CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting met bijlagen Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

Hamerraad 25 januari 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vastellen Bestemmingsplan Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)31.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020013-b001

6 oktober 2020

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 4 1.2 Het plangebied 4 1.3 Voorgaande plannen 5 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur 6 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 7 2.1 Rijk 7 2.2 Provincie 8 2.3 Gemeente 9 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 12 3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 12 3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 13 3.3 Volkshuisvesting 14 3.4 Groen en biodiversiteit 15 3.5 Verkeer en parkeren 18 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 20 4.1 Milieueffectrapportage 20 4.2 Milieuhinder bedrijven 20 4.3 Externe veiligheid 21 4.4 Vuurwerk 22 4.5 Geluid 22 4.6 Lucht 23 4.7 Geur 23 4.8 Bodem 24 4.9 Natuur en ecologie 25 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 28 5.1 Bestaand watersysteem 28 5.2 Beleidskader 28 5.3 Duurzaam watersysteem 29 5.4 Watertoets 30 Hoofdstuk 6 Opzet planregels 32 6.1 Standaard plansystematiek 32 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 32 6.3 Bouw- en gebruiksregels 32 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 33 Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 34 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 34 8.2 Omgevingsdialoog 34 8.3 Zienswijzen 34

Toelichting

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling

<0000>

<0000>

<0000>

Stichting De Wever heeft een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de herontwikkeling van het woonzorgcentrum De Kievitshorst aan de Beneluxlaan 101 in Tilburg. Het plan is om de bestaande hoogbouw te slopen. Hierin bevinden zich circa 160 wooneenheden voor intramurale zorg. De vervangende nieuwbouw betreft: herhuisvesting van Hospice De Sporen vanaf de locatie aan de Bredaseweg 564, circa 12 eenheden; circa 120 wooneenheden voor intramurale zorg; circa 33 wooneenheden voor extramurale zorg.

Op onderstaande afbeelding is de beoogde inrichting te zien. De drie bouwvolumes van TBV Wonen gelegen aan de westzijde van het plangebied zijn bestaand en blijven behouden.

Figuur 1 - inrichting plangebied. bron: architectenbureau visser & bouwman bv Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie AC, nummer 1985 (ged.) en wordt globaal begrensd door de Baden Powellaan in het zuiden, de Beneluxlaan in het oosten, de Everjachtstraat in het noorden en de Europalaan in het westen.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

2

Figuur 2 - ligging plangebied in Tilburg

Figuur 3 - luchtfoto plangebied (omkaderd met stippellijn).

1.3 Voorgaande plannen Het voorliggende bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan 'Zand 2008', vastgesteld door de gemeenteraad op 16 maart 2009 en onherroepelijk geworden op 27 mei 2009. In het

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

3

bestemmingsplan 'Zand 2008' heeft het perceel een maatschappelijke bestemming, een beperkt bouwvlak, een maximum bebouwingspercentage en voor de verschillende bouwdelen zijn maximum bouwhoogtes vastgelegd. De herontwikkeling past niet binnen de vastgestelde bouwregels en past slechts deels binnen de vastgestelde functie. Het overgrote deel van het plangebied behoudt een maatschappelijke functie, uitgezonderd de 32 wooneenheden voor extramurale zorg. Deze wooneenheden worden beschouwd als reguliere woningen waar zorg kan worden geboden, bijvoorbeeld voor senioren met een lichte (thuis)zorgvraag of zorg op basis van VPT (palliatieve thuiszorg). Omdat in deze woningen niet per definitie zorg wordt afgenomen, worden deze bestemd voor wonen.

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied ligt vrij centraal in de woonwijk Het Zand, aan de westzijde van het Westerpark. Het Zand behoorde tot de eerste Tilburgse wijken die buiten de ringbanen werden gebouwd. In het ontwerp van de wijk zijn de drie stedenbouwkundige concepten van de functionele stad, de tuinstad en de wijkgedachte te herkennen. De ruimtelijke weerslag daarvan is af te lezen uit het zelfstandige karakter van de wijk met een eigen winkelcentrum, eigen voorzieningen en werkgelegenheid. De wijk was oorspronkelijk vrijwel alzijdig afgezoomd met groen, als afscheiding van de andere wijken. In de samenstelling van de wijk is veel van het oorspronkelijke planconcept nog afleesbaar. Toch zijn er veranderingen geweest. De meest in het oog springende zijn: <0000>

<0000>

De 'groene long' aan de noord- en oostzijde van de wijk Het Zand is gaandeweg dichtgeslibd, onder andere door de bouw van het ziekenhuis in het noorden en voorzieningen in de strook tussen de Reitse Hoevenstraat en de Ringbaan West. De binnenwijkse bedrijventerreinen zijn in de loop der tijd 'verkleurd'. Bedrijven zijn soms vervangen door bedrijven in een lage milieucategorie, soms door voorzieningen en in enkele gevallen door woningen.

Op basis van ruimtelijke en functionele aspecten kan de wijk worden ingedeeld in verschillende gebieden. Er kan onderscheid worden gemaakt in woongebieden, verzorgingsgebieden (voorzieningen), wijkcentrum/ winkelvoorzieningen, bedrijventerreinen en park. Binnen de wijk is sprake van een grote diversiteit is bebouwingstypologieën, bouwperioden, kavelgrootte en omvang van de bebouwing. Centraal in Het Zand, aan het assenkruis van de Statenlaan en het Westerpark, ligt winkelcentrum Westermarkt. Ten noorden van het winkelcentrum ligt het Westerpark, dat aan beide zijden wordt beëindigd door hoogbouw, aan de oostzijde in de vorm van een galerijflat en aan de westzijde door het hoofdgebouw van de Kievitshorst. Deze bebouwing vormt samen met de hoogbouw van het winkelcentrum een sterk structurerend element. In de wijk zijn diverse voorzieningen aanwezig met een wijk overstijgend belang. Voorbeelden zijn het station Tilburg Universiteit, sportfuncties, een moskee, onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen (ziekenhuis en Verbeeten instituut) en het winkelcentrum Westermarkt. De wijk bevat verschillende functies die het wonen ondersteunen. Kenmerkend voor de wijk is de royale opzet en de groene randen. Daarnaast is er een stelsel van stadslanen, wijklanen en groene (fiets)routes.

Binnen de ruime profielen van de lanen staan veel volwassen bomen en dit geeft de wijk zijn groene uitstraling. In Het Zand komen op verschillende plekken stedenbouwkundige stempels voor van laagbouw, portieketagewoningen en groenvoorzieningen. Binnen deze stempels is een waardevol bomenbestand aanwezig. Het plangebied wordt ontsloten door een systeem van gebiedsontsluitingswegen. Naast de gebiedsontsluitingswegen zijn er verschillende wegen binnen en naar de verblijfs- en woongebieden. Kenmerkend voor het Zand is de duidelijke rasterstructuur van het wegstelsel. Er is een goed stelsel van fietsverbindingen en openbaar vervoer aanwezig in de wijk.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.

In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

5

moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte en locatiekeuze van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Het doel van de Ladder is om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. Aangezien de ontwikkeling bestaat uit herontwikkeling van het verpleeghuis binnen bestaand stedelijk gebied en op dezelfde locatie, is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en voorziet het plan in een bestaande behoefte. De kwalitatieve samenstelling van het aanbod wordt door middel van deze herontwikkeling beter afgestemd op de actuele behoefte. Het ruimtegebruik wordt zelfs geoptimaliseerd. De maximaal te bebouwen oppervlakte op het perceel (inclusief de westzijde/TBV woningen) neemt toe van 5.028 m² naar 5.350 m² en het maximale bouwvolume dat binnen de kaders van het bestemmingsplan kan worden gerealiseerd neemt toe van 61.026 m² naar 77.801 m². Dit gaat niet ten koste van een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing (hierover meer in paragraaf 3.1.3) en er blijft voldoende ruimte voor groen en parkeren. Concluderend kan worden gesteld dat het voorliggende bestemmingsplan niet kwalificeert als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Desondanks wordt voor een onderbouwing van de behoefte aan deze ontwikkeling verwezen naar paragraaf 3.3 van deze toelichting.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning in 2022) echt klaar te zijn, is er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.

<0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

6

2.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. 2.2.3 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.

Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Het plangebied is gelegen in het Stedelijk gebied, zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert en welke prioriteiten daarbij gelden. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen.

In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen:

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

7

<0000> <0000> <0000>

de Brabantstrategie de Regiostrategie de Stadsstrategie.

Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

8

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

9

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.1 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.1.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. 3.1.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand', zo zegt de Woningwet.

Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit.

Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. 3.1.3 Stedenbouwkundige motivering De Kievitshorst bevindt zich sinds 1963 op de hoek van de Beneluxlaan en de Baden Powelllaan, op de westelijke 'kop' van het Westerpark. Het winkelcentrum Westermarkt en het Wandelbos zijn op loopafstand en ook medische voorzieningen zoals de huisartsenpost en het ziekenhuis zijn relatief dichtbij. De meeste bewoners van het woonzorgcentrum komen uit de directe omgeving. Gezien de leeftijd van de gebouwen, de technische staat en duurzaamheidsaspecten is besloten tot nieuwbouw. Op basis van een analyse van de bouwhoogten in de wijk en de bebouwingsstructuur in de omgeving van het plangebied is ruimtelijk gestudeerd op een goede positionering van de nieuwe bouwvolumes. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: <0000>

Een goede stedenbouwkundige 'kop' maken aan het Westerpark. Het huidige hoofdgebouw staat in dat opzicht te ver van de Beneluxlaan en het park. Het nieuwe hoogbouwaccent direct aan de Beneluxlaan verbetert de leesbaarheid van de wijk.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

10

<0000>

<0000>

<0000>

De schaalsprong naar de kleinschalige woningbouw in de omgeving aanvaardbaar houden. Door de hogere volumes aan de Beneluxlaan te positioneren en de bouwhoogte van de andere volumes te beperken, zijn de ontwerpers hierin geslaagd. De laanbomen in de Everjachtstraat en de Beneluxlaan behouden en de nieuwbouw op voldoende afstand tot deze bomen te plaatsen, zodat duurzaam behoud gegarandeerd is. Ook waardevolle bomen op het terrein zoveel mogelijk behouden. In paragraaf 3.4.1 wordt uitgelegd hoe hiermee omgegaan is. Voldoende parkeerplaatsen realiseren en de positie van het parkeerterrein, de inrichting en de locatie van de uitrit zo kiezen dat geen hinder voor omwonenden kan ontstaan. In het ontwerp is het parkeerterrein zo gesitueerd dat de bestaande uitrit kan worden benut.

Tot slot is door middel van een beoordeling van het risico op windhinder (Bijlage 1 Beoordeling risico windhinder) en een bezonningsstudie (Bijlage 2 Bezonningsstudie) aangetoond dat de hoogbouw niet zal leiden tot een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Gelet op het voorgaande bestaat er stedenbouwkundig geen bezwaar tegen het voorgestelde initiatief.

3.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.2.1 Landschap en ontginningsgeschiedenis <0000> Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Tilburg, in de wijk het Zand ten noordwesten van het centrum. Het is niet gekarteerd op de geomorfologische kaart en de bodemkaart. Extrapolatie van de gegevens van de omliggende gebieden leert dat het plangebied op (een) dekzandrug(gen), al dan niet met oud bouwlanddek ligt dat wordt gekenmerkt door hoge, zwarte enkeerdgronden. <0000> Het plangebied ligt ruim ten westen van de historische kernen van Tilburg. Ten oosten van het plangebied bevinden zich de kernen Hasselt en Hoeven. De naam van de wijk is ontleend aan de zich in het oosten, op de rand van de ontginningen en de overgang naar de woeste gronden, bevindende gehucht Zand of ’t Sant. <0000> Vanaf de negentiende eeuw worden naaldbossen aangeplant op de heidegronden. Na de Tweede Wereldoorlog onderging het een gebied een grote verandering met de aanleg van de woonwijk Het Zand en de uitvoering van het uitbreidingsplan Hasselt. Daarbij ging de oude structuur van het gebied geheel verloren en verdwenen ook de oude gehuchten en nederzettingen. <0000> Historisch landgebruik: de directe omgeving van het plangebied bleef tot ver in de negentiende eeuw onontgonnen en werd toen pas beplant met naaldbossen.

<0000> De huidige wijk Het Zand is als twee partiële uitbreidingsplannen ontworpen door de afdeling Stadsuitbreiding van de Dienst Publieke Werken. Deze plannen, uitwerkingen van het in 1953 vastgestelde werden vastgesteld en goedgekeurd in de periode 1957-1959. De wijk werd gerealiseerd in de daaropvolgende jaren. <0000> Het Zand diende als één groot wijkcentrum waarmee ook de aangrenzende wijken Wandelbos en De Reit bediend konden worden. In de wijk was ruimte voor drie rooms-katholieke parochies. De ruim opgezette hoofdstructuur van de wijk sluit aan op het Ringbanenstelsel. <0000> Het te slopen bejaardentehuis ’t Nieuwe Sint Jozef (De Kievitshorst) aan de Beneluxlaan werd in 1963 gebouwd naar ontwerp van het Amsterdamse architectenbureau Eduard Cuypers. 3.2.2 Archeologische waarden <0000> Het plangebied ligt op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in een gebied met hoge trefkans. <0000> Het plangebied ligt op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ArWaTi) in een gebied met hoge verwachting. <0000> Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein. <0000> ARCHIS en RAT: In de omgeving zijn diverse archeologische waarnemingen gedaan. In het industriegebied Kraaiven, ten noorden van het Wilhelminakanaal, werd in 1841 een zestal grafheuvels uit de midden-bronstijd afgegraven.

Tussen 1959 en 1975 werden hier sporen van nederzettingen aangetroffen uit de vroege en midden Steentijd. <0000> In 2007 is ten behoeve van het nieuwe beheersbestemmingsplan door Fontys Hogescholen Bilan een cultuurhistorisch en archeologisch bureauonderzoek voor de wijk uitgevoerd (Tilburg – Zand, Van Hoge Mart tot Stobblek. 1572-3194-2007). Een archeologische verwachtingskaart maakte daarvan deel uit. Aan het plangebied wordt daarin geen tot een lage archeologische verwachting toegekend.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

11

<0000>

<0000>

Econsultancy heeft in april-mei 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten aanzien van het plangebied (Bijlage 3 Archeologisch bureauonderzoek). Daarin wordt geconcludeerd dat de onbebouwde terreinen nog een archeologische verwachting kunnen hebben. Geadviseerd wordt daarvoor een dubbelbestemming "waarde archeologie " in het bestemmingsplan op te nemen en een verkennend booronderzoek te laten uitvoeren om de verwachting verder te onderbouwen. In juni 2020 heeft Econsultancy een verkennend booronderzoek verricht om de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen (Bijlage 4 Archeologisch verkennend booronderzoek). Uit dit booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied grootschalig is verstoord, wat leidt tot het advies de archeologische verwachting voor alle periodes naar laag bij te stellen en naast de bebouwde ook de onbebouwde delen van het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling.

3.2.3 Cultuurhistorische waarden <0000> In dit deel van de wijk Het Zand bevinden zich geen van rijks- of gemeentewege beschermde objecten of structuren en geen panden die opgenomen zijn in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). <0000> Ten zuiden van het plangebied bevindt zich aan de Beneluxlaan 74 de voormalige H. pastoor van Arskerk (RK) die tussen 1957 en 1960 gebouwd werd naar ontwerp van Th. van der Bolt en in 1977, na onttrekking aan de eredienst, werd omgebouwd tot bibliotheek. Het gebouw is in 2018 aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. <0000> Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek door STOA uit 2005 als basis. De volgende waardevolle en/of kenmerkende naoorlogse objecten bevinden zich in Het Zand: Redemptoristenstraat, Reitse Hoevenstraat, galerijflats, Predikherenlaan: portiek- en galerijflats met garages, Karmelietenstraat 45: wijkgebouw voor Zuid-Molukkers, Lage Witsiebaan 91: Sint-Lucaskerk, Dr Deelenlaan 5; Tweesteden Ziekenhuis. <0000> Structuren; het plangebied werd tot ver in de twintigste eeuw doorkruist door een aantal wegen en paden, dat mogelijk teruggaat op een zeer oud padenpatroon. Bij de aanleg van de wijk Het Zand is een groot deel van het netwerk van wegen en paden verloren gegaan.

Het tracé van enkele van deze wegen en paden is echter nog deels herkenbaar in het huidige wegenpatroon: Reitse Hoevenstraat – Bokhamerstraat – Hasseltplein; <0000> Uit de periode 1940-1970 zijn de volgende kenmerken van bovengemiddelde waarde in het plangebied bewaard gebleven: het hiërarchische stratenpatroon bestaande uit een samenhangend netwerk aan stedelijke hoofdroutes (Rueckertbaan, Taxandriëbaan) en wijkontsluitingen (Lage Witsiebaan, Baden Powellaan/Westerpark, Wandelboslaan, Postelse Hoeflaan en Statenlaan). <0000> Als groenstructuur is in de omgeving van het plangebied met name het direct ten oosten gelegen Westerpark van belang. Dit maakte deel uit van het oorspronkelijke ontwerp van de wijk. 3.2.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaan er geen bezwaren tegen de geplande ontwikkeling. Ook vanuit archeologie bestaan er geen bezwaren tegen de bouwplannen. Bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek hebben aangetoond dat de bodem in het plangebied grootschalig is verstoord en dat de archeologische verwachting voor alle periodes naar 'laag' kan worden bijgesteld. Dit betekent tevens dat op het terrein geen dubbelbestemming - waarde archeologie hoeft te worden gelegd.

3.3 Volkshuisvesting De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2017-2027 is de bouwopgave voor Tilburg ongeveer 9.600 woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. Tot ongeveer 2030 is de gemeentelijke woningbouwopgave gemiddeld 1.100 woningen per jaar. In dat tempo worden ook de onttrekkingen in de stad jaarlijks gecompenseerd. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden. Het plan tot de bouw van 120 intramurale appartementen, 33 reguliere appartementen en 12 hospice eenheden aan de Beneluxlaan 101 past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

12

Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Met voorliggende ontwikkeling wordt gebouwd in een stedelijk-buiten centrum woonmilieu. De locatie wordt een groene woon-zorgomgeving, gericht op de wijk. Voor wat betreft het wonen wordt gericht op ouderen met een intensieve zorgvraag (psychogeriatrie, PG), ouderen met een lichte (thuis)zorgvraag en een hospice (herhuisvesting huidig Hospice de Sporen). De locatie wordt gezien als een kleine buurt en als onderdeel van de wijk. Het krijgt een kleinschalig woonkarakter waarbij het buiten en groen een belangrijk onderdeel van de functionaliteit en uitstraling vormt. Een groene en openbare locatie, alleen besloten waar nodig qua functionaliteit en veiligheid. De locatie de Beneluxlaan is er zodoende voor de hele wijk en al haar inwoners. Voor de bewoners met een intensieve zorgvraag wordt er op de begane grond een ‘levendige buurt’ gecreëerd.

Een plek voor overdag om te leven en te ontmoeten in huiskamers en ontmoetingspleinen, met direct toegang tot een ruime en aantrekkelijke besloten tuin. De appartementen van de bewoners bevinden zich (zoveel mogelijk) op de verdiepingen. Bewoners met een intensieve zorgvraag, voornamelijk psychogeriatrisch, wonen hier intramuraal, waarbij scheiding van wonen en zorg wel mogelijk is als dat gewenst is vanuit de bewoner of bij veranderende wetgeving. Daarnaast biedt de Beneluxlaan in een apart woongebouw appartementen voor senioren met een lichte zorgvraag en kan daar ook zorg op basis van VPT geleverd worden. De bestaande aanleunwoningen (sociale huurwoningen) op de locatie blijven gehandhaafd. Op deze manier ontstaat er een breed aanbod van wonen en voorzieningen voor verschillende doelgroepen senioren. Tot slot biedt de ontwikkeling plaats aan een hospice. Een eigen, kleinschalig, vriendelijk en meer besloten gebouw met een binnentuin voor voldoende rust en privacy. Alle hospice appartementen hebben direct toegang tot de buitenruimte. In de Woonvisie 2015 en de woonagenda 2020 hebben we in het bijzonder aandacht voor de toenemende vraag naar voor ouderen geschikte woonvormen. Deze ontwikkeling biedt ruimte voor zowel verzorgd (nabijheid van zorg) als beschermd (intramuraal) wonen.

De behoefte hieraan is groot en aangezien het in dit geval gaat om herontwikkeling, wordt grotendeels voorzien in een bestaande behoefte. De kwalitatieve samenstelling van het aanbod wordt door deze herontwikkeling beter afgestemd op de actuele behoefte. Daarmee is deze ontwikkeling in lijn met het gemeentelijke woonbeleid. Uit het Kwalitatief Woningbehoefte Onderzoek 2018 blijkt dat de vraag naar gestapelde appartementen met lift in deze wijk hoger is dan het aanbod in dit segment. Bovendien is het percentage 75+ ers (doelgroep voor deze huisvesting) in deze wijk hoger dan het Tilburgse gemiddelde. Ook hier sluit de ontwikkeling goed op aan.

3.4 Groen en biodiversiteit 3.4.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart)

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

13

Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant.

Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Er staan veel bomen in en vooral rondom het plangebied.

De bomen grenzend aan het openbaar gebied zijn op de boomwaardekaart geplaatst, zodat er een omgevingsvergunning vereist is voor bouwen en het verrichten van werkzaamheden binnen een straal van 15 meter rondom deze bomen. Met de bomen aan de Beneluxlaan (nevenwaarde) en de Baden Powellaan (hoofdwaarde) is rekening gehouden bij de planontwikkeling. Hoewel de bouwvlakken gelegen zijn binnen 15 meter van de beschermde bomen, kan op voorhand met voldoende zekerheid worden gesteld dat deze bomen behouden kunnen blijven. De kroonprojecties van deze bomen zijn namelijk kleiner, dus er blijft voldoende groeiruimte en er is ook voldoende plaats voor bouwwerkzaamheden. De ontwikkelaar dient wel maatregelen te treffen om te zorgen dat het voortbestaan van de bomen daadwerkelijk wordt gewaarborgd. De bomen aan de Everjachtstraat ter hoogte van de beoogde hospice liggen zodanig dicht bij de geplande bebouwing dat de verwachting is dat deze bomen, of in ieder geval een deel ervan, niet behouden kunnen blijven. Deze bomen hebben een basiswaarde en worden dus op basis van het beleid niet aangemerkt als ‘beschermwaardig’. Daarnaast is het zo dat de bouwgrens nagenoeg op dezelfde plek blijft liggen ter plaatse van deze bomen. Dat betekent dat ook onder het geldende bestemmingsplan op deze plek zou kunnen worden gesloopt en opnieuw worden gebouwd.

De bomen gaan er in planologisch opzicht dus niet op achteruit vanwege dit bestemmingsplan. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen binnen de boomcirkel zal in overleg met de ontwikkelaar worden gekeken welke maatregelen er kunnen worden getroffen om alsnog bomen te behouden, maar omdat het gaat om bomen met een basiswaarde is dit slechts een inspanning die wij vragen en geen verplichting. Kapaanvragen worden getoetst aan de regels in de Bomenverordening Tilburg 2017. Bomen met een basiswaarde en een minimale stamomtrek van 40 cm (op 1,30 m boven het maaiveld) mogen alleen onder voorwaarden met een kapvergunning worden gekapt. Bij het kappen van bomen voor een rode reden (bouwactiviteiten) is herplant of financiële compensatie verplicht.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

14

3.4.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.4.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus.

Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied.

In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'.

Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

15

3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.5.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.

De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.5.3 Nota parkeernormen Tilburg 2017 In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' (Bijlage 5 Nota parkeernormen Tilburg 2017) zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

16

Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 3.5.4 Analyse plangebied en omgeving Het plangebied is gelegen op de grens van de wijk Het Zand in het Westen van Tilburg. Omliggende wegenstructuur Het plangebied ligt tussen de Baden Powelllaan, Beneluxlaan, Europalaan en de Everjachtstraat. Op alle wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Baden Powelllaan heeft van oorsprong wel een ontsluitende functie. Deze sluit aan op de rotonde met de Taxandriëbaan. De Taxandriëbaan en het verlengde van de Baden Powelllaan zijn aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. De Baden Powelllaan, ter hoogte van het plangebied, is onderdeel van de sternetfietsroute. Ontsluiting van het plangebied Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer uitsluitend ontsloten via de Everjachtstraat. Er zijn looproutes naar de Baden Powelllaan, Beneluxlaan en de Europalaan. Openbaar vervoer De Baden Powelllaan is een busroute. Ter hoogte van het plangebied ligt aan beide zijde van de weg een bushalte. Afvalinzameling Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld.

Parkeren Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg. In Bijlage 6 Parkeerbalans is te zien dat er 86 parkeerplaatsen nodig zijn voor het plan zoals het nu beoogd is. Er is voldoende ruimte in en nabij het plangebied om in deze behoefte te voorzien. Er zijn in totaal 93 parkeerplaatsen voorzien. Hiervan zijn zes parkeerplaatsen bestemd voor de bestaande woningen van TBV (conform de vergunde situatie) en 87 voor de nieuwe ontwikkeling. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting te worden gemaakt van de behoefte op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fiets parkeren van de CROW. Er is voldoende ruimte in het plangebied om te voorzien in de behoefte aan stallingsvoorzieningen, bijvoorbeeld in privé- en gemeenschappelijke bergingen. Verkeersgeneratie Op basis van de CROW-rekentool verkeersgeneratie en parkeren is de verkeersgeneratie bepaald. De beoogde wooneenheden zorgen voor een verkeersgeneratie van ongeveer 436 mvt./etmaal. De bestaande situatie zorgt voor een verkeersgeneratie van 404 mvt./etmaal. Dat betekent een toename van 32 mvt./etmaal. De omliggende infrastructuur kan deze toename aan.

Noodhulpdiensten Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.

Zand 2008, 6e herziening (De Kievitshorst)

17

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.1 Milieueffectrapportage Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r.-plichtig. Dit project kan aangeduid worden als "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject" (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied niet, dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9641491/2