05 Toelichting met bijlagen incl. bijl 13 c001 Reeshofweide
Tekst van het document
Door actief te communiceren over risico’s zal de zelfredzaamheid worden vergroot. Op dit moment vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit. Daarnaast vindt op verzoek gebiedsgerichte risicocommunicatie plaats. De aanwezige personen worden beschouwd als overwegend zelfredzaam. Opkomsttijd brandweer Voor de Brandweer is de uiterste opkomsttijd voor een incident 8.20 minuten. Dat is binnen de zorgnorm van 12 minuten voor een woonfunctie na 2003. Conclusies Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoor Breda-Tilburg-Vught en de Rijksweg A58, waarbij gezien de grote afstand tot de risicobronnen uitsluitend sprake kan zijn van een toxisch scenario. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de (beperkte) verantwoordingsplicht ingevuld. Voor de verantwoording is het standaard advies van de Brandweer Midden- en West-Brabant gebruikt. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: -6 - Er bevinden zich geen contouren van het PR 10 of plasbrandaandachtsgebied binnen het plangebied - Het groepsrisico wijzigt met dit bestemmingsplan niet.
- De aanwezige personen worden beschouwd als overwegend zelfredzaam. - De bereikbaarheid van het plangebied is goed; - Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; - Alarmering zal plaatsvinden door middel van cellphone alarmering (NL Alert). Dit biedt de mogelijkheid de aanwezigen tijdig te waarschuwen - De aanwezigen kunnen het plangebied via de bestaande infrastructuur goed ontvluchten; - Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Hiervoor moet een eventuele mechanische ventilatie kunnen worden uitgezet. Deze voorziening zal worden getroffen. - De brandweer voldoet in het gehele gebied aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.
Begrippenkader Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan worden weergegeven met zogeheten risicocontouren; lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR kan niet op de kaart worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waarbij de kans (f) wordt afgezet tegen het aantal slachtoffers (N), de fN-curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij wettelijk anders geregeld), ofwel door de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Verantwoordingsplicht In de wetgeving (Bevi, Bevt en Bevb) is een verplichting opgenomen het groepsrisico te verantwoorden. Deze verantwoording houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In de wetgeving zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording moet voldoen. (beperkt) Kwetsbaar object/ Bijzonder kwetsbaar object De (beperkt) kwetsbaarheid van objecten is vastgelegd in wet en regelgeving.
Deze regelgeving is in de beleidsvisie externe veiligheid "Veilig en verantwoord ontwikkelen" Een kwetsbaar object is vastgelegd in regelgeving; woningen, woonschepen en woonwagens, met een dichtheid van meer dan 2 per hectare gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten zoals: o Ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; o Scholen; o Gebouwen of een gedeelte daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren; o Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object; o Complexen, waarin meer dan vijf winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar.
Beperkt kwetsbaar object o Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; o Dienst -en bedrijfswoningen van derden; Kantoorgebouwen, voor zover zij er geen sprake is van een kwetsbaar object; Winkels, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Sporthallen sportterreinen en speeltuinen; Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinde, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Bedrijfsgebouwen, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object;
-
-
Objecten die gelijkgesteld kunnen worden met de hierboven genoemde objecten gezien de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval tenzij er sprake is van een kwetsbaar object; Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
Bijzonder kwetsbaar object Er zijn mensen, die zichzelf niet goed in veiligheid kunnen brengen, bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke beperking of een zeer jonge leeftijd. Het is niet wenselijk dat deze niet-zelfredzame mensen nabij risicovolle activiteiten wonen of verblijven. We definiëren de objecten waarin dergelijke mensen wonen of verblijven als bijzonder kwetsbare objecten.
Bijlage 4 Rapport groepsrisico berekening transportroute Rapport groepsrisico berekening
Groepsrisicoberekening Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
Groepsrisicoberekening Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
Opdrachtgever
: Fundament Real Estate Innovatiepark 3A 4906 AA OOSTERHOUT
Projectnummer
: 20150138-01
Status rapport / versie nr.
: Definitief 01
Datum
: 15 december 2017
Opgesteld door
: C.J.M. Machielsen
Gecontroleerd door
: ing. J. Sips
Voor akkoord
: C.J.M. Machielsen
Paraaf :
Versie nr.
Datum
Omschrijving
Opgesteld door
Gecontroleerd door
D01
15-12-2017
Groepsrisicoberekening EV Reeshofweide patiowoningen en volkstuinen
CM
JS
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
INHOUD
20150138-01 december 2017 blad 1
blz.
1
INLEIDING
3
2
PLANONTWIKKELING
4
2.1
Planbeschrijving
4
2.2 3
4
5
6
7
Situering
4
VEILIGHEIDSBELEID
6
3.1
Algemeen
6
3.2
Plaatsgebonden risico
6
3.3
Groepsrisico
6
3.3.1
De verantwoordingsplicht groepsrisico
7
3.3.2
Verantwoordingsplicht plasbrandaandachtsgebied (PAG)
8
3.3.3
Verantwoordingsplicht zelfredzaamheid
8
3.3.4
Verantwoordingsplicht hulpdiensten
8
3.4
Kwetsbare objecten
8
3.5
Beperkt kwetsbare objecten
8
3.6
Beoordeling kwetsbaarheid objecten
8
3.7
Regelgeving
9
INVENTARISATIE TRANSPORTROUTES
10
4.1
Algemeen
10
4.2
Inventarisatie transportroutes
10
INVENTARISATIE PERSONENDICHTHEID
12
5.1
Algemeen
12
5.2
Inventarisatie personendichtheid
13
5.2.1
Plangebied
13
5.2.2
Inventarisatie personendichtheid N260
13
GROEPSRISICOBEREKENINGEN TRANSPORTROUTES
15
6.1
Algemeen
15
6.2
Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen
15
6.3
Rekenmodel risicoberekeningen
15
6.4
Rekenresultaten risicoberekening N260
16
6.4.1
Het plaatsgebonden risico
16
6.4.2
Het groepsrisico
16
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
21
© AGEL adviseurs 2017 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 2
BIJLAGEN
1 2 3 4
Vervoersgegevens gevaarlijke stoffen Situatietekening verblijfsgebieden RBMII rapportage autonome situatie RBMII rapportage nieuwe situatie
© AGEL adviseurs 2017 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
1
20150138-01 december 2017 blad 3
INLEIDING
In opdracht van Fundament Real Estate is door AGEL adviseurs een onderzoek gedaan naar de hoogte van het groepsrisico voor de Burgemeester Letschertweg (N260 westtangent Tilburg) nabij het ontwikkelingsgebied Reeshofweide. Deze transportroute voor wegverkeer is gelegen ten westen van de locatie en het invloedsgebied voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is gelegen over een deel van het ontwikkelingsgebied. De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een woongebouw bestaande uit maximaal 35 geschakelde patiowoningen en een volkstuinencomplex. De afstand van de weg tot de patiowoningen bedraagt circa 300 meter. Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen van de hoogte van het groepsrisico van de nabijgelegen transportroute. Het veiligheidsbeleid voor transportroutes zoals wegen, spoorwegen en vaarwegen is voorgeschreven in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). De resultaten van de groepsrisicoberekeningen zijn in deze rapportage als volgt uitgewerkt. In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van het plangebied en de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Hoofdstuk 3 geeft een omschrijving over het veiligheidsbeleid. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omvang van het vervoer aan gevaarlijke stoffen over de transportroute.
Hoofdstuk 5 geeft een beoordeling over de personendichtheid binnen het plangebied en het invloedsgebied van de transportroute. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de berekening van het groepsrisico voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Hoofdstuk 7 sluit de rapportage af met een samenvatting en conclusie van de onderzoeksresultaten.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
2
PLANONTWIKKELING
2.1
Planbeschrijving
20150138-01 december 2017 blad 4
De ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebouw bestaande uit circa 35 patiowoningen. In de figuur 2.1 is een schets weergegeven van het woongebouw met patiowoningen. Figuur 2.1: Woongebouw met patiowoningen
2.2
Situering
Het plangebied is gelegen aan de noordwestzijde van de woonwijk Reeshof en gelegen ten zuiden van het Wilhelminakanaal, ten noorden van de Langendijk en ten oosten van de Burgemeester Letschertweg. De ontsluiting van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling vindt plaats via de Langendijk. In figuur 2.2 is de situering van het plan ten opzichte van de omgeving weergegeven. In een latere fase zal een autistencentrum in de zuidwesthoek worden gerealiseerd.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 5
Figuur 2.2: Situering plangebied (bron: PDOK)
Burg. Letschertweg Volkstuinen
Woongebouw
toekomstige locatie autistencentrum
Langendijk
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
3
3.1
20150138-01 december 2017 blad 6
VEILIGHEIDSBELEID
Algemeen
Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Daarnaast is voor de beoordeling van belang of er sprake is van een kwetsbaar object dan wel van een beperkt kwetsbaar object. 3.2
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat, één persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PRrisico-contouren. De PR contour geldt voor kwetsbare objecten als een grenswaarde en mag niet worden overschreden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de PR contour van 10-6 als richtwaarde. Van een richtwaarde kan op basis van gewichtige redenen worden afgeweken. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan zwaarwegende maatschappelijke, economische en/of planologische redenen. Figuur 3.1 gevaarbron met PR contouren 10-5 en 10-6
3.3
Groepsrisico
Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. Het groepsrisico kan niet in contouren worden vertaald zoals het plaatsgebonden risico, maar wordt weergegeven in een grafiek welke de kans op een ongeval van een groep slachtoffers afbeeld.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 7
In deze grafiek word de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). In figuur 3.2 is een voorbeeld van een dergelijke grafiek weergegeven. De kans dat (een groep) slachtoffers vallen, wordt weergegeven met een curve; de fN-curve. Het verloop van deze curve geeft een beeld van het groepsrisico.
Figuur 3.2 voorbeeld groepsrisicocurve
In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt middels een verantwoordingsverplichting.
3.3.1
De verantwoordingsplicht groepsrisico
De verantwoordingsplicht van het groepsrisico houdt o.a. in dat naast een rekenkundige beoordeling van de hoogte van het groepsrisico en eventuele bronmaatregelen ook een beoordeling moet plaatsvinden naar de aspecten ‘plasbrandaandachtsgebied’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’ van het ongeval. Deze beoordeling is noodzakelijk indien sprake is van de ligging van (beperkt) kwetsbare objecten binnen een plasbrandaandachtsgebied, een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico en/of bij een toename van het groepsrisico indien het totale groepsrisico beneden de oriënterende waarde blijft.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 8
De verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden over het gebied dat aangemerkt wordt als het invloedsgebied dan wel veiligheidsgebied van de gevaarbron. In veel gevallen is voor de omvang van het invloedsgebied de 1% letaliteit van het maatgevend ongevalscenario bepalend. Dit is de afstand waarbij 1% van de slachtoffers van het ongeval komt te overlijden. Voor o.a. LPG tankstations is door het ministerie een invloedsgebied vastgesteld van 150 meter.
3.3.2
Verantwoordingsplicht plasbrandaandachtsgebied (PAG)
Het plasbrandaandachtsgebied is het gebied van 30 meter uit de rechter rand van een rijstrook van een weg dan wel 30 meter vanaf de buitenste spoorstaaf van de doorgaande spoorlijn. Indien kwetsbare objecten zijn gelegen binnen dit gebied dient rekening gehouden te worden met de effecten van een plasbrand. In de verantwoording moet de gemeente bij bouwplannen in deze gebieden motiveren waarom op deze locatie wordt gebouwd.
3.3.3
Verantwoordingsplicht zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is het vermogen van de burger om zichzelf of andere burgers in veiligheid te brengen zonder tussenkomst van professionele hulpverleners bij de dreiging van, of het optreden van, een gevaarlijke situatie. Hierbij spelen o.a. de fysieke gesteldheid van de aanwezige personen, de beschikbare vluchtmogelijkheden en de mogelijkheden tot tijdig waarschuwen een belangrijke rol.
3.3.4
Verantwoordingsplicht hulpdiensten
In de verantwoordingsplicht moet met name aandacht worden besteed aan de benodigde en aanwezige hulpverleningscapaciteit, de inzet van blusmiddelen, bereikbaarheid e.d.. Het brandweeradvies is hierbij een belangrijke informatiebron. 3.4
Kwetsbare objecten
Onder kwetsbare objecten worden o.a. verstaan: Woningen, woonschepen, woonwagens, woongebouwen e.d., tenzij verspreid gelegen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Verblijfsgebouwen zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen e.d.. Overige gebouwen waar grote aantallen personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig zijn zoals kantoorgebouwen met een bvo van meer dan 1.500 m² of winkelcomplexen met meer dan 5 winkels en met een gezamenlijk bruto vloeroppervlak van meer dan 1.000 m², dan wel winkels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel. 3.5
Beperkt kwetsbare objecten
Als beperkt kwetsbare objecten worden o.a. aangemerkt: verspreid gelegen woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; dienst- en bedrijfswoningen; kantoorgebouwen tot 1.500 m²; horeca-inrichtingen; bedrijfsgebouwen; recreatie-inrichtingen tot een verblijf van niet meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; winkels welke niet aangemerkt worden als kwetsbaar object. 3.6 Beoordeling kwetsbaarheid objecten
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 9
De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe wooneenheden, 35 patiowoningen en een volkstuinencomplex. De woningen worden aangemerkt als een kwetsbaar object. Het volkstuinencomplex kan worden aangemerkt als een recreatief gebruik waar geen sprake is van een verblijf gedurende meerdere aangesloten dagen en wordt op basis hiervan aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. 3.7
Regelgeving
Het overheidsbeleid betreffende externe veiligheid is nog in ontwikkeling en inmiddels voor bepaalde onderdelen in wettelijke besluiten en circulairs vastgelegd. Het onderzoek is gebaseerd op de navolgende besluiten/circulaires: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Vuurwerkbesluit; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen; Regeling Basisnet. In dit onderzoek zal ingegaan worden op de bepaling van de hoogte van het groepsrisico van de nabij het ontwikkelingsgebied gelegen transportroute Burgemeester Letschertweg (N260).
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
4
20150138-01 december 2017 blad 10
INVENTARISATIE TRANSPORTROUTES
4.1 Algemeen Voor de risico-inventarisatie is uitgegaan van de navolgende informatiebronnen: Risicokaart Tilburg; Informatie gemeente Tilburg; Regeling Basisnet. In figuur 4.1 is een deel van de risicokaart van de gemeente Tilburg weergegeven. De ligging van het ontwikkelingsgebied is rood gemarkeerd aangegeven. Daarnaast is de transportroute N260 aangegeven. Figuur 4.1: Risicokaart omgeving plangebied Reeshofweide
Reeshofweide
N260
4.2
Inventarisatie transportroutes
In de Regeling Basisnet wordt voor alle rijkswegen, hoofdvaarwegen en spoorwegen een risicoplafond, hoeveel risico er maximaal mag zijn, vastgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarnaast wordt beschreven welke ruimtelijke ontwikkelingen wel en niet zijn
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 11
toegestaan in het gebied tot 200 meter vanaf de infrastructuur. Transportbedrijven weten hierdoor hoeveel gevaarlijke stoffen ze maximaal kunnen vervoeren over welke route. Gemeenten weten zo of gebouwen wel of niet in een gebied mogen worden gebouwd en aan welke eisen die gebouwen moeten voldoen. Zo zijn er meerdere partijen die hier baat bij hebben. Het Basisnet is inmiddels vastgesteld en is met de Regeling Basisnet per 1 april 2015 in werking getreden. In de Regeling Basisnet zijn alleen rijkswegen en provinciale wegen aangewezen welke onderdeel uitmaken van de hoofdinfrastructuur van Nederland. Voor de wegen in de omgeving van Tilburg betreft dit Rijksweg A58. Deze is gelegen op een afstand van circa 5 km tot het plangebied en kan op basis van deze afstand als niet relevant aangemerkt worden. Voor de beoordeling van het veiligheidsaspect van regionale wegen is het van belang of de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling gelegen is binnen een afstand van 200 meter van een regionale transportroute waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een deel van het plangebied van de Reeshofweide is gelegen binnen deze afstand.
In het vigerende bestemmingsplan is voor deze weg aangegeven dat er op jaarbasis sprake is van het navolgende aantallen transporten: brandbare vloeistoffen LF1 7.200 zeer brandbare vloeistoffen LF2 5.760 brandbare gassen GF3 400 Deze vervoersintensiteiten zijn afgestemd met Rijkswaterstaat en gebaseerd op de relatie met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A58 in 2010. In verband met de autonome groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A58 is in de berekeningen uitgegaan van het volgende aantal transporten: brandbare vloeistoffen LF1 8.000 zeer brandbare vloeistoffen LF2 6.000 brandbare gassen GF3 500 Voor de beoordeling van zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico is het transport van brandbare gassen maatgevend. De vervoersintensiteit van 500 transporten aan brandbare gassen GF3 komt overeen met de ondergrens uit de Regeling Basisnet weg. Omdat er geen sprake is van een transportroute welke is opgenomen in de Regeling Basisnet kan deze transporthoeveelheid als worstcase scenario worden aangemerkt. De door de gemeente Tilburg beschikbaar gestelde vervoersgegevens zijn als bijlage 1 bijgevoegd.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
5
5.1
20150138-01 december 2017 blad 12
INVENTARISATIE PERSONENDICHTHEID
Algemeen
Voor de beoordeling van het veiligheidsbeleid zijn voor het plaatsgebonden risico de aanwezigheid en de mogelijkheid tot vestiging van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in de omgeving van een risicobron van belang. Voor de berekening van het groepsrisico en de verantwoording hiervan is naast deze objecten ook van belang de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de betreffende risicobron. In de paragrafen 3.4 en 3.5 is een toelichting gegeven omtrent de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbare objecten. De aanwezigheid van het aantal personen binnen het invloedsgebied vindt plaats op basis van inventarisatie van de mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt in combinatie met kengetallen uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. In de tabellen 5.1 en 5.2 zijn de kengetallen uit de handreiking aangegeven per gebruiksfunctie. Tabel 5.1: Basisinformatie inventarisatie personendichtheid Gebruiksfunctie Wonen Bedrijven Kantoren Winkels Scholen
Aantal personen per eenheid 2,4 per woning 1 werknemer per 100 m² b.v.o. 1 werknemer per 30 m² b.v.o 1 werknemer/bezoeker per 30 m² b.v.o. 1,1 persoon per leerling
Tabel 5.2: Bevolkingsdichtheden voor verschillende omgevingstype Omgevingstype
Woongebieden
Industriegebieden Kantoren Recreatiegebied
Natuurgebied Buitengebeid Incidentele woonbebouwing Rustige woonwijk Drukke woonwijk Stadbebebouwing met hoogbouw Personeelsdichtheid laag Midden Hoog Hoogbouw Camping, bungalowpark
Bevolkingsdichtheid Pers/ha 0 1 5 25 70 120 5 40 80 200 60-200
Omtrent de uitgangspunten voor de inventarisatie van de personendichtheid heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Tilburg. Hierbij is aangegeven dat voor de bevolkingsinventarisatie aangesloten kan worden bij de uitgangspunten voor de personendichtheid uit de rapportage QRA routering gevaarlijke stoffen Gemeente Tilburg, d.d. 3 februari 2012, opgesteld door Oranjewoud. Daarnaast is voor het aantal woningen uitgegaan van informatie van de BAG viewer. De inventarisatie heeft plaatsgevonden binnen het invloedsgebied van 355 meter vanuit het hart van de weg. Deze afstand kan aangemerkt worden als het invloedsgebied geldend voor het vervoer van brandbare gassen (GF3) over de weg (tabel 4-1 Handleiding Risicoanalyse Transport).
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
5.2
5.2.1
20150138-01 december 2017 blad 13
Inventarisatie personendichtheid
Plangebied
Voor de autonome situatie is sprake van een agrarisch buitengebied met een personendichtheid van 1 persoon per hectare en een aanwezigheid van 100% in de dag- en nachtperiode. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 9 hectare. Dit komt overeen met de aanwezigheid van 9 personen in de dag- en de nachtperiode. Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is sprake van de realisatie van een woongebouw bestaande uit maximaal 35 patiowoningen en een volkstuincomplex. Voor de volkstuinen wordt uitgegaan van 90 personen in de dagperiode. De nieuwe volkstuin maakt onderdeel uit van de Overkoepelende Vereniging van Amateurtuinverenigingen Tilburg (OVAT). Het aantal personen is gebaseerd op het verwacht maximaal aantal uit te geven percelen van 90 stuks. Gerekend is op de aanwezigheid van 1 persoon per perceel in de dagperiode. Voor het aantal personen binnen de patiowoningen wordt op basis van het kental voor woningen uitgegaan van 42 (35 x 1,2) personen in de dagperiode en 84 (35 x 2,4) personen in de nachtperiode. Het totaal aantal personen binnen de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bedraagt 132 personen in de dagperiode en 84 personen in de nachtperiode. De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling geeft voor de N260 een toename van het aantal personen binnen het plangebied van 123 in de dagperiode en 75 in de nachtperiode.
5.2.2
Inventarisatie personendichtheid N260
Op basis van de in paragraaf 5.1 omschreven uitgangspunten zijn de in tabel 5.2 omschreven verblijfsgebieden ingevoerd in het rekenmodel voor de groepsrisicoberekeningen. Voor deze inventarisatie zijn de navolgende bestemmingsplannen via Ruimtelijke Plannen geraadpleegd: Vossenberg West II; Stadsrand Dalem-Reeshofweide 2013; Noordwesttangent gedeelte Dalem Zuid – Vossenberg West; Buitengebied gemeente Gilze en Rijen; Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010. De ligging van de verblijfsgebieden voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is weergegeven in figuur 5.1 en een afbeelding van de verblijfsgebieden uit het rekenmodel is als bijlage 2 bijgevoegd. Tabel 5.2: Bevolkingsdichtheid verblijfsgebieden N260 ID O1 O2 O3 O4 O5 O6 O7 W1 W2 W3 W4
Omschrijving Bestemming bedrijventerrein 40 personen per hectare Agrarisch buitengebied 1 persoon per hectare Agrarisch buitengebied 1 persoon per hectare (plangebied bestaand) Agrarisch buitengebied 1 persoon per hectare Woongebied Ravensteinerf (82 woningen) Woongebied Renesselaan (94 woningen) Bestemming gemengd Basisschool + kinderopvang1) Agrarisch buitengebied 1 persoon per hectare Bestemming bedrijf Agrarisch buitengebied 1 persoon per hectare Bestemming sport (manege)
Noot 1): Informatie gebaseerd op website basisschool en directie kinderopvang.
Aanwezigheid Dag Nacht 100% 20% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 98,4 196,8 112,8 225,6 600 30 100% 100% 20 4 100% 100% 20 5
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 14
De verblijfsgebieden voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zijn in het rekenmodel aangegeven als N2 voor de patiowoningen en N3 voor de volkstuinen. Figuur 5.1: Ligging verblijfsgebieden invloedsgebied stofcategorie GF3 transportroute N260.
W2
W1 O1
N3
O2
N2
W3 O4
O5
O7 O6 W4
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
6
6.1
20150138-01 december 2017 blad 15
GROEPSRISICOBEREKENINGEN TRANSPORTROUTES
Algemeen
Het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet geven aan op welke wijze het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bepaald en beoordeeld moet worden. Dit besluit sluit zoveel mogelijk aan bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en hanteert ook de veiligheidsparameters plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Aanvullend aan deze aspecten zijn regels opgenomen voor het verantwoorden van nieuwbouw van objecten binnen een plasbrandaandachtsgebied. Een plasbrandaandachtsgebied heeft een afstand van 30 meter uit de rechterrand van de rijstrook. Van een plasbrandaandachtsgebied is sprake wanneer er meer dan 4.000 transporten aan brandbare vloeistoffen (LF1) plaatsvinden. In deze situatie is hier sprake van maar de ruimtelijke ontwikkeling is gelegen op een afstand van circa 70 meter uit de rand van de weg. Het plasbrandaandachtsgebied is dan ook niet relevant voor deze ontwikkeling. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde van PR 10-6 voor kwetsbare objecten en voor het groepsrisico een oriëntatiewaarde (OW) per transportroute per kilometer per jaar: 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; 10-8 voor een ongeval met ten minste 1000 dodelijke slachtoffers; 6.2
Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen
In paragraaf 4.2 zijn de vervoersgegevens voor de transportroute N260 aangegeven. 6.3
Rekenmodel risicoberekeningen
Voor de uitvoering van de risicoberekeningen is gebruik gemaakt van het rekenmodel RBM II, versie 2.3. Met dit rekenmodel wordt het plaatsgebonden risico en het groepsrisico inzichtelijk gemaakt. Voor het uitvoeren van de berekeningen zijn de volgende gegevens van belang: de transportintensiteiten op jaarbasis en de aard van de stoffen; het wegtype; breedte transportroute; het aantal personen dat langs een transportroute blootgesteld wordt aan de gevolgen van een mogelijk ongeval; de kans op een ongeval. Bij de uitvoering van de risicoberekeningen is uitgegaan van het weerstation Gilze Rijen. De kans op een ongeval is gebaseerd op een standaard faalfrequentie welke bepaald wordt door het type transportroute. In dit onderzoek is voor het transport over de weg uitgegaan van het type weg ‘buiten de bebouwde kom’ met een faalfrequentie per jaar van 3,6 x 10-7 per afgelegde km per transporteenheid.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
6.4
20150138-01 december 2017 blad 16
Rekenresultaten risicoberekening N260
In deze paragraaf zijn de uitkomsten van de risicoberekening samengevat. Een uitgebreide rapportage van de uitgevoerde berekeningen is als bijlage 3 en 4 bijgevoegd.
6.4.1
Het plaatsgebonden risico
Voor transportroutes die vallen onder het Basisnet weg hoeft het plaatsgebonden risico niet berekend te worden. Voor deze wegen is een risicoplafond vastgelegd in de Regeling Basisnet. Voor transportroutes die niet vallen onder het Basisnet is het aannemelijk dat er geen sprake is van de aanwezigheid van een relevante PR 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico. Middels een risicoberekening dient dit in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing nader aangetoond te worden. Uit de risicoberekening van het plaatsgebonden risico blijkt dat voor de N260 sprake is van de aanwezigheid van de volgende PR contouren: PR 10-6 4 meter PR 10-7 45 meter 112 meter PR 10-8 Gelet op de ligging van het volkstuinencomplex op een afstand van 50 meter uit het midden van de weg kan gesteld worden dat het plaatsgebonden risico geen beperking geeft voor de ruimtelijke ontwikkeling. De patiowoningen zijn gelegen op een afstand van circa 300 meter uit het midden van de weg.
6.4.2
Het groepsrisico
Het groepsrisico is berekend voor twee scenario’s. Scenario 1: Autonome situatie zonder invloed ruimtelijke ontwikkeling Scenario 2: Toekomstige situatie met invloed ruimtelijke ontwikkeling Door de scenario’s met elkaar te vergelijken, is de invloed van de nieuwe ontwikkeling op het groepsrisico inzichtelijk gemaakt. Uit de berekening van de FN-curve blijkt dat voor beide scenario’s het groepsrisico, de oriëntatiewaarde (OW), ruim wordt onderschreden. De FN-curven zijn weergegeven in de figuren 6.1 t/m 6.3 en kwantitatief in tabel 6.1. De in tabel 6.1 aangegeven normwaarde zijn met een factor 100 verhoogd om het rekenresultaat te kunnen vergelijken met 1 maal de oriëntatiewaarde (1 x OW). De overschrijdingsfactor heeft betrekking op de waarde geldend voor het hoogste groepsrisico per kilometer. Tabel 6.1: Omvang groepsrisico N260 scenario 1 en 2 Omschrijving Normwaarde Maximaal aantal slachtoffers Maximale frequentie
Scenario 1 Autonome situatie 0,018 (404: 1,1 x 10-9) 404 (404: 1,1 x 10-9) 1,3 x 10-8 (11: 1,3 x 10-8)
Scenario 2 Toekomstige situatie 0,018 (404: 1,1 x 10-9) 404 (404: 1,1 x 10-9) 1,6 x 10-8 (11: 1,6 x 10-8)
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 17
Toelichting omschrijving: Normwaarde: De maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Bij een berekende normwaarde van > 0,01 is sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Bij de berekende normwaarde wordt het aantal daarbij behorende slachtoffers vermeld. Voor de leesbaarheid en duidelijkheid is de normwaarde in de rapportage met een factor 100 verhoogd zodat 1 x OW gelijk is aan de oriëntatiewaarde. Maximaal slachtoffers: Het maximaal aantal slachtoffers met bijbehorende frequentie. Maximale frequentie:
De maximale frequentie bij 10 of meer slachtoffers.
Figuur 6.1: FN-curve N260 scenario 1 autonome situatie Max F
oriëntatiewaarde
normwaarde
Max N
Onderschrijding oriëntatiewaarde 0,018 x OW
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 18
Figuur 6.2: FN-curve N260 scenario 2 toekomstige situatie
Onderschrijding oriëntatiewaarde 0,018 x OW Figuur 6.3: Vergelijking FN-curves N260 maatgevende kilometer
De rode lijn betreft de FN-curve van de bestaande situatie en de blauwgroene lijn van de nieuwe situatie. Uit de vergelijking van beide curve blijkt dat er tot een groepsgrootte van circa 65 personen sprake is van een lichte toename van een kans op een ongeval en dat vanaf een groepsgrootte van meer dan 65 personen de hoogte van het groepsrisico voor beide scenario’s gelijk aan elkaar is. De normwaarde voor beide scenario’s is voor de maatgevende kilometer gelijk aan elkaar. Op basis hiervan kan dan ook gesteld worden dat er geen sprake is van een toename van het groepsrisico. Uit de beoordeling van de rekenresultaten en de FN-curves kunnen de volgende conclusies worden herleid. De oriëntatiewaarde voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N260 wordt voor zowel de bestaande situatie als de toekomstige situatie ruim onderschreden en blijft voor de maatgevende kilometer gelijk en bedraagt 0,018 x OW. Het maximum aantal dodelijke slachtoffers bedraagt zowel voor de autonome situatie als voor de nieuwe situatie 404 personen bij een ongevalfrequentie van 1,1 x 10-9 per jaar.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 19
De kans dat er sprake is van een ongeval met meer dan 10 dodelijke slachtoffers neemt toe van 1,3 x 10-8 naar 1,6 x 10-8..
In figuur 6.4 is een afbeelding weergegeven van de ligging van de maatgevende kilometer waar sprake is van het hoogste groepsrisico. Figuur 6.4: Situering kilometer met het hoogste groepsrisico
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
20150138-01 december 2017 blad 20
In figuur 6.4 geven de punten met een blauwgroene omranding aan het traject van de maatgevende kilometer en het punt met gele omranding het deel waar sprake is van het hoogste groepsrisico. Uit de figuur kan herleid worden dat het traject van de maatgevende kilometer gelegen is ten zuiden van het de locatie Reeshofweide. Dit verklaart ook waarom er geen sprake is van een toename van de hoogte van het groepsrisico. Het hoogste groepsrisico is gelegen ter hoogte van verblijfsgebied O7, basisschool en kinderopvang. Op basis van de uitgevoerde risicoberekeningen en uit de vergelijking van de FN-curven kan gesteld worden dat de ruimtelijke ontwikkeling geen toename geeft van de hoogte van het groepsrisico en dat deze ruim blijft onder de oriëntatiewaarde van 1 x OW en zelfs niet hoger is dan 0,1 x OW. Op grond van artikel 8 lid 2 van het Betv is in deze situatie geen verantwoording van de toename van de hoogte van het groepsrisico noodzakelijk. De verantwoording van de hoogte van het groepsrisico kan dan ook beperkt blijven tot deze constatering. Wel is het van belang om vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bij de ruimtelijke uitwerking van het plan o.a.
rekening te houden met de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van de personen binnen het plangebied, de inzetbaarheid van de hulpdiensten en de mogelijkheden tot bestrijdbaarheid bij calamiteiten.
AGEL adviseurs D01 Groepsrisicoberekening Externe Veiligheid Transportroute N260 Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg
7
20150138-01 december 2017 blad 21
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
In opdracht van Fundament Real Estate is door AGEL adviseurs een onderzoek gedaan naar de hoogte van het groepsrisico voor de Burgemeester Letschertweg (N260 westtangent Tilburg) nabij het ontwikkelingsgebied Reeshofweide. Deze transportroute voor wegverkeer is gelegen ten westen van deze locatie en het invloedsgebied voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is gelegen over een deel van het ontwikkelingsgebied. De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bestaat o.a. uit de realisatie van een woongebouw bestaande uit maximaal 35 geschakelde patiowoningen en een volkstuincomplex. De afstand van de weg tot het volkstuincomplex bedraagt circa 70 meter en tot de patiowoningen 300 meter. De berekeningen van het groepsrisico zijn uitgevoerd met de voorgeschreven rekenprogramma’s RBMII voor transportroutes. De in de berekening aangehouden vervoersintensiteiten zijn gebaseerd op de door de gemeente Tilburg beschikbaar gestelde informatie. Over de N260 vindt vervoer plaats van brandbare vloeistoffen en brandbare gassen. De vervoersintensiteiten zijn aangepast vanwege de autonome groei voor het vervoer aan gevaarlijke stoffen. Als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is er binnen het plangebied sprake van een toename van de personendichtheid.
Voor de dagperiode neemt het aantal personen toe van circa 9 personen naar 132 personen en voor de nachtperiode van circa 9 personen naar 84 personen. Uit de resultaten van de groepsrisicoberekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de hoogte van het groepsrisico. Voor zowel de autonome situatie als voor de nieuwe situatie is de hoogte van het groepsrisico 0,018 x OW en wordt de oriëntatiewaarde ruim onderschreden. Het traject van de maatgevende kilometer voor de beoordeling van het groepsrisico is gelegen ten zuiden van de ontwikkelingslocatie en verklaart hiermee waarom er geen sprake is van een significante toename van het groepsrisico. Op basis van de rekenresultaten kan gesteld worden dat de hoogte van het groepsrisico voor de N260 lager is dan 0,1 x OW en er geen verantwoording van de toename van de hoogte van het groepsrisico noodzakelijk is. Omdat de ruimtelijke ontwikkeling gelegen is binnen het invloedsgebied van een transportroute is wel een verantwoording van de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en inzetbaarheid van hulpdiensten noodzakelijk. In een seperate memo worden deze beschreven.
BIJLAGE 1 VERVOERSGEGEVENS GEVAARLIJKE STOFFEN
Van: Vleer, Chris Verzonden: donderdag 16 april 2015 15:14 Aan: 'Cees Machielsen' Onderwerp: RE: Onderzoek EV onderzoek ruimtelijke ontwikkeling Reeshofweide te Tilburg
Cees, De vervoersintensiteiten die we destijds hebben opgenomen in ons beleid zijn toen afgestemd met RWS (Manon Kruijsdijk), hiervoor zijn aannames gedaan in relatie met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A58. Als het vervoer gevaarlijke stoffen over de A58 nog steeds vergelijkbaar is als toen in 2010 dan kun je deze natuurlijk gebruiken. Echter als deze afwijken zullen we de transportgegevens in de berekening ook moeten aanpassen. Bijgevoegd een rapport wat je aan info helpt mbt de tangent, is gemaakt om de routering aan te passen, wat we nog niet hebben gedaan. Bijgevoegd heb ik de tekst uit deel B van het bestemmingsplan waarin de huidige situatie is beschreven.
Hopelijk kun je hiermee vooruit. Met vriendelijke groet, Chris Vleer
T 0135428808
BIJLAGE 2 AFBEELDING VERBLIJFSGEBIEDEN
Verblijfsgebieden N260 omgeving plangebied Reeshofweide