CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen-b001 Groene Zoom

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)31.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de voorgeschreven hoogte en breedte als bedoeld in artikel 2.2.3.7, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

pagina 16 van 16

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT

Projectnummer:

2020035.G1

Revisie:

1

Rapportdatum:

24 juli 2019

Auteur:

R.E.S.S. Vliex

Opdrachtgever:

De heer D. van Griensven Sint Ignatiusstraat 61 4817 KB BREDA

Contactpersoon:

de heer D. van Griensven

Deze rapportage is gebaseerd op de wet- en regelgeving, die ten tijde van het opstellen van de rapportage van toepassing was. Indien u de rapportage niet direct gebruikt, dient u er rekening mee te houden dat wet- en regelgeving aan verandering onderhevig zijn en de rapportage naar verloop van tijd mogelijk (op onderdelen) niet meer correct is. Bij twijfel hierover kunt u met ons contact opnemen, zodat wij u kunnen adviseren over de bruikbaarheid van de rapportage.

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing Gripvelden 113 4707 ZC Roosendaal T: 0165-395144 M: 06-53993634 E: info@vliexakoestiek.nl

INHOUDSOPGAVE

1. 2.

3.

4.

5. 6.

INLEIDING WETELIJK KADER 2.1 Zones langs wegen 2.2 Zones langs spoorwegen 2.3 Normen wegverkeerslawaai en spoorweglawaai 2.4 Aftrek conform artikel HOg Wgh 2.5 Verzoek hogere waarde 2.5.1 Algemeen 2.5.2 Voorwaarden verzoek hogere waarden 2.6 Dove gevel 2.7 Gecumuleerde geluidbelasting UITGANGSPUNTEN 3.1 Situatie 3.2 Wegverkeersgegevens 3.3 Spoorwegverkeersgegevens 3.4 Rekenmodellen ten behoeve van de overdrachtsberekening REKENRESULTATEN 4.1 Resultaten wegverkeerslawaai 4.2 Resultaten spoorweglawaai 4.3 Cumulatie van geluid ANALYSE REKENRESULTATEN EN MAATREGELEN CONCLUSIES 6.1 Wegverkeerslawaai 6.2 Spoorweglawaai 6.3 Geluidluwe gevel en buitenruimte

pagina

1 2 2 2 3 3 4 4 4 5 5 6 6 6 7 8 9 9 9 9 11 15 15 15 15

FIGUREN

Figuur 1: Figuur 2: Figuur 3: Figuur 4: Figuur 5:

grafisch weergave beoogde ontwikkeling grafisch overzicht te ontwikkelen perceel en naaste omgeving grafisch overzicht ingevoerde objecten, wegen, schermen en bodemgebieden grafisch overzicht ingevoerde objecten, spoorlijnen, hoogtelijnen, schermen en bodemgebieden grafisch overzicht ingevoerde rekenpunten

BIJLAGEN

Bijlage I: Bijlage II: Bijlage III: Bijlage IV: Bijlage V: Bijlage VI: Bijlage VII:

verkeerscijfers invoergegevens rekenresultaten wegverkeer rekenresultaten spoorverkeer gecumuleerde geluidbelasting bepaald conform art. HOf Wgh relevante gegevens uit het Nalevingsverslag spoorwegen 2018 brief gemeente Tilburg van 23 maart 2020

1.

INLEIDING

In opdracht van de heer Van Griensven is door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing een onderzoek verricht naar de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeer en spoorverkeer op het perceel dat gelegen is aan De Kraan 90 te Berkel-Enschot. De intentie is om op dit perceel een woning te realiseren. In figuur A is een globale grafische weergave van het te ontwikkelen perceel en het te realiseren bouwblok opgenomen.

Figuur A:

grafische weergave globale ligging te ontwikkelen percelen

Op het perceel aan het adres De Kraan 90 te Berkel-Enschot is op dit moment één vrijstaande woning aanwezig. De bedoeling is het perceel te splitsen, als aangegeven in figuur A, en op het afgesplitste deel van het perceel een nieuwe woning te realiseren. In figuur 1 is eveneens een grafische weergave opgenomen van de beoogde ontwikkeling. Omdat het plan gelegen is binnen de geluidzones van twee wegverkeerswegen (De Kraan en de Koningsoordlaan) en de geluidzone van een spoorlijn (traject Tilburg - 's-Hertogenbosch), is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de beoogde ontwikkeling vanwege wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.

De in het onderhavige onderzoek gehanteerde kaartmateriaal is aangeleverd door de heer Van Griensven. De wegverkeersgegevens zijn aangeleverd door de gemeente Tilburg. De gegevens ter bepaling van de geluidbelasting vanwege de spoorlijn zijn afkomstig uit het Geluidregister spoor. In de verschillende figuren en bijlagen in deze rapportage is detailinformatie opgenomen, waaronder de rekenresultaten en de belangrijkste ingevoerde modelgegevens. Voorliggende rapportage is het verslag van het uitgevoerde onderzoek.

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

1

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

2.

WETTELIJK KADER

2.1

Zones langs wegen

Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh), eerste lid, hebben alle wegen een geluidzone, met uitzondering van: le wegen die binnen een als woonerf aangeduid gebied zijn gelegen; 2e wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Een geluidzone is een aandachtsgebied dat zich aan weerszijden van een weg even ver uit de as uitstrekt en waar een onderzoeksplicht van toepassing is in het kader van de Wgh, indien daarbinnen sprake is van, onder andere, oprichting of wijziging van gevoelige bestemmingen (waaronder woningen). De ruimte boven en onder een weg behoort eveneens tot de zone van een weg.

De breedte van een zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving: stedelijk dan wel buiten stedelijk gebied (zie tabel 2.1). Volgens artikel 1 van de Wgh moet als stedelijk gebied worden aangemerkt het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs auto(snel)wegen. Tabel 2.1: Breedte van de geluidzone in relatie tot gebiedstypering en het aantal rijstroken.

____________ breedte van de geluidzone (m)__________________ buiten stedelijk gebied_____________ stedelijk gebied__________ 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 ___________ 1 of 2__________________________ 250____________________________ 200_______________ aantal rijstroken

Opmerking: de breedte van de geluidzone wordt gerekend vanaf de binnenzijde van de kantstreep van de buitenste rijstrook.

Ter hoogte van het plangebied bedraagt de zone van de Koningsoordlaan 20 m en van De Kraan 250 m.

2.2

Zones langs spoorwegen

De omvang van de geluidzone (het planologisch aandachtsgebied) langs een spoorweg is afhankelijk van het feit of de spoorweg is aangegeven op de geluidplafondkaart of de zonekaart. Spoorweg aangegeven op de geluidplafondkaart Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh) de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. De ruimte boven en onder de spoorweg behoort tot de zone. Opgemerkt wordt dat deze geluidzone (het planologisch aandachtsgebied) alleen geldt bij het ruimtelijk mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Spoorweg aangegeven op de zonekaart Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de zonekaart wordt in artikel 1.4 Bgh de omvang van de geluidzone geregeld. De zone strekt zich uit vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven op die

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

2

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

kaart. De ruimte boven en onder de spoorweg behoort tot de zone. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone langs een spoorweg onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 25 tot maximaal 100 meter. Opgemerkt wordt, dat deze geluidzone bij het ruimtelijk mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alsmede bij de aanleg/wijziging van spoorwegen die zijn aangegeven op de zonekaart geldt. De spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch is aangegeven op de geluidplafondkaart en heeft ter hoogte van het plan een zonebreedte van 600 m.

2.3

Normen wegverkeerslawaai en spoorweglawaai

Bij de beoordeling van een (toekomstige) akoestische situatie worden normen gehanteerd zoals vermeld in de Wgh. Deze normen hebben betrekking op geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Per type geluidgevoelige bestemming zijn er voor op de gevel, afhankelijk van de situatie, twee normen: een voorkeursgrenswaarde (streefwaarde) en een maximale ontheffingswaarde (norm die nimmer overschreden mag worden). Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden kan, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria, ontheffing worden verleend tot maximaal de maximale ontheffingswaarde. Voor toetsing van het geluidniveau aan de buitenzijde van een geluidgevoelige bestemming aan de normen van de Wgh wordt gebruik gemaakt van het begrip Lden. Deze grootheid staat voor de geluidbelasting, uitgedrukt in dB, op een bepaalde plaats en vanwege een bepaalde geluidbron over alle perioden van de dag - van 07.00 - 19.00 uur (dagperiode), van 19.00 23.00 uur (avondperiode) en van 23.00 - 07.00 uur (nachtperiode) - gemiddeld over een jaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de hinderbeleving in de verschillende onderscheiden delen van de dag: voor de avondperiode wordt een 'straffactor' van 5 dB meegenomen en voor de nachtperiode een factor van 10 dB.

Omdat er sprake is van een buiten stedelijke situatie, geldt ter plaatse van de te projecteren woningen voor het aspect wegverkeerslawaai een voorkeursgrenswaarde op de gevel van 48 dB Lden, met een maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden. Voor spoorweglawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB Lden, met een maximale ontheffingswaarde van 68 dB Lden. In de geluidgevoelige ruimten, waarin het plan voorziet, mag op grond van het Bouwbesluit geen hoger geluidniveaus dan Lden = 33 dB optreden vanwege het geluid van buiten.

2.4

Aftrek conform artikel HOg van de Wgh

Al de in de Wgh genoemde grenswaarden voor de gevelbelasting vanwege wegverkeerslawaai betreffen de waarden na de toegestane aftrek volgens artikel HOg van de Wgh. De numerieke invulling van deze aftrek is in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 geregeld. Conform dit artikel bedraagt de aftrek 2 dB(A) voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en 5 dB(A) voor de wegen met een snelheid lager dan 70 km/uur. Het argument voor het mogen toepassen van deze aftrek is dat auto's in de toekomst stiller zullen worden als gevolg van voortschrijdende AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

3

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

verbeteringen aan motoren en banden.

2.5

Verzoek hogere waarden

2.5.1

Algemeen

De Wgh en het Bgh hebben als uitgangspunt, dat in nieuwe situaties wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De Wgh staat echter toe dat een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde wordt vastgesteld (in de meeste gevallen door het college van burgemeester en wethouders), mits deze waarde de maximaal toelaatbare geluidbelasting (maximale ontheffingswaarde) niet overschrijdt. De noodzaak om af te wijken van de voorkeursgrenswaarde moet echter duidelijk worden aangetoond en gemotiveerd. Een hogere waarde mag alleen worden verleend wanneer toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Om te bepalen of er sprake is van "overwegende bezwaren van financiële aard" kan bij wegverkeerslawaai en spoorweglawaai gebruik gemaakt worden van het doelmatigheidscriterium in de "Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder".

2.5.2

Voorwaarden verzoek hogere waarden

In hoofdstuk 5 van het Bgh is vermeld wie een verzoek tot een besluit hogere waarden kan indienen. Dit is afhankelijk van of het een zone rond een industrieterrein, dan wel een zone langs een weg of spoorweg betreft. Daarnaast is in hoofdstuk 5 van het Bgh (eerste lid artikel 5.4) vastgelegd aan welke eisen het verzoek om hogere waarden ten minste moet voldoen. In het tweede lid van art. 5.4 Bgh is aangegeven, dat bij het verzoek om hogere waarden zich één of meer kaarten dienen te bevinden met een bijbehorende verklaring. De voorschriften waaraan die kaart of kaarten moeten voldoen zijn opgenomen in het vierde lid van artikel 3.8 uit het Bgh.

Naast het gestelde in artikel 5.4 Bgh heeft de gemeente Tilburg een 'hogere waardenbesluit' vastgesteld. In dit besluit heeft de gemeente Tilburg vastgesteld onder welke voorwaarden het college van burgemeester en wethouders hogere waarden vaststellen. De gemeente heeft in haar beleid bepaald dat, bij herziening, wijziging van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen met buitenplanse afwijking wordt bij woningbouw als eis gesteld dat de gecumuleerde geluidbelasting Lcum op de geluidluwe gevel en in de buitenruimte niet meer mag bedragen dan 55 dB. In deze gevel moet een te openen deel (raam of deur) aanwezig zijn. Hierdoor kunnen bewoners de woning ventileren zonder in de herrie te zitten. Daarnaast heeft de bewoner de mogelijkheid om in de geluidluwe buitenruimte te verblijven. Bij een hogere waarde van meer dan: • 53 dB wegverkeerslawaai of • 60 dB railverkeerslawaai • 50 dB(A) industrielawaai dient tenminste één buitenruimte van een woning of ander geluidgevoelig gebouw aan een geluidsluwe gevel te zijn gelegen. Elke woning heeft een geluidsluwe gevel. Bij het van toepassing AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

4

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

zijn van een geluidsluwe gevel dient op elke verdieping met één of meer verblijfsruimten, tenminste één verblijfsruimte verblijfsruimte (bij voorkeur in te richten als slaapkamer) aan de geluidsluwe gevel te zijn gelegen.

2.6

Dove gevel

Ingevolge het vierde lid van artikel lb van de Wgh wordt onder een gevel in de zin van die wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Indien een gevel aan de vorenstaande bepalingen voldoet, is er sprake van een zogenaamde dove gevel. Op een dove gevel zijn de grenswaarden niet van toepassing.

2.7

Gecumuleerde geluidbelasting

Indien een geluidgevoelige bestemming geprojecteerd is binnen meerdere zones, dan dient ingevolge artikel HOf Wgh onderzoek uitgevoerd te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Deze gecumuleerde geluidbelasting dient vastgesteld te worden als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Allereerst wordt vastgesteld of van een relevante blootstelling door verschillende geluidsbronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde wordt overschreden. In dat geval dient bij de bepaling van de gecumuleerde geluidsbelasting rekening gehouden te worden met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidsbronnen.

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

5

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

3

UITGANGSPUNTEN

3.1

Situatie

Het ontwikkelingsperceel is gelegen ten zuiden van de woning De Kraan 90 te Berkel-Enschot. In figuur 2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van zijn naaste omgeving grafisch weergegeven. Het plan voorziet in een bouwblok op een deel van een af te splitsen perceel. Binnen het bouwblok bestaat de mogelijkheid om een vrijstaande woning met twee bouwlagen te realiseren. Bij brief van 23 maart 2020, met kenmerk Z-WABO_VO-2019-O1387 / 1187630, zie bijlage VII, heeft de gemeente aangegeven onder welke voorwaarden een woning op het betreffende perceel mogelijk is. Zo moeten de volgende situeringsrichtlijnen in acht genomen worden: Er wordt gekozen voor een laag, langgerekt en landelijke bouwvolume parallel aan de straat (type langgevelboerderij); Eventuele bijgebouwen worden in het geheel achter de woning geplaatst; Het grondvlak van de nieuwe woning is maximaal 14 x 8 meter; De goot- en nokhoogte van de nieuwe woning zijn maximaal 3 en 8 meter; Aan weerszijden van de nieuwe woning is ruimte voor zijtuinen van minimaal 3 meter breed; Ook aanliggende percelen hebben een zijtuin van minimaal 3 meter breed. Dat betekent dat de afstand tot de garage van de huidige woning minimaal 6 meter bedraagt.

De te realiseren woning is ingevolge de Wgh een geluidgevoelige bestemming en is geprojecteerd binnen de geluidzones van de spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch en de Koningsoordlaan en De Kraan.

3.2

Wegverkeersgegevens

In de Wgh is voorgeschreven dat voor nieuwe situaties (bijvoorbeeld bouw van een woning) een bepaling van de geluidbelasting moet plaatsvinden voor een toekomstige situatie die ten minste 10 jaar verder ligt dan de datum van het vaststellen van het bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning. Voor de berekeningen van de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai is uitgegaan van de verkeersintensiteiten, zoals deze zijn verkregen van de gemeente Tilburg, zie bijlage I. De verkeersintensiteiten hebben betrekking op het peiljaar 2030. De verkeersparameters van de relevante wegen zijn in de tabellen 3.1 tot en met 3.3 opgenomen. Tabel 3.1:

Verkeersgegevens De Kraan

Weg:

De Kraan

Etmaalintensiteit 2030:

900

Type wegdekverharding:

DAB (WO)

Snelheid:

60 km/h dagperiode (07.00 - 19.00 uur)

Uur intensiteit Lichte motorvoertuigen Middelzware motorvoertuigen Zware motorvoertuigen

6,70 94,91 3,11 1,97

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

6

Verdeling (in %) avondperiode (19.00 - 23.00 uur) 3,47 97,50 1,76 0,74

nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) 0,72 95,39 2,66 1,95

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

Tabel 3.2:

Verkeersgegevens Koningsoordlaan (zuidwestelijk van de rotonde)

Weg:

Koningsoordlaan (zuidwestelijk van de rotonde)

Etmaalintensiteit 2030:

6.990

Type wegdekverharding:

DAB

Snelheid:

50 km/h

Uur intensiteit Lichte motorvoertuigen Middelzware motorvoertuigen Zware motorvoertuigen

dagperiode (07.00 - 19.00 uur) 6,46 93,98 3,28 2,74

Tabel 3.3:

Verdeling (in %) avondperiode (19.00 - 23.00 uur) 3,81 97,06 1,79 1,16

nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) 0,90 94,00 3,24 2,76

Verkeersgegevens Koningsoordlaan (noordoostelijk van de rotonde)

Weg:

Koningsoordlaan (noordoostelijk van de rotonde)

Etmaalintensiteit 2030:

3.210

Type wegdekverharding:

Dunne deklaag type B

Snelheid:

50 km/h

dagperiode (07.00 - 19.00 uur)

Uur intensiteit Lichte motorvoertuigen Middelzware motorvoertuigen Zware motorvoertuigen

6,46 93,98 3,28 2,74

Verdeling (in %) avondperiode (19.00 - 23.00 uur)

nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) 0,90 94,00 3,24 2,76

3,81 97,06 1,79 1,16

Opgemerkt wordt, dat voor de rotonde een jaargemiddelde etmaalintensiteit is gehanteerd van 4.660 motorvoertuigen, een rijsnelheid van 30 km/h en DAB als wegdekverharding.

3.3

Spoorwegverkeersgegevens

Om de geluidbelasting vanwege het spoorverkeer in de toekomstige situatie te berekenen, dienen de berekeningen te worden uitgevoerd met de gegevens uit het Geluidregister spoor (http://www.geluidspoor.nl/geluidregisterspoor.html), als bedoeld in artikel 11.25 en 11.46 van de Wet milieubeheer. De eerste brondata in het geluidregister is, op enkele uitzonderingen1 na, gebaseerd op het gemiddelde van de realisatiecijfers van de jaren 2006, 2007 en 2008. Op de berekende geluidbelasting dient een plafondcorrectiewaarde van -1,5 dB toegepast te worden om de uiteindelijke, toekomstige geluidbelasting te verkrijgen (werkruimte). Ten behoeve van voorliggend onderzoek zijn de relevante gegevens uit het Geluidregister spoor gehaald (de uit het Geluidregister spoor verkregen gegevens zijn gedownload op 6 juni 2020). Voor een overzicht van de gebruikte spoorwegverkeerskenmerken wordt derhalve verwezen naar het Geluidregister spoor.

Van gemeentewege is aangegeven, dat een groot deel van de spoorlijn ter hoogte van het plangebied voorzien is van een scherm (tegenover het plangebied) en van spoordempers (zie bijlage I). In het onderzoek is hiermee rekening gehouden. Voor het deel van het spoortraject dat voorzien is van spoordempers is een reductie van 3 dB in rekening gebracht. In het onderzoek zijn, voor zover als relevant, tevens andere spoorlijnen betrokken.

1

Deze uitzondering zijn genoemd in tabel 3 van bijlage 2 bij het Besluit geluid milieubeheer.

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

7

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

3.4

Rekenmodellen ten behoeve van de overdrachtsberekening

Ter bepaling van de te verwachten geluidbelasting op het te ontwikkelen perceel is een computermodel opgebouwd. In dat model zijn verschillende ruimtelijke kenmerken, die voor de geluidoverdracht van belang zijn, ingevoerd. Op basis van de aangeleverde gegevens en de gegevens uit de Publieke Dienstverlening Op de Kaart is het plangebied en zijn omgeving in het bronnenmodel ingevoerd. Figuur 1 is gebruikt om binnen het bouwblok een woning te modelleren. Er zijn twee varianten gemodelleerd, te weten: • woning op een minimale afstand van De Kraan; • woning op een maximale afstand van De Kraan.

Op de gevels van de te realiseren woning zijn rekenpunten gelegd. Omdat het de intentie is om de woning te voorzien van twee bouwlagen zijn de rekenpunten op 1,5 m en 4,5 m hoogte; deze hoogten komen in onderhavige situatie overeen met de menselijke waarneemhoogten op de verschillende bouwlagen. Het programma dat is gebruikt voor het opbouwen van het akoestisch rekenmodel en het uitvoeren van de berekeningen is Geomilieu V2020.0 van DGMR Software BV. Dit programma voldoet aan de eisen die gesteld worden aan software voor het gedetailleerd bepalen van geluidbelastingen voor wegverkeers-, spoorweg- en industrielawaai. Het gehanteerde rekenprogramma voldoet aan de eisen uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012; de regeling van 12 juni 2012, houdende regels voor het berekenen en meten van geluidbelasting ingevolge de Wgh.

Ten behoeve van de berekeningen van de geluidbelasting is uitgegaan van een bodemfactor van 0,9 (10% harde/90% zachte bodem), voor zover niet anders aangegeven. Ten behoeve van de bepaling van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer en de spoorlijnen is gerekend met een zichthoek van 2° en één reflectie.

Voor wegverkeerslawaai zijn de belangrijkste onderdelen (zoals: de ligging en hoogte van bebouwing en wegkenmerken als verkeersintensiteit, snelheid, wegdektype en verdeling over de verschillende soorten motorvoertuigen) in het opgebouwde model opgenomen. Ook voor spoorweglawaai zijn de belangrijkste onderdelen (zoals: de ligging en hoogte van bebouwing en spoorwegkenmerken als de verschillende categorieën voertuigen en het aantal bakken per uur, de snelheid) in het opgebouwde model opgenomen. Voor een volledig overzicht van alle specifieke kenmerken wordt verwezen naar bijlage II. In deze bijlage zijn, vanwege de hoeveelheid aan data, de gegevens van de ingevoerde hoogtelijnen, bodemgebieden en spoorbanen niet opgenomen. Het rekenmodel is daarom ter beschikking gesteld. De ingevoerde objecten, wegen, schermen en bodemgebieden zijn grafisch weergegeven in figuur 3. Figuur 4 geeft een grafische weergave van de ingevoerde spoorlijnen objecten, schermen en bodemgebieden. Figuur 5 geeft een grafische weergave van de ingevoerde rekenpunten.

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

8

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

4.

REKENRESULTATEN

4.1

Resultaten wegverkeerslawaai

In de bijlage III zijn de rekenresultaten opgenomen van de geluidbelastingen vanwege de verschillende wegverkeerswegen. De in bijlage III opgenomen rekenresultaten zijn exclusief de aftrek als bedoeld in artikel HOg uit de Wgh.

Uit bijlage III blijkt dat voor de woning op een minimale afstand van De Kraan, na toepassing van de aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh (die voor beide relevante wegen 5 dB bedraagt) ten gevolge van De Kraan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden wordt. De berekende geluidbelasting vanwege deze weg bedraagt, na aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh, 53 dB. Vanwege de Koningsoordlaan bedraagt de berekende geluidbelasting, na aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh, ten hoogste 40 dB. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege het wegverkeer bedraagt, exclusief de aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh, voor deze situatie ten hoogste 58 dB. Uit bijlage III blijkt tevens dat voor de woning op een maximale afstand van De Kraan, na toepassing van de aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh ten gevolge van De Kraan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden wordt. De berekende geluidbelasting vanwege deze weg bedraagt, na aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh, 50 dB. Vanwege de Koningsoordlaan bedraagt de berekende geluidbelasting, na aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh, ten hoogste 42 dB. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege het wegverkeer bedraagt, exclusief de aftrek als bedoeld in artikel HOg Wgh, voor deze situatie ten hoogste 55 dB.

4.2

Resultaten spoorweglawaai

In de bijlage IV zijn de rekenresultaten opgenomen van de geluidbelastingen vanwege de spoorlijn opgenomen.

Uit bijlage IV blijkt dat voor de woning op een minimale afstand van De Kraan een geluidbelasting berekend is van ten hoogste 62 dB. Uit bijlage IV blijkt tevens dat voor de woning op een maximale afstand van De Kraan een geluidbelasting berekend is van ten hoogste 63 dB.

4.3

Cumulatie van geluid

Daar het te ontwikkelen plan gelegen is binnen de zones van meerdere geluidbronnen waarvoor een hogere waarde verleend dient te worden, dient, ingevolge artikel HOf Wgh, onderzocht te worden wat de effecten zijn van de samenloop van de verschillende bronnen. Bij de cumulatie van geluid wordt per geluidsoort, behalve voor industrielawaai, op basis van de geluidbelastingen in de dagperiode, de avondperiode en de nachtperiode, de Lden-waarden bepaald. Voor industrielawaai worden op basis van de drie periodes etmaalwaarden berekend. Vervolgens worden de 24-uurswaarden van de verschillende geluidssoorten gewogen naar hinderlijkheid conform hoofdstuk 2 'Rekenmethode cumulatieve geluidbelasting' uit bijlage I van het Reken- en AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

9

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

meetvoorschrift geluid 2012 en energetisch gecumuleerd. Bij deze berekeningsmethode worden geen totaalresultaten voor de dag- avond- en nachtperiode getoond.

De cumulatie wordt als volgt berekend: L*rl is de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als een geluidbelasting vanwege spoorwegverkeer. L*rl wordt als volgt berekend: L*rl = 0,95 LRL- 1,40 Bovenstaande geldt mutatis mutandis voor de bronnen luchtvaart (index LL), industrie (index IL) en wegverkeer (index VL). De rekenregels hiervoor zijn: L*LL = 0,98 LLL + 7,03; L*IL = 1,00 LIL + 1,00; L*VL = 1,00 LVL + 0,00.

Als alle betrokken bronnen op deze wijze zijn omgerekend in L*-waarden, kan de gecumuleerde waarde worden berekend door middel van de zogenoemde energetische sommatie. De rekenregel hiervoor is: ^CUM

,v V i nL*« J = ioig £10 fl=l

waarbij gesommeerd wordt over alle N betrokken bronnen en de index n kan staan voor RL, LL, IL en VL.

Voor het te ontwikkelen plan dient voor zowel wegverkeerslawaai als voor spoorweglawaai een hogere waarde verleend te worden. Ingevolge het gestelde in art. HOf Wgh dient daarom de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de spoorlijn en De Kraan bepaald te worden. De berekening van de gecumuleerde geluidbelasting, waarbij ook de geluidbelasting vanwege de Koningsoordlaan betrokken is, is opgenomen in bijlage V. Uit bijlage V blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting, als bedoeld in art. HOf Wgh, voor de woning op een minimale afstand van De Kraan ten hoogste 58 dB bedraagt. Tevens blijkt uit bijlage V dat de gecumuleerde geluidbelasting voor de woning op een maximale afstand van De Kraan ten hoogste 59 dB bedraagt.

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

10

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

5.

ANALYSE REKENRESULTATEN EN MAATREGELEN

Uit bijlage III blijkt, dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai, vanwege De Kraan, afhankelijk van de variant met minimaal 2 dB en maximaal met 5 dB overschreden wordt. Voor de variant woning op een maximale afstand van De Kraan treedt de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op de voorgevel en een deel van de zijgevels op. Bij de andere variant treedt enkel en alleen een overschrijding op de voorgevel op. Uit bijlage IV blijkt dat vanwege het spoorweglawaai de van toepassing zijnde voorkeursgrenswaarde van 55 dB, afhankelijk van de variant, met minimaal 7 dB en maximaal met 8 dB overschreden wordt. Bei beide varianten treedt de overschrijding op ter plaatse van de achtergevel en beide zijgevels. In dit hoofdstuk zal verder ingegaan worden op maatregelen die mogelijkerwijs getroffen kunnen worden om de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarden teniet te doen.

Daar de voorkeursgrenswaarde, voor zowel wegverkeers- als voor spoorweglawaai ter plaatse van de beoogde woning wordt overschreden, dient onderzocht te worden of er maatregelen mogelijk zijn om de gevelbelasting te reduceren. Deze maatregelen kunnen zijn: • maatregelen bij de bron; maatregelen in de overdrachtsweg; maatregelen bij de ontvanger.

Wegverkeersla waai: Van wege De Kraan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 5 dB overschreden. Maatregelen bij de bron De Kraan is voorzien van het referentiewegdek. Om de geluidbelasting van deze weg te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde, voor de situatie waarbij de woning op een minimale afstand van De Kraan gerealiseerd wordt, is een wegdektype benodigd met een geluidreductie van 5 dB of meer ten opzichte van het huidige wegdek. Een dergelijke geluidreductie kan op dit moment met de wegdektypes Microtop en ZSA-SD behaald worden. Om een geluidreductie van 5 dB of meer te realiseren, dient een van deze twee wegdektypes over een lengte van ca. 74 meter aangelegd te worden. In figuur B is het deel van De Kraan grafisch aangeduid waar het betreffende wegdektype aangelegd dient te worden. Voor de situatie waarbij de woning op een minimale afstand van De Kraan gerealiseerd wordt, dient een van deze twee wegdektypes over een lengte van ca. 38 meter aangelegd te worden.

AKOESTISCH ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN EEN PLANOLOGISCHE PROCEDURE NABIJ DE KRAAN 90 TE BERKEL-ENSCHOT 24 juli 2020 2020035.Gl, revisie 1

11

Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10724872/1