CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting (ontwerpbestemmingsplan)

Raadsvergadering 19 december 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel BP Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)26.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021031-b001

19 juli 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied

2

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen

2 2 3

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan

5

2.1 Stedenbouwkundig plan 2.2 Programma 2.3 Beeldkwaliteit

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Gemeente

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.4 Volkshuisvesting 4.5 Groen en speelruimte 4.6 Verkeer en parkeren

5 6 6

7 7 8 12

15 15 15 16 18 19 23

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten

30

5.1 Inleiding 5.2 Milieueffectrapportage 5.3 Milieuhinder bedrijven 5.4 Externe veiligheid 5.5 Vuurwerk 5.6 Geluid 5.7 Lucht 5.8 Bodem 5.9 Natuur en ecologie 5.10 Geur 5.11 Trillingen

30 30 31 32 36 36 38 41 41 47 47

Hoofdstuk 6 Wateraspecten

48

6.1 Proces watertoets 6.2 Huidige situatie 6.3 Beleidskader 6.4 Toekomstige situatie 6.5 Conclusie

48 48 49 52 54

Hoofdstuk 7 Opzet planregels 7.1 Inleiding 7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels 7.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels 7.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels 7.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog en vooroverleg 9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro

55 55 55 55 55 56

57 57

58 58

9.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.3 Omgevingsdialoog 9.4 Zienswijzen

58 58 58

Toelichting

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Tiwos en Poort van Poort van Stappegoor C.V. zijn voornemens om op de locatie 'Poort van Stappegoor' te Tilburg woningen in de vorm van appartementen te realiseren. De ontwikkeling van 'Poort van Stappegoor' neemt een belangrijke positie in de transformatie van het gebied Stappegoor. Het gebied Stappegoor is een sport-, onderwijs- en recreatiegebied en zal de komende jaren transformeren naar een levendig stedelijk gebied waar mensen wonen, werken, winkelen, onderwijs genieten, sporten en recreëren. De beoogde woningbouw op de locatie past niet in het vigerend bestemmingsplan 'Stappegoor 2013'. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van de transformatie van het sport-, onderwijs- en recreatiegebied Stappegoor naar een nieuwe levendige wijk. Stappegoor bevindt zich in het zuiden van Tilburg en ligt tussen de Ringbaan Zuid en de Rijksweg A58. In het plangebied zijn diverse sport- en onderwijsinstellingen gesitueerd waaronder het Koning Willem II Stadion, de Ireen Wüst Ijsbaan, het Recreatiebad Stappegoor, het Koning Willem II College, Fontys Hogeschool en het ROC Tilburg.

Figuur 1.1: Globale ligging Stappegoor (witte stippellijn) en plangebied Poort van Stappegoor (gele stippellijn) (bron: StreetSmart, Cyclomedia) Het plangebied is centraal gelegen in Stappegoor. Het plangebied wordt begrensd door de Ringbaan Zuid aan de noordzijde, een bedrijfspand aan de oostzijde, de Apennijnenweg aan de zuidzijde en de Stappegoorweg aan de westzijde. Ten oosten van het plangebied grenst het woongebied Zuiderpark. De Stappegoorweg vormt (vanaf de Ringbaan Zuid) de entree van het gebied Stappegoor. In figuur 1.2 is de indicatieve begrenzing van het plangebied opgenomen. In de bestaande situatie bestaat het plangebied deels uit een braakliggend terrein van een oud leegstaand kantoorpand (Apennijnenweg 11) en tien voormalig na-oorlogse maycrete woningen langs de Ringbaan Zuid en een info/adviespunt voor studenten van het ROC Tilburg (Studenten Adviespunt 013, Apennijnenweg 9).

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

2

Figuur 1.2: Indicatieve begrenzing plangebied (bron: StreetSmart, Cyclomedia)

1.3 Voorgaande plannen In het plangebied vigeren op het moment de volgende plannen: Bestemmingsplan Datum vaststelling Stappegoor 2013 22-10-2015 Tilburg, Terrasregels 2019 01-07-2019 Tilburg, Appartementen 2019 17-12-2019 Tilburg, Parkeerregeling 2017 07-08-2018 Stappegoor 2013 In het bestemmingsplan 'Stappegoor 2013' gelden ter plaatse van het plangebied de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Verkeer' en 'Wonen'. De beoogde nieuwbouwwoningen in de vorm van appartementen zijn op grond van deze bestemmingen niet toegestaan.

Figuur 1.3: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Stappegoor 2013' ter hoogte van het plangebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Tilburg, Terrasregels 2019 Binnen het plangebied geldt tevens het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, Terrasregels 2019', dat op 1 juli 2019 onherroepelijk is geworden. Met dit parapluplan is het beleid met betrekking tot terrassen bij horecagelegenheden, die in de vigerende bestemmingsplannen zijn opgenomen, vervangen door het meest recent vastgestelde terrassenbeleid. Het voorliggend bestemmingsplan maakt geen horeca mogelijk. De regels uit het parapluplan zijn niet relevant voor voorliggend bestemmingsplan.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

3

Tilburg, Appartementen 2019 Binnen het plangebied geldt tevens het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, Appartementen 2019', dat op 17 december 2019 onherroepelijk is geworden. In dit parapluplan zijn de beleidsregels met betrekking tot de realisatie van zeer kleine appartementen, vastgesteld op 25 juni 2018, toegevoegd aan de vigerende bestemmingsplannen. Deze beleidsregels zijn alleen van toepassing voor de gronden met de bestemming 'Gemengd'. Van zeer kleine appartementen (met een gebruiksoppervlak onder de 50 m2) is in voorliggend bestemmingsplan geen sprake. De regels uit het paraplubestemmingsplan zijn niet relevant voor voorliggend bestemmingsplan. Tilburg, Parkeerregeling 2017 Binnen het plangebied geldt tevens het paraplubestemmingsplan 'Tilburg, Parkeerregeling 2017', dat op 7 augustus 2018 onherroepelijk is geworden. Met dit parapluplan is de parkeerregeling die in de vigerende bestemmingsplannen zijn opgenomen vervangen door het meest recent vastgestelde parkeerbeleid. De nieuwe parkeerregels uit het paraplubestemmingsplan zijn overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

4

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan Dit hoofdstuk gaat in op de stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten van het plan alsmede op de beoogde beeldkwaliteit.

2.1 Stedenbouwkundig plan De beoogde ontwikkeling van het plangebied 'Poort van Stappegoor' bestaat uit drie appartementengebouwen, onderverdeeld in blok A, B en C. De appartementengebouwen worden als een bebouwingsfront langs de Ringbaan Zuid en Stappegoorweg gerealiseerd. De drie blokken/gebouwen hebben verschillende bouwhoogtes. Gebouw A wordt een hoge toren met een bouwhoogte van maximaal 51 meter. De toren vormt de markering van de entree van Stappegoor. Gebouwen B en C hebben een lagere bouwhoogte van respectievelijk maximaal 17 en 21 meter hoog. De gebouwen B en C hebben ten opzichte van blok A een verspringende rooilijn.

Figuur 2.1: Situatietekening Poort van Stappegoor (bron: KAW, maart 2022) De appartementen worden gesitueerd in een groen-stedelijke woonomgeving, waarin de bestaande structuren (zoals de bestaande bomenrijen) worden behouden en versterkt. Ten zuidoosten van het bebouwingsfront is ruimte beoogd voor een krachtige openbare ruimte door de invulling van een kwalitatief binnenterrein met groen en een wadi. Parkeren wordt voornamelijk opgelost door een half verdiepte parkeergarage onder het binnenterrein. De beoogde parkeergarage heeft een capaciteit van circa 131 parkeerplaatsen. Er worden daarnaast circa 9 parkeerplaatsen op maaiveld gereserveerd. Deze parkeerplaatsen kunnen eventueel (in de toekomst) ingezet worden ten behoeve van deelauto's. In figuur 2.2 is een visualisatie van de beoogde ontwikkeling opgenomen.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

5

Figuur 2.2: Visualisatie Poort van Stappegoor (bron: KAW)

2.2 Programma Deze woningbouwontwikkeling bestaat in totaal uit circa 206 woningen, onderverdeeld in drie gebouwen. Alle woningen in deze ontwikkeling zijn appartementen, waarvan circa 148 worden gerealiseerd voor de sociale huursector en circa 58 appartementen in de vrije huursector. De beoogde appartementen zijn 3-kamer appartementen en hebben allemaal een gebruiksoppervlak tussen circa 70 m2. Met Tiwos is overeengekomen dat minimaal 21 (10% van 206) en maximaal 26 appartementen een kale huur hebben die net onder de liberalisatiegrens liggen. Deze woningen zijn bedoeld voor de zogenaamde secundaire doelgroep die qua inkomen wel in aanmerking komen voor een sociale huurwoning maar niet voor huurtoeslag. Deze doelgroep is vaak aangewezen op het middeldure huursegment. Door toe te staan dat 21 tot 26 woningen in deze categorie verhuurd wordt bedienen we deze doelgroep. Conform de Verordening Middenhuur 2019 zijn dit geen middeldure huurwoningen, maar sociale huurwoningen. Op het gebiedsniveau van Groot Stappegoor blijft het aandeel middeldure huur meer dan 10%. In de regels van het bestemmingsplan in opgenomen dat ten minste 59% aan sociale huurwoningen dienen te worden gerealiseerd. Op basis van 206 woningen komt dit overeen met 122 woningen.

2.3 Beeldkwaliteit Voor de gehele ontwikkeling van Stappegoor is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld met als doel om bij de planontwikkeling de stedenbouwkundige samenhang en architectonische diversiteit van de verschillende deelgebieden te waarborgen. In de beeldkwaliteitsparagraaf is deze stedenbouwkundige samenhang en diversiteit vertaald naar ontwerprichtlijnen voor de architectuur en de inrichting van het openbaar gebied. De richtlijnen beschrijven en verbeelden verschillende aspecten, zoals karakter, hoogteaccenten, geleding, kleur, materiaal en textuur op hoofdlijnen voor de gehele ontwikkeling van Stappegoor en Poort van Stappegoor in het bijzonder. De beeldkwaliteitsparagraaf is in zijn geheel opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. Koppeling met het bestemmingsplan De planregels en de verbeelding vormen een planologisch juridische vertaling van de belangrijkste stedenbouwkundige en architectonische aspecten uit de beeldkwaliteitsparagraaf. In de planregels zijn eisen opgenomen voor het maximale bebouwde oppervlak, de maximale goot- en bouwhoogte en de afstand tot de perceelsgrenzen (rooilijnen).

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

6

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijk 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI is de langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland opgenomen. Binnen de NOVI staat het versterken van de omgevingskwaliteit in Nederland centraal. De omgevingskwaliteit is een overkoepeld begrip waarbinnen kwaliteit op de thema's gezondheid, duurzaamheid, veiligheid, milieu en leefomgeving wordt gewaarborgd. Om keuzes te maken binnen de NOVI wordt er gebruikgemaakt van een omgevingsinclusieve benadering en de volgende drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Binnen de NOVI zijn een aantal nationale belangen beschreven, de opgaven die hier uit zijn voortgekomen zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Ter uitvoering van de NOVI is een uitvoeringsagenda opgesteld, hierin wordt beschreven hoe de rijksoverheid invulling gaat geven aan de praktische uitwerking van de belangen en prioriteiten die zijn beschreven in de NOVI.

Daarnaast is er een overzicht opgenomen van de instrumenten die worden gebruikt ter uitwerking op verschillende beleidsterreinen. Deze uitvoeringsagenda wordt regelmatig geactualiseerd, op dit moment is de uitvoeringsagenda 2021-2024 van kracht. In de uitvoeringsagenda is niets opgenomen dat op dit moment een directe invloed heeft op Tilburg of het plangebied van Poort van Stappegoor. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen.

Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het plangebied is niet gelegen in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. Het Barro heeft geen directe gevolgen voor onderhavig plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Op grond van art. 3.1.6. Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art 3.1.6. Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog opeen zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

7

ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijke gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Relevantie In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling is ingevolge jurisprudentie bepaald dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst dient te worden aan de Ladder. Voorliggend initiatief betreft de bouw van circa 206 woningen, waardoor toetsing aan de Ladder aan de orde is. Hierna wordt allereerst ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor woningbouw, vervolgens wordt ingegaan op de mogelijkheden om in het bestaand stedelijk gebied te voorzien in de behoefte. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant.

In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Het plan tot de bouw van circa 206 appartementen waarvan minmaal 59% sociaal past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro).

Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.

3.2 Provincie 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie Net als het Rijk beschikt de provincie Noord-Brabant vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet over een omgevingsvisie: de Brabantse Omgevingsvisie. Deze visie is in december 2018 vastgesteld door provinciale staten van Noord-Brabant. De Brabantse Omgevingsvisie bevat de ambities van de provincie Noord-Brabant voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de periode tot 2050. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen, die doelen zijn nog steeds opgenomen in bijvoorbeeld de SVRO. Bij een eventuele strijdigheid tussen de SVRO en de omgevingsvisie is de omgevingsvisie leidend. De Brabantse Omgevingsvisie zet in op behouden en verdere ontwikkeling van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De provincie richt zich met de Brabantse Omgevingsvisie op vier hoofdopgaven: 1. De energietransitie. 2. Ontwikkeling van een Noord-Brabant dat om kan gaan met klimaatverandering. 3. Noord-Brabant als slimme netwerkstad. 4. Behouden en verder ontwikkelen van een concurrerende en duurzame economie. Net als het Rijk streeft de provincie met de Brabantse Omgevingsvisie naar een manier van het benaderen van initiatieven in de fysieke leefomgeving die uitgaat van vertrouwen en het gezamenlijk met publieke en private partijen zoeken naar mogelijkheden om een initiatief te realiseren.

Daarbij moeten initiatieven een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

8

Relevantie Voor de provincie Noord-Brabant ligt de voorkeur voor woningbouw bij herbestemmings- en transformatieopgaven. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De beoogde ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling op een voormalig bedrijventerrein en vindt plaats binnen de contouren van het bestaand stedelijk gebied. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van de integrale verstedelijkingsopgave is een samenspel tussen gemeenten, marktpartijen, burgers en provincie. De provincie wil een actieve rol spelen in dit samenspel door de regionale afspraken te bevorderen en te sturen op zorgvuldig ruimtegebruik. De Brabantse Omgevingsvisie heeft een doorwerking in de regels met de interim omgevingsverordening. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Brabantse Omgevingsvisie. 3.2.2 Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 in werking getreden. De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO).

De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor ruimtelijke procedures. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven. Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen.

De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Bij een evenwichtige toedeling van functies dient invulling gegeven te worden aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in deze verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1. zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 interim omgevingsverordening); 2. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7 interim omgevingsverordening); 3. meerwaardecreatie (artikel 3.8 interim omgevingsverordening). Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Met zorgvuldig ruimtegebruik wordt bedoeld dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

9

in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Tilburg. Met de ontwikkeling is sprake van de herontwikkeling van een deels braakliggend terrein, tien voormalig gelijksvloerse na-oorlogse maycrete woningen (reeds gesloopt) en een kantoorpand welke in gebruik is door Studenten Adviespunt 013. Door deze locatie te gebruiken voor het realiseren van appartementen wordt voorkomen dat buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling inpasbaar is en sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast dient bij stedelijke ontwikkeling toepassing gegeven te worden aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.3 van de toelichting is reeds de ladder voor duurzame verstedelijking aan bod gekomen. Binnen Tilburg is behoefte aan een woningbouwlocatie met een breed en divers woningaanbod. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De gewenste uitbreidingsrichting moet aanvaardbaar zijn. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling.

Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend. Ondergrond: Tilburg ligt in een zone met dekzandruggen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plangebied ook in een dekzandlandschap ligt. Door zandige bodem vormt het plangebied een gunstige plek voor het bouwen van woningen. Netwerk: In de omgeving van het plangebied zijn een paar beschermde natuurgebieden of gebieden met potentiële waarden voor. Deze gebieden bevinden zich in het buitengebied ten zuiden van de kern Tilburg. Het plangebied grenst daarnaast aan twee belangrijke ontsluitingswegen, namelijk de Ringbaan Zuid en de Stappegoorweg. Tevens ligt het plangebied in de nabijheid van de A58. Hierdoor is het plangebied goed bereikbaar. Het plangebied maakt onderdeel uit van het sport-, onderwijs- en recreatiegebied Stappegoor. In Stappegoor bevinden zich veel recreatiemogelijkheden. In tegenstelling tot de rest van Stappegoor kent het plangebied echter geen recreatieve functies en/of waarden. Occupatie: De tien na-oorlogse maycrete woningen langs de Ringbaan Zuid zijn inmiddels gesloopt. Deze woningen waren in 1947 gebouwd en boden aan weinig personen woonruimte. Daarnaast is nog een deel van het plangebied braak komen te liggen door de sloop van een voormalig kantoorpand. Het kantoorpand aan de Apennijnenweg 9 is nog wel in gebruik.

De ontwikkeling Poort van Stappegoor maakt onderdeel uit van de grotere gebiedsontwikkeling van Stappegoor. Met de gebiedsontwikkeling wordt een transformatie van het gebied tot een levendig stedelijk gebied beoogd, waarbinnen mensen wonen, werken, winkelen, onderwijs genieten, sporten en recreëren. Het plangebied is aan zuidkant van Tilburg nabij het centrum van Tilburg gelegen. Direct ten oosten van het plangebied bevindt zich de woonwijk Zuiderpark. Conclusie: Het plangebied kent met een braakliggend terrein en een kantoorpand een lage dichtheid van mensen. Daarentegen biedt het plangebied vanwege de ligging ten opzichte van het centrum van Tilburg en de omliggende wegennetwerken potenties om, in een bestaand sport-, onderwijs- en recreatiegebied, woningbouw toe te voegen en functiemenging te creëren. Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens om Stappegoor te transformere tot een levendig stedelijk gebied. Op basis van bovenstaande kan opgemaakt worden dat de gewenste woningbouwlocatie voldoende potenties voor woningbouw heeft en dat de belemmeringen van de bestaande en potentiële kwaliteiten niet te verwachten zijn. Het plangebied is geschikt als woningbouwlocatie.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

10

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Door de invulling van het plangebied tot woningbouwlocatie kijgt het plangebied en haar omgeving meer waarde. Met de invulling van de woningbouwontwikkeling Poort van Stappegoor wordt ingezet op een hoogwaardige woonwijk, met veel ruimte voor groen, in de buurt van sport-, onderwijs en recreatiemogelijkheden. Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel.

Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. Stedelijk gebied, concentratiegebied (kaart 3) Het plangebied ligt op basis van de interim omgevingsverordening binnen het stedelijk gebied, binnen het concentratiegebied. De volgende artikelen van de interim omgevingsverordening zijn voor het plangebied en de beoogde ontwikkeling relevant: Externe werking natuur netwerk brabant (artikel 3.16) Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het stedelijk gebied toestaat, mag geen aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het NNB geven. Het Wilhelminakanaal, ten noorden van het plangebied, maakt deel uit van het NNB. Het kanaal is aangewezen als ecologische verbindingszone. In paragraaf 5.9 komen de effecten van de beoogde ontwikkeling op beschermde gebied, waaronder het NNB, aan bod. Duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42) Het uitgangspunt voor een duurzame stedelijke ontwikkeling is eerst de mogelijkheid in het Stedelijk gebied benutten of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Bij duurzame stedelijke ontwikkeling vormt zorgvuldig ruimtegebruik het uitgangspunt.

Onder het kopje 'Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik' is reeds geconcludeerd dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Diep grondwaterlichaam (kaart 1) Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben de verplichting vanuit de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn om grondwater dat nu en voor de toekomst geschikt is voor de winning van drinkwater te beschermen. De onconventionele winning van koolwaterstoffen brengt risico’s met zich mee, die de kwaliteit van het grondwater voor drinkwaterwinning bedreigen. Boven, in of onder een Diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Van winning van koolwaterstof is in voorliggend geval geen sprake. Geen attentiezone waterhuishouding (kaart 1) Binnen het specifieke werkingsgebied geen attentiezone waterhuishouding geldt een vrijstelling voor de vergunningplicht voor het onttrekken van grondwater indien de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m³ per uur bedraagt en de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter onder maaiveld. Bescherming Natura 2000 (kaart 2) Binnen het specifieke werkingsgebied bescherming Natura 2000 gelden bepalingen ten aanzien van agrarische beregening uit grondwater. Er is in voorliggend bestemmingsplan geen sprake van agrarisch grondgebruik en beregening.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

11

Verbod uitbreiding veehouderij (kaart 2) en stalderingsgebied (kaart 7) Het plangebied is gelegen binnen de specifieke werkingsgebieden verbod uitbreiding veehouderij en stalderingsgebied. Voor beide specifieke werkingsgebieden gelden beperkingen voor veehouderij. Van veehouderij en/of het uitbreiden van veehouderij is geen sprake met de beoogde ontwikkeling. Conclusie De beoogde ruimtelijke ontwikkeling is passend binnen de kaders van de interim omgevingsverordening.

3.3 Gemeente 3.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie; <0000> de Regiostrategie; <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> binnenstad van de 21e eeuw; <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing; <0000> modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven; <0000> modern Industrieel Cluster Midden-Brabant. De drie stadsregionale parken zijn: <0000> stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven; <0000> stadsregionaal park Stadsbos013; <0000> stadsregionaal park Noord.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

12

De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> bedrijvenpark Zuid; <0000> zorgcluster Leijpark; <0000> duurzaam energielandschap Noord. De twee ecologische verbindingszones: <0000> aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied; <0000> aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.

Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten; <0000> basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig; <0000> vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk; <0000> brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding; <0000> differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners; <0000> cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal; <0000> groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar; <0000> goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen; <0000> betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers; <0000> economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken. Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.

Conclusie Met de ontwikkeling van de woningebouwlocatie Poort van Stappegoor is veel aandacht voor groen en openheid. De ontwikkeling draag bij aan de doelstelling van Tilburg een aantrekkelijke stad te zijn. 3.3.2 Koersdocument Stappegoor Het Koersdocument Stappegoor is op 26 september 2019 vastgesteld. Het koersdocument is de onderlegger voor een integrale gebiedsontwikkeling van Stappegoor. Het plangebied voor de ontwikkeling Poort van Stappegoor valt in zijn geheel binnen de Apennijnenzone, zoals beschreven in het koersdocument. De Apennijnenzone is in het koersdocument aangewezen als multifunctioneel ontwikkelgebied met sport, onderwijs en stedelijk wonen. De Apennijnenzone bestaat uit een noordelijke helft en een zuidelijke helft. De zuidelijke helft wordt door zijn centrale ligging binnen Stappegoor, bij uitstek geschikt bevonden voor nieuwe (boven)stedelijke ontwikkelingen. De noordelijke helft wordt ook geschikt bevonden voor nieuwe stedelijke voorzieningen, maar dit wordt minder benadrukt. Het plangebied voor de Poort van Stappegoor bevindt zich in de Noordelijke helft van het plangebied.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

13

Het beoogde woonmilieu voor de Apennijnenzone is een centrum-groenstedelijk woonmilieu (appartementen), dat zich onderscheidt van de rest van de woonmilieus binnen Stappegoor. Het Centrum-groenstedelijk woonmilieu is opgebouwd uit de volgende uitgangspunten: <0000> in beginsel gestapelde (woon)bebouwing; <0000> combinatie met andere niet-woonfuncties mogelijk; <0000> lagere dichtheid dan in centrum-stedelijke gebieden; <0000> bebouwing met een ''menselijk maat'', waarbij een incidenteel hoogteaccent niet wordt uitgesloten; <0000> een aantrekkelijke, groen omgeving, die tot uiting komt zowel binnen de woning (uitzicht op groen) als buiten de woning (verblijfskwaliteit openbare ruimte) <0000> iedere woning heeft minimaal aan één zijde een aantrekkelijke (woon)kwaliteit (uitzicht); <0000> bij voorkeur hebben woningen een tweezijdige oriëntatie. Indien er sprake is van een éénzijdige oriëntatie, dan worden hoge eisen gesteld aan de situering/stedenbouwkundige inpassing van de betreffende woningen (zie vorige aandachtspunt); geen ''drie-hoog-achter''; <0000> royale privé en/of collectieve buitenruimtes, afhankelijk van de wensen en behoeftes van betreffende doelgroep(en).

Indien van toepassing worden groene daktuinen niet uitgesloten/ gestimuleerd; <0000> oplossing van het parkeren die aansluit bij het gewenste woon- en verblijfsmilieu zoals hierboven beschreven, dat wil zeggen dat (creatieve) oplossingen worden gevraagd die beperkt/ zo min mogelijk impact hebben op de ruimtelijke beleving; <0000> oplossing van bergingen en dergelijke die geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit op maaiveld. Het woonprogramma dient afgestemd te worden op basis van de actuele stedelijke woningbouwprogrammering. In ieder geval is een aandachtspunt hierbij dat er genoeg ruimte wordt geboden voor specifieke doelgroepen en spoedzoekers in het sociale segment. De locatie is vanwege de ligging nabij een zorgpunt en de voorzieningen in Stappegoor geschikt voor doelgroepen met zorgbehoeftes, in het bijzonder ouderen. Het realiseren van een gedeelte nultredenwoningen is daarom gewenst. Een nadere verkenning of voor ouderen/zorgbehoevenden geschikte woonvormen ruimte kunnen krijgen op deze locatie is gewenst. De afstemming op de stedelijke woningbouwstrategie is onderbouwd in paragraaf 3.1.3 de ladder voor stedelijke verduurzaming. De geplande woningbouwopgave voor Poort van Stappegoor sluit aan op de visie op de Apennijnenzone als mutlifunctioneel ontwikkelgebied.

De woningbouwopgave staat gepland in de noordelijke helft van het gebied dat zich weliswaar ook leent voor stedelijke voorzieningen, maar niet zo nadrukkelijk als de zuidelijke helft van de Apennijnenzone. Het ligt daarom voor de hand om de woningbouwopgave in de noordelijke helft te situeren, gezien de sterke voorkeur voor stedelijke voorzieningen in de zuidelijke helft. Het ontwerp is afgestemd op het beoogde centrum-groenstedelijk woonmilieu. Dit is toegelicht in paragraaf 2.1. Conclusie De ontwikkeling van Poort van Stappegoor is in lijn met het koersdocument Stappegoor.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

14

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders voor de relevante thema´s voor onderhavig bestemmingsplan. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.2.1 Hoogbouw Algemeen In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Bij deze Handreiking Hoogbouw hoort een prioriteitenkaart hoogbouw, waarop is te zien dat in het plangebied hoogbouw mogelijk is.

Onderzoek en conclusie Met de woningbouwontwikkeling 'Poort van Stappgegoor' is hoogbouw beoogd. In de prioriteitenkaart hoogbouw is te zien dat in het plangebied hoogbouw mogelijk is. Bij de planuitwerking voor hoogbouwlocaties moet aandacht besteed worden aan het zogenoemde projectprofiel uit het Handreiking Hoogbouw. Door CB5 is een onderbouwing opgesteld aan de Handreiking hoogbouw. De onderbouwing d.d. 17 mei 2022 is opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting. 4.2.2 Omgevingscommissie Algemeen Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen.

De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

15

Relevantie en conclusie In de welstandsnota wordt het plangebied in niveau 2: ‘lichte’ welstandstoets, basiskwaliteit. Dit niveau omvat de overige stedelijke beheer-gebieden en het buitengebied. Het zijn gebieden waarvan de ruimtelijke structuur en de gebouwen in mindere mate beeldbepalend zijn voor de stad, ten dele wél voor buurt of wijk. Van nieuwbouwplannen in deze gebieden mag gevraagd worden dat zij niet alleen op zichzelf redelijk zijn, maar ook dat zij bestaande ruimtelijke kwaliteiten in de omgeving respecteren. Kortom: een voldoende kwaliteit is hier de norm. Het stedenbouwkundig ontwerp is op 10 november 2021 beoordeeld door de Omgevingscommissie. Het plan is positief door de commissie ontvangen. De commissie kan zich vinden in de stedenbouwkundige hoofdopzet. Dit gaat over de configuratie van gebouwen, de positionering daarvan, de ensemblewerking en de hoogteopbouw. M.b.t. de verdere architectonische uitwerking zijn er verschillende vragen en opmerkingen. De ambitie voor baksteenarchitectuur met geleding, verfijning, plastiek etc. wordt gedeeld. De referentiebeelden spreken in dat verband zeer aan. De commissie is echter van mening dat de stadse laag sterker kan worden neergezet en dat deze meer betekenis kan krijgen. Het gaat om het activeren van de plinten. Daarnaast vraagt de toren nog om een ontwerpslag.

Het gaat erom de diepte en plastiek die in de gevel aanwezig zijn op stedenbouwkundige schaal meer beleefbaar en leesbaar te maken. Op basis van de reactie wordt de duurzaamheidsparagraaf, zoals opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting, aangepast.

4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.3.1 Archeologie Algemeen Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. De zorg voor het bodemarchief is door deze wet bij gemeenten komen te liggen. De gemeente is verplicht om bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen of aanpassing(en) van oude plannen, rekening te houden met archeologie. Onderzoek Het binnen het plangebied vigerende gemeentelijk archeologie beleid is gebaseerd op verwachtingskaart uit een onderzoek door BILAN uit 2007. Volgens het bijbehorende rapport van de verwachtingskaart dat in 2007 is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan voor het gebied Laar-Stappegoor (zie Archis-zaakidentificatienummer 2152431100), geldt voor het grootste deel van het gebied een concrete verwachting voor de steentijd. Voor het gehele gebied geldt daarnaast een verwachting voor de periode bronstijd tot en met de Romeinse tijd. Voor alle hiervoor genoemde archeologische perioden is deze verwachting alleen van toepassing indien bij archeologisch veldonderzoek kan worden vastgesteld dat de archeologische niveau's in de oorspronkelijke top van de C-Horizont nog intact zijn. Indien dit als gevolg van bodemroeringen in het verleden niet meer het geval is dient de verwachtingswaarde genuanceerd te worden en in veel gevallen bijgesteld naar laag.

Het plangebied ligt binnen bestemmingsplan Stappegoor 2013 (vastgesteld 2015). Dit bestemmingsplan heeft deels overlap met het gebied Laar-Stappegoor, waarvoor in 2007 door BILAN het bovengenoemde onderzoek werd uitgevoerd. In het bestemmingsplan is voor het plangebied geen waarde archeologie afgegeven. Voor gemeente Tilburg is geen recent vastgestelde archeologische beleidskaart beschikbaar. Door het bevoegd gezag, in deze de gemeente Tilburg, is bepaald dat voor het plangebied een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Het plangebied is daarmee onderzoeksplichtig waardoor archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Door Antea Group is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Bureauonderzoek Ringbaan-Zuid 448n-466n en Apennijnenweg 9 - 11' d.d. 4 juli 2022. Het rapport is opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting. Hierna wordt ingegaan op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

16

Het plangebied ligt in het Brabants zandlandschap. Op basis van archeologische onderzoeken uit het onderzoeksgebied geldt er voor onderhavig plangebied een concrete verwachting voor resten daterende vanaf het laat paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Archeologische sporen kunnen aan de bovenzijde van het dekzand (de C-horizont) worden aangetroffen. Resten uit late middeleeuwen en nieuwe tijd worden verwacht vanaf vlak onder het maaiveld, in de regel vanaf circa 0,3 m-mv. De aanwezigheid van archeologische vondsten vanaf het paleolithicum kan tevens niet worden uitgesloten. Omdat in het plangebied een concrete verwachting is op het aantreffen van archeologische resten, adviseert Antea Group om voor het adviesgebied zoals weergeven in figuur 4.1, de archeologische verwachting te toetsen middels een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE, conform BRL4000, KNA 4.1, protocol 4003). In het PvE worden de strategie en de te hanteren methoden en technieken vastgelegd.

Figuur 4.1: De archeologische advieskaart. Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek wordt aanbevolen in het oranje gemarkeerde gebied. Het plangebied is rood omlijnd. De gearceerde delen zijn in het verleden verstoord geraakt en hoeven daarom niet meegenomen te worden tijdens het proefsleuvenonderzoek.

Een nader onderzoek proefsleuven (met eventuele doorstart naar opgraving) wordt uitgevoerd. Ter voorbereiding op dit nader onderzoek is door Antea Group een PvE opgesteld, waarin de uitgangspunten voor het uit te voeren nader onderzoek zijn opgenomen. Het PvE (d.d. 30 juni 2022) is opgenomen als Bijlage 4 bij de toelichting. Op basis van het proefsleuvenonderzoek kan een waardering van de archeologische resten op het terrein worden gegeven. Als zich op het terrein daadwerkelijk behoudenswaardige archeologische resten bevinden, dan kan na overleg met het bevoegd gezag en de opdrachtgever snel worden doorgestart naar een definitieve opgraving van de aangetroffen resten. Totdat het nader onderzoek proefsleuven is uitgevoerd wordt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen ter bescherming van de mogelijke archeologische waarden. Conclusie Met het uitvoeren van het nader onderzoek (met eventuele doorstart naar opgraving van behoudenswaardige archeologische resten) kan worden gesteld dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

17

4.3.2 Cultuurhistorie en monumentenzorg Algemeen Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Onderzoek De voorgenomen ontwikkelingen gaan niet ten koste van cultuurhistorische waarden. Er liggen geen beschermde cultuurhistorische waarden (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beschermd stads- of dorpsgezicht, provinciaal cultuurhistorisch vlak of complex) in het plangebied en ook geen overige niet beschermde cultuurhistorische waarden (bv historische wegen, historisch groen e.d.). Er is daarmee geen sprake van belangrijke negatieve effecten op het aspect cultuurhistorie. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.4 Volkshuisvesting 4.4.1 Woonvisie, Woonagenda, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 Algemeen Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en de woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Centraal staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus. De woonmilieus vormen de basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners. Maar ook passend bij de verschillende leefstijlen. We onderscheiden de volgende woonmilieus: Centrum-Stedelijk, Stedelijk buiten het centrum, Groenstedelijk, Dorps en Landelijk. Hierbij is sprake van een afnemende woningdichtheid, nabijheid en toegang tot voorzieningen en (OV-)bereikbaarheid. Binnen deze woonmilieus vinden verschillende leefstijlen een plek.

Met voorliggende ontwikkeling wordt gebouwd in een centrum groen stedelijk woonmilieu. Woonadvies specifiek voor plangebied In de wijk Stappegoor staan bijna alleen maar grondgebonden woningen (97%), waarvan het grootste gedeelte koop (71%). De rest is voornamelijk particuliere huur (25%). Het is een echte gezinswijk (45% van de huishoudens heeft kinderen) en er zijn weinig huishoudens in sociale minimacategorie (2%). De locatie ligt in een gebied waar < 5% nultredenwoningen zijn en is gelegen nabij een supermarkt en een verzorgingstehuis. Dat maakt de locatie geschikt voor passende huisvesting voor ouderen. De gemeente adviseert de appartementen levensloopbestendig en nultreden uit te voeren. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast en dat certificering plaatsvindt, zowel op woningniveau als op het niveau van de woonomgeving. Deze ontwikkeling levert een goede bijdrage aan de stedelijke behoefte waarbij sprake is van een tekort aan huur- en koopwoningen. In paragraaf 3.1.3 is omschreven op welke wijze regionaal afspraken zijn gemaakt over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit. Voor de kwalitatieve opgave waar Tilburg voor staat, zijn er enkele kwaliteiten waar vanuit het woonbeleid en de opgave in de stad waarde aan wordt gehecht.

Hiervan is de belangrijkste de in voorliggend plan voorziene sociale/middeldure huurwoningen. Stappegoor 2013, 7e herziening (Poort van Stappegoor)

18

Betaalbare (huur)woningen In voorliggend plan worden minimaal 59van alle woningen gerealiseerd als sociale huurwoningen. is overeengekomen dat minimaal 21 (10% van 206) en maximaal 26 appartementen een kale huur hebben die net onder de liberalisatiegrens liggen. Deze woningen zijn bedoeld voor de zogenaamde secundaire doelgroep die qua inkomen wel in aanmerking komen voor een sociale huurwoning maar niet voor huurtoeslag. Deze doelgroep is vaak aangewezen op het middeldure huursegment. Door toe te staan dat 21 tot 26 woningen in deze categorie verhuurd wordt bedienen we deze doelgroep. Conform de Verordening Middenhuur 2019 zijn dit geen middeldure huurwoningen, maar sociale huurwoningen. Op het gebiedsniveau van Groot Stappegoor blijft het aandeel middeldure huur meer dan 10%. Hiermee kan worden geconcludeerd dat voldoende aanbod wordt geboden aan betaalbare woningen. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Tilburgse woonbeleid.

4.5 Groen en speelruimte 4.5.1 Bomenbeleid Tilburg Algemeen Steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van de stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2021 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2021 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2021 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a.

met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12163376/1