04 Toelichting met bijlagen
Tekst van het document
In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen. Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen.
Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
20
gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw.
Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.10.2 Analyse plangebied Het plangebied is gelegen aan de Hooghoutseweg nummer 12 te Biezenmortel. Het bestaat uit een woonhuis, agrarische loods en hoogintensieve plantenkwekerij. Daartussen zijn enkele verharde paden aanwezig en rond het perceel is een afwateringssloot. In de omgeving van het plangebied liggen eveneens planten- en bomenkwekerijen, woningen, agrarische bouwwerken, weilanden en enkele bosschages. Het plan omvat een bestemmingplanwijziging waarin het bouwvlak van het kadastrale perceel in vorm veranderd. Dit om de bouw van een nieuw agrarische loods mogelijk te maken.
Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen op 400 meter afstand tot de planlocatie. Gezien de relatief korte afstand tot de planlocatie strekt het tot de aanbeveling om voor de bouw van de nieuwe loods een AERIUS-berekening uit te voeren. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is het niet nodig deze berekening uit te voeren. Het aanpassen van het bouwvlak brengt namelijk geen andere bouwtoestemmingen met zich mee met betrekking tot het perceel. Het bouwen van een loods is in de huidige situatie eveneens mogelijk. Door de relatief kleine vorm van de ontwikkeling zijn effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de uitstoot van stikstof niet te verwachten. Middels een Aeriusberekening (bijlage 7) met aanvullende memo (bijlage 8) is dit ook aangetoond.
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
21
Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de Groenblauwe Mantel, zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De dichtstbijzijnde gebieden die tot het Natuurnetwerk Brabant behoren, liggen op ongeveer 65 meter van het plangebied (gerekend tot de toekomstige loods). Het betreft een ecologische verbindingszone gelegen binnen het gebied van het onderliggende bestemmingsplan. Binnen de ecologische verbindingszone wordt ingezet op behoud en herstel van watersystemen. Externe effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB), zoals benoemd in artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening, zijn gezien de wijziging tot het bouwblok, de afstand tot het NNB en de zeer beperkte externe invloed redelijkerwijs uit te sluiten. Het aanpassen van de vorm van het bouwvlak en het bouwen van een agrarische loods leidt niet tot aantasting van het NNB of de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit een intensief gebruikte plantenkwekerij, een woonhuis en een agrarische loods. Het plan omvat het herbegrenzen van het bouwvlak binnen het bestemmingsplan en het bouwen van een nieuwe tweede agrarische loods.
In de reeds bestaande gebouwen kunnen potentieel verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismus en andere gebouwbewonende vogelsoorten aanwezig zijn. De plannen hebben echter geen betrekking op deze gebouwen waardoor effecten op deze soorten uitgesloten zijn. De plantenkwekerij biedt geen habitat voor strikt beschermde soorten van artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het voorkomen van dergelijke soorten op de plaats waar de nieuwe loods gebouwd wordt, is dan ook uit te sluiten. Hierdoor zijn negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het aanpassen van de begrenzing van het bouwvlak en de bouw van de loods uitgesloten. Het is dan ook niet nodig om tijdens de bouw van de loods nader rekening te houden met deze beschermde soorten. Enkele algemene soorten kunnen in het plangebied mogelijk wel leefgebied of een deel van het leefgebied vinden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor deze soorten echter alleen de zorgplicht welke inhoudt dat enige mate van zorg voor deze soorten gedragen wordt. Conclusie De aanpassing van de grens van het bouwvlak in het perceel aan de Hooghoutseweg nummer 12 te Biezenmortel heeft geen negatieve effecten op: <0000> Beschermde Natura 2000-gebieden <0000> Beschermde NNN-gebieden <0000> Beschermde soorten De aanpassing van de begrenzing van het bouwvlak kan dan ook doorgang vinden.
De bouw van de nieuwe loods heeft eveneens geen effecten op: <0000> Beschermde NNN-gebieden <0000> Beschermde soorten Naar verwachting heeft de bouw van de nieuwe loods eveneens geen effecten op in de omgeving aanwezige beschermde Natura 2000-gebieden. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning is een Aeriusberekening uitgevoerd, waarmee is aangetoond worden dat geen effecten op Natura 2000-gebieden ontstaan als gevolg van de uitstoot van stikstof bij de bouw van de loods.
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
22
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem De belangrijkste kenmerken van het plangebied zijn weergegeven in tabel 1. In de huidige situatie is op het perceel een woning met bijgebouwen en erfverharding aanwezig. Kenmerk Stroomgebied Waterbeheerders
Bruto oppervlakte Terreinhoogte Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Bodem Riolering Afkoppelgebied Oppervlaktewater
Keur beschermde gebieden
In plangebied Zandleij Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel 4.670 m² Ca 8,5 m+NAP onbekend onbekend onbekend Drukriool (alleen vuilwater) Niet van toepassing Het perceel is aan de oost en zuidzijde begrensd door een watergang. Langs de Hooghoutseweg ligt een watergang die als B-water op de legger van de keur is aangegeven. Niet van toepassing Tabel 1: Gebiedskenmerken
In de huidige situatie is het perceel deels bebouwd en verhard. Regenwater dat valt op verharde oppervlakken wordt in het perceel verwerkt. Regenwater wat valt op onverharde oppervlakken infiltreert naar het grondwater. Het perceel is aangesloten op drukriolering. Afvalwater wordt getransporteerd naar de zuiveringsinstallatie van waterschap De Dommel.
5.2 Beleidskader Het waterschap De Dommel heeft in 2015 het 'Waterbeheerplan Waardevol Water 2016 - 2021' vastgesteld. Dit plan is opgesteld vanuit de insteek van het waterschap: samen met gebruikers en (maatschappelijke) organisaties meerwaarde geven aan water. Dit doet het waterschap vanuit vier uitgangspunten: 1) beekdalbenadering; 2) gebruiker centraal; 3) samen sterker; 4) gezonde toekomst. Naast dit beheerplan beschikt het waterschap over verschillende beleidsregels en de Keur die van belang zijn voor eventuele ontwikkelingen. Het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) is in 2015 door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Zowel het PMWP als het waterbeheerplan lopen parallel met de 2e termijn van de Kaderrichtlijn Water. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2020-2023. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd
5.3 Duurzaam watersysteem De eigenaar van de grond bepaalt de terrein- en vloerpeilen binnen de perceelgrenzen. Deze peilen moeten afgewogen en gekozen worden aan de hand van de volgende factoren: <0000> voldoende ontwateringdiepte; <0000> de water- en vochtdichtheid van alle ondergrondse bouwdelen dient te allen tijde voldoende te zijn voor de nieuwe functie van de ruimte;
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
23
<0000> <0000> <0000>
aansluiten op de bestaande aangrenzende percelen en op de (toekomstige) terreinhoogte van de openbare ruimte ter plaatse van de grens (T-hoogte); geen afvloeiend regenwater afwentelen buiten de (toekomstige) percelen; afdoende bescherming tegen overstroming bij extreme neerslag.
De gemeente bepaalt de hoogte van de (toekomstige) openbare ruimte. Daarbij zijn verschillende factoren van belang, waaronder de ontwateringdiepte. In de bestaande situatie is de ontwateringdiepte voldoende voor de nieuwe functies. Hierom worden geen preventieve maatregelen vastgesteld om grondwater- of vochtoverlast te voorkomen. Om de aansluiting op nabije terreinhoogten optimaal te houden wordt de bestaande terreinhoogte ter plaatse van de perceelgrens (T-hoogte) gehandhaafd. Regenwater Tilburg streeft naar een betere leefomgeving. Daarbij speelt de trits vasthouden-bergen-afvoeren een centrale rol. In eerste instantie gaat het om het gebiedseigen water zoveel mogelijk vast te houden (trits vasthouden-bergen-afvoeren). Mogelijkheden hiervoor zijn: <0000> Minder terrein verharden; <0000> Hergebruik van regenwater voor bijvoorbeeld toiletspoeling of wassen van voertuigen; <0000> Groene daken; <0000> Water opvangen in poelen, regentonnen e.d.; <0000> Waterdoorlatende verharding. Alle beetjes helpen, andere/innoverende ideeën zijn mogelijk. In het PWR is beleid vastgesteld waarmee van iedere ontwikkeling verlangd wordt dat ze hier invulling aan geeft door in een vastgestelde bergingsopgave voor het plangebied te voorzien. De bergingsopgave bedraagt 60 mm, oftewel 60 l/m² verharding van de nieuwe situatie.
Hiermee draagt het plangebied bij aan het hydrologisch neutraal (her)ontwikkelen van Tilburg. Voor de nieuwe situatie wordt op basis van de aangenomen afvoerende oppervlakken in tabel 2 vastgesteld dat er sprake is van een waterbergingsopgave van 800 m² x 0,06 m = 48 m³. Als invulling wordt de toepassing van bovengrondse waterbergende voorzieningen als wadi, greppel en groene-/waterbergende daken als kansrijk gezien. Aanbevelingen en advies voor een duurzame invulling van het watersysteem: <0000> Stel op basis van veldonderzoek vast of het plangebied geschikt is voor het toepassen van infiltratievoorzieningen; <0000> Beperk de hoeveelheid verharde oppervlakte; <0000> Pas groene daken toe, een combinatie van een groendak met zonnepanelen is goed mogelijk en leidt tot een hoger rendement van de panelen; <0000> Voer (een deel van) de terreinverhardingen zoals parkeervakken uit in een halfverharding/grastegels; <0000> Pas voor de resterende opgave ondergrondse waterberging toe in een centraal elementensysteem of een waterbergende verhardingsfundering. Een overloop van de waterbergingsvoorziening(en) dient in overleg met waterschap te worden aangesloten op het oppervlaktewater. Het toepassen van uitlogende bouwmaterialen is uitgesloten om verontreiniging van bodem- en oppervlaktewater te voorkomen.
Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijke afvalwater van het perceel dient te worden ingezameld en afgevoerd naar de aanwezige drukriolering.
5.4 Watertoets De impact van deze ontwikkeling op het watersysteem is beperkt. De ontwikkeling valt daarom binnen het maatwerk dat de gemeente heeft vastgesteld in het PWR 2020-2023. Conform deze aanpak kan het watertoets-proces een verkort traject doorlopen. In dit verkorte traject geeft het waterschap geen voorlopig wateradvies, in plaats daarvan wordt het wateradvies pas verstrekt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan.
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
24
Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.
6.2 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan bestaat uit de bestemming 'Agrarisch - agrarisch bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn grondgebonden agrarische bedrijven toegestaan, uitgezonderd veehouderijen. Binnen de bestemming is een bouwblok aangewezen, waarbinnen de bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning gesitueerd zijn/worden. Binnen de bestemming 'Agrarisch - agrarisch bedrijf' is de gebiedsaanduiding 'overige zone boomteeltontwikkelingsgebied aanwezig. Binnen dit gebied zijn binnen het bouwvlak, onder voorwaarde, ook teeltondersteunende kassen mogelijk. Daarnaast is buiten het bouwvlak de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen' aanwezig. Binnen deze aanduiding mogen teeltondersteunende voorzieningen worden aangelegd, zoals afdekfolies, anti-worteldoek, plastic tunnels etc. Hierbij zijn teeltondersteunende kassen uitgesloten. Ter plaatse van de op de interim verording aangeduide zone 'Natuurnetwerk Brabant - ecologische verbindingszone' is de de dubbelbestemming 'waterstaat - attentiegbied NNB' gelegd. Binnen deze bestemming is het zonder omgevingsvergunning verboden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zoals het verzetten van grond van meer dan 100m3, de aanleg van drainage, het verlagen van de grondwaterstand en het (buiten het bouwblok) aanbengen van oppervlakteverhardingen.
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
25
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan.Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro jo. artikel 6.2.1a van het Bro hoeft in dit geval van ondergeschikt belang echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
26
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op 11 december 2020 gepubliceerd in het Gemeenteblad.
8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het concept-ontwerpbestemmingsplan is onder vermelding van een reactietermijn van vier weken verzonden naar de in artikel 3.1.1 Bro genoemde overleginstanties. Het concept is verzonden aan de volgende organisaties: Instantie
Provincie Noord-Brabant directie ROH
Datum Datum verzending ontvangst reactie 27-08-2021 21-09-2021
Opmerkingen?
Het plan is in overeenstemming met de provinciale belangen.
De Provincie Noord-Brabant heeft het plan bekeken aan de hand van de provinviale belangen zoals die zijn verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De Provincie vermeld dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen.
8.3 Omgevingsdialoog Ter uitvoering van het bepaalde in de Richtlijn Omgevingsdialoog heeft de initiatiefnemer op verschillende data in december 2020 zijn buren/omwonenden op de hoogte gebracht van de plannen. Hierbij is uitleg gegeven over de plannen, te weten het oprichten van een nieuwe boomkwekerijloods op de bestaande boomkwekerij. Tijdens de gesprekken is de situatietekening gepresenteerd en is de gelegenheid geboden om vragen te stellen of opmerkingen te maken. De directe buren (Hooghoutseweg 12a) hebben aangegeven blij te zijn met het plan, aangezien bij het bestaande bouwvlak de nieuwe loods tegen hun perceel aan zou komen te liggen. De bewoners van Hooghoutseweg 10a zouden de loods liever achter de bestaande schuur zien. De overige omwonenden hebben geen opmerkingen gemaakt.
8.4 Zienswijzen p.m.
Hooghoutseweg 12 Biezenmortel, 1e herziening
27
Bijlagen bij toelichting
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing nieuwe situatie Landschappelijke inpassing nieuwe situatie
Bijlage 2 Landschappelijke inpassing totaal Landschappelijke inpassing totaal
Bijlage 3 Landschappelijke inpassing toelichting Landschappelijke inpassing toelichting
Bijlage 4 Nota parkeernormen Tilburg 2017 Nota parkeernormen Tilburg 2017
Bijlage 5 Akoestisch onderzoek Akoestisch onderzoek
Bijlage 6 Bodemonderzoek Bodemonderzoek
Bijlage 7 Aeriusberekening Aeriusberekening
Bijlage 8 Memo Aeriusberekening Memo Aeriusberekening
Bijlagen bij toelichting
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing nieuwe situatie Landschappelijke inpassing nieuwe situatie
Landschappelijk inpassingsplan Hooghoutseweg 10B - 12, Biezenmortel
Projectlocatie: Datum:
Hooghoutseweg 10B - 12, Biezenmortel 4 maart 2021
Landschappelijk inpassingsplan – beoogde situatie
Pagina 2 van 6
Landschappelijke inpassing – Type 1 Landschappelijke inpassing en voortuin - voorzijde kwekerij Conform landschappelijk inpassingsplan d.d. 2015 Van Doren tuin & landschap
Pagina 3 van 6
Metasequoia glyptostroboides
Pennisetum Hameln.
Er staan 4 Metasequoia bomen rondom het woonhuis. Verder is er rondom het woonhuis gebruik gemaakt van siergrassen (pennisetum hameln) en Rododendrons.
Pagina 4 van 6
Landschappelijke inpassing – Type 2 Realisatie houtsingel nabij nieuw te bouwen loods en aan te leggen terreinverharding. Realisatie gemengde inheemse houtsingel. De planten worden om de 40 cm aangeplant, in kruisverband. Deel houtsingel langs de loods, beoogde hoogte circa 2,5 m Deel houtsingel langs de terreinverharding, beoogde hoogte circa 1,5 m.
Assortimentslijst: Fagus sylvatica Carpinus Betulus Mespilus germanica Acer campestre Amelanchier lamarckii Prunus spinosa Viburnum opulus
Pagina 5 van 6
Landschappelijke inpassing – Type 3 Realisatie bomenrij van geknotte populieren, met gemengde inheemse haag. Ten zuiden van de containervelden wordt een bomenrij gerealiseerd van knotpopulieren. Een bladverliezende populier leent zich uitstekend als knotboom. De populier is in elke vorm te snoeien en loopt ieder jaar uit vanuit de basis (knot). De populier heeft een lichtgroen blad. Daarnaast wordt tussen de populieren een robuuste gemengde inheemse haag gerealiseerd, circa 1 meter breedte, circa 1 – 1,5 m hoogte. Dit met de navolgende 4 inheemse soorten. Deze planten worden om de 40 cm aangeplant, in kruisverband. Assortimentslijst gemengde inheemse haag: Coryllus avelana Carpinus betulus Amelanchier lamarckii Prunus spinosa
Pagina 6 van 6
Bijlage 2 Landschappelijke inpassing totaal Landschappelijke inpassing totaal
5708
5684
5887
13
a
12
5709
4 6046 5891
tsew e
g
5989
lo
Hoo g
hou
12
s
od
4
5880
6044
10
4
be wo drijfs nin g
B
6047
1
co nta lde
rve
ine
ed
eb
2
n
uw
nie
6045
s
od
slo
rijf
3
5710
6112
A 11
6081
5273
6079
6
5711 6080 6113
m 11
wa
11
ssin
ba
ter
6111
N
eg
ew
w ieu
5274
5
eg
tsew ghou
9
Hoo
5712
6
5992
5993 6170
6 5991
10a
5226
5898
5215
Legenda 1. vogelbosje van inheemse struweelbeplanting, opp. 123 m2 Ilex aquifolium - gewone hulst, Amelanchier lamarckii - krentenboompje, Fagus sylvatica - gewone beuk, Corylus avellana - hazelnoot, Carpinus betulus - haagbeuk, Rosa canina - hondsroos, Prunus spinosa - sleedoorn, Acer campestre - veldesdoorn, Ligustrum vulgare - gewone liguster 2. plantstrook van inheemse struweelbeplanting, lengte 40 m1 Ilex aquifolium - gewone hulst, Amelanchier lamarckii - krentenboompje, Fagus sylvatica - gewone beuk, Corylus avellana - hazelnoot, Carpinus betulus - haagbeuk, Rosa canina - hondsroos, Prunus spinosa - sleedoorn, Acer campestre - veldesdoorn, Ligustrum vulgare - gewone liguster 3. vogelbosje van inheemse struweelbeplanting, opp. 121 m2 Ilex aquifolium - gewone hulst, Amelanchier lamarckii - krentenboompje, Fagus sylvatica - gewone beuk, Corylus avellana - hazelnoot, Carpinus betulus - haagbeuk, Rosa canina - hondsroos, Prunus spinosa - sleedoorn, Acer campestre - veldesdoorn, Ligustrum vulgare - gewone liguster 4. 3x 3 stuks inheemse bomen in bestaand gazon / onderbeplanting Tilia europaea ‘Pallida’ - Hollandse linde / Koningslinde 5. elzenbosje, combinatie van spillen/veren en enkele hoogstam bomen, totaal 15 stuks Alnus glutinosa - els 6. bomenrij van knotbomen, totaal 33 stuks (330 m1 á h.o.h. 10 m1) Populus nigra ‘Brandaris’ - Europese zwarte populier
opdrachtgever adres plaats
Hooghoutplant Hooghoutseweg 10b-12 Biezenmortel
projectomschrijving projectnummer fase schaal datum
ontwerp landschappelijke inpassing 21235-01 definitief ontwerp A2 1 : 1.000 14 mei 2021
ing. Peter van Doren | tel. 06-42395041 | Verzonken Kasteel 7 | 5071 KB Udenhout info@vandoren-tuinontwerp.nl | www.vandoren-tuinontwerp.nl
tsew e
a
12
5709
5880
5983
Hoo g
hou
12
6046 5891
tsew e
g
Uitwerking maatregelen landschappelijke inpassing
6044
10
B
Hoo g
hou
12
5708
Hooghoutplant, Hooghoutseweg 10b-12 Biezenmortel
5880
5748 6142
6047
23
21a
13
5887
6044
6103
10
B
5687
a
12
21
19m
5709
6047
6046
tsew e
g
5891
5691
12
hou
5925
Hoo g
6107
Maatregel planten 3-tal groepen inheemse bomen 5268 Doel aankleden kopgevel bedrijfsloods en bedrijfswoning Soort Tilia europaea ‘Pallida’ - Hollandse linde / Koningslinde Aantal 9 stuks Aanplantmaat 5692 20-25 DRKL hoogstam 5710 Plantafstand variërend van 6,00 tot 8,00 mtr. Standplaats deels in 6045 bestaand gazon, deels in bestaande onderbeplanting van hoofdzakelijk Rhododendron Eindbeeld vrijuitgroeiende groep landschapsbomen met gezamelijke kroon, opgesnoeid tot ca. 4,00 mtr. hoogte 6143
5690 5688
6112
6044
10
5710
B
A 11
16
5798
5707
6081
5273
6045
5266
6m
1
6079 6047
19
52
6106
5711 6141
5886
17
6080
5689
6
Maatregel planten elzenbosje 6169 Doel accent toevoegen in scherpe bocht Hooghoutseweg (verkeersveiligheid) en tevens zicht op waterbassin ontnemen 14 Soort Alnus glutinosa - els Aantal 15 stuks g we 12-14 W tot 18-20 DRKL: combinatie van spillen/veren en enkele hoogstam bomen evan Aanplantmaat variërend w u Nie Plantafstand divers, ca. 1-2 mtr. 6169 ca. 8,00x4,00 mtr. Standplaats tegen de slootkant in lager gelegen deel van perceel, plantvak 5274 Eindbeeld opgaand elzenbosje, varierend qua leeftijdsopbouw, tot onder toe vertakt
6081
5273
15
5711 6080
5710
6045
5266
Ni
eweg
outs
h Hoog
g
we
e euw
5712 5992
5708
5273
5274
5748 6142
5993 6170
5711 5887
13 5991
Maatregel aanplant enkele bomenrij van inheemse knotbomen Doel accentueren watergang en zandpad de ‘Nieuwe weg’ 6169 Soort Populus nigra ‘Brandaris’ - Europese zwarte populier 6170 Aantal 33 stuks Aanplantmaat 16-18 W Plantafstand h.o.h. 10 m1 Standplaats tegen de slootkant, evenwijdig aan sloot, 50 cm. uit de insteek Eindbeeld bomenrij van geknotte bomen, mannelijke variëteit (pluisvrij)
5712
a
12
5993 5709
6046 5891
utse
weg
Ni
g
we
e euw
gho
12
5268
Hoo
5226 5274
6044
10
B
5226
5215
6170
6047
1 5215
5710
3
2
6045
Mengverhouding en aantal stuks per plantvak vak 1 vak 2 vak 3 10% Ilex aquifolium gewone hulst 5 st. 8 st. 5 st. 5273 15% Amelanchier lamarckii krentenboompje 10 st. 16 st. 10 st. 10% Fagus sylvatica gewone beuk 5 st. 8 st. 5 st. 10% Corylus avellana hazelnoot 5 st. 8 st. 5 st. 10% Carpinus betulus haagbeuk 5 st. 8 st. 5 st. 10% Rosa canina hondsroos 5 st. 8 st. 5 st. 15% Prunus spinosa sleedoorn 10 st. 16 st. 10 st. 6168 10% Acer campestre veldesdoorn 5 st. 8 st. 5 st. 6169 10% Ligustrum vulgare gewone liguster 5 st. 8 st. 5 st. 60 st. 80 st. 60 st.
5215
5711
N
eg
ew
w ieu
5274
5712
Maatregel planten vogelbosje van inheemse struweelbeplanting Doel aankleding bedrijfsterrein en nieuw te bouwen bedrijfsloods Soorten Ilex aquifolium - gewone hulst, Amelanchier lamarckii - krentenboompje, Fagus sylvatica - gewone beuk, 6168 Corylus avellana - hazelnoot, Carpinus betulus - haagbeuk, Rosa canina - hondsroos, Prunus spinosa - sleedoorn, Acer campestre - veldesdoorn, Ligustrum vulgare - gewone liguster Aanplantmaat 60-80 / 80-100 wortelgoed plantverband driehoeksverband Plantafstand vak 1&3 onderling 1,50 x 1,50 mtr. (= 1 st/2,25 m2) en 1,50 mtr. vanaf omliggende bestrating & watergang 6168 vak 2: dubbele rij te planten op 1,00 mtr. en op 2,00 mtr. vanuit loods, onderlinge plantafstand 1,00 mtr. Oppervlakte plantvak 1: ca. 35x6,7 mtr. = 236 m2 (netto 121 m2 te beplanten) 5266 plantvak 2: ca. 40x4 mtr. = 160 m2 (netto 120 m2 te beplanten) plantvak 3: ca. 18,5x11 mtr. = 205 m2 (netto 123 m2 te beplanten)
5238
Eigenschappen struweelbeplanting 20% = groenblijvend 35% = gedoornd (o.a. t.b.v. nestelgelegenheid vogels) 60% = besdragend + 20% = vruchtdragend (noten) 50% = sierwaarde bloesem 35% = sierwaarde (gele) herfstverkleuring 100% = inheems, gebiedseigen, vogel-, bij- en vlindervriendelijk
5238
* Benoemde percentages in mengverhouding, aantallen en soorten zijn richtlijnen voor het samenstellen van het sortiment
6170
5226
totaal 18 st. 36 st. 18 st. 18 st. 18 st. 18 st. 36 st. 18 st. 18 st. 200 st.
opdrachtgever adres plaats
Hooghoutplant Hooghoutseweg 10b-12 Biezenmortel
projectomschrijving projectnummer fase schaal datum
ontwerp landschappelijke inpassing 21235-01 definitief ontwerp A2 1 : 1.000 14 mei 2021
ing. Peter van Doren | tel. 06-42395041 | Verzonken Kasteel 7 | 5071 KB Udenhout info@vandoren-tuinontwerp.nl | www.vandoren-tuinontwerp.nl
52
Bijlage 3 Landschappelijke inpassing toelichting Landschappelijke inpassing toelichting
ontwerp
|
advies
|
projectbegeleiding
Gemeente Tilburg t.a.v. Mevr. G. Sperber Stadhuisplein 130 5038 TC Tilburg
Va n D o r e n tuin & landschap ontwerp • advies • projectbegeleiding
betreft PLANTOELICHTING LANDSCHAPPELIJKE INPASSING HOOGHOUTPLANT projectnummer 21235-01 datum 11-06-2021
Inleiding Middels dit schrijven lichten we toe hoe het ingediende landschappelijk inpassingsplan van d.d. 14-05-2021 voor de ontwikkeling van Hooghoutplant aan de Hooghoutseweg 10b-12 in Biezenmortel tot stand is gekomen en hoe dit inrichtingsplan zich verhoudt tot het bestaande landschappelijke inpassingsplan welke in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen. Aanleiding landschappelijke inpassing 2013 Op 03-10-2013 is door Orbis een plan gemaakt voor landschappelijke inpassing, welke door de gemeente Haaren bij de bestemmingsplanwijziging onderdeel is geworden van een verplichting tot realisatie. Het landschappelijk plan omvatte een bomenrij van 19 zomereiken, een gemengde haag en een beplantingssingel, zie afbeelding 1. De erfbeplanting was een ‘groene compensatie’ voor de bouw van een nieuwe bedrijfswoning, bedrijfsloods, aanleg containervelden en aanleg waterbassin. Huidige situatie De bedrijfswoning is inmiddels gebouwd, net als de aanleg van de containervelden. Het waterbassin is op een andere locatie gesitueerd en de bedrijfsloods is nog niet gerealiseerd. Ook de beplanting is nog niet gerealiseerd.
1/2 Van Doren Tuinontwerp | Verzonken Kasteel 7 | 5071 KB Udenhout | tel. 06 - 42 39 50 41 info@vandoren-tuinontwerp.nl | www.vandoren-tuinontwerp.nl | KvK nr.: 55047505 BIC code: RABONL2U | IBAN nr.: NL20 RABO 0179 5424 27 | BTW nr.: NL054942937B01
ontwerp
|
advies
|
projectbegeleiding
Va n D o r e n tuin & landschap ontwerp • advies • projectbegeleiding
Aanpassing bouwvlak 2021 Door de wens om de bedrijfsloods op een andere positie op het perceel te plaatsen, was het nodig om het bouwvlak te verplaatsen. Door deze aanpassing van het bouwvlak (vormverandering) is het bestaande landschappelijke plan niet meer actueel en is daarom gewijzigd en beter afgestemd op de nieuwe situatie van de positionering van de bebouwing, zoals het waterbassin en de bedrijfsloods. Daarnaast is gekeken naar inpassing van het totale perceel, niet slechts naar een deel van het perceel waar het oorspronkelijk plan op gebaseerd was. Het nieuwe plan is uitgebreider, niet alleen qua omvang, ook qua kwaliteitsverbeterende maatregelen. Het nieuwe plan is daarmee dus geen uitbreiding of aanvulling op het bestaande plan, maar een herziening. In het nieuwe plan zijn niet alle eerder beschreven maatregelen een-op-een overgenomen, omdat deze door andere inzichten en belemmeringen in de huidige bedrijfsvoering niet realiseerbaar zijn. Een voorbeeld is de bomenrij van zomereiken die dwars over het perceel zou komen staan en daarmee veel schaduw en overlast van de vallende vruchten zou geven. Zo’n dergelijke bomenrij is niet duurzaam in stand te houden passend binnen een reële bedrijfsvoering. De bijna eens zo lange bomenrij in het nieuwe plan kan dat wel, omdat hier beter is nagedacht over de positionering en soortkeuze.
Daarnaast zijn de geschoren blokhagen vervangen door ‘losse’ beplanting, zodat een natuurlijker beeld ontstaan, de beplanting wél tot bloei kan komen en daarmee de planten méér bijdrage aan de biodiversiteit, bijvoorbeeld voor bijen en vlinders (beschuiving), maar ook voor vogels om te fourageren en als schuil- & nestelgelegenheid. Het aangepaste plan voorziet in een groter aantal stuks bomen, te weten 57 stuks i.p.v. 19 stuks, en een groter oppervlakte losse struweelbeplanting in plaats van lage geschoren hagen, waardoor het voor de fauna én voor de beleving meer bijdraagd. Ook qua soortkeuze is er gekozen voor meer diversiteit, waarmee het aangepaste plan zowel kwantitatief als kwalitatief een betere landschappelijke inpassing betreft. Met de uitvoering van dit plan zal direct na de bestemmingsplanwijziging daadwerkelijk gestart worden. Naar verwachting kan aankomend plantseizoen (najaar 2021-voorjaar 2022) de eerste fase al gerealiseerd worden. Conclusie Door de aanleiding (vormverandering bouwvlak) om het bestaande landschapsplan te herzien, zijn hierop inhoudelijk wijzigingen doorgevoerd. Voor het nieuwe plan is de nieuwe situatie als uitgangspunt aangehouden. Het nieuwe plan is geen aanvulling op het oude plan, maar vervangt het oude plan.
Het is uitgebreider, beter op de nieuwe situatie afgestemd en zorgt voor een kwalitatief betere landschappelijke inpassing van het totale perceel.
2/2 Van Doren Tuinontwerp | Verzonken Kasteel 7 | 5071 KB Udenhout | tel. 06 - 42 39 50 41 info@vandoren-tuinontwerp.nl | www.vandoren-tuinontwerp.nl | KvK nr.: 55047505 BIC code: RABONL2U | IBAN nr.: NL20 RABO 0179 5424 27 | BTW nr.: NL054942937B01
Bijlage 4 Nota parkeernormen Tilburg 2017 Nota parkeernormen Tilburg 2017
Parkeernormen Tilburg 2017 Gemeente Tilburg
November 2017
Auteurs:
John Swaans / Rogier Kuypers (Ruimte)
Datum:
8 november 2017
Inhoudsopgave 1.
Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg
3
1.1
Gemeentelijke kijk op parkeernormering
3
1.2
Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016
3
2.
Vaststellen parkeerbehoefte
4
2.1
Parkeernormen
4
2.2
Berekening parkeerbehoefte
4
2.3
Beïnvloeden parkeerbehoefte
6
2.4
Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling
7
2.5
Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets
7
3.
Vaststellen van de parkeereis
8
3.1
Voldoen aan de parkeereis
8
3.2
Vrijstelling parkeereis
9
3.3
Afkoopregeling
10
3.4
Afwijken van de parkeereis
11
4.
Uitvoeringsregels
12
4.1
Acceptabele loopafstanden
12
4.2
Afmetingen parkeerplaatsen
12
4.3
Waarborgen gebruik parkeervoorziening
12
4.4
Registratie parkeren op eigen terrein
12
5.
Juridisch-planologische inbedding
14
5.1
Bestemmingsplan
14
5.2
Inwerkingtreding
14
Bijlage1: Parkeernormen
15
Bijlage2: Zone-indeling parkeernormen
18
Bijlage 3: Spelregels afkoopregeling Parkeereis
19
Bijlage 4: Beleidsregel Toepassing Parkeernormen Tilburg 2017
20
1. Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg 1.1 Gemeentelijke kijk op parkeernormering Parkeerdruk en -overlast in de openbare ruimte leidt tot leefbaarheidsproblemen in een straat. Met deze nota Parkeernormen stuurt de gemeente Tilburg op de leefbaarheid en het gebruik van de openbare ruimte voor parkeren en hebben we als gemeente een middel in handen om bij nieuwe ontwikkelingen toekomstige parkeeroverlast te voorkomen. Het doel bij parkeernormen is ervoor te zorgen dat een nieuwe (her)ontwikkeling niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving. Het basisprincipe is dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, tenzij er mogelijkheden zijn om hiervan af te wijken waarbij geen parkeeroverlast voor de omgeving ontstaat. De Nota Parkeernormen 2017 speelt in op deze mogelijkheden. De focus is verschoven van de normen zelf en naar de wijze waarop we omgaan met de normen. Er wordt meer aandacht besteed aan een flexibele invulling van de parkeerbehoefte zoals het benutten van bestaande capaciteit en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door het bieden van aantrekkelijke mobiliteitsarrangementen, deelauto’s of goede fietsfaciliteiten.
1.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn:
Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROWrichtlijn te hanteren; In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.
3
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
2. Vaststellen parkeerbehoefte 2.1 Parkeernormen De parkeernorm wordt beschouwd als een getal dat een zo goed mogelijke inschatting geeft van de te verwachte parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling. De Tilburgse parkeernorm is afgeleid van de parkeerkencijfers van het Kennisplatform CROW zoals deze beschikbaar zijn via de CROW Kennisbank bij de "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". Bij het hanteren van de parkeernormen gaan wij uit van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Met het uitgangspunt om uit te gaan van een minimale parkeerbehoefte voorkomen wij dat parkeren een onnodige druk op een bouwplan legt. Niet meer dan minimaal noodzakelijk. Het is aan de initiatiefnemer om zo nodig meer parkeerplaatsen te realiseren. De parkeernorm is inclusief het parkeren van de bezoekers van de functie. Het ‘aandeel bezoek’ geeft het deel van de norm aan dat beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernormen. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, hebben wij ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen.
Wanneer een specifieke functie niet voor komt in deze nota stelt de gemeente, gebaseerd op de kencijfers van het CROW of ervaringscijfers bij andere gemeenten, naar redelijkheid een parkeernorm vast. In bijlage 1 zijn de door de gemeente gehanteerde parkeernormen per functie voor verschillende zones in Tilburg weergegeven.
2.2 Berekening parkeerbehoefte 2.2.1 Rekenen met dubbelgebruik De parkeernormen zijn onderverdeeld in functies en geven per functie een indicatie van de omvang van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige situaties vindt een combinatie van functies plaats. In dat geval dient gekeken te worden naar de momenten in de week waarop per functie de parkeervraag zich voordoet. Omdat de parkeerbehoefte van een specifieke functie zich slechts op bepaalde momenten voordoet is soms dubbelgebruik met andere functies te realiseren, hetgeen uit het oogpunt van kostenbesparing en optimaal gebruik van spaarzame ruimte voor alle partijen wenselijk is. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende beoogde doelgroepen. Bij het rekenen met dubbelgebruik dient de vindbaarheid van de parkeerlocatie en de maximaal acceptabele loopafstanden voor de verschillende doelgroepen in acht te worden genomen.
4
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven commerciële dienstverlening detailhandel grootschalige detailhandel supermarkt sportfuncties binnen sportfuncties buiten bioscoop/theater/podium/etc. sociaal medisch: arts/maatschap/terapheut/consultatiebureau verpleeg/verzorgingstehuis/aanleuningwoning ziekenhuis patienten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs
werkdag werkdag werkdag koopochtend middag avond avond 50% 50% 90% 80% 10% 20% 80% 70% 100% 100% 5% 5% 100% 100% 50% 75% 30% 60% 10% 75% 30% 60% 70% 80% 30% 60% 40% 80% 50% 50% 100% 100% 25% 25% 50% 50% 5% 25% 90% 90% 100% 75% 10% 10%
werkdag zaterdag zaterdag zondagnacht middag avond middag 100% 60% 80% 70% 0% 60% 100% 70% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 0% 100% 0% 30% 0% 100% 40% 30% 0% 100% 100% 75% 0% 100% 25% 100% 0% 40% 100% 40% 0% 10% 10% 10%
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
60% 75% 100% 0%
100% 100% 100% 0%
60% 40% 0% 100%
60% 40% 0% 100%
5% 25% 0% 0%
60% 40% 0% 0%
60% 40% 0% 0%
60% 40% 0% 0%
TABEL 1. AANWEZIGHEIDSPERCENTAGES VOOR HET VASTSTELLEN VAN DUBBELGEBRUIK
In bovenstaande tabel is een overzicht met aanwezigheidspercentages over de specifieke delen van de week opgenomen voor in deze nota voorkomende functies. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid van de richtlijnen van het CROW en worden toegepast in de parkeerbalans. De gemeente stuurt op het beschikbaar zijn en openbaar toegankelijk houden van parkeerplaatsen voor dubbelgebruik voor de verschillende doelgroepen. Bijzondere of lokale omstandigheden kunnen ertoe leiden dat voor specifieke projecten maatwerk moet worden toegepast. Dit is ter beoordeling aan de gemeente.
2.2.2 Rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen In een toekomstige woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn in theorie mogelijk voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk is gebleken dat een deel van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt. Dit leidt ertoe dat auto’s van bewoners op de openbare weg worden geparkeerd op plaatsen die voor bezoekers bestemd zijn. De gemeente hanteert bij een ontwikkeling groter dan 10 woningen de correctiefactoren voor parkeerplaatsen op eigen terrein zoals opgenomen in de volgende tabel.
Parkeervoorzieningen
Theoretisch aantal
Berekenings- Opmerkingen aantal
Enkele oprit zonder garage
1 of 2
1,0
oprit min. 5 m diep
Garage met enkele oprit
2
1,0
oprit min. 5 m diep
Garagebox (niet bij woning)
1
0,7
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,5
Dubbele oprit met of zonder garage
2–4
2,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
oprit min. 4,5 meter breed
TABEL 2. CORRECTIEFACTOR BIJ PARKEERPLAATSEN OP EIGEN TERREIN
5
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
2.2.3 Regeling 'oud voor nieuw' Bij functiewijzigingen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, wordt op basis van de parkeernormen de parkeerbehoefte berekend. Daarbij hoeft niet gecompenseerd te worden voor een eventueel parkeertekort uit het verleden. Ook hier blijft het uitgangspunt dat door de bouwontwikkeling de parkeerdruk op het maatgevende moment in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed. Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is. Het betreft een normatieve vergelijking die op het maatgevende moment van de week het verschil in parkeerbehoefte tussen de oude en nieuwe functie inzichtelijk maakt. De voorwaarde om deze verrekensystematiek toe te passen is dat de bestaande of voorgaande functie tenminste 5 jaar geleden nog actief is geweest, waarbij de meest recente actieve functie leidend is.
2.3 Beïnvloeden parkeerbehoefte Er zijn mogelijkheden om de behoefte naar parkeren te beïnvloeden door het bieden en/of stimuleren van alternatieve vervoerswijze. Door het bieden van vervoersalternatieven wordt het autobezit en/of het autogebruik beïnvloed, wat zijn effect heeft op de parkeerbehoefte. Voorbeelden zijn zoals door de inzet van mobiliteitsmaatregelen bij bedrijven, het bieden van "Mobility as a Service"-concepten of door parkeerregulering (betaald parkeren) sturen op het autobezit en -gebruik. Enkele voorbeelden die effect hebben op het autobezit en autogebruik worden hieronder genoemd.
2.3.1 Sturen door regulering Op een aantal plekken In en rondom het centrum van Tilburg geldt parkeerregulering in de vorm van betaald parkeren in combinatie met parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven. Hierdoor parkeren doelgroepen op de juiste plaats. Met de uitgifte van vergunningen aan bewoners en bedrijven heeft de gemeente een middel in handen om te sturen in het gebruik van de openbare parkeerruimte. Er zijn restricties op het verkrijgen van vergunningen. Op deze manier is het mogelijk om de omgeving te beschermen tegen parkeeroverlast. Zie hiervoor de nulvergunningregeling in paragraaf 3.2.3.
2.3.2 Woningbouw: Mobility as a Service Mobility as a Service staat voor een mobiliteitsconcept, waarbij de consument mobiliteit inkoopt, in plaats van te investeren in transportmiddelen. Een essentiële verandering hierin is het concept van denken in service levels. Nieuwe services zullen een combinatie vormen tussen openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer en privé voertuigen. Steeds vaker worden "Mobility as a Service"-concepten ingezet bij woningbouwprojecten. Het inzetten van bijvoorbeeld deelauto's of zelfs deelscooters bij een (grootschalig) appartementencomplex is van invloed op het autobezit en daarmee de parkeerbehoefte. Op dit moment is het nog onduidelijk welk effect deze "Mobility as a Service"-concepten hebben op het autobezit onder toekomstige bewoners. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer te onderbouwen op welke wijze deze "Mobility as a Service"- concepten worden ingezet en welk verwacht effect dit heeft op de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.
6
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
2.3.3 Bedrijven: mobiliteitsplannen Door het bieden en stimuleren van alternatieve vervoerwijzen beïnvloeden we het mobiliteitsgedrag van medewerkers en kan de parkeerbehoefte worden beperkt. Te denken valt aan: -
Inzetten op stimuleren fiets, lopen en/of het openbaar vervoer;
-
Samenwerken met andere werkgevers op het gebied van de mobiliteit van medewerkers (community);
-
Inzetten op poolauto's/deelauto's, carsharing door medewerkers.
Een uitgewerkt, onderbouwd en uitvoerbaar mobiliteitsplan kan van invloed zijn op de uiteindelijk benodigde parkeerbehoefte en kan dus leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte. In het mobiliteitsplan dient onderbouwd te worden hoe de maatregel van invloed is op het autogebruik en wat dit betekent voor de berekende parkeerbehoefte op basis van de parkeernorm. Een dergelijk mobiliteitsplan maakt vervolgens onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.
2.4 Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling Grote gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente vragen om anders om te gaan met de parkeerbehoefte. Bij dergelijke grote ontwikkelingen geven de parkeernormen een bestguess van de te verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Bij deze ontwikkelingen kan door de initiatiefnemer(s) een parkeervisie voor het betreffende gebied worden opgesteld welke als uitgangspunt dient voor het voorzien in de (toekomstige) parkeerbehoefte. Indien een dergelijke visie de goedkeuring van het stadsbestuur heeft gekregen, worden aanvragen van een omgevingsvergunning niet aan deze nota, maar op basis van deze parkeervisie getoetst. Het uitgangspunt in dergelijke gebiedsontwikkelingen blijft dat de omgeving wordt beschermd tegen overlast door uitwijkgedrag. Dit vereist afspraken over hoe bij deze ontwikkelingen op een gebiedsgerichte manier met het parkeervraagstuk wordt omgegaan. De Spoorzone is een voorbeeld van hoe de gebiedsgerichte parkeeroplossing tot stand kan komen bij een grote gebiedsontwikkeling.
2.5 Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. . Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate in de stallingsbehoefte wordt voorzien.
7
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
3. Vaststellen van de parkeereis De parkeereis wordt vastgesteld op basis van de berekende parkeerbehoefte, waarbij afronding naar een heel getal plaatsvindt. Enkele standaard vrijstellingsregels zijn van toepassing op kleine ontwikkelingen en ontwikkelingen in de binnenstad. Bij bouwontwikkelingen waarbij bestaande parkeercapaciteit verloren gaat moet het verlies van deze capaciteit worden gecompenseerd. Dit geldt zowel voor capaciteit op eigen terrein als in openbaar gebied. Het verlies aan parkeercapaciteit moet binnen het project zodanig worden gecompenseerd dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving.
3.1 Voldoen aan de parkeereis Het basisprincipe is dat een ontwikkeling in de parkeereis voorziet op eigen terrein. Wanneer niet (volledig) aan dit basisprincipe kan worden voldaan, moet de initiatiefnemer aantonen waarom realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is. In dat geval dient te worden bezien of een aanpassing van het bouwplan of mogelijk andere oplossingen kunnen leiden tot het wel voldoen aan de parkeereis op eigen terrein. In voorkomende gevallen kan het fysiek onmogelijk of onwenselijk zijn om op het eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren, maar bestaat wel de mogelijkheid om de parkeerbehoefte in de directe nabijheid van het bouwplan op te lossen. Wanneer op een andere wijze dan op eigen terrein aan de parkeereis wordt voldaan, moet de initiatiefnemer aangegeven hoe dit gebeurt.
a. Alternatieve private parkeeroplossing De parkeerbehoefte kan binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden opgelost op een privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan worden aangewend. Hierbij vragen wij een overeenkomst voor het gebruik van de private parkeervoorziening voor een periode van tenminste 10 jaar voor de betreffende ontwikkeling.
b. Benutten restcapaciteit omgeving Als blijkt dat de parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost dan is het mogelijk te onderzoeken of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is voor de (resterende) parkeerbehoefte. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in de directe omgeving, met toevoeging van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Onder de directe omgeving wordt in dit verband verstaan binnen een straal van 250 meter van de ontwikkeling. Van belang is dat hierbij niet alleen gekeken wordt naar de parkeerbehoefte van de bouwontwikkeling op de verschillende momenten van de week, maar dat tevens helder is wat de structurele beschikbare restcapaciteit in de omgeving is op de verschillende momenten van de week. De initiatiefnemer dient hiervoor voor eigen rekening een onderzoek te laten uitvoeren door een gespecialiseerd onafhankelijk bureau.
8
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
3.2 Vrijstelling parkeereis 3.2.1
Vrijstellingsregel kleine ontwikkelingen
Voor kleine bouwontwikkelingen in Tilburg wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Onder kleine bouwontwikkelingen wordt verstaan ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen. Indien de (toename van de) parkeerbehoefte bij een bouwontwikkeling niet meer dan 3 parkeerplaatsen bedraagt op het maatgevend moment volgt geen parkeereis. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. Indien dit wordt besloten kan sprake zijn van plaatsing op de nulvergunningenlijst (paragraaf 3.2.3).
3.2.2
Vrijstellingsregel bezoekersparkeren binnenstad
De binnenstad van Tilburg heeft een ruim aanbod aan collectieve gemeentelijke en private parkeergarages. Deze parkeergarages zijn bedoeld voor het faciliteren van de bezoekers aan de binnenstad en bewoners en bedrijven uit de binnenstad. Deze garages hebben op dit moment voldoende restcapaciteit en die zetten wij in om een extra parkeerbehoefte op te vangen. Daarom stellen wij geen parkeereis voor het bezoekersparkeren bij toekomstige ontwikkelingen binnen de ‘invloedssfeer’ van de openbare parkeergarage. Deze parkeervoorzieningen zijn beschikbaar voor de bezoekers wanneer de loopafstanden naar de eindbestemming acceptabel zijn. Voor wat betreft de vrijstellingsregel voor bezoekersparkeren hanteren wij een maximale loopafstand, uitgedrukt in een straal van 250 meter rondom de openbare parkeergarages. Deze vrijstellingsregel is mogelijk omdat: -
door het faciliteren van het bezoekersparkeren in de collectieve en makkelijk vindbare openbare parkeergarages wordt voorkomen dat het parkeeraanbod voor bezoekers van Tilburg versnipperd raakt, waardoor onduidelijkheid voor de bezoeker en daardoor (onnodig) zoekverkeer ontstaat.
-
het leidt tot een betere bezetting van de parkeergarages (benutten bestaande restcapaciteit);
-
bij bezoekersparkeren eenvoudig dubbelgebruik is te realiseren (flexibel en geen plaatsgarantie), het leidt tot het benutten van restcapaciteit en een betere exploitatie van de parkeergarages.
De restcapaciteit in de gemeentelijke parkeervoorzieningen wordt jaarlijks met behulp van de parkeerbalans voor de binnenstad geëvalueerd. Deze vrijstelling is daarom van toepassing zolang uit deze parkeerbalans blijkt dat de parkeerdruk in de gebouwde voorzieningen op een acceptabel niveau blijft.
9
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
AFBEELDING 3. INVLOEDSFEER OPENBARE PARKEERGARAGES BINNEN GEREGULEERD GEBIED (PER MEDIO 2017).
3.2.3
Nulvergunningregeling in gereguleerd gebied
Soms geven initiatiefnemers aan dat zij functies (zoals woningen) realiseren voor een doelgroep die geen of nauwelijks autobezit heeft. De parkeereis zet de haalbaarheid van sommige gewenste ontwikkeling onder druk en leidt in deze gevallen tot ongebruikte parkeerplaatsen. Om meer flexibiliteit te bieden in de parkeeroplossing kan in het gereguleerde gebied gebruik worden gemaakt van de "nulvergunningregeling". Dit betekent dat toekomstige gebruikers (en/of hun bezoekers) worden uitgesloten van het verkrijgen van parkeervergunningen. In lijn met de centrale gedachte wordt daarmee voorkomen dat de parkeerbehoefte van nieuwe ontwikkelingen wordt afgewenteld op de omgeving. Deze nulvergunningregeling kan alleen van toepassing zijn in gereguleerd gebied omdat het parkeren in die zone (Zone A) gereguleerd is. (zie bijlage 2: zone-indeling parkeernormen). In die zone is de keuze aan de initiatiefnemer om de ontwikkeling doorgang te laten vinden met of zonder (voldoende) parkeergelegenheid op eigen terrein. Voor woonfuncties biedt dit uiteindelijke kopers de mogelijkheid tussen een goedkopere woning zonder parkeerplaats of een duurdere woning met (gebouwde) parkeerplaats. Dergelijke bouwontwikkelingen worden geplaatst op de nulvergunninglijst en hebben vrijstelling van het voorzien in (voldoende) parkeerplaatsen op eigen terrein.
3.3 Afkoopregeling Er zijn ontwikkelingen denkbaar waarbij het niet mogelijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en waar geen beschikbaar alternatief in de omgeving kan worden gevonden. Dan zal de parkeervraag moeten worden opgelost in een nog te realiseren openbare parkeervoorziening. Dit kan in het openbaar gebied zijn of in een gebouwde parkeervoorziening, al dan niet door de gemeente geëxploiteerd.
10
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Indien een bouwplan niet in de parkeereis voorziet en er geen alternatieve mogelijkheden in de omgeving zijn betaalt de initiatiefnemer voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een bedrag ter compensatie aan de gemeente. De hoogte van het afkoopbedrag is vergelijkbaar met de gemiddelde kosten van het realiseren van een parkeerplaats op maaiveld of in een gebouwde voorziening. Dit is afhankelijk van de betreffende zone waarin het bouwplan wordt gerealiseerd en of het een maatschappelijke of commerciële ontwikkeling betreft. Het tarief voor afkoop wordt jaarlijks vastgesteld in het Tarievenbesluit. De tariefsopbouw voor afkoop is weergegeven in de volgende tabel. Parkeerzone Tarief
Indicatie (prijspeil 2018) Maatschappelijk
Commercieel
Basis van het afkoopbedrag
Zone A
Hoog
€ 10.000
€ 15.000
Uitgaande van een mix van de realisatiekosten van een gebouwde parkeervoorziening (onder- en bovengronds).
Zone B
Middel € 5.000
€ 7.500
Uitgaande van een mix van een gebouwde parkeervoorziening en een maaiveldterrein.
Zone C en D
Laag
€ 4.000
Uitgaande van parkeerplaatsen op terreinen en op straat
€ 2.000
TABEL 4. BEDRAGEN AFKOOPREGELING VOOR MAATSCHAPPELIJKE EN COMMERCIËLE BOUWPROJECTEN. (PRIJSPEIL 2018)
De gemeente hanteert hierbij het uitgangspunt dat de tarieven voor de afkoopregeling gelden volgens commerciële bouwprojecten tenzij door de initiatiefnemer gemotiveerd wordt aangetoond dat er sprake is van een maatschappelijke bouwproject met een openbaar belang en zonder winstoogmerk. De afkoop vindt eenmalig plaats bij het verlenen van de omgevingsvergunning van het betreffende bouwplan. De gemeente verplicht zich om met het afkoopbedrag binnen 10 jaar binnen een straal van 600 meter daadwerkelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Uit jurisprudentie blijkt dat voldoende aannemelijk dient te worden gemaakt dat het afkoopbedrag ook daadwerkelijk wordt aangewend om te voorzien in een oplossing voor het betreffende bouwplan. Dit betekent dat indien er sprake is van afkoop, er gezocht wordt naar passende oplossingen voor het bouwplan. Daarbij valt te denken aan het realiseren van extra parkeerplaatsen, het voor openbaar gebruik beschikbaar maken van afgesloten terreinen, het realiseren van fietsenstallingen of het geschikt maken van terreinen voor Park & Ride.
3.4 Afwijken van de parkeereis Afwijken van de parkeereis kan alleen indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis of afwijken van de tarieven volgens de afkoopregeling ligt bij het college.
11
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
4. Uitvoeringsregels 4.1 Acceptabele loopafstanden Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden zoals weergegeven in tabel 5. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptatie van loopafstanden vertoont marges en wordt medebepaald door de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. Maximaal acceptabele loopafstanden