05 04 Vergelijkend overzicht Algemene Subsidieverordening Tilburg (Oud-VNG-Nieuw)
Tekst van het document
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 19. Eindverantwoording subsidies tussen € 30.000 en € 125.000 19.1 Indien de subsidieverlening € 30.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: 19.1.1 bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend 19.1.2 bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening.
mag de subsidieontvanger ook de datum van een hogere instantie hanteren voor het indienen van de verantwoording bij de gemeente. 3. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen; b. een jaarrekening, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met het subsidie. c. informatie over de wijze waarop de aanvrager publiekelijk gecommuniceerd heeft over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan in relatie tot de verstrekte subsidie door tenminste een jaarverslag op de website te publiceren. 4. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd
weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
19.2
Indien de subsidieontvanger van meerdere instanties subsidie ontvangt en deze een latere indieningsdatum van de verantwoording hanteren, mag de subsidieontvanger ook de datum van een hogere instantie hanteren voor het indienen van de verantwoording bij de gemeente. 19.3 De aanvraag tot vaststelling bevat: 19.3.1 een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen; 19.3.2 een jaarrekening, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met de subsidie. 19.3.3 voor subsidies met een projectmatig karakter kan het college afwijken van 19.3.2 en vragen om een financiële projectverantwoording dat bestaat uit een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. In aanvulling kan het college vragen om een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 19.3.4 informatie over de wijze waarop de aanvrager publiekelijk gecommuniceerd heeft over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan in relatie tot de verstrekte subsidie door tenminste een jaarverslag op de website te publiceren.
19.4 Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de
vaststelling overgelegd
van
belang
zijn,
worden
Toelichting verschillen artikel 19 - In de nieuwe ASVT zijn de bedragen voor deze categorie aangepast naar € 30.000 tot € 125.000. In de oude ASVT is dit tussen de € 25.000 en €125.000 en in de model VNG betreft dit subsidies boven de € 50.000. - In de model VNG wordt voor subsidies boven de € 50.000 gevraagd wordt om een controleverklaring van de accountant. In de nieuwe ASVT wordt net als in de oude ASVT gevraagd om een controleverklaring bij subsidies boven de € 125.000. - In de oude ASVT zijn de verantwoordingstermijnen gekoppeld aan de begrippen jaarlijkse en eenmalige subsidie. In de nieuwe ASVT is dit gekoppeld aan de begrippen subsidie per kalenderjaar en overige subsidies/andere aanvraagperioden. - In de nieuwe ASVT (net als in de oude ASVT) gevraagd wordt zichtbaar te maken welk vermogen gevormd is met subsidies van Tilburg. In de model VNG wordt dit niet gevraagd. - Een verschil met de model VNG is dat zowel in de nieuwe als in de oude ASVT aan de subsidieontvanger op een eerder uitgesproken wens van de raad gevraagd wordt publieke verantwoording af te leggen over de verstrekte subsidies. - Zowel in de oude als de nieuwe ASVT wordt in tegenstelling tot de model VNG gekeken naar eventuele subsidieverlening van hogere instanties met een latere verantwoordingstermijn. In dat geval wordt deze verantwoordingsdatum overgenomen.
- Een verschil met de oude ASVT en de model VNG is dat in de nieuwe ASVT een bepaling is toegevoegd die de mogelijkheid biedt om voor subsidies met een projectmatig karakter niet om een jaarrekening te vragen maar om een projectverantwoording. - In de model VNG is de mogelijkheid om aanvullende gegevens op te vragen beperkt tot subsidieregelingen. In de oude en nieuwe ASVT zit deze beperking er niet op. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 26. Verantwoording subsidies vanaf 125.000 euro 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 125.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 20. Eindverantwoording subsidies van € 125.000 en meer 20.1 Bij subsidies van € 125.000 en meer dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: 20.1.1 bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar
b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. Indien de subsidieontvanger van meerdere instanties subsidie ontvangt en deze een latere indieningsdatum van de verantwoording hanteren, mag de subsidieontvanger ook de datum van een hogere instantie hanteren voor het indienen van de verantwoording bij de gemeente. 3. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen; b. een jaarrekening, die voldoet aan het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De jaarrekening dient voorzien te zijn van een accountantsverklaring, waarbij in de verklaring ook een oordeel gegeven wordt over de gerapporteerde prestaties. In de jaarrekening dient tevens inzichtelijk te worden gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met het subsidie. c. informatie over de wijze waarop de aanvrager publiekelijk gecommuniceerd heeft over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan in relatie tot de verstrekte subsidie door tenminste een jaarverslag op de website te publiceren. 4.
Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
na afloop van het kalenderjaar , waarvoor de subsidie is verleend 20.1.2 bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. 20.2 Indien de subsidieontvanger van meerdere instanties subsidie ontvangt en deze een latere indieningsdatum van de verantwoording hanteren, mag de subsidieontvanger ook de datum van een hogere instantie hanteren voor het indienen van de verantwoording bij de gemeente. 20.3 De aanvraag bevat: 20.3.1 een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen; 20.3.2 een jaarrekening, die voldoet aan het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De jaarrekening dient voorzien te zijn van een controleverklaring van een onafhankelijke accountant. Het college kan bij subsidieverlening verzoeken dat in de verklaring ook een oordeel gegeven wordt over de gerapporteerde prestaties.
In de jaarrekening dient tevens inzichtelijk te worden gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met de subsidie; 20.3.3 voor subsidies met een projectmatig karakter kan het college afwijken van 20.3.2 en vragen om een financiële projectverantwoording dat bestaat uit
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. De financiële projectverantwoording dient voorzien te zijn van een controleverklaring van een onafhankelijke accountant. Het college kan bij subsidieverlening verzoeken dat in de verklaring ook een oordeel gegeven wordt over de gerapporteerde prestaties. In de financiële projectverantwoording dient tevens inzichtelijk te worden gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met de subsidie. In aanvulling kan het college vragen om een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 20.3.4 informatie over de wijze waarop de aanvrager publiekelijk gecommuniceerd heeft over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan in relatie tot de verstrekte subsidie door tenminste een jaarverslag op de website te publiceren. 20.4 Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
Toelichting verschillen artikel 20 - Zoals in de toelichting van het vorige artikel aangegeven kent de model VNG deze verantwoordingscategorie niet. In de model VNG wordt een controleverklaring gevraagd vanaf een subsidiebedrag van € 50.000. In de nieuwe ASVT is dit vanaf € 125.000. - De nieuwe ASVT kent dezelfde bepalingen als de oude ASVT. Een verschil is wel dat in de oude ASVT de verantwoordingstermijnen gekoppeld zijn aan de begrippen jaarlijkse en eenmalige subsidie en in de nieuwe ASVT is dit gekoppeld aan de begrippen subsidie per kalenderjaar en andere aanvraagperioden (oftewel overige subsidies). - Een verschil met de oude ASVT is dat in de nieuwe ASVT accountantscontrole op prestaties een kan bepaling is oftewel aangewezen prestaties kunnen onder accountantscontrole komen te vallen.
-
In de nieuwe ASVT is ten opzichte van de oude ASVT mogelijkheid toegevoegd om voor subsidies met een projectmatig karakter niet om een jaarrekening te vragen maar om een projectverantwoording. Zowel in de nieuwe als in de oude ASVT wordt aan de subsidieontvanger gevraagd publieke verantwoording af te leggen over de verstrekte subsidies. In de model VNG niet.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 19 Vergoeding voor vermogensvorming 1.In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd, welke bij afzonderlijke beschikking van het college wordt vastgesteld. 2. De vergoeding bedraagt maximaal het aandeel van de gemeente in de vermogensvorming. Het aandeel van de gemeente betreft de verhouding tussen de subsidie van de gemeente waarmee is bijgedragen aan de vermogensvorming ten opzichte van de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. 3. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van de eigendommen en de andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. 4. Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door één door het college in overleg met de subsidieontvanger aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 5. Het college kan op een daartoe strekkend verzoek besluiten dat geen vergoeding is vereist,
Tekst Modelverordening 2019
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 21 Vergoeding voor vermogensvorming 21.1 In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid Algemene Wet Bestuursrecht is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd, welke bij afzonderlijke beschikking van het college wordt vastgesteld. 21.2 De vergoeding bedraagt maximaal het aandeel van de gemeente in de vermogensvorming. Het aandeel van de gemeente betreft de verhouding tussen de subsidie van de gemeente waarmee is bijgedragen aan de vermogensvorming ten opzichte van de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. 21.3 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van de eigendommen en de andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. 21.4 Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door één door het college in overleg met de
indien de activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en de activa en passiva tegen boekwaarde worden overgenomen. 6. Ingeval sprake is van ontbinding van een rechtspersoon die subsidie heeft ontvangen, dan wel, naar het oordeel van het college, kennelijke beëindiging van de activiteiten en indien de instelling naar het oordeel van het college niet in staat is de eventueel resterende gelden of (on)roerende zaken in overeenstemming met de doelstelling van de subsidieontvanger aan te wenden, wordt het positieve liquidatiesaldo bij voorrang ter beschikking gesteld van de gemeente, indien een eventueel batig saldo van de door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek opgestelde (liquidatie)rekening dit toelaat.
subsidieontvanger aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 21.5 Het college kan op een daartoe strekkend verzoek besluiten dat geen vergoeding is vereist, indien de activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en de activa en passiva tegen boekwaarde worden overgenomen. 21.6 In geval sprake is van ontbinding van een rechtspersoon die subsidie heeft ontvangen, dan wel, naar het oordeel van het college, kennelijke beëindiging van de activiteiten en indien de instelling naar het oordeel van het college niet in staat is de eventueel resterende gelden of (on)roerende zaken in overeenstemming met de doelstelling van de subsidieontvanger aan te wenden, wordt het positieve liquidatiesaldo bij voorrang ter beschikking gesteld van de gemeente, indien een eventueel batig saldo van de door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek opgestelde (liquidatie)rekening dit toelaat.
Toelichting verschillen artikel 21: - De vergoeding voor vermogensvorming is in de model VNG geregeld in artikel 12 lid 4. In de nieuwe ASVT wordt, net als in de oude ASVT dit in een apart artikel behandeld met meer bepalingen om zo duidelijk te maken hoe de waarde van de vermogensvorming bepaald kan worden. - In de nieuwe ASVT wordt in aanvulling op de model VNG ook aangegeven in welke situaties geen vergoeding gevraagd wordt.
Artikelen 22 t/m 24 worden als volgt gewijzigd:
Artikel 27. Vaststelling subsidie 1. Het college stelt de subsidie vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen. 2. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet vóór 1 mei van het in het eerste lid bedoelde jaar is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling. 3. Vaststelling van een jaarlijks subsidie voor meerdere boekjaren geschiedt jaarlijks, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald. .
Tekst Modelverordening 2019 Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000 1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen [aantal] weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste [aantal] weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 22. Vaststelling subsidie 22.1 Het college stelt de subsidie vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen. 22.2 Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in de artikelen 17, 18, 19 en 20 genoemde termijnen is ontvangen, kan het college zes weken na een eenmalige rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling. 22.3 Vaststelling van een subsidie die voor meerdere jaren is verleend geschiedt jaarlijks, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald.
Toelichting op verschillen artikel 22 - In de model VNG wordt de termijn voor het vaststellen van de subsidie over gelaten aan de betreffende gemeente. In de nieuwe ASVT is net als in de oude ASVT gekozen voor 31 december van het jaar waarin de aanvraag tot vaststelling is ontvangen. - In de nieuwe ASVT wordt net als in de oude ASVT duidelijk gemaakt dat meerjarige subsidies jaarlijks worden vastgesteld tenzij in de beschikking anders aangegeven. In de model VNG is een dergelijke bepaling voor meerjarige subsidies er niet.
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 28. Controle Het college is bevoegd controles uit te oefenen op de getrouwheid van de door hem verlangde rapportages en verantwoordingen.
Tekst Modelverordening 2019
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 23. Controle Het college is bevoegd controles uit te oefenen op de getrouwheid van de door hem verlangde rapportages en verantwoordingen.
Toelichting op verschillen artikel 23 In de toelichting op artikel 13 (subsidies t/m €5.000) van de model verordening VNG wordt de controlemogelijkheid genoemd. In zowel de oude als de nieuwe ASVT is er voor gekozen dit in een apart artikel op te nemen die voor alle verantwoordingscategorieën geldt. Artikel 17 uit model VNG: Oude tekst ASVT 2017
Tekst Modelverordening 2019 Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader
Nieuwe tekst ASVT 2023
Toelichting op verschillen In de model VNG wordt de mogelijkheid geboden een artikel op te nemen over de berekening van uurtarieven. In de nieuwe ASVT wordt in artikel 6.2.3 verwezen naar een tweetal modellen (A en B) die op de gemeentelijke website staan en die dienen als handreiking voor het opstellen van de begroting of het inzichtelijk maken van de berekende uurtarieven.
Artikel 24 Hardheidsclausule wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 29. Ontheffing Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van één of meer verplichtingen van deze verordening.
Tekst Modelverordening 2019 Artikel 18. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 24. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen een of meerdere artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing voor aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard;
Toelichting verschil artikel 24: - In de model VNG beperkt lid 1 zich tot termijnen en vraagt in lid 3 de raad te informeren. In de nieuwe ASVT is de afwijkingsmogelijkheid breder en dit ligt in lijn met de middelennota waarin een van de uitgangspunten passende regeldruk. Het college is bevoegd binnen dit uitgangspunt van de raad hier op te toetsen en in bijzondere gevallen van af te wijken. In de middelennota is aangegeven dat bij de rapportages en jaarrekeningen de raad, indien en voor zover nog niet gebeurd in de beleidscyclus, geïnformeerd wordt over financiële en eventueel significante inhoudelijke afwijkingen - Verschil met de model VNG is dat in de nieuwe ASVT in dit artikel niet benoemd is dat in subsidieregelingen afgeweken kan worden van bepalingen in de ASVT. Dit is echter al opgenomen bij artikel 2 van de nieuwe ASVT.
Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 30. Intrekking De Algemene Subsidieverordening gemeente Tilburg, die inwerking is getreden op 1 januari 2012 wordt ingetrokken. Artikel 31. Overgangsbepalingen Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden afgedaan volgens de bepalingen van de in artikel 30 genoemde verordening.
Tekst Modelverordening 2019 Artikel 19. Slotbepalingen 1. De [citeertitel oude ASV] wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de [citeertitel oude ASV] van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening [naam gemeente en eventueel jaartal].
Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 25. Slotbepalingen 25.1 Deze verordening treedt in werking daags na haar bekendmaking; 25.2 Per dezelfde datum wordt de Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg ingetrokken; 25.3 Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg (ASVT) 2023.
Artikel 32. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017. Artikel 33. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg Toelichting verschillen artikel 25: In de oude ASV werd ervoor gekozen de ASVT in werking te laten gaan op 1 januari en waren er overgangsbepalingen De nieuwe ASVT treedt in werking daags na haar bekendmaking en er zijn geen overgangsbepalingen.