04 Regels met bijlagen-b001
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Recropassage Spinder Regels met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2022012-b001
14 maart 2023
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
2
Artikel 1 Begrippen 3 Artikel 2 Wijze van meten 7
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
8
Artikel 3 Natuur 9 Artikel 4 Verkeer 12 Artikel 5 Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming) 14 Artikel 6 Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) 15 Artikel 7 Leiding - Hoogspanningsverbinding te verwijderen (dubbelbestemming)
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel 18 Artikel 9 Algemene bouwregels 19 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 20 Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
17
21 23
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 25 Artikel 14 Slotregel 26
16
24
Regels
Recropassage Spinder
1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Recropassage Spinder
2
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).
1.2 plan: Het bestemmingsplan Recropassage Spinder met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2022012-b001 van de gemeente Tilburg.
1.3 aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 attentiegebied Natuur Netwerk Brabant Gebied gelegen rondom en binnen het Natuur Netwerk Brabant, waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding.
1.7 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.8 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.
1.9 belemmeringenstrook Strook grond waarin leidingen liggen welke privaatrechtelijk is vastgelegd en gereserveerd is voor werkzaamheden van de leidingexploitant.
1.10 beschermwaardige boom Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als monumentale boom, boom met een ecowaarde of boom met een hoofdwaarde en die is weergegeven op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart.
1.11 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.
1.12 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.
1.13 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.14 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.15 bouwblok Door openbare ruimte omsloten geheel van percelen (al dan niet -reeds- bebouwd), dat te beschouwen is als een stedenbouwkundige eenheid.
Recropassage Spinder
3
1.16 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.17 bouwgrens De grens van een bouwvlak.
1.18 bouwlaag Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.
1.19 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.20 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.
1.21 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.22 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
1.23 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.
1.24 dienstverlening Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.
1.25 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.26 groenblauwe mantel Gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water, die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en/of ecologische verbindingszone(s) of die deze verbinden.
1.27 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.
1.28 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.29 hoogteaccent Een ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat hoger is dan de overige delen van het hoofdgebouw, dat tot doel heeft specifieke functies in het hoofdgebouw en/of de stedenbouwkundige context van het hoofdgebouw te benadrukken.
1.30 hoogspanningslijn Een leiding of kabel met een nominale elektrische spanning van 1000 volt of meer.
Recropassage Spinder
4
1.31 houtopstand Houtachtige overblijvende gewassen zoals struiken, heggen en bomen.
1.32 landschappelijke waarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur.
1.33 landschapselementen Ecologisch en/of landschappelijk waardevolle elementen, zoals bosjes, bomen, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2ha.
1.34 langzaam verkeer Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer.
1.35 maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.
1.36 monumentale boom Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
1.37 Natuur Netwerk Brabant Samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden.
1.38 Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone Vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden.
1.39 natuurwaarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang.
1.40 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.
1.41 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.
1.42 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.
1.43 peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
1.44 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.
Recropassage Spinder
5
1.45 rijstrook Gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspad.
1.46 verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer Hieronder wordt verstaan het (openbaar) wegverkeers- en wegvervoersgebied waarbij de nadruk ligt op de gebiedsontsluitingsfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier hoofdverzamelwegen, verzamelwegen en wijkstraten.
1.47 verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf Hieronder wordt verstaan het openbaar wegverkeers- en verblijfsgebied waarbij de nadruk ligt op de erftoegangsfunctie (geleider van het bestemmingsverkeer) voor gemotoriseerd en langzaam verkeer en/of de verblijfsfunctie voor voetgangers met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier buurtstraten, woonstraten, woonerven, winkelerven en voetgangersgebied inclusief bijbehorende kunstwerken.
1.48 water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.
1.49 waterstaat/waterstaatkundige doeleinden Het openbaar waterverkeers-, watervervoers- en verblijfsgebied t.b.v. goederenvervoer, pleziervaart en oeveractiviteiten zoals vissen / hengelsport, wandelen en fietsen.
1.50 weg Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
1.51 zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen Gebied naast een waterloop, waar maatregelen op het gebied van morfologie en inrichting nodig zijn om de doelstellingen uit het Provinciaal Waterplan 2010-2015 op het gebied van de ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren te behalen.
1.52 zoekgebied voor ecologische verbindingszone Gebied waarbinnen een ecologische verbindingszone is of wordt gerealiseerd.
Recropassage Spinder
6
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.6 De hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de (wieken-)as van de windturbine.
2.7 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
Recropassage Spinder
7
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Recropassage Spinder
8
Artikel 3 Natuur 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functie De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van de natuur en/of het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats; b. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden; c. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde fiets-, wandel- en ruiterpaden; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de natuurbestemming en recreatief medegebruik; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; g. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; h. bijbehorende en ondergeschikte objecten voor beeldende kunst, waaronder mede begrepen uitkijktorens e.d.; i. extensief recreatief medegebruik. 3.1.2 Functie-aanduidingen Ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' zijn de voor 'Natuur' aangewezen gronden mede bestemd voor de opwekking van elektriciteit door één windturbine per functie-aanduidingsvlak, zulks met bijbehorende wiekoverslag en opstelplaats (kraanplaats) ten behoeve van de bouw en het onderhoud van de windturbine.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. 3.2.2 Windturbines a. windturbines mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de functie-aanduiding 'windturbine', zulks binnen het in dat functie-aanduidingsvlak aangegeven bouwvlak en met dienverstande dat per vorenbedoeld bouwvlak maximaal één windturbine is toegelaten; b. de bouwhoogte van een windturbine mag niet minder dan 90 meter en niet meer dan 100 meter bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander minimum en/of maximum is aangegeven; c. de rotordiameter van een windturbine mag niet minder dan 100 meter en niet meer dan 120 meter bedragen; d. windturbines waarvoor na toetsing aan het Toetsingskader defensieradar een negatief advies is ontvangen van het Ministerie van Defensie zijn niet toegestaan. 3.2.3 Gebouwen Op de gronden binnen deze bestemming mogen voor het overige geen gebouwen worden gebouwd.
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijne, worden gebouwd ten behoeve van de functies, genoemd in regelonderdeel 3.1 en met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen, tenzij het erfafscheidingen betreft, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen. 3.2.5 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd ten behoeve van de functies, genoemd in regelonderdeel 3.1.
Recropassage Spinder
9
3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken - bestaande windturbines uitgezonderd - anders dan in overeenstemming met het bij de planregels gevoegde Landschapsplan.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas; g. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur; h. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; i. het aanleggen van onverharde wegen en paden of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100m2 per perceel; j.
het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem. 3.4.2 Uitzonderingen Het in 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. Met betrekking tot het verwijderen van opgaand houtgewas wordt hier in elk geval onder verstaan het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of de kwaliteit van de overblijvende houtopstand (dunning), het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantgezondheidswet en het verwijderen van opgaand houtgewas, ten aanzien waarvan ingevolge de Wet Natuurbescherming of een andere wet een melding moet worden verzonden en/of vergunningplicht bestaat ingevolge de gemeentelijke Bomenverordening; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 3.4.3 Toelaatbaarheid De in 3.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel, beheer en de ontwikkeling van de in 3.1.1 genoemde waarden en/of functies.
3.5 Wijzigingsbevoegdheid 3.5.1 Wijziging naar bestemming 'Water' Recropassage Spinder
10
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Water' ten behoeve van behoud, beheer en/of ontwikkeling van water, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, zoals het beleid voor het Natuur Netwerk Brabant, een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk, natuuren/of landschapscompensatie, beekherstel, waterberging, waterzuivering en/of een ander waterbelang.
Recropassage Spinder
11
Artikel 4 Verkeer 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Functies De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer; b. verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf; c. een ondergrondse ecologisch-recreatieve zone onder de N261 door, inclusief "Tilburgse terugblik" (een soort uitkijktoren); d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bouwwerken van algemeen nut. 4.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; c. objecten voor beeldende kunst, uitkijktorens, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; d. faunapassages e.d.; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 4.1.1 genoemde functies.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. b. Op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd. 4.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut en objecten voor beeldende kunst en uitkijktorens, die als gebouw zijn aan te merken, waarvoor dan een maximale bouwhoogte van 20 meter geldt. 4.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 meter; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m². 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 4.1 toegelaten functies; b.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 20 meter, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2 meter bedragen.
4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid;
Recropassage Spinder
12
c. d. e. f. g.
de sociale veiligheid; de brandveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 38.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3 meter; b. het bepaalde in 4.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30 meter.
4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
Recropassage Spinder
13
Artikel 5 Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming) 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsleiding met bijbehorende voorzieningen, zulks ten behoeve van het transport van elektriciteit, alsmede een belemmeringenstrook aan weerszijden van de as van deze leiding.
5.2 Bouwregels Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. Voor het bouwen geldt dat in afwijking van hetgeen wordt bepaald door de onderliggende basisbestemming(en), binnen de weergegeven dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming)' begrepen gronden uitsluitend bouwwerken mogen worden opgericht die zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van de desbetreffende leiding.
Recropassage Spinder
14
Artikel 6 Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een bovengrondse hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen, zulks ten behoeve van het transport van elektriciteit, alsmede een belemmeringenstrook aan weerszijden van de as van deze leiding.
6.2 Bouwregels Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. Voor het bouwen geldt dat: a. in afwijking van hetgeen wordt bepaald door de onderliggende basisbestemming(en), binnen de weergegeven dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming)' begrepen gronden uitsluitend bouwwerken mogen worden opgericht die zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van de desbetreffende hoofdtransportleiding; b. de maximale bouwhoogte van hoogspanningsmasten niet meer mag bedragen dan 60m.
Recropassage Spinder
15
Artikel 7 Leiding - Hoogspanningsverbinding te verwijderen (dubbelbestemming) 7.1 Bestemmingsomschrijving Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspaningsverbinding te verwijderen' komt de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen te vervallen vanaf het moment dat de hoogspanningsverbindingen (bovengronds en ondergronds), die in de plan zijn opgenomen, in gebruik zijn genomen.
Recropassage Spinder
16
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Recropassage Spinder
17
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Recropassage Spinder
18
Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Ondergrondse bouwwerken 9.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan.
Recropassage Spinder
19
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Recropassage Spinder
20
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
11.1 geluidzone - industrie / spoor / weg In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone industrie / spoor / weg' de volgende regels: a. voor het bouwen geldt dat geen nieuwe bouwwerken mogen worden gebouwd ten behoeve van geluidsgevoelige bestemmingen zoals bedoeld in 'Wet geluidhinder' en 'Besluit geluidhinder', met uitzondering van: ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, in generlei opzicht wordt vergroot of veranderd; onder verbouwen wordt hier verstaan het bouwkundig veranderen van (een deel) van het gebouw en/of (een van) de daartoe behorende gevels; onder nieuwbouw wordt hier verstaan het geheel of nagenoeg geheel vernieuwen van een gebouw, waarbij de situering, bouwhoogte en bouwmassa geheel of nagenoeg geheel overeenkomen met het gesloopte gebouw; de bouw van een bijgebouw bij een woning of de uitbreiding van een bestaande geluidsgevoelige functie conform de in de basisbestemming voorgeschreven bebouwingsregeling; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in dit lid, onder a., indien: 1. is, of kan worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, of indien; 2. ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is verleend; c.
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding 'geluidszone - industrie / spoor / weg' opgeheven wordt indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan.
11.2 veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen wettelijk invloedsgebied 200meter. In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare objecten worden opgericht; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan en waarbij middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; c. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub waarbij een wijziging of oprichting leidt tot een toename van het groepsrisico binnen de 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' indien: 1. er geen sprake is van zeer kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform het Bevt is ingevuld
Recropassage Spinder
21
11.3 veiligheidszone - windturbine In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 geldt dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone windturbine' de volgende regels in acht moeten worden genomen: a. de PR 10-6 contour van de te bouwen/plaatsen windturbine mag niet buiten de aangegeven gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine' komen; b. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine' mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht; c. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: 1. de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine' opgeheven wordt, indien de aanwezige windturbine buiten werking is gesteld, of; 2. dat de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine' verkleind wordt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de PR 10-6/jaar contour als gevolg van een wijziging kleiner is geworden
11.4 vrijwaringszone - weg In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone weg' een bouwverbod voor nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en een verbod tot uitbreiding van de bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Recropassage Spinder
22
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
12.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
12.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 20 m.
12.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.
12.5 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.
Recropassage Spinder
23
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Recropassage Spinder
24
Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
Recropassage Spinder
25
Artikel 14 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan "Recropassage Spinder".
Recropassage Spinder
26
Recropassage Spinder
27
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2 Boomwaardekaart Boomwaardekaart
Bijlage 3 Landschapsplan Landschapsplan
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten
Toelichting bij de Staat van bedrijfsactiviteiten •
Richtafstandenlijsten
De tabellen zijn een selectie uit de lijsten zoals deze door het VNG is opgenomen in 'Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, editie 2009'. De lijst is gescreend op ruimtelijke wenselijkheid voor de specifieke bestemming waaraan de lijst gekoppeld is. •
Hoofdindeling
De lijst bij dit bestemmingsplan gaat uit van bedrijfsactiviteiten, gerangschikt naar SBI-codes van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voor elke activiteit zijn milieuaspecten en richtafstanden vermeld, rekening houdend met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en installaties. Bij activiteiten kunnen daarnaast specifieke opslagen en installaties voorkomen. •
Richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar
De lijsten vermelden richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen (zie hierna). De richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: •
in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten;
•
in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen;
•
ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.
De activiteiten zijn zodanig gedefinieerd en geclusterd dat er in het licht van de soorten milieubelasting (geur, stof, geluid, gevaar) sprake is van een zekere uniformiteit. In de praktijk zal binnen een activiteit variatie in de milieubelasting voorkomen. In de tabel is de grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar vermeld. Deze grootste afstand is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie: milieucategorie
richtafstand
milieucategorie
richtafstand
1
10 m
5.1
500 m
2
30 m
5.2
700 m
3.1
50 m
5.3
1.000 m
3.2
100 m
6
1.500 m
4.1
200 m
Mocht een bedrijf meerdere SBI-codes kennen, dan moet voor elk aspect de grootste afstand worden genomen. Dat geldt ook voor de gebruikte installaties en opslagen. Opgemerkt dient te worden dat de methodiek in de eerste plaats is ontwikkeld om in nieuwe situaties een vestigingsplaats voor een bedrijf vast te stellen en niet voor toetsing van bestaande situaties. Daarom wordt bij bestaande situaties uitgegaan van de maatregelen, die voor een nieuwe vestiging van een dergelijk bedrijfs-/activiteitstype redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Verder gelden de afstanden alleen in relatie tot rustige woonwijken gelegen in zuivere woongebieden, dus niet voor woningen die in gebieden liggen met een andere bestemming of kwalificatie. Voor de toepassing van deze methodiek op bestaande situaties is het zeker niet zo dat elk bedrijf, dat is gevestigd op kortere afstand tot aaneengesloten woonbebouwing dan de wenselijke, zonder meer onaanvaardbaar is. Wel geeft de gewenste afstand een maat voor de potentiële hinder, gevaar of schade. •
Geluid: continu (C) en zonering (Z)
Bij bepaalde activiteiten is na de afstand voor geluid de letter C van 'continu' aangegeven. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voorts is bij bepaalde activiteiten na de afstand voor geluid de letter Z van 'zonering' opgenomen. Het gaat hierbij om inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder (vroeger ook wel A-inrichtingen genoemd) en die als zodanig zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningen besluit milieubeheer. Indien dergelijke bedrijven in het bestemmingsplan voorkomen of in het bestemmingsplan zijn toegestaan, moet in dat plan een geluidszone worden opgenomen. •
Gevaar: risico (R) en vuurwerk (V)
In de kolom 'gevaar' is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. Als de letter R van 'risico' is aangegeven, kunnen activiteiten onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen of gaan vallen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden nagegaan of het Bevi van toepassing is. Voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is, is de letter V van 'vuurwerk' opgenomen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit het Vuurwerkbesluit. •
Milieucategorie: divers (D)
Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is uitgegaan van een 'gemiddeld' moderne activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Bij alle activiteiten dient daarom rekening te worden gehouden me een zekere variatie. Voor activiteiten met een grote variatie in productieprocessen is de letter D van 'divers' opgenomen. Deze activiteiten kunnen een groter variatie in milieubelasting vertonen. Dit dient per geval nader te worden bezien. •
Index voor verkeersaantrekkende werking: goederenvervoer (G) en personenvervoer (P)
Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit op een bepaalde locatie. Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden, maar is weergegeven met een kwalitatieve index die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2: potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3: potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenveroer (G) en personenvervoer (P) De index voor verkeersaantrekkende werking is van belang in combinatie met de verkeersontsluiting van en naar de inrichting. Het kan een indicator zijn voor eventuele verkeers- en parkeerhinder in de omgeving. •
Overige aandachtspunten: visuele hinder, bodemverontreiniging (B) en luchtverontreiniging (L)
Het aspect visueel hinder is een indicator voor de visuele inpasbaarheid van activiteiten. Zo hebben hoge omvangrijke bedrijfsbouwwerken index 3 en kleine(re) kantoorgebouwen index 1. De bepaling van de index is subjectief en niet eenduidig. Het betreft slechts een signaalfunctie. De index voor bodemverontreiniging (B) kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gronden, zoals bodembeschermingsgebieden. Deze index is opgenomen als een activiteit een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft, bijvoorbeeld door calamiteiten, incidenten of 'sluimerende' lekkages. De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot woningen (of andere gevoelige locaties) in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in planologisch opzicht relevant zijn. Denk aan neerslag van geëmitteerde schadelijke stoffen op gevoelige bodems, gewassen enflora; bijvoorbeeld verzurende stoffen op natuurgebieden en zware metalen op groentes. Bij het gebruik van ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw doen zich in de praktijk regelmatig problemen voor met de afstand tot woningen. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de letter L van 'luchtverontreiniging' opgenomen. •
Gebruikte afkortingen
De volgende afkortingen worden in de lijsten gebruikt, in aanvulling op de hiervoor genoemde en verklaarde afkortingen: -
:
niet van toepassing of niet relevant
p.c.
:
productiecapaciteit
<
:
kleiner dan
p.o.
:
productieoppervlak
>
:
groter
b.o.
:
bedrijfsoppervlak
=
:
gelijk aan
v.c.
:
verwerkingscapaciteit
cat.
:
categorie
u
:
uur
e.d.
:
en dergelijke
d
:
dag
kl.
:
klasse
w
:
week
n.e.g.
:
niet elders genoemd
j
:
jaar
o.c.
:
opslagcapaciteit
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
GEUR
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
INDICES
100 100 50 30
0 0 0 0
100 C 100 C 50 C 50
50 R 50 R 30 10
100 D 100 50 50
3.2 3.2 3.1 3.1
2 G 2 G 1 G 1 G
1 2 1 1
50
0
50
10
50
3.1
1 G
1
50
0
50
10
50
3.1
2 G
1
100 50
10 10
50 30
30 10
100 50
3.2 3.1
1 G 1 G
1 1
50
10
50
50 R
50
3.1
1 G
1
50 50 100
10 10 10
100 C 100 C 100 C
10 10 10
100 100 100
3.2 3.2 3.2
1 G 2 G 2 G
1 2 2
50 50 10
0 0 0
100 C 100 C 30
50 R 50 R 0
100 100 30
3.2 3.2 2
2 G 2 G 1 G
1 2 1
30 100 100
10 30 10
30 C 100 C 100 C
10 30 30
30 100 100
2 3.2 3.2
1 G 2 G 2 G
1 2 2
2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
100
30
50
30
100
3.2
2 G
2
3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 2 - theepakkerijen
30 100 30 50
10 30 10 30
30 50 30 10
10 30 R 10 10
30 100 30 50
2 3.2 2 3.1
1 G 2 G 1 G 2 G
1 2 1 2
100
10
30
10
100
3.2
2 G
1
nummer
-
AFSTANDEN IN METERS
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101
0 1 4 5 6
101, 102 108 102 102 102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 1042 1051 1051 1052 1052 1071 1071 1071 1072 10821
7 - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 8 m² 0 Visverwerkingsbedrijven: 5 - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² 6 - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² 0 Aardappelprodukten fabrieken: 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 0 Groente- en fruitconservenfabrieken: 1 - jam 2 - groente algemeen 3 - met koolsoorten 0 Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 0 Margarinefabrieken: 0 Zuivelprodukten fabrieken: 3 - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 1 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1 - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens 2 - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken 0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
10821 10821 10821 10821 1073 1083 1083
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
100
10
50
10
100
3.2
2 G
2
10 10
0 0
30 C 100
0 50 R
30 100
2 3.2
1 G 3 G
1 2
10
50
100
30
100
3.2
2 G
1
10 50 10 0
10 0 0 10
100 50 50 50
0 10 10 10
100 50 50 50
3.2 3.1 3.1 3.1
2 G 2 G 1 G 1 G
1 2 1 2
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
30 10 50
0 10 10
50 30 10
0 10 10
50 30 50
3.1 2 3.1
1 G 2 G 1 G
1 2 1
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken
50 50
10 10
30 50
10 10
50 D 50
3.1 3.1
2 G 2 G
2 1
0
50
100
50 R
100
3.2
2 G
2
10 100 0 0 10
30 30 30 30 10
50 100 100 50 30
10 10 0 0 0
50 100 100 50 30
3.1 3.2 3.2 3.1 2
2 G 3 G 2 G 1 G 1 G
1 2 2 1 1
50 30
30 30
50 C 100 C
30 R 30 R
50 100
3.1 3.2
1 G 2 G
2 2
30
30
100 C
30 R
100
3.2
2 G
2
nummer
GEVAAR
16 16101 16102 16102 1621 162 162 162902
GELUID
15 151 152
STOF
14 141 141 142, 151
0 Soep- en soeparomafabrieken: 1 - zonder poederdrogen 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d. Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen -
-
0 2 0 1
INDICES
GEUR
13 131 132 132 133 139 139, 143
AFSTANDEN IN METERS
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen Houtconserveringsbedrijven: - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
17 1712 1712 172 17212 17212
- VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken 0 Golfkartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u
58
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
1089 1089 110102 1102 t/m 1104 1107
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
B
B
B B
L
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
OMSCHRIJVING
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
LUCHT
INDICES
GEUR
AFSTANDEN IN METERS
nummer
SBI-2008
1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814 182
Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media
30 30 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0 0
100 C 100 30 10 30 10 30 10
10 10 0 0 0 10 10 0
100 100 30 10 30 30 30 D 10
3.2 3.2 2 1 2 2 2 1
3 G 3 G 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G
2 2 1 1 1 1 1 1
B B B
L
19 19202
- AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN A Smeeroliën- en vettenfabrieken
50
0
100
30 R
100
3.2
2 G
2
B
L
20 2120 2120 2120 2052 2052 205902 205903
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken: - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50 10
10 10
50 30
50 R 10
50 30
3.1 2
2 G 2 G
1 1
B
L
100 50 50
10 10 10
100 100 50
50 50 R 50 R
100 100 50
3.2 3.2 3.1
3 G 3 G 3 G
2 2 2
B B B
L L
22 221102 221102 2219
- VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken
50 100
10 10
30 50
30 50 R
50 100 D
3.1 3.2
1 G 1 G
1 2
222
3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
50
30
50
30
50
3.1
2 G
1
23 231 231 231 232, 234 232, 234 232, 234 23612 23612 2362 2363, 2364
- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: 1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 2 - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW 0 Kalkzandsteenfabrieken: 1 - p.c. < 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 0 Betonmortelcentrales:
30 10
30 30
100 50
30 10
100 50
3.2 3.1
1 G 1 G
1 1
L
10 30
10 50
30 100
10 30
30 100
2 3.2
1 G 2 G
1 2
L L
10 50
50 50
100 100
30 30
100 100
3.2 3.2
2 G 2 G
2 2
-
0 1 2 0 1
B B
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
VERKEER
VISUEEL
-
CATEGORIE
26, 28, 33
GROOTSTE AFSTAND
- VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN 0 Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 1 - p.o. < 2.000 m2
GEVAAR
27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33
GELUID
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 1 - gesloten gebouw 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 0 Tank- en reservoirbouwbedrijven: B Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 1 - algemeen 11 - metaalharden 12 - lakspuiten en moffelen 2 - scoperen (opspuiten van zink) 3 - thermisch verzinken 4 - thermisch vertinnen 5 - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 6 - anodiseren, eloxeren 7 - chemische oppervlaktebehandeling 8 - emailleren 9 - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) 1 Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2
STOF
25, 31 251, 331 251, 331 251, 331 2529, 3311 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2562, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331 259, 331
INDICES
GEUR
nummer - p.c. < 100 t/u Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: - p.c. < 100 t/d Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken C Minerale produktenfabrieken n.e.g. 1 0 1 0 1 2
AFSTANDEN IN METERS
10
50
100
10
100
3.2
3 G
2
10
50
100
50 R
100
3.2
2 G
2
10 10 10 50
30 30 30 50
100 50 50 100
0 0 10 50
100 D 50 50 D 100 D
3.2 3.1 3.1 3.2
1 G 1 G 1 G 2 G
2 1 2 2
30 30
30 30
100 50
30 10
100 50
3.2 3.1
2 G 1 G
2 1
B
50 30
30 30
100 50
30 10
100 D 50 D
3.2 3.1
2 G 1 G
2 2
B B
50 30 100 50 100 100 30 50 50 100 30 10 10
50 50 30 50 50 50 50 10 10 50 30 30 30
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50
50 50 50 R 30 R 50 50 30 30 30 50 R 50 30 10
100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50
3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1
2 G 1 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 1 G 2 G 1 G 1 G
2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2
B B B B B B B B B B B B B
30 30
30 30
100 50
30 10
100 50
3.2 3.1
2 G 1 G
2 2
B B
30
30
100
30
100 D
3.2
2 G
1
B
D D D
D D
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
2363, 2364 2365, 2369 2365, 2369 237 237 237 2391 2399
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
L L L L L
L
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
OMSCHRIJVING
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
BODEM
LUCHT
INDICES
GEUR
AFSTANDEN IN METERS
nummer
SBI-2008
A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
30
10
30
10
30
2
1 G
1
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g.
100 30
30 10
100 30
50 10
100 30
3.2 2
2 G 1 G
2 1
B
L
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading
30 50
0 10
50 50
30 30
50 D 50
3.1 3.1
2 G 1 G
1 2
B B
A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
30
0
30
0
30
2
1 G
1
29 291 293
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS 0 Autofabrieken en assemblagebedrijven Auto-onderdelenfabrieken
30
10
100
30 R
100
3.2
2 G
2
30 301, 3315 301, 3315 301, 3315 302, 317 302, 317 303, 3316 309 3099
0 1 2 0 1 0
30 100
30 50
50 100
10 50 R
50 100
3.1 3.2
2 G 2 G
1 1
B B
50
30
100
30
100
3.2
2 G
2
B
30 30
10 30
100 100
30 R 30
100 100 D
3.2 3.2
2 G 2 G
2 2
B B
31 310 9524 321 322 323 324 32991
- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 1 Meubelfabrieken 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening
50 0 30 30 30 30 0
50 10 10 10 10 10 30
100 10 10 30 50 50 30
30 0 10 10 30 30 0
100 D 10 30 30 50 50 30
3.2 1 2 2 3.1 3.1 2
2 G 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 P
2 1 1 2 2 2 1
B
26, 28, 33
26, 27, 33 272 293
-
26, 33 261, 263, 264, 331 2612
-
26, 32, 33
-
26, 32, 33
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen - kunststof schepen Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: - algemeen Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g.
B
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
45, 47 451, 452, 454 451 45204 45204 45204
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie) A Autoplaatwerkerijen B Autobeklederijen C Autospuitinrichtingen
BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
30
10
50
30
50 D
3.1
2 G
2
100 50
50 50
100 100
30 R 30 R
100 100
3.2 3.2
2 G 2 G
1 1
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
30 C 50 C 100 C 10 C 30 C 50 C
10 30 50 10 10 50 R
30 50 100 10 30 50
2 3.1 3.2 1 2 3.1
1 P 1 P 1 P 1 P 1 P 1 P
1 1 2 1 1 1
30 10
10 0
100 C 30 C
50 10
100 30
3.2 2
1 P 1 P
2 1
0
0
100 C
30
100
3.2
1 P
2
10
0
50 C
30
50
3.1
1 G
2
0 0
0 0
30 C 100 C
10 10
30 100
2 3.2
1 P 1 P
1 1
10 10 10 0
30 30 30 10
100 50 50 30
10 10 10 10
100 50 50 30
3.2 3.1 3.1 2
2 G 2 G 2 G 1 G
2 1 1 1
B B B B
10 10 10 0 50
0 10 30 0 30
30 100 100 10 30
10 10 10 10 30 R
30 100 100 10 50
2 3.2 3.2 1 3.1
2 P 2 G 1 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1
B
BODEM
VISUEEL
0 1 2 3
VERKEER
41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43
CATEGORIE
- WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW B2 - 1 - 15 MW
GEVAAR
36 36 36 36 36 36
GELUID
35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35
- PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER A0 Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen B1 voedingsindustrie B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA C3 - 100 - 200 MVA D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E1 - stadsverwarming E2 - blokverwarming F0 windmolens: F1 - wiekdiameter 20 m
35 35
STOF
Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
INDICES
GEUR
nummer
32999
AFSTANDEN IN METERS
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
GROOTSTE AFSTAND
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
L L B B B
-
B
L
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
0 1
VISUEEL
0 1 2 4 5 6 0 1 2
VERKEER
0
CATEGORIE
0 1 2 5 0 1
GROOTSTE AFSTAND
0
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton - munitie Grth in vaste brandstoffen: - klein, lokaal verzorgingsgebied Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) Grth in metaalertsen: Grth in metalen en -halffabrikaten Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. > 2000 m² - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. > 200 m² - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. > 2.000 m² - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in chemische produkten Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Autosloperijen: b.o. > 1000 m² - autosloperijen: b.o. <= 1000 m²