05 toelichting bp Piushavengebied 2009 10e herz
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Piushavengebied 2009, 10e herziening (Betuwestraat) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2023003-b001
9 mei
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
4
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
4 6 6 9
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
14
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Verkeer en parkeren
14 16 17
21 21 21 26 28 28 32
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
36
4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie 4.11 Stikstofdepositie
36 36 36 37 38 39 40 40 41 42 45
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
47
5.1 Programma Water en Riolering 2020 - 2023 5.2 Bestaand watersysteem 5.3 Beleidskader 5.4 Duurzaam watersysteem 5.5 Watertoets
Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 6.3 Bouw- en gebruiksregels
47 47 48 48 49
50 50 50 50
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
52
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
53
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog 8.3 Zienswijzen
53 53 53
Toelichting
Planstandaard Tilburg 2018
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van 40 appartementen in de sociale huursector aan de Betuwestraat te Tilburg. Het betreft het perceel sectie X nrs 1172, 1173 en 2251 (ged.). Woonstichting Tiwos wil appartementen aan de Betuwestraat te Tilburg realiseren. Momenteel bevinden zich hier een voetbalveldje, een speeltuintje, groen en bestaande woningen.
Ligging plangebied in Tilburg Het appartementencomplex zal gevestigd worden in de naoorlogse wijk Jeruzalem. Jeruzalem is kenmerkend vanwege de typische bebouwing van Airey-woningen; een Engelse bouwsysteem uit de wederopbouwperiode met een betonnen skelet en betonnen gevelplaatjes. In het ontwerp van het appartementencomplex aan de Betuwestraat zijn deze twee kenmerken verenigd; ruimte voor nieuwe gelijkvloerse en zorggeschikte woningen voor mensen uit de buurt of daarbuiten, in een gebouw dat qua kleur en textuur verwijst naar de naastgelegen Airey-woningen. Tiwos is voornemens om 40 appartementen met daarbij 20 parkeerplaatsen en groenvoorzieningen te realiseren. De plaatsing van het appartementencomplex past niet in het huidige planologische kader. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
Planstandaard Tilburg 2018
2
Figuur 1: 3d ontwerp in de omgeving
Figuur 2: plattegrond appartementengebouw met inrichtingsplan Task force betaalbaar Wonen De afgelopen jaren is de druk op de woningmarkt toegenomen, vooral voor degenen die op zoek zijn naar een betaalbare woning. Om verschillende redenen neemt de behoefte aan woningen in het goedkope segment toe. In het convenant dat gemeente Tilburg met de corporaties heeft gesloten voor de periode 2015-2020 (Convenant Wonen), is opgenomen dat partijen in deze periode de ambitie hebben om 800 woningen in het betaalbare segment toe te voegen. Hiervoor is de Taskforce Betaalbaar Wonen opgericht. De beoogde ontwikkeling aan de Betuwestraat draagt bij aan de behoefte voor woningen in het goedkope segment en is onderdeel van de Taskforce betaalbaar wonen. Met deze ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de opgave betaalbaar wonen in de stad. De ontwikkeling richt zich op de primaire doelgroep waar de grootste opgave ligt. De beoogde ontwikkeling wil bijdragen aan de woningbehoefte binnen gemeente Tilburg.
Planstandaard Tilburg 2018
3
1.2 Het plangebied Het plangebied bevindt zich in gemeente Tilburg in de plaats Tilburg. Het plangebied is gesitueerd aan de Betuwestraat in de wijk Jeruzalem aan de westzijde van de Ringbaan-Oost. Het nieuwe appartementencomplex wordt gerealiseerd op de kadastrale percelen 1172, 1173 en 2233. De gronden zijn in bezit van gemeente Tilburg en worden gepacht door Tiwos. Onderstaande figuur geeft de ligging van het plangebied weer.
Figuur 3: Ligging en begrenzing plangebied
1.3 Voorgaande plannen Voor de gronden van het plangebied is het bestemmingsplan 'Piushavengebied 2009’ van toepassing. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 14 december 2011. Verder zijn de bestemmingsplannen 'Tilburg appartementen 2019', vastgesteld op 17 december 2019, en 'Tilburg, Parkeerregeling 2017', vastgesteld op 7 augustus 2018, van toepassing. Navolgende afbeeldingen tonen een uitsnede van de bestemmingsplannen 'Piushavengebied 2009', 'Tilburg, Appartementen 2019' en 'Tilburg, Parkeerregeling 2017'.
Figuur 4: Uitsnede bestemmingsplan 'Piushavengebied 2009'
Planstandaard Tilburg 2018
4
Figuur 5: Uitsnede bestemmingsplan 'Tilburg appartementen 2019'.
Planstandaard Tilburg 2018
5
Figuur 6: Uitsnede bestemmingsplan 'Tilburg, Parkeerregeling 2017'. Ter plaatse van de beoogde bouwlocatie van het appartementencomplex zijn de bestemmingen ‘groen’, ‘wonen’, dubbelbestemming ‘waarde – appartementen’ en dubbelbestemming ‘waarde – parkeren’ van toepassing. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn de aangewezen gronden (enkel) bestemd voor: <0000> wonen; <0000> grondgebonden woningen; <0000> waterpartijen en watergangen; <0000> objecten voor beeldende kunst; <0000> groen- en speelvoorzieningen; <0000> parkeervoorzieningen; <0000> toegangs- en gebiedsontsluitingswegen, verblijfsgebied en langzaamverkeersroutes; <0000> geluidswerende voorzieningen; <0000> bouwwerken van algemeen nut. Hieronder vallen ook de bij de bestemming behorende voorzieningen: <0000> aan- en uitbouwen en bijgebouwen; <0000> tuinen en erven; <0000> bouwwerken, geen gebouwen zijnde; <0000> parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; <0000> groen- en speelvoorzieningen; <0000> objecten voor beeldende kunst; <0000> een beroepsmatige activiteit als een aan huis gebonden beroep, voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan bovengenoemde functies.
Binnen de bestemming 'Groen' zijn de aangewezen gronden (enkel) bestemd voor: <0000> groenvoorzieningen; <0000> speelvoorzieningen; <0000> openlucht- en sportieve recreatie; <0000> recreatief medegebruik en evenementen; <0000> waterhuishoudkundige voorzieningen; <0000> geluidswerende voorzieningen; <0000> voorzieningen ten dienste van de verblijfsfunctie; Planstandaard Tilburg 2018
6
<0000> <0000> <0000>
fiets- en voetpaden; parkeer- en stallingsvoorzieningen; bouwwerken van algemeen nut.
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor objecten voor beeldende kunst, voor zover deze ondergeschikt zijn aan bovengenoemde functies. Het initiatief omvat 40 appartementen en 21 parkeerplaatsen. Dit is in strijd met het bestemmingsplan ‘Piushavengebied 2009’. De herontwikkeling vindt deels plaats binnen de bestemming 'Groen'. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied bevindt zich in gemeente Tilburg in de plaats Tilburg. Het plangebied is gesitueerd aan de Betuwestraat in de wijk Jeruzalem vlak bij de Ringbaan-Oost. Het nieuwe appartementencomplex wordt gerealiseerd op kadastrale percelen 1172, 1173 en 2233.
Figuur 7: overzichtfoto's huidige situatie plangebied Inpassing in de omgeving Het nieuwe appartementencomplex heeft een oppervlakte van circa 570m2 en een hoogte van 25 meter. Het nieuwe appartementencomplex dient zich te voegen in het landschap. Er is dan ook veel aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het appartementencomplex. Zo is tijdens het ontwerp
Planstandaard Tilburg 2018
7
de kenmerken van de naoorlogse wijk Jeruzalem meegenomen. Deze wijk is om meerdere redenen kenmerkend. Als eerste is het een buurt in verandering, met enerzijds bewoners die er al heel lang met veel plezier wonen, en anderzijds ook met nieuwe bewoners die de buurt weer verrijken. Deze verandering is ook in de buurt duidelijk zichtbaar door de nieuwe gebouwen. Maar Jeruzalem is ook kenmerkend vanwege de typische bebouwing van Airey-woningen; een Engels bouwsysteem uit de wederopbouwperiode met een betonnen skelet en betonnen gevelplaatjes. In het ontwerp van het appartementencomplex aan de Betuwestraat zijn deze kenmerken verenigd; ruimte voor nieuwe gelijkvloerse en zorggeschikte woningen voor mensen uit de buurt of daarbuiten, in een gebouw dat qua kleur en textuur verwijst naar de naastgelegen Airey-woningen. In onderstaande figuren zijn enkele impressies weergegeven.
Planstandaard Tilburg 2018
8
Figuur 8: impressies van het appartementencomplex Het gebouw is opgebouwd uit een twee verdiepingen hoge plint. Het omliggende landschap loopt gedeeltelijk op tegen deze plint. Hierdoor wordt het gebouw opgenomen in het landschap en worden blinde gevels vermeden. De bovenbouw bestaat uit een halfsteens blokverband als verwijzing naar de Airey gevelpaneeltjes. De kroon van het gebouw is een licht getoonde dakrand waarmee het gebouw vanuit ieder perspectief een scherpe beëindiging heeft. Omdat het gebouw langs een drukke weg ligt, hebben de woningen geen uitkragende balkons maar inpandige en afsluitbare loggia’s. Hierdoor krijgt het gebouw een zuivere vorm dat, in combinatie met de lichte bakstenen gevel, een hele bescheiden maar mooie toevoeging is.
Planstandaard Tilburg 2018
9
Beschrijving plan Het initiatief omvat de nieuwbouw van een appartementencomplex in de vorm van een gestapeld woongebouw.
Figuur 9: ontwerp bouwplan met inrichting Een basisappartement zal bestaan uit een drie kamer appartement. De appartementen en het gebouw worden duurzaam, comfortabel en aanpasbaar ingericht met een prettige woonbeleving door diverse indelingsmogelijkheden. De kern is compact, omdat er korte leidinglengtes zijn. De verhouding in de gevel zorgt voor een energiezuinig gebouw. De afsluitbare loggia met ventilatie-voorziening (verticale suskast) wordt conform het gemeentelijk geluidsbeleid d.d. april 2015 uitgevoerd. Door een goede basis opzet van het concept zijn diverse indelingsvarianten mogelijk, waarbij doelgroepen sturing in toewijzing maximaal kan worden ingevuld. Duurzaamheid Als basis is uitgegaan van betaalbare conceptwoningen (een tot in detail uitgedachte woning, waarbij de ontwerpers en de bouwers hun krachten gebundeld hebben). Conceptwoningen hebben flexibiliteit in o.a. materialen, duurzame modules en huurderskeuzes. Voor het thema circulariteit zijn de volgende materialen meegenomen: <0000> prefabbeton met circulaire cement (freement); <0000> circulaire dakbedekking middels toepassing van citumen; <0000> circulaire baksteen; <0000> hernieuwbaar materiaal, zoals hout en biobased isolatiemateriaal in de HSB-elementen.
Een ander belangrijk item in het circulair maken van producten is hergebruik waarvoor losmaakbaarheid en registratie verwerkte producten een belangrijke graadmeter is(zijn?). Hierdoor is in het plan rekening gehouden met: <0000> materiaal paspoort Madaster, zodat bekend is wat er aan grondstoffen is toegepast <0000> losmaakbare prefab-betonelementen <0000> losmaakbare HSB-gevelelementen met steenstrips <0000> voeren we in de basis geen grond af (gesloten grondbalans) en proberen we zo weinig mogelijk grond te roeren.
Planstandaard Tilburg 2018
10
Een andere methode om aan circulariteit te werken, is leveranciers bevragen op de eigenschappen van hun producten en om? verifieerbare gegevens aan te leveren. In dit project zijn daarom bijvoorbeeld de volgende producten toegepast met het Cradle to Cradle certificaat: <0000> Mosa tegels hebben een C2C Zilver certificaat; <0000> zink van Rheinzink deze heeft een C2C Brons certificaat; <0000> kunststeen dorpels van Holonite hebben een C2C Zilver certificaat; <0000> gipsplaten van Gyproc hebben een C2C Brons certificaat.
Planstandaard Tilburg 2018
11
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Betekenis voor dit project Bij de realisatie van het appartementencomplex wordt bijgedragen aan het nationale belang nummer 2: 'Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit' en nummer 5: 'Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften'. Het nieuwe appartementencomplex draagt bij aan het voorzien van de huidige woningvoorraad die aansluit op de op dit moment geldende woonbehoeften.
Ook draagt het bij aan het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, omdat groen in de omgeving geplaatst zal worden en het appartementencomplex geschikt is voor verschillende leeftijdsgroepen. Deze ontwikkeling draagt daardoor bij aan de nationale belangen. De ontwikkeling is verder niet in strijd met de andere nationale belangen. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de NOVI. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen.
Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden.
Planstandaard Tilburg 2018
12
Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen.
Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of sprake is van een Ladderpichtige ontwikkeling, is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Voor wonen geldt dat voor nieuwe woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in onder andere een uitspraak van 18 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3542).
Omdat in het voorliggende geval sprake is van een complex met 40 woningen, 21 parkeerplaatsen en groen in de omgeving, is de ontwikkeling aan te merken als stedelijke ontwikkeling en dient het te worden getoetst aan de in de Ladder voor duurzame verstedelijking gestelde eisen. Ligging binnen bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De ontwikkeling wordt gerealiseerd in de wijk Jeruzalem in Tilburg. In de huidige situatie is dit gebied al te kenmerken als bestaand stedelijk gebied. Wonen en duurzame verstedelijking De gemeente Tilburg maakt samen met tien andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030.
In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van
Planstandaard Tilburg 2018
13
de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Het plan tot de bouw van 40 woningen, allen in de sociale huursector past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave meer in paragraaf 3.4.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2023) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.
Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.
Planstandaard Tilburg 2018
14
De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Het plangebied is gelegen binnen het Concentratiegebied - Instructieregels gemeenten stedelijke ontwikkeling en erfgoed.
Figuur 10: uitsnede uit interim omgevingsverordening Volgens deze regels dient het bestemmingsplan te voorzien in de ontwikkeling en onderbouwen dat: <0000> De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken a. Gedeputeerde Staten organiseren samen met gemeenten, regio's en waterschappen ten minste tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg met als doel te komen tot samenhangende afspraken over klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame verstedelijking en bereikbaarheid, een duurzame concurrerende economie en zorgvuldig ruimtegebruik. <0000> Het een duurzame stedelijke ontwikkeling is a. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: b. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; c. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; d. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; e. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; f. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; g. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Betekenis voor dit project Het plangebied is niet in strijd met de regels van de omgevingsverordening.
Voor het plangebied zijn de specifieke regels aangewezen omtrent concentratiegebied – instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed vanuit de omgevingsverordening van toepassing.. De ontwikkeling sluit aan op een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat aan de benoemde regels voldaan wordt. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de omgeving. Het zorgt voor zorgvuldig ruimtegebruik door de hoogte in te bouwen. Het appartementencomplex maakt gebruik van duurzame energie en houdt hierbij ook direct rekening met klimaatverandering door water lokaal te infiltreren en te zorgen voor voldoende groen. Indien de ontwikkeling binnen de regionale afspraken valt, is de bouw van het appartementen-complex niet in strijd met de regels uit de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
2.3 Gemeente Planstandaard Tilburg 2018
15
2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn:
Planstandaard Tilburg 2018
16
<0000> <0000> <0000>
Bedrijvenpark Zuid Zorgcluster Leijpark Duurzaam energielandschap Noord
De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein.
Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de omgevingsvisie Tilburg. De omgevingsvisie beschrijft dat people, planet, profit in balans moeten zijn. People betreft het prettig wonen. Bij de beoogde ontwikkeling is de focus gelegd op de mens en hoe zij prettig kunnen wonen in het appartementen-complex, waarbij gedacht is aan een ontmoetingsplek en verschillende leeftijdsgroepen. Verder wordt er voldoende groen geïmplementeerd tijdens de ontwikkeling wat bijdraagt aan planet. Profit gaat over een fijne woon- en leefomgeving. Ook met dit aspect is rekening gehouden in de beoogde ontwikkeling. Bovendien past het binnen de Brabantstrategie en de stadsstrategie van Tilburg, omdat de beoogde ontwikkeling volledig ontwikkeld wordt in de stijl die past bij de wijk Jeruzalem en er een groene omgeving rondom het appartementencomplex gerealiseerd wordt.
Hiermee is de beoogde ontwikkeling in lijn met de Omgevingsvisie van gemeente Tilburg. 2.3.2 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten.
De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten.
Planstandaard Tilburg 2018
17
In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: a. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; b. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt. Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: a. bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; b. vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; c. introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; d. behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); e.
behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. De beoogde ontwikkeling ligt buiten de ringbanen en daarmee ook buiten de structuurvisie Linten in de Oude Stad.
Planstandaard Tilburg 2018
18
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Ruimtelijke onderbouwing hoogbouw In de ruimtelijke onderbouwing hoogbouw wordt onderscheid gemaakt tussen een gebiedsprofiel en projectprofiel.
In het gebiedsprofiel wordt het plangebied in zijn stedelijke context beschreven. In het projectprofiel wordt nader ingegaan op het project zelf. Gebiedsprofiel Het gebouw heeft een hoogte van 7 bouwlagen. Daarmee speelt het een bescheiden rol in de ruimtelijke oriëntatie van de wijk en geen rol in de oriëntatie op stedelijk niveau. Door zijn hoogte is hij herkenbaar zonder bepalend te zijn. Hij is gepositioneerd naast de as van de Gooilandstraat, vanwege de plaatsing op voldoende afstand van waardevolle bomen. Hij heeft een kap die verwijst naar de Airey woningen in Jeruzalem. Door de positionering, de bescheiden hoogte en de architectonische verwijzingen kan hij worden gezien als onderdeel van het stedelijk weefsel van de wijk Jeruzalem. Het gebouw concurreert niet met de meer prominente gebouwen in de wijk. Toren D en toren H, met respectievelijk circa 40 en 60 m, zijn beide aanzienlijk hoger. Toren D staat op de belangrijke as Caspar Houbenstraat, toren H op de ontmoeting van de Meijerijbaan en het Wilhelminakanaal. Ze zijn beide mede georiënteerd op het kanaal en Moerenburg. Daarnaast speelt het hoogbouwcomplex Lourdeskade, aan de andere kant van Ringbaan-Oost, eveneens een prominentere rol dan de onderhavige toren. De hoek van 11 bouwlagen is niet als toren ontworpen, maar als hoog gebouw dat de betreffende buurt afrondt ten opzichte van de Ringbaan en de Piushaven.
Planstandaard Tilburg 2018
19
Specifiek voor hoogbouw zijn de volgende beleidsuitgangspunten van belang, hierbij is een passende motivatie geschreven hoe rekening wordt gehouden met het betreffende gebiedsprofiel. a. Ruimtelijke oriëntatie; hoogbouw moet ten goede komen aan de ruimtelijke oriëntatie in de stad, ook wel de 'leesbaarheid' van de stad genoemd, op drie manieren; langs stadsranden en groenranden, in centrumgebieden als vorm van verdichting en langs hoofdwegen en op belangrijke kruispunten en knooppunten. De beoogde ontwikkeling draagt bij en past binnen het positieprofiel van de stad. Het appartementencomplex zal geplaats worden aan de rand van Ringbaan-Oost. Vanaf de snelweg is het complex makkelijk bereikbaar. Het complex is een eerste zicht op de oriëntatie binnen de stad als men langs de Ringbaan-Oost Tilburg inrijdt. Vanaf hier is gemakkelijk het centrum van Tilburg te bereiken door de weg te volgen. Bovendien staat het in de 'voortuin' van het Piushavengebied en vormt het hierdoor een oriëntatie richting het Piushaven. b. Silhouet/skyline; hoogbouw moet een positieve bijdrage leveren aan de silhouet of de skyline van de stad. Voor dit kader wordt gevraagd om alleen hoogbouwinitiatieven van 35 m of hoger. Hierdoor is dit kader voor de beoogde ontwikkeling niet relevant. c.
Inpassing in omgeving; hoogbouw dient ingepast worden in de omgeving. Voor hoogbouw moet specifiek naar de impact van cultuurhistorische waarden en karakteristieken gekeken worden. Hieronder vallen zichtlijnen. Ook de erfgoedcomponent moet steeds meegewogen worden. Verder dient de compositie van het gebouw beargumenteerd te worden, in relatie tot bebouwing in de directe omgeving. Betreffende de cultuurhistorische waarden, erfgoed en karakteristieken; deze worden behandeld in paragraaf 4.2. De compositie van het gebouw past in de omgeving en een wijk als Jeruzalem. Zoals beschreven in paragraaf 2.2, is rekening gehouden met de landschappelijke inpassing en het ontwerp dat past binnen deze wijk. De naam ‘Jeruzalem’ is te danken aan de witgrijze kleur van de gevelplaatjes. In het ontwerp van het appartementencomplex aan de Betuwestraat zijn deze twee kenmerken verenigd; ruimte voor nieuwe gelijkvloerse en zorggeschikte woningen, voor mensen uit de buurt of daarbuiten, in een gebouw dat qua
Planstandaard Tilburg 2018
20
kleur en textuur verwijst naar de naastgelegen Airey-woningen. Geen letterlijke kopie, maar een eigentijdse herinterpretatie. De beoogde ontwikkeling is dus juist ingepast in de omgeving. d. Draagvlak en functiemenging; hoogbouw moet programmatisch gewenst zijn. In dit punt wordt gevraagd om aan te tonen hoe groot de bijdrage van hoogbouw is aan voorzieningen op stadsniveau en op gebiedsniveau. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de kwalitatieve vraag naar woningen van jong en oud, waardoor het bijdraagt aan voorzieningen in de woningbehoefte. Gestapeld bouwen is een geschikte optie om op schaarse ruimte veel te realiseren. Bovendien is het aan de rand van het stedelijk gebied, waardoor het een overgangszone is tussen een dynamische omgeving en een aangenaam woonklimaat. Hierdoor past de beoogde ontwikkeling binnen dit gebiedsprofiel. Projectprofiel In het projectprofiel wordt het initiatief beschreven. Op projectniveau wordt een hoogbouwinitiatief getoetst aan de lokale effecten. Deze zullen hieronder behandeld en gemotiveerd worden hoe hier rekening mee gehouden is. a. Windhinder; hoe groot is het effect van windhinder in de directe omgeving en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? Hier wordt aangetoond hoe groot de invloed is van de bebouwing op de windstromen in de omliggende openbare ruimtes.
Wind vormt volgens het windhinderonderzoek (zie paragraaf 3.2.3) geen probleem voor de beoogde ontwikkeling. b. Schaduwwerking: hoe groot is het effect van schaduwwerking in de directe omgeving en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? Volgens TNO dient er in de periode van 19 februari tot 21 oktober op zijn minst 2 uur zon verkregen (niet aansluitend vereist) te worden in de woonkamer van naburige bebouwing en openbare ruimte, uitgaande van een zonhoogte van 10 graden op een hoogte van 75 cm vanaf het maaiveld en/of een verdiepingsvloer (lichte TNO norm of Haagse norm). Een strengere norm betreft drie uur zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode van 21 januari tot en met 22 november (strenge TNO norm). De architect heeft hiervoor een bezonningsstudie gedaan (bijlage 1). Over het algemeen ondervinden de portiekflats met huisnummer 57-103 langs de Caspar Houbenstraat en de Gooilandstraat 40 en 38 op specifieke momenten aan het einde van de dag hinder van schaduwwerking. Ook ondervindt de speelplaats achter de kinderdag-opvang in de ochtend van de wintermaand december (10:00 – 12:00 uur) hinder van de schaduwval. Er bestaan geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van bezonning voor bebouwing. In het kader van deze studie is het planvoornemen getoetst aan de lichte en strenge norm.
Hieruit blijkt dat voor alle woningen wordt voldaan aan de lichte TNO-norm (ofwel Haagse norm) en de strenge TNO-norm. c.
Uitzicht; hoe groot is het effect op het uitzicht vanaf omliggende bebouwing en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? In de nabijheid zijn geen grote omliggende gebouwen. Hierdoor wordt het uitzicht van die gebouwen ook niet beperkt.
d. Privacy; hoe groot is het effect op de privacy voor omliggende bebouwing en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? De afstand aan de binnenzijde van deze bouwblokken is tussen de achtergevels veelal 25 meter. Deze afstand moet aangetoond worden en behaald worden. De afstand van 25m tot de dichtstbijzijnde woning wordt gehaald. Ook hebben de loggia's aan de Betuwestraat enkel zicht op de kopgevels van de Betuwestraat. Het is lastig om vanaf het complex direct de huizen in te kijken. Hierdoor wordt de privacy van de bestaande woningen niet geschaad. e. Schaalsprong; hoe groot is het schaalverschil, zowel verticaal als horizontaal, tussen de hoogbouw en omliggende bebouwing en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt? Het hangt vaak van de omgeving af in hoeverre schaalsprongen in de hoogte acceptabel zijn. De schaalsprongen van de beoogde ontwikkeling zijn acceptabel ,want de beoogde ontwikkeling is middels het planvoornemen, beschreven in paragraaf 2.2, ingepast. Ook zijn in de nabije omgeving aan de andere kant van de Ringbaan-Oost, panden die van dezelfde hoogte zijn als het beoogde appartementencomplex. Hierdoor vormt schaalsprong in schaalverschillen, verticaal en horizontaal geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. f.
Plint/openbare ruimte/openbaar groen; in hoeverre is de plint van het gebouw betrokken bij de openbare ruimte/openbaar groen en hoe worden eventuele negatieve effecten beperkt. De plint van het gebouw past binnen de omgeving. Het gebouw is opgebouwd uit een twee verdiepingen hoge plint in donker
Planstandaard Tilburg 2018
21
metselwerk. Het omliggende landschap loopt gedeeltelijk op tegen deze plint. Hierdoor wordt het gebouw opgenomen in het landschap en worden blinde gevels vermeden. Bovendien sluit het gehele gebouw qua kleur en textuur aan op de naastgelegen Airey-woningen. Hierdoor sluit de plint aan op de openbare ruimte en openbaar omliggend groen. g. Verkeer en parkeren; hoe zijn de verkeersontsluiting, de bereikbaarheid per openbaar vervoer en het parkeren geregeld? Het aspect verkeer en parkeren (zie paragraaf 4.5) vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. h. Ruimtelijke kwaliteit; bij hoogbouw geldt de uitdaging te komen tot goede ruimtelijke kwaliteit en architectuur. Bij de beoogde ontwikkeling is nagedacht over de ruimtelijke kwaliteit en architectuur, ook in relatie tot de omgeving. Er is nagedacht over de landschappelijke inpassing, een geluidsbelaste gevel, installatieconcepten en duurzaamheid. Het gebouw draagt ruimtelijk bij aan de omgeving en past binnen de architectuur van de omgeving. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd.
Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
Op 22 juni 2022 is er een advies afgegeven door de Omgevingscommissie van gemeente Tilburg. Dit advies was een reactie op een presentatie van de architecten en Tiwos. De commissie reageerde als volgt op deze presentatie. <0000> relatie omgeving: er ontstaat door aanpassingen een goede relatie tussen woningen op het verhoogde begane grondniveau en de omgeving; <0000> dakvorm: de commissie vraagt nog nader te sturen op de dakvorm; <0000> gevelcompositie: de commissie vraagt het huidige gevelontwerp nog eens kritisch te bekijken, in het licht van de gekozen uitgangspunten; <0000> materiaalkeuze: de commissie deelt het huidige voorstel voor de materialisatie. Over het geheel is de commissie positief. Zij gaat ervan uit dat ook dit advies goed verwerkt wordt bij de verdere uitwerking. De commissie ziet het plan graag terug in een volgende fase. 3.2.3 Windhinder Windklimaat volgens NEN 8100 De gevoeligheid van de mens voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij een laag activiteitenniveau (bijvoorbeeld wachten bij een bushalte, op een terrasje zitten) zullen lagere windsnelheden als hinderlijk ervaren kunnen worden dan bij een hoger activiteitenniveau. In de NEN 8100 wordt voor de beoordeling van het windklimaat derhalve onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen.
Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt, is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend gehouden wordt voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H
Planstandaard Tilburg 2018
22
aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfs-niveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten bij de ervaring van het windklimaat een rol spelen, zoals bijvoorbeeld het omslaan van paraplu’s, in de ogen waaien van stof en in meer extreme vorm het dichtwaaien van een autoportier en dergelijke. Tabel 5.5
Criteria windhinder volgens NEN 8100
Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ (zie Tabel 5.5). Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Windklimaat op de locatie Er is een windhinderonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2). Het windklimaat ter plaatse van de geplande ontwikkeling wordt bepaald door een aantal zaken. Allereerst speelt de statistiek van de windsnelheid op de locatie een rol. Daarnaast kan de geometrie van de geplande en van de omringende bebouwing de windsnelheid in positieve of negatieve richting beïnvloeden. Windstatistiek De norm NEN 8100 verwijst voor de statistische windgegevens naar de NPR 6097 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van door het KNMI ontwikkelde software, behorende bij de NPR 6097, kan de windstatistiek op een hoogte van 60 m op de planlocatie worden bepaald.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van data van een groot aantal meteostations en gegevens omtrent terreinruwheden tot 6 km afstand van de planlocatie. De terrein-ruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in Figuur 5.8. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied en blauw voor water.
Planstandaard Tilburg 2018
23
Figuur 11: Terreinruwheid tot 6 km afstand van de planlocatie volgens NPR 6097. De op deze wijze vastgestelde windstatistiek en de hieruit volgende windroos voor de planlocatie zijn berekend. Uit deze gegevens blijkt onder meer dat op de planlocatie zuidwest de dominante windrichting is. Bij deze windrichting treden het vaakst hoge windsnelheden op. Conclusie Op basis van de windstatistiek en de oriëntatie van de geplande nieuwbouw is vastgesteld dat ten gevolge van de geplande nieuwbouw naar verwachting slechts een geringe verslechtering van het windklimaat op zal treden. Hierdoor zal nabij de gebouwhoeken mogelijk sprake zijn van een matig windklimaat. Opgemerkt wordt dat de plaatselijke verslechtering van het windklimaat enkel optreedt binnen het plangebied. Met behulp van extra begroeiing op de plaatsen met een verhoogde hinder-kans kan het windklimaat lokaal worden verbeterd. De geplande bebouwing heeft naar verwachting geen significant negatief effect op het windklimaat rond de bestaande omgevingsbebouwing. Een exacte duiding van de hinderkans kan alleen worden vastgesteld met een aanvullend onderzoek op basis van windtunnel- of CFD-simulaties. Voor deze situatie wordt dit niet noodzakelijk geacht.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Aan de Betuwestraat in Jeruzalem zal op een braakliggend terreiin een appartementengebouw worden gerealiseerd tegen het zuidoostelijke talud van het viaduct over de Piushaven. 3.3.1 Historische geografie Het Piushavengebied is grotendeels gelegen op een dekzandrug in de nabijheid van het stroomgebied van de Nieuwe Leij, al dan niet met een oud landbouwdek. Daarnaast komt ook de aan de Korvelse Waterloop gerelateerde beekdalglooiing voor. De Korvelse Waterloop verdween uit het plangebied bij de aanleg van de Piushaven tussen 1921 en 1923. In de late middeleeuwen waren in het plangebied de kleine gehuchten Hogendries en Hoeven gelegen. De rest van het gebied was zo goed als onbewoond. In het noordelijk deel bevond zich de gemeenschappelijke heide (gemeijnt) met enkele leemputten. Rond 1840 is het gebied vrijwel geheel in gebruik als akkerland en mogelijk deels als grasland. Dit gebruik gaat mogelijk zelfs terug tot de prehistorie maar in ieder geval tot de middeleeuwen. Slechts een klein deel aan de oostzijde van het plangebied behoorde tot de bebouwde stadskern. Sinds de middeleeuwen was langs de oude linten al enige bebouwing te vinden, met name langs de Oude Beekse Dijk (Lanciersstraat-Kruisvaardersstraat), langs de huidige Prinsenhoeven (het gehucht Hogendries) en langs de Hoevenseweg (het gehucht Hoeven).
Achter de bebouwing bevonden zich tot aan het begin van de twintigste eeuw weiden en akkers. Na de aanleg van de haven (1921-1923) vestigden zich in hoog tempo bedrijven in het plangebied. De belangrijkste hiervan was de AaBe-fabriek die een groot terrein in beslag nam en in verschillende fases vanaf 1930 is opgericht. Een groot deel van het omliggende gebied is vervat in het uit 1917 daterende “Algemeen Uitbreidingsplan der gemeente Tilburg”dat werd opgesteld door J.H.E. Rückert. Het kanaal en de haven waren toen al voorzien. Het 'uitbreidingsplan' is nog in hoge mate gezichtsbepalend voor grote delen van het plangebied. Hiervan is met name de planning en aanleg van het ringbanenstelsel van belang. Verder plande Rückert op basis van de bestaande straten de aanleg van twee nieuwe, tuindorpachtige buurten tussen de Ringbaan Oost en het nieuw te graven kanaal (Armhoef en Jeruzalem). Tussentijds, in 1921 en 1937 is het plan enigszins gewijzigd voor wat betreft deeloplossingen voor het stratennet. In het plan van 1937 werd de Ringbaan Oost doorgetrokken om aan te sluiten op de Ringbaan Zuid. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige structuur van de rond het verbindingskanaal geprojecteerde woonwijken is dat ze door Rückert nauwelijks op het kanaal en de haven georiënteerd zijn. De wijken zijn eerder op zichzelf gericht.
Om het woningtekort aan te pakken verrijst de wijk Jeruzalem in twee bouwfases in 1949 en 1952. De woningen worden opgebouwd volgens het prefabsysteem Airey. De wijk kreeg zijn naam vanwege het opvallende grijswitte uiterlijk dat aan de architectuur van het Heilige Land deed denken.
Planstandaard Tilburg 2018
24
Soortgelijke wijken van hetzelfde bouwsysteem die eveneens de naam Jeruzalem kregen, stonden onder meer in Amsterdam, Nijmegen en Eindhoven. In de jaren na 2010 werd het merendeel van de tweelaagse woningen aangepast aan de bouwkundige eisen van de moderne tijd en werden de hoogbouwblokken vervangen door nieuwbouw. Het bedrijventerrein aan de oostkant van Jeruzalem werd na 2013 vervangen door woningbouw; het project Aan de Waterkant. 3.3.2 Archeologie In 2015 werden bij een noodopgraving naar aanleiding van een waarneming in de wijk Jeruzalem op de hoek van de Twentestraat en de Caspar Houbenstraat de resten onderzocht van een Middeleeuwse nederzetting uit de periode 1000 - 1200. De bewoning werd gevormd door enkele grote houten boerderijen. De Middeleeuwse nederzetting van Jeruzalem was de eerste in zijn soort die in het centrum van Tilburg onderzocht kon worden. Vanwege dit belang, en het vermoeden dat de meer archeologische sporen en vondsten in de omgeving aanwezig zijn, laat de gemeente Tilburg in samenwerking met Triborgh en Tiwos ook andere delen van Jeruzalem onderzoeken. In 2022 is in opdracht van TIWOS door SWECO een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de planlocatie Betuwestraat (Archeologisch bureauonderzoek Betuwestraat Tilburg, gemeente Tilburg, SWECO Archeologische Rapporten 2535) (zie bijlage 3).
Uit het bureauonderzoek komt naar voor dat in het plangebied mogelijk archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd aanwezig zijn, in de top van het dekzand, direct onder het maaiveld en/of onder het mogelijk aanwezige plaggendek. De archeologische verwachting voor deze perioden is middelhoog tot hoog. Het is mogelijk dat archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum zijn verploegd door het gebruik van het plangebied als bouwland tijdens de Middeleeuwen. Als vervolgstap adviseert Sweco in het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Doel van vervolgonderzoek is de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen en waar nodig aan te passen. De gemeente Tilburg neemt dit deel van het advies van Sweco niet over omdat verkennend booronderzoek onvoldoende en vaak misleidende informatie oplevert voor het toetsen van de archeologische verwachting. In plaats van booronderzoek dient in het plangebied een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worde voor het toetsen van de archeologische verwachting. 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen Ten zuiden van het plangebied en de Caspar Houbenstraat bevinden zich twee blokken als beschermde gemeentelijke monumenten aangewezen woonhuizen.