CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Tilburg - Rapport - Rekenkameronderzoek energietransitie

Raadsvergadering 18 december 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Energietransitie17.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT

De energietransitie in Tilburg In opdracht van de Rekenkamer Tilburg

Roel Lauwerier, Floor hooge Venterink en Carmen Hendriks

5 september 2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

1. Inleiding

4

1.1. Aanleiding en doelstelling 1.2. Onderzoeksvragen 1.3. Normenkader 1.4. Aanpak 1.5. Leeswijzer 1.6. Begrippenlijst

2. Conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies 2.1.1. Beantwoording hoofdvraag 2.1.2. Beantwoording deelvragen 2.2. Aanbevelingen

3. Kaderstelling 3.1. Kaderstelling 3.1.1. Ambities en doelen 3.1.2. Acties en maatregelen 3.1.3. Afspraken over informatievoorziening 3.2. Analyse 3.3. Toetsing aan het normenkader

4 4 5 6 7 8

10 10 10 11 14

17 17 17 18 21 22 24

4. Uitvoering en doelrealisatie

26

4.1. Uitvoering en doelrealisatie 4.1.1. Uitvoering 4.1.2. Doelrealisatie 4.1.3. Financiële kaders 4.1.4. Monitoring 4.2. Analyse 4.3. Toetsing aan het normenkader

26 26 27 31 32 32 34

5. Rol van de raad

36

5.1. Rol van de raad 5.2. Analyse

36 36

2 / 50

5.2.1. Enquête 5.3. Toetsing aan het normenkader

37 41

Bijlage 1 | Overzicht van geïnterviewde personen

43

Bijlage 2 | Bronnenlijst

44

Bijlage 3 | Reactie college van B&W

45

Bijlage 4 | Nawoord Rekenkamer Tilburg

48

3 / 50

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling Iedere gemeente heeft de opdracht een bijdrage te leveren aan de energietransitie en werkt aan gemeentelijke doelen, maar ook samen met andere partijen binnen een energieregio (de Regionale Energiestrategie, RES). De energietransitie omvat de overgang van een systeem waarin de energievoorziening draait op fossiele brandstoffen naar een systeem op basis van duurzame energiebronnen. Ook is er aandacht voor energiebesparing en -opslag. De urgentie van de energietransitie is de afgelopen tijd toegenomen, o.a. door de stijgende energieprijzen. In dat kader is het waardevol voor gemeenteraden om de stand van zaken ten aanzien van de energietransitie in de gemeente inzichtelijk te maken. Welke kaders, doelen, middelen en tijdlijn zijn afgesproken en hoe staat het met de realisatie daarvan. Bovendien is het interessant voor gemeenteraden om de mogelijkheden tot sturing en controle op het terrein van de energietransitie te kennen en inzicht te krijgen in hoe sturings- en controlemogelijkheden door de eigen raad wel of niet worden ingezet. De rekenkamer(commissie)s van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg hebben besloten om gezamenlijk onderzoek te verrichten naar de energietransitie. Zij hebben TwynstraGudde gevraagd om dit onderzoek namens hen uit te voeren.

Met dit onderzoek willen de rekenkamer(commissie)s inzicht krijgen in de stand van zaken van de energietransitie bij andere gemeenten, de aanpak van sturing en controle van andere raden en inzicht in wat bij de deelnemende gemeenten goed werkt en wat minder of niet. Daarvan kan elke raad leren. De doelstelling van het onderzoek is hiermee tweeledig. 1.

2.

De Rekenkamer(commissie)s beogen de gemeenteraden inzicht te geven in de stand van zaken van de energietransitie in hun gemeente. Er wordt gekeken naar de doelen die door de gemeenten zijn vastgesteld in relatie tot de resultaten van de RES. Daarbij worden gehanteerde sturings- en controlemogelijkheden voor de gemeenteraden in beeld gebracht. Op basis van de ‘good practices’ - de sterke punten van de verschillende aanpakken van de deelnemende gemeenten - worden zo mogelijk aanbevelingen voor versterking van sturing en controle door de raad bij de energietransitie gedaan.

1.2. Onderzoeksvragen Vanuit de bovenstaande doelstellingen van het onderzoek is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren?

4 / 50

Deze hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen die we hebben geclusterd per onderzoeksaspect. Kaderstelling 1. Welke doelen en ambities t.a.v. de energietransitie hebben de gemeenteraden van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg vastgesteld? 2. Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie, die zijn opgenomen in het meest recente Bestuurs- of Coalitieakkoord van de gemeenten, zich tot de ambities opgenomen in de RES? Uitvoering en doelrealisatie 3. Liggen de gemeenten op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te halen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? Rol van de raad 4. Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad gerapporteerd? 5. Welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de gemeenteraden in het kader van de gemeentelijke ambities t.a.v. energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit? 6. Wat kunnen de gemeenteraden ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie van elkaar leren? Afbakening Voor dit onderzoek beperkt het begrip energietransitie zich tot de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie.

De meeste gemeenten hebben ook doelen voor biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit etc., maar deze zijn voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op deze manier kan er in het onderzoek gekeken worden naar de verhouding tussen de gemeentelijke doelen en de regionale doelen van de RES-regio’s.

1.3. Normenkader Ten behoeve van het onderzoek is een normenkader vastgesteld. Het normenkader is het referentiekader voor de beoordeling. In de gemeentelijke nota’s beantwoorden we de onderzoeksvragen en geven we per norm een oordeel over in hoeverre de gemeente voldoet aan de norm. Een scherp oordeel zal de raad houvast bieden bij de interpretatie van het onderzoeksrapport. Bij de beoordeling van de normen, gebruiken we de volgende categorieën: De gemeente voldoet volledig of grotendeels aan de norm. De gemeente voldoet gedeeltelijk aan de norm. De gemeente voldoet niet/nauwelijks aan de norm. In het onderzoeksrapport wordt de score geëxpliciteerd en onderbouwd.

5 / 50

Aspect

Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.

Kaderstelling

De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning.

Uitvoering en doelrealisatie

De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden.

De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders. De realisatie van de doelen en ambities worden periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan. De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken.

Rol van de raad

De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en doelen gehaald gaan worden en biedt inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden.

1.4. Aanpak De aanpak van dit onderzoek wordt gekenmerkt door drie fasen: Informatie-uitvraag bij de organisatie en documentonderzoek. Hierin zijn documenten gerelateerd aan de energie- en warmtetransitie en RES, geanalyseerd. Dit zijn documenten over de beleidskaders, de uitvoering in projecten en de verantwoording hierover aan het college en de raad. Ook zijn raadsdocumenten zoals moties en amendementen geanalyseerd.

6 / 50

-

-

Gesprekken en raadsenquête. Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd met ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen bij de energietransitie en is met medewerkers van concern control van alle gemeenten gesproken. Er is een enquête uitgezet onder de raadsleden van alle gemeenten. Rapportage. Ten slotte is de rapportage opgesteld waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord en de toetsing op het normenkader plaatsvindt. De rapportage is voor wederhoor teruggelegd bij de ambtelijke organisatie en de colleges.

Representativiteit survey De enquête is door de griffie uitgezet bij de raadsleden en burgerraadsleden van de vier gemeenten. De antwoorden zijn anoniem en het invullen was niet verplicht. De enquête is door 71 raadsleden en burgerraadsleden ingevuld. Hieronder is per gemeente het responspercentage aangegeven: Breda: 19 respondenten van 39 raadsleden en 24 burgerraadsleden = 30,2% ’s-Hertogenbosch: 16 respondenten van 39 raadsleden en 40 commissieleden-niet raadsleden = 20,3% Oss: 13 respondenten van 37 raadsleden en 16 burgerraadsleden = 24,5% Tilburg: 23 respondenten van 45 raadsleden en 28 burgerraadsleden = 31,5% Zoals hierboven te zien is, is de enquête niet door alle raadsleden van de vier gemeenten ingevuld. De resultaten geven wel inzicht in de ervaringen en beelden van raadsleden. De bevindingen uit de enquête zijn meegenomen per gemeente in de gemeentelijke nota’s (het hoofdstuk ‘Rol van de raad’). De raadssessie om de resultaten van de enquête te bespreken, is komen te vervallen vanwege een gebrek aan aanmeldingen. In het algemeen deel is de totale respons verwerkt, dus voor de vier gemeenten gezamenlijk.

1.5. Leeswijzer De rapportage is opgedeeld in twee delen: 1. De gezamenlijke rapportage met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen 2. Vier gemeentelijke nota’s a. Inleiding (hoofdstuk 1) b. Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 2) c. Nota van bevindingen per gemeente waarin de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt worden. (hoofdstukken 3, 4 en 5) Het algemeen deel bevat de gezamenlijke rapportage met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen. In de gemeentelijke nota’s worden na een inleiding de conclusies geformuleerd waarmee de hoofdvraag en deelvragen op hoofdlijnen worden beantwoord. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de vraag wat de gemeenten van elkaar kunnen leren. Ook worden aanbevelingen gedaan die gelden voor die specifieke gemeente. In de daarna volgende hoofdstukken worden de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt. Het normenkader biedt de structuur voor de nota van bevindingen. Deze hoofdstukken zijn opgebouwd aan de hand van dezelfde drieslag: beschrijving, analyse en toetsing op de norm(en). In hoofdstuk 3 gaan we in op de kaderstelling van de gemeentelijke en regionale doelen voor de energietransitie. In §3.2. volgt een analyse en in §3.3. sluiten we af met een toetsing op de normen. In hoofdstuk 4 kijken we naar de uitvoering doelrealisatie. In §4.2. volgt een analyse en in §4.3. ronden we af met een toetsing op normen.

In hoofdstuk 5 gaan we in op de positie van de raad, met aandacht voor de informatievoorziening aan de raad en de invulling van de eigen rol. In §5.2. volgt een analyse en we ronden af met een toetsing op de normen in §5.3.p

7 / 50

1.6. Begrippenlijst Deze begrippenlijst geeft uitleg over de veelgebruikte termen rondom de energietransitie. Aardgasvrij

Een andere energiebron voor opwekking van elektriciteit en warmte in plaats van aardgas. De term wordt meestal gebruikt om aan te geven dat in een woning of wijk geen aardgasaansluitingen (meer) zijn.

Broeikasgassen

Bij de opwekking van energie komen broeikasgassen vrij (uitstoot/emissie) door verbranding van fossiele brandstoffen. Bij energie is dat voornamelijk CO2. Er zijn andere broeikasgassen (methaan, lachgas) die vrijkomen bij andere bronnen, zoals landbouw.

Biomassa

Biomassa verwijst naar alle planten en dieren op aarde (zowel dood als levend). Biomassa is een belangrijke bron voor het opwekken van groene stroom of duurzame warmte. Wanneer we het hebben over energie uit biomassa, dan bedoelen we dus energie uit planten(resten) en dieren(resten).

CO2-neutraal

Uitstoot bij de opwekking van energie wordt gecompenseerd door opname van CO2 zodat de netto CO2-emissie nul is.

CO2-uitstoot

CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide CO2 in de lucht. Mensen en dieren stoten CO2 uit. In het verleden werd deze uitstoot gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door bomen en planten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen, o.a. doordat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer.

Energieneutraal

Een begrip dat te maken heeft met de opwekking en het gebruik en van energie in een bepaald gebouw of bepaald gebied. Als er evenveel energie wordt opgewekt als gebruikt, is het gebied of gebouw energieneutraal.

Energiebesparingsplicht

De plicht voor bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. Deze plicht is vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Energiecoöperatie

Een groep bewoners die samen duurzame energie opwekken, energie besparen en stappen zet om de wijk te verduurzamen.

Energietransitie

Tilburg ziet de energietransitie als het verminderen van energiegebruik en het opwekken van energie en warmte, met als doel om bij te dragen aan een vermindering van de CO2-uitstoot. Binnen de REKS-regio Hart van Brabant worden ook aanpassingen als gevolg van klimaatverandering (klimaatadaptatie) gezien als onderdeel van de opgave. De vier gemeenten hanteren een eigen definitie en focus op energietransitie.

Hernieuwbare energie

Energie, opgewekt met behulp van hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen. De meest voorkomende bronnen in dit rapport zijn windenergie, zonne-energie, biomassa, biogas.

Klimaatakkoord

Een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het belangrijkste doel is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn.

Klimaatneutraal

Proces van energieopwekking waarbij geen klimaatverandering optreedt door (netto) emissie van broeikasgassen.

Nationaal Isolatie Programma

Het doel van het Nationaal Isolatie Programma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030. De nadruk ligt daarbij op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G).

Netcapaciteit

Hoeveel elektriciteit er door een net getransporteerd kan worden.

8 / 50

PJ

Petajoule is een eenheid van energie. 1 petajoule, is voldoende om ongeveer 15.000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien.

Programma Aardgasvrije

In het Programma Aardgasvrije Wijken doen 66 gemeenten mee met de proeftuinen voor aardgas-

Wijken (PAW)

vrije wijken. Zij krijgen een bijdrage van de Rijksoverheid om te starten met en gezamenlijk te leren van het aardgasvrij maken van een wijk.

Regionale Energiestrategie

Er zijn 30 Regionale Energiestrategieën in Nederland; 30 regio’s waarin gemeenten, provincies,

(RES)

netbeheerders, waterschappen, bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het opwekken van duurzame energie.

Revolverend fonds

Een revolverend fonds stelt geld beschikbaar voor investeringen met een langere terugverdientijd. De aflossingen van verstrekte leningen vloeien terug in de kas van het fonds, soms inclusief rente. Het fonds vult zichzelf dus weer aan tot (bijna) volledige sterkte.

Transitievisie Warmte (TVW)

Een visiedocument dat elke gemeente moet opstellen voor eind 2021. Hierin staan per wijk een tijdspad en plan beschreven voor een duurzame oplossing voor de warmtevraag.

TWh

Terawattuur: 1.000.000.000.000 wattuur (tera is miljoen keer miljoen), eenheid van energie.

GWh

Gigawattuur: 1.000.000.000 wattuur (giga is een miljard), eenheid van energie

Warmtenet

Een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Het warme water verwarmt huizen en andere gebouwen.

Warmtetransitie

De overgang van aardgas naar andere verwarmingsmethoden voor gebouwen. Dit betekent in Nederland dat de warmtevoorziening in zo’n zeven miljoen huishoudens moet worden aangepast.

9 / 50

2. Conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies 2.1.1. Beantwoording hoofdvraag Voordat we overgaan tot de beantwoording van de hoofdvraag, wijzen wij op de Tilburgse context. In de regio Hart van Brabant is door een deel van de gemeenten gekozen voor het gezamenlijk oppakken en uitvoeren van de energietransitie door een regionaal ontwikkelbedrijf. Daarbij is ervoor gekozen de regionale doelen niet te vertalen in wat elke gemeente daaraan concreet moet gaan bijdragen. Naar de toekomst toe kan een regionaal ontwikkelbedrijf helpen bij het realiseren van de energietransitie. Echter, nu – tijdens de uitvoering van dit onderzoek – was het ontwikkelbedrijf nog niet actief waardoor resultaten van de gezamenlijke uitvoering nog niet zichtbaar zijn. Het ontwikkelbedrijf is 13 juli jl. opgericht. De conclusies moeten met dit in het achterhoofd worden gelezen. In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal. Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturingsen controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren?

De gemeente ligt niet op koers voor het realiseren van de doelen. Voor opwek en besparing heeft de gemeente doelen gesteld van 2% per jaar. Opwek zou volgens de gemeente op koers liggen maar dit kent veel afhankelijkheden. Zo moet windpark De Spinder vergund worden en is nog onduidelijk wat er na 2027 gaat gebeuren met de Amercentrale. Beide ontwikkelingen zijn allesbehalve zeker. Verder moet het ontwikkelbedrijf dat recent is opgericht nog tot resultaat gaan leiden. Voor besparing moet de gemeente gaan versnellen maar het wordt nog niet duidelijk hoe de gemeente dit wil realiseren. Besparing is een opgave waar gemeenten - dus ook Tilburg - minder regie op hebben. Veel moet achter de voordeur gebeuren. Dit maakt de doelrealisatie kwetsbaar. Voor warmte wil de gemeente huizen en gebouwen aardgasvrij maken; de voortgang hierop wordt echter niet bijgehouden.1 De raad heeft hierdoor geen zicht op de doelrealisatie. Ook op regionaal niveau heeft Tilburg niet inzichtelijk hoe zij bijdraagt aan de doelen van de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS). De gemeente heeft doelstellingen voor opwek van elektra en warmte, maar deze zijn gericht op 2045. Niet op 2030 zoals de REKS. Daarnaast worden de doelstellingen voor opwek in de monitoring gecombineerd, waardoor het voor de raad minder goed inzichtelijk is waar de gemeente staat voor opwek van elektra en warmte.

Ook is de regionale opgave niet vertaald naar een gemeentelijke opgave. Dit kan voordelig zijn op de lange termijn, omdat er ook projecten zijn die in samenhang moeten worden opgepakt. Op de korte termijn heeft een dergelijke aanpak wel nadelen doordat niet goed inzichtelijk is waar elke gemeente voor aan de lat staat. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarbij de ene gemeente naar verhouding veel meer bijdraagt dan een andere gemeente. Andere RES-regio’s, zoals West-Brabant en Noordoost-Brabant, hebben de regionale opgave wel vertaald naar een lokale opgave. Gemeenten weten hierdoor waarvoor ze aan de lat staan en kunnen hierop worden aangesproken. Op

1

De ambtelijke organisatie geeft aan dat er niet wordt gerapporteerd over aardgasaansluitingen omdat de aansluiting later ook gebruikt kunnen worden

voor groen gas zoals waterstof. Daarom is ervoor gekozen om niet meer te rapporteren over aardgasaansluitingen.

10 / 50

de lange termijn heeft een dergelijke aanpak echter ook tot gevolg dat er verschillen ontstaan die lastig zijn uit te leggen. Waarom hanteert de ene gemeente bijvoorbeeld een minimumafstand van 2 kilometer tussen windturbines en bebouwing, terwijl de buurgemeente 5 kilometer als uitgangspunt heeft? Beide aanpakken hebben dus voor- en nadelen. Het is van belang dat de Tilburgse raad een bewuste keuze maakt tussen beide aanpakken. Het regionale ontwikkelbedrijf kan in de toekomst – nu het is opgericht – wel een rol gaan spelen in het samenwerken over grenzen heen, zelfs als wordt gekozen voor een eigen opgave. Zo kan het ontwikkelbedrijf projecten uit gaan voeren in en voor meerdere gemeenten, ook als gemeenten voor zichzelf opwekdoelen formuleren. Wat betreft informatievoorziening aan de raad is het positief dat de raad de informatie op elk moment kan inzien. De informatie die wordt aangeleverd biedt echter nog weinig inzicht in de uitvoering. Zo is niet te zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders. Ook heeft de raad pas recent een voortgangsrapportage ontvangen vanuit de REKS (27 juni jl), in vergelijking met andere regio’s waarbij de RES jaarlijks rapporteert. Het is daarmee voor de raad lange tijd niet/beperkt inzichtelijk geweest hoe de uitvoering verloopt en hoe de REKS er voorstaat.

Resumerend kan de raad dus maar beperkt sturen, op gemeentelijke doelen, regionale doelen en op uitvoering.

2.1.2. Beantwoording deelvragen Welke doelen en ambities ten aanzien van de energietransitie heeft de raad van Tilburg vastgesteld? In de energievisie uit 2017 komt naar voren dat de gemeente 2% meer energie per jaar wil opwekken (elektriciteit en warmte) en 2% wil besparen per jaar. De ambtelijke organisatie geeft aan dat deze doelen op dit moment herijkt worden in de nieuwe energievisie. De gemeente heeft daarnaast tot doel om in 2045 volledig gasloos en klimaatneutraal te zijn. Daarvoor wil zij 81.000 woningen en 15.000 gebouwen aardgasvrij maken. Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie, die zijn opgenomen in het meest recente coalitieakkoord van Tilburg, zich tot de ambities opgenomen in de REKS Hart van Brabant? In de REKS is geen vertaling gemaakt van de regionale opgave naar de lokale opgave. De ambtelijke organisatie geeft aan dat dit een bewuste keuze is geweest omdat zoeklocaties voor opwek vaak over verschillende gemeentegrenzen heen liggen. De ambities vanuit de REKS zijn daarnaast gesplitst in ambities voor opwek van elektriciteit en ambities voor warmte. In Tilburg wordt de opwekambitie voor warmte en elektriciteit gecombineerd. Dit heeft tot gevolg dat de ambities van Tilburg zich op dit moment niet duidelijk verhouden tot de ambities in de REKS.

Ligt Tilburg op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te behalen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? De gemeente ligt op dit moment niet op koers van 2%. De gemeente geeft aan in de toekomst wel op koers te liggen mits windpark De Spinder en andere energiehubs op tijd zijn vergund. Deze verwachting is niet nader onderbouwd. Ook zou de gemeente op koers liggen wanneer de warmtelevering na 2027 duurzaam blijft. Ook dit is onzeker. Daarnaast is de opwek ook afhankelijk van de oprichting van het regionaal ontwikkelbedrijf dat een aantal projecten moet gaan realiseren. Het ontwikkelbedrijf is pas recent opgericht. Voor warmte is het niet inzichtelijk in welke mate de doelen worden gerealiseerd. Wat betreft opwek en besparing wordt op dit moment het volgende gerealiseerd:

11 / 50

REKS-doelen

Gemeentelijke doelen

Realisatie

Pijplijn

Restopgave

1159 TJ

1097 TJ

11048 TJ

945 TJ

1132 TJ

81.000 woningen en

Voortgang niet

Voortgang niet

Voortgang niet

15.000 gebouwen

kwantitatief

kwantitatief

kwantitatief

aardgasvrij

inzichtelijk

inzichtelijk

inzichtelijk

877 TJ Opwek

Geen gemeen-

2% opwek per jaar

Inclusief

telijke opgave

(2030: 3133 TJ)

Amercentrale: 1483 TJ2

Besparing3

Warmte

20% besparing

2% besparing per jaar

energie

(verbruik 2030: 8971 TJ)

15% warmtebesparing

De gemeente verbruikt op dit moment 11.048 TJ energie; dat zou met de doelstelling van 2% per jaar eigenlijk ruim 10.453 TJ moeten zijn. De gemeente ligt dus niet op koers om de doelstelling voor besparing in 2030 te realiseren. Met de huidige projecten lukt het de gemeente waarschijnlijk niet om op koers te komen. Het is verder niet goed inzichtelijk of de uitvoering wel plaatsvindt binnen de gestelde kaders voor planning en budget. Hier wordt in de breedte maar beperkt op gerapporteerd. Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad van Tilburg gerapporteerd? De monitor wordt twee keer per jaar aan de raad gepresenteerd. Daarbij krijgt de raad inzicht in de doelrealisatie en in de status van de projecten (uitgevoerd of niet uitgevoerd). Hierbij ontbreekt wel de doelrealisatie als het gaat om de Transitievisie Warmte (aardgasvrij maken van huizen en woningen). De doelrealisatie is opgenomen in de jaarstukken middels indicatoren. De raad heeft pas recent de eerste voortgangsrapportage vanuit de REKS ontvangen. De raad ontvangt daarnaast informatie via de P&C-stukken, via informatiebrieven en via losse bijeenkomsten. De raad heeft de mogelijkheid om onderwerpen als de energietransitie via de strategische agenda klimaat op de agenda van de raad te zetten.

Het is voor de raad beperkt inzichtelijk hoe de uitvoering verloopt en hoe de gemeente er voorstaat ten opzichte van de regio. De ambtelijke organisatie geeft ook aan dat de raad de monitor - het meest informatierijke document - niet echt ziet als controledocument en deze dan ook beperkt gebruikt om te controleren en te sturen. Welke sturings- en controlemogelijkheden heeft de raad van Tilburg in het kader van de gemeentelijke ambities ten aanzien van energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit? De informatievoorziening zoals deze nu is ingericht maakt dat de raad beperkt kan sturen op de uitvoering, met name of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders. De raad kan vooral sturen via de monitor die wordt gepresenteerd. De raad kan bijvoorbeeld met moties aangeven versnelling te willen zien op de doelrealisatie.

2

Gelet op de huidige wet- en regelgeving is de warmtelevering door de Amercentrale duurzaam, omdat er wordt gestookt op biomassa. Omdat de

Amercentrale na 2027 stopt met de warmtelevering aan Tilburg, en nog onbekend is wat de nieuwe bron gaat zijn, is ervoor gekozen om deze opwek niet mee te nemen in het overzicht. Daarnaast heeft de raad middels een motie in 2019 uitgesproken dat zij niet wil stoken op biomassa. 3

De gemeente Tilburg rapporteert over besparing door te kijken naar cijfers omtrent energiegebruik.

12 / 50

De raad stuurt vooral via moties, zoals de motie over energiearmoede, aanvullend op andere instrumenten als amendementen of vragen. Daarnaast zet de raad ook onderwerpen op de strategische agenda klimaat. Wat kan Tilburg leren van de andere gemeenten ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie? Wat kunnen andere gemeenten leren van Tilburg? De gemeente werkt met een programma waarin overzichtelijk is opgenomen welke projecten worden uitgevoerd en wat de invloed hiervan is op de projecten. Daarmee kun je als gemeente prioriteren: eerst dit project met veel impact en dan pas dat project. Zo is het ook mogelijk voor de organisatie om de beperkte capaciteit en expertise efficiënt en effectief in te zetten. De wijze van monitoring maakt dat de raad regelmatig kan inzien hoe de gemeente er voorstaat in plaats van één keer per jaar. In Tilburg is de opgave van de regio niet vertaald naar de gemeenten; in de andere twee regio’s in dit onderzoek is dat wel gedaan. Beide aanpakken hebben voor- en nadelen. Het nadeel van een gemeentelijke opgave is dat gemeenten zich soms terug kunnen trekken op eigen grondgebied of lastig kunnen uitleggen waarom in de ene gemeente de energie-transitie anders vorm krijgt dan in de andere gemeente. Het voordeel van een gemeentelijke opgave is dat elke gemeente weet waar zij aan toe is.

Breda, ’s-Hertogenbosch en Oss, die elk een lokale opgave hebben vanuit de RES, kunnen wel een regionaal ontwikkelbedrijf gebruiken om toch over gemeentegrenzen heen projecten te realiseren, zoals Tilburg dat in de toekomst ook wil doen. Wat kan Tilburg leren van de andere gemeenten? Breda. De klimaatbegroting kan een goed instrument zijn voor andere gemeenten. Het geeft namelijk direct zicht op de acties en maatregelen die rondom de opgave moeten worden gerealiseerd. Klimaat is in de gehele organisatie verweven en komt op alle plekken terug. Een apart document kan de inzichtelijkheid in deze grote opgave versterken. De integraliteit van de opgave wordt verder geborgd doordat wordt gewerkt met een regieteam, waarin ambtenaren uit meerdere domeinen samenkomen. De gemeente is verder gestart met het werven van personeel - vooruitlopend op middelen vanuit het Rijk - om capaciteitsschaarste op te vangen. Vroeg werven betekent dat er geen projecten stop hoeven te worden gezet. ’s-Hertogenbosch is vroeg begonnen met het gesprek over de mogelijkheden voor wind- en zonne-energieprojecten. Door het opstellen van een Visie Energielandschap is direct gestart met het bespreken van mogelijke locaties voor wind- en zonne-energieprojecten en onder welke voorwaarden de gemeente dit mogelijk wil maken.

De uitspraak van de raad om voor het realiseren van windturbines te gaan, heeft hieraan sterk bijgedragen. Op deze manier was voor alle partijen direct duidelijk waar zij aan toe waren en ging er later in het proces geen tijd meer verloren aan discussies hierover. De raad beaamt ook de positieve invloed van de vooruitstrevendheid van de gemeente en de relatieve vaart die er in een aantal projecten zit. Ook waardeert de raad het dat er concrete plannen worden uitgevoerd en hij hierover periodiek geïnformeerd wordt. Dit is van belang voor de transparantie, het houden van overzicht en het draagvlak onder inwoners. Door het gelijk trekken van de gemeentelijke doelen voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmte met de doelen van de RES-NOB, is voor alle partijen duidelijk waar ’s-Hertogenbosch op inzet, zowel intern als extern. De gemeentelijke organisatie weet concreet wat ze moet realiseren de komende periode en kan scherp formuleren welke acties nodig zijn om daar te komen. Om meer helderheid te creëren, start de gemeente alvast de

13 / 50

gesprekken over doelen voor de periode na 2030. Dit is zeer verstandig, gezien de huidige knelpunten inzake netcongestie, de krappe arbeidsmarkt en de schaarse ruimte; hier kan daardoor tijdig rekening mee gehouden worden. Het is belangrijk om inzichtelijk te krijgen welke impact projecten hebben op opwek, energiebesparing, warmte of CO 2uitstoot. Dan wordt duidelijk welke projecten cruciaal zijn om te realiseren en kan daar extra aandacht aan besteed worden. In ’s-Hertogenbosch wordt voor duurzame opwek van elektriciteit met name gefocust op windpark Duurzame Polder. Als het gerealiseerd wordt, maakt de gemeente in één keer een grote slag in het realiseren van de opgave duurzame opwek van elektriciteit. Door de omvang van het project hangt er veel van af, maar als het project slaagt, is het heel effectief. Oss. Door de doelen van de RES-NOB als leidend te bestempelen voor de gemeentelijke doelen voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmte, is voor alle partijen duidelijk waar Oss op inzet, zowel intern als extern. De gemeentelijke organisatie weet concreet wat ze moeten realiseren de komende periode en kan scherp formuleren welke acties nodig zijn om daar te komen. Oss is vroeg gestart met het realiseren van de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit.

Op deze manier had de gemeente voldoende tijd om het gesprek te voeren over wind- en zonne-energieprojecten en onder welke voorwaarden de gemeente mogelijkheden zag om dit te realiseren. Een belangrijke voorwaarde voor de gemeente is bijvoorbeeld om bij zonnevelden geen initiatieven te stimuleren die gebruik willen maken van primaire landbouwgronden. In plaats daarvan ligt de focus op reststroken en gemengde gronden waarvan sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Door dit vroegtijdig duidelijk te maken, zijn er al meerdere zonneveldprojecten in een gevorderde fase. Met name de vergunningenprocedures nemen veel tijd in beslag voor wind- en zonne-energieprojecten; in Oss is daar voldoende tijd voor door de tijdige start. Voor het besparen van energie is een gemeente grotendeels afhankelijk van haar inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is daarom belangrijk deze doelgroepen goed te stimuleren om aan de slag te gaan met energiebesparing. Oss heeft binnen de campagne Oss schakelt door meerdere laagdrempelige acties opgezet om energiebesparing te stimuleren. Zo voert de gemeente keukentafelgesprekken met inwoners over wat zij in hun huis kunnen doen, organiseert ze voucheracties, zet ze duurzaamheidsleningen op en worden er inkoopacties ten behoeve van isolatie en warmtepompen opgezet.

Ook is er een energieloket ingericht specifiek voor inwoners én specifiek voor bedrijven. Door dicht bij de doelgroep te komen, vergroot de gemeente de kans dat haar inwoners energie gaan besparen. Aanvullend op de laagdrempelige acties zet Oss ook in op verschillende kanalen om deze doelgroepen te bereiken. Door niet alleen de gedrukte pers in te zetten en informatieavonden te organiseren, maar ook Twitter, Instagram en Facebook te gebruiken, vergroot Oss haar bereik. Uit een enquête onder haar inwoners blijkt het succes van deze aanpak.

2.2. Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies komen wij tot de volgende aanbevelingen. 1. Geef als raad het college de opdracht om in 2024 de lokale vertaling van de regionale opgave te maken, waarin de drie onderdelen (opwek, besparing, warmte) van de energietransitie worden onderscheiden. Vanuit de REKS Hart van Brabant is de regionale opgave niet vertaald naar de deelnemende gemeenten. Elke gemeente kan hierdoor zelf de afweging maken hoeveel energie zij wil opwekken en hoeveel warmte zij wil besparen. Daardoor worden op de korte termijn verschillen tussen gemeenten zichtbaar: de ene gemeente heeft een grote ambitie voor opwek en besparing en een andere gemeente wil maar een kleine hoeveelheid energie opwekken en

14 / 50

besparen. Daardoor zou het logisch zijn om elke gemeente een eigen lokale opgave mee te geven vanuit de REKS voor de drie onderdelen (opwek, besparing en warmte) van de energietransitie. Op de lange termijn zien wij echter dat er toch een opgave komt te liggen die gemeenten sámen moeten oppakken, in regionaal verband. In dat geval is het juist voordelig om een regionale opgave te hanteren. Feitelijk zijn dus beide aanpakken passend; een regionale opgave vanuit de REKS, die vervolgens wordt doorvertaald naar een eigen lokale opgave voor de gemeenten. Maak daarom als raad de keuze om een lokale doorvertaling te maken van de regionale opgave vanuit de REKS voor de gemeente Tilburg voor de verschillende onderdelen van de energietransitie. 2. Geef als raad het college de opdracht om als onderdeel van de nieuwe energievisie concrete doelstellingen voor de energietransitie te formuleren die aansluiten op de systematiek van de REKS-doelstellingen. Binnenkort wordt de nieuwe energievisie vastgesteld. Pak als raad het momentum van deze nieuwe visie om kritisch te kijken naar de gestelde doelstellingen. Probeer als raad aan te sluiten bij de systematiek van de REKS-doelstellingen: doelstellingen voor opwek, besparing en warmte in GWh en TJ. Door aan te sluiten bij de systematiek van de REKSdoelstellingen kan inzichtelijk worden gemaakt hoe Tilburg bijdraagt aan de REKS-doelstellingen.

Ook kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel warmte en hoeveel elektriciteit wordt opgewerkt. Met de huidige 2%-doelstellingen is dit niet mogelijk. Aansluiten op de REKS-systematiek met absolute getallen voor opwek en warmte maakt ook dat er beter wordt aangesloten bij de realiteit van de energietransitie. Stappen zijn vaak groot en gaan niet in procenten per jaar. Nu ontstaat er een situatie waarin de gemeente bijvoorbeeld een paar jaar de 2%-grens niet behaald, maar dan in één keer 10% meer gaat opwekken doordat er een windpark of zonneveld wordt opgeleverd. Hoewel de ambtelijke organisatie aangeeft dat het hier gaat om gemiddelden, is een absoluut getal beter passend bij de realiteit van de energietransitie dan een percentage. Maak dus gebruik van het momentum van de nieuwe energievisie om de doelstellingen voor opwek, warmte en besparing anders vorm te gaan geven. 3. Maak als college in 2024 inzichtelijk voor de raad welke afhankelijkheden er zijn voor het realiseren van de doelstellingen en hoe hiermee wordt omgegaan De realisatie van de doelstellingen in Tilburg is sterk afhankelijk van twee zaken in het bijzonder: de vergunningsprocedure voor windpark De Spinder en de duurzame warmtelevering na 2027. De vergunningen voor windpark De Spinder dienen op 1 januari 2025 rond te zijn om in 2030 operationeel te zijn.

De procedure is echter nog niet gestart; dit is een kwetsbaarheid in de realisatie. Ook is het onzeker of het windpark – als het er eenmaal is – daadwerkelijk kan worden aangesloten op het net. Voor de warmtelevering is het van belang dat ook na 2027 duurzame warmte wordt geleverd om de opwek- en besparingsdoel-stellingen te behalen. Het is echter nog lang niet zeker of deze duurzame warmtelevering er ook daadwerkelijk gaat komen; daarvoor is de gemeente afhankelijk van andere partijen. Deze afhankelijkheden maken dat de gemeente niet op koers ligt om de doelen te behalen. Deze afhankelijkheden komen echter heel beperkt terug in de monitoring. De monitoring lijkt te suggereren dat de gemeente wél op koers ligt. Richting de raad is het van belang dat de doelrealisatie reflecteert welke onzekerheden er zijn of dat de raad hier tijdig en voldoende in wordt meegenomen, zodat de raad hier adequaat op kan sturen. Maak dit als college in 2024 inzichtelijk. Maak daarbij als college in 2024 ook inzichtelijk hoe met de afhankelijkheden en onzekerheden wordt omgegaan: liggen er bijvoorbeeld andere plannen op tafel om het eventuele wegvallen van realisatie op te vangen?

15 / 50

4. Maak als college in 2024 helder welke budgetten en termijnen gekoppeld zijn aan de projecten, en of de realisatie plaatsvindt binnen deze budgetten en termijnen De budgetten en planningen van de projecten zijn beperkt inzichtelijk. Nu hoeft de raad zeker geen detailinformatie over budgetbestedingen en faseringen te ontvangen, maar een globaal beeld kan de raad wel helpen in de sturing. Zijn er bijvoorbeeld tussendoelen of mijlpalen te formuleren voor de grotere projecten in de transitie? Wanneer kan de raad resultaat verwachten? Welke budgetten worden aan de REKS-doelen besteed? Vindt de realisatie plaats binnen de kaders of is er extra budget nodig? Al deze vragen kan de raad nu niet goed beantwoorden met de informatie die hij ontvangt. De informatie is echter wel nodig om te kunnen sturen. Maak als college in 2024 de planningen en budgetten voor de projecten dus globaal inzichtelijk en rapporteer of de doelrealisatie ook plaatsvindt binnen de kaders. Zo wordt de raad beter in positie gesteld om zijn controlerende rol in te vullen. 5. Maak als college in 2024 de financiële stromen inzichtelijk die spelen in de energietransitie Naast de onoverzichtelijkheid van de budgetten, heeft men in de energietransitie ook te maken met verschillende financiële stromen. Stromen vanuit de gemeente zelf, de provincie of het Rijk.

Al deze stromen maken dat het voor de raad niet goed te zien is wat hij precies besteedt aan de energietransitie en welke potjes waarvoor worden aangewend. Ook voor de organisatie kan het helpen als inzichtelijk is waar de verschillende potten vandaan komen en waarvoor deze (mogen) worden aangewend. Maak daarom als college in 2024 inzichtelijk welke financiële stromen spelen in de energietransitie. 6. Maak als college in 2024 inzichtelijk voor de raad hoe versnelling op de doelrealisatie wordt vormgegeven Het college geeft aan dat er versnelt moet worden om de doelstellingen te behalen. Maar hoe deze versnelling er uit moet zien en wat ervoor nodig is om de versnelling te realiseren (capaciteiten of budgetten bijvoorbeeld) is niet helder. Maak als college daarom in 2024 inzichtelijk voor de raad op welke onderdelen versnelling nodig is, hoe het college dat voor zich ziet en wat daarvoor nodig is. Breng daarmee als college de raad in positie om kaders te stellen voor de versnelling. Houd daarbij als raad en college de haalbaarheid in het achterhoofd. Wat wil je realiseren, maar ook wat kún je realiseren?

16 / 50

3. Kaderstelling In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de kaders die zijn gesteld voor de energietransitie. Daarbij gaat het om de doelstellingen en ambities van de gemeente en de RES-regio, de uitwerking hiervan in acties en maatregelen, de financiële kaders die zijn gesteld en de afspraken die zijn gemaakt met de raad over informatievoorziening. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de kaders (§1), de analyse aan de hand van de documenten en de interviews (§2) en tot slot de toetsing aan de normen (§3).

3.1. Kaderstelling 3.1.1. Ambities en doelen Gemeentelijke doelen De gemeente Tilburg heeft in het Bestuursakkoord 2022-2026 opgenomen dat zij bestaande woningen voor 2045 gasloos en energieneutraal wil maken.4 Ook wil zij de energietransitie en klimaatadaptatie versnellen en het zon-opdakproject toegankelijker maken. 5 De gemeente heeft daarnaast in de kadernota Duurzame Stad opgenomen dat zij in 2045 volledig klimaatneutraal en circulair wil zijn.6 Hiervoor worden in de nieuwe energievisie tussendoelen tot 2030 gesteld.7 Voor warmte zijn doelen gesteld in de Transitievisie Warmte.8 De gemeente wil collectieve systemen gebruiken als oplossingen in het stedelijk gebied, net als het warmte-koude net. Voor niet-stedelijke gebieden wil de gemeente inzetten op lokale collectieve systemen in lokale coöperaties met als doel energie te besparen, te isoleren, te ventileren en energie op te wekken voor de gehele gemeente.9 Het uitgangspunt voor de warmtetransitie is dat er maatregelen worden gepland op natuurlijke momenten als renovaties, verbouwingen of verhuizingen.

De gemeente heeft hierbij een opgave om 81.000 woningen en 15.000 andere gebouwen aardgasvrij te maken.10 De doelen zijn verder uitgewerkt in de begroting voor 2023.11 In de begroting heeft de gemeente opgenomen dat zij elk jaar gemiddeld 2% meer energie wil besparen en ook gemiddeld 2% meer energie (elektra en warmte) wil opwekken uit klimaatneutrale bronnen.12 De gemeente heeft geen aparte doelstelling geformuleerd voor de hoeveelheid absolute TWh die zij aan elektriciteit wil opwekken. Ook heeft de gemeente geen aparte doelstelling voor de hoeveelheid absolute PJ aan warmte die moet worden bespaard. De doelstellingen zijn gericht op 2045, langer dan de termijn van de REKS (2030). De ambtelijke organisatie geeft aan dat op dit moment wel gewerkt wordt aan een nieuwe energievisie, waarin de doelstellingen worden herijkt.

4

Bestuursakkoord 2022-2026.

5

Bestuursakkoord 2022-2026.

6

Kadernota Duurzame Stad, vastgesteld 17 mei 2021.

7

Kadernota Duurzame Stad, vastgesteld 17 mei 2021.

8

Transitievisie Warmte, vastgesteld 13 december 2021.

9

Transitievisie Warmte, vastgesteld 13 december 2021.

10

Transitievisie Warmte, vastgesteld 13 december 2021.

11

Begroting 2023.

12

Begroting 2023.

17 / 50

Regionale doelen en aansluiting In de regio is Tilburg onderdeel van de REKS-regio Hart van Brabant. De REKS-regio heeft tot doel 1 TWh elektriciteit op te wekken tot 2030.13 Hiervan wordt een deel al opgewekt; er ligt een restopgave in de regio van 451 miljoen KWh die via drie methoden moet worden opgewekt: windenergie, zon-op-land (zonnevelden) en zon-op-dak (zonnepanelen). Voor zon-op-dak heeft de regio tot doel om 25% van de bedrijfsdaken te bedekken met zonnepanelen. 14 Naast het opwekken van energie wil de regio 20% energie besparen in 2030 (ten opzichte van 1990), wat moet oplopen tot 50% in 2050. In de afspraken van de REKS Hart van Brabant is opgenomen dat elke gemeente moet bijdragen aan het behalen van de restopgave en de doelstellingen rondom besparing.15 De restopgave is - anders dan in bijvoorbeeld de RES WestBrabant en de RES Noordoost-Brabant - niet verdeeld over de gemeenten. Er is niet in opgenomen dat Tilburg x KWh van de 451 miljoen dient op te wekken. Wel is afgesproken dat er in elke gemeenten zonnepanelen op daken worden gelegd en dat er windturbines worden geplaatst op grondgebieden waar dat mogelijk is,16 dus ook in Tilburg. De gemeente heeft in ieder geval twee windprojecten die vanuit de REKS Hart van Brabant worden opgestart: de windturbines langs De Spinder en de windturbines langs de A58.

Ook worden er verdere energiehubs ontwikkeld en een regionaal ontwikkelbedrijf. Voor het regionale ontwikkelbedrijf wordt de kar getrokken door Tilburg. 17

3.1.2. Acties en maatregelen Uitwerking in acties en maatregelen De doelen zijn uitgewerkt tot acties en maatregelen in de begroting.18 In 2023 wil de gemeente zich vooral richten op het maken van beleid, zoals het herijken van de energievisie, het bepalen van een standpunt over de toekomst van de Amercentrale, het opstellen van plannen van aanpak voor warmte-uitvoeringsplannen en het opstellen van een landschapsvisie voor energiehub De Baars. Verder heeft de gemeente een paar projecten waarop wordt ingezet, zoals Tilburg VerduurzaamT en de Green Deal voor de bedrijventerreinen Kanaalzone en Loven. 19 De gemeente zet met het Klimaatfonds en subsidieregelingen20 ook in op het stimuleren van inwoners om te verduurzamen. De concrete projecten die worden uitgevoerd in het kader van de energietransitie hebben een plek gekregen in het programma energie.21 Dit programma kent drie deelprogramma’s: energieopwekking, energiebesparing en bedrijven. Een overzicht van de projecten is terug te vinden op de website www.duurzamertilburg.nl.22 Hierna is een voorbeeld opgenomen van de projecten in het deelprogramma opwek.

13

REKS Hart van Brabant, vastgesteld 14 juni 2021.

14

REKS Hart van Brabant, vastgesteld 14 juni 2021.

15

REKS Hart van Brabant, vastgesteld 14 juni 2021.

16

REKS Hart van Brabant, vastgesteld 14 juni 2021.

17

REKS Hart van Brabant, vastgesteld 14 juni 2021.

18

Begroting 2023.

19

Begroting 2023.

20

Begroting 2023.

21

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

22

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

18 / 50

Figuur 1. Overzicht projecten uit online magazine 'hoe staan we ervoor'

Voor de projecten wordt aangegeven aan welk doel het project bijdraagt (bewustwording, energiebesparing, duurzame opwek elektra, duurzame opwek warmte of energie infrastructuur). Daarbij is ook inzichtelijk in welke fase een project zich bevindt: voorbereiding, uitvoering of afronding.23 Voor de projecten in het programma opwek worden projectbrieven opgesteld.24 Een projectbrief beschrijft de aanleiding van het project, de beoogde doelen en resultaten, de afbakening, de effecten, de gebruikers, de randvoorwaarden en de relatie met andere projecten die worden ontplooid.25 Voor projecten in het deelprogramma bedrijven is een apart uitvoeringsprogramma opgesteld, dat is vastgesteld door het college.26 In dit uitvoeringsprogramma wordt benoemd wat het project is, waar het aan bijdraagt en met welke partijen het project wordt gerealiseerd.27 Hierna is een voorbeeld opgenomen van een project in het uitvoeringsprogramma.

23

Voortgangsrapportage programma energie, februari 2023.

24

Voorbeelden: projectbrief ‘energiehub De Baars’, projectbrief ‘energiehubs bedrijventerreinen’.

25

Voorbeelden: projectbrief ‘energiehub De Baars’, projectbrief ‘energiehubs bedrijventerreinen’.

26

Collegebesluit ‘uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven’, 21 september 2021.

27

Uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven.

19 / 50

Figuur 2. Energiehandelsplatform, uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven Voor projecten in het programma besparing is een apart overzicht opgenomen.28 Voor een aantal projecten in dit deelprogramma zijn projectplannen opgesteld waarin de ambitie en de stappen zijn opgenomen.29 Financiële kaders Vanuit de REKS Hart van Brabant zijn geen kaders opgenomen voor de hoeveelheid budget en capaciteit die van de gemeenten wordt gevraagd om de doelen te realiseren. Deze kaders worden gesteld op gemeentelijk niveau. In de begroting voor 2023 is opgenomen dat de begrote lasten voor het programma klimaat € 8.997.000 bedragen en de baten € 2.042.000.30 Het programma klimaat is wel breder dan alleen de energietransitie; het omvat ook acties rondom groenblauwe leefomgeving en fysieke basiskwaliteit. In het raadsvoorstel voor het vaststellen van de REKS Hart van Brabant is opgenomen dat voor de korte termijn de middelen zijn gedekt.31 Om projecten te realiseren waar aanvullende middelen voor nodig zijn, moeten aparte raadsvoorstellen worden ingediend om lokale middelen vrij te maken. Voor het realiseren van de energietransitie zijn incidentele middelen vrijgemaakt bij de begroting van 2019.32 Dit gaat om een bedrag van € 6 miljoen voor de periode 2019-2022 (€ 1,5 miljoen per jaar, voor vier jaar). Dit bedrag is toegevoegd aan het investeringsfonds Klimaat.

Daarmee is er een totaalbedrag van € 26 miljoen beschikbaar in het investeringsfonds.

28

Projectenlijst energie besparen, 30 januari 2023.

29

Voorbeeld: concept projectplan Tilburg VerduurzaamT.

30

Begroting 2023.

31

Raadvoorstel ‘vaststellen definitieve REKS Hart van Brabant’, vastgesteld 14 juni 2021.

32

Begroting 2019.

20 / 50

Het investeringsfonds is ingesteld om dekking te bieden voor maatregelen als optimalisatie van isolatie van gebouwen, het opwekken van duurzame energie, maximaal gebruik van (rest)warmte en het aardgasvrij maken van wijken. De storting in het fonds komt voort uit de reserve verkoop Essent en de reserve herstructurering.33 Naast deze gemeentelijke middelen ontvangt de gemeente ook subsidies en andere middelen vanuit het Rijk. Deze subsidies worden onder andere ingezet om de acties en maatregelen te dekken voor de Transitievisie Warmte.34 De benodigde budgetten en capaciteit voor de projecten en programma’s zijn opgenomen in de projectbrieven. 35 Daarbij wordt benoemd hoe de budgetten worden gedekt. Voor projecten in het deelprogramma bedrijven zijn in het uitvoeringsprogramma de totale benodigde middelen opgenomen. In het uitvoeringsprogramma wordt benoemd dat voor de periode 2021-2025 in totaal € 1.555.000 wordt begroot;36 dit wordt gedekt vanuit het klimaatprogramma. Het begrote budget voor de gemeentelijke bijdrage is als volgt verdeeld.

Figuur 3. Gemeentelijke bijdrage, uitvoeringsprogramma bedrijven

De benodigde budgetten voor het deelprogramma besparing zijn opgenomen in de projectplannen. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt wat het benodigde budget is en op welke wijze dit budget wordt gedekt. In de voortgangsrapportage van dit deelprogramma is een overzicht opgenomen van alle projecten, inclusief alle budgetten.37 Voor het deelprogramma besparing is geen uitvoeringsprogramma vastgesteld met een uiteenzetting van het benodigde budget; dit is inzichtelijk via de voortgangsrapportage. Er is wel een uitvoeringsprogramma en een plan van aanpak energiearmoede omtrent het project Aan de slag met je huis, maar niet breder voor het deelprogramma besparing. Planning Hoewel de gemeente een planning heeft voor haar doelstellingen (CO2-neutraal in 2045), zijn er aan de individuele projecten en programma’s geen expliciete planningen gekoppeld. Uit het uitvoeringsprogramma energietransitie bedrijven en de projectbrieven komt de beoogde fasering van de projecten ook niet naar voren. In het deelprogramma besparing is wel opgenomen wanneer een project moet starten, wanneer dit eindigt en wat de verschillende fases zijn van een project, maar dit is niet gekoppeld aan een planning.38

3.1.3. Afspraken over informatievoorziening In het raadsbesluit bij het vaststellen van de REKS Hart van Brabant is opgenomen dat de REKS elk jaar kwantitatief en kwalitatief wordt gemonitord.39 Hoewel de REKS Hart van Brabant elk jaar moet worden gemonitord, ontvangt de raad geen jaarlijkse monitoring. De raad heeft pas recent (juni 2023) de eerste monitoring ontvangen.

33

Begroting 2019.

34

Raadsvoorstel ‘vaststellen Transitievisie Warmte’, vastgesteld 13 december 2021.

35

Voorbeelden: projectbrief ‘energiehub de Baars’, projectbrief ‘energiehubs bedrijventerreinen’.

36

Uitvoeringsprogramma energie bedrijven.

37

Voortgangsrapportage deelprogramma besparing.

38

Projectenlijst energie besparen, 30 januari 2023.

39

Raadvoorstel ‘vaststellen definitieve REKS Hart van Brabant’, vastgesteld 14 juni 2021.

21 / 50

Bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte heeft de raad geen aanvullende kaders gesteld voor informatievoorziening.40 De raad maakt ook geen gebruik van een raadsregeling bijzondere projecten, zoals sommige andere gemeenten die kennen, om aanvullende informatie te ontvangen over specifieke projecten. De raad werkt ook met een strategische agenda klimaat. Hierop kan de raad onderwerpen zetten die hij meer aandacht wil geven in een bijeenkomst. Bij moties kan de raad ook aangeven meer te willen worden betrokken. Recentelijk heeft de raad bijvoorbeeld een motie aangenomen over energiearmoede, waarbij de behoefte is uitgesproken om tijdig bijgepraat te worden zodat de raad tijdig kan sturen. Het college heeft hierbij de opdracht gekregen om de raad over de aanpak te informeren.41 In een andere motie heeft de raad gevraagd om betrokken te worden bij nieuwe/aangepaste afspraken rondom het Amernet, zodat hij goed in positie wordt gebracht. Daarbij heeft de raad het college de opdracht gegeven om met de raad in gesprek te blijven gedurende de gehele transitie van het Amernet naar duurzame warmtebronnen.42

3.2. Analyse Doelen De doelstellingen zijn vanuit de REKS niet direct doorvertaald naar een opgave voor Tilburg, anders dan in andere RESregio’s. Betrokkenen geven aan dat dit een bewuste keuze is geweest. Immers, waarom zouden gemeentegrenzen ertoe doen bij het opwekken van energie? Waarom zou het uitmaken of een windturbine op het grondgebied van de ene of de andere gemeente staat? Ook benoemen betrokkenen dat zoeklocaties voor windenergie vaak over gemeentegrenzen heen liggen. Verder heeft Tilburg minder ruimte voor het realiseren van grootschalige opwek via windparken of zonnevelden op haar grondgebied dan andere gemeenten. Daarom is Tilburg voor de opwek sterker afhankelijk van de regio voor het behalen van de doelen dan andere gemeenten. Het was dus een bewuste keuze om geen lokale opgave te formuleren. Dit heeft voordelen: het maakt dat de transitie ook echt wordt gezien als gemeenschappelijke opgave; veel van de energietransitie zal ook in samenhang moeten worden opgepakt. Deze aanpak heeft echter ook nadelen: alleen een regionale opgave geeft weinig richting aan je doelstellingen als gemeente. Hoever moeten die strekken en hoe bepaalt elke gemeente hoeveel zij wil bijdragen aan de opgave? Transities als de energietransitie zijn bestuurlijk complex. Maatregelen - zoals windturbines - kunnen weerstand opwekken bij inwoners (not in my backyard).

Er bestaat een risico dat minder welwillende gemeenten - bij het ontbreken van een duidelijke lokale opgave - minimaal zullen bijdragen aan de regionale opgave. Immers, er is geen doel afgesproken voor gemeente X waar zij zich over moet verantwoorden. Dat kan maken dat andere - meer welwillende gemeenten een grotere opgave moeten realiseren om toch de regionale doelstellingen te behalen. De wijze van formulering brengt dus bestuurlijke risico’s en weinig richting mee. Beide aanpakken hebben voor- en nadelen en het is aan de raad om samen met het college te bepalen of de gehanteerde aanpak nog wenselijk is. Wat wel vaststaat, is dat de wijze waarop Tilburg haar gemeentelijke doelen heeft geformuleerd, nog minder zicht geeft op de realisatie van de regionale doelen. De 2% opwek en besparing extra per jaar zijn percentages, terwijl de regionale doelen gericht zijn op absolute getallen. Verder zijn deze doelen gericht op 2045, en niet op 2030. In de monitoring worden daarnaast de doelen voor warmte en elektriciteit gecombineerd, waardoor het voor de raad lastig te zien is of de doelen individueel worden gehaald.

40

Raadsvoorstel ‘vaststellen Transitievisie Warmte’, vastgesteld 13 december 2021.

41

Motie ‘lasten zwakste schouders als eerste verlichten’, aanvaard in raadsvergadering 13 december 2021.

42

Motie ‘raad in positie rondom afspraken Amernet’, aanvaard in raadsvergadering 8 maart 2021.

22 / 50

De gemeente heeft in de Transitievisie Warmte ook opgenomen dat er een opgave voorligt voor het aardgasvrij maken van 81.000 woningen en 15.000 andere gebouwen tot 2045. Hoe zich dit verhoudt tot de 2%-doelstellingen is echter niet goed inzichtelijk. Maakt dit deel uit van de 2%-doelstelling van besparing of omvat deze doelstelling juist niet het aardgasvrij maken van woningen? De formulering van de doelstelling maakt dat het niet goed mogelijk is om na te gaan hoe Tilburg bijdraagt aan de regionale doelen en waar sturing nodig is vanuit de raad. Gelet op het bovenstaande is het positief dat de gemeente de doelstellingen gaat herzien met het herijken van de energievisie. Betrokkenen zien namelijk ook zelf in dat de 2%-doelstelling ‘niet zoveel meer zegt’. In plaats hiervan zou de gemeente over willen stappen naar het sturen met een opgave per jaar. Welke opgave is er dat jaar nodig en welke projecten moeten worden opgepakt om die opgave te realiseren? Daarbij wil de gemeente vooruitkijken naar 2050, waarbij de focus wel moet blijven liggen op uitvoering richting 2030.

Betrokkenen benoemen verder dat het zaak is om een aantal elementen uit de REKS Hart van Brabant verder te concretiseren: wat wordt bijvoorbeeld nagestreefd met lokaal eigenaarschap? Of: hoe kan participatie in de ruimtelijke procedures voor bijvoorbeeld windturbines worden geborgd, zonder dat de ruimtelijke procedures worden ontregeld? De gemeente heeft dus nog een grote opgave liggen om haar doelstellingen te herformuleren en de doorkijk te maken richting 2050. Vooral om de raad een goed en compleet beeld te geven van de doelrealisatie, zodat de raad zijn controlerende rol goed kan gaan invullen. Acties en maatregelen Aan de acties en maatregelen zijn financiële kaders gekoppeld, maar die echter uit verschillende potten met geld worden bekostigd. Hoewel de gemeente inzichtelijk heeft hoeveel elke actie en maatregel zou moeten kosten, komt beperkt naar voren vanuit welke potjes de acties en maatregelen worden bekostigd. De financiële stromen zijn complex. Betrokkenen geven dan ook aan dat het lastig is om alle stromen goed inzichtelijk te maken en te houden, zowel voor de ambtelijke organisatie zelf als voor de raad. De inzichtelijkheid van de geldstromen wordt bemoeilijkt door het soms ad hoc toekennen van Rijksgelden, bijvoorbeeld gelden die worden vrijgemaakt vanuit het Rijk voor een project waar eerder al gemeentegelden voor zijn vrijgemaakt.

Bestaat dan de mogelijkheid om de Rijksgelden anders te besteden of moet er een andere bestemming worden gezocht voor de gemeentegelden? Dit blijft een complexiteit in de energietransitie: niet alleen voor Tilburg, maar voor alle gemeenten. Hoewel de gemeente de financiële kaders van de specifieke projecten wel inzichtelijk heeft, komt de planning van de acties en maatregelen niet duidelijk uit de stukken naar voren. Wanneer moet de uitvoering plaats gaan vinden? Wanneer kunnen er resultaten verwacht worden? Projecten hebben vaak een langere looptijd, maar zorgen wel in één keer voor een stevige bijdrage aan de doelstellingen. De gemeente maakt de invloed van projecten zichtbaar in de monitoring, maar het is niet goed te zien welke projecten bijvoorbeeld zorgen voor een grotere sprong. Daardoor is het lastig voor de raad om - op basis van de monitoring - te zien wat de gevolgen zijn van een vertraging in de plannen voor de doelstelling. Het is ook beperkt mogelijk om te zien of projecten ook daadwerkelijk het beoogde resultaat opleveren. Ook kan de raad nu beperkt sturen op deze tussentijdse mijlpalen, bijvoorbeeld met go-/no-go-momenten, gekoppeld aan het wel of niet behalen van mijlpalen. De sturingsmogelijkheden die de raad nodig heeft, ontbreken nu dus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13588878/1