CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Tilburg - Rapport - Rekenkameronderzoek energietransitie

Raadsvergadering 18 december 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Energietransitie17.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

23 / 50

3.3. Toetsing aan het normenkader Groen Oranje Rood

Aan de vastgestelde norm is geheel voldaan. Aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan. Aan de vastgestelde norm is niet voldaan.

Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de REKS zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.

De gemeente heeft doelstellingen van 2% voor de opwek van energie ( en de besparing van energie. Deze doelstelling is SMART geformuleerd maar geeft weinig richting omdat deze niet is gekoppeld aan de doelen van de REKS. Door deze mismatch is niet inzichtelijk hoe Tilburg bijdraagt aan de regionale doelen. Ook is niet inzichtelijk hoe de doelen rondom het aardgasvrij maken van woningen bijdragen aan de 2%-doelstelling, waarmee deze niet goed controleerbaar is. Verder reflecteert de (gemiddelde) 2%-doelstelling ook niet goed de realiteit van de energietransitie, waarbij opwek vaak in grote stappen plaatsvindt. De 2%-doelstelling is dus weliswaar concreet en controleerbaar maar geeft te weinig richting aan de ambitie die voorligt voor Tilburg. Daarmee is aan de norm niet voldaan. Aangezien de 2%-doelstelling ook niet is gebaseerd op de regionale opgave in de REKS, is ook aan de tweede norm niet voldaan. Norm De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd.

De doelen en ambities zijn uitgewerkt tot een programma energie, met deelprogramma’s (besparing, bedrijven en opwek) die aansluiten op de REKS Hart van Brabant. Daaraan zijn projecten, programma’s en maatregelen gekoppeld. Deze acties zijn voldoende helder en concreet uitgewerkt in projectbrieven, projectplannen of in een uitvoeringsprogramma. Daarmee is aan de eerste norm geheel voldaan. Aan deze acties en maatregelen zijn financiële kaders gekoppeld, in de vorm van een projectbudget. Daarmee is het inzichtelijk hoeveel een project gaat kosten, ook aan capaciteit. De financiële kaders zijn hiermee voldoende helder. Het blijft echter wel zaak om de verschillende financiële stromen voldoende inzichtelijk te maken en te houden. Vanuit welk potje wordt een project bekostigd, welke voorwaarden gelden er voor bijvoorbeeld de besteding of de verantwoording van de gelden? Dit is een uitdaging voor alle gemeenten. Daarmee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. Wat ontbreekt is een duidelijke planning. Sommige projecten hebben wel een fasering, maar die is niet voor alle projecten beschikbaar. De faseringen die er zijn, zijn ook vaak niet aan een planning gekoppeld. Daarmee is het beperkt inzichtelijk op welke termijnen er resultaten kunnen worden verwacht. Ook zijn er beperkt tot geen tussentijdse mijlpalen benoemd waarop kan worden gestuurd.

Het sturen met go-/no-go-momenten, gekoppeld aan mijlpalen of bepaalde fases in het project, is hierdoor beperkt mogelijk. Daarmee is aan de derde norm niet voldaan.

24 / 50

Norm Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie.

Bij de vaststelling van de REKS heeft de raad besloten dat de REKS elk jaar wordt gemonitord. Voor de Transitievisie Warmte zijn geen afspraken gemaakt over monitoring of informatievoorziening. Verder heeft de gemeente afspraken gemaakt over informatievoorziening en het betrekken van de raad bij moties over energiearmoede en het Amernet. Ook beschikt de raad over de strategische agenda klimaat waarmee onderwerpen op de agenda worden gezet. De raad heeft daarnaast afgesproken dat hij ook regionale informatie ontvangt vanuit de REKS. Er zijn dus duidelijke afspraken gemaakt over het informeren van de raad en het betrekken van de raad. Daarmee is aan de norm geheel voldaan. Daarbij moet de kanttekening worden gemaakt dat de regionale informatie vanuit de REKS niet beschikbaar is. Deze informatievoorziening verloopt dus nog niet volgens afspraak.

25 / 50

4. Uitvoering en doelrealisatie In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de uitvoering en doelrealisatie. Daarbij gaat het om de realisatie van de acties en maatregelen, de mate waarin dit leidt tot het realiseren van de doelen en of de uitvoering ook plaatsvindt binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders. Ook wordt gekeken naar de wijze waarop de uitvoering wordt gemonitord. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de uitvoering en doelrealisatie (§1), de analyse aan de hand van de documenten en de interviews (§2) en tot slot de toetsing aan de normen (§3). Zie voor een beknopt overzicht van de doelrealisatie en de realisatie van de acties en maatregelen ook de factsheet Tilburg.

4.1. Uitvoering en doelrealisatie 4.1.1. Uitvoering De projecten uit het programma energie worden gemonitord middels een voortgangsrapportage. 43 Een voorbeeld hiervan is te vinden in paragraaf 2.1.2. De projecten krijgen hierbij een status van voorbereiding, uitvoering of afronding. Het rapporteren over de planning of financiële kaders maakt geen deel uit van deze rapportage. In het deelprogramma besparing wordt gerapporteerd over de planning (tijd) en de financiële kaders (geld) in het project ‘aan de slag met je huis’, maar deze rapportage wordt niet gedeeld met de raad.44 Daarnaast wordt er gerapporteerd over de scope, kwaliteit, organisatie, informatie en communicatie. Een voorbeeld van deze rapportage is opgenomen in onderstaande afbeelding.

Figuur 4. Voortgangsrapportage deelprogramma besparing

43

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

44

Voortgangsrapportage deelprogramma besparing.

26 / 50

De rapportage laat zien dat de meeste projecten volgens planning verlopen, behalve de projecten zon-op-dak en energiebesparende maatregelen huurders. Het aspect tijd wordt in de rapportage toegelicht maar de onderbouwing waarom de planning niet wordt gehaald is hier geen onderdeel van. De deelprogramma’s opwek en bedrijven hebben geen aparte voortgangsrapportage aanvullend op de rapportage in het bredere programma energie.

4.1.2. Doelrealisatie In het programma energie wordt gemonitord op de doelstellingen van de gemeente in een voortgangsrapportage.45 De doelstellingen waarover wordt gerapporteerd zijn energiebesparing, energieopwekking en CO2-uitstoot. De monitoring laat de volgende realisatie zien van de doelen. 2% energiebesparing per jaar

Figuur 5. Energiegebruik Tilburg per jaar, uit online magazine 'hoe staan we ervoor'

De groene lijn laat de doelstelling zien van 2% energiebesparing per jaar, gemeten aan de hand van de energiebesparing.46 De gemeente verbruikt volgens de laatste cijfers (2021) 11.048 TJ energie terwijl dat volgens de doelen 10.453 TJ zou moeten zijn. Met de invloed van de projecten daalt het energieverbruik naar 10.103 TJ in 2030. 47 De ambitie schrijft echter voor dat er 8.971 TJ zou moeten worden verbruikt in 2030. De gemeente heeft dus een restopgave van 1.132 TJ die zij moet gaan besparen. De invloed van de projecten is niet sterk genoeg om de ambitie te realiseren. De gemeente ligt daarmee op dit moment - met de huidige voorraad projecten - niet op koers om de doelstelling van 2% besparing per jaar te behalen.

45

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

46

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

47

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

27 / 50

2% energieopwekking per jaar

Figuur 6. Opwek duurzame energie in Tilburg, uit online magazine 'hoe staan we ervoor'

Deze grafiek laat de doelstelling zien van 2% meer energieopwekking uit klimaatneutrale bronnen per jaar.48 Daarbij wordt in deze grafiek geen onderscheid gemaakt tussen de opwek van elektra en de opwek van warmte. De gemeente realiseert volgens de laatste cijfers (2020) 877 TJ; dit zou 1695 TJ moeten zijn om op koers te liggen. Richting 2020 voorziet de gemeente dat er met de projecten 1159 TJ wordt gerealiseerd. De gemeente heeft - na aftrek van de pijplijn - een restopgave van 1097 TJ richting 2030. Daarbij moet de kanttekening worden gemaakt dat het project windpark De Spinder op dit moment in de planfase zit. De ambtelijke organisatie geeft aan dat het park in januari 2025 vergund moet zijn om in 2030 energie op te kunnen wekken. De gemeente geeft aan dat, om dit te behalen, er gestart moet worden met een procedure waarbij gelijktijdig de ruimtelijke vergunningsprocedure wordt doorlopen. Daarnaast moeten veel projecten worden ondergebracht bij het regionale ontwikkelbedrijf. De ambtelijke organisatie geeft aan dat dit ontwikkelbedrijf 13 juli is opgericht. Verder is de gemeente bezig met het organiseren van duurzame warmtelevering na 2027. Op dit moment wordt door de Amercentrale duurzame warmte opgewekt middels biomassa. Wanneer deze opwekking wordt meegerekend, verwacht de gemeente de doelstelling te behalen (lichtrode lijn).

49 De ambtelijke organisatie geeft aan dat de Amercentrale na 2027 stopt met warmtelevering. Na 2027 dient dan ook een duurzaam alternatief gevonden te worden. Daarnaast heeft de raad in 2019 uitgesproken geen biomassa te willen in de gemeente. 50 Ook met de andere energiehubs staat de gemeente ook nog pas aan het begin. Deze moeten nog vorm krijgen, terwijl de gemeente hier wel een groot deel van de opwek wil realiseren. Dat zorgt voor risico als het gaat om de realisatie van de doelen. Verder is de volgende grafiek opgenomen met de verdeling in opwek tussen elektra en warmte.

48

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

49

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

50

Motie biomassa, 14 november 2019.

28 / 50

Figuur 7. Opwek duurzame energie uiteengezet in elektriciteit en warmte, uit online magazine 'hoe staan we ervoor'

De grafiek laat zien dat de opwek van elektriciteit gestaag stijgt, met projecten die worden opgeleverd; de opwek van warmte blijft achter.51 Er zijn geen aparte doelen gekoppeld aan warmte en elektra en daardoor kan de doelrealisatie hiervan niet uiteen worden gezet. 81.000 woningen en 15.000 andere gebouwen aardgasvrij Vanuit de Transitievisie Warmte heeft Tilburg de doelstelling om toe te werken naar aardgasvrije woningen. 52 De gemeente heeft benoemd dat er daarom een opgave voorligt voor het aardgasvrij maken van 81.000 woningen en 15.000 andere gebouwen in de gemeente. De gemeente monitort niet expliciet op dit doel; in plaats daarvan valt de besparing onder de 2%-doelstelling.53 De mate waarin het de gemeente lukt om woningen aardgasvrij te maken, is niet direct inzichtelijk vanuit de monitor. Vanuit de voortgangsrapportage voor de projecten is te zien dat de gemeente inmiddels de Transitievisie Warmte heeft vastgesteld. Dit moet nog uitvoering krijgen in wijkuitvoeringsplannen. De gemeente staat hierbij nog aan het begin, zo geeft de ambtelijke organisatie aan. Hierin is nog niet te zien dat de gemeente haar doelen realiseert, of op koers ligt hiervoor, terwijl dit wel een project is met een grote impact op de doelen. En een project met een groot risico, omdat bewoners mee moeten gaan in het verduurzamen en het investeren hierin.

51

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

52

Transitievisie Warmte, vastgesteld 13 december 2021.

53

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

29 / 50

Klimaatneutraal in 2045

Figuur 8. CO2-uitstoot in Tilburg, uit online magazine 'hoe staan we ervoor'

De gemeente heeft de ambitie om volledig klimaatneutraal te zijn in 2045 (de huidige grafiek laat de eerdere ambitie zien van klimaatneutraliteit in 2050).54 Op basis van de huidige projectvoorraad zou de gemeente vanaf 2021 meer CO2 uitstoten dan gepland. De gemeente geeft in de monitoring aan dat de CO2-uitstoot door elektriciteit verder zal afnemen en dat de gemeente kan profiteren van grootschalige windprojecten buiten haar grondgebied. 55 Dergelijke projecten, zoals op zee, kunnen elektriciteit leveren aan Tilburg waardoor de CO2-uitstoot in Tilburg afneemt. Deze ontwikkelingen zijn niet verwerkt in deze grafiek.56 Naast deze monitoring van de doelstellingen wordt in de jaarrekening ook gerapporteerd aan de hand van een aantal indicatoren.57 Relevante indicatoren waarover wordt gerapporteerd zijn de CO2-uitstoot, energiebesparing, klimaatneutrale warmtevoorziening en klimaatneutrale energieopwekking van elektra. Uit de jaarrekening komen de volgende cijfers naar voren.58

54

Begroting 2023.

55

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

56

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

57

Jaarrekening 2022.

58

Jaarrekening 2022.

30 / 50

Figuur 9. Indicatoren uit jaarrekening 2022 Deze cijfers bevestigen het beeld vanuit de grafieken. Het lukt op dit moment niet om de CO2-uitstoot consequent te verlagen en energie te besparen. De opwekking van energie stijgt meer dan de streefwaarde, maar de warmtevoorziening blijft achter.59

4.1.3. Financiële kaders De voortgangsrapportage voor het brede programma geeft geen inzicht in de financiële kaders en de realisatie daarvan. Vanuit het deelprogramma besparing is wel te zien dat projecten - over het algemeen - binnen de financiële kaders die gesteld zijn, worden uitgevoerd.60 In de jaarstukken wordt financieel gerapporteerd over zowel projecten omtrent energie als omtrent klimaatadaptatie. Er zijn geen aparte financiële overzichten voor energie. Uit de jaarstukken komt het volgende beeld naar voren over de financiën voor klimaatadaptatie en energie.61

Figuur 10. Overzicht lasten en baten uit jaarrekening 2022 Wat opvalt uit de jaarrekening is dat de lasten in 2022 lager uitvielen dan begroot. De gemeente geeft aan dat er verschillende vertragingen zijn opgelopen rondom klimaatprojecten en daarmee in de uitvoering van de energie- en klimaatadaptatie-agenda.62 Deze vertragingen zorgen ervoor dat er financiën worden overgeheveld van het ene naar het andere jaar. Wel komt naar voren dat het project zon-op-dak heeft geleid tot een grote vraag naar panelen. Dat maakt dat de lasten hoger uitvielen, maar tegelijkertijd wordt dit opgevangen door hogere baten.

59

Jaarrekening 2022.

60

Voortgangsrapportage deelprogramma besparing.

61

Jaarrekening 2022.

62

Jaarrekening 2022.

31 / 50

Het saldo hiervan wordt verrekend met de Reserve Klimaat. Aan het project Aan de slag met je huis is een Rijksbijdrage toegekend. De niet-bestede middelen (ruim € 500.000) worden ingezet voor andere projecten.63

4.1.4. Monitoring De voortgang van de projecten en de deelprogramma’s wordt gemonitord op de status van de projecten en op de doelrealisatie.64 Voor het deelprogramma besparing is te zien dat er ook wordt gemonitord op aspecten als tijd en geld.65 Dit is niet te zien voor de deelprogramma’s opwek en bedrijven. Er wordt niet gemonitord op het aardgasvrij maken van woningen, wat wel een expliciete opgave is vanuit de Transitievisie Warmte. Naast deze programmamonitoring wordt er gemonitord met de indicatoren in de jaarstukken.66 De data die voor de jaarstukken en de programmamonitoring worden gebruikt komen uit de landelijke Klimaatmonitor. De cijfers van de landelijke Klimaatmonitor lopen gemiddeld twee jaar achter op de actuele situatie. 67 Behalve op gemeentelijk niveau, wordt er ook gemonitord vanuit de REKS Hart van Brabant. De monitoring van de REKS Hart van Brabant is op dit moment in ontwikkeling en is daarmee nu niet beschikbaar.68

4.2. Analyse Planning De status van projecten is inzichtelijk maar de planning van de verschillende projecten wordt niet gemonitord. Dergelijke planningen zijn vaak ook niet opgenomen en daardoor niet goed te monitoren. In het deelprogramma besparing wordt wel meer gemonitord op tijd, al wordt niet inzichtelijk gemaakt waar een project had moeten staan. Afwijkingen zijn daarmee beperkt onderbouwd. De twee andere deelprogramma’s hebben een dergelijke monitoring niet. Betrokkenen geven aan dat dit komt doordat deze programma’s verder moeten worden uitgewerkt en bemenst en dat er collectieve afspraken moeten worden gemaakt over de realisatie. Besparing loopt al een aantal jaar en is daarmee verder in de professionalisering. Daarbij geven betrokkenen aan dat er een nieuwe programmamanager is geworven, die ook de taak heeft om de governance voor het programma in te gaan richten. Doelrealisatie De gemeente ligt niet op koers met de doelrealisatie. Voor opwek is het van belang dat de Amercentrale duurzame energie gaat opwekken en dat de windturbines voor 2025 worden vergund. En dat de andere energiehubs worden gerealiseerd en het ontwikkelbedrijf wordt benut om projecten te gaan realiseren. Ook dient het probleem van netschaarste te worden opgelost.

Voor de besparing geven betrokkenen aan dat er vooral wordt ingezet op ‘laaghangend fruit’, omdat de gemeente weinig invloed heeft op de besparingsopgave achter de voordeur. De wijkuitvoeringsplannen moeten hierin nog van de grond komen. Betrokkenen geven aan dat de gemeente probeert meer op koers te komen door de ruimtelijke en vergunningsprocedure voor windturbines gelijktijdig te laten lopen, en meer in te zetten op klimaatneutraal bouwen met het oog

63

Jaarrekening 2022.

64

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

65

Voortgangsrapportage deelprogramma besparing.

66

Jaarrekening 2022.

67

Jaarrekening 2022.

68

Artikel ‘Voortgangsrapportage en Publiek Ontwikkelbedrijf REKS in de maak’, www.regio-hartvanbrabant.nl, 4 april 2023.

32 / 50

op besparing. Ook wordt er volgens betrokkenen meer capaciteit geworven zodat projecten doorgang kunnen vinden. Deze inspanningen zorgen er echter niet vanzelfsprekend voor dat de doelen ook worden behaald en dat de gemeente op koers komt te liggen. Dat een aantal grotere projecten als het Windpark (en andere energiehubs), het ontwikkelbedrijf, het Amernet en de wijkuitvoeringsplannen dus grote risico’s kennen of nog moeten worden opgestart/opgericht of nog tot de eerste resultaten moeten leiden, maakt dat de gemeente niet goed kan onderbouwen dat zij op koers ligt om de doelen te behalen. De gemeente heeft verder niet inzichtelijk waar zij staat met het aardgasvrij maken van woningen, en hoe zij bijdraagt aan de regionale doelen vanuit de REKS. Bovenstaande maakt dat de gemeente niet goed kan onderbouwen dat zij op koers ligt om de doelen te realiseren. Financiële kaders Net als bij de planning, wordt in het grotere programma niet expliciet gerapporteerd op de financiële kaders. Het college rapporteert alleen over financiële afwijkingen boven de €500.000, zoals afgesproken met de raad. In het deelprogramma besparing vindt wel een financiële rapportage plaats. Deze rapportage laat zien dat er over het algemeen geen significante financiële afwijkingen zijn. Voor de projecten rondom opwek en bedrijven is het echter niet inzichtelijk hoe de verschillende budgetten worden besteed.

Wel is in de jaarstukken te zien dat er geen grote financiële afwijkingen zijn binnen het programma. Er worden wel budgetten overgeheveld naar volgende jaren omdat projecten vertraging oplopen. Ook zijn de verschillende potjes met geld beperkt inzichtelijk. Geld komt vanuit verschillende stromen, met andere voorwaarden en verantwoordingsregels. Uit de stukken wordt niet duidelijk waar de verschillende budgetten vandaan komen. Dit maakt de financiële rapportage onvoldoende om richting de raad goed te kunnen verantwoorden over het financiële plaatje van de energietransitie. Monitoring De doelen voor besparing en opwek worden gemonitord en tweejaarlijks met de raad besproken. De gemeente monitort in de monitoring niet expliciet op de realisatie van het aardgasvrij maken van woningen, wat een opgave is die voortkomt uit de Transitievisie Warmte. Uit de monitoring komt naar voren dat de gemeente moet gaan versnellen om op koers te komen voor het realiseren van de doelstellingen. Het is daarbij niet goed inzichtelijk hoe de gemeente dat wil doen, en waarom het nu niet lukt om met de huidige projecten op koers te liggen voor de doelstellingen.

Lopen projecten vertraging op of wordt niet het beoogde resultaat gerealiseerd? Of zijn er simpelweg niet voldoende projecten opgestart? Omdat deze aspecten niet goed zichtbaar worden vanuit de monitoring, is het voor raadsleden niet goed te zien hoe zij kunnen sturen. Het is immers nu niet goed zichtbaar waarop zij dan zouden moeten sturen: op uitvoering, op financiën of misschien op het opstarten van meer projecten? De raad ontvangt de monitoring, maar kan die nu beperkt inzetten om daadwerkelijk zijn controlerende rol in te vullen en op tijd bij te sturen. De monitoring geeft dus onvoldoende sturingsinformatie aan de raad. De raad ontvangt tweejaarlijks een monitoring van de regionale doelen van de REKS. Waar andere gemeenten jaarlijks voortgangsrapportages ontvangen uit de RES-regio’s, zijn deze voor de REKS Hart van Brabant pas recent beschikbaar gekomen. Het is dan ook voor de raad pas recentelijk inzichtelijk geworden hoe de regio ervoor staat met haar doelstellingen, en wat de bijdrage van Tilburg is aan deze realisatie. Ook deze monitoring geeft te weinig sturingsinformatie aan de raad.

33 / 50

4.3. Toetsing aan het normenkader Groen Oranje Rood

Aan de vastgestelde norm is geheel voldaan. Aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan. Aan de vastgestelde norm is niet voldaan.

Norm De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning.

Aan veel acties en maatregelen is geen planning gekoppeld. Het is daarmee niet inzichtelijk op welke termijn de raad resultaat kan verwachten van deze projecten. Omdat er voor veel projecten geen planning beschikbaar is, wordt daar ook niet consequent op gemonitord. Het is voor projecten alleen goed inzichtelijk wat de status is (voorbereiding, uitvoering of afronding), maar het is niet goed inzichtelijk of de uitvoering wat betreft de planning, op koers ligt. Daarmee is aan de norm niet voldaan. Norm De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden.

De doelen voor besparing liggen op dit moment niet op koers. De besparing gaat niet snel genoeg en projecten zijn niet altijd even effectief. Voor opwek is de gemeente nog te veel afhankelijk van de warmtelevering na 2027 en het op tijd vergunnen van windpark De Spinder. De andere energiehubs moeten ook nog veel opwek gaan realiseren, maar zijn nog niet opgericht. Voor besparing staat de gemeente nog aan het begin met de wijkuitvoeringsplannen. De doelrealisatie is verder kwetsbaar door factoren als defensieradars en netschaarste. Ook moeten projecten straks worden ondergebracht bij het regionale ontwikkelbedrijf, maar dit ontwikkelbedrijf is pas recent opgericht (13 juli 2023). Daarmee is aan de norm niet voldaan. Norm De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders.

Het college rapporteert - los van de projecten voor besparing - niet of de projecten binnen financiële kaders worden uitgevoerd. Het college rapporteert wel over afwijkingen boven de €500.000 in de jaarrekening. De financiële kaders zijn lastig in beeld te brengen door de verschillende financiële stromen die er lopen. Deze verschillende stromen maken juist het inzichtelijk maken van financiën extra belangrijk. Dit vindt op dit moment erg beperkt plaats. Wel komt uit de jaarrekening naar voren dat de uitvoering past binnen de nu geldende kaders. Daarmee is aan de norm gedeeltelijk voldaan. Norm De realisatie van de doelen en ambities wordt periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan.

De realisatie van de doelen wordt gemonitord. De doelen zijn weergegeven in grafieken en de gemeente geeft aan waar zij in verhouding tot de doelen staat, en wat de invloed is van de verschillende projecten op de realisatie van de doelen. De raad kan echter vanuit de monitoring maar beperkt zien waar versnelling nodig is en hoe die gerealiseerd zou moeten worden. Ook is de monitoring niet gericht op de opgave rond aardgasvrije woningen.

34 / 50

Verder wordt er geen monitoring gedeeld met de raad van de doelen op regionaal niveau. De raad kan dus niet zien hoe de REKS ervoor staat en wat de bijdrage is van Tilburg ten opzichte van andere gemeenten. De raad kan met de huidige monitoring dan ook maar beperkt bijsturen op het regionale aspect van de energietransitie. De gemeente heeft de doelrealisatie dus inzichtelijk gemaakt, maar heeft geen zicht op de regionale doelen en de doelen voor warmte. Met de doelrealisatie die beschikbaar is kan de gemeente maar beperkt sturen. Daarmee is aan de norm gedeeltelijk voldaan.

35 / 50

5. Rol van de raad In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de rol van de raad. Daarbij gaat het om de informatievoorziening aan de raad en de mate waarin de raad met deze informatie in stelling wordt gebracht om te kunnen sturen. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de informatievoorziening (§1), de analyse aan de hand van de documenten, de interviews en de enquête (§2) en tot slot de toetsing aan de normen (§3).

5.1. Rol van de raad De raad ontvangt twee keer per jaar een voortgangsrapportage over het programma energie,69 aanvullend op de jaarstukken. Ook wordt op dit moment gewerkt aan een rapportage vanuit de REKS Hart van Brabant die - naar alle waarschijnlijkheid - ook met de raad wordt gedeeld.70 De raad heeft geen kaders gesteld voor aanvullende informatievoorziening over de energietransitie. De raad wordt, naast deze formele momenten van informatievoorziening, ook geïnformeerd via themabijeenkomsten of informatiesessies. Tevens heeft de raad de mogelijkheid om aanvullende vragen neer te leggen bij het college. Bij grotere ontwikkelingen in het domein of in projecten ontvangt de raad raadsinformatiebrieven. De raad heeft ook informatie ontvangen bij het vaststellen van het uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven door het college. 71 De vaststelling van dit uitvoeringsprogramma is een college-aangelegenheid, maar de raad is hier wel over geïnformeerd. Een ander informatiemiddel is de strategische agenda klimaat. De ambtelijke organisatie geeft aan dat hierin door de raad en het college onderwerpen worden opgenomen die de raad graag wil bespreken met het college. Bijeenkomsten worden gepland aan de hand van de behoeftes die uit de strategische agenda naar voren komen. De raad krijgt hiermee inzicht in de stand van zaken van de projecten en de doelrealisatie.

Daarbij is ook inzichtelijk hoe de projecten in de toekomst bij gaan dragen aan de doelen. De gemeenteraad ontvangt geen aanvullende informatie over de realisatie van de financiële kaders of de planning van projecten.

5.2. Analyse De raad ontvangt de belangrijkste informatie met de tweejaarlijkse bespreking van de doelrealisatie. Met de strategische agenda klimaat kan de raad aangeven ook over andere onderwerpen te willen worden geïnformeerd, zoals energiearmoede. Betrokkenen benoemen in de interviews dat het zaak is om de raad binnenkort verder te betrekken bij de REKS, omdat daar nu veel zaken spelen waar de raad minder zicht op heeft. Omdat veel op afstand gebeurt, ontstaat er ook een situatie waarbij raadsleden vooral reageren op ad-hoc zaken die spelen in de gemeente. Immers, als je weinig ziet van wat er op afstand gebeurt, ga je vooral kijken naar wat zich dichtbij afspeelt.

69

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

70

Artikel ‘Voortgangsrapportage en Publiek Ontwikkelbedrijf REKS in de maak’, www.regio-hartvanbrabant.nl, 4 april 2023.

71

Raadsinformatiebrief ‘uitvoeringsprogramma bedrijven’, 21 september 2021.

36 / 50

Het ad-hoc karakter van discussies kan het wel lastiger maken om het goede gesprek te voeren met het college en de ambtelijke organisatie. Het is aan het college en de ambtelijke organisatie om dit gesprek goed te faciliteren. Naast het betrekken van de raad bij de doelrealisatie en de REKS, is het zaak dat de raadsleden goed kunnen controleren op de doelrealisatie en de REKS. Op dit moment is dit door de wijze van informatievoorziening niet goed mogelijk. Dit kan een factor zijn waarom raadsleden - zo geven betrokkenen aan - de presentaties over doelrealisatie nog niet zien als belangrijk controlemoment. Immers, als de informatie die je nodig hebt hier niet in zit, dan kun je er ook niet mee controleren. Het is dus zaak voor het college en de ambtelijke organisatie om de raad anders te gaan informeren over doelrealisatie door ze goed mee te nemen in de risico’s en obstakels die er liggen en in financiën en planningen. Al deze informatie is nodig voor de raad om goed te kunnen sturen en goed te kunnen controleren. Betrokkenen benoemen dat hier een stap in wordt gezet door te bekijken of informatie op een andere, creatievere manier kan worden aangeleverd. Daarbij is het aan te raden om eerst in gesprek te gaan met raadsleden over de behoefte die er ligt.

Wat hebben zij nodig om goed te kunnen controleren? En hoe kunnen het college en de ambtelijke organisatie hierop inspelen? Betrokkenen benoemen in de interviews dat de raad met de nieuwe energievisie kaders kan gaan vaststellen voor de energievisie. Zij geven aan dat de doorkijk richting 2050 hierbij ook van belang is. Het is wel goed om de focus te laten liggen op de uitvoering nu, en richting 2030. Uit de interviews komt namelijk ook naar voren dat de raad zich in discussies nog kan laten leiden door ontwikkelingen die zich meer ad-hoc voordoen in plaats van de grote lijnen richting de toekomst.

5.2.1. Enquête Een aantal respondenten dat de enquête heeft ingevuld geeft aan geen woordvoerder te zijn op het onderwerp energie, waardoor zij een minder goed beeld hebben bij de doelen en de verschillende visies. De respondenten kunnen daarom de beleving hebben dat de informatievoorziening niet voldoende is, terwijl de raad wel informatie krijgt aangeleverd vanuit het college over de doelrealisatie. De meeste respondenten (45%) in Tilburg hebben een relatief goed beeld van de lokale doelen, al geeft 30% aan een minder goed beeld te hebben (stelling 3). Minder respondenten hebben een goed beeld van de regionale doelen (30%; stelling 4). De respondenten hebben wel een goed beeld hoe de lokale en regionale doelen op elkaar aansluiten (50%; stelling 4).

37 / 50

Doelen zijn vaak niet in één visiestuk gevat, maar in meerdere. Respondenten hebben beperkt een mening over hoe de doelen uit verschillende visies op elkaar aansluiten. 55% geeft aan het niet eens of oneens te zijn met de stelling (stelling 7).

De helft van de respondenten geeft aan dat zij een goed beeld hebben van de activiteiten die lokaal worden uitgevoerd (stelling 8), terwijl maar 15% aangeeft een goed beeld te hebben van de regionale activiteiten (stelling 9). Wat opvalt, is dat een groot deel van de respondenten aangeeft geen goed maar ook niet onvoldoende beeld te hebben van de activiteiten. Dit kan ook komen doordat dit deel van de respondenten geen woordvoerder is. Wat ook opvalt, is dat een groot aandeel van de respondenten (35%) geen goed beeld heeft van de planning van de activiteiten die worden uitgevoerd (stelling 10). Dit sluit aan op het feit dat voor de projecten vaak geen planning is opgenomen.

38 / 50

Een groot deel (40%) van de respondenten geeft aan dat de raad duidelijke inhoudelijke kaders heeft gesteld (stelling 11), maar raadsleden zijn verdeeld over of er ook duidelijke financiële kaders zijn gesteld. 35% van de raadsleden geeft aan dat dit wel is gebeurd, maar 30% vindt dat de financiële kaders juist niet voldoende duidelijk zijn (stelling 12). Respondenten geven daarbij aan dat de financiële kaders niet voldoende zijn uitgewerkt. Zo is voor een aantal respondenten niet duidelijk wat de regio financieel doet of welke rol is weggelegd voor het Rijk, als het gaat om de financiën. Dit sluit aan op het beeld in de ambtelijke organisatie dat de verschillende financiële stromen onoverzichtelijk zijn.

45% van de raadsleden geeft aan dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt met het college als het gaat om informatievoorziening, terwijl 20% de afspraken niet duidelijk vindt (stelling 13). Een groter deel (25%) vindt dat de afspraken niet voldoende worden nageleefd (stelling 14). Daarbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat de raad überhaupt weinig kaders heeft gesteld voor informatievoorziening. De rapportage vanuit de REKS blijft - ondanks de afspraak – wel achter.

39 / 50

Respondenten zijn iets positiever als het gaat over afspraken over betrokkenheid die met het college zijn gemaakt. Daarbij vindt 40% dat de afspraken duidelijk zijn (stelling 15); 45% vindt dat de afspraken ook goed worden nageleefd (stelling 16). Dit tegenover 15% dat vindt dat geen duidelijke afspraken worden gemaakt, en 20% dat vindt dat ze niet goed worden nageleefd.

De respondenten zijn verdeeld als het gaat over de inzichtelijkheid van de doelrealisatie. 35% vindt die niet voldoende inzichtelijk, terwijl 25% van de respondenten positief is over de inzichtelijkheid. 30% van de respondenten is hier neutraal over (stelling 17). Hetzelfde beeld ontstaat als het gaat over de vraag of raadsleden goed kunnen zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders (stelling 18). Het zicht op de doelen kan worden bemoeilijkt door de 2%-doelstelling en het ontbreken van rapportages over de kaders.

Respondenten weten wel heel goed (89%) welke sturingsmogelijkheden zij hebben (stelling 19), maar een kleiner deel gebruikt deze mogelijkheden ook. 50% van de respondenten geeft aan de sturingsmogelijkheden ook te benutten (stelling 20). Sturingsmogelijkheden die respondenten vooral gebruiken zijn voornamelijk de gebruikelijke instrumenten, zoals vragen, moties of amendementen. Respondenten gebruiken hiervoor ook de informatiebijeenkomsten die worden georganiseerd.

40 / 50

Al met al zijn respondenten verdeeld over de mate waarin zij vinden goed te kunnen sturen met de informatie (stelling 22). 25% geeft aan dit goed te kunnen en 20% van de raadsleden geeft aan niet goed te kunnen sturen. 45% geeft aan neutraal te zijn over de mate waarin zij kunnen sturen.

Respondenten willen de frequente informatievoorziening graag behouden, maar die zou wel nog frequenter mogen. Respondenten geven aan dat de participatie met inwoners behouden moet blijven, net zoals het integraal benaderen van energie (inclusief klimaat). Zij zien wel graag dat de gemeente ook doorpakt: actie ondernemen, out of the box denken en inwoners faciliteren bij de transitie (ook door te zorgen dat het onderwerp aanspreekt). Respondenten geven graag mee dat het van belang is dat inwoners op tijd en toegankelijk worden betrokken, door ze voldoende te informeren, in toegankelijk taalgebruik. Respondenten willen ook meegeven dat de raad meer betrokken kan worden, ook al vraagt hij daar niet per se actief om.

5.3. Toetsing aan het normenkader Groen Oranje Rood

Aan de vastgestelde norm is geheel voldaan. Aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan. Aan de vastgestelde norm is niet voldaan.

Norm De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken.

De raad ontvangt conform afspraken informatie via de begroting en een aparte monitor. Ook krijgt de raad twee keer per jaar een presentatie over de doelrealisatie. Met de strategische agenda klimaat kunnen ook andere onderwerpen worden aangekaart waar de raad meer informatie over wil. Deze afspraken worden nageleefd; de respondenten geven dit ook aan in de enquête.

41 / 50

Wat echter uitblijft is informatievoorziening over warmte en informatievoorziening over de regionale doelen. Hier zijn wel afspraken over gemaakt. Het uitblijven van informatievoorziening hierover wordt gereflecteerd in de enquête: respondenten geven aan dat zij beperkt beeld hebben van de activiteiten op regionaal niveau. Dit maakt dat aan de norm gedeeltelijk is voldaan. Het blijft wel zaak dat de raad het belang blijft zien van de informatievoorziening - met de monitor - als controlemoment, zodat het gesprek kan worden gevoerd over de doelrealisatie en eventuele versnellingsmaatregelen die moeten worden genomen. Norm De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en doelen behaald gaan worden en bieden inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden.

In de monitor ontbreekt informatie over warmte en komt maar beperkt naar voren welke risico’s er zijn. Zo is de gemeente afhankelijk van de duurzaamheid van de warmtelevering na 2027 en het vergunnen van windpark De Spinder, maar dit komt niet goed naar voren uit de monitoring. De vraag is of raadsleden dit voldoende in het vizier hebben. De enquête laat zien dat respondenten verdeeld zijn over de mate waarin zij zicht hebben op de doelrealisatie. Respondenten die hier ‘niet voldoende’ aangeven, geven bijvoorbeeld aan geen woordvoerder te zijn. Al is de energietransitie wel een onderwerp waarbij het van belang is dat álle leden van de raad goed worden meegenomen en zich goed informeren. Ook op de uitvoering krijgt de raad met de huidige informatievoorziening maar weinig zicht. Het bovenstaande maakt dat de raad maar beperkt kan sturen op doelen en op uitvoering. De raad is op het punt van sturing in de enquête relatief ambivalent: veel raadsleden vinden dat zij niet goed maar ook niet slecht kunnen sturen op energie en warmte. Wat wel vaststaat, is dat de huidige manier van informatievoorziening niet bijdraagt aan het gevoel goed te kunnen sturen op doelrealisatie en uitvoering. Daarmee is aan de norm niet voldaan.

42 / 50

Bijlage 1 | Overzicht van geïnterviewde personen College van burgemeester en wethouders Rik Grashoff, wethouder Duurzaamheid en Energietransitie. Yusuf Çelik, wethouder Verduurzaming en Energietransitie gebouwde omgeving. Ambtelijke organisatie Concerncontroller. Controller duurzaamheid. Directeur duurzame stad. Strateeg adviseur energietransitie. Deelprogrammaleider besparing. Concernstrateeg duurzame stad. Portfoliomanager energietransitie.

43 / 50

Bijlage 2 | Bronnenlijst Artikel ‘Voortgangsrapportage en Publiek Ontwikkelbedrijf REKS in de maak’, www.regio-hartvanbrabant.nl, 4 april 2023. Begroting 2019. Begroting 2023. Bestuursakkoord 2022-2026. Collegebesluit ‘uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven’, 21 september 2021. Concept projectplan Tilburg VerduurzaamT. Jaarrekening 2022. Kadernota Duurzame Stad, vastgesteld 17 mei 2021. Motie ‘lasten zwakste schouders als eerste verlichten’, aanvaard in raadsvergadering 13 december 2021. Motie ‘raad in positie rondom afspraken Amernet’, aanvaard in raadsvergadering 8 maart 2021. Projectbrief ‘energiehub De Baars’ Projectbrief ‘energiehubs bedrijventerreinen’. Projectenlijst energie besparen, 30 januari 2023. Raadsinformatiebrief ‘uitvoeringsprogramma bedrijven’, 21 september 2021. Raadsvoorstel ‘vaststellen Transitievisie Warmte’, vastgesteld 13 december 2021. Raadvoorstel ‘vaststellen definitieve REKS Hart van Brabant’, vastgesteld 14 juni 2021. REKS Hart van Brabant, vastgesteld 14 juni 2021. Transitievisie Warmte, vastgesteld 13 december 2021. Uitvoeringsprogramma energie bedrijven. Uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven. Voortgangsrapportage deelprogramma besparing. Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

44 / 50

Bijlage 3 | Reactie college van B&W Rekenkamer Tilburg T.a.v. de heer H. Veldman, voorzitter Rekenkamer@tilburg.nl

Onderwerp Ontwerprapport De energietransitie in Tilburg Ons kenmerk

E-mail college@tilburg.nl Postadres Postbus 90155 5000 LH Tilburg

Datum 10 oktober 2023 Uw kenmerk Doorkiesnummer 14 013 Fax 013 542 93 96 Bezoekadres Stadhuisplein 130

Geachte heer Veldman, Het college heeft met veel waardering kennisgenomen van uw onderzoeksrapport ‘De energietransitie in Tilburg. U heeft in korte tijd veel informatie over onze aanpak van de energietransitie verzameld en verwerkt en voor ons een waardevolle vergelijking met de gemeenten Oss, Breda en ’s-Hertogenbosch gemaakt. Wij herkennen de uitkomsten van het onderzoek en zien in de aanbevelingen zinvolle aangrijpingspunten om de aansturing van de energietransitie in het algemeen en de positie van de gemeenteraad daarbinnen verder te verbeteren. De gemeenteraad heeft in 2017 vastgelegd dat de gemeente Tilburg in 2045 CO2 neutraal is. Deze periode is lang en vraagt om duidelijker en meetbare tussendoelstellingen, zodat de gemeenteraad daarop beter kan sturen. In het akkoord “Meer voor elkaar” is daartoe al afgesproken dat wij tussendoelen voor 2030 zullen formuleren. In de thans in ontwikkeling zijnde herijking energievisie zullen wij dit begin 2024 aan de gemeenteraad voorleggen. In die zin delen wij dus een belangrijke bevinding van uw kant en zijn reeds doende hierop actie te ondernemen. Anderzijds hebben wij ten aanzien van enkele conclusies in uw ontwerprapport een aantal kanttekeningen, waarbij wij u in overweging geven op die punten uw conclusies nog te nuanceren: 1. De energietransitie wordt ‘opgepakt’ door het regionaal publiek ontwikkelbedrijf. Dit is onjuist.

Het Publiek ontwikkelbedrijf (POB) heeft de uitvoering van een groot deel van de regionale REKS-opgave voor de opwek van duurzame elektriciteit uit zon en wind als taak gekregen, in casu de ontwikkeling van de grootschalige energiehubs in de regio. Op de terreinen warmte en besparing heeft het POB geen rol. Ten aanzien van de opwek van duurzame elektriciteit zijn de doelen, en daarmee de opgave voor het POB, tot 2030 én daarna glashelder en committeert de gemeente Tilburg zich geheel aan deze doelstellingen. Omdat ook de andere deelnemers in het POB volledig gecommitteerd zijn aan deze doelstellingen en wij als centrumstad een groot aandeel en dus zeggenschap hebben in het POB kan effectief op de realisatie van deze doelen worden gestuurd. Naar onze stellige overtuiging effectiever, dan bij een lokale opgave voor Tilburg alleen, die strikt binnen onze gemeentegrenzen nauwelijks of niet realiseerbaar is. Wij vragen u om uw oordeel over onze unieke aanpak in deze te bij te stellen. De gemeente heeft en houdt daarnaast een eigen verantwoordelijkheid voor het realiseren van de doelen op de aspecten besparing en duurzame warmte. 2. De gemeente ligt niet op koers voor het behalen van de doelen. Wij vinden deze conclusie in de volle breedte te stellig. De energietransitie is geen lineair proces. Wij hebben vertrouwen in de slagvaardigheid van het Publiek Ontwikkelbedrijf.

Ten aanzien van warmte onderschrijven wij uw conclusie wel. Het realiseren van een duurzame

warmtevoorziening kent -mede als gevolg van de vertragingen in wetgeving- een langere aanloop dan oorspronkelijk voorzien. Daarbij speelt mede een rol dat wij ten aanzien van het bestaande Amernet in hoge mate afhankelijk zijn van bovenregionale ontwikkelingen en afspraken inzake de langjarige verduurzaming van de bronnen voor dit zeer grootschalige warmtenet. Die afhankelijkheid is zeker een risico op het behalen van de doelen, maar kan eenvoudigweg niet lokaal worden opgelost of “gecompenseerd” met andere maatregelen. Uiteraard spannen wij ons tot het uiterste in om in deze problematiek een goede, duurzame oplossing te vinden. Daarnaast bestaat ten aanzien van de opwek van elektriciteit met grote windturbines ook een belangrijke bovenregionale afhankelijkheid, namelijk het oplossen van de radarhinder problematiek. Hierover vindt intensief overleg plaats met het ministerie van Defensie. Ook hier spannen wij ons zeer in om tot oplossingen te komen, maar kunnen deze afhankelijkheid niet vanuit een lokaal perspectief oplossen. Wij vragen u deze bovenregionale afhankelijkheid op deze beide onderwerpen te erkennen in uw rapportage. 3. Resumerend kan de raad dus maar beperkt sturen, op gemeentelijke doelen, regionale doelen en op uitvoering. Dit zijn wij in zoverre met u eens, dat het op dit moment ontbreekt aan een concrete en meetbare set tussendoelen voor het jaar 2030.

De eerder gekozen systematiek van 2% verduurzaming per jaar, waarbij geen helder onderscheid is gemaakt naar diverse aspecten, is inderdaad niet goed bruikbaar en moet worden aangepast. Met de eerder in deze brief genoemde aanpak denken wij dit gebrek op te heffen. Het geven van een regionale taak aan het POB doet aan de sturingsmogelijkheden vanuit de gemeenteraad niets af, zo hebben wij bij punt 1 onderbouwd. Onze gemeenteraad heeft na zorgvuldige besluitvorming ingestemd met de REKS- doelen en met de oprichting van het Publiek Ontwikkelbedrijf. Ook op (het bewaken van) de taakuitvoering van het POB kan vanuit de Tilburgse raad goed worden gestuurd. De gemeenteraad zal uiteraard nauw worden betrokken bij de aanstaande herijking van de energievisie uit 2017 en is en blijft verder nauw betrokken bij de concrete uitwerking van alle stappen in het proces van de energietransitie. 4. Dit heeft tot gevolg dat de ambities van Tilburg zich op dit moment niet duidelijk verhouden tot de ambities in de REKS. De REKS is een samenwerkingsverband van gemeenten. U lijkt te suggereren dat onze inspanningen ‘los staan’ van de REKS. Zoals bekend hebben wij ons volledig geconformeerd aan de regionale opwek- en besparingsdoelen en voelen wij ons -met onze collega-gemeenten- verantwoordelijk voor het behalen van deze doelen ten aanzien van de opwek van duurzame elektriciteit.

Ten aanzien van warmte en besparing voeren we, in overeenstemming met de REKS doelen, lokaal beleid, en zullen wij de lokale doelstellingen concreter en transparanter formuleren. Uw onderzoek geeft zes aanbevelingen aan de gemeenteraad van onze gemeente. Onderstaand geven wij per aanbeveling een korte zienswijze op de haalbaarheid en bruikbaarheid: 1. Geef als raad het college de opdracht om in 2024 de lokale vertaling van de regionale opgave te maken, waarin de drie onderdelen (opwek, besparing, warmte) van de energietransitie worden onderscheiden. Wij kunnen deze aanbeveling ondersteunen, Eind 2023 komen we met een voorstel voor de aanscherping van de strategische klimaatdoelen. Wij zijn voornemens deze doelen op korte termijn uit te werken en aan de gemeenteraad aan te bieden. De huidige formulering van de doelen biedt ook naar onze mening te weinig informatie voor effectieve sturing. De uitwerking van de strategische doelen in tactische doelen voor opwek, besparing en warmte heeft voor het college een hoge prioriteit. We willen hierbij wel opmerken dat -in de gekozen samenwerking van de REKS Hart van Brabant- de REKS doelen Tilburgse doelen zijn (en omgekeerd). 2. Geef als raad het college de opdracht om als onderdeel van de nieuwe energievisie concrete doelstellingen voor de energietransitie te formuleren die aansluiten op de systematiek van de REKS-doelstellingen.

Wij lezen deze aanbevelingen als een voorstel om de consistentie in de doelen te bewaken (van REKS naar lokaal en terug). Wij kunnen de aanbeveling in die zin ondersteunen. Onze huidige systematiek sluit aan op de landelijke klimaatmonitor. We zullen in 2024 in twee eenheden rapporteren (gigawattuur en petajoule). 3. Maak als college in 2024 inzichtelijk voor de raad welke afhankelijkheden er zijn voor het realiseren van de doelstellingen en hoe hiermee wordt omgegaan. Wij kunnen deze aanbeveling ondersteunen. Uw onderzoek wijst op de

46 / 50

afhankelijkheid van het gebruik van duurzame bronnen voor het Amernet. Deze afhankelijkheid herkennen wij. Wij hebben als gemeente geen rechtstreekse verantwoordelijkheid voor het ‘verduurzamen’ van het Amernet. Andere afhankelijkheden voor het realiseren van de zijn de netcongestie en de Radar-problematiek bij de energiehubs. Onze mogelijkheden om deze afhankelijkheden te beïnvloeden zijn ook beperkt, wat niet wegneemt dat wij ons op deze kwesties tot het uiterste inspannen om samen met bestuurlijke partners tot oplossingen te komen. Voor de zomer van 2024 kunnen we de gemeenteraad informeren over de mogelijke impact van externe afhankelijkheden op onze doelstellingen tot 2030 en de wijze waarop wij deze impact kunnen beïnvloeden. 4. Maak als college in 2024 helder welke budgetten en termijnen gekoppeld zijn aan de projecten, en of de realisatie plaatsvindt binnen deze budgetten en termijnen. Wij kunnen deze aanbeveling ondersteunen. Het programma Energietransitie is opgezet om gemeente breed tientallen projecten en andere inspanningen voor de energietransitie te managen en te monitoren. Het programmateam maakt daarvoor gebruik van een integraal informatiesysteem en beschikt over genoemde informatie. Wij bezien hoe wij de informatievoorziening aan de raad concreter en transparanter kunnen maken, tot op niveau van deelprogramma’s en de grotere projecten. . 5.

Maak als college in 2024 de financiële stromen inzichtelijk die spelen in de energietransitie. Het belang van adequate financiële beheersing onderschrijven we. Wij kunnen deze aanbeveling ondersteunen. Het college heeft al initiatief genomen en kan de raad desgewenst informeren over de herkomst en besteding van de verschillende middelen. 6. Maak als college in 2024 inzichtelijk voor de raad hoe versnelling op de doelrealisatie wordt vormgegeven. Deze aanbeveling kunnen wij ondersteunen. Begin 2024 kunnen we de gemeenteraad informeren over de stand van zaken met betrekking tot de energietransitie in de gemeente Tilburg. In de rapportage kunnen we de ‘restopgave’ tot 2030 beschrijven en benoemen op welke wijze en met welke middelen versnelling op de doelrealisatie denkbaar is. De opvolging van de aanbevelingen draagt -met alle onzekerheid waarmee de energietransitie gepaard gaat- naar onze mening bij aan een betere sturing op de gemeentelijke activiteiten en een betere informatievoorziening voor de gemeenteraad.

Hoogachtend, Het college,

mr. A. van Berckel, MBA gemeentesecretaris

drs. Th.L.N. Weterings burgemeester

47 / 50

Bijlage 4 | Nawoord Rekenkamer Tilburg Geachte leden van de raad, De Rekenkamer Tilburg bedankt het college van B&W voor de bestuurlijke reactie van 10 oktober 2023 op het deel voor de gemeente Tilburg: ‘De energietransitie in Tilburg’. Bij de conclusies in het rapport worden door het college een aantal kanttekeningen geplaatst waar de Rekenkamer via dit nawoord op wenst te reflecteren. 1. Regionaal publiek ontwikkelbedrijf Het rapport maakt onderscheid tussen de verschillende onderdelen van de energietransitie; opwek, besparing en warmte. Indien de indruk wordt gewekt dat al deze drie onderdelen door het regionaal publiek ontwikkelbedrijf wordt opgepakt, is dat niet juist. In het rapport wordt ook niet negatief geconcludeerd over het opzetten van het regionaal ontwikkelbedrijf. Integendeel, in het algemeen deel van het onderzoek ‘De energietransitie in Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg’ wordt middels de vierde aanbeveling zelfs aanbevolen om voor de periode 2030-2050 als raad met het college af te wegen of, en in welke mate en in welke vorm, regionale projecten gezamenlijk moeten worden opgepakt. Daarbij wordt aangegeven dat de gemeente hierover al een keuze heeft gemaakt door met andere regiogemeenten een regionaal ontwikkelbedrijf op te zetten welke op termijn haar vruchten kan afwerpen.

Voor de korte en middellange termijn moet wel voldoende realisatiekracht worden geborgd. 2. Afhankelijkheden De Rekenkamer erkent, evenals het college, dat de energietransitie geen lineair proces is. De door de gemeente zelf gekozen 2% doelstelling per jaar voor zowel opwek en besparing is dat echter wel. Daarnaast vraagt het college aandacht voor de erkenning van (bovenregionale) afhankelijkheden. In het rapport wordt ingegaan op meerdere afhankelijkheden als windpark De Spinder, de Amercentrale en resultaten vanuit het regionaal ontwikkelbedrijf. Dit mondt uit in de derde aanbeveling in het deel voor de gemeente Tilburg ‘De energietransitie in Tilburg’; om als college inzichtelijk te maken voor de raad welke afhankelijkheden er zijn voor het realiseren van de doelstellingen en hoe hiermee wordt omgegaan. 3. Sturing Het college onderschrijft dat de gekozen systematiek van 2% verduurzaming per jaar niet goed bruikbaar is en dient te worden aangepast. De Rekenkamer verwacht dat samen met de herijking van de energievisie welke aan het begin van 2024 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, deze aanpassing vorm kan krijgen. 4. REKS De Rekenkamer constateert in het rapport dat niet duidelijk is hoe de lokale doelen van de gemeente zich verhouden tot de regionale doelen van de REKS.

Daarom wordt in de tweede aanbeveling in het deel voor de gemeente Tilburg ‘De energietransitie in Tilburg’ aanbevolen om de consistentie tussen lokale en regionale doelen te verbeteren. Dit door het formuleren van concrete doelstellingen voor de energietransitie die aansluiten op de systematiek van de REKS-doelstellingen. De Rekenkamer suggereert daarmee niet dat de gemeentelijke inspanningen ‘los staan’ van de REKS. Ten slotte, de Rekenkamer Tilburg waardeert het voornemen van het college om de rekenkameraanbevelingen uit het rapport in zijn totaliteit op te volgen waarmee een betere sturing op de energietransitie in Tilburg voorzien is. Het is nu aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over de aanbevelingen in het algemeen deel en het deel voor de gemeente Tilburg.

48 / 50

Met vriendelijke groet,

Hayke Veldman Voorzitter Rekenkamer Tilburg

49 / 50

Bijlage 2 | Bronnenlijst TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, diversiteit, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.

50 / 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13588878/1