CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen-b001

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bgb De Zandleij 2012, 17e herz. (Waalwijkseweg 2)28.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

G-18

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 3.2

W01

G-01

B-03

Incl. aftrek art. 110g Wgh

Geluidcontour Het Hoekske 4,5 m hoogte

38 38 38 39 39 40 40 41 41 41 42 42 43

37 38 38 38 39 39 40 41 41 41 42 42

37 37 38

G-11

137200

40 41 41 41 42

38 39 39 39 40 40 41 41 41 42

38 38 38 38 38 39 39 40 40 40 41 41 42 42

38 38 38 38 38 38 39 39 40 40 41 41 42 42

38 38 38 38 39 39 39 40 40 41 41 42 42

38 38 38 39 39 39 39 40 40 41 41 42 42 43

37 38 38 39 39 39 39 40 40 40 41 42 42 43 B-04 38 38 38 38 39 39 39 39 40 40 41 42 42 43

38 38 39 39 39 40 40 40 40 41 41 42 43

38 38 38 39 39 39 40 40 40 41 41 42 42

38 38 38 39 39 39 40 40 40 41 41 42 42

137100 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - eerste model] , Geomilieu V5.21

401000

N03 G-03

G-12 G-13 36

W02

G-14

0m

periode: groep:

schaal = 1 : 864

30 m

Lden Het Hoekske Inclusief groepsreducties

0 - 48 dB 48 - 53 dB 53 - 58 dB 58 - 63 dB 63 - 68 dB 68 - 68 dB 68 - 99 dB

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

G-18

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 3.3

45

42 42

42 41

41

Excl. aftrek art. 110g Wgh

Gecumuleerde geluidbelasting 1,5m hoogte

43

43

42

43

44

42

43

44

44

43

44

45

44

44

44

45

45

137000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - Geluidcontour camping 1,5 m] , Geomilieu V5.21

401000

401100

45

42

42

43

43

44

44

44

46

45

45

44

44

46

46

45

45

137100

0m

periode:

Lden

schaal = 1 : 813

0 - 48 dB 48 - 53 dB 53 - 58 dB 58 - 63 dB 63 - 68 dB 68 - 68 dB 68 - 99 dB

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

30 m

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 3.4

58

60

57

55

53

53

55

51

52

56

50

50

56

54

52

51

50

49

48

48 49

47

47

49

46

46

45

55 58

59

53

52

51

49

48

48

47

46

45

44

56

54

52

51

50

49

48

47

46

45

44

44

43

Incl. aftrek art. 110g Wgh

Bronmaatregel Waalwijkseweg 4,5 m hoogte

137100 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - Bronmaatregel Waalwijkseweg] , Geomilieu V5.21

401000

B-03

44

44

47

46

46

45

44

47

46

46

45

44

58

55

53

52

50

57

55

53

51

50

57

54

53

51

50

48 48 B-04 49 49 49

48

47

47

46

45

44

56 59

60

54

52

51

50

49

48

47

46

45

44

44

56

54

52

51

50

49

48

47

46

45

45

44

59

56

54

52

51

49

48

48

47

46

45

44

44

58

55

53

51

50

49

48

47

46

46

45

44

44

137200

59

55

53

52

50

49

48

47

47

46

45

44

44

G-11

49

48

47

46

45

45

44

43 44

G-12 G-1336

W02

0m

periode: groep:

G-14

schaal = 1 : 780

30 m

Lden Waalwijkseweg Inclusief groepsreducties

0 - 48 dB 48 - 53 dB 53 - 58 dB 58 - 63 dB 63 - 68 dB 68 - 68 dB 68 - 99 dB

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 3.5

Bijlage 1

RE: Opvragen verkeerscijfers Udenhout

1 van 2

imap://imap.hostnet.nl:993/fetch>UID>.INBOX>5947?header=print

Onderwerp: RE: Opvragen verkeerscijfers Udenhout Van: "Berkel, Bram van" <bram.van.Berkel@ lburg.nl> Datum: 5-1-2021 10:57 Aan: "J. Gildbrandsen@gbsmilieuadvies" <info@gbsmilieuadvies.nl> Hoi Jerry, Hieronder en hierbij de gegevens van de Waalwijkseweg en omstreken. Allereerst de verkeersintens eten.

In het bijgevoegde bestand heb ik de verkeersverdeling gezet in een groen blok op tabblad 2. Je kunt een ander wegvak of een andere weg invullen in het rode celletje zodat je de verdeling van de andere gewenste wegen kunt zien. Alle buitenwegen zijn 60 km/uur. En de wegdektypes zijn door mijn collega hieronder ingevuld.

- Waalwijkseweg. AC 11 surf D1 -Molenhoefstraat. AC 16 surf D2 (noordelijk deel), AC 11 surf D4 (zuidelijk deel) - Het Hoekske. Asfalt met een oppervlaktebehandeling Ik denk dat het zo moet lukken mis je iets of zie je iets erg raars dan hoor ik je graag, Hoi, Bram Met vriendelijke groet, Bram beleidsmedewerker Gemeente Tilburg T +31135429091 E bram.van.Berkel@ lburg.nl aanwezig: maandag t/m vrijdag (van 09.00 tot 16.00) www. lburg.nl | facebook.com/gemeente lburg | twi er.com/gemeente lburg

Van: J. Gildbrandsen@gbsmilieuadvies <info@gbsmilieuadvies.nl> Verzonden: vrijdag 18 december 2020 13:08 Aan: Berkel, Bram van <bram.van.Berkel@ lburg.nl> Onderwerp: Opvragen verkeerscijfers Udenhout

Beste Bram, Momenteel ben ik bezig met een akoes sch onderzoek wegverkeer voor de bouw van een tweetal nieuwe woningen aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout (zie figuur bijlagen). Graag zou ik de verkeerscijfers willen opvragen van onderstaande wegen. - Waalwijkseweg. -Molenhoefstraat. - Het Hoekske. Van deze wegen ben ik tevens op zoek naar de volgende gegevens: - maximum snelheid; - wegdektype; - verdeling lichte, middelzware en zware motorvoertuigen verdeeld over de dag-, avond- en nachtperiode; - etmaalintensiteiten. Mocht u nog vragen hebben dan kunt u te allen jde contact opnemen. Bedankt alvast. -Met vriendelijke groet, ing. J. Gildbrandsen (Jerry) Adviseur

Adriaan van Bergenstraat 95, 4811 SN Breda T(076) 888 13 56 - M (06) 160 457 48 www.gbsmilieuadvies.nl

8-1-2021 12:43

500

etmaal

5810

50 km/uur weg invullen Enschotsestraat

absoluut uur absoluut etmaal

WegType _60 km/h gemengd

wegvak kiezen en invullen etmaal 3050

licht 96,60% 483

middel 2,90% 15

zwaar 0,50% (handmatig overnemen uit verkeersmodel) 3

93,80% 2861

middel 3,60% 110

zwaar 2,60% (handmatig overnemen uit verkeersmodel) 79

licht 87,80% 5101

middel 6,30% 366

zwaar 5,90% (handmatig overnemen uit verkeersmodel) 343

DUURPCTPA AUURPCTPA NUURPCTPA DUURPCTMV AUURPCTMV NUURPCTMV DUURPCTZV AUURPCTZV NUURPCTZV 6,7 3,6 0,7 7,2 2,1 0,7 7,3 1,4 0,8 12 4 8 12 4 8 12 4 8 80,0 14,2 5,8 86,3 8,4 5,3 88,1 5,7 6,2 191 102 21 8 2 1 6 1 1 2290 406 165 95 9 6 70 5 5

licht

DUURPCTPA AUURPCTPA NUURPCTPA DUURPCTMV AUURPCTMV NUURPCTMV DUURPCTZV AUURPCTZV NUURPCTZV 6,3 4,4 1,0 6,6 3,1 1,0 7,3 1,9 0,6 12 4 8 12 4 8 12 4 8 75,0 17,4 7,6 79,6 12,3 8,2 87,8 7,6 4,6 30 21 5 1 0 0 0 0 0 362 84 37 12 2 1 2 0 0

voorbeeld Waalwijkseweg

buitenwegen

absoluut uur absoluut etmaal

WegType _30 km/h ETW

etmaal

hier kan een binnenweg ingevuld worden

Bijlage 2

Gebouw derden Gebouw derden Waalwijkseweg 3 Waalwijkseweg 1 Gebouw derden

Gebouw derden Gebouw derden Molenhoefstraat 36 Waalwijkseweg 4 Waalwijkseweg 2

Waalwijkseweg 2a Gebouw derden Gebouw derden Gebouw derden Molenhoefstraat 40

Gebouw derden Gebouw derden

G-06 G-07 G-08 G-09 G-10

G-11 G-12 G-13 G-14 G-15

G-16 G-17 G-18 G-19 G-20

G-21 G-22

Geomilieu V5.21

Omschr. Waalwijkseweg 2 Gebouw 9/10 Nieuw te bouwen loods 11 Waalwijkseweg 4 Gebouw derden

6,00 6,00

8,00 6,00 6,00 9,00 8,00

4,00 6,00 8,00 8,00 8,00

6,00 6,00 8,00 8,00 6,00

Hoogte 7,40 3,92 3,00 8,00 6,00

0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Eigen waarde Eigen waarde

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

0 dB 0 dB

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam G-01 G-02 G-03 G-04 G-05

Model: Groep:

Modelgegevens Gebouwen

32,14 30,48

44,10 30,99 29,78 103,96 65,90

31,49 51,68 48,07 51,79 41,06

48,74 111,51 46,92 77,91 62,36

Omtrek 78,38 170,99 61,42 44,47 96,00

Polygoon Polygoon

Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon

Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon

Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon

Vorm Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon Polygoon

137148,86 137148,54

137306,70 137317,31 137293,13 137360,10 137164,53

137190,22 137206,69 137229,39 137259,15 137300,74

136931,59 136946,13 136895,89 136927,06 136916,32

X-1 137078,60 137034,72 137063,03 136928,38 136962,53

400845,94 400856,37

400962,16 400975,32 400986,22 400983,75 400819,29

401027,39 401025,84 401026,65 400951,40 400953,02

401123,54 401134,80 401103,45 401041,53 401053,00

Y-1 401007,28 401026,82 401040,35 401108,52 401103,68

False False

False False False False False

False False False False False

False False False False False

Zwevend False False False False False

8-1-2021 12:36:39

R2021.003 Bijlage 2

137294,82 137290,89 137171,58 136894,40 137044,04

137259,66 136968,21 137030,01 137041,59 137096,16

rijbaan lokale weg/gesloten verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding

rijbaan lokale weg/gesloten verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding Camping Erfverharding Erfverharding

Perceel nabij Waalwijkseweg 2

B-01 B-02 B-03

B-04

Geomilieu V5.21

136894,40 137168,34 137174,69 136894,40 136894,40

rijbaan lokale weg/open verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding/verkee rijbaan lokale weg/open verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding rijbaan lokale weg/gesloten verharding

137132,87

X-1 137229,45 137244,47 137233,71 137170,61 137310,81

400962,54

401098,10 401054,89 401088,64 401003,56 400972,69

400939,20 400934,64 400820,17 401118,55 400995,80

401118,55 400805,38 400825,98 401118,55 401118,55

Y-1 400930,28 400940,97 400928,06 400818,32 400924,68

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Omschr. rijbaan lokale weg/open verharding rijbaan lokale weg/open verharding/verkeersdr rijbaan lokale weg/open verharding rijbaan lokale weg/open verharding

Naam

Model: Groep:

Modelgegevens Bodemgebieden

0,50

0,00 0,00 0,50 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Bf 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

8-1-2021 12:37:27

R2021.003 Bijlage 2

Omschr. Nok gebouw 9 Nok gebouw 10 Nok gebouw 11

ISO_H 7,78 7,78 5,45

ISO M. 0,00 0,00 0,00

Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

Cp 2 dB 2 dB 2 dB

Zwevend Nee Nee Nee

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Geomilieu V5.21

Naam N-01 N-02 N-03

Model: Groep:

Modelgegevens Nokken

Refl.L 63 0,20 0,20 0,20

Refl.L 125 0,20 0,20 0,20

Refl.L 250 0,20 0,20 0,20

Refl.L 500 0,20 0,20 0,20

Refl.L 1k 0,20 0,20 0,20

Refl.L 2k 0,20 0,20 0,20

Refl.L 4k 0,20 0,20 0,20

Refl.L 8k 0,20 0,20 0,20

Refl.R 63 0,20 0,20 0,20

Refl.R 125 0,20 0,20 0,20

Refl.R 250 0,20 0,20 0,20

Refl.R 500 0,20 0,20 0,20

Refl.R 1k 0,20 0,20 0,20

8-1-2021 12:37:53

Refl.R 2k 0,20 0,20 0,20

R2021.003 Bijlage 2

Refl.R 4k 0,20 0,20 0,20

Refl.R 8k 0,20 0,20 0,20

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Geomilieu V5.21

Naam N-01 N-02 N-03

Model: Groep:

Modelgegevens Nokken

8-1-2021 12:37:53

R2021.003 Bijlage 2

Omschr. Waalwijkseweg Molenhoefstraat Het Hoekske

Vorm Polylijn Polylijn Polylijn

Lengte 469,84 310,68 194,01

Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

Type Verdeling Verdeling Verdeling

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Geomilieu V5.21

Naam W-01 W-02 W-03

Model: Groep:

Modelgegevens Wegen

Hbron 0,75 0,75 0,75

Helling 0 0 0

Wegdek W0 W0 W8

V(LV(D)) 60 60 60

V(LV(A)) 60 60 60

V(LV(N)) 60 60 60

V(MV(D)) 60 60 60

V(MV(A)) 60 60 60

V(MV(N)) 60 60 60

V(ZV(D)) 60 60 60

V(ZV(A)) 60 60 60

V(ZV(N)) 60 60 60

Totaal aantal 3081,00 2030,00 2414,00

%Int(D) 6,70 6,70 6,70

%Int(N) 0,70 0,70 0,70

8-1-2021 12:38:53

%Int(A) 3,60 3,60 3,60

R2021.003 Bijlage 2

%LV(D) 80,00 80,00 80,00

%LV(A) 86,30 86,30 86,30

%LV(N) 88,10 88,10 88,10

%MV(D) 14,20 14,20 14,20

%MV(A) 8,40 8,40 8,40

%MV(N) 5,70 5,70 5,70

%ZV(D) 5,80 5,80 5,80

%ZV(A) 5,30 5,30 5,30

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Geomilieu V5.21

Naam W-01 W-02 W-03

Model: Groep:

Modelgegevens Wegen

%ZV(N) 6,20 6,20 6,20

LE (D) Totaal 108,69 106,88 109,46

LE (A) Totaal 105,62 103,81 106,67

LE (N) Totaal 98,48 96,67 99,58

8-1-2021 12:38:53

R2021.003 Bijlage 2

Bijlage 2 Geuronderzoek Geuronderzoek

Notitie: Geuronderzoek woon- en leefklimaat t.b.v. twee Ruimte-voor-Ruimte woningen ter plaatse van de Waalwijkseweg 2, 5071 RK te Udenhout Someren,

08-02-2021

Status:

Definitief

Kenmerk: TvW/16045.047

Aanleiding Initiatiefnemer beschikt in de huidige situatie over een varkenshouderij in combinatie met een akkerbouw-, tuinbouw- en opslagactiviteiten, welke is gelegen aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout. Besloten is om deel te nemen aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (SRV-regeling). Hierdoor wordt de gehele intensieve veehouderij beëindigd en worden de bestaande dierenverblijven gesloopt. De akkerbouw-, tuinbouw en opslagactiviteiten blijven in de beoogde situatie behouden. Tevens zal ter plaatse van de voormalige varkenshouderij een mini-camping worden gerealiseerd. Naast dat de bestaande intensieve veehouderij wordt opgeheven worden, middels aankoop van een bouwtitel en investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap twee Ruimte-voor-Ruimte kavels gerealiseerd. Ter plaatse van het plangebied dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd, waarbij de bestemming ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels wordt gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Als onderdeel hiervan dient te worden onderzocht of ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst. In de onderstaande afbeelding is de huidige situatie weergegeven met daarbij aangegeven waar de toekomstige Ruimt-voor-Ruimte woningen worden gerealiseerd.

Afbeelding 1: Te behouden gebouwen weergegeven in geel, toekomstige RvR-kavels weergegeven in rood en toekomstige standplaatsen mini-camping in blauw

Pagina 1 van 4

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) schrijft voor op welke wijze een bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij een milieuvergunning aanvraagt. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a) Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de betrokken veehouderijen? b) Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? In deze notitie wordt onderzocht of onderhavig project voldoet aan de normen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiermee wordt tevens aangetoond of er geen sprake is van een onevenredige inbreuk op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de betrokken veehouderijen. Voor wat betreft de oprichting van een mini-camping geldt dat dit niet aan te merken is als een geurgevoelig object.

Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt. Voor de mini-camping geldt dat er geen gebouwen hiervoor worden opgericht. De kampeermiddelen, zoals tenten, caravans en campers zijn gelet op de aard van het gebruik en de omvang van de mini-camping niet aan te merken als een object waar langdurig verblijf van personen plaatsvindt. Derhalve is een mini-camping niet aan te merken als een geurgevoelig object. A) Bedrijfsontwikkeling De planologische wijziging van agrarisch naar wonen mag, ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels, niet leiden dat omliggende veehouderijen onevenredig worden aangetast op de mogelijkheden tot bedrijfsontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in de beëindiging van een intensieve veehouderij waarbij middels het aankopen van een bouwtitel en een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap, twee Ruimte-voor-Ruimte kavels worden gerealiseerd. In artikel 14 lid 2 van de wet geurhinder en veehouderij is bepaald dat de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd: a. op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, b. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en c.

in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, ten minste 100 meter bedraagt indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor de ontwikkeling geldt dat de Ruimtevoor-Ruimte woning in samenhang met het buitenwerking stellen van de intensieve veehouderij en sloop van de bijbehorende dierenverblijven plaatsvindt. Derhalve gelden voor de toekomstige Ruimte-voorRuimte woningen vaste afstanden. De intensieve veehouderij ter plaatse van de Waalwijkseweg 2 wordt beëindigd. In de toekomstige situatie worden echter nog enkele dieren gehouden waaronder paarden, schapen en overig rundvee. De toekomstige Ruimte-voor-Ruimte woningen worden echter op een afstand van meer dan 100 meter van deze dierenverblijven gerealiseerd. Daarnaast zal de toekomstige agrarische bedrijven bestemming gelegen zijn op een afstand van minimaal 50 meter van de toekomstige Ruimte-voor-Ruimte kavels. Overige veehouderijen zijn op een afstand van meer dan 220 meter van de Ruimte-voor-Ruimte kavels gelegen, waarbij dient te worden opgemerkt dat overige geurgevoelige objecten op kortere afstand zijn gelegen.

Pagina 2 van 4

Gezien het bovenstaande heeft de realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woningen geen nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven op basis van vaste afstanden. B) Woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De ligging van het plangebied in de omgeving waar weinig veehouderijbedrijven (met een hoge geuremissie) zijn gelegen maakt dat, zonder berekening, gesteld kan worden dat ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst ten aanzien van geur. In de onderstaande afbeelding zijn de veehouderijbedrijven in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2: Ligging veehouderijbedrijven t.o.v. de RvR-kavels (bron: www.kaartbank.brabant.nl)

Zoals is te zien in de bovenstaande afbeelding zijn in een straal van 730 meter slechts drie veehouderijen aanwezig. De dichtstbijzijnde veehouderij met een grote geuremissie is echter gelegen op een afstand van 285 meter. Voor de locatie aan de Waalwijkseweg 2 geldt dat deze in de toekomst 50 schapen zal gaan houden waarbij de totale emissie 350 Oue bedraagt. Gezien de minimale geurbelasting in de omgeving, is een overschrijding van de achtergrondbelasting ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels uitgesloten. Dit blijkt ook uit de onderstaande afbeelding waarbij de huidige cumulatieve geurbelasting in de provincie Noord-Brabant in kaart is gebracht. Hierin is te zien dat in de huidige ter plaatse van de Ruimte-voorRuimte kavels een overschrijding van de geurbelasting wordt veroorzaakt. Dit wordt veroorzaakt door de intensieve veehouderij van de Waalwijkseweg 2. Echter maakt sanering van deze veehouderij onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Doordat de toekomstige geurbelasting afkomstig van dit bedrijf zeer laag is en de beoogde RvR-kavels niet in geurcontouren van andere veehouderijen zijn gelegen, kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst.

Pagina 3 van 4

Afbeelding 3: Cumulatieve geurbelasting

Conclusie In voorgaande notitie is onderzocht of ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst. De realisatie van twee Ruimte-voor-Ruimte kavels gaat gepaard met de sanering van de intensieve veehouderij aan de Waalwijkseweg 2. Uit de notitie kan worden geconcludeerd dat de toekomstige kavels geen belemmeringen opleveren voor de toekomstige bedrijfsontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. De kavels zijn conform de Wet geurhinder en veehouderijen gelegen op voldoende afstand van omliggende veehouderijen. Daarnaast is de achtergrondgeurbelasting ter plaatse in kaart gebracht. De kavels liggen in de huidige situatie nog binnen de geurcontour van het bedrijf aan de Waalwijkseweg 2. Echter maakt de sanering van deze veehouderij onderdeel uit van dit plan. Na sanering van deze veehouderij zijn de kavels niet binnen geurcontouren van overige veehouderijen gelegen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de gewenste Ruimte-voor-Ruimte woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst.

Pagina 4 van 4

Bijlage 3 Inventarisatie risicobronnen en verantwoording Inventarisatie risicobronnen en verantwoording

Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico – Waalwijkseweg 2 Udenhout 1. Inleiding Plan heeft betrekking op het realiseren van 2 woningen naast Waalwijkseweg 2 te Udenhout. Initiatiefnemer neemt deel aan de warme sanering varkenshouderijen, de varkens verdwijnen dus aan Waalwijkseweg 2. Wat resteert is een grondgebonden agrarisch bedrijf met opslag en minicamping. Tussen de nieuwe woningen en het resterende bedrijf wordt een doorzicht gecreëerd door sloop en doorhalen van een deel van het bouwblok.

2. Wettelijk kader a. Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's overwogen moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in de ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. b. Wettelijk kader De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit transportroutes externe veiligheid (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. De gemeente Tilburg heeft naast bovengenoemde wettelijke toetsingskaders ook een gemeentelijk toetsingskader vastgesteld, namelijk een beleidsvisie externe veiligheid getiteld: "Veilig en verantwoord ontwikkelen". Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan vier kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico, het groepsrisico, het plasbrandaandachtsgebied en de verantwoording. Een nadere toelichting voor deze begrippen zijn beschreven in de laatste paragraaf van dit document, onder het kopje begrippenkader. 3.

Inventarisatie risicobronnen Hieronder volgt de inventarisatie van de risicobronnen die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Elke ontwikkeling die ligt binnen het invloedsgebied van een risicobron moet worden verantwoord. Per risicobron wordt beoordeeld of het plangebied binnen het invloedsgebied ligt en deze relevant is voor de verantwoording. Inrichtingen (bedrijven) De bestemmingsplanherziening maakt het planologisch niet mogelijk om risicovolle inrichtingen op te richten binnen het plangebied. In en rond het plangebied bevinden zich tevens geen risicovolle inrichtingen waarvan het invloedsgebied reikt tot het plangebied. Een momenteel nog aanwezige propaantank wordt geamoveerd en elders door een kleinere propaantank vervangen. Ook voor deze tank geldt dat voldoende afstand aangehouden dient te worden tussen deze tank en de geprojecteerde woningen (conform het Activiteitenbesluit). Transport gevaarlijke stoffen Het invloedsgebied van de transportassen over de weg en het spoor met gevaarlijke stoffen verschilt per transportas. In onderstaande tabel is een overzicht van de wegen en sporen met de stofcategorie die zorgt voor het grootste invloedsgebied. Transportas Lokale transportroute

Bepalende stof invloedsgebied Stof (code) Naam (typering van de stof) GF3 Brandbaar gas

Invloedsgebied 355 m

Afstand tot plangebied > 1.560 m

Spoor Tilburg - Vught Rijksweg A65/N65 Spoor Tilburg - Boxtel Spoor Breda - Tilburg Rijksweg A58

D4 LT2 B2 D4 GT4

Zeer toxische vloeistof Toxische vloeistoffen Toxisch gas Zeer toxische vloeistof Vloeistof verdicht gas

> 4.000 m 880 m 995 m > 4.000 m > 4.000 m

> 775 m > 2.430 m > 3.180 m > 4.120 m > 5.620 m

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, ligt het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Vught over het plangebied. Gezien de afstand tussen het plangebied en deze transportroute gevaarlijke stoffen wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Een nadere beschouwing van het groepsrisico in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling is niet nodig (afstand is groter dan 200 meter). Plasbrandaandachtsgebieden (PAG) Vanaf het moment dat het Bevt in werking is getreden moet voor bepaalde (spoor)wegen rekening worden gehouden met de zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden. Het gaat hier om (spoor)wegen waarover veel transport van brandbare vloeistoffen plaatsvindt zoals benzine. Voor Tilburg is dit het spoor Breda-Tilburg, Tilburg – Vught en de A58. Het spoor vanaf de splitsing richting Vught en de A65 kent geen plasbrandaandachtsgebied. Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied van 30 meter uit de rand van een rijstrook van een weg dan wel 30 meter van de buitenste spoorstaaf op het spoor. Binnen plasbrandaandachtsgebieden moeten de effecten van een plasbrand meegenomen worden in de verantwoording. Daarnaast gelden binnen het plasbrandaandachtsgebied aanvullende bouwvoorschriften voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. Het spoor Tilburg – Vught kent geen PAG.

Hogedruk aardgasleidingen en K1,K2,K3-vloeistofleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen worden de veiligheidsaspecten geregeld van hogedruk buisleidingen. Er ligt geen invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding of K1,K2,K3-vloeistofleiding over het plangebied. Verder bevindt het plangebied zich binnen het zoekgebied van de Structuurvisie buisleidingen. Binnen het zoekgebied van 250 meter aan weerszijden van het voorkeurstracé gelden geen speciale verplichtingen of beperkingen. Het zoekgebied is alleen bedoeld om binnen bepaalde ruimtelijke marges gemeenten de gelegenheid te bieden de ligging van het voorkeurstracé beperkt aan te passen. Een nadere onderbouwing hieromtrent wordt niet nodig geacht. Conclusies Het plangebied maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen de plaatsgebonden risicocontour van een Beviinrichting, transportas en/of hogedruk aardgasleiding. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Vught. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de groepsrisicoverantwoording ingevuld.

4. Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid.

5. Verantwoording groepsrisico Waalwijkse 2 Udenhout De gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de

verantwoording groepsrisico. De brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van het standaardadvies. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid moet op twee aspecten worden beoordeeld: Is het rampscenario te bestrijden Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren. Gezien de afstand tussen het plangebied en de relevante transportroute (> 700 meter) is enkel het toxisch scenario relevant en nader beschouwd. Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagon lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd.

Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Opkomsttijd brandweer De aanrijtijd voor deze locatie bedraagt 8 minuten vanuit de brandweerkazerne in Udenhout (binnen de zorgnorm). In de directe nabijheid is een brandkraan aanwezig. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheid voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen bestaan uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied zijn geen functies bedoeld voor groepen nietzelfredzame personen opgenomen.

Vluchtmogelijkheden Het plangebied wordt via de bestaande wegenstructuur (Waalwijkseweg, Molenhoefstraat) goed ontsloten, waardoor het gebied goed te ontvluchten is. Ventilatie Bij blootstelling aan een toxisch gas is ‘schuilen’ vaak de beste wijze van zelfredzaamheid. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze om de zelfredzaamheid te vergroten. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Conform het Bouwbesluit 2012 (artikel 3.31 – regelbaarheid) moet de mechanische ventilatie uitgeschakeld kunnen worden. Met name zich als een calamiteit met een gifwolk voor doet.

Alarmering De dichtstbijzijnde WAS-paal bevindt zich op 1,7 kilometer; buiten gehoorsafstand. Voor alarmering zal gebruik moeten worden gemaakt van digitale mogelijkheden zoals NL Alert. Daarmee kunnen bewoners gealarmeerd worden en wordt het gewenste handelingsperspectief aangedragen in geval van een calamiteit. Risicocommunicatie Door actief te communiceren over risico’s zal de zelfredzaamheid namelijk worden vergroot. De brandweer Midden- en West-Brabant adviseert daarom ook om een communicatieplan op te stellen met deskundigen op dit gebied. In dit plan kan dan worden vastgelegd met wie, op welke wijze en met welke frequentie over de risico’s wordt gecommuniceerd. Op dit moment vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit. Daarnaast vindt op verzoek gebiedsgerichte risicocommunicatie plaats. De aanwezige personen worden niet gezien als verminderd zelfredzaam.

6. Conclusies Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Vught. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen de genoemde invloedsgebieden is de verantwoordingsplicht ingevuld. Voor de verantwoording is het standaardadvies van de Brandweer Midden- en West-Brabant gebruikt. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: - De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief; Aangezien het plan op >750 meter van de relevante transportroute gevaarlijke stoffen ligt, neemt het groepsrisico van deze risicobron in de toekomstige situatie niet toe; De bereikbaarheid van het plangebied is goed; Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; Het plangebied ligt buiten het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem). Er moet gebruik gemaakt worden van NL-Alert.

Dit instrument biedt de mogelijkheid de bewoners tijdig te waarschuwen; De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten; Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Het bouwwerk dient voorzien te zijn van een afsluitbare mechanische ventilatie. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk; De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

Begrippenkader Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan worden weergegeven met zogeheten risicocontouren; lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR kan niet op de kaart worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waarbij de kans (f) wordt afgezet tegen het aantal slachtoffers (N), de fN-curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij wettelijk anders geregeld), ofwel door de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Plasbrandaandachtsgebieden In de regeling Basisnet zijn rijkswegen en spoordelen aangewezen waar rekening gehouden moet worden met de zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden. Voor Tilburg is dit het spoor Breda-Tilburg- Eindhoven en de A58. Het spoor vanaf de splitsing richting Den Bosch en de A65 kent geen plasbrandaandachtsgebied. Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied van 30 meter uit de rand van een rijstrook van een weg dan wel 30 meter van de buitenste spoorstaaf op het spoor. Binnen plasbrandaandachtsgebieden moeten de effecten van een plasbrand meegenomen worden in de verantwoording. Daarnaast gelden aanvullende bouwvoorschriften voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. Verantwoordingsplicht In de wetgeving (Bevi, Bevt en Bevb) is een verplichting opgenomen het groepsrisico te verantwoorden. Deze verantwoording houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In de wetgeving zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording moet voldoen. (beperkt) Kwetsbaar object/ Bijzonder kwetsbaar object De (beperkt) kwetsbaarheid van objecten is vastgelegd in wet en regelgeving.

Bijzonder Kwetsbaar is geen definitie uit de regelgeving, bijzonder kwetsbaar is gedefinieerd in de beleidsvisie externe veiligheid "Veilig en verantwoord ontwikkelen". Een kwetsbaar object is vastgelegd in regelgeving; woningen, woonschepen en woonwagens, met een dichtheid van meer dan 2 per hectare gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten zoals: o Ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; o Scholen; o Gebouwen of een gedeelte daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren; o Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object; o Complexen, waarin meer dan vijf winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar;

Beperkt kwetsbaar object o Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; o Dienst -en bedrijfswoningen van derden Kantoorgebouwen, voor zover zij er geen sprake is van een kwetsbaar object; Winkels, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Sporthallen sportterreinen en speeltuinen Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinde, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object Bedrijfsgebouwen, voor zover er geen sprake is van een kwetsbaar object; Objecten die gelijkgesteld kunnen worden met de hierboven genoemde objecten gezien de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval tenzij er sprake is van een kwetsbaar object. Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. Bijzonder kwetsbaar object Er zijn mensen, die zichzelf niet goed in veiligheid kunnen brengen, bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke beperking of een zeer jonge leeftijd.

Het is niet wenselijk dat deze niet-zelfredzame mensen nabij risicovolle activiteiten wonen of verblijven. We definiëren de objecten waarin dergelijke mensen wonen of verblijven als bijzonder kwetsbare objecten.

Bijlage 4 Ecologische quickscan Ecologische Quickscan

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

LOCATIE: WAALWIJKSEWEG 2, UDENHOUT RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0836 In opdracht van: Bertens Varkenshouderij Waalwijkseweg 2 5071 RK Udenhout

E Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0836

Opdrachtgever Bertens Varkenshouderij

Contactpersoon Dhr. M. Bertens

Locatie Waalwijkseweg 2, Udenhout

Opleverdatum 29 januari 2021

Uitvoerder

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

P a g i n a |1

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

Inhoudsopgave

1.

Inleiding en onderzoek………………………………………………………....4

2.

Beleidskader

………………………………………………………………...5

Wet natuurbescherming 3.

Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..… .8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling

4.

Praktijk ecologische quickscan

………………………………..…..………10

Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.

Beschermde natuurwaarden………………………………………..….……..19 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten

6.

Resultaten en advies

……………………………………………………….26

7.

Lijst van bronnen

…………………………………………………….…28

8.

Bijlagen

…………………………………………………………………..…..29

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |2

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

Samenvatting Opdrachtgever heeft het bedrijf aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zullen de aanwezige varkensstallen worden gesloopt en zal het huidige intensief agrarisch bestemmingsplan worden omgezet. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. De huidige boomkwekerij en opslag zullen behouden blijven. De aanwezige woonboerderij met garage en loodsen blijven staan. Achter de loodsen heeft initiatiefnemer het plan om een boerderijcamping te realiseren. Op het perceel ten oosten van de bedrijfslocatie zullen twee Ruimte voor ruimte woningen worden gebouwd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Voor de sloopvergunning heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden.

Inhoudsopgave In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco januari 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |3

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Bertens varkenshouderij is het bedrijf aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout aangemeld bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zal het varkensbedrijf volledig worden gesaneerd. De bestaande bedrijfsgebouwen, bestaande uit vijf varkensstallen met bijbehorende aanbouw en luchtwasser, worden gesloopt. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende bestemmingsplan. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |4

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.

2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |5

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |6

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |7

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout in de gemeente Tilburg. De gemeente Tilburg is op 1 januari 1997 uitgebreid door toevoeging van de voormalige zelfstandige gemeentes Udenhout Berkel-Enschot, op 1 januari 2021 is hier ook het dorp Biezenmortel aan toegevoegd. De gemeente telt 219.599 inwoners (1 augustus 2020) en heeft een oppervlakte van 118,13 km². Het dorp Udenhout telt zo'n 8.314 inwoners. De Waalwijkseweg is gelegen in de driehoek Berkel-Enschot, Tilburg en Udenhout, ontsluit aan de heuvelstraat en gaat in westelijke richting over in een t-splitsing met de Houtsestraat en Kuil. De N261 bevindt zich op 1.6 km ten zuidwesten van het plangebied, de N65 op 2,4 kilometer ten zuidoosten. Het perceel in kwestie is gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied de Zandleij. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische percelen, bedrijven, intensieve veehouderijen met bouw- en weilanden en burgerwoningen Ten noordoosten ligt de kern Udenhout, op een afstand van circa 800 meter is de bebouwde kom. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. De globale grenzen van het plangebied in de daaropvolgende afbeelding.

Tilburg

Afbeelding: satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is oranje omcirkeld. Bron: Google earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding, een gecultiveerde tuin met gazon, struiken en verdere beplanting in de vorm van heggen en struiken. Op onderstaande foto wordt het plangebied globaal aangegeven met in detail de te slopen varkensstallen en te behouden bebouwing.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |8

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

Globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, te slopen varkensstallen in rood en blijvende woonboerderij met garage en loodsen in geel. Bron: Google earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de intensieve varkenshouderij die op deze locatie gevestigd is, volledig te saneren. Dit houdt in dat de varkensstallen gesloopt zullen worden. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De aan de westelijke kant van het plangebied gelegen moderne loodsen t.b.v. opslag van ca 1800 m2 blijven behouden. Aan de noordzijde hiervan is men voornemens een boerderijcamping van 15-2- kampeerplaatsen te realiseren. De woonboerderij, garage en loods van ca 150 m2 t.b.v. boomkwekerij blijven in de huidige vorm behouden. Initiatiefnemer wenst aan de oostzijde van het plangebied aan de Waalwijkseweg twee woningen te realiseren middels aankoop Ruimte-voor-Ruimte titels. Met het ontmantelen van de intensieve veehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof.

Situatieschets beoogde situatie. Bron: VERSCHEL & van DUN BV.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |9

Ecologische QuickScan Waalwijkseweg 2, Udenhout

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695861/1