CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen-b001

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bgb De Zandleij 2012, 17e herz. (Waalwijkseweg 2)28.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Om te voorkomen dat de geluidbelasting als gevolg van de Waalwijkseweg op de nieuwe woningen boven de maximaal te ontheffen waarde uitkomt, dienen de woningen daarom op minimaal 25 meter afstand uit het hart van de Waalwijkseweg gebouwd te worden. Omdat de geluidbelasting daarmee boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt, dient een Hogere Waarde besluit genomen te worden. Daarbij zijn de randvoorwaarden uit het gemeentelijke Hogere Waardenbeleid van toepassing. Omdat de maximale geluidbelasting, met inachtneming van de genoemde afstand, maximaal 53 dB bedraagt, gelden er vanuit het HW beleid van de gemeente Tilburg geen aanvullende voorwaarden voor wat betreft geluidluwe gevels/zijden en/of gevelisolatie (los van de wettelijke eisen uit het bouwbesluit). 4.5.2 Railverkeerlawaai Binnen het plangebied zijn geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Het betreft 2 woningen. Binnen het plangebied zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van het spoortraject Tilburg-'s-Hertogenbosch. De normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder zijn hierdoor niet van toepassing. 4.5.3 Industrielawaai In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing.

4.5.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.6 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De bestemmingen in het plangebied zijn getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Het plan voorziet in de realisatie van 2 woningen. Hierdoor kan het plan worden gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

18

bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Er zijn geen luchtgevoelige bestemmingen, zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.

4.7 Geur 4.7.1 Industriële geurhinder Het beleid voor industriële geurhinder (geur van bedrijven die niet tot de agrarische sector behoren) is samengevat in een brief van het ministerie van VROM van 30 juni 1995. Kort samengevat komt het erop neer dat afgestapt is van stringente geurnormen; de toetsing of een ontwikkeling toelaatbaar is zonder voor overmatige geurhinder te zorgen, is grotendeels overgelaten aan lokale overheden. Er wordt in de brief een aantal algemene beleidsuitgangspunten gegeven, waarbij ´het voorkómen van nieuwe geurhinder´ voor de ruimtelijke ordening het belangrijkst is. Binnen de gemeente Tilburg worden deze algemene uitgangspunten gehanteerd. Voor een aantal categorieën bedrijven is dit algemene geurbeleid geconcretiseerd in de Nederlandse emissie Richtlijn lucht (NeR). Voor zover een 'dosis-effectrelatie' (de relatie tussen de geuremissie bij het bedrijf en de hinder voor omwonenden) voor een bedrijfscategorie is vastgesteld, zijn voor die bedrijven 'normen' vastgesteld waarbij hinder kan worden verwacht. Voor de overige categorieën bedrijven zal dit moeten worden vastgesteld door specifiek geuronderzoek. Aangezien de NeR een formele richtlijn is, en bovendien een concrete vertaling vormt van het algemene beleidskader, dient hier bij ruimtelijke plannen te worden aangesloten.

Voor enkele bedrijfscategorieën is behalve een grenswaarde voor nieuwe situaties ook een maximale geurimmissieconcentratie vastgesteld voor bestaande situaties. In de directe omgeving van het plan bevinden zich geen bedrijven met een significante industriële geuremissie. Industriële geur is daarmee geen belemmering voor het plan. 4.7.2 Agrarische geurhinder Op bedrijven die tot de agrarische sector behoren (veehouderijen) is ten aanzien van het geurbeleid de Wet geurhinder en veehouderij (5 oktober 2006) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij van toepassing. Deze regelgeving geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De geurbelasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-Stacks model). Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De wet geeft de mogelijkheid om op lokaal niveau gemotiveerd af te wijken van de wettelijk norm met een verordening. De gemeente Tilburg heeft vooralsnog geen verordening met afwijkende normen vastgesteld. In de directe omgeving van het plan bevinden zich een aantal agrarische bedrijven. Er is daarom een aanvullend geuronderzoek uitgevoerd (Van Dun Advies, ‘Geuronderzoek woon- en leefklimaat t.b.v.

twee Ruimte-voor-Ruimte woningen ter plaatse van de Waalwijkseweg 2, 5071 RK te Udenhout’, d.d. 8 februari 2021, Kenmerk TvW/16045.047). In deze notitie is onderzocht of ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte kavels een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst. De realisatie van de twee woningen gaat samen met de sanering van de intensieve veehouderij aan de Waalwijkseweg 2. De emissie van dit bedrijf is daarom niet meer meegenomen in het uitgevoerde onderzoek. Beoordeeld is de achtergrondgeurbelasting ter plaatse van de twee RvR woningen. Geconcludeerd is dat, na de bedrijfsbeeindiging van de intensieve veehouderij op Waalwijkseweg 2, de planlocatie niet binnen de geurcontouren van andere veehouderijen gelegen is. Daarmee is er voor het aspect geur sprake van een aanvaardbaar woon- een leefklimaat. Ook kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering oplevert voor de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. De kavels zijn conform de Wet geurhinder en veehouderijen op voldoende afstand gelegen van omliggende veehouderijen. Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

19

4.8 Bodem In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een uitvoerig bodemonderzoek. In beginsel dient een bestemmingsplan(-wijziging) minimaal vergezeld te worden van een verkennend bodemonderzoek, conform de onderzoeksprotocol NEN 5740, die niet ouder is dan 5 jaar. Ten oosten van de bestaande bedrijfswoning worden 2 woningen gebouwd. Deze percelen zijn in het verleden gebruikt als kweekgronden voor bomen/struiken. Het overige agrarische perceel is in gebruik geweest als varkenshouderij. Ter plaatse zijn tenminste een bovengrondse dieseltank en een propaan tank aanwezig (geweest). Bodemgegevens locatie: Er is geen bodemonderzoek bij het bestemmingsplan ingediend. In onze archieven zijn meerdere bodemonderzoeken bekend van deze locatie. In 1994, 1998 en 2003 zijn bodemonderzoeken uitgevoerd in het kader van bouwaanvragen. De scope van deze onderzoeken was beperkt. In deze onderzoeken zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond.

Er waren derhalve geen belemmeringen voor de beoogde bouwplannen. De bovengrondse tanks zijn echter niet in deze onderzoeken onderzocht. Conclusie: Voor het planologisch mogelijk maken van de woningen op het perceel is geen bodemonderzoek noodzakelijk. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de beoogde nieuwbouw zal echter wel een bodemonderzoek worden geëist. Dit bodemonderzoek mag niet ouder zijn dan 5 jaar. Daarbij zal ook moeten worden vastgesteld of in het verleden bestrijdingsmiddelen zijn toegepast bij de kwekerij. Voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen zal een asbestinventarisatie moeten uitwijzen of ter plaatse sprake is op bodemverontreiniging met asbest. Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.

4.9 Natuur en ecologie 4.9.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.

Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

20

is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: <0000> Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (deze soorten zijn benoemd in het document "Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep", Dienst Regelingen, 2009. Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn) <0000> Overige inheemse broedvogels <0000> Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn <0000> Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling (de algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd. In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime.

Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen. Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft.

Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw.

Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.9.2 Analyse plangebied Voor de geplande ontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd (Brabant Eco, 2021). Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen en conclusies van de quickscan weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen bij de plantoelichting. Natura 2000-gebieden

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

21

Het plangebied ligt op 1,4 km afstand van het wettelijk beschermde natuurgebied (Natura 2000-gebied) betreft Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Het plangebied ligt op minimaal 830 meter afstand van het Natuurnetwerk Brabant zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Externe effecten op het Natuurnetwerk Brabant, zoals benoemd in artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening, zijn gezien deze afstand en zeer beperkte externe invloed van de ontwikkeling redelijkerwijs uit te sluiten. Soortenbescherming Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘overige soorten’ (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken op eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In het plangebied is geen geschikte habitat waargenomen voor jaarrond beschermde vogels. De te slopen varkensstallen zijn volledig ongeschikt als verblijfplaats. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, uilen of gierzwaluwen verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied. In het plangebied en in de omgeving blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden. Als het verwijderen van bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde plant- en diersoorten is op basis van habitatvoorkeur en algemene verspreidingsgegevens met voldoende zekerheid uit te sluiten. Conclusie Vanuit de wettelijke gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden zijn geen beperkingen of voorwaarden aan het plan verbonden.

Ook vanuit de natuurbeschermingsregels uit de Interim Omgevingsverordening (Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe Mantel) zijn geen beperkingen of voorwaarden aan het plan verbonden. Het bestemmingsplan kan in overeenstemming met de wettelijke soortenbescherming worden uitgevoerd, mits begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen worden verwijderd buiten het broedseizoen.

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

22

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem De belangrijkste kenmerken van het plangebied zijn weergegeven in tabel 1. In de huidige situatie is op het perceel een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning, bijgebouwen en erfverharding aanwezig. Kenmerk In plangebied Stroomgebied Zandleij Waterbeheerders Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel Bruto oppervlakte ca. 20.000 m2 Terreinhoogte ca 11,3 – 11,8 m+NAP Gemiddelde hoogste Ca 10,1 m+NAP grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Meer dan 1 m Bodem Zwakzandige leemlenzen dikker dan 1 meter Riolering Drukriool (alleen vuilwater) Afkoppelgebied Niet van toepassing Oppervlaktewater Keur beschermde gebieden Niet van toepassing Tabel 1, Gebiedskenmerken In de huidige situatie is het perceel deels bebouwd en verhard. Regenwater dat valt op verharde oppervlakken wordt in het perceel verwerkt. Regenwater dat valt op onverharde oppervlakken infiltreert naar het grondwater. Het perceel is aangesloten op drukriolering. Afvalwater wordt getransporteerd naar de zuiveringsinstallatie van waterschap De Dommel.

5.2 Beleidskader Het waterschap De Dommel heeft in 2015 het 'Waterbeheerplan Waardevol Water 2016 - 2021' vastgesteld. Dit plan is opgesteld vanuit de insteek van het waterschap: samen met gebruikers en (maatschappelijke) organisaties meerwaarde geven aan water. Dit doet het waterschap vanuit vier uitgangspunten: 1) beekdalbenadering; 2) gebruiker centraal; 3) samen sterker; 4) gezonde toekomst. Naast dit beheerplan beschikt het waterschap over verschillende beleidsregels en de Keur die van belang zijn voor eventuele ontwikkelingen. Het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) is in 2015 door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Zowel het PMWP als het waterbeheerplan lopen parallel met de 2e termijn van de Kaderrichtlijn Water. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2020-2023. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd.

Toekomstige situatie Het bestemmingsplan maakt de bouw van twee Ruimte voor ruimte woningen mogelijk. De oppervlakte van deze woningen is nog niet bekend.

5.3 Duurzaam watersysteem De eigenaar van de grond bepaalt de terrein- en vloerpeilen binnen de perceelgrenzen. Deze peilen moeten afgewogen en gekozen worden aan de hand van de volgende factoren: <0000> voldoende ontwateringdiepte; <0000> de water- en vochtdichtheid van alle ondergrondse bouwdelen dient te allen tijde voldoende te zijn voor de nieuwe functie van de ruimte;

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

23

<0000>

<0000> <0000>

aansluiten op de bestaande aangrenzende percelen en op de (toekomstige) terreinhoogte van de openbare ruimte ter plaatse van de grens (T-hoogte); geen afvloeiend regenwater afwentelen buiten de (toekomstige) percelen; afdoende bescherming tegen overstroming bij extreme neerslag.

De gemeente bepaalt de hoogte van de (toekomstige) openbare ruimte. Daarbij zijn verschillende factoren van belang, waaronder de ontwateringdiepte. In de bestaande situatie is de ontwateringdiepte voldoende voor de nieuwe functies. Hierom worden geen preventieve maatregelen vastgesteld om grondwater- of vochtoverlast te voorkomen. Om de aansluiting op nabije terreinhoogten optimaal te houden wordt de bestaande terreinhoogte ter plaatse van de perceelgrens (T-hoogte) gehandhaafd. Regenwater Tilburg streeft naar een betere leefomgeving. Daarbij speelt de trits vasthouden-bergen-afvoeren een centrale rol. In eerste instantie gaat het om het gebiedseigen water zoveel mogelijk vast te houden (trits vasthouden-bergen-afvoeren). Mogelijkheden hiervoor zijn: <0000> Minder terrein verharden; <0000> Hergebruik van regenwater voor bijvoorbeeld toiletspoeling of wassen van voertuigen; <0000> Groene daken; <0000> Water opvangen in poelen, regentonnen e.d.; <0000> Waterdoorlatende verharding. Alle beetjes helpen, andere/innoverende ideeën zijn mogelijk. In het PWR is beleid vastgesteld waarmee van iedere ontwikkeling verlangd wordt dat ze hier invulling aan geeft door in een vastgestelde bergingsopgave voor het plangebied te voorzien. De bergingsopgave bedraagt 60 mm, oftewel 60 l/m² verharding van de nieuwe situatie.

Hiermee draagt het plangebied bij aan het hydrologisch neutraal (her)ontwikkelen van Tilburg. Omdat de omvang van het toekomstige verharde oppervlak nog niet bekend is kan de waterberging nog niet berekend worden. Dat moet nog gedaan worden. Als invulling wordt de toepassing van bovengrondse waterbergende voorzieningen als wadi, greppel en groene-/waterbergende daken als kansrijk gezien. Aanbevelingen en advies voor een duurzame invulling van het watersysteem: <0000> Stel op basis van veldonderzoek vast of het plangebied geschikt is voor het toepassen van infiltratievoorzieningen; <0000> Beperk de hoeveelheid verharde oppervlakte; <0000> Pas groene daken toe, een combinatie van een groendak met zonnepanelen is goed mogelijk en leidt tot een hoger rendement van de panelen; <0000> Voer (een deel van) de terreinverhardingen zoals parkeervakken uit in een halfverharding/grastegels; <0000> Pas voor de resterende opgave ondergrondse waterberging toe in een centraal elementensysteem of een waterbergende verhardingsfundering. Een overloop van de waterbergingsvoorziening(en) dient in overleg met waterschap te worden aangesloten op het oppervlaktewater. Het toepassen van uitlogende bouwmaterialen is uitgesloten om verontreiniging van bodem- en oppervlaktewater te voorkomen.

Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijke afvalwater van het perceel dient te worden ingezameld en afgevoerd naar de aanwezige drukriolering.

5.4 Watertoets De impact van deze ontwikkeling op het watersysteem is beperkt. De ontwikkeling valt daarom binnen het maatwerk dat de gemeente heeft vastgesteld in het PWR 2020-2023. Conform deze aanpak kan het watertoets-proces een verkort traject doorlopen. In dit verkorte traject geeft het waterschap geen voorlopig wateradvies, in plaats daarvan wordt het wateradvies pas verstrekt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan.

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

24

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Doordat met initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Gelet op het voorgaande is het plan uitvoerbaar.

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

25

Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg 7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op 11 december 2020 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het concept-ontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie. Bij brief van 23 juni 2021 heeft de provincie gereageerd. De vooroverlegreactie is tamelijk omvangrijk. Voor een groot deel is dit te herleiden op het feit dat in de door de gemeente toegezonden stukken ten aanzien van de tweede bouwtitel nog geen keuze werd gemaakt tussen Ruimte-voor-ruimte of de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties, zoals opgenomen in artikel 3.78 IOV. Inmiddels is duidelijk geworden dat voor beide bouwtitels een Ruimte-voor-ruimte-recht wordt (is) aangekocht. Artikel 3.78 IOV is daarmee uit beeld. In het verlengde van het vorenstaande is naar aanleiding van de provinciale vooroverlegreactie: - In onderdeel 1.1 van de toelichting en elders toegevoegd dat het resterende agrarische bedrijf een boomkwekerij is (met bestaande en te handhaven opslag van statische goederen); - In onderdeel 1.4 van de toelichting de stedenbouwkundige opzet van het plan nader toegelicht; - In onderdeel 2.2.2 van de toelichting een uitgebreide toets opgenomen aan de ter zake doende provinciale regels, in het bijzonder aan artikel 3.80 IOV; - Landschappelijke inpassing van de minicamping in de planregels verzekerd door middel van een voorwaardelijke verplichting.

De landschappelijke inpassing van de beide woningen is wat het essentiële deel ervan betreft op de verbeelding geborgd. Het gaat hierbij om het (vrijwillig) opofferen van een groot deel van het agrarische bouwblok om ruimte tussen het resterende agrarische bedrijf (boomkwekerij) en de nieuwe woningen te creëren. Daarnaast ontstaat op deze manier een nieuw doorzicht vanaf de Waalwijkseweg, een stedenbouwkundige en landschappelijke wens van de gemeente. Het opgeven van een deel van het bouwblok, waardoor dit doorzicht ontstaat, is niet verplicht op grond van de deelname aan de warme sanering varkenshouderijen en komt bovenop de aankoop van twee bouwtitels in de vorm van Ruimte-voor-ruimterechten. Het gaat hierbij om een flinke extra investering, indien deze in geld uitgedrukt zou worden. Door bouwregels m.b.t. goothoogte en nokrichting op te nemen in de planregels wordt het gewenste stedenbouwkundige en landschappelijke beeld aangaande de nieuwe woningen verzekerd. De ruime kavels bieden voldoende ruimte voor erfbeplanting naar eigen inzicht door de nieuwe bewoners. De bij de planregels gevoegde tekening inzake landschappelijke inpassing voorziet overigens ook nog in een beukenhaag aan weerszijden van de woonkavels.

Ten aanzien van de opmerking van de provincie, inhoudende dat de bouwtites moeten zijn aangeschaft voordat het plan wordt vastgesteld, merken wij ten slotte op dat beide titels reeds zijn aangeschaft. Deze zullen, zoals eeder ook wel gedaan is in andere planprocedures, per separate e-mail of anderszins aan de provincie worden getoond.

7.3 Omgevingsdialoog Op 9 december 2020 is ter uitvoering van het bepaalde in de Richtlijn Omgevingsdialoog een informatieavond gehouden bij initiatiefnemers aan Waalwijkseweg 2. Tijdens deze informatieavond is een toelichting gegeven op de aard en het doel van het bestemmingsplan. Tevens is de gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen en het maken van opmerkingen. Uit inkomende telefoontjes in de weken hierna is de gemeente gebleken dat ook de bewoners van enkele adressen, die niet voor de avond waren uitgenodigd of anderszins niet zijn bereikt, interesse hebben voor (en mogelijk bezwaar hebben tegen) het initiatief. De gemeente neemt de desbetreffende adressen mee bij het verspreiden van de bewonersbrief ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan.

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

26

7.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van invullen datum tot en met invullen datum. Tijdens deze periode zijn er invullen aantal zienswijzen ingediend. Deze worden hieronder zakelijk weergegeven, met daarbij het uiteindelijke standpunt van het gemeentebestuur ten aanzien van die zienswijzen. N.B: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven (zulks o.a. n.a.v. een bericht van de VNG van 2 oktober 2009). INVULLEN (per genummerde zienswijze een inhoudelijk oordeel, met conclusie dat zienswijze geheel of gedeeltelijk gegrond dan wel ongegrond dan wel niet-ontvankelijk is).

Buitengebied De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2)

27

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Geluidsonderzoek Geluidsonderzoek

Bijlage 2 Geuronderzoek Geuronderzoek

Bijlage 3 Inventarisatie risicobronnen en verantwoording Inventarisatie risicobronnen en verantwoording

Bijlage 4 Ecologische quickscan Ecologische Quickscan

Bijlage 5 Archeologisch bureauonderzoek Archeologisch Bureauonderzoek

Bijlage 6 Parkeernormen Tilburg 2017 Parkeernormen Tilburg 2017

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Geluidsonderzoek Geluidsonderzoek

Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai Waalwijkseweg 2 Udenhout

Gbs Milieuadvies M: (06) 160 457 48 Website: www.gbsmilieuadvies.nl A. van Bergenstraat 95 T: 076 888 13 56 kvk: 58542914 4811 SN Breda E-mail: info@gbsmilieuadvies.nl Rabobank NL67 Rabo 0102 3024 21

Colofon Rapportnummer: Versie: Plaats en datum:

R2021.003 1 Breda, 08 januari 2021

Opdrachtgever:

Verschel & Van Dun BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten

Contactpersoon:

dhr. D. Beekmans

Onderzoekslocatie:

Waalwijkseweg 2 5071 RK Udenhout

Contactpersoon:

n.v.t.

Uitgevoerd door:

Gbs Milieuadvies A. van Bergenstraat 95 4811 SN Breda

Contactpersoon: E-mail: Telefoon:

dhr. J. Gildbrandsen info@gbsmilieuadvies.nl 076 888 13 56

Auteur:

dhr. ing. J. Gildbrandsen

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of anderzijds zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of van Gbs Milieuadvies.

R2021.003

2

Inhoudsopgave

Pagina

1. 2.

Inleiding ....................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................. 5 2.1. Zones langs wegen..................................................................................................... 5 2.2. Normen wegverkeerslawaai ....................................................................................... 5 2.3. Aftrek conform artikel 110g van de Wgh ................................................................... 6 2.4. Gecumuleerde geluidbelasting ................................................................................... 6 2.5. Hogere waarde procedure/toetsing gemeentelijk geluidbeleid .................................... 7 3. Uitgangspunten ............................................................................................................. 8 3.1. Situatie ...................................................................................................................... 8 3.2. Verkeersgegevens .................................................................................................... 11 3.3. Rekenmodel ten behoeve van de overdrachtsberekening .......................................... 12 3.3.1.

Gehanteerd rekenmodel ..................................................................................... 12 3.3.2. Modelgegevens ................................................................................................. 12 3.3.3. Situatie .............................................................................................................. 12 3.3.4. Bodemfactor/overdracht .................................................................................... 12 3.3.5. Rekenpunten ..................................................................................................... 12 4. Rekenresultaten .......................................................................................................... 13 4.1. Wegverkeerslawaai .................................................................................................. 13 4.2. Gecumuleerde geluidbelastingen t.b.v. mini camping............................................... 16 5. Conclusie .................................................................................................................... 18 5.1. Hogere waarde procedure/toetsing gemeentelijk geluidbeleid .................................. 18 5.2. Toets aan de Wet geluidhinder ................................................................................. 18 5.3.

Bronmaatregelen...................................................................................................... 19 5.4. Overdrachtsmaatregelen .......................................................................................... 20 5.5. Maatregelen bij de ontvanger/Hogere waardes ......................................................... 20

Figuren 1 2 3

Situatieschets Modelgegevens, objecten/bodemgebieden/wegen Situering geluidcontouren

Bijlagen 1 2

Verkeerscijfers /mailcontact gemeente Tilburg Modelgegevens

R2021.003

3

1.

Inleiding

In opdracht van Verschel & Van Dun BV is door Gbs Milieuadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de Waalwijkseweg, Molenhoefstraat en Het Hoekske ter plaatse van het perceel aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout. Aan de Waalwijkseweg 2 te Udenhout is momenteel een gemengd agrarisch bedrijf gevestigd waarvan de varkenshouderij wordt gesaneerd. De akker- en boomteelttak blijft behouden, net zoals de reeds vergunde en aanwezige statische opslag. Bij het bedrijf zal een boerderij mini camping worden opgericht, een loods t.b.v. boomteelt worden gesloopt en elders op het erf worden herbouwd. Daarnaast is men voornemens om op het naast gelegen perceel een tweetal ruimte voor ruimte woningen te gaan realiseren. Om de herontwikkeling mogelijk te maken zal een ruimtelijke ordeningsprocedure moeten worden doorlopen. De geprojecteerde woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Waalwijkseweg, de Molenhoefstraat en Het Hoekske. Hiertoe is de geluidbelasting bepaald op de nieuw te bouwen woningen en getoetst aan de geldende geluidsnormen. Daarnaast dient t.b.v. de boerderij mini camping aangetoond te worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse. De in het onderhavige onderzoek gehanteerde wegverkeersgegevens zijn aangeleverd door de gemeente Tilburg.

De in de nabijheid van het plangebied gelegen objecten, wegen en bodemgebieden zijn herleid uit Qgis, Google Maps, Google Earth, Bing Maps en Bagviewer kadaster. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het toetsingskader beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de uitgangspunten (situatie/verkeersgegevens/modellering). Hoofdstuk 4 geeft de rekenresultaten weer en tot slot volgt in hoofdstuk 5 de conclusie.

R2021.003

4

2.

Wettelijk kader 2.1.

Zones langs wegen

Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh), eerste lid, hebben alle wegen een geluidzone, met uitzondering van: 1e wegen die binnen een als woonerf aangeduid gebied zijn gelegen; 2e wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Een geluidzone is een aandachtsgebied dat zich aan weerszijden van een weg even ver uit de as uitstrekt en waar een onderzoeksplicht van toepassing is in het kader van de Wgh, indien daarbinnen sprake is van, onder andere, oprichting of wijziging van gevoelige bestemmingen (waaronder woningen). De ruimte boven en onder een weg behoort eveneens tot de zone van een weg. De breedte van een zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving: stedelijk dan wel buiten stedelijk gebied (zie tabel 2.1.1). Volgens artikel 1 van de Wgh moet als stedelijk gebied worden aangemerkt het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs auto(snel)wegen. Tabel 2.1.1: Breedte van de geluidzone in relatie tot gebiedstypering en het aantal rijstroken. aantal rijstroken

breedte van de geluidzone (m) buitenstedelijk gebied

stedelijk gebied

5 of meer

600

350

3 of 4

400

350

1 of 2

250

200

Opmerking: de breedte van de geluidzone wordt gerekend vanaf de binnenzijde van de kantstreep van de buitenste rijstrook.

2.2.

Normen wegverkeerslawaai

Bij de beoordeling van een (toekomstige) akoestische situatie worden normen gehanteerd zoals vermeld in de Wgh. Deze normen hebben betrekking op geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Per type geluidgevoelige bestemming zijn ervoor op de gevel, afhankelijk van de situatie, twee normen: een voorkeursgrenswaarde (streefwaarde) en een maximale ontheffingswaarde (norm die nimmer overschreden mag worden). Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden kan, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria, ontheffing worden verleend tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. Voor toetsing van het geluidniveau vanwege wegverkeers- en spoorweglawaai aan de buitenzijde van een geluidgevoelige bestemming aan de normen van de Wgh wordt gebruik gemaakt van het begrip Lden. Deze grootheid staat voor de geluidbelasting, uitgedrukt in dB, op een bepaalde plaats en vanwege een bepaalde geluidbron over alle perioden van de dag – van 07.00 – 19.00 uur (dagperiode), van 19.00 – 23.00 uur (avondperiode) en van 23.00 – 07.00 uur (nachtperiode) – gemiddeld over een jaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de hinderbeleving in de verschillende onderscheiden delen van de dag: voor de avondperiode wordt een ‘straffactor’ van 5 dB meegenomen en voor de nachtperiode een factor van 10 dB. R2021.003

5

Tabel 2.2.1

Normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in stedelijk gebied Voorkeursgrenswaarde

48 dB

Maximale ontheffingswaarde

63 dB

Maximale ontheffingswaarde, vervangende nieuwbouw

68 dB

Tabel 2.2.2

Normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in buitenstedelijk gebied Voorkeursgrenswaarde

48 dB

Maximale ontheffingswaarde

53 dB

Maximale ontheffingswaarde, agrarische bedrijfswoning

58 dB

Maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom

58 dB 63 dB

Maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg

Omdat er sprake is van een buitenstedelijke situatie, geldt ter plaatse van de te projecteren woningen voor het aspect wegverkeerslawaai een voorkeursgrenswaarde op de gevel van 48 dB Lden, met een maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden conform artikel 83 lid.1 Wgh. Het maximale binnenniveau mag op grond van het Bouwbesluit niet meer bedragen dan 33 dB. 2.3.

Aftrek conform artikel 110g van de Wgh

Al de in de Wgh genoemde grenswaarden voor de gevelbelasting vanwege wegverkeerslawaai betreffen waarden na de toegestane aftrek volgens artikel 110g van de Wgh. De numerieke invulling van deze aftrek is in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012) geregeld. Conform dit artikel bedraagt deze aftrek 2 dB(A) voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en 5 dB(A) voor de wegen met een snelheid lager dan 70 km/uur. Het argument voor het mogen toepassen van deze aftrek is dat auto’s in de toekomst stiller zullen worden als gevolg van voortschrijdende verbeteringen aan motoren en banden. 2.4.

Gecumuleerde geluidbelasting

Indien een geluidgevoelige bestemming geprojecteerd is binnen meerdere zones, dan dient ingevolge artikel 110f Wgh onderzoek uitgevoerd te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Deze gecumuleerde geluidbelasting dient vastgesteld te worden als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Allereerst wordt vastgesteld of van een relevante blootstelling door verschillende geluidsbronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien van een geluidbron de zogenaamde voorkeurswaarde wordt overschreden. In dat geval dient bij de bepaling van de gecumuleerde geluidsbelasting rekening gehouden te worden met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidsbronnen. De correctie conform artikel 110g Wgh met betrekking tot wegverkeer wordt hierbij niet toegepast.

R2021.003

6

2.5.

Hogere waarde procedure/toetsing gemeentelijk geluidbeleid

De Wet geluidhinder biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om een aanvullend beleid vast te stellen. Dit staat beschreven in het door de gemeente Tilburg vastgestelde ‘Hogere waarde beleid’ (april 2015).

R2021.003

7

3.

Uitgangspunten 3.1.

Situatie

Nabij het perceel aan de Waalwijkseweg 2 (zie figuur 3.2) is men voornemens om een tweetal nieuwe ruimte voor ruimte woningen te realiseren. De exacte locatie van de woningen is momenteel nog niet bekend. De woningen zullen twee geluidgevoelige bouwlagen bevatten.

Herontwikkeling Waalwijkseweg 2 Spoorlijn Tilburg-Vught.

Figuur 3.1: Situatieschets (Bron: Google Maps)

R2021.003

8

Figuur 3.2: Beoogde situatie

Spoorlijn Tilburg-Vught Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Tot de zone behoort de ruimte aan weerszijden van de spoorweg, alsmede de ruimte onder en boven de spoorweg. Voor de spoorlijn Tilburg-Vught geldt ter plaatse een geluidproductieplafond van 66 dB, zie figuur 3.3. Conform artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder bedraagt de zonebreedte 600 m. De afstand van de spoorlijn tot het perceel nabij de Waalwijkseweg 2 bedraagt >650 meter waardoor spoorweglawaai niet relevant is in onderhavige situatie.

R2021.003

9

Figuur 3.3: Hoogte geluidproductieplafond spoorlijn Tilburg-Vught

De geluidbelasting als gevolg van de Waalwijkseweg, de Molenhoefstraat en Het Hoekske zal middels geluidcontouren inzichtelijk worden gemaakt ter plaatse van het perceel nabij de Waalwijkseweg 2 en ter plaatse van de boerderij mini camping. De Waalwijkseweg is opgebouwd uit AC11 surf D1, de Molenhoefstraat is opgebouwd uit AC16 surf D2 (noordelijk deel) en AC11 surf D4 (zuidelijk deel) en Het Hoekske is opgebouwd uit asfalt met een oppervlaktebehandeling. Voor alle wegen in het buitengebied geldt een maximumsnelheid van 60 km/h.

R2021.003

10

3.2.

Verkeersgegevens

In de Wgh is voorgeschreven dat voor nieuwe situaties (bijvoorbeeld bouw van een woning) een bepaling van de geluidbelasting moet plaatsvinden voor een toekomstige situatie die tenminste 10 jaar verder ligt dan de datum van het vaststellen van het bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning. De verkeerscijfers zijn opgevraagd bij de gemeente Tilburg. De verkeerscijfers zijn afkomstig uit het verkeersmodel Tilburg V13b, zie bijlage 1. De verkeersintensiteiten hebben betrekking op het peiljaar 2030 en zijn ten behoeve van de berekening van de geluidbelasting met een groeipercentage van 1% per jaar opgehoogd naar het peiljaar 2031. Voor de voertuigverdeling wordt tevens aangesloten bij het verkeersmodel. In tabel 3.2.1 t/m 3.2.3 zijn de verkeersintensiteiten voor de Waalwijkseweg, de Molenhoefstraat en Het Hoekske voor het peiljaar 2031 weergegeven. In deze tabellen zijn tevens de maximaal toegestane rijsnelheden en wegdekverharding gepresenteerd. Tabel 3.2.1: verkeersparameters Waalwijkseweg Weg: Waalwijkseweg Etmaalintensiteit 2031: 3081 Type wegdekverharding: AC11 surf D1 (referentiewegdek) Snelheid: 60 km/uur Verdeling (in %) dagperiode avondperiode (07.00 - 19.00 uur) (19.00 - 23.00 uur) Uur intensiteit 6,7 3,6 Lichte motorvoertuigen 80,0 86,3 Middelzware motorvoertuigen 14,2 8,4 Zware motorvoertuigen 5,8 5,3

nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) 0,7 88,1 5,7 6,2

Tabel 3.2.2: verkeersparameters Molenhoefstraat Weg: Molenhoefstraat Etmaalintensiteit 2031: 2030 Type wegdekverharding: AC16 surf D2/AC11 surf D4 (referentiewegdek) Snelheid: 60 km/uur Verdeling (in %) dagperiode avondperiode (07.00 - 19.00 uur) (19.00 - 23.00 uur) Uur intensiteit 6,7 3,6 Lichte motorvoertuigen 80,0 86,3 Middelzware motorvoertuigen 14,2 8,4 Zware motorvoertuigen 5,8 5,3

nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) 0,7 88,1 5,7 6,2

Tabel 3.2.3: verkeersparameters Het Hoekske Weg: Het Hoekske Etmaalintensiteit 2031: 2414 Type wegdekverharding: Asfalt met oppervlaktebewerking Snelheid: 60 km/uur Verdeling (in %) dagperiode avondperiode (07.00 - 19.00 uur) (19.00 - 23.00 uur) Uur intensiteit 6,7 3,6 Lichte motorvoertuigen 80,0 86,3 Middelzware motorvoertuigen 14,2 8,4 Zware motorvoertuigen 5,8 5,3

nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) 0,7 88,1 5,7 6,2

R2021.003

11

3.3.

Rekenmodel ten behoeve van de overdrachtsberekening 3.3.1. Gehanteerd rekenmodel

Het programma dat is gebruikt voor het opbouwen van het akoestisch rekenmodel en het uitvoeren van de berekeningen is Geomilieu V5.21 van DGMR Raadgevende Ingenieurs BV. Dit programma voldoet aan de eisen die gesteld worden aan software voor het gedetailleerd bepalen van geluidbelastingen. Het is daarmee gekwalificeerd als Standaard Rekenmethode II (SRM II), conform het Rmg2012; de regeling van 12 juni 2012, houdende regels voor het berekenen en meten van geluidbelasting ingevolge de Wgh. 3.3.2. Modelgegevens Bij de modellering zijn de intensiteiten van de rijlijnen, het wegtype en de snelheid ter plaatse ingevoerd. In bijlage 2 zijn alle gegevens (objecten, wegen, waarneempunten e.d.) in numerieke vorm opgenomen. 3.3.3. Situatie De volgende situatie is doorgerekend: 1. 2. 3.

De geluidbelasting vanwege Waalwijkseweg. De geluidbelasting vanwege de Molenhoefstraat. De geluidbelasting vanwege Het Hoekske. 3.3.4. Bodemfactor/overdracht

In het rekenmodel zijn diverse bodemgebieden ingevoerd. De wegdekverharding van de wegen zijn als volledig hard ingevoerd. Voor zowel de boerderij mini camping alsmede het perceel naast de Waalwijkseweg 2 is uitgegaan van een bodemfactor van 0,5. Voor het overige is uitgegaan van een bodemfactor van 1 (zachte bodem). Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie te worden toegepast. Er zijn tevens geen akoestisch relevante kruispunten of rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig 3.3.5. Rekenpunten Ter plaatse van het perceel nabij de Waalwijkseweg 2 is de geluidbelasting middels geluidcontouren inzichtelijk gemaakt op 4,5 meter hoogte. Daarnaast is tevens de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk gemaakt t.b.v. de boerderij mini camping.

R2021.003

12

4.

Rekenresultaten 4.1.

Wegverkeerslawaai

Waalwijkseweg Op afbeelding 4.1 en figuur 3.1 in de bijlagen is de berekende geluidcontour vanwege de Waalwijkseweg weergegeven nabij het perceel aan de Waalwijkseweg 2. De contour is berekend op de maatgevende hoogte van 4,5 meter.

Figuur 4.1 Geluidcontour Waalwijkseweg (incl. aftrek art. 110g Wgh) Berekende geluidbelastingen op een hoogte van 4,5 meter

R2021.003

13

Molenhoefstraat Op afbeelding 4.2 en figuur 3.2 in de bijlagen is de berekende geluidcontour vanwege de Molenhoefstraat weergegeven nabij het perceel aan de Waalwijkseweg 2. De contour is berekend op de maatgevende hoogte van 4,5 meter.

Figuur 4.2 Geluidcontour Molenhoefstraat (incl. aftrek art. 110g Wgh) Berekende geluidbelastingen op een hoogte van 4,5 meter

R2021.003

14

Het Hoekske Op afbeelding 4.3 en figuur 3.3 in de bijlagen is de berekende geluidcontour vanwege Het Hoekske weergegeven nabij het perceel aan de Waalwijkseweg 2. De contour is berekend op de maatgevende hoogte van 4,5 meter.

Figuur 4.3 Geluidcontour Het Hoekske (incl. aftrek art. 110g Wgh) Berekende geluidbelastingen op een hoogte van 4,5 meter

R2021.003

15

4.2.

Gecumuleerde geluidbelastingen t.b.v. mini camping

Woon- en leefklimaat Voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat is inzicht in de gecumuleerde geluidbelasting noodzakelijk. Bij de gecumuleerde geluidbelasting worden in dit geval alle wegen betrokken. Bij het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat is de aftrek conform artikel 3.4 niet meegenomen. Voor het beoordelen van het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de mini camping wordt gebruik gemaakt van de ‘kwaliteitsindicatie geluid’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In tabel 4.2.1 is de classificering van de milieukwaliteit bij verschillende waarden van de cumulatieve geluidbelasting (in L den) weergegeven. Tabel 4.2.1 Milieukwaliteit Lden

Lden cumulatief

Milieukwaliteit

< 45 dB

Zeer goed

46 - 50 dB

Goed

51 – 55 dB

Redelijk

56 – 60 dB

Matig

61 – 65 dB

Slecht

> 65

Zeer slecht

R2021.003

16

Gecumuleerde geluidbelasting Op afbeelding 4.4 en figuur 3.4 in de bijlagen is de berekende geluidcontour vanwege de gecumuleerde geluidbelasting van zowel de Waalwijkseweg, de Molenhoefstraat en Het Hoekske weergegeven ter plaatse van de mini camping. De contour is berekend op een hoogte van 1,5 meter.

Figuur 4.4 Geluidcontour gecumuleerde geluidbelasting (excl. aftrek art. 110g Wgh) Berekende geluidbelastingen op een hoogte van 1,5 meter

De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 41-46 dB ter plaatse van de mini camping. Op basis van de classificering van de milieukwaliteit kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de mini camping als goed tot zeer goed te beschouwen is.

R2021.003

17

5.

Conclusie 5.1.

Hogere waarde procedure/toetsing gemeentelijk geluidbeleid

Onder bepaalde voorwaarden kunnen door de gemeente Tilburg hogere grenswaarden worden verleend. Dit staat beschreven in het door de gemeente Tilburg vastgestelde ‘Hogere waarde beleid’ (april 2015). Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege een weg of spoorweg, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Een tweede belangrijke voorwaarde is het realiseren van een ‘acceptabel woon- en leefklimaat’. Dit betekent dat er verhoogde geluidbelastingen toelaatbaar zijn, mits de woning beschikt over een geluidluwe zijde waardoor ventilatie mogelijk is en een geluidluwe buitenruimte. Een geluidluwe gevel is een gevel waar de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) maximaal 55 dB bedraagt. Aan de geluidluwe zijde moet per woning minimaal één verblijfsruimte zijn gelegen, bij voorkeur de hoofdslaapkamer. 5.2.

Toets aan de Wet geluidhinder

Ter plaatse van het perceel nabij de Waalwijkseweg 2 is de Waalwijkseweg maatgevend voor de geluidbelasting. Dit is mede af te leiden uit de figuren 4.1 t/m 4.3 en figuur 3.1 t/m 3.3 van de bijlagen. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Molenhoefstraat en Het Hoekske ondergeschikt is aan die van de Waalwijkseweg. De geluidbelasting vanwege de Molenhoefstraat en Het Hoekske bedraagt <48 dB Lden waardoor verdere cumulatie niet noodzakelijk is. De 48 dB contour ligt op ongeveer 55 meter van de as van de Waalwijkseweg op de maatgevende hoogte van 4,5 meter. De 53 dB contour ligt op ongeveer 25 meter van de as van de Waalwijkseweg op de maatgevende hoogte van 4,5 meter. In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op het nemen van mogelijke maatregelen om de geluidbelasting te kunnen reduceren als gevolg van de geluidbelasting vanwege de Waalwijkseweg.

R2021.003

18

5.3.

Bronmaatregelen

In onderhavige situatie zou de huidige asfaltlaag van de Waalwijkseweg kunnen worden vervangen door bijvoorbeeld een dunnere deklaag. Hiermee schuift de 48 dB contour ter plaatse van het perceel nabij de Waalwijkseweg 2 met ongeveer 20 meter op. De 53 dB contour schuift hierdoor met 10 meter op, zie onderstaande figuur en figuur 3.5 van de bijlagen.

Figuur 5.1 verschuiving 48 dB contour bij vervanging wegdek

Het is vanuit financieel oogpunt namelijk niet realistisch dat het bouwplan de extra kosten van circa € 500,- per strekkende meter die dit met zich meebrengt kan dragen. Bij een lengte van 100 strekkende meters resulteert dit in een extra uitgave van circa € 50.000,-. Verdere maatregelen aan de bron door beperking van de verkeersintensiteit of het veranderen van het snelheidsregime bieden, gezien de functie van de beschouwde weg, geen mogelijkheid om de geluidbelasting op de gevels van de betrokken woningen te beperken dusdanig dat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Hier hebben de initiatiefnemers tevens geen invloed op.

R2021.003

19

5.4.

Overdrachtsmaatregelen

Door middel van het oprichten van een geluidscherm kan de geluidbelasting vanwege de Waalwijkseweg gereduceerd worden. Het oprichten van een dergelijk scherm ontmoet echter bezwaren van stedenbouwkundige aard. Het scherm dient aan de voorzijde van de woningen, dus parallel aan de Waalwijkseweg, geplaatst te worden. Daarnaast dient de afmeting van een dergelijk scherm over een hoogte van ten minste 5 m en een lengte van circa 70 m te beschikken. Overdrachtsmaatregelen in de vorm van een scherm worden zodoende evenmin financieel wenselijk geacht. Op indicatief niveau kan worden aangenomen dat de kosten van deze maatregel niet in verhouding zijn met de nieuw te bouwen woningen waarvoor de maatregel zou worden toegepast. De kosten van een dergelijk scherm worden ingeschat op ca. € 90.000. 5.5.

Maatregelen bij de ontvanger/Hogere waardes

Maatregelen bij de woningen bestaan bijvoorbeeld uit een dove gevel, of een gevel met een betere geluidsisolatie dan de standaardwaarde van 20 dB volgens het Bouwbesluit. Ook een vliesgevel, verhoogde borstwering of een gesloten paneel in het verlengde van een gevel (om een geluidsluwe gevel te creëren) kunnen maatregelen bij de ontvanger zijn. Omdat aanvullende bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet doelmatig zijn kunnen hogere waarden door de gemeente Tilburg worden verleend en zullen eventueel maatregelen bij de ontvanger moeten worden getroffen. Aangetoond dient te worden dat bij verhoogde geluidbelasting (> 53 dB) voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit wat betreft de karakteristieke geluidwering van de gevel. Hiermee wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd. Omdat de exacte locatie van de nieuwe te bouwen woningen momenteel nog niet bekend is zal het bevoegd gezag naderhand moeten bekijken of aanvullend onderzoek met betrekking tot de karakteristieke geluidwering van de gevel noodzakelijk is en/of het noodzakelijk is om hogere waardes aan te vragen, dit is tevens afhankelijk van waar de woningen gerealiseerd gaan worden.

R2021.003

20

Figuren

Bron: Google Earth

Situatieschets

136900 137000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - eerste model] , Geomilieu V5.21

400900

401000

401100

137100

137200

137300

0m

137400

schaal = 1 : 2301

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

100 m

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 1

G-09

N-G-02 01

N02

Modelgegevens, objecten/wegen/bodemgebieden

136900 137000 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - eerste model] , Geomilieu V5.21

G-10

G-08

G-05

G-07

137100

B-03 G-01 W01

NB-02 03 G-03

B-01

G-22

G-20

G-21

B-04

137200

G-11 G-12 G-13 36

G-14

G-17

137300

G-16 G-15

G-18

W-

400900

401000

401100

G-04

G-06

W02

G-19

0m

137400

schaal = 1 : 2301

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

100 m

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 2

03

W01

G-01

B-03

Incl. aftrek art. 110g Wgh

Geluidcontour Waalwijkseweg 4,5 m hoogte

48 48 48 48 48 48 48 48 47 47 47 47 47

47 47 47 47 47 47 47 47 47 47 47 47

47 47 47

G-11

137200

62 62 62 61 61

62 61 60 60 59 59 59 58 58 58

62 61 60 59 59 58 58 57 57 57 57 56 56 56

59 58 58 57 57 56 56 56 55 55 55 55 55 54

56 56 55 55 55 54 54 54 54 54 54 53 53

55 54 54 54 53 53 53 53 53 53 52 52 52 52

52 52 52 52 51 51 51 51 51 51 51 50 50 50 B-04 53 53 53 53 52 52 52 52 52 52 51 51 51 51

51 51 51 51 50 50 50 50 50 50 50 49 49

50 50 50 50 50 49 49 49 49 49 49 49 48

49 49 49 49 49 49 49 48 48 48 48 48 48

137100 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - eerste model] , Geomilieu V5.21

401000

N03 G-03

G-12 G-13 36

W02

G-14

0m

periode: groep:

schaal = 1 : 864

30 m

Lden Waalwijkseweg Inclusief groepsreducties

0 - 48 dB 48 - 53 dB 53 - 58 dB 58 - 63 dB 63 - 68 dB 68 - 68 dB 68 - 99 dB

Wegen Grids Bodemgebieden Gebouwen Schermen

G-18

Waalwijkseweg 2 te Udenhout R2021.003 Figuur 3.1

W01

G-01

B-03

Incl. aftrek art. 110g Wgh

Geluidcontour Molenhoefstraat 4,5 m hoogte

40 40 41 41 41 42 42 43 43 44 44 45 45

39 40 40 41 41 42 42 42 43 43 44 45

39 39 40

G-11

137200

46 46 47 48 48

42 43 43 44 45 45 46 47 47 48

40 41 41 41 42 42 43 44 44 45 46 46 47 47

40 40 41 41 42 42 43 43 44 45 45 46 46 47

40 41 41 42 42 43 43 44 44 45 46 46 47

40 41 41 41 42 42 43 43 44 45 45 46 46 47

40 40 41 41 41 42 42 43 43 44 45 45 46 46 B-04 40 40 41 41 42 42 43 43 44 44 45 45 46 47

40 40 41 41 42 42 43 43 44 44 45 45 46

40 40 41 41 41 42 42 43 43 44 44 45 46

40 40 40 41 41 42 42 42 43 44 44 45 45

137100 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie van Waalwijkseweg - eerste model] , Geomilieu V5.21

401000

N03 G-03

G-12 G-13 36

W02

G-14

0m

periode: groep:

schaal = 1 : 864

30 m

Lden Molenhoefstraat Inclusief groepsreducties

0 - 48 dB 48 - 53 dB 53 - 58 dB 58 - 63 dB 63 - 68 dB 68 - 68 dB 68 - 99 dB

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695861/1