CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Ontwerpbp toelichting met bijlagen

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herz. (Rielseweg 828)26.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2019036-b001

13 juli 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling4 1.2 Het plangebied 4 1.3 Voorgaande plannen 5 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur 5 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 6 2.1 Rijk 6 2.2 Provincie 8 2.3 Gemeente 9 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 11 3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 11 3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg11 3.3 Groen en biodiversiteit 12 3.4 Bedrijvigheid 15 3.5 Verkeer en parkeren 16 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 19 4.1 Milieueffectrapportage 19 4.2 Milieuhinder bedrijven19 4.3 Externe veiligheid 20 4.4 Vuurwerk 21 4.5 Geluid 22 4.6 Lucht 22 4.7 Geur 23 4.8 Bodem 24 4.9 Natuur en ecologie 24 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 28 5.1 Bestaand watersysteem 28 5.2 Beleidskader 29 5.3 Duurzaam watersysteem 29 5.4 Watertoets 31 Hoofdstuk 6 Opzet planregels 32 6.1 Bouwvlak en erf 32 6.2 Bouw- en goothoogte 32 6.3 Bestemmingen en aanduidingen 33 6.4 Bouw- en gebruiksregels 33 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 34 Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 35 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 35 8.2 Omgevingsdialoog 35 8.3 Zienswijzen 35

Toelichting

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de uitbreiding van het loonbedrijf P. Pijnenburg & Zn. B.V. aan de Rielseweg 828 in Tilburg. Het bedrijf verricht alle voorkomende grondwerkzaamheden, agrarisch werk en voorziet daarnaast in aanleg en beheer van parken, watergangen, sportvelden en openbaar groen. Gedurende de winterperiode verzorgt het bedrijf ook gladheidsbestrijding. Loonbedrijf P. Pijnenburg en Zn. B.V. werkt nauw samen met het op dezelfde locatie gevestigde bedrijf Nouwens Groenprojecten. Een allround hoveniersbedrijf dat met name in particuliere tuinen actief is. De behoefte aan ruimte voor opslag en stalling van machines en opslag van hulp-, groen- en grondstoffen is toegenomen en om die reden is een uitbreiding van het bedrijfsperceel noodzakelijk. Het beoogde gebruik van de betreffende grond betreft de opslag van machines zoals mobiele graafmachines met wisselbakken, aanhangwagens, containerwagens, afzetbakken, etc. en opslag van materialen zoals zand, bestrating, puin, snoeihout, etc. Eventueel zal in een latere fase ter plaatse van de uitbreiding een nieuwe loods worden gerealiseerd. Dit is op korte termijn nog niet aan de orde, maar wordt met het voorliggende bestemmingsplan wel planologisch mogelijk gemaakt.

Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie Z, nrs. 1218 (ged.) en 1220 en is gelegen in het zuidwesten van bedrijventerrein Katsbogten. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Rillaerse Baan en de gemeentegrens met Goirle.

Figuur 1 - ligging plangebied in Tilburg

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Figuur 2 - luchtfoto plangebied

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van bestemmingsplan Bedrijventerrein Katsbogten 2008, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 april 2009. In dat bestemmingsplan heeft het perceel waarop de uitbreiding is voorzien de bestemming Agrarisch. Een bedrijfsfunctie is daar niet toegestaan en om die reden moet het bestemmingsplan worden herzien om medewerking te kunnen verlenen aan het initiatief.

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Het spievormige gebied tussen de Rielseweg en de Rillaerse baan herbergt uiteenlopende stedelijke functies. Van west naar oost een forse groenstructuur, het bestaande loonwerkbedrijf met bedrijfswoning, agrarische grond, (bedrijfs)woningen en industriële bedrijvigheid. Het gebied gaat bijna naadloos over in bedrijventerrein Katsbogten, waar logistieke bedrijvigheid de boventoon voert.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 1. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 2. Afwentelen wordt voorkomen.

Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.”

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.

Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een reeds ter plaatse gevestigd bedrijf mogelijk gemaakt. Voor de onderbouwing van de behoefte en de regionale werkafspraken over bedrijventerreinen wordt verwezen naar paragraaf 3.4.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, is er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. 2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd.

In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Stedelijk gebied Het plangebied is gelegen in het Stedelijk gebied als bedoeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In het Stedelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in een locatie voor werken, wonen of voorzieningen als deze ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling betreft. Voor de onderbouwing ten aanzien van de regionale werkafspraken wordt verwezen naar paragraaf 2.1.3. Daarnaast wordt in deze toelichting onderbouwd dat de uitbreiding van het loonbedrijf aan de Rielseweg 828 een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving kan worden gewaarborgd, de ruimte wordt zorgvuldig gebruikt, er wordt rekening gehouden met klimaatverandering o.a. door voldoende ruimte te creëren voor de opvang van water en de ontwikkeling draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied Grondwaterbeschermingsgebied als bedoeld in de IOV. Hiertoe is de gebiedsaanduiding milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied opgenomen in artikel 10.2 van de regels van het bestemmingsplan en op de verbeelding, waarin o.a. een omgevingsvergunningplicht is opgenomen voor bouwen dieper dan 3 meter onder maaiveld en voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

Externe werking NNB Het werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant ligt op 50 meter afstand van het plangebied. Externe effecten op het NNB, zoals bedoeld in artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening, zijn gezien de zeer beperkte externe invloed redelijkerwijs uit te sluiten. Zie ook paragraaf 4.9 - Natuur en ecologie van deze toelichting.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen.

In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten (Binnenstad van de 21e eeuw, Tilburg University Campus, het modern industrieel Cluster Vossenberg-Loven en het modern industrieel Cluster Midden-Brabant) en drie stadsregionale parken Moerenburg - Koningshoeven, Stadsbos013 en Stadsregionaal park Noord.

De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten (Bedrijvenpark Zuid, zorgcluster Leijpark en het duurzaam energielandschap Noord) en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.

Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten; <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig; <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk; <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding; <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners; <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal; <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar; <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen; <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers; <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.1.1 Stedenbouwkundige onderbouwing De uitbreiding van het loonbedrijf is in functioneel opzicht goed voorstelbaar in deze mengzone. Voor een goede overgang van het bedrijventerrein naar het landschap is op deze kavel een lagere bouwhoogte wenselijk dan de gebruikelijke bouwhoogte op bedrijventerreinen. Een hoogte van maximaal 7 meter vormt in ruimtelijk opzicht een goede afbouw in westelijke richting. Als voorwaardelijke verplichting in de planregels geldt dat de sleufcontainers aan de zuidzijde van het terrein met taluds of anderszins landschappelijk moeten worden ingepast. Dit heeft te maken met de uitstraling naar/ het zicht vanaf de Rillaerse baan. De boomstructuur langs de Rillaerse Baan blijft behouden. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.3.1. 3.1.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand', zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012).

De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit.

3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.2.1 Historische geografie <0000> Ligging: het plangebied ligt in ten zuiden van de A58 direct ten westen van het bedrijventerrein Katsbogten. Het ligt verder ingeklemd tussen het tracé van het Bels lijntje, het gehucht Zandeind (ten westen van het plangebied) en de bossen van Kwadenhoek. <0000> Geomorfologie: Het gebied Katsbogten ontleent zijn naam aan de Katsbogte, een waterloop die ontsprong bij de huidige samenkomst van de Rielseweg en de Oude Rielseweg waar zich vroeger een uitgestrekt drassig gebied bevond. Van de bron stroomde de beek door een vrij breed beekdal nagenoeg pal naar het oosten om ten zuiden van Broekhoven uit te monden in de Leij. Het westelijke deel van het plangebied maakte deel uit van een moerassig gebied langs de rand van het beekdal van de rivier de Donge. In het laaggelegen gebied langs de Donge lag een aantal vennen, waaronder Het Rietven in het noordwestelijke deel van het plangebied. Het (noord)oostelijke deel behoorde tot de westelijke uitlopers (bij Het Laar) van het grote, relatief hooggelegen akkercomplex van Tilburg dat in de vijftiende eeuw als akker in gebruik is genomen. <0000> De Katsbogte is het grensriviertje tussen de gemeenten Tilburg en Goirle. In 1608 wordt de Capsbocht te Goirie genoemd en in 1636 een perceel te Tilborch in Capsbocht achter de Laer. Op de kaart van D.

Zijnen uit 1760 staat bij dit riviertje de naam Cats Bogten. Deze spellingwijze vinden we in een akte van 1780 als Catsbochte, in 1791 als Caatsbochte en een eeuw later op de kaart van A. Arts ca. 1870 als de De Katsbogt. Vanaf het riviertje liep in noordelijke richting naar de Rielseweg een straatje, genaamd Kaatsweg (ongeveer ter plaatse het verkeersknooppunt Blaakweg/Rijksweg A 58).

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

<0000>

<0000>

<0000>

<0000>

Vanwege de drassige omstandigheden was het gebied moeilijk toegankelijk en kwamen alle wegen vanaf de hoge akkergronden in het zuidwesten van Tilburg samen bij de weg van Riel naar Tilburg (Rielsebaan of Rielseweg), die het plangebied van het uiterste noordoosten naar het uiterste zuidwesten doorkruiste en daarmee de belangrijkste weg van het gebied vormde. Evenwijdig aan de Katsbogte liep ook een aantal wegen en paden. In het midden van de achttiende eeuw was alleen het oostelijke deel van het plangebied ontgonnen. De rest bestond uit heide en moeras. In het beekdal van de Katsbogte lagen de beemden, die bestonden uit laaggelegen, natte hooi- en weilanden, die gedurende natte perioden (gedeeltelijk) overstroomden. Aanvankelijk waren de beemden gemeenschappelijke, ongedeelde gronden, die in de loop van de veertiende en vijftiende eeuw werden opgedeeld in smalle stroken die doorgaans haaks op de beek lagen. In de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw is een groot deel van het plangebied Katsbogten, met uitzondering van het zuidelijke deel, ontgonnen. Deze ontginningen bestonden voornamelijk uit bosaanplant. Rond 1870 is langs het noordelijke deel van de westgrens van het plangebied het Bels Lijntje aangelegd, een goederenspoorlijn van Tilburg naar Turnhout.

In 1900 werd hiervandaan een zijlijn aangelegd naar Goirle die de oostgrens van het plangebied Katsbogten vormt. In de eerste helft van de twintigste eeuw is het laatste deel van het plangebied ontgonnen. In het plangebied kwam voor zover bekend geen bewoning voor. Alleen in de uiterste noord- en zuidoostelijke punt stond een enkele boerderij. Het bedrijventerrein Katsbogten wordt vanaf het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw aangelegd.

3.2.2 Archeologie <0000> IKAW: het plangebied is niet gekarteerd op de IKAW van de RCE. <0000> ArWaTi: het plangebied ligt op de ArWaTi in een gebied met hoge verwachting. <0000> Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein. <0000> ARCHIS en RAT: In het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend. <0000> Naar aanleiding van het beheersbestemmingsplan Katsbogte (grenzend aan de oostelijke zijde van het plangebied) is door BILAN-Fontys Hogescholen in 2006-2007 een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd; Tilburg, Katsbogten. Uit het onderzoek blijkt dat het gebied Katsbogten slechts nog ten dele een middelhoge tot hoge archeologische verwachting kent. Dit betreft echter uitsluitend terreinen die zich ruim ten oosten van het plangebied bevinden. <0000> Het plangebied ligt voor het grootste gedeelte in een laaggelegen gebied grenzend aan het dal van de Oude Leij/Katsbogte. Hiervoor geldt een lage archeologische verwachting. 3.2.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In of in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen beschermde monumenten en MIP-panden. Ook zijn er in of in de directe nabijheid van het plangebied geen waardevolle objecten of structuren uit de wederopbouwperiode aanwezig. <0000> Gebieden (beschermd stadsgezicht, beschermd dorpsgezicht, …): niet van toepassing.

<0000> Lijnen (historische assen, linten,…): Uit het BILAN-rapport blijkt dat het plangebied werd doorsneden door een oude wegen- en padenstructuur, die deels nog herkenbaar is in het huidige wegenpatroon: de Oude Rielsebaan; de voormalige spoorlijn Tilburg-Turnhout (Bels Lijntje:1867) en Tilburg – Goirle (zijlijn Bels Lijntje: 1900). <0000> Historisch groen: niet van toepassing op de planlocatie. <0000> Op de cultuurhistorische waardenkaart versie 2006, van de provincie Noord-Brabant is in het plangebied geen object of structuur als waardevol aangeduid. 3.2.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de uitbreiding van het bedrijfsperceel. Er worden geen historische objecten of structuren aangetast. De lage archeologische verwachting op basis op basis van de landschappelijke ligging van het plangebied leidt tot de conclusie dat archeologisch onderzoek niet nodig is in het kader van de herziening van het bestemmingsplan.

3.3 Groen en biodiversiteit 3.3.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld.

Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden.

Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Net ten noordwesten van het plangebied zijn beschermwaardige bomenrijen aanwezig aan zowel de noord- als de zuidzijde van de Rielseweg. Deze bomen hebben een ecowaarde. Binnen een straal van 15 meter uit het hart van deze bomen is het op basis van het voorliggende bestemmingsplan verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te plaatsen en/of werkzaamheden uit te voeren. Nieuwe bouwwerken zijn hier niet beoogd. Mogelijkerwijs wordt de inrit van het bedrijf verplaatst. In dat geval kunnen maatregelen worden getroffen om de beschermwaardige bomen duurzaam te behouden.

Daarom vormt de aanwezigheid van de beschermwaardige bomen geen belemmering voor het bestemmingsplan. Er bevinden zich geen bomen ter plaatse van de uitbreiding van de bedrijfsbestemming.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Ten zuiden van het plangebied ligt de gebiedsontsluitingsweg de Rillaerse Baan, op grondgebied van de gemeente Goirle. Langs de Rilaerse Baan is een boomstructuur aanwezig die is opgenomen op de Groene Kaart van de gemeente Goirle. Met deze bomen is rekening gehouden bij de planontwikkeling door aan de zuidzijde van het plangebied een strook op te nemen met de bestemming Natuur met een breedte van circa 5 meter. Dit sluit aan bij de bestaande Natuur bestemming aan de zuidwestzijde. Op deze strook legt de initiatiefnemer een aarden wal aan met beplanting die tevens zal dienen om het bedrijf aan het zicht te onttrekken vanaf de Rillaerse Baan. Tussen het plangebied en de boomstructuur langs de Rillaerse Baan is ook nog een watergang gelegen. De afstand van de beoogde bedrijvigheid tot de bomenrij is daardoor voldoende groot (zo'n 12 meter) om te zorgen dat de bomen geen schade zullen ondervinden. 3.3.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente.

Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.3.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden.

Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit.

Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

3.4 Bedrijvigheid 3.4.1 Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen 2020 - 2024 De lokale programmering van bedrijventerreinen wordt vanwege de provinciale verordening sinds 2012 op regionaal niveau afgestemd met de Hart van Brabant gemeenten. In december 2011 zijn de regionale afspraken bedrijventerreinen vastgesteld in het bestuurlijke Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) van de regio Hart van Brabant met de provincie Noord-Brabant. De regionale afspraken bedrijventerreinen bevat de programmering van nieuwe bedrijventerreinen in de regio Hart van Brabant en wordt jaarlijks in december herbevestigd of herijkt. De regionale afspraken bedrijventerreinen zijn gebaseerd op een prognose voor de ruimtevraag naar nieuwe bedrijventerreinen die tenminste één keer per bestuursperiode door de provincie wordt opgesteld. Die prognose wordt aangevuld met gegevens over reeds bouwrijpe beschikbare kavels, restlocaties, strategische reserves, transformatie- en herstructureringsplannen. De meest recente regionale afspraken zijn vastgelegd in het Afsprakenkader bedrijventerreinen regio Hart van Brabant 2020 - 2024. In de regio Hart van Brabant is zowel op het gebied van functioneel grootschalig als functioneel klein tot middelgroot een tekort aan hard planaanbod. De vraag is hoe de regio dit geprognosticeerde tekort de komende jaren gaat invullen.

Aanvullende vraaggerichte ontwikkeling van terreinen lijkt noodzakelijk. Specifiek voor de ontwikkeling functioneel klein tot middelgroot wordt opgemerkt dat het schaalniveau waarbinnen bedrijven opereren 10 tot 15 kilometer is. Waardoor vraag in de ene gemeente niet kan worden geaccommodeerd in het aanbod van een andere gemeente. Tevens is in het Afsprakenkader Bedrijventerreinen 2020 - 2024 geconstateerd dat er een tekort is aan (zeer) grootschalige kavels, dat er op microniveau een mismatch is tussen vraag en aanbod en er voldoende aandacht moet zijn voor bestaande terreinen. STEC doet hiervoor de volgende aanbevelingen: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Zorgen voor een goede balans tussen vraag en aanbod; Hanteren van marktconforme grondprijzen voor nieuwe locaties; Goede kwalitatieve afbakening voor nieuwe locaties; Voldoende (regionaal) accountmanagement; Benutten van energie en klimaatdoelstellingen.

Over vraaggericht ontwikkelen, waarvan in het voorliggende bestemmingsplan sprake is, is in het afsprakenkader het volgende opgenomen: Vraaggericht ontwikkelen De regio Hart van Brabant ontwikkelt sinds 2016 zijn bedrijventerreinen vraaggericht. Vraaggericht ontwikkelen houdt in dat er alleen wordt ontwikkelt bij een concrete vraag van een bedrijf. Dit vereist een andere manier van werken en denken dan aanbodgericht ontwikkelen van zowel de overheden als ondernemers. Aanbodgericht ontwikkelen van bedrijventerrein gaat uit van de ontwikkelingen van een bedrijventerreinen op basis van een toekomstige uitbreidingsvraag van bedrijven voor 10 jaar. Deze uitbreidingsvraag wordt aan de hand van prognoses bepaald. Deze manier van ontwikkelen heeft geleid tot een programmatische overaanbod aan bedrijventerreinen in de regio. Door bedrijventerreinen vraaggericht te ontwikkelen kan er geen programmatische overaanbod meer ontstaan. De regio Hart van Brabant zit in een overgangsfase. Een groot aantal bedrijventerreinen zijn voor 2016 aanbodgericht ontwikkeld en hebben nog een harde planvoorraad voor het huisvesten van meerdere bedrijven. Als een bedrijf met een concrete vraag niet gehuisvest kan worden in de bestaande harde planvoorraad dan wordt deze vraaggericht ontwikkeld. Het

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

vraaggericht ontwikkelen vergt een grotere inspanning van gemeente in tijd en geld dan aanbodgerichte ontwikkelen. Bij vraaggericht ontwikkelingen wordt er per vraag of gebundelde vragen een ruimtelijke procedure doorlopen, waardoor er geen rechtszekerheid aan bedrijven geboden kan worden. Voor gemeenten vinden investeringen in plannen en onderzoeken verspreid in de tijd plaats, maar zijn eventuele inkomsten uit grondverkoop minder ongewis. Dit, in tegenstelling tot aanbodgericht ontwikkelen. Hiervoor geldt dat gemeenten alle onderzoeken en investeringen voor het gehele te ontwikkelen plangebied gedaan moeten worden bij het opstellen van het ruimtelijke plan, waarbij de eventuele inkomsten uit uitgifte nog ongewis zijn. Bij een vastgesteld bestemmingsplan is de rechtszekerheid voor bedrijven geborgd. Vraaggericht ontwikkelen in relatie tot de bestaande voorraad We ontwikkelen pas bij concrete vragen van concrete bedrijven. Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de initiatiefnemer, of die vraag niet net zo goed op een bestaand of bouwrijp bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. Dit is conform de ladder voor duurzame verstedelijking. Pas als dat niet kan gaan we over tot ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein, maar alleen voor die bedrijven die ook echt gaan bouwen. Het huidige aanbod van (bouwrijpe) bedrijventerreinen zetten we optimaal in.

Dit houdt dus ook in dat we bestaande bedrijventerreinen herstructureren om de concrete vraag te laten landen. De ontwikkeling van nieuwe terreinen kan bijdragen aan de herstructurering van bestaande terreinen. Voordat we overwegen een nieuwe bedrijfslocatie te creëren garanderen wij dat deze niet concurreert met bouwrijpe en bestaande bedrijventerreinen. Maar de bouwrijpe bedrijventerreinen mogen ook geen blokkade vormen voor het accommoderen van vraag die daar niet past, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte van een bedrijf, de verwachte milieubelasting, de gevraagde ontsluiting of de sterke lokale binding van een te vestigen of verhuizen bedrijf. Als een gemeente geen oplossing kan vinden in het bestaande lokale en regionale aanbod mag deze gemeente ruimte creëren voor lokaal gevestigde bedrijven: Het gaat dan primair om reeds ter plaatse gevestigde bedrijven, of bedrijven die aantoonbaar een belang hebben bij vestiging in de betreffende gemeente. Doet zich een concrete vraag voor uitbreiding/vestiging van zo’n bedrijf voor, dan mag de gemeente ten behoeve van die vraag haar bedrijventerreinareaal uitbreiden. In het voorliggende geval is sprake van de uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel aan de rand van bedrijventerrein Katsbogten voor een lokaal gevestigde gebruiker.

De locatie ligt binnen het stedelijk gebied en hoewel gelegen nabij het bedrijventerrein, maakt het hier geen onderdeel van uit. Het bedrijfsperceel kwalificeert niet als bedrijventerrein zoals bedoeld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en valt daarmee niet onder de regionale bedrijventerreinafspraken. Het plan is dan ook niet ter instemming voorgelegd aan het POHO Fysiek van Hart van Brabant. Omdat deze locatie echter wel gelegen is in het verlengde van het bedrijventerrein én omdat de gemeente Tilburg waarde hecht aan het vraaggericht ontwikkelen, is de uitbreiding wel getoetst aan de eisen die er bij vraaggericht ontwikkelen worden gesteld. De behoefte aan de uitbreiding is ontstaan door groei van het bedrijf en een verbreding van de werkzaamheden, waardoor met name meer ruimte nodig is voor buitenopslag en wellicht in de toekomst wordt voorzien in een nieuw bedrijfsgebouw. Gezien de geschikte ligging aan de rand van het bedrijventerrein, de aard van de behoefte en de lokale en reeds gevestigde eindgebruiker kan ter plekke in deze beperkte aanvullende huisvestingsvraag worden voorzien en past de ontwikkeling binnen de regionale werkafspraken over bedrijvigheid.

3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 3.5.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.

De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.5.3 Nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.5.4 Analyse plangebied Het plangebied ligt in het industriegebied Katsbogten in de oksel van de Rielseweg en Rillaerse Baan in Tilburg. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de Rillaerse Baan, een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximaal toegestane snelheid van 80 kilometer per uur.

Aan de noordzijde ligt de Rielseweg, een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom (industriegebied) met een maximaal toegestane snelheid van 50 kilometer per uur. Ontsluiting van het plangebied Het plangebied kan uitsluitend ontsloten worden via de Rielseweg. Openbaar vervoer Op de Rillaerse Baan is sprake van openbaar vervoer in de vorm van een busverbinding. Bushalte Rielsedijk bevindt zich op loopafstand van het plangebied. Afvalinzameling Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Parkeren Het aantal parkeerplaatsen moet kunnen voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Tilburg 2017. De maximale bouwmogelijkheden ten behoeve van het bedrijf worden uitgebreid tot 4.874 m². Er is sprake van een arbeidsextensieve bedrijfsfunctie in zone C van Tilburg. De parkeernorm voor deze ontwikkeling is 0,7 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. Uitgaande van de maximale planologische bouwmogelijkheden zijn daarom 34 parkeerplaatsen op eigen terrein noodzakelijk. Met een parkeerweg van 6 meter breed met aan beide zijden een rij met 17 haakse parkeervakken van 5 meter diep en 2,5 meter breed is een oppervlakte van 681 m² nodig om dit aan te leggen, wat ruimschoots mogelijk is binnen het plangebied. Zelfs als de maximale planologische bouwmogelijkheden zouden worden benut, kan op eigen terrein in de parkeerbehoefte worden voorzien. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fiets parkeren van de CROW. Noodhulpdiensten Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.

Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.1 Milieueffectrapportage Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een milieueffectrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Aangezien de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein genoemd is in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, dient voor het voorliggende bestemmingsplan een m.e.r. beoordeling te worden gemaakt. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Regte Heide en Riels Laag op 870 meter van het plangebied.

Negatieve effecten door stikstofdepositie kunnen voor deze ontwikkeling niet op voorhand worden weggeschreven. Daarom zijn voor de ontwikkeling AERIUS-berekeningen uitgevoerd zoals opgenomen in Bijlage 1 Stikstofberekeningen. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling geen significante effecten oplevert op Natura2000 gebieden. Voor dit plan is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen. De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten Op 17 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besloten dat voor het de uitbreiding van de bedrijfsbestemming aan de Rielseweg 828 in Tilburg geen milieueffectrapportage (m.e.r.) behoeft te worden opgesteld.

4.2 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De planontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een loonbedrijf. In Bijlage 2 Toelichting bedrijfsactiviteiten en gemengd gebied is uiteengezet welke activiteiten worden beoogd en is onderbouwd dat de planlocatie gelegen is in een gemengd gebied, zodat de richtafstand met één stap kan worden verkleind. Op de percelen waar de uitbreiding plaatsvindt zal de vestiging van dit bedrijf mogelijk gemaakt worden middels een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - loonwerk-grondverzetbedrijf)’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695833/1