04 Toelichting
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2019028-b001
14 juli 2020
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 4 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 4 1.2 Het plangebied 4 1.3 Voorgaande plannen 4 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur 5 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 6 2.1 Rijk 6 2.2 Provincie 7 2.3 Gemeente 7 Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 10 3.1 Inleiding 10 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 10 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 10 3.4 Groen 12 3.5 Verkeer en parkeren 14 3.5.4 Verkeersadvies project 15 Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 17 4.1 Inleiding 17 4.2 Milieueffectrapportage 17 4.3 Milieuhinder bedrijven 17 4.4 Externe veiligheid 18 4.5 Vuurwerk 19 4.6 Geluid 19 4.7 Lucht 20 4.8 Geur 21 4.9 Bodem 22 4.10 Natuur en ecologie 23 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 27 5.1 Bestaand watersysteem 27 5.2 Beleidskader 29 5.3 Afwegingen 30 5.4 Watertoets 32 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 34 Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg 35 7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 35 7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 35 7.3 Omgevingsdialoog 35 7.4 Zienswijzen 35
Toelichting
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een aanvraag ontvangen voor het opstellen van een bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van een permanente verblijfsaccomodatie voor logies (tijdelijke huisvesting) van arbeidsmigranten aan Dongenseweg 67-69 te Tilburg. Tilburg heeft een grote opgave voor het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten. Het gaat om circa 3600 tot 5000 plaatsen om in de huidige behoefte te kunnen voorzien. Vanaf oktober 2018 is over dit onderwerp een proces met de raad doorlopen. De opgave en achtergronden zijn toegelicht en een delegatie van de raad heeft twee locaties in Waalwijk bezocht. Op 5 februari 2019 is, na de raad gehoord te hebben, een collegebesluit genomen over de uitgangspunten die de gemeente gaat hanteren voor grootschalige logiesvoorzieningen voor arbeidsmigranten.Bij besluit van 19 februari 2019 heeft het college een zevental locaties aangewezen, waar huisvesting van arbeidsmigranten, in de meeste gevallen tijdelijk, als kansrijk wordt gezien. Dongenseweg 67-69 is één van die locaties en de enige, waar sprake zal zijn van een permanente voorziening (nieuwbouw). Het gaat op deze locatie om de (gelijktijdige) huisvesting van maximaal 700 personen.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de percelen, kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie F, nummers 4399, 5211 (gedeeltelijk) en 5212, plaatselijk bekend Dongenseweg 67-69 te Tilburg.
Afbeelding: ligging plangebied in Tilburg (rood omlijnde gebiedje)
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Vossenberg 2008.
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kruising van de Dongenseweg en de Burgemeester Van Voorst tot Voorstweg. De locatie ligt in een gebied waarvoor in 2014 de Visie Integratie stad-land Dongenseweg is vastgesteld. Deze visie geeft aan hoe in dit gebied verstedelijking en natuur/ groen/ water in evenwicht met elkaar ontwikkeld kunnen worden. Zij is leidraad voor de planologische mogelijkheden die de gemeente kan en wil bieden. De visie is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Functionele structuur In de onmiddellijke omgeving zijn verschillende functies aanwezig, waaronder bedrijven op de bedrijventerreinen Albion en Vossenberg, (perifere) detailhandel in de vorm van bouwmaterialenhandel e.d., agrarische functies (weilanden), enkele woningen aan de Dongenseweg en natuur/bosgebied. De Dongenseweg en de Burgemeester Van Voorst tot Voorstweg zorgen voor een goede bereikbaarheid van de bedrijventerreinen en de woonwijk Reeshof. Zij staan in goede verbinding met de hoofdwegenstructuur Burgemeester Letschertweg, Midden Brabantweg en rijksweg A58. Stedenbouwkundige motivering Het perceel Dongenseweg 67 is momenteel in gebruik als autosloperij. Op het terrein zijn verschillende gebouwen, waaronder woningen, aanwezig. De nieuwe functie, het huisvesten van arbeidsmigranten, is ruimtelijk inpasbaar.
Er zijn verschillende modellen onderzocht om het gewenste programma en de daarmee samenhangende bouwvolumes te positioneren. Op de verbeelding zijn deze bouwvolumes aangegeven. Om conflicten met de ecologische waarden in het gebied te voorkomen, is de bouwhoogte beperkt tot maximaal zes bouwlagen. Stapelen van verblijfsruimten is noodzakelijk om op maaiveld voldoende ruimte open te laten voor recreatief gebruik door bewoners en licht en lucht rondom de gebouwen. Om die reden wordt ook het parkeren in een gestapelde vorm (meerdere parkeerlagen) opgelost. Uitgangspunt is om zoveel mogelijk bestaande bomen op eigen terrein en op belendende percelen in stand te houden. Dit draagt bij aan de vereiste groene en landschappelijke karakteristieken van het gebied. Door de gematigde hoogte en de relatief grote afstand tot openbaar gebied gaan de gebouwen goed op in de omgeving. Omdat het plan tegemoetkomt aan de vastgestelde visie bestaat er stedenbouwkundig geen bezwaar tegen de voorgestelde inpassing.
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.
Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren.
In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Voor de laddertoets aangaande de door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling zij op deze plaats verwezen naar de desbetreffende bijlage bij deze plantoelichting.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een Interim omgevingsverordening gemaakt. In deze verordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De Interim omgevingsverordening is in 2019 - beleidsarm - vastgesteld. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de nieuwe omgevingsvisie zijn meegenomen. 2.2.2 Interim omgevingsverordening Provinciale Staten hebben naast de Structuurvisie een Interim Omgevingsverordening (IOV) vastgesteld. Deze wordt regelmatig gewijzigd en aangepast. In de verordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Project in relatie tot Interim Omgevingsverordening Het plangebied is gelegen in de Groenblauwe mantel. Ingevolge artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening van de provincie, moet een bestemmingsplan, dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied, bepalen dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Op de verbeelding is hiertoe de aanduiding 'landschapswaarden' opgenomen.
In de planregels is de kwaliteitsverbetering verzekerd, door te bepalen dat ter plaatse van die aanduiding het plangebied mede bestemd is voor inrichting conform het bij de regels gevoegde inpassingsplan. Hieraan wordt 20% van de 'bestemmingswinst' gespendeerd.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken.
Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones:
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
<0000>
<0000>
Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.
De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief.
De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Het voorliggende plan voorziet in gebouwen van maximaal 6 bouwlagen. DIt is stedenbouwkundig afgewogen, mede in relatie tot de Handreiking Hoogbouw.
Er is bewust voor gekozen om de bebouwing niet boven de hoogte van de omliggende bomen te laten uitkomen. Om conflicten met de ecologische waarden in het gebied te voorkomen, is de bouwhoogte beperkt tot maximaal zes bouwlagen. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen.
Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie <0000> Het plangebied is gelegen in het centrale dekzandlandschap in de Roerdalslenk. In de achttiende eeuw maakte het plangebied deel uit van een groot vochtig heidegebied dat pas in het begin van de twintigste
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
<0000>
<0000>
<0000>
<0000>
eeuw werd ontgonnen voor de landbouw. De dekzandruggen zijn in de jaren zestig van de twintigste eeuw afgegraven. De hoogte loopt uiteen van 9.40 m. tot 10 m. + NAP. Het plangebied maakte van oudsher deel uit van een groot, vrijwel onontgonnen gebied met moerasgronden, vennen (o.a. de Hoge en Lage Witzie en het Zwartven) en heide (de Tilburgsche en de Loonsche Heide). Alleen in het uiterste oosten van het plangebied (de Ouden Staart) en langs de noordgrens (de Vossenberg) lagen relatief hoge gronden in de vorm van landduinen. Ten oosten van de duinen van de Ouden Staart lagen de dichtstbijzijnde oude ontginningen, Hasselt en Stokhasselt. Het plangebied bevindt zich iets ten noordoosten van het in 1917 gegraven Wilhelminakanaal en ten zuidwesten van de in 1733 gereedgekomen weg van Tilburg naar Dongen. Het Wilhelminakanaal moest de verbinding vormen tussen de Zuid-Willemsvaart in het oosten en een aantal rivieren in het westen van Noord-Brabant. Tegen het zuidwestelijke deel van het plangebied is daarbij een sluis (Sluis II) aangelegd met enkele woningen voor het personeel dat de sluis moest bedienen en functionele bijgebouwen. Huidig gebruik: vanaf ongeveer 1980 wordt het gebied benut als terrein voor grootschalige bedrijven die zich zowel vanaf de Dongenseweg als vanaf de kanaaloever ontwikkelen.
3.3.2 Archeologie <0000> In 2007 werd door BILAN-Fontys Hogescholen een onderzoek uitgevoerd naar de archeologische en cultuurhistorische waarden in het plangebied Vossenberg (Van Ouden Staart tot Rouw Bosschen, Tilburg Vossenberg West 1572-3194-2007). <0000> Het door Bilan uitgevoerde booronderzoek toonde de uitgevoerde ontgrondingen aan. Er werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. <0000> Het gebied heeft een lage verwachting op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), een (deels) hoge verwachting op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ArWaTi). In de omgeving van het plangebied zijn vondsten bekend die dateren uit het Mesolithicum, het Neolithicum en in mindere mate uit de IJzertijd. <0000> In 2008 is voor het noordwestelijke deel van het plangebied Vossenberg Midden vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd (BAAC, 2008). Binnen het onderzoeksgebied zijn slechts op één plek archeologisch interessante grondsporen aangetroffen. Gezien de geringe spoordichtheid en het geringe oppervlakte waarop de sporen zijn waargenomen lijkt het onwaarschijnlijk dat de sporen deel uitmaken van een nederzetting. Na een KNA-conforme waardering van de sporen is geconcludeerd dat nader onderzoek niet nodig was.
<0000> In het kader van de onderhavige planprocedure is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (Aeres Milieu, november 2019, als bijlage bij de plantoelichting gevoegd). Uit het onderzoek blijkt dat de bodem slechts in beperkte mate is verstoord, waardoor er een middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode neolithicum - vroege middeleeuwen blijft bestaan. 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Deze bebouwing heeft geen formeel beschermde status maar komt wel voor op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant en wordt daar ook als waardevol beschouwd. Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 20053 als basis. In het plangebied zijn echter geen MIP-panden of waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. <0000> In het plangebied worden geen bijzondere cultuurhistorische waarden aangetroffen. Er bevindt zich geen noemenswaardige groenstructuur op of in de directe nabijheid van het plangebied.
De huidige parcellering is vermoedelijk pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw tot stand gekomen. <0000> Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant wordt het wegenpatroon in het gebied Vossenberg op Brabants niveau als “redelijk hoog“ gewaardeerd. Twee wegen in het gebied Vossenberg worden apart genoemd, hiervan ligt alleen de Voldijk binnen de grenzen van dit plan. <0000> De overige wegen in Vossenberg zijn later aangelegd, zij hebben namen gekregen die verwijzen naar het oudere landschap: Tweede Sluisweg is genoemd naar Sluis Twee in het Wilhelminakanaal, Rouwveldenseweg en Groenvenseweg zijn genoemd naar respectievelijk de benaming Rouwveld en 't Groenven, beide met een vermelding op de kaart van Zijnen uit 1760. Het huidige wegenpatroon is ontstaan vlak na de aanleg van het Wilhelminakanaal en is sindsdien niet of nauwelijks meer veranderd. <0000> Van de oorspronkelijke verkaveling is buiten het wegenpatroon vrijwel niets meer als zodanig herkenbaar. Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
<0000>
Ook het Wilhelminakanaal kent een hoge waardering in cultuurhistorisch opzicht en is tevens van belang als ruimtelijke drager in het landschap. Aan/in het Wilhelminakanaal ligt een sluizencomplex (Sluis II) dat weliswaar niet als monument is aangewezen en net buiten het plangebied is gelegen maar in cultuurhistorisch opzicht waardevol is. Het dateert uit 1917 en is uitgevoerd als een enkele bajonetsluis. Voor wat betreft de bijgebouwen is de sluis identiek aan het van rijkswege beschermde complex van Sluis III , dat ten zuidoosten van het plangebied is gelegen.
3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat er geen bezwaar tegen nieuwbouw op deze locatie. Er worden geen waardevolle objecten of structuren aangetast. Voor wat betreft de archeologie is het van belang dat er een dubbelbestemming waarde archeologie over het plangebied gelegd wordt, waaraan een onderzoekplicht is verbonden bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 0,5 m ten opzichte van het bestaande maaiveld. Als Archeologisch vervolgonderzoek nodig is, dan dient dat in eerste instantie te worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuvenonderzoek, indien nodig gevolgd door definitief onderzoek (opgraving).
3.4 Groen 3.4.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg.
Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant.
Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. 3.4.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente.
Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.4.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden.
Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit.
Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid.
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).
3.5 Verkeer en parkeren 3.5.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.
3.5.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen.
De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.5.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd.
Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling.
3.5.4 Verkeersadvies project Ligging plangebied: Het plangebied ligt in Tilburg west, ten westen van de Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg en ten noorden van de Dongenseweg. Omliggende wegenstructuur: Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Beide aangrenzende weg, de Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg en de Dongenseweg, zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximum toegestane snelheid van 50 km/h. Ontsluiting van het plangebied: De ontsluiting plaats op de Dongenseweg. Een directe aansluiting op de Burgenmeester Baron van Voorst tot Voorstweg is niet mogelijk. Bij de vormgeving van de aansluiting moet rekening gehouden worden met de aanwezige opstelvakken voor de verkeerslichten. In en uitvoegen mag uit verkeersveiligheidsoverwegingen niet in deze stroken plaatsvinden. In de rapportage (Memo) Verkeer & parkeren Dongenseweg Tilburg, BRO (zie bijlage) is (aanvankelijk) een tweetal vormgevingsvarianten uitgewerkt voor de aansluiting van het terrein op de Dongenseweg. Beide zijn verkeerstechnisch mogelijk en inpasbaar. De verkeersgeneratie van de ontwikkeling is 400 mvt/etmaal. Dat betekent 200 vertrekken en 200 aankomsten. De bestaande infrastructuur heeft voldoende capaciteit om dit extra verkeer te verwerken zonder nadelige gevolgen voor de doorstroming (zie bijlage: Notitie_afwikkelingsberekeningen_VRI056_10_03_2020).
Fietsroutes: Het plangebied is zeer goed bereikbaar te maken voor de fiets. De Dongenseweg is een sternetfietsroute. De Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg is ten zuiden van de Dongenseweg eveneens een sternetfietsroute. Ten noorden van de Dongenseweg is het een secundaire fietsroute. Om een directe aansluiting te maken met deze fietsroutes moet een veilige oversteek voor langzaam verkeer over de Dongenseweg gemaakt worden. Deze kan ter plaatse van de verkeerslichten Dongenseweg - Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg worden ingepast. (zie bijlage: Notitie_afwikkelingsberekeningen_VRI056_10_03_2020) Openbaar vervoer: Het gebied is met openbaar vervoer bereikbaar. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op 600 meter lopen. Daar rijden streeklijnen 327 en 328 met een verbinding tussen Tilburg centrum en Oosterhout. Afvalinzameling: Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. De bereikbaarheid van het perceel voor het BAT vindt eveneens plaats via de westelijke Bunderseweg. Parkeren: Parkeren moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan het vigerend parkeerbeleid van de gemeente Tilburg en concreet aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg 2017. Voor arbeidsmigranten gelden de
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
parkeernormen voor de hoofdgroep wonen, wooneenheid <35 m2 bvo zelfstandig wonen, 0,6 parkeerplaats per wooneenheid.. Bij de ontwikkeling wordt een aantal van 0,25 parkeerplaatsen per arbeidsmigrant gerealiseerd. Dat komt neer op een aantal van 0,5 per wooneenheid. Om aan de resterende parkeereis van 0,1 per woning tegemoet te komen worden mobiliteitsmaatregelen getroffen. (zie bijlage: Verkeer & parkeren Dongenseweg Tilburg, BRO). Fietsstalling plaatsen: Fietsen van werknemers en bezoekers moeten gestald worden op eigen terrein. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte.
Bijlagen: Rapportage: Verkeer & parkeren Dongenseweg, Tilburg, BRO, 19 juni 2020 Notitie_afwikkelingsberekeningen_VRI056_10_03_2020 (Goudappel Coffeng) Parkeernormen Tilburg 2017 Deze bijlagen zijn alle bij de plantoelichting gevoegd.
Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.
4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied niet dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig. Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn. ad b.
Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied bevindt zich op ca. 5 km van het plangebied. Vanwege de afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten.Zie ook de bij de plantoelichting gevoegde onderzoeken en de subparagraaf inzake natuur en ecologie. Vanaf 16 mei 2017 is het door de wijziging van de mer-richtlijn verplicht om een aanmeldnotitie te schrijven (indien de gemeente niet zelf initiatiefnemer is) voor activiteiten die onder de drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. vallen. Het Besluit m.e.r. is aangepast vanwege de richtlijn en in werking getreden op 7 juli 2017. Eén van de bedoelde activiteiten is: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” (categorie 11.2). Er heeft een vormvrije mer beoordeling plaatsgevonden (zie bijlage). Hieruit blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse.
Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen verplichting is tot het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling voor deze ontwikkeling.
4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven, die invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009). De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Tijdens de haalbaarheidsstudie is onderzoek gedaan naar bedrijven en milieuzonering ten opzicht van omliggende bedrijvigheid. Zie 'Onderzoek milieuzonering' van De Roever d.d. 4 december 2018. Uit het onderzoek blijk dat er sprake is van een gemengde omgeving. Daarmee is het verantwoord om de richtafstanden met een afstandsstap te verkleinen. Volgens het rapport wordt daarmee voldaan aan de richtafstanden ten aanzien van de bebouwing. Hiermee kan voor de delen waar mensen langdurig verblijven (logies arbeidsmigranten) geconcludeerd worden dat er in beginsel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom ligt er direct naast het plangebied nog een woning. In de regels is opgenomen dat uitsluitend logies voor arbeidsmigranten gerealiseerd mag worden. Voor deze activiteit geldt een richtafstand van 0 meter voor een gemengd gebied als het onderhavige. Dit betekent dat voor de naast gelegen woning in beginsel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.
In de bij dit plan gevoegde Verantwoording groepsrisico Dongenseweg 67 Tilburg (Windmill, november 2019) zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van Versteijnen Logistics, ID Logistics en de spoorlijn Breda - Tilburg. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in de genoemde bijlage. 4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; <0000> Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; <0000> Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. 4.4.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van Versteijnen Logistics, ID Logistics en de spoorlijn Breda Tilburg. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen.
Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
verantwoordingsplicht ingevuld (zie de eerdergenoemde bijlage Verantwoording groepsrisico Dongenseweg 67 Tilburg). De brandweer Midden -en West Brabant heeft aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van het standaardadvies. De relevante onderdelen uit dit advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> het plangebied is gelegen buiten de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van de verschillende risicobronnen. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde; <0000> het plangebied is eveneens gelegen buiten het plasbrandaandachtsgebied; <0000> het groepsrisico van de verschillende risicobronnen is lager dan de oriëntatiewaarde. De maximale waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet of marginaal toe ten opzichte van de huidige situatie; <0000> initiatiefnemer heeft aangegeven dat bij de plantuitwerking aandacht zal worden geschonken aan de vlucht- en schuilmogelijkheden en de wijze van informeren van aanwezigen in geval van een calamiteit met gevaarlijke stoffen; <0000> de opkomsttijd van de brandweer bedraagt circa drie minuten. Hiermee wordt voldaan de brandweerzorgnorm. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.
4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.
4.6 Geluid 4.6.1 Wegverkeerlawaai Binnen het plangebied wordt de realisatie van huisvestiging van Arbeidsmigranten mogelijk gemaakt. Daarnaast is binnen het bestemmingsplan de functie wonen mogelijk. Dit is op basis van het vigerende bestemmingsplan ook al zo. Hier is dan ook geen verder onderzoek naar gedaan. Vanuit een "goede ruimtelijke ordening" is de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai bepaald (o.a. Dongenseweg, verlengde Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg) op de bouwvlekken waar de wooneenheden voor Arbeidsmigranten mogelijk zijn. Hierbij is tevens rekening gehouden met de planologisch invulling van het geluidgezoneerde bedrijventerrein Vossenberg. Het betreft het onderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai van de Roever Omgevingsadvies, d.d. 10 december 2019 met kenmerk 20190347.v04. Uit dit onderzoek blijkt dat de optredende geluidbelasting op de verblijfseenheden van de arbeidsmigranten varieert afhankelijk van plaats en positie. De maximale cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB. Uitgaande van de standaard gevelwering uit het Bouwbesluit (20dB) is er sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat in de gebouwen voor de arbeidsmigranten.
Wat betreft de externe werking (invloed planvoornemen op directe omgeving) blijkt dat de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen leidt tot een verkeerstoename van circa 500 Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67 -69)
verkeersbewegingen op de directe omliggende wegen. Vanuit geluid betekent dit op de Dongenseweg een maximale toename van 0,2 dB. Deze geluidtoename is niet hoorbaar en wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening acceptabel geacht. 4.6.2 Railverkeerlawaai Binnen het plangebied zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van het spoortraject Tilburg-Breda / Tilburg-Eindhoven / Tilburg-'s-Hertogenbosch. De normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder zijn hierdoor niet van toepassing. 4.6.3 Industrielawaai In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. 4.6.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.
4.7 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een permanente vestigingslocatie voor arbeidsmigranten voor maximaal 700 personen mogelijk. Vanuit luchtkwaliteit betekent dit wanneer de parallel wordt getrokken met de realisatie van woningen dit initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De regeling "niet in betekende mate bijdragen" gaat uit van 500 woningen langs één ontsluitingsweg (voorschrift B3.2). De veronderstelde voertuigbewegingen van de arbeidsmigranten (497 verkeersbewegingen per dag) zal veel lager liggen dan de normale verkeersgeneratie van 500 woningen. Dit betekent dat het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.