CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting met bijlagen-b001

Raadsvergadering 11 april 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)30.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3. met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. De planlocatie ligt niet binnen 2km van een geitenhouderij en maakt geen gevoelige functies mogelijk. Het geitenmoratorium is niet van toepassing en vormt geen belemmering voor dit plan.

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron.

Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. Een bestaand bedrijf (leegstaand) wordt opgesplitst in units en er worden nieuwe (kleinere) units op het terrein bijgebouwd. Units ten behoeve van statische opslag (waarbij geen sprake is van gevaarlijke stoffen) betreft geen (beperkt) kwetsbaar object. Met de realisatie van dit plan is dan ook geen sprake van de oprichting van een (beperkt) kwetsbaar object en/of risicovolle inrichting. Daarom is er geen aanleiding tot het opstellen van een risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico. 4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: - Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; - Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; - Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; - Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; - Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.

4.4.4 Conclusie en restrisico In dit plan is geen sprake van de oprichting van een (beperkt) kwetsbaar object en/of risicovolle inrichting. Daarom hoeven er geen conclusies getrokken te worden of gekeken te worden naar een groepsrisico.

4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.

4.6 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 4.6.1 Wegverkeerlawaai Er is geen sprake van de oprichting van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zones van wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de wet ("zones langs wegen") dan wel gelegen binnen het ‘aandachtsgebied’ van een spoorlijn. Dit betekent dat niet getoetst hoeft te worden aan de normen van de Wgh/Besluit geluidhinder. In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Het plangebied zelf is niet gelegen binnen een wettelijke geluidzone van een industrieterrein of een geluidzone van een industrieterrein waarvoor een geluidbeheerplan is vastgesteld. 4.6.2 Indirecte hinder Om de opslagunits te kunnen bereiken wordt een nieuwe entree gecreëerd aan de Achthoevenstraat. De huidige entree zal niet als entree van de opslagunits worden gebruikt. Door Econsultancy is onderzocht wat de geluidbelasting vanwege de verkeersbewegingen op de gevels van de woningen aan weerzijden van de inrit is.

Omdat de inrit in principe geen deel uitmaakt van een bedrijfsperceel of een weg in de zin van de Wet geluidhinder, is het onderzoek uitgevoerd als zijnde een onderzoek naar de indirecte hinder in het kader van een ruimtelijke afweging. Voor de uitgangspunten en rekenresultaten van het onderzoek wordt verwezen naar de rapportage “onderzoek industrielawaai Kreitenmolenstraat 67A Udenhout” d.d. 23 maart 2023, rapportnummer 20652.001, versienummer D2 (zie bijlage 3). Voor de ruimtelijke inpassing van de verkeersaantrekkende werking geldt in beginsel als richtwaarde 50 dB(A) etmaalwaarde. Gezien de grootte van het terrein en de opslag-units en het gegeven dat vrachtwagens zijn uitgesloten, zullen de voertuigen hoofdzakelijk bestaan uit personenwagens en bestelwagens. Uit de rekenresultaten van het onderzoek blijkt dat ruimschoots aan de richtwaarde van 50 dB(A) wordt voldaan op basis van de representatieve invulling c.q. gebruik van de opslag-units. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er dan ook geen belemmeringen voor de realisatie van de nieuwe inrit tussen de woningen gelegen aan de Achthoevenstraat 3 en 5. 4.6.3 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.6.4 Stiltegebied/attentiezone Het plangebied is niet gelegen binnen een stiltegebied of binnen de attentiezone van een stiltegebied. 4.6.5 Trillingen Binnen het plangebied is geen sprake van de oprichting van gebouwen met functies die bescherming behoeven tegen mogelijke trillinghinder als gevolg van een spoorlijn. Binnen de opslagplaatsen zelf vinden geen (bedrijfsmatige) activiteiten plaats die trillingen naar de omgeving toe veroorzaken.

4.7 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn enkel de verkeersbewegingen van en naar de opslag-units relevant. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de opslag-units is beperkt van omvang en kan worden aangemerkt als niet-in-betekenende-mate. Dit betekent dat nader onderzoek naar de luchtkwaliteit niet nodig is en vanuit de Wet milieubeheer geen bezwaar tegen dit plan bestaat.

4.8 Geur 4.8.1 Industriële geurhinder Het beleid voor industriële geurhinder (geur van bedrijven die niet tot de agrarische sector behoren) is samengevat in een brief van het ministerie van VROM van 30 juni 1995. Kort samengevat komt het erop neer dat afgestapt is van stringente geurnormen; de toetsing of een ontwikkeling toelaatbaar is zonder voor overmatige geurhinder te zorgen, is grotendeels overgelaten aan lokale overheden. Er wordt in de brief een aantal algemene beleidsuitgangspunten gegeven, waarbij ´het voorkómen van nieuwe geurhinder´ voor de ruimtelijke ordening het belangrijkst is. Binnen de gemeente Tilburg worden deze algemene uitgangspunten gehanteerd. Voor een aantal categorieën bedrijven is dit algemene geurbeleid geconcretiseerd in de Nederlandse emissie Richtlijn lucht (NeR). Voor zover een 'dosis-effectrelatie' (de relatie tussen de geuremissie bij het bedrijf en de hinder voor omwonenden) voor een bedrijfscategorie is vastgesteld, zijn voor die bedrijven 'normen' vastgesteld waarbij hinder kan worden verwacht. Voor de overige categorieën bedrijven zal dit moeten worden vastgesteld door specifiek geuronderzoek. Aangezien de NeR een formele richtlijn is, en bovendien een concrete vertaling vormt van het algemene beleidskader, dient hier bij ruimtelijke plannen te worden aangesloten.

Voor enkele bedrijfscategorieën is behalve een grenswaarde voor nieuwe situaties ook een maximale geurimmissieconcentratie vastgesteld voor bestaande situaties. De planontwikkeling maakt geen geurgevoelige objecten mogelijk. Het plan zelf kent geen relevante industriele geuremissie. Daarmee is industriele geur geen belemmering voor dit plan. 4.8.2 Agrarische geurhinder Op bedrijven die tot de agrarische sector behoren (veehouderijen) is ten aanzien van het geurbeleid de Wet geurhinder en veehouderij (5 oktober 2006) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij van toepassing. Deze regelgeving geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De geurbelasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-Stacks model). Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De wet geeft de mogelijkheid om op lokaal niveau gemotiveerd af te wijken van de wettelijk norm met een verordening. De gemeente Tilburg heeft vooralsnog geen verordening met afwijkende normen vastgesteld. De planontwikkeling maakt geen geurgevoelige objecten mogelijk. Het plan zelf kent geen relevante agrarische geuremissie. Daarmee is agrarische geur geen belemmering voor dit plan.

4.9 Bodem In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een uitvoerig bodemonderzoek.In beginsel dient een bestemmingsplan(-wijziging) minimaal vergezeld te worden van een verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, dat niet ouder is dan 5 jaar.

In het archief van de gemeente Tilburg zijn enkele bodemonderzoeken bekend: Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

<0000> <0000> <0000>

Oriënterend bodemonderzoek Kreitenmolenstraat 69 2001, Inpijn-Blokpoel BV, 05/03/2001. Dit betreft een historisch bodemonderzoek waarbij het onderzoek beperkt is tot archiefonderzoek. De locatie Kreitenmolenstraat 69 werd als verdacht beschouwd. Verkennend bodemonderzoek Achthoevenstraat 1-3, Lankelma BV, 22-06-2009. Het onderzoek is direct ten oosten van de bestemmingsplanlocatie uitgevoerd. Daarbij zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Historisch onderzoek Kreitenmolenstraat 61, Geofox BV, 26-06-2001. Ten westen van de bestemmingsplanlocatie is sprake van een (voormalig) benzine-servicestation en garage. Deze activiteiten worden gezien als potentieel bodembedreigend.

Tevens heeft de aanvrager een bodemonderzoek ingediend; <0000> Verkennend bodemonderzoek Kreitenmolenstraat 67 Udenhout, Aeres Milieu BV, kenmerk AM22422, d.d. 25-10-2022 (zie bijlage 4). In het bodemonderzoek zijn sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de bovengrond. Deze verontreinigingen zijn nog niet voldoende in beeld; een geval van ernstige bodemverontreiniging valt niet uit te sluiten. Conclusie Ter plaatse van het bestemmingsplangebied is bodemverontreiniging aangetoond. Hierbij is niet voldoende onderzocht om een geval van ernstige bodemverontreiniging uit te sluiten. Strikt genomen dient voorafgaand aan het instemmen met het bestemmingsplan door middel van aanvullend onderzoek deze verontreiniging beter in beeld te worden gebracht. Dit kan echter op een later tijdstip worden uitgevoerd zodra bekend is waar gebouwd wordt en waar binnen het gebied grondwerkzaamheden plaatsvinden. Het is dus niet toegestaan om zonder aanvullend onderzoek en na instemming door het bevoegd gezag binnen het gebied grondwerkzaamheden te verrichten. Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.

4.10 Natuur en ecologie 4.10.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.

Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: <0000> Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (deze soorten zijn benoemd in het document "Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep", Dienst Regelingen, 2009. Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn) <0000> Overige inheemse broedvogels <0000> Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn <0000> Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling (de algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd. In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen.

Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode.

Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap.

De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.10.2 Puntensysteem natuurinclusief bouwen Verstedelijking zorgt wereldwijd voor een uitbreiding en een verdichting van het stedelijke gebied. In veel steden leidt dit tot een verlies aan biodiversiteit. Ook de opgave voor de energietransitie kan een bedreiging voor de natuur vormen. Natuur- en groeninclusief bouwen helpt om de stad prettig en de inwoners gezond te houden. Om het creëren van groene elementen in de stad te stimuleren is het puntensysteem ontwikkeld. Het systeem gaat uit van een lijst met groen- en natuurinclusieve maatregelen, waarbij elke maatregel een bepaald aantal punten waard is. Om te bepalen hoeveel van deze maatregelen genomen moeten worden bij de uitvoering van een bouwproject moet per project een te behalen puntenscore berekend worden. Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

4.10.3 Gebiedsontheffing gebouwbewonende soorten Met de Tilburgse gebiedsontheffing gebouwbewonende vleermuizen en broedvogels worden de procedures in het kader van de Wet natuurbescherming en de Wabo vereenvoudigd. Om de gebiedsontheffing te kunnen toepassen zijn soortenmanagementplannen (SMP) opgesteld en worden de verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten in kaart gebracht. De gebiedsontheffing en bijbehorende SMP’s zijn erop gericht de instandhouding van gebouwbewonende vleermuizen en vogels te waarborgen. Dat wil zeggen dat bij elk project (zowel van derden als van de gemeente) preventieve maatregelen worden genomen, gericht op het behouden en verbeteren van het aanbod van verblijfplaatsen. Alle projecten (van de gemeente en van derden) die onder de werking van de SMP vallen, kunnen profiteren van de gebiedsontheffing. Dit betekent dat voor deze projecten geen afzonderlijke ontheffing nodig is. 4.10.4 Analyse plangebied Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ongeveer 800 meter afstand van het wettelijk beschermde natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Door het plaatsen van opslagunits wordt een verkeersaantrekkende beweging verwacht. Om negatieve effecten door stikstofemissies uit te sluiten zijn er Aerius-berekeningen uitgevoerd (zie bijlage 5).

Aan de hand van deze berekeningen kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten als gevolg van stifstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de Groenblauwe Mantel, zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De dichtstbijzijnde gebieden die tot het Natuurnetwerk Brabant behoren, liggen op ongeveer 815 meter afstand van het plangebied, gelegen nabij de Schoorstraat. Externe effecten op het Natuurnetwerk Brabant, zoals benoemd in artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening, zijn gezien deze afstand en zeer beperkte externe invloed redelijkerwijs uit te sluiten. Er is geen effect op het Natuurnetwerk Brabant. Soortenbescherming Het plangebied is gelegen te midden van bebouwing en bestaat uit een geheel verhard terrein zonder enige opgaande beplanting. Bebouwing aangrenzend aan het terrein bestaat uit 1-laagse bebouwing met een plat dak. Er worden geen potentiële verblijfplaatsen geblokkeerd door het plaatsen van de toekomstige opslagunits. Er is geen beplanting aanwezig waar nesten of verblijfplaatsen in aanwezig kunnen zijn.

De aanwezigheid van strenger beschermde plant- en diersoorten is op basis van habitatvoorkeur en algemene verspreidingsgegevens (NDFF) met voldoende zekerheid uit te sluiten. Hooguit zijn in het gebied soorten te verwachten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals huisspitsmuis, veldmuis, bosmuis, mol, gewone pad, bruine kikker etc. Tenslotte is voor alle soorten de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna van kracht. In het kader van de zorgplicht zijn echter geen specifieke voorzorgsmaatregelen verbonden aan dit plan. Conclusie Zowel vanuit het oogpunt van gebiedenbescherming als soortenbescherming zijn er geen belemmeringen om het plan uit te voeren.

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Programma Water en Riolering 2020 - 2023 Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Gemeenten zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht een plan op te stellen waarin de zorgplichten worden uitgewerkt. De Wet milieubeheer schrijft geen geldigheidsduur voor, hierin zijn gemeenten vrij. Het is wel gebruikelijk om het rioleringsplan periodiek te herzien. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen.

Om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te houden is een regenwateropgave geïntroduceerd voor vervanging van verhard oppervlak en hanteren we nieuwe ondergrenzen bij toename van het verhard oppervlak. De regenwateropgave verplicht tot het aanbrengen van regenwaterberging en is in lijn met de wateropgave die de waterbeheerder oplegt. Op dit moment is dat 60 mm. De opgave heeft als doel het verwerken van extreme neerslaghoeveelheden om de kans op wateroverlast nu en in de toekomst te beperken. 1. <50 m2: geen regenwateropgave 2. 50 m2 - 150 m2: <0000> indien niet vergunningplichting: geen regenwateropgave <0000> indien wel vergunningplichting: regenwateropgave volgens tabel 1 3. >150 m2: regenwateropgave volgens tabel 1

Tabel 1 - regenwateropgave De opgave is voor de gebieden Blaak en Reeshof kleiner omdat deze gebieden, vanwege de ruim opgezette waterstructuur, al klimaatbestendig zijn ingericht. De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad.

5.2 Bestaand watersysteem De belangrijkste kenmerken van het plangebied zijn weergegeven in tabel 1. Het te ontwikkelen plangebied betreft meerdere kadastrale percelen en zijn in de bestaande situatie in gebruik en grotendeels voorzien van verharding of half-verharding.

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Kenmerk

In plangebied

Waterbeheerders

Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel Totaal percelen ca. 2.000 m2

Bruto oppervlakte Terreinhoogte Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Bodem Riolering Afkoppelgebied Oppervlaktewater Keur beschermde gebieden Tabel 1; Gebiedskenmerken

Tussen NAP+10,2 m en NAP+10,5 m ca. NAP+8,9 m Tussen 1,3 m en 1,6 m Zwakzandige leemlenzen dikker dan 1 meter Gemengde riolering deels n.v.t., zie afbeelding 1 n.v.t., zie afbeelding 2

Afbeelding 1: Locatie plangebied (rode cirkel) ten opzichte van oppervlaktewater

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Afbeelding 2: Locatie plangebied (rode cirkel) ten opzichte van keur beschermde gebieden

Zowel in de Kreitemolenstraat als in de Achthoevenstraat is gemengde riolering aanwezig. In de bestaande situatie wordt het regenwater van verharde oppervlakte verwerkt in het terrein. Een deel van de daken is mogelijk aangesloten op de riolering. Het regenwater dat op onverharde oppervlakken valt infiltreert in de bodem.

5.3 Beleidskader Het Provinciale “Regionale Water en Bodem Programma” (RWP) 2022 – 2027 heeft als doel een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Rode draad is het herstel van de systeemwerking. Het water en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Waterschap De Dommel heeft zijn actuele waterbeleid opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). In dit programma staat een watertransitie centraal die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. De transitie heeft drie leidende principes: 1) elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; 2) functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; 3) wat schoon is moet schoon blijven. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2020-2023. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd.

Toekomstige situatie De ontwikkeling betref de omvorming van het bestaande binnenterrein naar diverse opslagboxen en -units.

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Afbeelding 3: Plattegrond nieuwe situatie

Voor de nieuwe situatie zijn in tabel 2 aannames gedaan voor de afwaterende verhardingen. De nieuwe units worden op de bestaande ondergrond geplaatst of worden ondiep gefundeerd. Daarbij vindt geen aanpassing plaats van de afwatering. Deze verharding wordt daarmee gezien als een “optopping” en niet als vervangende verharding. Oppervlakken

Oppervlak (m²)

Afvoerend totaal (m2) 425 640

Oppervlakte voor berging

425 640

Afvoerende verharding (%) 100 100

Dak (te handhaven)*1 Dak nieuw (“optopping”)*2 Erfverharding (90% van onbebouwd terrein)*3 Erfverharding (nieuwe inrit) Onverhard (10% van onbebouwd terrein) Totaal

750

100

750

0

93

100

93

93

83

0

0

0

1.908

93

1.991

0 0

Tabel 2; Afvoerende oppervlakken in de plansituatie *1 Voor de opdeling van de bestaande bedrijfsunit A wordt ervan uit gegaan de het dak gehandhaafd blijft *2 Voor het “optoppen” geldt geen opgave voor waterberging *3 Er is aangenomen dat er geen werkzaamheden aan de bestaande erfverharding plaatsvinden

5.4 Duurzaam watersysteem Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

De eigenaar van de grond bepaalt de hoogten van de terreinpeilen en de vloerpeilen binnen de perceelgrenzen. Deze peilen moeten afgewogen en gekozen worden aan de hand van de volgende factoren: voldoende ontwateringdiepte; <0000> de water- en vochtdichtheid van alle ondergrondse bouwdelen dient te allen tijde voldoende te zijn voor de nieuwe functie van de ruimte; <0000> de vuil- en regenwaterafvoer moet mogelijk zijn via de aangeboden lozingspunten en dus op het juiste peil worden aangeboden; <0000> aansluiten op de bestaande aangrenzende percelen en op de (toekomstige) terreinhoogte van de openbare ruimte ter plaatse van de grens (T-hoogte); <0000> geen afvloeiend regenwater afwentelen buiten de (toekomstige) percelen; <0000> afdoende bescherming tegen overstroming bij extreme neerslag. De gemeente bepaalt de hoogte van de (toekomstige) openbare ruimte. Daarbij zijn verschillende factoren van belang, waaronder de ontwateringdiepte. In de bestaande situatie is de ontwateringdiepte voldoende voor de nieuwe functies. Hierom worden geen preventieve maatregelen vastgesteld om grondwater- of vochtoverlast te voorkomen. Om de aansluiting op nabije terreinhoogten optimaal te houden wordt de bestaande terreinhoogte ter plaatse van de perceelgrens (T-hoogte) gehandhaafd Regenwater Tilburg streeft naar een betere leefomgeving.

Daarbij speelt de trits vasthouden-bergen-afvoeren een centrale rol. In eerste instantie gaat het om het gebiedseigen water zoveel mogelijk vast te houden (trits vasthouden-bergen-afvoeren). Mogelijkheden hiervoor zijn: <0000> Minder terrein verharden; <0000> Hergebruik van regenwater voor bijvoorbeeld toiletspoeling of wassen van voertuigen; <0000> Groene daken; <0000> Water opvangen in poelen, regentonnen e.d.; <0000> Waterdoorlatende verharding. Alle beetjes helpen, andere/innoverende ideeën zijn mogelijk. In het PWR is beleid vastgesteld waarmee van iedere ontwikkeling verlangd wordt dat ze hier invulling aan geeft door in een vastgestelde bergingsopgave voor het plangebied te voorzien. De bergingsopgave bedraagt 60 mm, oftewel 60 l/m² verharding van de nieuwe situatie. Hiermee draagt het plangebied bij aan het hydrologisch neutraal (her)ontwikkelen van Tilburg. Vooruitlopend op nieuw (nog vast te stellen) waterbeleid geldt bij een toename van 50 m² tot 200 m² een beperkte opgave van 20 mm. Op basis van de aangenomen te compenseren afvoerende oppervlakte van de toekomstige situatie (93 m²) geldt voor het plangebied een bergingsopgave van ca. 2 m³. De opgave dient bij verdere uitwerking mogelijk te worden bijgesteld op basis van de werkelijk afvoerende nieuwe en/of vervangende verharde oppervlakken.

Voor de nieuwe units geldt geen opgave, maar het is te overwegen (een deel van) deze daken te voorzien van een groendak waarmee een verbetering van de bestaande situatie kan worden gerealiseerd. De benodigde berging kan worden gereduceerd door minder verharding toe te passen, zoals bijvoorbeeld de toepassing van doorgroeibare verharding en/of ongebonden half-verharding. Voor de nieuwe inritconstructie wordt geadviseerd de verharding in verlaagd groen af te laten stromen. In het binnenterrein is conform opgave zowel in de bestaande situatie als in het nieuwe plan geen sprake van vrijkomend vuilwater. Opgave voor het plan is het . Het plan voor het binnenterrein kent geen afvoer van vuilwater. Het vrijkomende regenwater wordt gescheiden ingezameld en met een afvoerleiding via de nieuwe inritconstructie aangeboden aan de zijde van de Achthoevenstraat. Deze regenwaterafvoer kan dan toekomstig worden afgekoppeld in openbaar gebied. Het toepassen van uitlogende bouwmaterialen is uitgesloten om verontreiniging van bodem- en oppervlaktewater te voorkomen. Afvalwater Afvalwater van het plangebied kan worden afgevoerd via de bestaande gemengde riolering in de Achthoevenstraat. Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

5.5 Watertoets De impact van deze ontwikkeling op het watersysteem is beperkt. De ontwikkeling valt daarom binnen het maatwerk dat de gemeente heeft vastgesteld in het PWR 2020-2023. Conform deze aanpak kan het watertoets-proces een verkort traject doorlopen. In dit verkorte traject geeft het waterschap geen voorlopig wateradvies, in plaats daarvan wordt het wateradvies pas verstrekt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan.

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.

6.2 Standaard plansystematiek 6.2.1 Bouwvlak en erf De Tilburgse plansystematiek (en dus ook dit plan) maakt onderscheid tussen het bouwvlak en het erf. Het bouwvlak komt in principe bij alle bestemmingen voor. Uitzondering zijn de bestemmingen binnen het openbaar gebied. Indien geen bouwvlak is aangegeven, bepalen de planregels soms dat het gehele bestemmingsvlak geacht wordt bouwvlak te zijn. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen er eveneens worden gebouwd, uiteraard slechts voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Soms mag het bouwvlak volledig worden volgebouwd, soms niet. Het eerste blijkt normaliter uit de planregels, het tweede wordt in de regel op de verbeelding weergegeven met een maatvoeringsaanduiding. In het erf mogen geen hoofdgebouwen worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn wel toegestaan, voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Het erf komt met name voor bij woningen en bebouwing langs de linten. Binnen het onbebouwd erf (perceel minus bouwvlak en minus erf) beperken de bouwmogelijkheden zich over het algemeen tot hetgeen vergunningvrij mag worden gebouwd en enkele bouwwerken, geen gebouwen zijnde (denk vooral aan erfafscheidingen).

6.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Tenzij anders weergegeven is de volgende regeling van kracht voor woningen in stedelijk gebied: a. oppervlakte: 1. 20m2 indien erf kleiner is dan 50m2; 2. 40% van erf met maximum van 60m2 bij erf tussen de 50m2 en 500m2; 3. 80m2 bij erf tussen de 500m2 en 1000m2; 4. 100m2 bij erf vanaf 1000m2; b. bouwhoogte: 1. maximaal 3m bij plat dak; 2. bij schuin dak goothoogte maximaal 3m; 3. bouwhoogte maximaal 4,5m. N.B: op grond van de (landelijke) wettelijke regels voor vergunningvrij bouwen, kan er vaak meer gerealiseerd worden dan de bovenstaande standaardregeling doet vermoeden. Deze regeling maakt deel uit van de plansystematiek, omdat het Tilburgse 'erf' en het in het Besluit omgevingsrecht gedefinieerde 'achtererfgebied' niet noodzakelijkerwijs samenvallen. In het buitengebied geldt voor bijgebouwen bij woningen dat de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een woning mag niet meer bedragen dan: a. 75m² op bouwpercelen, kleiner dan 1000m²; b. 150m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 1000m², doch kleiner dan 5000m²; c. 200m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 5000m²; terwijl de goothoogte maximaal 3m en bouwhoogte maximaal 6m mag bedragen.

6.3 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen aanwezig: -Gemengd-Dorps Binnen deze bestemmingen zijn de volgende aanduidingen gebruikt: Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

-functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 2 -functieaanduiding erf -functieaanduiding specifieke vorm van gemengd-Dorps - inrit Daarnaast zijn de volgende dubbelbestemmingen aanwezig: -dubbelbestemmings Waarde-Archeologie

6.4 Bouw- en gebruiksregels Bouwregels De bouwregels bevatten een uitgebreide regeling ten aanzien van het oprichten van gebouwen en overige bouwwerken in het plangebied (bouwvlak, erf, bouwhoogte, regeling bijgebouwen etc.). Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in bouwregels voor (hoofd)gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwwerken van algemeen nut. Gebruiksregels Bij de meeste bestemmingen worden regels omtrent het gebruik van gronden en bouwwerken gegeven, al dan niet aangevuld met een aantal afwijkingsmogelijkheden, wisselend per bestemming.

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Doordat met initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67) op 1 juli 2022 gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad.

8.2 Omgevingsdialoog Op 19 juli 2022 heeft ter uitvoering van het bepaalde in de Richtlijn Omgevingsdialoog een informatieavond plaatsgevonden op de planlocatie aan de Kreitenmolenstraat 67a. Tijdens deze informatieavond is een toelichting gegeven op de aard en het doel van het bestemmingsplan. Tevens is de gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen en het maken van opmerkingen. Volgens opgave van de ontwikkelaar is het plan door het merendeel van de bezoekers positief ontvangen en hadden de vragen met name betrekking de toegankelijkheid van het terrein en de bouwhoogte. Verwezen wordt naar bijlage 6 Verslag omgevingsdialoog.

8.3 Zienswijzen P.M

Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 9e herziening (Kreitenmolenstraat 67)

Bijlage bij toelichting Bijlage 1 Rapport Bomen Effect Analyse Achthoevenstraat 5 Udenhout Rapport Bomen Effect Analyse Achthoevenstraat 67 Udenhout

Bijlage 2 Inrichtingsplan Inrichtingsplan

Bijlage 3 Rapport onderzoek industrielawaai Rapport onderzoek industrielawaai

Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Kreitenmolenstraat 67 Udenhout Verkennend bodemonderzoek Kreitenmolenstraat 67 Udenhout

Bijlage 5 Stikstofdepositieonderzoek opslagruimte Udenhout V03 inclusief AERIUS projectberekening Stikstofdepositieonderzoek opslagruimte Udenhout V03 inclusief AERIUS projectberekening

Bijlage 6 Verslag omgevingsdialoog 19 juli 2022 geanonimiseerd Verslag omgevingsdialoog 19 juli 2022 geanonimiseerd

Bijlage 1 Rapport Bomen Effect Analyse Achthoevenstraat 5 Udenhout Rapport Bomen Effect Analyse Achthoevenstraat 67 Udenhout

Bomen Effect Analyse 0B0 B

Achthoevenstraat 5 Udenhout 2B2 B

11 oktober 2022

3B3 B

Colofon

1B1 B

Opdrachtgever R. van de Plas BV Dhr. R. van de Plas Energieweg 11 5071 NP Udenhout

Opdrachtnemer PEAK Boomadvies T. 06-38854478 E. info@peakboomadvies.nl

Projectcode 2022-047

Rapport opgesteld door M.J.H. Arkesteijn (European Tree Technician, geregistreerd taxateur NVTB)

Datum rapportage 29 september 2022, conceptrapport 10 oktober 2022, definitief rapport

Bomen Effect Analyse

Inhoud 1.

Inleiding

5

2.

Onderzoekslocatie

6

Beschrijving voorgenomen werkzaamheden

6

Werkwijze

9

Nulmeting boom

9

Ondergronds onderzoek

9

Bomen Effect Analyse

9

Resultaten

10

Nulmeting

10

Beleidsstatus

10

Conditie

11

Gebreken, ziekten, aantastingen en beheerknelpunten

11

Toekomstverwachting

11

Ondergronds onderzoek

12

Effectanalyse

15

Prognose projectinvloed

15

Conclusie en advies

17

3.

4.

4.

5.

4

Achthoevenstraat 5, Udenhout

1. Inleiding In opdracht van R. van de Plas BV heeft Peak Boomadvies een Bomen Effect Analyse uitgevoerd bij 1 boom aan de voorzijde van woning aan de Achthoevenstraat 5 in Udenhout. Het voornemen bestaat om een nieuwe inrit aan te leggen aan de zuidwestzijde van de woning aan de Achthoevenstraat 5. Deze inrit gaat toegang geven aan het oude fabrieksterrein aan de Kreitenmolenstraat 67, dat zal worden ingericht voor opslag in kleinschalige garageboxen. De constructie van de nieuwe inrit is nog niet vastgelegd en wordt mede op basis van de uitkomsten van dit onderzoek verder uitgewerkt. Het uitgangspunt van het onderzoek is de duurzame instandhouding van de boom. Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de kwaliteit van de boom, het bodemprofiel en de beworteling. Aan de hand daarvan maken we een inschatting of de voorgenomen graaf- en aanlegwerkzaamheden volgens tekening uitgevoerd kunnen worden. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek formuleren we gerichte adviezen en randvoorwaarden voor de werkzaamheden. De Bomen Effect Analyse (BEA) voeren we uit conform hoofdstuk 16 van het Handboek Bomen 2022 van het Norminstituut Bomen. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling. Behalve de actuele kwaliteit van de boom brengt deze alle mogelijke effecten in beeld van graaf-en aanlegwerkzaamheden op het duurzaam voortbestaan van de boom.

Met het duurzaam voortbestaan van de boom wordt bedoeld dat de kwaliteit van de boom tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden niet achteruit mag gaan. Het veldwerk is uitgevoerd op 20 september 2022 door M.J.H. Arkesteijn (European Tree Technician en geregistreerd taxateur, lid NVTB). Na het uitbrengen van het conceptrapport is op 7 oktober jl. aanvullend onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van een ontwerpwijziging.

5

Bomen Effect Analyse

2. Onderzoekslocatie Het onderzoek heeft betrekking op 1 boom aan de voorzijde van de woning aan de Achthoevenstraat 5 in Udenhout. De boom is eigendom van gemeente Tilburg. Onderstaande afbeelding geeft de locatie van de onderzoeksboom weer.

Afbeelding: overzicht van de onderzoekslocatie (Bron: Google Earth).

Beschrijving voorgenomen werkzaamheden Het voornemen bestaat om een nieuwe inrit te maken aan de zuid-zuidwestzijde van de woning om toegang te krijgen tot het achterliggende voormalige fabrieksterrein. Op dit terrein worden in de toekomst kleinschalige garageboxen aangelegd. De nieuwe ontsluitingsweg/ inrit is in de basis bestemd voor personenauto’s. In het eerste ontwerp is de breedte van de inrit 6 meter. Bij de start van het veldwerk is de minimale breedte van de inrit vastgesteld op 4,5 meter. Dit betekent dat de inrit op 1,8 meter afstand vanuit het hart van de boom wordt aangelegd. De inrit wordt aangelegd tegen de erfgrens, aan de zuidzijde van het perceel. Het grootste gedeelte van de inrit wordt aangelegd op eigen terrein, buiten de kwetsbare boomzone. Vanuit het eigen terrein sluit de inrit aan op het bestaande trottoir. Uitgangspunt van het onderzoek is dat de fundering onder het trottoir niet wordt gewijzigd. Tussen het trottoir en de weg moet een inritconstructie aangelegd worden ter hoogte van de bestaande blokhaag. De constructie van de inrit (fundering en materiaalkeuze) is op dit moment nog niet uitgewerkt. De uitkomsten van dit onderzoek zijn bepalend voor de verdere technische uitwerking.

6

Achthoevenstraat 5, Udenhout

Bij dit onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende twee tekeningen (aangeleverd door de opdrachtgever): • Project Kreitmolenstraat / Achthoevenstraat, ‘Plattegrond terrein Kreitenmolenstraat bestemmingsplan 2022 ‘bestaand’ en ‘nieuw’, d.d. 14-03-2021. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van het ontwerp van de nieuwe inrit.

Afbeelding: ontwerp nieuwe inrit.

Ontwerpwijziging Op basis van de uitkomsten van het conceptrapport, d.d. 29 september 2022, is een ontwerpwijziging doorgevoerd, zie de afbeelding op de volgende pagina. De breedte van de inrit is aangepast van 4,5 meter naar 3,0 meter. Aan beide zijden van de inrit is rekening gehouden met 30 centimeter funderingsoverlap. De afstand tussen het hart van de boom en de ontgraving bedraagt 2,7 meter. Deze maatvoering vormt het uitgangspunt voor de BEA.

7

Bomen Effect Analyse

Afbeelding: ontwerpwijzing nieuwe inrit (bureau NieuwBlauw d.d. 4 oktober 2022).

8

Achthoevenstraat 5, Udenhout

3. Werkwijze Nulmeting boom Eerst hebben we de algemene boomgegevens opgenomen. Vervolgens hebben we de boom uitgebreid visueel geïnspecteerd om de conditie te beoordelen en om eventuele gebreken, ziekten en aantastingen vast te stellen. Op basis van de resultaten van de visuele inspectie hebben we de actuele toekomstverwachting van de boom bepaald. Daarbij geldt dat aan de toekomstverwachting kan geen absolute eindleeftijd worden verbonden. Het betreft een momentopname.

Ondergronds onderzoek Het ondergronds onderzoek is uitgevoerd door handmatig twee profielsleuven te graven en twee profielboringen te verrichten. Hiermee hebben we de bodemopbouw en beworteling (spreiding, diameter en kwaliteit) in kaart gebracht.

Bomen Effect Analyse Op basis van de actuele kwaliteit van de boom, het ondergronds onderzoek en de beoordeling van de ontwerptekening bepaalden we welke effecten de werkzaamheden hebben op de boom. Ook stelden we vast of de werkzaamheden volgens ontwerp uitgevoerd kunnen worden.

9

Bomen Effect Analyse

4. Resultaten Nulmeting De onderzochte boom is een kleinbladige linde (Tilia cordata cv.). De boom staat op openbaar terrein in een groenstrook van circa 1,75 m breed en 16 m lang. Deze groenstrook bevindt zich tussen de weg en een circa 2,10 meter breed trottoir. Het betreft een volwassen boom, met een stamdiameter (op 1,30 meter hoogte) van 70 centimeter. De kroondiameter is circa 12 meter en de valt in de boomhoogtecategorie 12 - 15 meter. De takvrijezone is rondom tenminste 4,5 meter. De onderstaande foto's geven een beeld van de situatie.

Overzicht van de situatie.

Detailoverzicht standplaats.

Beleidsstatus De boom heeft volgens de boomwaardezoneringskaart van de gemeente Tilburg een ‘nevenwaarde’. De boom staan niet op de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) van de gemeente Tilburg.

10

Achthoevenstraat 5, Udenhout

Afbeelding: overzicht boomwaardezoneringskaart Gemeente Tilburg.

Conditie De conditie van de boom is voldoende. De boom vertoont voldoende groei en een jaarlijks (beperkt) toenemend kroonvolume. Naar verwachting heeft de boom de uiteindelijke omvang bereikt op deze standplaats.

Gebreken, ziekten, aantastingen en beheerknelpunten Tijdens de visuele inspectie hebben we geen ziekten, gebreken en aantastingen van structurele aard vastgesteld. Wel is er sprake van ernstige verhardingsopdruk. Oppervlakkige boomwortels drukken trottoirtegels omhoog aan de rand van het voetpad. Dit verhoogt het risico voor voetgangers vanwege struikelgevaar.

Toekomstverwachting Onder de huidige omstandigheden heeft de boom een boomtechnische toekomstverwachting van meer dan 15 jaar.

11

Bomen Effect Analyse

Ondergronds onderzoek Profielsleuf 1 Aan de zuidwestzijde van de boom hebben we een profielsleuf gegraven op 1,80 meter afstand van het hart van de boom. In eerste instantie zou de nieuwe inrit op deze locatie aangelegd worden, uitgaande van een breedte van 4,5 meter. De sleuf is gegraven op de overgang van het trottoir naar de groenstrook en in de groenstrook. Aan de wegzijde is een wortelaanzet vrij gegraven om ook daar het type beworteling en de diepte van de beworteling in kaart te brengen. Aan de wegzijde hebben we een zware wortelaanzet vrij gegraven. Op deze locatie zijn meerdere oppervlakkige boomwortels aangetroffen met een diameter tot 6 centimeter. Deze boomwortels groeien in het verlengde van de groenstrook. Profielsleuf op 1,80 meter uit het hart van de stamvoet in het trottoir en groenstrook. Diepte in cm (-mv)

Beschrijving profiel

Beschrijving beworteling

0-35

Fijn, matig humeus zand.

Intensieve dikke beworteling met een diameter tot 17 cm.

>35

Leemhoudend zand. Zeer sterk verdicht. Deze profiellaag is zeer slecht doordringbaar met de grondboor.

Geen boomwortels aangetroffen.

Locatie profielsleuf 1.

12

Profielsleuf 1.

Achthoevenstraat 5, Udenhout

Dikke stabiliteitswortel in profielsleuf 1.

Meerdere oppervlakkige boomwortels in profielsleuf 1.

Profielsleuf 2 Op basis van de ontwerpwijziging is aanvullend ondergronds onderzoek verricht. Aan de zuidwestzijde van de boom hebben we een profielsleuf gegraven en een profielboring verricht op 2,70 meter afstand van het hart van de boom. Op deze afstand wordt het cunet gegraven voor de aanleg van de inrit. De sleuf is gegraven op de overgang van het trottoir naar de groenstrook en in de groenstrook. Profielsleuf op 2,70 meter uit het hart van de stamvoet in het trottoir en groenstrook. Diepte in cm (-mv)

Beschrijving profiel

Beschrijving beworteling

0-50

Fijn, matig humeus zand.

Extensieve beworteling met een diameter tot 3 cm.

50-120

Leemhoudend zand. Van 50 - 70 cm diepte sterke bodemverdichting. Dieper dan 70 cm geen verdichting .

Zeer extensieve fijne boomwortels aangetroffen.

13

Bomen Effect Analyse

Locatie profielsleuf 2.

14

Profielboring ter hoogte van profielsleuf 2.

Achthoevenstraat 5, Udenhout

4. Effectanalyse De werkzaamheden vinden plaats binnen de kwetsbare boomzone (kroonprojectie +1,5 meter). De hieronder beschreven prognose van de projectinvloed is gemaakt op basis van het ondergronds onderzoek en de toetsing van het aangepaste en meeste recente ontwerp d.d. 4 oktober 2022. De uitgangspunten in hoofdstuk 2 vormen de basis voor de effectanalyse.

Prognose projectinvloed Uit het ondergronds onderzoek blijkt dat de boom vooral in de bovenste profiellaag, tussen de 30 en 45 centimeter diepte, intensieve dikke beworteling heeft gevormd. De sterk verdichte onderliggende leemhoudende zandlaag in de bodem heeft de ontwikkeling van boomwortels in diepere profiellagen belemmerd. Volgens de richtlijnen in het Handboek Bomen 2022 dient bij een stamdiameter van 70 cm een minimale graafafstand aangehouden worden 2,0 meter (de straal van de stabiliteitskluit). Deze richtlijnen zijn gebaseerd op een bewortelingsdiepte van 75 centimeter. In deze situatie moet de straal van de stabiliteitskluit bijgesteld worden naar 2,5 tot 3 meter, vanwege de oppervlakkige beworteling en de storende laag in de bodem. Aanleg traditionele inrit volgens plan De rand van de nieuwe inrit wordt aangelegd op circa 3,0 meter afstand van de boom. Om te voorkomen dat verharding wegschuift door verzakking of verkeersbelasting dient de fundering tenminste 30 centimeter breder aangelegd te worden dan de rand van de inrit. Bij de aanleg van een ‘traditionele’ inrit worden gebroken puin, een vleilaag van zand en (beton)klinkers toepast. De benodigde ontgravingsdiepte bedraagt dan 35 tot 40 cm. Het bestaande maaiveld in de groenstrook ligt al wat hoger dan het trottoir en de opsluitband naast de weg. Hierdoor is de ontgravingsdiepte iets meer dan eerder geschetst.

Als de inrit volgens plan wordt aangelegd, dan blijft de stabiliteitskluit ongeschonden. Buiten de stabiliteitskluit zal naar verwachting door wortelsnoei maximaal 10 tot 15% verlies ontstaan van opnamewortels. Door de aanleg van de inrit gaat circa 2,5 tot 3 m3 doorwortelbare ruimte verloren. Dit bedraagt volgens schatting 10% van de totale groeiplaats, uitgaande van een groeiplaatsvolume van 25 tot 30m3 (groenstrook, gedeelte van het trottoir en de voortuin van huisnummer 5).

15

Bomen Effect Analyse

We willen benoemen dat na het uitvoeren van wortelsnoei vaak een veelvoud aan nieuwe boomwortels ontstaan op de snoeiwonden. Deze nieuwe boomwortels groeien onder de nieuwe verharding en veroorzaken dan verhardingsopdruk. De prognose projectinvloed is voldoende. De inrit kan aangelegd worden met behoud van de boom. Het verwachtte percentage wortelverlies en het verlies aan groeiruimte heeft geen nadelige invloed op de duurzame instandhouding van de boom. Het is wel van belang dat wordt voldaan aan de randvoorwaarden in hoofdstuk 5. Alternatieven Wij hebben naast de aanleg van een traditionele inrit twee alternatieven onderzocht, zoals de aanleg van grasbetontegels of een drukverdelende sandwichconstructie met daarop klinkerverharding. Het toepassen van grasbetontegels kan voordelen opleveren ten opzichte van elementenverharding vanwege de grote openingen in de tegels. Door deze openingen kan uitwisseling plaatsvinden van bodemgassen met de buitenlucht. Grasbetontegels hebben echter van zichzelf geen drukverdelende werking, waardoor de ondergrond wordt verdicht bij verkeersbelasting. Om een stabiele inrit aan te leggen dienen grasbetontegels daarnaast ook aangelegd worden op een fundering van gebroken puin en zand. Zonder fundering is de kans groot op verzakkingen. Hierdoor levert dit nagenoeg geen voordelen op ten opzichte van een ‘traditionele’ inrit.

Bij het toepassen van een sandwichconstructie worden kunststof kratten aangelegd op een geprofileerde ondergrond en wapeningsdoek. Op deze kratten wordt een vleilaag van zand en klinkers aangelegd. De totale ontgravingsdiepte voor dit systeem is minimaal 30 cm. De onderliggende leemlaag wordt nauwelijks benut door boomwortels. De aanleg van een sandwichconstructie heeft dan ook geen substantiële meerwaarde ten opzichte van een ‘traditionele’ inrit.

16

Achthoevenstraat 5, Udenhout

5. Conclusie en advies Conclusie In dit onderzoek hebben wij een volwassen kleinbladige linde beoordeeld. Volgens de boomwaardezoneringskaart van Gemeente Tilburg is de vastgestelde beleidsstatus ‘nevenwaarde’. De toekomstverwachting van de boom is onder de huidige omstandigheden goed. Er zijn geen gebreken en knelpunten van structurele aard vastgesteld die van negatieve invloed zijn op de toekomstverwachting. Dikke oppervlakkige boomwortels drukken tegels in het voetpad omhoog. Deze opdruk is nog voor een bepaalde tijd op te lossen door het verwijderen van zand onder de tegels. Op de langere termijn vormt dit echter een onoplosbaar knelpunt. Wij hebben de effecten beoordeeld van de aanleg van een ‘traditionele’ inrit. Geconcludeerd kan worden dat de inrit aangelegd kan worden met duurzaam behoud van de boom. Tijdens de uitvoering moet wel aan de onderstaande randvoorwaarden worden voldaan.

Randvoorwaarden De werkzaamheden moeten uitgevoerd worden op basis van de volgende randvoorwaarden: • Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een bomenwacht aangesteld. De bomenwacht is in het bezit van een ETT- certificaat en houdt toezicht op werkzaamheden in relatie tot bomen. De bomenwacht rapporteert direct aan de medewerker groen en bomen van de gemeente Tilburg. • Als de boom binnen het draaibereik staat van de graafmachine, dan moet voorafgaand aan de werkzaamheden in elk geval houten stamommanteling aangebracht worden. Dit is afhankelijk van het type graafmachine dat wordt ingezet. De inzet van een minigraver binnen de kwetsbare zone (kroonrand + 1,5 meter) heeft voor voorkeur. De wortelaanzetten, de stamvoet en de stam moeten zorgvuldig tot 2,5 meter hoogte beschermd worden met de houten stamommanteling. • De zone tot 1,5 meter voorbij de rand van de kroon is aangeduid als kwetsbare zone. Binnen deze zone moet zorgvuldig gewerkt worden. Wortelschade en structuurbederf van de bodem moeten voorkomen worden om de kwaliteit van de bomen te behouden. • Grond, verhardingsmateriaal en dergelijke mag nooit langdurig op onverharde delen onder de boomkroon opgeslagen worden. • Graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone zoals omschreven in deze BEA vinden enkel plaats onder toezicht van een bomenwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13993479/1