CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen - b001

Raadsvergadering 13 april 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Bgb Haaren, 4e herz. (Winkelsestr. 17-Gommelsestr. 12)35.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De waterspitsmuis, in Noord-Brabant horend onder de vrijgestelde soorten, komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. De rosse woelmuis leeft bij voorkeur in loof- en gemengd bos met daaronder een struik- of kruid laag, maar hij komt ook voor in jonge aanplant en in naaldbos. Ook leeft hij in houtwallen, heggen, bosranden en parken. Hij waagt zich zelden in open gebieden zonder beschutting. De ondergrondse woelmuis komt vooral voor in kleinschalig cultuurlandschap. Hij houdt van een dichte gras- of kruidlaag en zoomvegetaties zoals bermen en bomenrijen maar ook van (hooggelegen) weide- en akkerbouwland, licht (vochtig) loofbos, boomgaarden en tuinen. Geen van bovengenoemde biotopen is aanwezig binnen het plangebied, daarmee is uitgesloten dat eekhoorn, waterspitsmuis, rosse woelmuis en ondergrondse woelmuis aanwezig zijn binnen het plangebied. Op 680 meter afstand bevinden zich de Drunense duinen met natuurgebied de Brand. Steenmarter, wezel, bunzing, das en boommarter Op een afstand tot 5 kilometer komen volgens bronnenonderzoek de steenmarter, wezel, bunzing, das en boommarter mogelijk voor rond het plangebied.

De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Verder zijn groenstroken heggen, bosjes, bermen en greppels voor de steenmarter van belang omdat hij daar zijn voedsel zoekt. Het is niet uitgesloten dat de steenmarter het plangebied gebruikt als onderdeel van zijn leefgebied. Het leefgebied van de steenmarter is relatief groot en de soort kan per nacht 10 tot 15 kilometer afleggen. Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikte locaties die kunnen dienen als verblijfplaats. Het plangebied is opgeruimd en het ontbreekt aan schuilplaatsen en mogelijkheden om de ruimtes in de te slopen stallen binnen te dringen. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van de steenmarter. Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen.

Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 18

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Het leefgebied van de das is te vinden in kleinschalig weide- of akkerlandschap bij bosranden of houtwallen met voldoende dekking, voedselaanbod en weinig verstoring. Dit type leefgebied is niet aanwezig in het plangebied en directe omgeving. De boommarter heeft een voorkeur voor volgroeide gemengde bossen en naaldwouden. Ook laat hij zich weleens zien in loofbossen en op rotswanden. De boommarter waagt zich overdag niet buiten het bos, en mijdt dan open plekken in het woud. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen.

Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor marterachtigen ontbreken geheel. De varkensstal is ontoegankelijk en in de wandelkappen zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van marterachtigen. Haas en konijn Door het uitdijende akkerland met intensievere machinale bewerking is vooral in de jaren 70 de hazen- en konijnenstand gedaald en is sindsdien niet echt meer hersteld. Sinds november 2020 staan de haas en konijn op de Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren met de status ‘gevoelig’, de lichtste categorie, waarbij herstel nog vrij eenvoudig is. De staat van instandhouding is nog niet in gevaar. Daarom zijn er op dit moment geen consequenties voor de jacht. Voor de haas loopt het jachtseizoen van 15 oktober tot en met 31 december en voor het konijn vanaf 15 augustus tot en met 31 januari. Vleermuizen De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes). Volgens de waarnemingen van de NDFF kunnen binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied de volgende soorten voorkomen: laatvlieger, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, meervleermuis, brandt vleermuis, baard vleermuis, bosvleermuis, franjestaart, watervleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kan in dit deel van het land daarnaast ook o.a. de rosse vleermuis voorkomen. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 19

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. In de te slopen afgesloten varkensstal zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De te slopen varkensstal is opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met een muurplaat. Het golfplaten dak is aan de onderzijde niet direct geïsoleerd of onderschoten waardoor het voor vleermuizen niet gewenst is zich hieronder te bevinden. De windveren aan de zijgevels van het dak over de muren heen zijn afgeschermd met latten. De te verversen lucht werd in de stallen door ventilatoren aangezogen door luchtinlaten en daarna via de centrale gang de afdelingen in. De afvoer liep volledig via ventilatoren per afdeling waardoor er voor vleermuizen te veel tocht ontstaat. De van folie zijnde wandelkappen zijn door het ontbreken van kieren en vouwen als verblijfplaats voor vleermuizen absoluut niet interessant. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen.

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Met de beoogde herontwikkeling blijven alle groenstructuren aan de Gommelsestraat behouden. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee blijven. Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken op eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Er is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep.

5.4 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: Ekster, koolmees, spreeuw, houtduif, roodborstje, merel en kauw. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 20

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF-gegevens enkele vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluwkerkuil, steenuil, kerkuil en huismus. Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. In het plangebied is geen geschikte plaats voor nest- of rustplaatsen voor uilen.

Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren onder mogelijke roestplekken. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Het pannendak van de bedrijfswoning zou eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van de huismus bevat een combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkersaanwezig zijn. Beschutting is zeer belangrijk voor de huismus ter bescherming, maar ook om vanuit te foerageren. Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv. Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos).

De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de varkensstal en wandelkappen. De bedrijfswoning met garage, de tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie boomvalk, buizerd, sperwer en havik voor. Iets verderop zijn slechtvalk, wespendief en zwarte wouw waargenomen volgens NDFF. Alle genoemde roofvogelsoorten kunnen leefgebied vinden in de bossen ten noorden van het plangebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte biotoop. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid.

Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Er zijn binnen het plangebied geen bomen met geschikte holtes aanwezig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 21

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. De sloop van de stal en de wandelkappen zal geen wijziging geven voor de tuin met hagen. De nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels zal blijven zoals het nu is en toenemen met nieuwe voorzieningen. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Volgens de verspreidingsgegevens van NDFF zouden ooievaar, roek en grote gele kwikstaart in de buurt binnen 1 kilometer van het plangebied voor kunnen komen. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden.

Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied is geen geschikte habitat waargenomen voor deze vogels. De te slopen varkensstal en wandelkappen zijn volledig ongeschikt als verblijfplaats. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, uilen of gierzwaluwen verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied. In het plangebied en in de omgeving blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden. Als het verwijderen van bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoord worden door de werkzaamheden. Mogelijk dat ook de in de directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen of te broeden. Door de sloop van de stal zal de kwaliteit van deze vegetatie niet verloren gaan en wordt het habitat van de vogels niet aangetast.

De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.5 Amfibieën, vissen, reptielen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemeen amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 22

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

Vlinders en libellen In het plangebied zullen enkele algemene vlindersoorten voorkomen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Overige soorten Overige beschermde soorten insecten, zoals verschillende kevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.

Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 23

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

6. RESULTATEN EN ADVIES Resultaten en advies Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie

6.1 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen uilen, huismus en gierzwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De eventueel aanwezige biotopen blijven behouden.

6.2 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie een zekere landschappelijke waarde heeft die met duurzame zorg gewaarborgd kan worden. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren, waarvoor verbeteringen zullen ontstaan. De intensieve varkenshouderij maakt volgens beoogd plan plaats voor een agrarische bestemming. De aangetroffen en potentieel voorkomende soorten zijn merendeels algemene cultuur volgende soorten, juridisch vallend onder het lichte beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Met de herontwikkeling worden meer groenstructuren aangeplant waardoor foerageermogelijkheden voor onder andere huismussen worden verbeterd. Mogelijke vliegroutes voor vleermuizen zijn niet aanwezig in het plangebied.

6.4 Advies en aanbevelingen o

o

o o

o

Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Mede hierdoor en aan de hand van de geplande functieverandering van het plangebied; het slopen van de varkensstal, waardoor de intensieve varkenshouderij volledig verdwijnt, wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. In de directe omgeving van het plangebied komen geen Natura-2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfsplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden.

In het kader van de vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 24

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

o

o

o

o

De directe omgeving is potentieel geschikt als leefgebied voor verschillende vogelsoorten. Diverse soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broedgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van nesten vleermuiskasten in de gevels van de nieuw te bouwen bedrijfsruimte. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl) en (www.bouwnatuurinclusief.nl) Bij de landschappelijke inpassing met groenstructuren worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar.

Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Bij onvoorziene omstandigheden dient daarnaast direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Vogelvide

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 25

Ecologische QuickScan Gommelsestraat 12 Biezenmortel

LIJST VAN BRONNEN www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl Limpens et al., 2014, 2017 Dietz et al., 2011 Baijens et al. 2005 www.synbiosys.alterna.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl kaartbank.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.vivarapro.nl www.sbo.nl www.ivn.nl www.natura2000.nl netwerk groene bureaus www.ravon.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.wikipedia.nl www.Tilburg.nl www.vogelbescherming.nl checklist vleermuisprotocol

o o o

Als bijlage 1 is toegevoegd de verspreidingsgegevens NDFF Als bijlage 2 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Als bijlage 3 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 26

Bijlage 6 Ecologische Quickscan Winkelsestraat Ecologische Quickscan Winkelsestraat

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

LOCATIE: WINKELSESTRAAT 17, BIEZENMORTEL RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0861 In opdracht van: Van Dun Advies BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten

E Brabant Eco Ecologische dienstverlening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12573026/1