CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen-b001 Groene Zoom

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)31.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020038-b001

6 juli 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 4 1.2 Het plangebied 4 1.3 Voorgaande plannen 5 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur 5 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 6 2.1 Rijk 6 2.2 Provincie 7 2.3 Gemeente 9 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 12 3.1 Inleiding 12 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 12 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 12 3.4 Volkshuisvesting 14 3.5 Groen en speelruimte 14 3.6 Verkeer en parkeren 16 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 18 4.1 Inleiding 18 4.2 Milieueffectrapportage 18 4.3 Milieuhinder bedrijven 18 4.4 Externe veiligheid 18 4.5 Vuurwerk 20 4.6 Geluid 20 4.7 Lucht 21 4.8 Geur 22 4.9 Bodem 22 4.10 Natuur en ecologie 22 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 26 5.1 Bestaand watersysteem 26 5.2 Beleidskader 26 5.3 Duurzaam watersysteem 27 5.4 Watertoets 28 Hoofdstuk 6 Opzet planregels 29 6.1 Inleiding 29 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 29 6.3 Bouw- en gebruiksregels 29 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 30 Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 31 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 31 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 31 8.3 Omgevingsdialoog 31 8.4 Zienswijzen 31

Toelichting

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van 1 woning aan de Kraan 90a (naast nr. 90) te Berkel-Enschot. Het betreft de percelen BKL04 sectie A, nrs 5827, 5855 en 5829.

Ten behoeve van de bouw van de woning is het bestaande perceel aan de Kraan 90 gesplitst. Op het perceel is een bijgebouw aanwezig dat voorheen behoorde bij de woning aan de Kraan 90. Gezien de smalle breedte van het perceel aan de voorzijde is een extra strook grond van het buurperceel aangekocht om de nieuwe woning voldoende ruimte te geven. Het bouwen van een woning op dit perceel is in strijd met het bestemmingsplan aangezien er per bestemmngsvlak slechts 1 woning is toegestaan. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat een perceel aan De Kraan in Berkel-Enschot (sectie A nrs. 5827, 5855 en 5829). Het plangebied ligt in het buitengebied gelegen tussen Berkel-Enschot, Udenhout en de stadsrandzone Tilburg-Noord. In de direct omgeving van het plangebied liggen de nieuwe woonwijken Koningsoord in het zuiden en De Nieuwe Warande in het noorden.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

2

Ligging plangebied in Tilburg

1.3 Voorgaande plannen Het bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied De Groene Zoom 2013. In dit bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming 'wonen-buitengebied'. De bouw van een woning is binnen dit bestemmingsplan niet mogelijk, omdat per bestemmingsvlak slechts één woning is toegestaan.

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied ligt in het agrarisch gebied gelegen tussen Berkel-Enschot, Udenhout en de stadsrandzone van Tilburg-Noord. Dit gebied wordt gekenmerkt door een landschap van kampontginningen met plaatselijk akkers met plaggendekken. Bewoning komt hier voor in bebouwingslinten langs de wegen, en in verschillende kleine gehuchten zoals Vijfhuizen, Moleneind en Rugdijk. De kleinschalige verkaveling was in het verleden voorzien van een groot aantal singels en houtwallen en bomenlanen. De gemeente heeft de ambitie om de komende jaren het landschap weer te versterken met deze landschapselementen. Met name langs erven en wegen worden hier aanleidingen voor gezocht. Verder komt op korte afstand van het plangebied het plan Nieuwe Warande tot ontwikkeling. In dit plan worden verschillenden woningen gebouwd op basis van de Ruimte-voor-Ruimte regeling. Hier worden voornamelijk vrijstaande woningen op ruime kavels gerealiseerd. Daarnaast wordt het plan verder aangekleed met houtsingels, bosjes, groenstroken, watergangen en weides. Direct ten westen van het plangebied zal een van deze groenstroken een plek krijgen. Ten noorden van het gebied worden al woningen gebouwd aan De Kraan.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

3

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.

In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

4

moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van 1 woning mogelijk gemaakt. Uit de jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeen dat een bestemmingsplan dat voorziet in niet meer dan 11 woningen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt.

2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

5

Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Voor de onderhavige ontwikkeling geldt dat is gelegen in de Gemengd Landelijk Gebied. Daarbij is het perceel gelegen in een gebied waarbij verstedelijking afweegbaar is. Ten aanzien van woningen geldt in het gemengd landelijk gebied alleen bestaande woningen zijn toegestaan. Voor ruimte-voor-ruimte is echter een uitzondering opgenomen, mits aan de daarvoor geldende regels wordt voldaan. Ingevolge artikel 3.80 van de interim omgevingsverordening kan een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c.

een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet tot) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Op basis van de regeling terzake kunnen ruimte-voor-ruimte kavels worden ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-ruimte. Bij de gewenste ontwikkeling zal dit het geval zijn. Hiervoor zullen voor zover nodig rechten worden aangekocht. Door een bouwtitel te kopen wordt verzekerd dat voor de bouw van deze woning ergens anders in de provincie de benodigde fosfaatrechten zijn ingeleverd. In de hele provincie worden veestallen in het buitengebied afgebroken, fosfaatrechten ingeleverd en mogen in plaats daarvan aan de rand van steden en dorpen bouwkavels en bouwtitels worden uitgegeven. De initiatiefnemer heeft op 28 mei 2021 een koopovereenkomst getekend om de bedoelde bouwtitel aan te kopen. De ruimte-voor-ruimtekavel ligt op een planologisch aanvaardbare locatie. De locatie aan de Kraan is in het raadsbesluit ruimte-voor-ruimtelocaties van 2 december 2013 benoemd als potentiële locatie voor de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling. Ten noorden van De Kraan worden reeds woningen gebouwd in het gebied 'de nieuwe Warande'. De woning sluit hierbij aan op het in ontwikkeling zijnde bebouwingslint van woningen aan De Kraan.

De planlocatie is gelegen in het buurtschap ‘Doode Kraan’(zie historische kaart uit 1925 hieronder). Dit buurtschap is medio 19e eeuw gevormd en is gelegen aan een oude doorvoerroute in het gebied. Het buurtschap bestaat uit een reeks kavels met lintbebouwing aan weerszijden van de weg. Het voorstel gaat uit van een nieuwe woning aan het lint centraal in het buurtschap. Bij de situering van de woning, en de dimensionering van het nieuwe kavel, is rekening gehouden met de bebouwingsstructuur van het buurtschap. Zo is gezocht naar voldoende kavelbreedte en wordt de nieuwe woning grofweg in lijn met de bestaande woningen geplaatst.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

6

Ten behoeve van een zorgvuldige landschappelijke inpassing is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie bijlage 5). Bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan is er rekening mee gehouden het kavel nog niet is verkocht en er geen ontwerp van een woning ligt. Het landschapsplan is dan ook nog niet tot in detail uitgewerkt. De landschappelijke inpassing bestaat in ieder geval uit het aanleggen van een kleine fruitboomgaard aan de achterzijde van het perceel, ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden'. De verplichte landschappelijke inpassing wordt verzekerd door in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting te stellen. Ingevolge de regels kan een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning slechts worden verleend, wanneer sprake is van een goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan. Daarnaast mag de woning pas in gebruik worden genomen, wanneer de landschappelijke inpassing is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Een gedeelte van het perceel heeft de functieaanduiding 'landschapswaarden'. Op dit gedeelte van het perceel mag niet worden gebouwd. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de ruimtelijk relevante regels van de provincie Noord-Brabant.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

7

Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk.

Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn:

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

8

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken

Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

9

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie Het plangebied De groene Zoom ligt in het noordoosten van de gemeente Tilburg en bestaat van oudsher grotendeels uit akkergronden. In het westen liggen woeste, deels drassige heidegronden (De Rauwbraken en De Hemeltjens), in het uiterste oosten De Leemputten. Deze twee gebieden werden rond het midden van de negentiende eeuw deels aangeplant met naaldbomen. Het centrale deel van het plangebied werd ingenomen door akkergronden en de gehuchten Heuveltje, Hoolstraat-Heikant, Berkhoek, De Kraan, Houtsestraat en Brem. In het oosten lag een klein gehucht rond de Kreitenmolen. Het plangebied wordt doorsneden door een aantal noord-zuid lopende wegen waaronder die van Berkel-Enschot en Oisterwijk naar Udenhout. Andere belangrijke routes liepen vanuit Berkel-Enschot, langs Heuveltje naar het noordwesten richting Waalwijk. Over de exacte ouderdom van deze wegen is niets bekend, hoewel delen van de routes al in de Middeleeuwen werden vermeld. Het feit dat een aantal routes lijkt te zijn bepaald door reliëf en/of water, doet vermoeden dat deze van (zeer) hoge ouderdom zijn. Belangrijk waren ook de oversteekplaatsen over de waterlopen, onder andere ten westen van Heuveltje. Dit zijn vaak (zeer) oude schakels in doorgaande routes. Ook de ouderdom van de nederzettingen in het plangebied is niet exact bekend.

Diverse sporen tonen aan dat onder andere delen van de Berkelse akkers al sinds de ijzertijd zijn bewoond, en zeer waarschijnlijk ook al in de steentijd. Ook zijn er aanwijzingen dat er in de vroege Middeleeuwen (permanente) bewoning aanwezig was. De ontginningen rond Udenhout begonnen vanaf de dertiende eeuw, maar ook hier zijn sporen aangetroffen die duiden op eerdere bewoning. In de Middeleeuwen consolideerden de nederzettingen zich op de huidige locaties. In de vijftiende eeuw zijn in de buurten de Dode Kraan en de Levende Kraan reeds bekend. In 1956 is de naam

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

10

De Kraan gegeven aan de weg die vanaf de Enschotsebaan voert naar de Houtsestraat, nabij café De Hemeltjes. Waaraan deze naam zijn betekenis ontleent, is niet duidelijk. Een mogelijkheid is de aanwezigheid van een oude bron ter plaatse, terwijl de Dode Kraan zou duiden op een opgedroogde bron. Een andere mogelijkheid is de aanwezigheid van veel kraanvogels in deze omgeving. Tot ver in de twintigste eeuw bleef de indeling van het plangebied nagenoeg ongewijzigd. De belangrijkste ‘moderne’ ingreep was de aanleg van de spoorlijn van Tilburg naar Nijmegen die in 1881 in gebruik werd genomen. 3.3.2 Archeologie AMK: in of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen terreinen gelegen die zijn opgenomen in de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). IKAW: het plangebied is niet gekarteerd op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de RCE. ArWaTi: het plangebied is gebied is gelegen in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het plangebied heeft op de IKAW, afhankelijk van de bodemkundige en geomorfologische gesteldheid, een lage tot hoge verwachting. De lage verwachting geldt voor het westen en oosten van het plangebied waar zich vroeger woeste en/of moerassige gronden bevonden.

Een uitzondering vormt de locatie van de voormalige Ridderhof in De Hemeltjens, een geïsoleerde (vroeg-)middeleeuwse ontginning. Het centrale deel van het plangebied, waar zich ook de nederzettingen bevinden, heeft een hoge verwachting die naar het westen overgaat in een middelhoge. Ten noorden van het plangebied, waaronder het gebied rondom De Kraan 94 is op de Arwati een hoge verwachting. In 2008 is door Fontys Hogescholen/BILAN een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Groene Zoom: H. van Dijk, Van De Hemeltjens tot Winkel. Tilburg – Groene Zoom. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek, BILAN 2008. Hierin wordt de archeologische verwachting in het plangebied rondom De Kraan gewaardeerd als middelhoog tot hoog. In 2012 is door RAAP een vooronderzoek voor een groter gebied uitgevoerd. Verhoeven, M.P.F., 2012. Plangebied Oostkamer/Loven II Noord: Gemeente Tilburg Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek. Weesp: RAAP Archeologisch Adviesbureau. RAAP-Rapport 2505. In 2016 is het eerste deel van het plangebied De Nieuwe Warande dat aan de noordkant van het plangebied De Kraan 94 grenst, met proefsleuven onderzocht. In het onderzoeksgebied zijn geen sporen van bewoning aangetroffen. De verklaring was de lage, natte ligging van het gebied.

Deze conclusie sluit aan op de uitkomst van een bureauonderzoek voor De Kraan 94 waarin het noordelijke deel van het gebied een lage archeologische verwachting krijgt (Bureauonderzoek a(r)cheologie De Kraan - Gemeente Tilburg (Arcadis Archeologisch Rapport 165). In 2020 is door SWECO een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen (IV-O) uitgevoerd. (Bijlage 1: SWECO archeologische rapporten 2371). Daaruit is gebleken dat er in het plangebied gen sprake meer is van een intact plaggendek en dat de bovengrond verstoord is tot de C-horizont. Er wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In of in de directe nabijheid van het plangebied het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 beschermde (rijks)monumenten. Ten noorden van de plek van de nieuwbouwwoning bevindt zich de voormalige boerderij De Kraan 94. Deze is in 2009 aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Het is een in oorsprong uit 1871 daterende langgevelboerderij die in de periode tussen 1916 en 1930 werd uitgebreid met een stalgedeelte, een stal aan de achterzijde en een keuken/bakhuisje. De bijgebouwen van de boerderij, in hoofdzaak daterend uit de periode tussen 1968 en 1996, zijn in 2006 gesloopt.

De boerderij is in 2017 opgesplitst in verschillende woningen. De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). In de nabijheid van het plangebied komen diverse panden voor uit die periode: Heuvelstraat 2, 4, 8, ’t Hoekske

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

11

6-6a en De Kraan 45, 90, 92.Vrijwel steeds betreft dit agrarische bebouwing uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Historische structuren: het plangebied De Groene Zoom werd tot ver in de twintigste eeuw doorkruist door een aantal wegen en paden, dat mogelijk teruggaat op een zeer oud padenpatroon. Slechts een zeer klein deel van dit netwerk is verloren gegaan en het tracé van de meeste van deze oude wegen en paden is nog herkenbaar in het huidige wegenpatroon: Van Ginnekenweg – Haarensebaan - Kreitenmolenstraat – Heikantsebaan – Hoolstraat – Berkhoek – Brem – Zeshoevenstraat – Udenhoutseweg – Heuvelstraat – Waalwijkseweg – Waalwijksebaan - ’t Hoekske – De Hemeltjens – De Kraan – Riddershofpad – Rauwbrakenweg – Hazenest. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (versie 2006) is De Kraan aangeduid als een historisch-geografische lijn van hoge waarde. Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat er geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Er worden geen historisch waardevolle gebouwen of structuren aangetast.

Omdat de bodem in het plangebied als verstoord is aangemerkt, is hier geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.

3.4 Volkshuisvesting Het plan past in de gemeentelijke woningbouwopgave en voldoet tevens aan de beleidsdoelen-Wonen in de woonvisie, met name wat betreft het leveren van een bijdrage in de opgave grondgebonden wonen, in een Dorps woonmilieu.

3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.

Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

12

Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn.

In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. In dit bestemmingsplan zijn geen bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen binnen een straal van 15 meter van het plangebied aanwezig. Er is dan ook geen boomwaardekaart opgenomen. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context.

Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad.

Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

13

Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten.

Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast;

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

14

<0000>

<0000>

<0000>

Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

15

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). Gelet hierop wordt de bouw van 1 woning niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de toevoeging van 1 woning, maar het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied bevindt zich op circa 3 km van het plangebied. Vanwege de afstand leidt alleen stikstofdepositie tot mogelijke negatieve effecten op het natuurgebied. Dit wordt in paragraaf 4.10 onderzocht en beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.

4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven die invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG-brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. In de omgeving zijn een aantal bedrijfsmatige activiteiten aanwezig met respectievelijk de bestemmingen centrum en sport. Voor de activiteiten geldt dat er voldaan wordt aan de richtafstanden en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geitenmoratorium Voorliggende plan is niet gelegen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen (d.d. 14 mei 2019) is niet van toepassing.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

16

Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Vught. Het groepsrisico van deze spoorlijn is berekend in het kader van het bestemmingsplan Koningsoord Berkel-Enschot 2017. Hieruit blijkt dat het groepsrisico van deze spoorlijn lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Met de beoogde ontwikkeling van één woning zal het groepsrisico ook in de toekomstige situatie lager zijn dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is van toepassing. Voor de verantwoording groepsrisico wordt kortheidshalve verwezen naar het voornoemde bestemmingsplan Koningsoord Berkel-Enschot 2017. Maatregelen die bij de uitwerking betrokken kunnen worden zijn het kunnen uitschakelen van mechanische ventilatie en het kunnen vluchten naar de risicoluwe zijde (afzijdig van het spoor). 4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een transportasgebied. Aan de voorwaarden uit het hierbij behorende planologische kader wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. 4.4.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg - Vught. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen.

Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld. De brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat het standaardadvies van de brandweer van toepassing is (bijlage 2), de relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> Het plangebied is gelegen buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar ten gevolge van het spoortraject Tilburg – Vught. Er wordt voldaan aan de grenswaarde; <0000> Het groepsrisico van de spoorlijn is zowel in de huidige als toekomstige situatie lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde; <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Bij mechanische ventilatie heeft het de voorkeur dat deze in de meterkast kan worden uitgezet. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk; <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen.

In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; <0000> Het plangebied ligt in het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem), dit biedt de mogelijkheid de bewoners tijdig te waarschuwen; <0000> De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten; <0000> De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan voor nieuwbouwwoningen (8,5 minuten). Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

17

4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.

4.6 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 4.6.1 Wegverkeerlawaai De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wgh ("zones langs wegen") respectievelijk hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Het betreft de wegen De Kraan en de Koningsoordlaan. Ingevolge de Wgh geldt voor nieuwe woningen een voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Voor de oprichting van de nieuwe woningen is een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd (“Akoestisch onderzoek ten behoeve van een planologische procedure nabij De Kraan 90 te Berkel-Enschot”, Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing, d.d. 24 juli 2019, projectnummer 2020035.G1) (bijlage 3) en heeft een toetsing aan de normen uit de Wgh plaatsgevonden. In dit onderzoek is de geluidbelasting bepaald op het bouwblok, omdat het definitieve ontwerp van de woning nog net gereed is. Feitelijk zijn daarmee akoestisch gezien de maximale planologische mogelijkheden onderzocht. Vanwege de zoneplichtige weg ‘Koningsoordlaan’ wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden.

Vanwege de zoneplichtige weg ‘De Kraan’ wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wel overschreden met minimaal 2 en maximaal 5 dB. De hoogte van de overschrijding is afhankelijk van de uiteindelijke positie van de woning binnen het bouwblok. De mogelijke overschrijding met 5 dB leidt tot een maximale geluidbelasting als gevolg van wegverkeer van 53 dB. Daarmee wordt de maximaal te ontheffen waarde niet overschreden. Omdat er geen doelmatig te treffen bron- en/of overdrachtsmaatregelen te treffen zijn, dient er een hogere waarde procedure doorlopen te worden. Daarbij is het in de gemeente Tilburg vigerende Hogere Waardenbeleid van toepassing. De te verlenen Hogere Waarde bedraagt ten hoogste 53 dB voor wegverkeer vanwege De Kraan. 4.6.2 Railverkeerlawaai Binnen het plangebied zijn geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van het spoortraject Tilburg-Breda / Tilburg-Eindhoven / Tilburg-'s-Hertogenbosch. Het betreft één woning. Voor deze geluidgevoelige bestemming is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (“Akoestisch onderzoek ten behoeve van een planologische procedure nabij De Kraan 90 te Berkel-Enschot”, Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing, d.d. 24 juli 2019, projectnummer 2020035.G1) (bijlage 3) en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor de woning de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeer wordt overschreden. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde bedraagt minimaal 7 dB en maximaal 8 dB. De hoogte van de overschrijding is afhankelijk van de uiteindelijke positie van de woning binnen het

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

18

bouwblok. De mogelijke overschrijding met 8 dB leidt tot een maximale geluidbelasting als gevolg van railverkeer van 63 dB. Bij de berekening van de geluidbelasting als gevolg van railverkeer is rekening gehouden met de afschermende werking van de bestaande bebouwing op het terrein en de realisatie van een geluidscherm aan de achterzijde van de tuin, welke aansluit op de bestaande bebouwing en een hoogte kent van 2,50m. Daarnaast is rekening gehouden met de realisatie van raildempers op het akoestisch relevant deel van het spoor. Deze raildempers zullen worden gerealiseerd als maatregel behorend bij de woningbouw in het bestemmingsplan Koningsoord. Het hierboven benoemde geluidscherm zal middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden in dit bestemmingsplan. Dit scherm is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de randvoorwaarden uit het gemeentelijk Hogere Waardenbeleid. Om volledig aan het gemeentelijk geluidbeleid te kunnen voldoen, dient de te realiseren woning te beschikken over een geluidluwe gevel (een gevel met een cumulatieve geluidbelasting van maximaal 55 dB). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er slechts enkele geveldelen kunnen voldoen aan dit criterium. Om toch te kunnen voldoen aan het Hogere Waardenbeleid van de gemeente Tilburg zijn aanvullende ‘gebouw geïntegreerde’ maatregelen noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10724872/1