het bestaande woonmilieu. Dit vertaalt zich in het realiseren van grondgebonden woningen. Alleen in bedrijvige linten is bij wijze van uitzondering nog ruimte voor enig appartementenbouw. In dit plan is sprake van één appartement. De grondgebonden woningen kennen een basiskwaliteit en zijn daarmee betaalbaar voor starters en (jonge) gezinnen.

Het appartement wordt aangeboden als klusappartement en voldoet aan de voorwaarde van de gemeente dat sprake is van een minimale omvang van 50 m² gebruiksoppervlak.

3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Naast de intrinsieke waarde van bomen en de waarde van bomen voor (stads)natuur zijn bomen belangrijk in de aanpak voor de CO2 reductie. Daarnaast zijn bomen belangrijk voor klimaatadaptatie en specifiek in het tegengaan van hittestress. Steeds meer inwoners in onze stad zien de waarde en het belang van bomen in en hechten daarmee ook steeds meer aan het behoud van bestaande bomen. De bomenverordening van 2017 beschermt de bomen in onze stad tegen willekeurige kap. Sinds deze verordening zijn, naast monumentale bomen die al langer beschermd waren, ook bomen die een structuurbepalend karakter hebben en bomen die een belangrijke rol hebben voor de stadsecologie extra beschermd. Op 8 april 2021 heeft de raad de Bomenverordening 2021 vastgesteld waarmee klimaatadaptatie, bomenbehoud en inwonersparticipatie in Tilburg een duwtje in de rug krijgt. Volgens de verordening gaat de klimaatadaptieve waarde van bomen voortaan mee wegen bij de aanvragen voor een kapvergunning om daarmee een extra bijdrage te leveren aan het tegengaan van hittestress en het klimaatbestendiger maken van de stad. Naast de klimaatadaptatie worden inwoners van de gemeente Tilburg beter betrokken bij een Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

17

aanvraag voor een vergunning om bomen te kappen. Door inwoners mee te laten participeren in eigen buurt, beoogt de verordening de inwoners meer invloed te geven in hun eigen leefomgeving. Daarnaast is de verwachting dat als aanvragers de aanvraag voor een kapvergunning voortaan moeten motiveren, zij bewuster zal omgaan met de overweging tot bomenkap. In juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders het onderliggende bomenbeleid gewijzigd, waarbij onder andere de Boomwaarde zoneringskaart 2021 is vastgesteld. Boomwaarde zoneringskaart 2021 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Nieuw t.o.v. de kaart uit 2017 is de zone klimaat-waarde. Deze waarde geldt voor het gebied binnen de Ringbanen van Tilburg. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud.

Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan In de regels wordt opgenomen dat bij het bouwen de afstand tot bepaalde bomen in acht genomen moeten worden.

Voor bomen met een klimaatwaarde is dit 8 meter en voor monumentale bomen is dit 15 meter. Gevoegd aan de regels wordt een boomwaardekaart. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af.

Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

18

De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. 2.

In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 3. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. 4. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 5. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. Met de realisatie van voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met de doelstellingen uit de nota biodiversiteit. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten.

Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer). 3.5.4 Nota Ruimte voor Buitenspelen Naar aanleiding van de ambities uit de Kadernota Jeugd en de behoefte aan algemene voorwaarden ten aanzien van richtlijnen voor de aanleg van speelplekken is de nota Ruimte voor Buitenspelen (2003) opgesteld. Doel van de nota is dat de jeugd als volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte wordt geaccepteerd. Spelen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kind. De nota geeft o.a. een analyse van de formele speelruimte in Tilburg weer. Algemene voorwaarden ten aanzien van speelruimte (veiligheid, bereikbaarheid, spreiding, ruimtegebruik, inrichting) en programmering van de spelenplannen en inrichtingseisen van speelruimte komen aan de orde. Een minimumnorm voor formele speelruimte wordt gesteld om voldoende speelruimte te kunnen garanderen.

Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatiegebieden (> 50 woningen), nieuwbouw en bestaande bouw.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

19

Transformatiegebieden Er worden twee stappen doorlopen: 1. per hectare uitgegeven gebied wordt 300m2 van de ruimte gereserveerd voor formele speelruimte; 2. de huidige grondoppervlakte aan formele speelruimte per kind bedraagt voor Tilburg 7,2m2. Naar aanleiding van het aantal kinderen woonachtig in het transformatiegebied wordt bepaald hoeveel formele speelruimte er in een wijk/buurt gerealiseerd dient te zijn. Nieuwbouw Bij nieuwbouwgebieden wordt uitgegaan van stap 1. De inrichting van de formele speelplekken wordt gedaan aan de hand van de actieradius voor speelplekken. In de toekomst zal dit wordt gedaan naar aanleiding van gegevens vanuit het woningbouwprogramma waarmee een schatting gemaakt zal kunnen worden van het aantal kinderen dat in de nieuwbouwwijk komt te wonen (dit wordt in het kader van de uitvoering van de nota Ruimte voor Buitenspelen uitgewerkt). Bestaande stad Voor de bestaande stad wordt uitgegaan van een standstill-situatie. Dit betekent dat het bestaande oppervlak voor buitenspelen niet (verder) mag afnemen. Bij nieuwe stedenbouwkundige plannen dient reeds bij de nota van uitgangspunten (programma van eisen) de speelruimtenormering - zoals hierboven beschreven - te worden meegenomen. Dit geldt zowel voor gemeentelijke als particuliere plannen. Op deze manier worden formele speelplekken al vroegtijdig in het ontwerpproces meegenomen.

Bij voorliggend plan zijn speelplekken in het ontwerpproces meegenomen. Speelvoorzieningen worden gemaakt van materialen die vrijkomen uit de te slopen bebouwing.

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast;

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

20

<0000>

<0000>

<0000>

Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11389588/1