CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting

Hamerraad 25 januari 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Spoorzone, 8e herz (Hoek Hart van Brabantlaan - St Ceciliastraat)24.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020014-b001

28 augustus 2020

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling2 1.2 Het plangebied 2 1.3 Voorgaande plannen 3 Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied en project 5 2.1 Beschrijving plangebied 5 2.2 Beschrijving project 5 Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 8 3.1 Rijk 8 3.2 Provincie 9 3.3 Gemeente 10 Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 16 4.1 Inleiding 16 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 16 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg28 4.4 Volkshuisvesting 30 4.5 Groen en speelruimte 32 4.6 Verkeer en parkeren 34 Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 38 5.1 Inleiding 38 5.2 Milieueffectrapportage 38 5.3 Milieuhinder bedrijven38 5.4 Externe veiligheid 39 5.5 Vuurwerk 42 5.6 Geluid 42 5.7 Lucht 45 5.8 Geur 47 5.9 Trillingen 47 5.10 Bodem 47 5.11 Natuur en ecologie 48 Hoofdstuk 6 Wateraspecten 51 6.1 Bestaand watersysteem 51 6.2 Beleidskader 51 6.3 Toekomstige situatie 54 6.4 Watertoets 55 Hoofdstuk 7 Opzet planregels 56 7.1 Inleiding 56 7.2 Standaard plansystematiek 56 7.3 Bestemmingen en aanduidingen 56 7.4 Bouw- en gebruiksregels 56 Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 58 Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog en vooroverleg 59 9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 59 9.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 59 9.3 Omgevingsdialoog 59 9.4 Zienswijzen 59

TOELICHTING

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan voor de realisatie van maximaal 158 appartementen op de hoek van de Sint Ceciliastraat en de Hart van Brabantlaan ingediend. De locatie staat ook bekend als Tilburg Talent Square 2 (TTS2). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Tilburg, sectie P, nummer 8251, 6641, 8250 en deels 8214. Op 30 juni 2008 is het bestemmingsplan Spoorzone door de raad vastgesteld met als insteek het tot stand brengen van een planologisch-juridisch kader voor een integrale herontwikkeling van het gebied rondom het spoor. Voor het deelgebied Talent Square aan de Hart van Brabantlaan is een uitwerkingsplan gemaakt. Dit plan is onherroepelijk geworden per 31 december 2011. Het plan Tilburg Talent Square kent een gefaseerde realisatie. Op 17 oktober 2011 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van 705 studenteneenheden en 1.143 m² commerciële ruimten op de hoek van de Hart van Brabantlaan en de Gasthuisring. Dit bouwplan betreft fase 1 van het plan Tilburg Talent Square (TTS1). De bouw van fase 1 is eind januari 2012 van start gegaan en in september 2013 is dit project opgeleverd. Fase 2 betreft de beoogde volumes op de hoek van de Hart van Brabantlaan en de Sint Ceciliastraat.

De ontwikkeling van Tilburg Talent Square 2 (TTS2) omvat de realisatie van twee bouwblokken: een woontoren van maximaal 70 meter hoog en een 'laagbouw' van 6 bouwlagen, met in totaal maximaal 158 appartementen. Tevens wordt circa 200 m² bvo aan functies (commerciële ruimtes al dan niet in de vorm van/ in combinatie met kantoren, binnenrecreatie en sport, dienstverlening) mogelijk gemaakt op de eerste bouwlaag van de laagbouw. Deze functies waren al mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan. Het bouwplan sluit aan bij de visie voor het deelgebied Talentsquare. De ontwikkeling betreft gestapelde woningbouw. Echter voldoet het plan op diverse onderdelen niet aan het bestemmingsplan. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit een een strook tussen de Universiteit in het westen en Interpolis in het oosten waar grootschalige verstedelijkingszone met bovenstedelijke functies ontwikkeld worden. Het plangebied omvat het hoekperceel aan de Sint Ceciliastraat en de Hart van Brabantlaan en wordt globaal begrensd door het spoor in het noorden, Tilburg Talent Square 1 in het oosten, de Hart van Brabantlaan in het zuiden en de Sint Ceciliastraat in het westen. Het terrein is nu braakliggend. Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg-Breda wat met name gevolgen heeft voor de akoestische en externe veiligheidssituatie.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

2

Ligging plangebied in Tilburg

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt het uitwerkingsplan "Spoorzone, uitwerkingsplan deelgebied Hart van Brabantlaan (Tilburg Talent Square)", onherroepelijk geworden op 31 december 2011. Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Centrum' met een bouwvlak (zie onderstaande figuur). Binnen deze bestemming zijn diverse functies toegestaan, waaronder ook wonen (gestapelde woningen). Er zijn specifieke bouwregels opgenomen vanwege de ligging binnen de geluidzone van de spoorlijn Tilburg-Breda. Aan de zijde van de Hart van Brabantlaan (zuidelijke deel van het plangebied) mag een toren gebouwd worden tot een hoogte van 35 meter. Dat vlak is ongeveer 16 bij 26 meter. Het noordelijk deel van het bouwvlak mag een toren gebouwd worden tot een hoogte van 28 meter. Dat vlak is ongeveer 16 bij 33 meter. Het gebied ten noorden van de blauwe lijn is een gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'. Deze gronden zijn tevens bestemd voor bruggen en andere verkeersverbindingen. Ten noorden van deze blauwe lijn mogen geen gevoelige functies gebouwd worden. De zuidwesthoek en zuidzijde van het plangebied heeft de functieaanduiding 'verkeer'. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor verkeersvoorzieningen ten behoeve van wegverkeer en verblijf. Overige delen binnen het bouwvlak mogen slechts bebouwd worden tot een hoogte van 2 meter.

De beoogde ontwikkeling voldoet op de volgende onderdelen niet aan het vigerend bestemmingsplan: <0000> past niet geheel binnen het bouwvlak, <0000> voldoet niet aan de maximale bouwhoogte, <0000> de nieuwe bebouwing is deels voorzien ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' (wonen is hier niet toegestaan) <0000> de bebouwingsindex is hoogstwaarschijnlijk groter dan 2,9.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

3

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met aanduiding van het plangebied

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

4

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied en project 2.1 Beschrijving plangebied Plangebied en omgeving Het plangebied ligt in het centrum van Tilburg. Aan de noordzijde ligt de spoorlijn Breda-Tilburg, met daaraan grenzend een appartementencomplex en daarachter een grote parkeerplaats en een klein winkelcentrum. Aan de oostzijde staan gebouwen van Tilburg Talent Square fase 1. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de Hart van Brabantlaan met daaraan grenzend een woonwijk. Aan de westzijde vormt de Sint Ceciliastraat de begrenzing van het plangebied met aangrenzend het Spoorpark. Het plangebied is momenteel tijdelijk in gebruik als parkeerterrein voor de ontwikkelaar (niet openbaar) en is grotendeels verhard (puinbed). Ruimtelijke structuur In dit gebied zullen de ontwikkelingen die Tilburg heeft ingezet in de Spoorzone ten zuiden en ten noorden van het spoor worden afgemaakt met een vergelijkbare stedelijkheid, volume en programmatisch profiel. De continuïteit van de Tilburgse linten, i.c. de Gasthuisring, is een essentieel thema bij de planvorming in Spoorzone-West. Belangrijke aandachtspunten bij uitwerking zijn geweest: <0000> relatie bebouwing - openbare ruimte, waarin de overgang tussen de schaal van de stad en de bebouwing op een waardevolle manier wordt gerealiseerd.

<0000> relatie met de sporen, waarin nieuwe ontwikkelingen een waardevol beeld vanuit en naar de sporen moeten opleveren. Functionele structuur In de omgeving van het plangebied bevinden zich centrumfuncties, waaronder wonen, horeca, detailhandel, kantoren, dienstverlening en verkeer-en parkeervoorzieningen. De bestaande panden van Tilburg Talent Square fase I vinden hun ontsluiting rechtstreeks op de Gasthuisring, met parkeergelegenheid in een garage op eigen terrein. Op basis van de uitwerkingsregels van de geldende bestemming zijn diverse functies mogelijk: detailhandel, kantoren, horeca, zorg - en dienstverlening, bedrijven, wonen - gestapeld, parkeer- en verkeersvoorzieningen etc. Technische infrastructuur In het plangebied bevindt zich ondergrondse infrastructuur. De ondergrondse infrastructuur binnen het plangebied bestaat uit diverse kabels en leidingen van verschillende kabel-/netbeheerders beheerders. Dit zijn geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie (bijvoorbeeld in verband met in acht te nemen belemmeringenstroken of veiligheidszones).

2.2 Beschrijving project TTS2 ligt op een belangrijke positie aan de rand van het centrum van Tilburg, aan de kop van het nieuwe Spoorpark. Het stedenbouwkundig ontwerp zorgt voor een waardevolle stedelijke omgeving die met name de relatie tussen centrum en Spoorpark zoveel mogelijk versterkt en tegelijkertijd de leefkwaliteit op de kop van TTS1 waarborgt. Bij het ontwerp is veel aandacht besteed aan de hoge geluidsdruk in de omgeving (spoor, wegen) en externe veiligheid en hoe hierbinnen op een zo aangenaam mogelijke manier gewoond kan worden. Stedenbouwkundig ontwerp De volumetrie van TTS2 werkt verder volgens de morfologische logica van TTS1, waardoor er een stedelijk ensemble ontstaat. De anderhalfhoge plint neemt de hoogte over van de plint van TTS1. Deze plint wordt ingevuld met commerciële ruimtes. De invulling van de plint is gericht op de Hart van Brabantlaan, waardoor er een levendig front ontstaat aan de Hart van Brabantlaan. In de voorbouw worden er bovenop de plint vijf lagen met woningen georganiseerd. Aan de spoorzijde wordt de toren geplaatst. De toren met een hoogte van maximaal 70 meter (exclusief ondergeschikte bouwdelen zoals een liftopbouw) is het hoogste volume van het nieuwe bouwblok, en vormt

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

5

zo een accent van het stadscentrum op de kop van het nieuwe Spoorpark. Tussen de nieuwe volumes wordt een nieuw verhoogd maaiveld gemaakt. Dit verhoogde maaiveld wordt met een grondpakket afgewerkt, waarop ruimte ontstaat om een kwalitatieve groene binnentuin te laten groeien. Deze binnentuin vormt de ontsluiting van de woningen van TTS2, en zorgt voor een kwalitatief uitzicht vanuit de woningen.

Stedenbouwkundig plan in de omgeving Er is gestreefd naar een eenvoudig volume en repetitieve asmaten. De helderheid en eenduidigheid van de structuur en de gevels heeft ook tot doel de toekomstige flexibliteit van het gebouw te maximaliseren, waardoor het resultaat ook duurzamer zal zijn. Daarnaast is er een eerste aanzet voor de beeldkwaliteit ontwikkeld. Hierbij wordt gestreefd naar een alzijdigheid en uniformiteit. Op deze manier heeft het project een duidelijk gezicht aan de spoorzijde, aan de Hart van Brabantlaan en zeker ook aan het Spoorpark.

Impressie van TTS2 vanaf de Hart van Brabantlaan Programma Het programma wordt gevormd door maximaal 158 betaalbare (sociale) huurwoningen. Hiervan zullen er minimaal 88 stuks in de categorie 'bereikbare huur' worden gebouwd en maximaal 64 stuks met huur tot de

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

6

maximale liberalisatiegrens (bedoeld voor de doelgroep lagere middeninkomens). Die woningen zijn (in beginsel) onderverdeeld in drie types: <0000> type 50: GBO van circa 50 m² met 1 slaapkamer. <0000> type 65: GBO van circa 65 m² met 2 slaapkamers. <0000> type 75: GBO van circa 75 m² met 2 slaapkamers. Daarnaast is circa 200 m² bvo aan commerciële ruimtes voorzien op de eerste bouwlaag van de laagbouw. Deze ruimtes kunnen ook worden ingezet als woon-werkwoningen (altelierwoning) van ca. 85 m2. In voorliggend bestemmingsplan wordt daarom maximaal 200 m² bvo functies (kantoren, binnenrecreatie en sport, dienstverlening) mogelijk gemaakt op de eerste bouwlaag van de laagbouw. Deze functies waren al mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

7

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijk 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 3.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

8

of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van maximaal 158 woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 4.4 wordt de behoefte aan woningbouw nader onderbouwd. De functies waren al mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan en hoeven derhalve niet onderbouwd te worden in het kader van de ladder.

3.2 Provincie 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening wordt waarschijnlijk rond de zomer van 2019 vastgesteld. Deze interim omgevingsverordening zal relatief beleidsarm zijn. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de nieuwe omgevingsvisie worden zoveel mogelijk meegenomen. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur.

Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. <0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

9

onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 3.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.

Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied Stedelijk gebied, binnen de onderverdeling stedelijk concentratiegebied. De ontwikkeling kan gezien worden als een duurzame stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling blijft grotendeels binnen de grenzen van de oude bestemming. Voldaan is aan het beginsel van zuinig ruimtegebruik.

3.3 Gemeente 3.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie; <0000> de Regiostrategie; <0000> de Stadsstrategie. Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

10

Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: 1. Binnenstad van de 21e eeuw 2. Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing 3. Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven 4. Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: 1. Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven 1. Stadsregionaal park Stadsbos013 2.

Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.

Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

11

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken

Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Omgevingsvisie Tilburg toegespitst op project De Omgevingsvisie 2040 vertelt over de krachten en waarden van een 21e eeuwse binnenstad. De versmelting van de huidige binnenstad met de Spoorzone biedt grote kansen om een aantrekkelijkere binnenstad te realiseren voor bewoners, bezoekers, bedrijven en instellingen. Met ruimte voor (kennisintensieve) bedrijvigheid, onderwijs, cultuur, ontmoeting, wonen, horeca en evenementen.

Ruwweg omvat de binnenstad van de 21e eeuw vijf 'sfeergebieden': een hoogstedelijk gebied waar een kenniscampus met creatieve economie en kleinschalige bedrijvigheid de dragers zijn (Spoorzone), een detailhandelsgebied (Heuvelstraat en omgeving), een zakelijk dienstencentrum (rondom banken en Interpolis), een gebied met creatieve bedrijvigheid, cultuur en horeca (Veemarktkwartier en Korte Heuvel) en het Dwaalgebied (rondom Heuvel/ Nieuwlandstraat/ Noordstraat richting Spoorzone). Tussen deze samenstellende onderdelen van de binnenstad zorgen groen en pleinen voor verbinding en kansen op ontmoeting. De Spoorzone biedt ruimte aan woon- en kantoortorens. Delen van de Spoorzone zijn nog ruw, met oude, verlaten fabriekspanden. Dankzij een hoogstedelijk, hip en creatief woonmilieu, met publieksgerichte voorzieningen en aandacht voor lifestyle, lukt het om studenten, talenten en een jonge, hoogopgeleide beroepsbevolking aan te trekken en te behouden. De ontwikkeling van de Tilburgse spoorzone, als onderdeel van een moderne, eigentijdse binnenstad, biedt met de realisatie van hoogwaardige woonmilieus, de unieke gelegenheid om juist de doelgroep van kenniswerkers en creatieve ondernemers te faciliteren. Het plan voor de ontwikkeling van appartementen Tilburg Talent Square 2 sluit goed aan bij de stadsstrategie.

3.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten.

In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: 1. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; 2. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

12

Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: 1. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; 2. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; 3. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; 4. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); 5. behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten.

Ruimtelijke ordening: I Detailhandel/bedrijvigheid <0000> versterken dynamiek en levendigheid in de linten <0000> de linten economisch vitaal houden (o.a. ondernemersklimaat op peil houden) - maatregelen detailhandel/bedrijvigheid 1. De dynamiek concentreren in bedrijvige linten 2. Stimuleren de broedplaatsfunctie in bedrijvig linten 3. Investeren in samenwerking tussen overheid en ondernemers II Wonen <0000> behouden en versterken van de diversiteit in bebouwing en bewoning <0000> beperken van appartementenbouw <0000> historisch karakter van de linten als woonkwaliteit behouden - maatregelen wonen 1. Aanpassing van de functie wonen in bestemmingsplannen 2. Aanpassing van richtlijnen bouwbreedte en bouwhoogte (K1,'korrel overig') 3. Stimuleren van nieuwe woonvormen III Cultuurhistorie <0000> inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling <0000> meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte <0000> behoud van ensembles - maatregelen cultuurhistorie 1. Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles 2. Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen 3. Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden 4. Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten 5.

Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten IV Stedenbouw <0000> zorgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: 1. de korrel, maat en schaal van de bebouwing 2. aanwijzing van ensembles 3. aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

13

4.

5.

benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv. grotere diversiteit of meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten) aandacht voor diversiteit in de linten

- maatregelen stedenbouw 1. Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte 2. Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel 3. Ondergronds parkeren is niet verplicht. Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen. 4. Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan V Openbare ruimte <0000> behouden en versterken van de herkenbaarheid en continuïteit van de linten <0000> investeren in de kwaliteit, uitstraling en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte - maatregelen openbare ruimte 1. Afstemmen van evt. hogere eisen in de bedrijvige linten met beheer en onderhoud bedrijvige linten 2. Groen waar het kan 3. Meer aandacht voor het verblijfskarakter 4. Efficiënter omgaan met parkeren 5. Toepassen van principeprofielen voor rustige en bedrijvige linten 6. Bij herinrichting linten aansluiten op het Meerjarenprogramma VI Samenwerking <0000> het collectief belang van de linten benadrukken en uitdragen 1. bedrijvigheid op bedrijvige linten vitaal houden 2. gezamenlijke laagdrempelige projecten opzetten - maatregelen samenwerking Voortzetten lintenmanagement op de Korvelseweg en Besterdring

Structuurvisie Linten oude stad: bedrijvige en rustige linten

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

14

Doorwerking plangebied De Structuurvisie Linten maakt een onderscheid tussen gebiedsaanduidingen en de wijze van toepassen van de structuurvisie. Het plangebied van TTS2 valt binnen de, als apart gebied aangeduide, 'Spoorzone' in de structuurvisie. Bij plannen in grootschalige gebiedsontwikkelingen zoals Spoorzone en Piushaven vormt de Structuurvisie Linten ruimtelijke input binnen de stedenbouwkundige afwegingen die gemaakt worden (zie paragraaf 1.4 van de Structuurvisie).

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

15

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Onderbouwing hoogbouw Tilburg Talent Square 2 TTS2 ligt op een belangrijke positie aan de rand van het centrum van Tilburg, aan de kop van het nieuwe Spoorpark.

Het stedenbouwkundig ontwerp moet zorgen voor een waardevolle stedelijke omgeving die met name de relatie tussen centrum en Spoorpark zoveel mogelijk versterkt en tegelijkertijd de leefkwaliteit op de kop van TTS1 waarborgt. In de stedebouwkundige visie van de Gemeente Tilburg wordt er gesproken over de 'Lijn van Bert': dit is een belangrijke verbinding die het stadscentrum en het station koppelt aan Tivoli-park en Spoorpark., en wordt momenteel gemarkeerd door de Interpolis toren in het oosten en de Stadsheer in het westen. De Stadsheer vormt daarnaast een accentuering van de kruising tussen binnenring en Hart van Brabantlaan (de verbinding met de universiteitscampus). Waar deze laatste lijn de buitenring kruist, staat de Westpoint toren, als ander markant punt. Het plangebied van TTS2 bevindt zich op de overgang tussen de 'Lijn van Bert' en de Hart van Brabantlaan, en aan de kop van het nieuwe Spoorpark.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

16

'De Lijn van Bert' Het perceel vormt een onderdeel van de sterk verdichte zone aan de rand van het centrum, ten oosten van de Sint Ceciliastraat. Aan de westzijde van de straat neemt de bebouwing sterk af in dichtheid en opent het landschap zich met het nieuwe Spoorpark.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

17

De site van TTS2 (geel) bevindt zich op de grens van het sterk verdichte centrum De positionering van het plangebied tussen Westpoint en Stadsheer en in het kerngebied van de Spoorzone, maakt deze locatie bijzonder geschikt voor een hoogteaccent. Stedenbouwkundige inpassing De volumetrie van TTS2 werkt verder volgens de morfologische logica van TTS1, waardoor er een stedelijk ensemble ontstaat. Het ensemble bestaat uit een torenvolume aan de spoorzijde en een lager bouwvolume dat de hoek vormt tussen de Hart van Brabantlaan en de Sint Ceciliastraat. Om een monumentale confrontatie met het overliggende woongebouw op dit kruispunt te vermijden wordt de toren zover als mogelijk naar het spoor toe geplaatst.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

18

Relatie tot park: toegankelijkheid De 'lijn van Bert' vormt een rechte lijn die zich opspant tussen Tivolipark en nieuw Spoorpark. Het behoud van deze lijn op deze site is belangrijk, omdat deze de zichtbaarheid van de toegang van het Spoorpark bewaakt. De nieuwe bebouwing dient hier een begeleidende rol te spelen, die parkbezoekers vanuit het centrum als vanzelfsprekend naar de toegang van het park loodst. Relatie tot park: visueel contact De site biedt de potentie om een gezicht naar het nieuwe Spoorpark te vormen. Daarmee vormt het ook een duidelijk herkenningspunt voor de bezoekers van het park. Daarnaast is dit een grote opportuniteit, omdat de nieuwe appartementen ook een vrij zicht over dit park en haar groen kunnen krijgen. Dit kan een belangrijke toegevoegde waarde voor de woningen vormen.

Uitzicht Een belangrijk ander voordeel van de positionering van de hoogbouw zover als mogelijk richting het spoor, is dat de bestaande kopse gevel aan de westzijde van TTS1 maximaal gevrijwaard wordt van het torenvolume qua schaduwwerking en beperking van het uitzicht. Bijna alle bestaande woningen genieten zo van het zicht op de groene, half verhoogde binnentuin die de beide gebouwen verbindt. De impact op het uitzicht is het grootst voor de bestaande studentenwoningen ter plaatse van het meest westelijke gebouwdeel in TTS1. Deze woningen genieten nu van een vrij uitzicht, maar binnen de stedenbouwkundige randvoorwaarden van het voorgaande bestemmingsplan was er altijd al de intentie om het ensemble op deze locatie af te maken met hogere bouwvolumes. Voor de tegenover het plangebied gelegen woongebouwen, aan de overzijde van de Hart van Brabantlaan en de overzijde van de spoorwegbundel is de impact eerder beperkt.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

19

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

20

Kaartbeelden met uitzichtpunten en perspectieven die het verschil aantonen tussen laagbouw en hoogbouw vanaf de tegenover de site gelegen bestaande gebouwen Privacy Het nieuwe stedenbouwkundige ensemble voor TTS2 heeft aan zijn drie buitenzijden Hart van Brabantlaan, Sint Ceciliastraat en spoorbundel meer dan voldoende ruimte om de privacy te garanderen. De laagbouw vormt op de schaal van de andere begeleidende bebouwing van TTS1 een stedelijke wand langs de Hart van Brabantlaan. De hoogte staat hier zeker in goede verhouding met de breedte van deze ontsluitingsweg. Aan de zijde van het nieuwe Spoorpark genieten alle woningen, ook die onderin de toren, van een ver en vrij uitzicht zonder tegenover gelegen volumes. Voor de noordzijde van de toren is er meer dan voldoende afstand ten opzichte van de zuidgevel van de woongebouwen aan de overzijde van het spoor. Aangezien aan deze drie zijden de 25 meter contour voor privacy afstand overal gerespecteerd blijft is hier geen grote impact te verwachten. De positionering van het de toren zo dicht als mogelijk tegen de spoorzijde heeft als bijkomend voordeel dat het potentiële interne conflict aan de eigen binnenzijde van het bouwblok, ten opzichte van de westelijke kopse gevel van TTS1, zo minimaal mogelijk is.

Daar waar de toren het dichtst bij de bestaande gevel van TTS1 komt ligt een overwegend blind geveldeel en oriënteren de woningen zich eerder op de zuidgevel aan de groene binnentuin dan op de tegenover gelegen gevel van TTS2. Hierdoor worden privacy conflicten maximaal vermeden. De woningen op de hogere lagen (6-10) van het bestaande gebouw van TTS1 kunnen over het lagere bouwdeel van TTS2 heen richting het Spoorpark kijken.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

21

Kaartbeeld privacy met 25 meter contour en conflictzone TTS1 Schaalsprong Op het niveau van de stadsplattegrond heeft het stedenbouwkundige ensemble voor TTS2 een gelijkwaardige schaal als het bestaande deel TTS1. Zowel het torenvolume als de laagbouw laten zich in horizontale zin lezen als stedenbouwkundige volumes met verhoudingen die zeer vergelijkbaar zijn met de bestaande context. Ook in hun orthogonale oriëntatie sluiten ze maximaal op TTS1 aan, waarbij het meest westelijke bestaande bouwdeel van 10 bouwlagen als centrale figuur licht gekanteld blijft in de plattegrond. Dit heeft als voordeel dat de gevellijn aan de Hart van Brabantlaan rechtdoor blijft lopen en niet mee kantelt en daarmee het perspectief vanaf de Spoorlaan richting het Spoorpark sluit. Dit blijkt ook in de reeds genoemde 'lijn van Bert' die deze belangrijke relatie versterkt. In profiel en dus in verticale lezing vormt het ensemble voor TTS2 het sluitstuk van het bouwblok. De toren markeert de entree van het Spoorpark maar blijft met zijn hoogte net onder de 70 meter steeds ondergeschikt aan de torens Westpoint en de Stadsheer, die de belangrijke kruispunten op de Stadsring markeren. In beide richtingen markeert het torenvolume de open ruimte van het Spoorpark als belangrijkste groene publieke ruimte in de Spoorzone.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

22

Stadsplattegrond en profielsneden door het gebied

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

23

Plint/ openbare ruimte/ openbaar groen De anderhalve bouwlaag hoge plint neemt de hoogte over van de plint van TTS1. Deze plint wordt ingevuld met commerciële ruimtes (atelierwoningen e.d.). De invulling van de plint is overhoeks, waardoor er een levendig front ontstaat aan zowel de Hart van Brabantlaan als aan de Sint Ceciliastraat. Aan de Hart van Brabantlaan is de publieke toegang van deze commerciële ruimtes (of woon-werk woningen) en hier aan de publieke as opent de gevel zich maximaal. Ter begeleiding van deze publieke as kraagt het volume hier uit en ontstaat er een overdekte colonnade. In de voorbouw worden er bovenop de plint vijf lagen met woningen georganiseerd. Dit volume heeft dezelfde hoogte als de lagere volumes van TTS1. Overhoeks wordt een open hoek uitgewerkt, waardoor bijkomende publieke ruimte ontstaat. Ook aan de Hart van Brabantlaan is er een kans op het ontharden en vergroening van de verbrede voetpadzone, zodat groene stapstenen gerealiseerd kunnen worden in de aanloop naar het Spoorpark. Deze groenelementen sluiten aan bij de reeds bestaande groene pleintjes aan de oostzijde van TTS1.

Aan de Sint Ceciliastraat wordt het volume iets kleinschaliger van karakter, met woning op bel-etage (een half niveau boven het maaiveld) en mogelijk enkele groenelementen die wat afstand en zo privacy creëren voor het wonen aan deze straat, dichtbij het kruispunt met de Hart van Brabantlaan. Aan de spoorzijde wordt de toren geplaatst die volledig bestaat uit woningen. De toren is het hoogste volume van het nieuwe bouwblok, en vormt zo een accent van het stadscentrum op de kop van het nieuwe Spoorpark. Tussen de nieuwe volumes wordt een nieuw verhoogd maaiveld gemaakt. Dit verhoogde maaiveld wordt met een grondpakket afgewerkt, waarop ruimte ontstaat om een kwalitatieve groene binnentuin te realiseren. Deze binnentuin vormt de ontsluiting van de woningen van TTS2, en zorgt voor een kwalitatief uitzicht vanuit de omliggende woningen. De hoofdentree van het stedenbouwkundige ensemble adresseert zich aan de Sint Ceciliastraat, in de voeg tussen hoogbouw en het lagere volume. Een overdekking van deze buitenruimte maakt dit tot een windluwe semipublieke ruimte waarop alle toegangen georganiseerd worden.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

24

Kaartbeeld en indicatieve beelden van de plint: Sint Ceciliastraat (boven) en Hart van Brabantlaan (onder) Verkeer en parkeren Voor verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.6.4. Van belang is dat de plannen van TTS1 en TTS2 als 1 ontwikkellocatie worden gezien, er is ook 1 samenwerkingsovereenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Vanaf de start van de ontwikkeling van TTS2 was het vanzelfsprekend dat de ontsluiting van TTS1 ook zou worden gebruikt voor TTS2. Er is bij TTS1 reeds een erfdienstbaarheid opgesteld om de toegang voor TTS2 via TTS1 juridisch vast te leggen. Uit de 'Mobiliteitsaanpak Tilburg Samen op weg naar 2040' blijkt dat de Sint Ceciliastraat onderdeel uitmaakt van de hoofdwegen (cityring), maar de Gasthuisring niet. Aan de voorwaarde uit de Handreiking Hoogbouw dat hoogbouw niet ontsloten mag worden op hoofdwegen wordt daarom voldaan. De Gasthuisring heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling van TTS2 te kunnen verwerken.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

25

Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van de hoogbouw is nauw verbonden met zijn stedenbouwkundige inpassing en architecturale uitwerking. De toren is in die zin onderdeel van een stedelijk ensemble dat het sluitstuk vormt van het gebied Talent Square. In zijn compositie bouwt TTS2 voort op de reeds aanwezige elementen van stadsgebouwen en compacte accentvolumes rondom semipublieke binnentuinen. Door het ontbreken van een kelder onder dit projectdeel kan de binnentuin bovendien maximaal groen worden. Veel aandacht wordt besteed aan de plint van het bouwvolume zodat architecturale uitwerking, publieke uitstraling en sociale veiligheid hier samen gerealiseerd kunnen worden. Alle buitenruimtes van de toren zijn inpandig en dus onderdeel van het stedenbouwkundige volume. Daarmee wordt niet alleen de beeldkwaliteit van de gebouwen gewaarborgd, maar onstaat ook een maximale woonkwaliteit omdat deze loggia's beschutting bieden tegen de wind. De raamopeningen zijn royaal en staan in verhouding tot de gebouwmassa zodat een harmonische compositie ontstaat. Naast de uitwerking van de plint wordt er ook aandacht besteed aan de bekroning van het gebouw. De architectuur wordt gematerialiseerd in hoogwaardig architectonisch beton.

In kleur sluit het aan op de bestaande kleurstelling van TTS1, waarbij eerder gewerkt wordt met nuance en toon-op-toon verschillen dan met sterke contrasten. De gebouwdelen onderling zijn in hun materiaaleigen kleurstelling nauw met elkaar verbonden. De verbijzonderingen en accentueringen doen zich eerder voor ter plaatse van de plinten of in de detaillering dan tussen de gebouwdelen van het ensemble onderling. Windhinder Hogere bebouwing zorgt voor veranderingen in windstromen die al dan niet hinderlijk kunnen zijn in de openbare ruimte. Om de effecten van windhinder als gevolg van het woongebouw in beeld te brengen, is er een kwalitatief windhinderonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek weergegeven. Conclusies Het publiek mag niet blootgesteld worden aan windgevaar. Voor de openbare ruimte in het gebied worden er ook eisen worden gesteld aan het windcomfort, dat wil zeggen beperking van windhinder. Het windklimaat in niet openbare gebieden zoals de binnenruimte van het bouwplan hoeft niet aan eisen voor de openbare ruimte te voldoen. Drie situaties zijn onderzocht: 1. De geprojecteerde situatie (bouwplan). 2. De geprojecteerde situatie (bouwplan) met toevoeging van luifels tussen de laagbouw en de hoogbouw. 3. De situatie volgens het vigerend bestemmingsplan.

De beoordeling van het windklimaat in de geprojecteerde situatie is als volgt: 1. Op de looproute en fietsroute langs de Sint Ceciliastraat is het windklimaat voor doorlopen overwegend goed. In de variant zonder luifels is in omgeving van de doorgang tussen de toren en de laagbouw is het windklimaat voor doorlopen matig. Rondom de hoek aan de noordzijde van de toren is het windklimaat voor doorlopen matig tot slecht. 2. Op de looproute en fietsroute langs de Hart van Brabantlaan is het windklimaat voor doorlopen goed. 3. Langs de calamiteitenroute tussen de toren en het spoor is het windklimaat voor doorlopen slecht in de omgeving van de gebouwhoek aan de Sint Ceciliastraat. Verder oostelijke richting heerst een goed windklimaat voor doorlopen. 4. In de verlaagde half verdiepte privé stallingsgarage is het windklimaat voor doorlopen goed 5. Looproutes in de half verdiepte privé stallingsgarage is het windklimaat voor doorlopen goed met uitzondering van de doorgang. Daar is ten noorden van het geluidscherm het windklimaat voor doorlopen matig. 6. Rond de entree van de toren (Sint Ceciliastraat) is het windklimaat voor slenteren slecht in de variant zonder luifels. De toevoeging van luifels brengt het windklimaat naar matig. 7. Rond de entree van de laagbouw aan de Hart van Brabantlaan is het windklimaat voor slenteren goed. 8.

Op de galerij bij laagbouw is het windklimaat voor slenteren goed. 9. Op het binnenterrein tussen laagbouw en toren is het windklimaat voor slenteren en langdurig zitten goed.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

26

Aanbevelingen Het is niet te voorkomen dat het plaatsen van een hoog gebouw op een aantal locaties tot een verandering van het windklimaat leidt. Het is gebruikelijk om een slecht windklimaat zoveel mogelijk te voorkomen, maar een matig windklimaat als 'acceptabel' te beschouwen. De aanbevelingen richten zich daarom op locaties met een slecht windklimaat voor het beoogde gebruik. Voor het slechte windklimaat op de noordhoek van de toren aan de Sint Ceciliastraat bestaan de volgende opties: <0000> Accepteren van het slechte windklimaat. Het windklimaat is hinderlijk maar niet gevaarlijk. Het bestaande TTS1 is studentenhuisvesting en TTS2 is bestemd als woongebouw voor starters. Gezien de jonge doelgroep zal het gebied naar verwachting veelal gebruikt worden door jonge mensen die over het algemeen beter bestand zijn tegen hinderlijke wind. <0000> Het slechte windklimaat kan vermeden worden door de directe omgeving van de noordhoek van de toren ontoegankelijk te maken en looproutes op enige afstand van de hoek te plaatsen. <0000> Het windklimaat zou kunnen worden verbeterd door het treffen van maatregelen: 1. Het plaatsen van bomen dicht langs de gevel aan de Sint Ceciliastraat. Deze bomen zullen de neerwaartse stroming vanaf de gevel opvangen. De bomen beschikken bij voorkeur over een brede kruin. Enige voorzichtigheid is geboden.

Het plaatsen van bomen op een te grote afstand van de gevel kan ertoe leiden dat de wind vanaf de gebouwgevel onder de kruinen duikt. 2. Het doen van bouwkundige ingrepen. Het aanbrengen van een luifel langs de Sint Ceciliastraat zal de gevel de neerwaartse stroming vanaf de gevel opvangen. Ook uitkragingen of insnoeringen in de onderste 15 meter van de toren kunnen de neerwaartse stroming langs te gevel onderbreken. De toepasbaarheid van deze maatregelen is afhankelijk van de beschikbare ruimte. Over het algemeen zullen meer bomen in de omgeving ten westen en zuidwesten van het plangebied het windklimaat rondom de planlocatie verbeteren. Dit zal de problemen bij de noordhoek van de toren echter niet oplossen omdat deze primair wordt veroorzaakt door een neerwaartse stroming langs de gevel van de toren/ Het windklimaat rond de entree van de toren aan de Sint Ceciliastraat kan worden verbeterd door een luifels aan te brengen aan de zuidgevel van de toren. Deze luifels vangen de neerwaartse stroming langs die gevel op. Uit een aanvullende analyse bleek dat voldoende verbetering kan worden bereikt met een grote luifel in de doorgang. Een additionele kleinere luifel ter hoogte van de binnenplaats is minder effectief.

Afweging aanbevelingen Het windhinderonderzoek geeft aan dat er slechts voor een kleine gedeelte aan de noordwesthoek van de toren/Sint Ceciliastraat en ter plaatse van de ingang naar het binnenterrein aan de Sint Ceciliastraat sprake is van een slecht windklimaat uitgaande van een worst case variant. Immers is er geen rekening gehouden met het positieve effect van het spoortalud aan de noordzijde van de toren. Door in het plan rekening te houden met het toepassen van een luifel tussen de toren en de laagbouw wordt de windhinder ter plaatse van de entree naar het binnenterrein gereduceerd. Andere bekeken alternatieven zoals het plaatsen van grote bomen op het troittoir en het verleggen van de looproute (trottoir) zijn niet wenselijk gezien de beperkte ruimte, respectievelijk de aanwezigheid van een trottoir aan de overkant van de straat. De optredende windhinder ter plaatse van de noordwesthoek van de toren/Sint Cesiliastraat wordt derhalve geaccepteerd omdat hiervoor geen geschikte maatregelen te treffen zijn. Bezonningsstudie Naast dat hoogbouw kan zorgen voor windhinder, beïnvloedt het ook de zonlichttoetreding in de omgeving. Om de gevolgen van deze schaduwwerking in beeld te brengen is een bezonningsstudie uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek weergegeven.

Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen met betrekking tot bezonning. De gemeente Tilburg hanteert als uitgangspunt de zogenaamde ‘Haagse’ norm: waarbij men er van uitgaat dat er tenminste twee bezonningsuren per dag mogelijk zijn in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden.

Spoorzone, 8e herziening (hoek Hart van Brabantlaan / Sint Ceciliastraat)

27

Deze Haagse norm is van toepassing voor bouwwerken vanaf 25 meter hoog of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. In de Handreiking hoogbouw gemeente Tilburg is deze norm op bouwwerken vanaf 15 meter van toepassing verklaard. Om te beoordelen of het plan aan de Haagse norm voldoet, zijn de volgende data in beeld gebracht: <0000> 19 februari. <0000> 21 oktober.

Conclusie TTS2 voldoet aan de Haagse Norm voor Complex 1 en 2 (bebouwing ten noorden van het spoor). TTS2 voldoet voor een deel niet aan de Haagse norm voor de westgevel van TTS1. Wel moet hierbij worden gezegd dat het meetpunt van de Haagse norm zich bevindt op 0,75 meter boven maaiveld in het midden van de gevel. De nieuwe situatie zorgt voor minder schaduwhinder op de bovenstaande appartementen/studio's in TTS1 dan dat de schaduwhinder had kunnen zijn op basis van het vigerend bestemmingsplan. De nieuwe situatie is daarom een verbetering ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan. Omdat daarnaast het aantal appartementen dat een beperking krijgt relatief beperkt is en er op grond van de handreiking hoogbouw, wat een richtlijn is, en dat daarmee schaduwwerking afgewogen moet worden tegen andere belangen, wordt deze beperking aanvaardbaar geacht. 4.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9650451/1