CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting ontwerpbestemmingplan

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Reit 2007, Warandelaan 2, Nieuwbouw 230.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2019033-b001

20 juli 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 4 1.2 Strategische vastgoedvisie Tilburg University 4 1.3 Het plangebied 5 1.4 Voorgaande plannen 5 1.5 Ruimtelijke en functionele structuur 5 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 7 2.1 Rijk 7 2.2 Provincie 9 2.3 Gemeente 10 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 14 3.1 Inleiding 14 3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 14 3.3 Groen 15 3.4 Verkeer en parkeren 16 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 19 4.1 Inleiding 19 4.2 Milieueffectrapportage 19 4.3 Milieuhinder bedrijven 19 4.4 Externe veiligheid 20 4.5 Vuurwerk 22 4.6 Geluid 22 4.7 Lucht 23 4.8 Geur 23 4.9 Trillingen 24 4.10 Bodem 24 4.11 Natuur en ecologie 25 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 29 5.1 Bestaand watersysteem 29 5.2 Beleidskader 31 5.3 Duurzaam watersysteem 31 5.4 Watertoets 33 Hoofdstuk 6 Opzet planregels 34 6.1 Inleiding 34 6.2 Standaard plansystematiek 34 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 35 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 36 Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 37 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 37 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 37 8.3 Omgevingsdialoog 37 8.4 Zienswijzen 37

Toelichting

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Tilburg University (TiU) heeft een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van een nieuw onderwijsgebouw (Nieuwbouw 2) op het campusterrein. Het geldende bestemmingsplan Reit 2007 biedt niet de mogelijkheden om deze nieuwbouw te realiseren. De nieuwbouw zal plaats bieden aan meerdere collegezalen. In de plint is ruimte voor een koffiecorner. In dit bestemmingsplan wordt ook ruimte geboden voor de (mogelijke) bouw van een parkeergarage op het bestaande parkeerterrein aan de westzijde van het campusterrein (Warandelaan).

De nieuwbouw bereikt een bouwhoogte van bijna 22 meter. Voor de (mogelijke) parkeergarage wordt ruimte mogelijk gemaakt voor een gebouw tot een maximale bouwhoogte van 10 meter. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Strategische vastgoedvisie Tilburg University TiU legt de hoofdlijnen van haar instellingsbeleid iedere vier jaar vast in een strategisch plan (https://www.tilburguniversity.edu/nl/over/beleid). In aansluiting op dit plan is in 2013 een strategische vastgoedvisie opgesteld. Deze wordt, net als het strategisch plan, periodiek herijkt. In april 2018 is deze visie voor de eerste keer herrijkt (bijlage 1)

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

2

De visie is opgebouw uit zes hoofstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op relevante kaders, trends en ontwikkelingen die bepalend zijn voor de toekomstige huisvestingssituatie van TiU en op de ambities van TiU met betrekking tot haar campus en gebouwen. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de huidige huisvestingssituatie. De lange termijn ruimtebehoefte van TiU wordt in hoofdstuk 4 geanalyseerd en in hoofdstuk 5 wordt de gewenste eindsituatie van de vastgoedportefeuille toegelicht, inclusief de maatregelen die nodig zijn om hiertoe te komen. Uit de visie volgt dat er een groei te voorzien is in studenten (in 2025) tot 20.000. Deze cijfers zijn inmiddels achterhaald. Actuele cijfers (2020) laten in 2020 een studentenaantal van 19.300 zien. Op termijn is sprake van een tekort aan roosterbare onderwijsruimte van circa 3.600 m² wo. Een deel van deze ruimte is ingevuld met de ontwikkeling van The Cube. De beoogde nieuwbouw voorziet verder in deze behoefte.

1.3 Het plangebied Het plangebied waar de nieuwbouw is voorzien omvat het (voormalige) parkeerterrein gelegen in de noordoostelijke hoek van het campusterrein en wordt globaal begrensd door het spoortracé Tilburg - Breda in het noorden, de Torentjesbuurt (woonwijk) in het oosten, TIAS-building in het zuiden en het onderwijsgebouw The Cube in het westen. Het plangebied waar ruimte is voor een parkeergarage ligt zuidelijk op het bestaande parkeerterrein aan de westzijde van het campusterrein

1.4 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan 'Reit 2007'.

1.5 Ruimtelijke en functionele structuur Ruimtelijke structuur De campus van TiU is door zijn ligging en sfeer uniek in Nederland. Door zijn afgelegen positie tegen de rand van de Oude Warande en de stevige groene omkadering heeft de campus een bijzondere, ontspannen en besloten sfeer. Deze sfeer wordt verder versterkt door de aanwezigheid van een verzameling van bijzondere universiteitsgebouwen met een kenmerkende beeldkwaliteit. De ingetogen en sobere architectuur draagt hier bij aan de rust en samenhang van deze campus. Daarnaast is er sprake van een samenspel tussen gebouwen en landschap. Gezamenlijk vormen ze een geheel, maar binnen dit geheel zijn er ook deelgebieden met een eigen karakteristiek. Zo heeft het hart van de campus, aan de langgerekte esplanade, een levendige sfeer en kenmerken van een stedelijke omgeving. Aan de noord- en de zuidzijde is de campus rustiger en meer besloten en landschappelijk van karakter. Hier is gelegenheid om met een boek in het gras te studeren. Het voorliggende plan maakt de nieuwbouw van twee gebouwen mogelijk; het onderwijsgebouw )Nieuwbouw 2) en een bovengrondse parkeergarage. Nieuwbouw 2 is voorzien aan de noordoostzijde van de campus op de plek waar nu een laaggelegen parkeerplaats ligt.

Deze parkeerplaats wordt opgeheven, zodat het autoverkeer aan deze zijde van de campus verdwijnt en de overlast van het zoekverkeer wordt teruggedrongen. Op deze plek ontstaat ruimte voor een nieuw entreegebied, waar nieuwbouw 2 een belangrijk onderdeel van is. Dit nieuwe gebied zorgt voor een duidelijkere route tussen Station Universiteit en de campus en geeft de gelegenheid om de overgangen tussen campus, woonwijk en stationsomgeving beter vorm te geven. Zo kan de groene omkadering van de campus worden versterkt en meer plek worden gecreëerd voor fiets- en wandelpaden en fietsparkeerplekken. Daarnaast ontstaat de mogelijkheid om de onbestemde ruimte tussen de campus en Torenbuurt om te vormen tot een groene plek voor de buurt. Om hier invulling aan te geven zullen Tilburg University en de gemeente Tilburg een ontwerptraject met de buurt opstarten. De garage wordt voorzien op het zuidelijke deel van het bestaande parkeerterrein. Het terrein is hier lager en breder dan aan de noordzijde. Dit maakt het mogelijk om een efficiënte parkeergarage te realiseren binnen de bestaande omlijsting van bomen. De garage wordt hierdoor omzoomd door bomen en steekt daar niet bovenuit. De ruimtelijke impact van de garage is hierdoor beperkt. Daarnaast is het met deze positionering mogelijk om de campus op termijn beter te verbinden met de Oude Warande.

Wanneer het mobiliteitsbeleid van de universiteit zijn vruchten afwerpt, en de parkeerdruk langzaam minder wordt, kan het maaiveld worden vrijgespeeld van parkeerplaatsen en mogelijk zels . Op dat moment kan de Esplanade tot aan de Oude Warande worden doorgetrokken.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

3

Functionele structuur Er geen kabels of leidingen zijn die vanuit rijksbeleid in het bestemmingsplan dienen te worden opgenomen. Wel zijn er de volgende kabels en leidingen die een risico vormen tijdens de werkzaamheden: 1 Vrijverval rioolstelsel (gemeente Tilburg) 2 Stadsverwarming (Ennatuurlijk) 3 Hogedrukgas (Enexis) 4 Middenspanning (Enexis)

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 1. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 2. Afwentelen wordt voorkomen.

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

Belangrijkste keuzes in de NOVI een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

5

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.

Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. De behoefte om nieuwbouw te realiseren is gegeven met de Stategische vastgoedvisie van de TiU. Verwezen zij naar paragraaf 1.2 op dit onderdeel en de bijbehorende bijlage. De reservering voor de parkeergarage wordt nader onderbouwd onder paragraaf 3.4.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

6

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm.

<0000>

<0000>

<0000>

Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. De beoogde ontwikkeling van Nieuwbouw 2 en de reservering voor een parkeergarage zijn niet strijdig met de uitgangspunten zoals opgenomen in de Brabantse Omgevingsvisie.

2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

7

Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Nieuwbouw 2 is gelegen binnen het stedelijk gebied. Op het campusterrein is gekeken naar alternatieven qua locatie. De locatie van Nieuwbouw 2 maakt onderdeel van een bredere vastgoedvisie (zie paragraaf 1.2). Bij de positionering van Nieuwbouw 2 is rekening gehouden met de aanwezige groenstructuren. De (mogelijke) parkeergarage ligt net buiten het stedelijk gebied, binnen het Landelijk Gebied (Groen Blauwe Mantel). Het betreft hier echter een bestaand parkeerterrein. Het noordelijk deel van het parkeerterrein is wel gelegen binnen het stedelijk gebied. Het plan is ambtelijk voorbesproken met de provincie waar besproken is dat een positionering meer noordelijk op het parkeerterrein voor de TiU geen optie is.

Ten westen van het parkeerterrein zijn de gronden aangewezen tot Natuur Netwerk Brabant (NNB). In opdracht van de TiU is een onderzoek gedaan naar de effecten van de (mogelijke) parkeergarage op dit netwerk (bijlage 2). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen snoei en nieuwbouw op de onderzoekslocatie en heeft als doel de effecten van de beoogde ontwikkeling op de wezenlijke kenmerken en waarden alsmede op de omgevingscondities van het NNB te onderzoeken. Dit is gedaan door de effecten van de snoei en nieuwbouw op diverse criteria te toetsen. Op geen van deze criteria wordt het effect van de voorgenomen snoei en nieuwbouw op het NNB significant negatief geacht.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

<0000>

<0000>

<0000>

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: de Brabantstrategie de Regiostrategie de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

8

aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

De vier stedelijke knooppunten: Binnenstad van de 21e eeuw Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant

<0000>

<0000>

<0000>

De drie stadsregionale parken zijn: Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven Stadsregionaal park Stadsbos013 Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

<0000>

<0000>

<0000>

De drie stedelijke knooppunten zijn: Bedrijvenpark Zuid Zorgcluster Leijpark Duurzaam energielandschap Noord

<0000>

<0000>

De twee ecologische verbindingszones: Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

9

ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. In de Omgevingsvisie 2040 is op hoofdlijnen een ontwikkelperspectief vastgesteld voor de Knoop Universiteit. Het betreffende gebied wordt aan de oostzijde afgebakend door de Ringbaan-West, in het zuiden door de Professor Cobbenhagenlaan, aan de westzijde door Stadsbos013 en aan de noordzijde door de spoorlijn. Ook worden diverse locaties aan de Meerkoldreef betrokken in de uitwerking vanwege o.a. de ligging direct bij station Tilburg Universiteit. De Knoop Universiteit is in de Omgevingsvisie 2040 aangemerkt als een strategische plek in het verlengde van Binnenstad 21e eeuw en Spoorzone. Het heeft de potentie om te transformeren naar een kennisintensief en innovatief gemengd stedelijk gebied. In de Omgevingsvisie 2040 is een toekomstbeeld geschetst waarin station, universiteitscampus, en Stadsbos013 een onlosmakelijk geheel vormen en herkenbaar zijn als een gebied waar kennis en innovatie centraal staan.

Aandacht is er bovendien voor een goede aansluiting (ruimtelijk en programmatisch) op de ontwikkelingen in Spoorzone/binnenstad 2.3.2 Gebiedsvisie Kenniskwartier De gemeente Tilburg heeft een conceptversie Gebiedsvisie Kenniskwartier opgesteld. De visie vertelt in hoofdlijnen hoe het gebied tussen Ringbaan-West, Professor Cobbenhagenlaan, campus Tilburg University en de Westermarkt zich in de periode tot 2040 kan ontwikkelen. Het laat kansen en mogelijkheden zien die we komende jaren verder willen ontdekken en uitwerken. Er ligt dus nog geen uitgestippeld plan. Dit gaan samen met bewoners, partners en initiatiefnemers verder uitwerken en ontwikkelen. Stedelijke ontwikkeling Naast de Spoorzone wordt dit de tweede broedplaats in Tilburg waar kennisinstellingen en bedrijfsleven elkaar treffen. Het Kenniskwartier biedt ruimte om een flink aantal woningen toe te voegen en is de plek voor experimenten en zowel hoogstaand als laagdrempelig ondernemen. Met een upgrade van station Tilburg Universiteit wordt het gebied nog beter bereikbaar en steeds belangrijker als aankomstplek in de stad. Het terugdringen van auto’s en het stimuleren van duurzame mobiliteit is een belangrijke pijler. Het gebied krijgt ook een veel groener karakter door de invloed van het naastgelegen Stadsbos013 prominent het hele gebied in te trekken.

Het Kenniskwartier ontwikkelt zich dus op termijn naar een stedelijk gebied met een afwisselende mix van wonen, werken, ontspannen en leren, met goede ov-faciliteiten en in het groen, maar ook dichtbij het centrum en alle voorzieningen. Sociale ontwikkeling Het Kenniskwartier gaat om meer dan alleen ruimtelijk en economische en ruimtelijke opgaven. Er is ook sprake van een grote sociale opgave. Een groot deel van het gebied scoort hoger dan gemiddeld in de stad op punten als het aantal armoedehuishoudens, bijstandsuitkeringen, niet westerse allochtonen en één ouder gezinnen. Samen met de partners die actief zijn in het gebied, kijken we naast de fysieke ontwikkelingen in het gebied ook heel nadrukkelijk naar de sociale kant. De ontwikkeling van het Kenniskwartier biedt kansen om het verbeteren van de fysieke leefomgeving te koppelen aan een duurzame aanpak van armoede, schulden, werkloosheid en eenzaamheid.

<0000>

<0000>

<0000>

AMBITIES HOOGSTEDELIJKE MIX Mengen van wonen, werken, sporten en leren Stimuleert ontmoeting en (kennis)uitwisseling Vernieuwende woonconcepten van hoogwaardige kwaliteit

<0000>

<0000>

<0000>

SLIMME EN DUURZAME ECONOMIE Ontwikkeling van een Tilburgs innovatiedistrict Van ‘stad met universiteit’ naar ‘universiteitsstad’ Aanvullend op de Spoorzone

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

10

<0000>

<0000>

<0000>

DUBBELE DUURZAAMHEID Met bewoners en partners toekomstvisie Abdij- en Torenbuurt maken Ruimtelijke en sociale opgaven gezamenlijk oppakken. Verduurzamen, verdichten, vergroenen en verbinden

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

GROENBLAUW NETWERK Met bewoners de openbare ruimte herinrichten Relatie met Stadsbos013 versterken Gebied nodigt uit tot ontmoeten en bewegen Samen de buurten vergroenen en verbinden

<0000>

<0000>

<0000>

DUURZAME MOBILITEIT Meer bewegingsvrijheid voor voetgangers en fietsers, minder auto’s Station Tilburg Universiteit transformeren tot Intercitystation Extra aandacht voor (nieuwe) mobiliteitsconcepten

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

11

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

3.2.1 Historische geografie Ligging: het plangebied ligt in de bebouwde kom van Tilburg, ten zuiden van het spoor en direct ten oosten van de Oude Warande. Het plangebied ligt deels op de westelijke uitloper van het relatief hooggelegen centrale plateau van Tilburg. De kaart van Diederik Zijnen uit ca. 1760 laat zien dat het centrale en oostelijke deel van het plangebied destijds voornamelijk bestond uit een akkergebied dat werd doorsneden door een aantal wegen en paden, waaronder de verbindingsweg tussen De Berkdijk en het gehucht de Reit. Deze laatste nederzetting lag in het noordoosten van het plangebied. Vanaf het driehoekige plein van De Reit ontsprong een kleine waterloop die in het noordoosten van het plangebied uitmondde in de waterloop de Werft. Het westelijke deel van het plangebied, tussen de Oude Warande en de akkergronden van De Reit, bestond uit een langgerekt stuifzandgebied. In de negentiende eeuw is het noordwestelijke deel van het plangebied, tussen de Reitse Akkers en de Oude Warande, toen nog bestaand uit stuifzanden, bebost. In de meest zuidwestelijke hoek van De Reit is in 1855 de Israëlitische Begraafplaats aangelegd die twee jaar later in gebruik werd genomen. Geomorfologie: aangezien het plangebied zich in de bebouwde kom van Tilburg bevindt, is het niet gekarteerd op de geomorfologische kaart.

Het plangebied is gelegen op een dekzandrug, al dan niet met oud bouwlanddek. Er zijn in of in de directe nabijheid van het plangebied geen bijzondere landschappelijke kenmerken aanwezig. Bodemgesteldheid: aangezien het plangebied zich in de bebouwde kom van Tilburg bevindt, is het niet gekarteerd op de bodemkaart. Vergelijking met de gegevens van de omliggende gebieden geeft aan dat het plangebied wordt gekenmerkt door hoge, zwarte enkeerdgronden en schrale zandgronden. Historisch landgebruik: tot ver in de jaren vijftig bestond het plangebied De Reit echter uit agrarische gronden met alleen de bebouwing van het gelijknamige gehucht rond de driesprong en langs de Bredaseweg. In de jaren zestig is het gebied volgens het partiële Uitbreidingsplan “ De Reit” uit 1959, omgevormd tot een stedelijke woonwijk. Naast woningbouw zijn langs een langgerekte boulevard dwars door de wijk diverse onderwijsinstituten ondergebracht. In het westen grenst het plangebied aan het stadspark De Warande. Het park werd in 1712 aangelegd in opdracht van Willem van Hessen-Kassel en is één van de weinige intacte sterrenbossen in Nederland. Een sterrenbos wordt zo genoemd omdat vanuit een centraal punt een aantal lanen naar de hoeken en de buitenranden lopen. De Oude Warande heeft acht sterlanen, en langs de randen lopen vier lanen die een vierkant van ongeveer zeventig hectare omsluiten.

Het park is in barokke stijl aangelegd. In de jaren ’80 van de 20e eeuw waren van deze opzet alleen de hoofdlijnen nog te zien, maar de gemeente heeft in 2008 de laatste hand gelegd aan een bijna 20 jaar durende renovatie. Ruim ten zuiden van het plangebied ligt de Joodse begraafplaats, die in 1855 is ingewijd. Tussen 1932 en 1973 heeft het Tilburgse dierenpark binnen het zuidelijk deel van het plangebied gelegen. Op de topografische kaart uit 1967 is het merendeel van het huidige wegenplan reeds aanwezig. Huidig landgebruik: vanaf het begin van de jaren vijftig van de twintigste eeuw vestigt zich de Katholieke Hogelschool Tilburg in het plangebied. Deze onderwijsinstelling, tegenwoordig Tilburg University, breidt zich gestaag uit met onderwijsgerelateerde nieuwbouw vanaf de oostrand van de Oude Warande in de richting van de Conservatoriumlaan.

<0000>

3.2.2 Archeologie Het plangebied is niet gekarteerd op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB).

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

12

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Het plangebied ligt op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ArWaTi) in een gebied met hoge verwachting. Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein; ARCHIS en RAT: in de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische vondsten of waarnemingen bekend. In 2019-2020 is in opdracht van de Tilburg University door bureau Econsultancy een archeologisch bureauonderzoek voor het gehele plangebied uitgevoerd: rapportnummer 10849.001, Archeologisch onderzoek Warandelaan 2 te Tilburg. Het doel hiervan was te achterhalen wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is de verwachting middelhoog voor het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum, Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Er is een hoge verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Die verwachting wordt echter teniet gedaan door de geconstateerde bodemverstoringen in het plangebied. De conclusie is dat op basis van de bekende bodemverstoringen, het AHN en de waarnemingen in het veld, kan worden vastgesteld dat het archeologisch niveau geheel verstoord is geraakt. Derhalve worden er geen archeologische waarden verwacht binnen het plangebied en is er voor planrealisatie geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

3.2.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In of in de nabijheid van het plangebied liggen enkele van rijks- en gemeentewege beschermde monumenten. Deze dateren alle uit de naoorlogse periode en zijn direct te relateren aan de totstandkoming van de universiteitscampus vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw. De Tilburgs-Goirlese architect Jos. Bedaux (1910-1989) was als architect verantwoordelijk voor veel van de nog steeds gezichtsbepalende oudste bebouwing op de universiteitscampus. Het Cobbenhagengebouw (1959) is een rijksmonument en het Koopmansgebouw (1968-1972) een gemeentelijk monument. Het niet beschermde Goosens gebouw (1972) is eveneens van de hand van Jos. Bedaux. De universiteitscampus, die feitelijk in oostelijke richting doorloopt tot de Academielaan, is te beschouwen als een waardevol stedenbouwkundig gebied uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Als onderdeel van de zogeheten oost-westboulevard is de Professor Cobbenhagenlaan een historisch -geografische lijn van redelijk hoge waarde. Historisch groen: direct ten westen van het plangebied bevindt zich de gemeentelijk beschermde bosaanleg De Oude Warande; het park werd in 1712 aangelegd in opdracht van Willem van Hessen-Kassel en is één van de weinige intacte sterrenbossen in Nederland.

3.2.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie is er geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Er worden geen beschermde gebouwen of structuren aangetast. Ten aanzien van archeologie kan worden geconcludeerd dat de bodem in het plangebied op basis van uitgevoerd bureauonderzoek als verstoord wordt beschouwd. Vervolgonderzoek is hier niet nodig.

3.3 Groen

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

3.3.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: Bomenverordening 2017 Beoordelingscriteria houtopstanden Nota 'overige houtopstanden' Boomwaarde zoneringskaart 2017 Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

13

Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart.

De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Bomen Effect Analyse Nieuwbouw 2 vindt plaats op wat thans nog een parkeerterrein is. Op en rondom dit terrein staan diverse bomen. Door TiU is een effect analyse gemaakt waarin opgenomen welke bomen behouden kunnen blijven, gesnoeid (o.i.d.) moeten worden en welke moeten worden geveld. In geval van vellen/rooien is er sprake van een compensatieplicht. In dit geval is in overleg met de TiU ervoor gekozen de de kap van de bomen financieel te compenseren.

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.4.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

14

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

3.4.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.4.4 Verkeer en parkeren in het plangebied Ligging plangebied: Het plangebied ligt aan de rand van de wijk De Reit, tussen de Hogeschoollaan en de Warandelaan.

Aan de noordzijde wordt het begrensd door het spoor. Fietsroutes: Het universiteitsterrein is aan de oostzijde ontsloten door middel van een sternetfietsroute langs de Prof. Cobbenhagenlaan en een secundaire fietsroute op de Hogeschoollaan. Omliggende wegenstructuur en ontsluiting: Het plangebied is aan de oostzijde ontsloten door de Professor Cobbenhagenlaan. Dit is een gebiedsontsluitingsweg met een maximaal toegestane snelheid van 50 km/h. In zuidelijke richting ligt de Hogeschoollaan. Dit is ten zuiden van de Professor Cobbenhagenlaan een erftoegangsweg met een ontsluitende functie voor het gebied. Ten noorden van de Prof. Cobbenhagenlaan is het een erftoegangsweg met een verblijfsfunctie. Ontsluiten van andere functies behalve wonen is op dit wegvak ongewenst. Op de hele Hogeschoollaan geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. De Hogeschoollaan ten zuiden van de Prof. Cobbenhagenlaan is in de mobiliteitsagenda aangewezen als gebiedsontsluitingsweg maar is niet als zodanig uitgevoerd. Aan de westzijde is het plangebied ontsloten via de Warandelaan. Dit is een gebiedsontsluitingsweg met een maximaal toegestane snelheid van 50 km/h. Op deze weg is het parkeerterrein van de Universiteit ontsloten. De ontsluiting voor autoverkeer van de ontwikkeling moet plaatsvinden via de Warandelaan.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

15

Openbaar vervoer: Het gebied is goed met openbaar vervoer bereikbaar. Op loopafstand ligt het NS station Tilburg Universiteit. Over de Prof Cobbenhagenlaan en de Hogeschoollaan lopen de buslijnen 4, 131, 629 en 630. De bushaltes liggen op de kruising van de Hogeschoollaan met de Prof. Cobbenhagenlaan. Parkeren: De ontwikkeling moet voldoen aan het parkeerbeleid van Tilburg, zoals vastgelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Uitgangspunt daarbij is dat er in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is op het eigen terrein. Dit betekent dat er geen extra parkeeroverlast in de omgeving mag ontstaan als gevolg van de ontwikkeling. Het is mogelijk af te wijken van dit uitgangspunt indien op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Een voorwaarde is dat de TiU een onderbouwing aanlevert. Deze onderbouwing wordt (mede) gegeven door het mobiliteitsbeleid (bijlage 3) van TiU, dat aangeeft welke mobiliteitsmaatregelen worden toegepast om de bestaande parkeerbehoefte én de extra parkeerbehoefte van de nieuwbouw omlaag te brengen. Voorts is een onderbouwing van de parkeerbalans aangeleverd waaruit de behoefte aan parkeerplaatsen blijkt. Op dit moment is nog niet voldoende inzichtelijk hoe het tekort (tijdelijk) wordt opgelost.

Om te borgen dat er niet alsnog parkeeroverlast ontstaan doordat de maatregelen niet leiden tot de gewenste lagere parkeerbehoefte, wordt er een monitoringsplan opgesteld waarin op regelmatige basis de parkeerdruk gemeten wordt. Op basis van deze monitor wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om (tijdelijke) maatregelen teneinde het parkeerprobleem op te lossen. TiU moet inzichtelijk maken hoe te handelen als er een probleem wordt geconstateerd en welke oplossingen concreet voorhanden zijn op dat moment. Een concreet voorbeeld hiervan kan zijn dat een oplossing geboden wordt door voldoende tijdelijke parkeerplaatsen op eigen terrein aan te brengen. Dit inzicht is nog niet voorhanden, maar toegezegd is dat dit voor vaststelling van het bestemmingsplan zal gebeuren. Zo ook wat betreft de parkeerbalans. Als deze korte termijnoplossing voor parkeren tijdelijk is wordt tegelijkertijd wordt beoordeeld of de bouw van een parkeergarage noodzakelijk is om de parkeerdruk op de lange termijn op te vangen. Deze parkeergarage wordt gerealiseerd binnen het bestemmingsvlak met de functie (pg) parkeergarage.

Op basis van de huidige parkeernormen voor de nieuwbouw is, rekening houdend met het compenseren van de te verdwijnen parkeerplaatsen ter plaatse van de nieuwbouw en het verdwijnen van parkeerplaatsen als gevolg van de bouw van de garage, een garage nodig van 450 parkeerplekken. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW Laden en lossen en afvalinzameling: Laden en lossen moet plaatsvonden op eigen terrein. Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. Noodhulpdiensten: Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen. Maatregelen omliggende wegenstructuur: Het uitgangspunt is dat er geen toename van het aantal verkeersbewegingen is te verwachten als gevolg van de nieuwbouw. Als uit de monitoring blijkt dat er alsnog een parkeergarage moet worden gerealiseerd dan moet uitgegaan worden van het volgende: De toevoeging van de parkeergarage met 450 parkeerplekken aan de westzijde levert een aantal van 765 extra verkeersbewegingen per dag op. Dit is bepaald met behulp van de kencijfers van het CROW, op basis van 2000 extra studenten.

Al dit verkeer moet worden afgewikkeld via de verkeerslichten op de kruising warandelaan / Bredaseweg. Hiervoor moet de rechtsafstrook op de Bredaseweg, richting Warandelaan, worden verlengd tot 80 meter en de beide opstelstroken op de Warandelaan richting Bredaseweg worden verlengd tot 85 meter.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

16

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). De bouw van een onderwijsgebouw in combinatie met al dan niet een parkeergarage, kan worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig.

De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Regte Heide & Riels Laag op 5 kilometer van het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling. 4.2.2 Aanleiding vormvrije m.e.r beoordeling Voor dit plan is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen (bijlage 4). De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten Op 16 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besloten dat voor dit project geen milieueffectrapportage (m.e.r.) behoeft te worden opgesteld.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden.

Reit 2007, 6e herziening (Warandelaan 2, Nieuwbouw 2)

17

De planontwikkeling voorziet in de realisatie van een onderwijsgebouw (NB2) en een parkeervoorziening. Voor beide voorzieningen geldt een richtafstand conform de VNG systematiek van 30 meter. Binnen deze afstand zijn voor beide locaties geen gevoelige bestemmingen aanwezig. Daarmee is er geen belemmering voor de ontwikkeling van beide voorzieningen. Lichthinder Binnen de VNG systematiek is geen richtafstand opgenomen voor lichthinder. Met name de parkeervoorziening is een potentiële bron van lichthinder. Enerzijds als gevolg van lichtuitstraling van vaste installaties in het gebouw zelf, anderzijds als gevolg van de rijdende voertuigen van, naar en in de inrichting. De potentiële lichthinder naar de omgeving kan eenvoudig voorkomen worden door het gesloten uitvoeren van geveldelen en het voorzien in voldoende hoge, gesloten balustrades om uitstraling van licht naar de omgeving te voorkomen. Hierbij dient aansluiting gezocht te worden bij de NSVV. Om op voorhand lichthinder naar de nabijgelegen woningen aan de Economenlaan / Professor Gimbrèrelaan te voorkomen wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om een deel van de gevel (zuidgevel en deel van de oostgevel, zie figuur bij voorwaardelijke verplichting zoals opgenomen als bijlage bij de regels) van de parkeervoorziening gesloten uit te voeren.

Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3.

met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. De planontwikkeling ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Het geitenmoratorium is daarom niet van toepassing op dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10893949/1