05 Toelichting met bijlagen - b001
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021012-b001
7 december 2021
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen
4 4 4
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
5
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen 3.6 Verkeer en parkeren
5 5 6
9 9 9 9 11 11 13
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
15
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie
15 15 15 17 18 18 19 19 19 20
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
23
5.1 Bestaand watersysteem Winkelsestraat 5.2 Beleidskader 5.3 Duurzaam watersysteem 5.4 Watertoets 5.5 Bestaand watersysteem Gommelsestraat 5.6 Beleidskader 5.7 Duurzaam watersysteem 5.8 Watertoets
23 24 24 25 25 26 27 28
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
29
Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg
30
7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Omgevingsdialoog 7.4 Zienswijzen
30 30 30 30
Toelichting
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een aanvraag ontvangen ten behoeve van het verwijderen van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ van de agrarische bouwblokken aan Winkelsestraat 17 en Gommelsestraat 12 te Biezenmortel, alsmede ten behoeve van het op beperkte schaal mogelijk maken van huisvesting van seizoensarbeiders op beide adressen en het realiseren van een kas aan Gommelsestraat 12 en een plattelandswoning aan Winkelsestraat 17 (door middel van boerderijsplitsing).
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de agrarische bouwvlakken aan Winkelsestraat 17 en Gommelsestraat 12 te Biezenmortel.
Afbeelding: ligging plangebied in Tilburg
1.3 Voorgaande plannen Dit plan vervangt ter plaatse van haar plangebied en voor zover van toepassing de voorgaande plannen uit de voormalige gemeente Haaren, zoals daar zijn <0000> Bgb Haaren uit 2011 <0000> de correctieve herziening daarop van 2014 <0000> De andere herziening van 2014 <0000> De correctieve herziening van 2020
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
2
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 1 nieuwe woning mogelijk gemaakt.
Uit jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat het mogelijk maken van niet meer dan 11 woningen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2022) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie is uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
3
<0000>
<0000>
<0000>
De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.
2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).
Project Specifiek voor het voorliggende plan en plangebied geldt dat het beëindigen van een veehouderij uit provinciaal oogpunt altijd als iets positiefs geldt. De omschakeling naar planten- en bomenteelt is daarnaast logisch, gelet op de aanduiding 'boomteeltontwikkelingsgebied' in het vigerende bestemmingsplan en de provinciale aanduiding 'teeltondersteunende kassen'. Gelet op artikel 3.65 van de IOV mag 1,5 ha. teeltondersteunende kas worden ontwikkeld, mits geen sprake is van een zelfstandig glastuinbouwbedrijf. Het voorliggende plan maakt 6.000 m² mogelijk. Voor teeltondersteunende kassen schrijft het vigerende plan een maximum van 1.000 m² voor. Op grond van artikel 3.3.2 van het bestemmingsplan Buitengebied Haaren, correctieve herziening kan hiervan onder voorwaarden worden afgeweken tot een maximale oppervlakte van 15.000 m² ter plaatse van de functieaanduiding 'boomteeltontwikkelingsgebied'. Dit correspondeert met de genoemde provinciale regeling. Voor de splitsing van de langgevelboerderij in meerdere woonfuncties geldt ingevolge artikel 3.69 IOV dat deze is toegestaan, indien e.e.a. (mede) gericht is op het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De cultuurhistorische waarde van de boerderij aan Winkelsestraat 17 blijkt uit de bij de plantoelichting gevoegde rapportage (met aanvulling) van Monumentenhuis Brabant.
Ten aanzien van de ontwikkeling als geheel heeft de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen een positief advies uitgebracht. Ook dat is als bijlage bij de plantoelichting gevoegd.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
4
People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken.
Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones:
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
5
<0000>
<0000>
Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.
De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief.
De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
6
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie Omstreeks de vierde eeuw van onze jaartelling is in onze streken sprake van een klimaatsverandering. Het landklimaat verandert in een zeeklimaat. Het water krijgt de overhand in de natuur. Al het onbedijkte land beneden de zeespiegel komt onder water staan. Het laaggelegen westelijk Brabant wordt drassig land. Er vormen zich vele kleine riviertjes zoals Aa, Dieze, Reusel, Lei, Nemer, Donge, Leibeek en - over Biezenmortels grond- de Zandleij. Er zijn keer op keer grote overstromingen. Meer landinwaarts, boven de zeespiegel, wordt het Brabants landschap vooral bepaald door uitgestrekte bossen, ontstaan in de periode van het landklimaat. Midden-Brabant ligt op de grens van beide landschappen. Zo'n grens is natuurlijk geen strakke lijn, maar een brede strook. Dan weer droog, dan weer onder water. Het is moerassig land met afwisselende begroeiing. Soms diepe moerputten. Soms onbegaanbare moerasgebieden (de Brand). Soms berkenbossen (Berkel). Soms wat hoger en droger gelegen gronden (Hooghout, Haaren). Zo kan ook Biezenmortel worden gekarakteriseerd. Vooral drassig land, moerasachtig; vandaar de naam "mortel", afgeleid van 'moer' en 'moeras'. In de directe omgeving kunnen zich nog bossen ontwikkelen, waarop het woorddeel 'hout' van Udenhout en Hooghout duidt.
Maar Biezenmortel ligt iets lager, is natter, staat vaker onder water, en leent zich slechts voor begroeiing met het dunne hoogopgroeiende riet- of biesgewas. Zo betekent Biezenmortel: met riet (of biezen) begroeide drassige grond. In de veertiende eeuw zijn Udenhout en Biezenmortel nog altijd niet meer dan een moeilijk toegankelijk moerassig gebied, met een enkele doorgaande weg, ten noordwesten van Oisterwijk. Langzaamaan wordt het gebied wat droger door het oprukken van de Loonse en Drunense duinen. Het gebied behoort in de nieuwe bestuurlijke indeling tot het kwartier van Oisterwijk. Vanaf de veertiende eeuw wordt het gebied gestructureerd vanuit enkele hoeven ontgonnen met lange stroken gescheiden door paden en stroken. Buurtschap ’t Winkel bestaat uit twee delen: het deel ten westen van de Gommelsestraat, over het algemeen Winkel genoemd, en het deel ten oosten van de Gommelsestraat. Op kaarten werd het aangeduid als Winkel, net als het westelijke deel, maar ook als Winkelschehoek (vanaf 1900) en sinds 1978 als ’t Winkel. De naam Winkel verwijst vermoedelijk naar de bocht die de oude route hier maakte.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
7
Ten westen van de Gommelsestraat bevond de bebouwing zich historisch gezien overwegend aan de noordzijde van de Winkelsestraat. Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw is er een toename aan bedrijfsgebouwen. Veelal grote stallen. Aan de oostzijde van de Gommelsestraat lagen de woningen bijna allemaal aan de noord- of oostzijde van de Winkelsestraat rondom een akkercomplex wat lang als gemeynt heeft dienstgedaan. Bron: Over d’n Biezenmortel, van buurtschap tot kleine kern, Stichting Heemcentrum ’t Schoor Udenhout, 1993. 3.3.2 Archeologie In 2021 is door BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor Biezenmortel: Gemeente Tilburg, Biezenmortel, archeologisch bureauonderzoek, BAAC Rapport V-21.099, E.M. de Boo van Uijen. De voorgenomen planherziening betreft 2 locaties, te weten Winkelsestraat 17 en Gommelsestraat 12. Locatie Winkelsestraat 17: Het plangebied Winkelsestraat 17 ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachting. De hoge archeologische verwachting is toegekend op basis van de ligging aan een historische ontginningsas en de mogelijke aanwezigheid van een huisplaats uit de periode middeleeuwen/nieuwe tijd. De splitsing van de boerderij en de het gebruik daarvan voor huisvesting gaan in principe niet gepaard met bodemverstoring van enige omvang.
De sloop van de varkensstallen en de bouw van een nieuwe schuur van 1000 m2 (aangeduid met 2) zal wel bodemverstoring met zich meebrengen. Archeologische resten worden vanaf maaiveld verwacht. Naar alle waarschijnlijkheid is bij de bouw van de varkensstallen eventueel archeologisch erfgoed al verstoord. De bouw van een nieuwe schuur vindt plaats binnen het bestaande erf en bouwvlak, deels op de locatie van teelttunnels. Naar verwachting heeft de bouw van de teelttunnels geleid tot bodemverstoring waardoor de kans op het aantreffen van onverstoord archeologisch erfgoed klein is. De nieuw te plaatsen teelttunnels brengen verstoring met zich mee maar dit vindt grotendeels plaats op reeds eerder benutte gronden waardoor de kans op het aantreffen van onverstoord archeologisch erfgoed klein wordt geacht. Daarom is voor de voorgenomen sloop en bouw aan de Winkelsestraat geen aanvullend archeologisch onderzoek nodig. Locatie Gommelsestraat 12: Het plangebied Gommelsestraat 12 ligt met uitzondering van de noordwest hoek in een landschappelijke zone die in het verleden te nat is geweest voor bewoning. De geplande ingrepen zoals de sloop van een kas (nr 2, reeds gerealiseerd), en de bouw van een kas van 6000 m2 (nr 4), van een schuur 1000 m2 (nr.
3) en pothoek en wandelkappen (nr 2 en 6), vindt plaats binnen deze zone, en op de huidige locatie van de te slopen varkensstal en teelttunnels. Eventueel archeologisch erfgoed dat specifiek voorkomt in natte zones zal hierbij in het verleden reeds zijn verstoord. Voor de sloop en bouw is geen aanvullend archeologisch onderzoek nodig. Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden sporen of resten worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologie. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij de archeologen van gemeente Tilburg (het bevoegde gezag). 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich enkele op grond van de Monumentenwet 1988/Erfgoedwet of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. Dit zijn de panden Winkelsestraat 3, 6, 15 en 25 (gemeentelijke monumenten; boerderijen en woonhuizen uit het tweede kwart van de negentiende eeuw). Ook aan de ten oosten van het plangebied gelegen Capucijnenstraat bevinden zich enkele gemeentelijke monumenten waarvan het voormalige klooster Beukenhof uit 1922 ruimtelijk het meest dominante gebouw is.
Op circa 850 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het grotendeels van rijkswege beschermde complex van Huize Assisië dat omstreeks 1903 werd aangelegd en waarbinnen zich diverse beschermde monumenten bevinden. In het provinciale Monumenten Inventarisatie Project (MIP) zijn aan de Winkelsestraat verschillende boerderijen aangeduid als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; de nrs. 1, 10, 13, 16, 27, 29 en 33. Uit een in 2021 door het Monumentenhuis Brabant vervaardigde waardenstelling blijkt dat ook de boerderij op nr. 17 in samenhang met het achter gelegen bakhuisje en de schuur over enige cultuurhistorische waarden
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
8
beschikt. De boerderij dateert in oorsprong uit de negentiende eeuw en is in 1906 en in enkele latere bouwfases steeds aangepast aan de actuele behoeften van de tijd. Een groot aantal wegen heeft op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant een redelijk hoge cultuurhistorische waarde gekregen. Deze wegen volgen grotendeels het oorspronkelijke tracé. Het gaat om de Gommelsestraat, de Heusdensebaan, de Pals, de Hooghoutseweg, de Gijzelsestraat, de Winkelsestraat (deels), de Capucijnenstraat, de Biezenmortelsestraat, de Runsvoort en de Oude Bosschebaan. Deze wegen zijn in hoge mate bepalend voor het landschap en haar inrichting in Biezenmortel. Het noordelijk deel van de Gommelsestraat, tussen de Biezenmortelsestraat en de Oude Bosschebaan, is ook een ontginningsas van de Brand. Tot slot is ook de spoorlijn Tilburg – ’s-Hertogenbosch een redelijk hoge waarde toegekend. De exploitatie van de lijn begon in 1881. Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig.
3.3.4 Conclusie Voor wat betreft de archeologie is er ondanks de hoge archeologische verwachting voor de locatie Winkelsestraat 17 geen vervolgonderzoek noodzakelijk; ook voor de ingrepen bij de Gommelsestraat 12 is geen archeologisch vervolgonderzoek nodig. Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden sporen of resten worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat het gaat om archeologie. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt bij de Minister. In de praktijk kan deze melding het beste gedaan worden bij de archeologen van gemeente Tilburg (het bevoegde gezag).
3.4 Volkshuisvesting De voorgenomen splitsing van een boerderij aan de aan Winkelsestraat 17 in een bedrijfswoning en een plattelandswoning verlangt vanwege het beperkte aantal geen toetsing of onderbouwing volgens de Ladder voor Duurzame stedelijke ontwikkeling.
3.5 Groen 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, klimaat-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone.
Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
9
Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden.
Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context.
Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad.
Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
10
In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016).
De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).
3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.
3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
11
kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.
Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. In het voorliggende plan is op beide locaties meer dan voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op te vangen op eigen terrein.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
12
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.
4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). Gelet hierop wordt het toevoegen van 1 plattelandswoning niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de toevoeging van 1 plattelandswoning, maar het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing is te beperkt om aangemerkt te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Loonse en Drunense duinen op minimaal 700 meter van het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. De ten behoeve van het project uitgevoerde stikstofberekening bevestigt dit: er is sprake van een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.
4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Alle bedrijven binnen het plangebied en daarnaast die bedrijven erbuiten, waarvan de indicatieve milieucontouren over het plangebied liggen, zijn geïnventariseerd. Gommelsestraat 12 Op deze locatie voorziet het plan in het huisvesten van een aantal seizoensarbeiders in de bestaande bedrijfswoning en het realiseren van een kas binnen het bestaande bouwblok. Voor een kas (met verwarming) Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
13
geldt conform de VNG systematiek een richtafstand van 30 meter. De maatgevende woning betreft de woning aan de Gommelstraat 1, welke op ruim 150 meter vanaf de planlocatie ligt. Er wordt daarmee ruimschoots voldaan aan de richtafstand en daarmee bestaat er vanuit Bedrijven en Milieuzonering geen bezwaar tegen het voorgenomen plan. Voor de huisvesting van seizoensarbeiders in de bestaande bedrijfswoning gelden vanuit bedrijven en milieuzonering geen beperkingen. Winkelstraat 17 Op deze locatie voorziet het plan in het splitsen van de bestaande bedrijfswoning in een bedrijfswoning en een plattelandswoning. Een plattelandswoning vormt geen belemmering voor de agrarische activiteiten van het bedrijf waartoe het behoort. Daarmee is er vanuit bedrijven en milieuzonering geen beperking voor deze woningsplitsing. Ook voor de in directe omgeving van het plangebied gelegen bedrijven wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. Het splitsen van de bedrijfswoning in een bedrijfswoning en een plattelandswoning vormt daarmee geen beperking voor de omliggende bedrijven. Voor de huisvesting van seizoensarbeiders in de bedrijfswoning en/of plattelandswoning gelden vanuit bedrijven en milieuzonering geen beperkingen. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte.
Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3.
met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Gommelsestraat 12 De planlocatie ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Het geitenmoratorium is daarmee niet van toepassing. Winkelsestraat 17 De planlocatie ligt binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Met de splitsing van de bestaande bedrijfswoning in een bedrijfswoning en een plattelandswoning wordt feitelijk een nieuwe woonbestemming toegevoegd. De planlocatie is gelegen op ruim 1700 meter van de betreffende geitenhouderij. Hoewel het hier Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
14
feitelijk geen Ruimte voor Ruimte kavel betreft, maar er wel een intensieve veehouderij op deze locatie beëindigd wordt, wordt akkoord gegaan met deze woningsplitsing. Daarbij dienen met initiatiefnemer afspraken gemaakt te worden om de potentiële bewoners van de nieuwe plattelandswoning te informeren over de gezondheidsrisico's.
4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: <0000> Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); <0000> Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); <0000> Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.
In de bij dit plan gevoegde Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg-Vught. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in de genoemde bijlage. 4.4.3 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg-Vught. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie de eerdergenoemde bijlage Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico). De brandweer Midden -en West Brabant heeft d.d. 29 maart 2021 advies uitgebracht, de relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording.
Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief; <0000> Aangezien het plan op >600 meter van de relevante transportroute gevaarlijke stoffen ligt, neemt het groepsrisico van deze risicobron in de toekomstige situatie niet toe; <0000> De bereikbaarheid van het plangebied is goed; <0000> De aanrijtijd voor deze locaties bedraagt meer dan de zorgnorm van 8 minuten voor bestaande bouw. Wij adviseren dat de initiatiefnemer/gebruiker overweegt aanvullende voorzieningen te treffen die de mate van brandveiligheid vergroten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rookmelders conform NEN 2555. Voor beide adressen geldt dat er binnen de normafstand brandkranen aanwezig zijn; <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; <0000> Het plangebied ligt in het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem) en NL-Alert biedt de mogelijkheid de bewoners tijdig te waarschuwen; <0000> De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten; <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing.
Het bouwwerk dient voorzien te zijn van een afsluitbare mechanische ventilatie. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
15
Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.
4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.
4.6 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 4.6.1 Wegverkeerlawaai Gommelsestraat 12 Binnen dit plangebied zijn geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Dit betekent dat niet getoetst hoeft te worden aan de normen van de Wgh vanwege wegverkeerslawaai. Winkelsestraat 17 Binnen dit plangebied wordt met de splitsing van de bestaande bedrijfswoning in een bedrijfswoning en een plattelandswoning een nieuwe geluidgevoelige bestemming voor wat betreft de Wgh toegevoegd. De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wgh ("zones langs wegen") respectievelijk hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer: • Winkelsestraat Ingevolge de Wgh geldt voor nieuwe woningen een voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Op basis van het verkeersmodel van de gemeente Tilburg blijkt dat de intensiteiten op de Winkelsestraat zeer laag zijn (< 300 motorvoertuigen per etmaal). Op basis daarvan kan gesteld worden dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden zal worden.
Wegverkeerslawaai is daarmee geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. 4.6.2 Railverkeerlawaai Gommelsestraat 12 Binnen dit plangebied zijn geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gelegen en de planlocatie is niet gelegen binnen de wettelijke geluidzone van het spoortraject Tilburg – Den Bosch. Dit betekent dat niet getoetst hoeft te worden aan de normen van de Wgh vanwege railverkeerslawaai. Winkelsestraat 17 Binnen dit plangebied wordt middels de splitsing van de bedrijfswoning in een bedrijfswoning en een plattelandswoning een nieuw geluidgevoelig object voor wat betreft de Wgh toegevoegd. De planlocatie is echter niet gelegen binnen de wettelijke geluidzone van het spoortraject Tilburg – Den Bosch. Dit betekent dat niet getoetst hoeft te worden aan de normen van de Wgh vanwege railverkeerslawaai. Trillingen Beide planlocaties (Gommelsestraat 12 en Winkelsestraat 17) liggen buiten het “aandachtsgebied” van 100 meter gezien vanaf het spoor Tilburg – Den Bosch. Dit betekent dat trillinghinder redelijkerwijs gezien niet te verwachten is en onderzoek hierna niet noodzakelijk is.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
16
4.6.3 Industrielawaai Gommelsestraat 12 In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. Winkelsestraat 17 In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. 4.6.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over beide planlocaties aan de Gommelsestraat 12 en Winkelsestraat 17.
4.7 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De bestemmingen in het plangebied zijn getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. De planontwikkeling op beide locaties (Gommelsestraat 12 en Winkelsestraat 17) kan worden gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Er zijn geen luchtgevoelige bestemmingen, zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.
4.8 Geur 4.8.1 Industriële geurhinder 4.8.2 Agrarische geurhinder
4.9 Bodem In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een uitvoerig bodemonderzoek. Het voorliggende plan maakt geen betekenisvolle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Er wordt immers alleen een bouwvlak weergegeven ter plaatse van bestaande bebouwing/bouwvlakken en verharding. Er is geen actueel bodemonderzoek beschikbaar voor de percelen. Op basis van het historisch gebruik worden echter geen belemmeringen in de vorm van grootschalige bodemverontreiniging verwacht. Ook op basis van de bodemkwaliteitskaart worden geen belemmeringen verwacht. Aangezien er geen sprake is van gevoeliger gebruik wordt in deze fase geen bodemonderzoek geëist. Voor een Wabo-omgevingsvergunningsactiviteit '(ver-)bouwen van bouwwerk', kan eventueel wel een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 (VO) worden verlangd. Dit is afhankelijk van de aard (wel of geen verblijfsruimten, wel of geen interne verbouwing) en de oppervlaktevan het bouwwwerk.
Buitengebied Haaren, 4e herziening (Winkelsestraat 17 – Gommelsestraat 12)
17
Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.
4.10 Natuur en ecologie 4.10.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.