CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 04 Vergelijkend overzicht Algemene Subsidieverordening Tilburg (Oud-VNG-Nieuw)

Raadsvergadering 2 oktober 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Middelennota Subsidiebeleid 2024-202712.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt-tabel Wijziging Model Algemene Subsidieverordening 2023

Leeswijzer modelbepalingen […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb dat wil zeggen de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; b. Jaarlijkse subsidie : subsidie die per (boek)jaar aan een instelling wordt verstrekt ten behoeve van voortdurende activiteiten; c. Eenmalige subsidie: alle subsidies, die niet zijn aan te merken als jaarlijkse subsidies met name subsidies ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of kortdurende activiteiten. d. Programma van eisen : document, waarin door het college wordt aangegeven voor welke doelstellingen en indien van toepassing voor welk

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: [- De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1);

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • De-minimissteun: steun die wordt verstrekt passend binnen een de-minimisverordening; • Wet: Algemene wet bestuursrecht; • Raad: de gemeenteraad van de gemeente Tilburg; • College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg; • Begrotingssubsidie: subsidies waarbij de subsidieontvanger en het bedrag wat maximaal als subsidie verleend kan worden expliciet op de gemeentelijke begroting staat en door de raad wordt vastgesteld.; • Incidentele subsidies: alle subsidies door het college voor activiteiten die passen binnen de

budget een subsidieaanvraag kan worden ingediend.

Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);] - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.

702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en

• •

•

programma’s van de desbetreffende begroting, en die niet zijn aan te merken als begrotingssubsidie en die niet verleend worden op basis van een subsidieregeling; ASVT: de Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023; Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; het betreft een onderneming in de zin van het staatssteunrecht; Kalenderjaar: een tijdsinterval van precies één jaar van 1 januari t/m 31 december;

de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserijen aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); - onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; - Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); - wet: Algemene wet bestuursrecht. Toelichting op verschillen bij Artikel 1: - ‘De-minimissteun’ is toegevoegd volgend uit het VNG-model, wel ingekort ten behoeve van de leesbaarheid. - ‘Europees steunkader’ is opgenomen volgend uit het VNG-model, maar niet in artikel 1, wel in artikel 4.1. - ‘Onderneming” is openomen volgend uit het VNG model. - ‘Verdrag’ is opgenomen volgend uit het VNG-model, maar niet in artikel 1, wel in artikel 4.1. - ‘Wet’ is toegevoegd volgend uit het VNG-model. - In de nieuwe ASVT zijn de definities voor ‘raad’ en ‘college’ opgenomen omwille van de leesbaarheid in de andere artikelen.

- In de oude ASVT werd onderscheid gemaakt tussen eenmalige en jaarlijkse subsidies, om verwarring te voorkomen, wordt nu gesproken over subsidies per ‘kalenderjaar’ en subsidies voor andere perioden. Tevens is de definitie ‘subsidies’ gedifferentieerd naar ‘begrotingssubsidies’ en incidentele subsidies. - In de nieuwe ASVT wordt niet meer gewerkt met een ‘programma van eisen’. Er zijn verschillende werkwijzen om te komen tot een beoordelingskader, die zijn toegelicht in de Middelennota Subsidies.

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 2. Reikwijdte verordening 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten, die passen in de programma’s die door de raad door middel van de gemeentebegroting zijn vastgesteld. 2. Het college is bevoegd bijzondere regelingen vast te stellen omtrent de verlening van subsidies op bepaalde beleidsterreinen. In deze regelingen kan het college afwijken van hetgeen in de onderhavige verordening is bepaald.

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 2. Reikwijdte Variant 1 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): a. algemeen bestuur; b. openbare orde en veiligheid; c. verkeer, vervoer en waterstaat; d. economische zaken; e. onderwijs; f. cultuur en recreatie; g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; h. volksgezondheid; i. milieu; j. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Variant 2 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 2. Reikwijdte 2.1 Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is; 2.2 De ASVT is ook van toepassing op buitenwettelijke subsidies als bedoeld artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

(subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). Variant 3 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen, subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) en subsidies op de volgende beleidsterreinen: a. […]; b. […]. 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Toelichting op verschillen bij Artikel 2: De modelverordening biedt drie varianten. In de nieuwe ASVT is variant 2 (bevoegdheid college) gekozen, die aansluit bij de oude ASVT.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 3. Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verlenen van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en de door de raad vastgestelde

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 3. Subsidieregelingen Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. In een

beleidskaders en - indien de begroting nog niet is vastgesteld dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2. Het college is bevoegd om beleidsregels vast te stellen en om voorwaarden aan de subsidiebeschikking te verbinden. 3. Subsidie kan verleend worden aan rechtspersonen en aan natuurlijke personen.

subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

subsidieregeling kan het college ook afwijken van bepalingen in deze ASVT.

Toelichting op verschillen bij Artikel 3: Dit oude artikel 3 is opnieuw geformuleerd en in lijn met de modelverordening gebracht waarbij deze tekstueel is ingekort. Verschil is dat in de nieuwe ASVT hier wordt aangegeven dat in een subsidieregeling kan worden afgeweken van bepalingen uit de ASV en dit is in de model VNG vermeld in het artikel over de hardheidsclausule. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 4. Evaluatie 1. Het college voldoet op de volgende momenten aan de in artikel 4:24 Awb opgenomen verplichting tot publicatie van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidies: a. Bij de vaststelling en evaluatie van kadernota's, waar subsidieverlening aan de orde is. b. Bij de uitvoering van onderzoeken als bedoeld in de "Verordening onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Tilburg 2003", voor zover deze betrekking hebben op beleidsterreinen, waar subsidieverlening aan de orde is. 2. Daarnaast zal jaarlijks in het kader van publieke verantwoording een lijst worden gepubliceerd van

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 4. Staatssteunregels 4.1 Een aanvraag wordt getoetst aan de staatssteunregels (artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen; 4.2 Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

alle verstrekte subsidies, met een aanduiding van het bijbehorend doel dat de Raad heeft vastgesteld. 3. De werking van deze verordening zelf wordt geëvalueerd in het kader van de evaluatie van de Kadernota Subsidiebeleid 2017-2020.

4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Toelichting op verschillen bij Artikel 4: Het oude artikel 4 betreft evaluatie, dit hoeft feitelijk geen plek te krijgen in de verordening. Evaluatie wordt geborgd in onder andere de Middelennota subsidies en andere kadernota’s . Dit oude artikel is verwijderd. Een nieuw artikel 4 over staatssteunregels is toegevoegd in lijn met de modelverordening, alleen dan tekstueel ingekort. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 5. Subsidieplafonds 1. Het college kan met inachtneming van de bedragen als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening een subsidieplafond vaststellen. 2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Artikel 6. Begrotingsvoorbehoud Indien een subsidie voor meerdere jaren wordt verleend ten laste van een nog niet door de raad vastgestelde begroting is het college bevoegd om tot een tussentijdse vermindering van het subsidie over te gaan onder gelijktijdige aanpassing van de verlangde prestaties. Van deze bevoegdheid maakt

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Variant 1 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 5.1 Het college kan subsidieplafonds vaststellen. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld; 5.2 Het college kan een subsidieplafond verlagen als: 5.2.1 het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd door de raad; en 5.2.2 de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting

het college alleen gebruik, indien de budgettaire positie van de gemeente daartoe dringend aanleiding geeft.

subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Variant 2 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen. 2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en

voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; 5.3 Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat wordt verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen; 5.4 Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door de raad, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Toelichting op verschillen bij Artikel 5: De modelverordening biedt twee varianten. In de nieuwe ASVT is variant 1 (bevoegdheid college) gekozen, die aansluit bij de oude ASVT. Daarbij is deze iets aangepast. Enerzijds omwille van de leesbaarheid maar er is ook een klein verschil met de model VNG. In de model VNG wordt gesproken over het vaststellen van een plafond binnen een regeling. In de nieuwe ASV wordt rekening gehouden dat ook buiten een regeling een plafond wordt vastgesteld en dan zal daarbij ook de wijze van verdeling moeten worden opgenomen. Daar waar in artikel 5.2.1 en 5.4 wordt gesproken over de raad wordt gerefereerd aan de bevoegdheid van de raad om de programmabegroting vast te stellen.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017

Artikel 7. Programma van eisen 1. Het college kan alvorens één of meer instellingen in de gelegenheid te stellen een subsidieaanvraag in te dienen, een programma van eisen vaststellen.

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 6. Aanvraag 6.1 Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld, moet dat formulier worden gebruikt;

2. In het programma van eisen wordt 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de aangegeven voor welke doelstellingen en volgende gegevens over: indien van toepassing voor welk budget a. een beschrijving van de activiteiten subsidie kan worden verkregen. waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 3. Het college is bevoegd om één dan wel b. de doelen en resultaten welke met die meerdere instellingen de gelegenheid te bieden activiteiten worden nagestreefd, en hoe de om een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in activiteiten daaraan bijdragen; te dienen. c. een begroting van en een dekkingsplan Artikel 8. Bij aanvraag in te dienen gegevens 1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Indien door het college een aanvraagformulier is vastgesteld, dient hiervan gebruik gemaakt te worden. 2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; b. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd c. een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. 3.

Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij, indien het een rechtspersoon betreft, een exemplaar van de oprichtingsakte, een

voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

6.2 Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: 6.2.1 een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 6.2.2 de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; 6.2.3 een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat waar van toepassing een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; een handreiking in de vorm van de modellen A en B vindt u op de website van de gemeente Tilburg. 6.2.4 Indien het college daar om vraagt, een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); 6.2.5 als de aanvrager een egalisatiereserve voor gemeente Tilburg heeft, de stand van de egalisatiereserve voor gemeente Tilburg op het moment van de aanvraag 6.3 Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie van € 30.000 of meer aanvraagt, overlegt tevens: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, het meest recente jaarverslag en de meest recente jaarrekening;; 6.4 Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de

overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. 4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.

3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.] 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

aanvraag noodzakelijk, voldoende, zijn.

respectievelijk

Toelichting op verschillen bij Artikel 6: - In de oude ASVT lezen we nog het gebruik van een programma van eisen. Het college heeft uitgesproken dit instrument niet meer te willen gebruiken. Om die reden komt dit niet terug in de nieuwe ASVT. - In de oude ASVT werd aan aanvragers van een jaarlijkse subsidie gevraagd extra documenten te overleggen zoals een oprichtingsakte. In de nieuwe ASVT komt het begrip jaarlijkse subsidie niet terug, maar wordt conform model VNG aangesloten bij het begrip subsidie. Verschil met de oude ASVT is dat een overzicht van de bestuurssamenstelling in de nieuwe ASVT niet wordt gevraagd. - Een verschil met de model VNG is wel dat de grens voor het aanleveren van deze extra documenten getrokken is voor subsidies van € 30.000 of meer. Dit in het kader van het uitgangspunt van proportionele lastendruk. - Bij de oude ASVT waren er richtlijnen die lieten zien hoe de in te dienen begroting er uit kan komen te zien. In de richtlijnen waren hiervoor modellen A en B opgenomen. Deze modellen worden nu op de gemeentelijke website geplaatst en dienen als handreiking voor subsidie aanvragers. - In de nieuwe ASVT zijn de staatssteunbepalingen uit de model VNG voor ondernemingen tekstueel ingekort. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 9. Aanvraagtermijn 1.

Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 april in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk [datum (bijvoorbeeld 1 juni)] voorafgaand

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 7. Aanvraagtermijn 7.1 Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt aangevraagd, wordt uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking

betrekking heeft, tenzij in het programma van eisen een andere datum wordt genoemd. 2. Een aanvraag om een eenmalige subsidie kan gedurende het jaar worden gedaan, tenzij het college een termijn heeft gesteld voor het indienen voor daarbij aangewezen subsidies. 3. Indien een aanvraag te laat is ingediend neemt het college deze niet in behandeling. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de aanvraag toch in behandeling te nemen.

aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk [aantal] weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen [aantal] en [aantal] weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

heeft ingediend. Door het college kunnen andere termijnen worden gesteld; 7.2 Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 7.3 Bij subsidieregelingen kunnen andere termijnen worden gesteld. 7.4 Indien een aanvraag te laat is ingediend neemt het college deze niet in behandeling. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de aanvraag toch in behandeling te nemen.

Toelichting op verschillen bij Artikel 7: - In de oude ASVT was de aanvraagtermijn op 1 april bepaald voor jaarlijkse subsidies en voor eenmalige subsidies gedurende het jaar. In de nieuwe ASV wordt het begrip subsidie uit de model VNG gevolgd. Daarbij wordt in de nieuwe ASVT de aanvraagtermijn gekoppeld aan een subsidie per kalenderjaar (uiterlijk 1 september) en andere aanvraagperioden (13 weken voor start activiteit). In de model VNG wordt de aanvraagtermijn gekoppeld aan subsidie per kalenderjaar of per boekjaar. - In de nieuwe ASVT wordt in aanvulling op de model VNG en in lijn met de oude ASVT in artikel 7.4 benadrukt dat een aanvraag op tijd binnen dient te zijn. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 10. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend, tenzij in het programma van eisen een andere datum wordt genoemd.

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 8. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op [datum (bijvoorbeeld 31 december)] van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 8. Beslistermijn 8.1 Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Door het college kan een andere termijn worden gesteld;

2. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.

2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen [aantal] weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

8.2 Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend, dan wel als er een uiterste datum van indiening is vastgesteld, binnen dertien weken gerekend vanaf deze uiterste datum; 8.3 Bij subsidieregelingen kunnen andere termijnen worden gesteld; 8.4 Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen

Toelichting op verschillen artikel 8: - In de oude ASVT werd voor de beslistermijnen onderscheid gemaakt in jaarlijkse en eenmalige subsidies. In de nieuwe ASVT worden de bepalingen uit de model VNG gevolgd. - Nieuw ten opzichte van de oude ASVT is dat de bepalingen uit de model VNG zijn overgenomen met betrekking tot subsidieregelingen en staatsteun. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 11. Weigeringsgronden Subsidieverlening dan wel subsidievaststelling zonder dat daaraan een subsidieverlening is voorafgegaan kan naast de in de artikelen 4: 25 en 4:35 Awb geregelde gevallen ook geweigerd worden, indien : a. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken. b. subsidieverstrekking niet past binnen het op het betreffende beleidsterrein gevoerde beleid dan wel

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 9.1 Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: 9.1.1 als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar inwoners of als ze

de activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben

b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

9.1.2

9.1.3

9.1.4 9.1.5

9.1.6 9.1.7

9.1.8

onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt aangevraagd; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. als de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende financiële middelen kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken. als subsidieverstrekking niet past binnen het op het betreffende beleidsterrein gevoerde beleid dan wel de activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben.

d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. Toelichting verschillen artikel 9 - In de nieuwe ASVT zijn de bepalingen uit lid 3 van de model VNG overgenomen. De bepalingen uit lid 1 en 2 van de model VNG zijn niet overgenomen omdat al in de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat subsidie niet verleend mag worden als dit in strijd is met staatssteunregels. - Aan de bepalingen van de model VNG zijn 2 bepalingen toegevoegd die ook in de oude ASVT waren opgenomen namelijk dat subsidie geweigerd kan worden als een organisatie over voldoende eigen middelen beschikt of als de activiteiten uit de subsidieaanvraag niet passen binnen het door de gemeente gevoerde subsidiebeleid . Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 12. Verlening subsidie 1. Subsidies tot 7.500 euro worden direct vastgesteld via een beschikking tot subsidievaststelling. 2. Subsidies, die meer bedragen dan 7.500 euro, worden verleend via een beschikking tot subsidieverlening. 3. Het college is bevoegd om verplichtingen aan deze beschikkingen te verbinden. 4.

In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ook voor

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 10. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 10. Verlening subsidie 10.1 Subsidies tot en met € 9.000 worden direct vastgesteld via een beschikking tot subsidievaststelling. 10.2 Subsidies, die meer bedragen dan € 9.000, worden verleend via een beschikking tot subsidieverlening. 10.3 Het college is bevoegd om verplichtingen aan deze beschikkingen te verbinden. 10.4 In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ook voor

subsidiebedragen, die hoger zijn dan 7.500 euro, volstaan met een beschikking tot subsidievaststelling

subsidiebedragen, die hoger zijn dan € 9.000, volstaan met een beschikking tot subsidievaststelling.

Toelichting verschil artikel 10 - Ten opzichte van de oude ASVT is in de nieuwe ASVT de grens voor de eerste verantwoordingscategorie opgetrokken naar € 9.000 - Een verschil met de model VNG is dat in de nieuwe ASVT (conform de oude) er niet 3 maar 4 verantwoordingscategorieën zijn met andere financiële grenzen. In de model VNG wordt de grens voor de eerste categorie bepaald op € 5.000. In beide gevallen geldt dat de subsidie in de eerste verantwoordingscategorie direct wordt vastgesteld. Dit is in modelverordening VNG geregeld in artikel 13. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 20. Egalisatiereserve 1. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan worden bepaald, dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve dient te vormen. 2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend komt ten gunste respectievelijk ten laste van de egalisatiereserve. 3. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd. 4. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. 5.

Als de subsidieontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd is als bedoeld in artikel 19 dan is de subsidieontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen. 6. Als de subsidieontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd is als bedoeld in artikel 19 dan is de subsidieontvanger ter zake van

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 12a. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan [bedrag (bijvoorbeeld € 50.000)] bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 11. Egalisatiereserve 11.1 Bij de beschikking tot subsidieverlening kan worden bepaald, dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve dient te vormen. 11.2 Het verschil tussen de baten en lasten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend komt ten gunste respectievelijk ten laste van de egalisatiereserve. 11.3 Indien de subsidieontvanger naast de gemeentelijke subsidie ook nog middelen van derden ontvangt, dient in het financieel verslag duidelijk zichtbaar te worden gemaakt, welk deel van het tekort c.q. overschot respectievelijk ten laste dan wel ten gunste van de gemeentelijke egalisatiereserve is gebracht. Indien dit niet mogelijk is, dan zal het aandeel van de gemeente in het totale resultaat naar rato van het aandeel in de totale baten worden bepaald.

de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen.

11.4

11.5 11.6

11.7

De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is beheerd. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. Als de subsidieontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd is als bedoeld in artikel 21 dan is de subsidieontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen. Voor een besteding van deze reserve anders dan in lid 2 genoemd moet de subsidieontvanger altijd toestemming vragen aan gemeente Tilburg.

Toelichting verschillen artikel 11 - In de nieuwe ASVT worden de bepalingen voor het vormen van een egalisatie reserve overgenomen uit de oude ASVT. In de nieuwe ASVT is er ten opzichte van de oude ASVT een lid toegevoegd om duidelijk te maken hoe de omvang van deze reserve bepaald kan worden als de gemeentelijke subsidie niet de enige inkomsten vormen. De term “belegd” uit de oude ASVT is daarbij vervangen door de term “beheerd”. - De nieuwe ASVT heeft ten opzichte van de model VNG meer bepalingen waarin uitleg wordt gegeven hoe je de omvang van een egalisatiereserve bepaalt en hoe je er mee om dient te gaan. - In de nieuwe ASVT wordt een relatie gelegd met artikel 21 die regelt in welke gevallen er een vergoeding voor vermogensvorming nodig is. - Een verschil met de model VNG is dat in de nieuwe ASVT duidelijk wordt gemaakt dat voor de besteding van de egalisatiereserve anders dan een negatief exploitatieresultaat toestemming nodig is van de gemeente Tilburg. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 18. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 12. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor de volgende handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb : a. Het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon. b. Het ontbinden van de rechtspersoon. c. Het doen van aangifte tot zijn faillissement of het vragen van surseance van betaling. d. Het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van subsidiegelden dan wel de lasten daarvan mede worden bekostigd uit subsidiegelden.

1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

12.1 Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college; 12.2 Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: 12.2.1 beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; 12.2.2 relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; 12.2.3 ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; 12.2.4 wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. 12.2.5 het doen van aangifte tot zijn faillissement of het vragen van surseance van betaling. 12.3 Een subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van subsidiegelden dan wel de lasten daarvan mede worden bekostigd uit subsidiegelden.

Toelichting verschillen artikel 12 - In dit artikel worden in de nieuwe ASVT de bepalingen van de model VNG overgenomen. - Een verschil met de model VNG is dat in de nieuwe ASVT de gemeente ook geïnformeerd wil zijn als er sprake is van het doen van aangifte van faillissement of het vragen van surseance van betaling. - In de nieuwe ASVT behoeft de subsidieontvanger toestemming voor het vervreemden of bezwaren van registergoederen als deze mede met subsidiegelden zijn bekostigd. In de model VNG is dit niet opgenomen. - Een verschil met de oude ASVT is dat er in de nieuwe ASVT alleen voor het vervreemden van registergoederen die mede met subsidie zijn bekostigd toestemming nodig is, terwijl in de oude ASVT ook toestemming nodig is voor het oprichten of ontbinden van een rechtspersoon of het aanvragen van surseance van betaling. Hiervoor is in de nieuwe ASVT geregeld dat de subsidieontvanger het college schriftelijk informeert.

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 16 Tussentijdse rapportage Het college kan voorwaarden stellen aan de subsidieontvanger over wijze en tijdstip van tussentijds rapporteren over de voortgang van de activiteiten. Artikel 21 Voorlopig verslag Het college kan bepalen dat een instelling vóór 31 januari van het jaar volgende op het subsidiejaar een voorlopig verslag moet indienen omtrent de door haar met het subsidie geleverde prestaties.

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 13.1 Het college kan voorwaarden stellen aan de subsidieontvanger over wijze en tijdstip van tussentijds rapporteren over de voortgang van de activiteiten; 13.2 Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 13.3 Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden.

strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. Toelichting op de verschillen artikel 13: - In de nieuwe ASVT worden de bepalingen van de model VNG gevolgd waarbij ook andere verplichtingen kunnen worden opgelegd dan genoemd in artikel 4:37 AWB. Daarbij is in de model VNG de bepaling rondom de vergoeding vermogensvorming ook in dit artikel geregeld en in de nieuwe ASVT is dat in artikel 21 geregeld.

- In de model VNG is de grens voor het kunnen vragen van een tussentijdse verantwoording gesteld op minimaal € 50.000. In de nieuwe ASVT is deze grens niet gesteld. - In de oude ASVT werd gesproken over een tussentijdse rapportage en een voorlopig verslag. Beide rapportagemogelijkheden zijn in de nieuwe ASVT geregeld in artikel 13.1

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst ASVT 2017 Artikel 13 Indexering Indien een subsidie voor meerdere jaren wordt verleend, wordt behoudens wanneer in de beschikking anders is bepaald, het bedrag jaarlijks als volgt geïndexeerd : a. Indexering geschiedt op basis van de cijfers die het Centraal Planbureau bekend maakt via het Centraal Economisch Plan. b. De indexering voor het volgende jaar wordt voor 35 % bepaald door de prognose van de prijs overheidsconsumptie "netto materieel (IMOC)" en voor 65 % door de prognose van de prijs overheidsconsumptie "beloning werknemers". c. Aan de uitkomst bedoeld bij 2. wordt toegevoegd een herberekening van de indexering van de twee voorgaande jaren, zonder dat over die jaren sprake is van een verrekening.

Tekst Modelverordening 2019

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 14. Indexering Indien een subsidie voor meerdere jaren wordt verleend, wordt behoudens wanneer in de beschikking anders is bepaald, het bedrag jaarlijks als volgt geïndexeerd: 14.1 Indexering geschiedt op basis van de door het Centraal Planbureau jaarlijks in maart (jaar ‘N’) gepubliceerde raming van de verwachte prijsindex jaar N+1 zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan. 14.2 De in artikel 14.1 bedoelde indexering is een gewogen indexering die voor 35 % wordt bepaald door de prognose van de prijs overheidsconsumptie "netto materieel (IMOC)" en voor 65 % door de prognose van de prijs overheidsconsumptie "beloning werknemers". 14.3 Aan de uitkomst zoals bedoeld bij 14.2 wordt toegevoegd de waarde van de gewogen indexering van de twee voorgaande jaren (jaren N en N-1). De totale gewogen indexering is de som van de gewogen indexering van de jaren N-1, N en N+1.

Toelichting verschillen artikel 14 In tegenstelling tot de model VNG is er zowel in de oude als de nieuwe ASVT ervoor gekozen om hierin de indexeringsmethodiek op te nemen. Daarmee wordt duidelijkheid verschaft hoe subsidies worden geïndexeerd. In de nieuwe ASVT is dezelfde methodiek opgenomen als in de oude ASVT maar is deze tekstueel omwille van de leesbaarheid iets aangepast.

Oude tekst ASVT 2017

Tekst Modelverordening 2019

Artikel 14. Betaling en bevoorschotting 1. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in de beschikking tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. 2. In bijzondere gevallen kan het college vooruitlopend op een beschikking tot subsidieverlening al tot bevoorschotting over gaan.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 15. Betaling en bevoorschotting 15.1 Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in de beschikking tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. 15.2 In bijzondere gevallen kan het college vooruitlopend op een beschikking tot subsidieverlening al tot bevoorschotting over gaan.

Artikel 15. Verrekening Aan de gemeente verschuldigde bedragen verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend kunnen worden verrekend met te betalen subsidiebedragen

Toelichting verschillen artikel 15 - In de modelverordening VNG is in artikel 13.3 er voor de categorie subsidies tot € 5.000 een bepaling over bevoorschotting opgenomen. Voor de andere categorieën niet. In de toelichting op de model VNG wordt aangegeven dat dit een facultatieve bepaling is die ook voor de andere categorieën opgenomen kan worden. In onze nieuwe ASVT is net als in de oude ASVT ervoor gekozen in dit artikel aan te geven hoe de subsidieontvanger geïnformeerd wordt over bevoorschotting. - In de oude ASVT werd de mogelijkheid genoemd van het verrekenen van verschuldigde bedragen met nog te betalen subsidies. Aangezien deze mogelijkheid reeds geregeld is in AWB 4:57 hoeft deze bepaling niet in de nieuwe ASVT terug te komen. Artikelen 16 wordt als volgt: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 22. Cumulatie De in de artikelen 23, 24, 25 en 26 genoemde bedragen zien op de in totaal aan een aanvrager in een kalenderjaar toegekende subsidiebedragen.

Tekst Modelverordening 2019

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 16. Cumulatie De in de artikelen 17, 18, 19 en 20 genoemde bedragen zien toe op de in totaal aan een aanvrager in een kalenderjaar toegekende subsidiebedragen.

Toelichting artikel 16: Zowel in de oude ASV als in de nieuwe ASV is er voor gekozen dat de verantwoordingscategorie waarin een subsidieontvanger valt afhankelijk is van het totaal van de in een jaar ontvangen subsidies van de gemeente Tilburg. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 23. Verantwoording subsidies tot 7.500 euro 1. Voor subsidies tot 7.500 euro vindt verantwoording plaats door middel van een melding of de activiteit, waarvoor het subsidie bestemd was, heeft plaatsgevonden. 2. Deze melding dient uiterlijk 13 weken nadat de activiteit volgens planning plaats zal vinden te worden gedaan dan wel, indien het om een jaarlijks subsidie gaat, vóór 1 mei van het volgende jaar. 3. Het college kan bij de vaststellingsbeschikking aanvullende eisen opleggen ten aanzien van de verantwoording.

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 13. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen [aantal] weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Als bij verlengingsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen [aantal] weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 17. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 9.000 17.1 Voor subsidies tot en met € 9.000 vindt verantwoording plaats door middel van een melding of de activiteit, waarvoor het subsidie bestemd was, heeft plaatsgevonden. 17.2 Deze melding dient uiterlijk 13 weken nadat de activiteit volgens planning heeft plaatsgevonden te worden gedaan dan wel, indien het om een subsidie per kalenderjaar gaat, vóór 1 mei van het volgende jaar. 17.3 Het college kan bij de vaststellingsbeschikking aanvullende eisen opleggen ten aanzien van de verantwoording.

Toelichting verschillen artikel 17: - Ten opzichte van de oude ASVT is in de nieuwe ASVT de grens voor deze categorie opgetrokken van € 7.500 naar € 9.000. In de model VNG is dit € 5.000.

-

-

In de model VNG worden subsidies direct vastgesteld tenzij in de beschikking een bepaling is opgenomen dat de subsidieontvanger op de activiteiten dient te verantwoorden. In de oude en nieuwe ASVT worden subsidies in deze categorie direct vastgesteld, maar dient de subsidieontvanger wel standaard te melden of de activiteit heeft plaatsgevonden. In de model VNG is de bevoorschotting voor de categorie subsidies tot € 5.000 in dit artikel is geregeld terwijl dit zowel in de oude als de nieuwe ASVT in een separaat artikel (in nieuwe ASVT artikel 15) is geregeld voor alle categorieën.

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 24. Verantwoording subsidies vanaf 7.500 euro tot 25.000 euro 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 7.500 euro, maar minder dan 25.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen. 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk [aantal] weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

Nieuwe tekst ASVT 2023 Artikel 18. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tussen € 9.000 en € 30.000 18.1 Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 9.000, maar minder dan € 30.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: 18.1.1 bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend. 18.1.2 bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. 18.2 De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen. 18.3 Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde

gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Toelichting verschillen artikel 18: - De nieuwe ASVT kent dezelfde bepalingen als de oude ASV, echter de bedragen waar deze categorie betrekking op heeft zijn aangepast. In de oude ASVT ging het om € 7.500 tot € 25.000. In de nieuwe ASVT is dit van €9.000 tot € 30.000. In de model VNG is dit van € 5.000 tot €50.000. - In de oude ASVT zijn de verantwoordingstermijnen gekoppeld aan de begrippen jaarlijkse en eenmalige subsidie. In de nieuwe ASVT is dit gekoppeld aan de begrippen subsidie per kalenderjaar en overige subsidies oftewel andere aanvraagperioden. - In de model VNG kunnen ook andere gegevens worden gevraagd indien dit in de subsidieregeling is bepaald. In de nieuwe (en oude) ASVT is dit niet gekoppeld aan een subsidieregeling.

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: Oude tekst ASVT 2017 Artikel 25. Verantwoording subsidies vanaf 25.000 euro tot 125.000 euro. 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 25.000 euro, maar minder dan 125.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten. tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. Indien de subsidieontvanger van meerdere instanties subsidie ontvangt en deze een latere indieningsdatum van de verantwoording hanteren,

Tekst Modelverordening 2019 Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op [datum (bijvoorbeeld 30 april)] van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk [aantal] weken na afloop van het betrokken boekjaar; c. in andere gevallen uiterlijk [aantal]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13187903/1