CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Regels met bijlage - b001

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herz (Bosscheweg 158)14.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

het bepaalde in 7.3.1, indien een gunstige andere indeling van het bouwperceel aanwezig is en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. het bepaalde in 7.3.1 indien sprake is van patiobungalows; d. het bepaalde in 7.3.1 indien het plan voorziet in een gezamenlijke (binnen)tuin van voldoende grootte; e. het bepaalde in 7.3.2 , indien dit geen beletsel vormt voor de bestemming van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.

7.4 Ruimte tussen bouwwerken 7.4.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk niet in de zijdelingse grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de zijdelingse grens van het bouwperceel over de breedte van 1m met een minimale hoogte van 2,2m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 7.4.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 71.4.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

26

Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

27

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.

9.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.

9.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 10 m.

9.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.

9.5 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.

9.6 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt, e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

28

overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.

9.7 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

29

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Wijzigingsbevoegdheid reconstructie, herverkaveling of renovatie a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van: 1. de reconstructie of herverkaveling van een (deel van een) bouwblok met in het ongerede geraakte, al dan niet complexgewijze bebouwing waarvan de functie wordt beëindigd; 2. de reconstructie van een (deel van een) bouwblok waarbij de functie geheel of grotendeels wordt gehandhaafd, maar (infra-) structuur, ontsluiting, verkaveling e.d. worden aangepast; 3. de reconstructie, herverkaveling of renovatie van een gebouw of een bouwblok waarbij nieuwe rooilijnen kunnen worden weergegeven; 4. de ontsluiting of herverkaveling van het gebied ten einde nieuwe bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer Verblijf' projecteren; 5. de herverkaveling van het gebied of om tot een optimale verkaveling te komen, door aangrenzende bestemmingen voor openbaar gebied ('Verkeer', 'Verkeer - Verblijf' e.d.) geheel of deels om te zetten in een nieuw te realiseren bestemming binnen die herverkaveling, of deze bestemmingen geheel of deels elders in de nieuwe verkaveling onder te brengen; b. er mag geen sprake zijn van functiewijzigingen welke in strijd zijn met rijks-, provinciaal dan wel gemeentelijk beleid; c. na wijziging zijn de regels van het bestemmingsplan hierop van toepassing.

10.2 Wijzigingsbevoegdheid verwijderen aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat een weergegeven aanduiding wordt verwijderd indien de binnen deze aanduiding toegelaten functie is beeindigd en wordt omgezet in een binnen het ter plaatse geldende bestemmingsvlak toegelaten functie.

10.3 Wijzigingsbevoegdheid bouwwerken van algemeen nut Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat bouwwerken van algemeen nut met een groter oppervlak dan 50m2 kunnen worden gebouwd, zulks tot een maximale oppervlakte van ...

10.4 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsvlakgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bestemmingsgrenzen te wijzigen indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijk ordening van het plan niet schaadt en zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

30

Artikel 11 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

31

Artikel 12 Overige regels 12.1 Algemene regels inzake nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de bereikbaarheid van gebouwen vanuit en de situering van de hoofdentree van gebouwen ten opzichte van de openbare ruimte; b. de situering en afmetingen van groenvoorzieningen; c. de situering en afmetingen van parkeergelegenheid, ook op eigen terrein; d. de situering van toegangswegen en -paden tot gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open erven.

12.2 Bevordering ruimtelijke kwaliteit buitengebied Het bevoegd gezag kan, voor zover het ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied betreft, slechts gebruik maken van de in dit plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden, indien voldaan wordt aan het vereiste van bevordering van de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening ruimte Noord-Brabant en de daarop gestoelde werkafspraken met de provincie.

12.3 Parkeerregeling 12.3.1 Parkeren a. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'parkeernormen Tilburg 2017' ; b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode; c. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.

12.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012. 12.3.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van artikel 12.3.1 en 12.3.2 indien: a. op andere wijze in de parkeerbehoefte en/of de nodige laad- of losruimte wordt voorzien en b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

32

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

33

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

34

Artikel 14 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan "Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

35

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

36

Bijlagen bij regels Bijlage 1 (Ontwerp) Hogere waardenbesluit Ontwerp hogere waardenbesluit

Bijlage 2 Landschapsplan Lanschapsplan

Bijlagen bij regels Bijlage 1 (Ontwerp) Hogere waardenbesluit Ontwerp hogere waardenbesluit

1 Ontwerpbesluit tot vaststelling Hogere waarde Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg is voornemens hogere waarden vast te stellen op grond van artikel 110a Wet geluidhinder ten behoeve van het Bestemmingsplan Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening. (Bosscheweg 158) De planlocatie is kadastraal bekend als gemeente Tilburg, TBG, sectie V, perceelnummer 86. Met deze herziening van het vigerende bestemmingsplan worden maximaal 13 woningen mogelijk gemaakt. De hogere waarden worden vastgesteld voor weg- en spoorweglawaai. Overwegingen ten aanzien van het besluit De gemeente Tilburg is voornemens middels een herziening van het vigerende bestemmingsplan maximaal 13 woningen mogelijk te maken. De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd binnen de bestemming 'Wonen-1 en Wonen-2' zoals opgenomen in bijlage 1. De herziening is van toepassing op de planlocatie, kadastraal bekend gemeente Tilburg, TBG, sectie V, perceelnummer 86. De planlocatie is gelegen binnen de geluidzone van de Bosscheweg en de spoorlijnen Tilburg-Vught en Tilburg-Boxtel. Voor nieuwe woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer en 55 dB voor spoorweglawaai. Voor de woningen is op basis van artikel 83 Wgh een hogere waarde mogelijk van maximaal 63 dB voor een binnenstedelijke situatie voor wegverkeerslawaai.

Voor spoorweglawaai is op basis van het Besluit geluidhinder (artikel 4.10) een hogere waarde mogelijk van maximaal 68 dB. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai t.g.v. de Bosscheweg met maximaal 2 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor wegverkeerlawaai wordt niet overschreden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor spoorweglawaai de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde op een deel van het plan wordt overschreden. De maximale geluidbelasting voor spoorweglawaai bedraagt 73 dB. Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai respectievelijk 55 dB voor spoorweglawaai zijn niet doelmatig. Op grond van het bepaalde in artikel 110a Wet geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om hogere waarden vast te stellen. Toetsing Door PhysiBuild is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor weg- en spoorweglawaai. Voor de uitgangspunten en rekenresultaten wordt verwezen naar het akoestisch rapport d.d. 9 augustus 2020 met rapportnummer W132-RA-01.

Wegverkeer Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat: • de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor de Bosscheweg met maximaal 2 dB wordt overschreden; • de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor een binnenstedelijke situatie wordt gerespecteerd. Om de woningen akoestisch mogelijk te maken is het noodzakelijk om een hogere grenswaarde vast te stellen voor de woningen aan de Bosscheweg 158. Voor de ligging van de rekenpunten en de te verlenen hogere waarde wordt verwezen naar de tabel opgenomen in bijlage 2. Railverkeer Hypotheken 4

2 Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat: • de voorkeursgrenswaarde van 55 dB op alle rekenpunten wordt overschreden; • de maximale ontheffingswaarde van 68 dB op een deel van het plangebied wordt overschreden. Om de woningen akoestisch mogelijk te maken is het noodzakelijk om hogere grenswaarden vast te stellen voor spoorweglawaai. Voor de ligging van de rekenpunten en de te verlenen hogere waarden wordt verwezen naar de tabel opgenomen in bijlage 2. Maatregelen Bosscheweg Bronmaatregelen Maatregelen aan de bron zoals het toepassen van geluidreducerend asfalt, het beperken van de verkeersintensiteit en het verlagen van de rijsnelheid ontmoeten overwegende bezwaren van verkeerskundige- en financiële aard. Daarnaast wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB marginaal overschreden met 2 dB op slechts één woning. Overdrachtsmaatregelen Om de geluidbelasting te reduceren kunnen geluidschermen worden toegepast. Toepassing van geluidschermen in een binnenstedelijke omgeving is vanuit stedenbouwkundige argumenten niet gewenst. Spoorlijn Tilburg-Vught en Tilburg-Boxtel Bronmaatregelen Bronmaatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB zoals het beperken van de verkeersintensiteit en/of het verlagen van de rijsnelheid is vervoerskundig niet gewenst/mogelijk omdat de gemeente niet de bronbeheerder is.

Het toepassen van raildempers (effect circa 2 tot 3 dB) wordt als niet doelmatig gezien omdat er dan nog steeds sprake is van een forse overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Overdrachtsmaatregelen Om de geluidbelasting vanwege het spoorweglawaai terug te brengen tot aan de maximale grenswaarde van 68 dB kunnen geluidschermen worden toegepast. De variant met schermen ter afscherming is berekend, maar deze maatregel is onvoldoende om de geluidbelasting voldoende te reduceren. Cumulatie Er is sprake van cumulatie op 1 rekenpunt. De maximale gecumuleerde geluidbelasting omgerekend naar wegverkeerslawaai (LVL,cum), exclusief toepassing van de wettelijke aftrek volgens artikel 110g van de Wgh voor wegverkeerslawaai bedraagt ten hoogste 68 dB. Gemeentelijk geluidbeleid Het gemeentelijk geluidbeleid is opgenomen in het document ‘Hogere waarde beleid’ van april 2015. Uitgangspunt van het gemeentelijk geluidbeleid is dat op geluid belaste locaties sprake moet zijn van een "acceptabel woon- en leefklimaat". In het geluidbeleid is aangegeven wanneer het zinvol is om aanvullende eisen te stellen. Deze aanvullende eisen zijn van toepassing als de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen berekend volgens de Wet geluidhinder meer bedraagt dan 53 dB voor wegverkeerslawaai respectievelijk 60 dB voor spoorweglawaai.

Reden hiervoor is dat uit onderzoek blijkt dat pas boven deze geluidbelastingen er sprake kan zijn van substantiële hinder. Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat deze waarden op een groot deel van het plangebied wordt overschreden. Spoorweglawaai is hierbij de maatgevende geluidbron. Daarom is het noodzakelijk om aanvullende voorwaarden te stellen om te kunnen voldoen aan het gemeentelijk geluidbeleid. Om aan de voorwaarden van het gemeentelijk geluidbeleid te kunnen voldoen worden in het ontwerp van de woningen gebouwgebonden maatregelen getroffen in de vorm van afsluitbare loggia’s.

Hypotheken 4

3 Procedure Het ontwerpbesluit tot vaststellen van de hogere waarde(n) heeft overeenkomstig de bepalingen van art. 110c van de Wet geluidhinder en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegen gedurende de periode van … tot en met …. Belanghebbenden hebben gedurende deze termijn zienswijzen in kunnen dienen. Er zijn (wel/geen) zienswijzen kenbaar gemaakt. Besluit Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besluiten: 1. Ten behoeve van het Bestemmingsplan Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening. (Bosscheweg 158, kadastraal bekend als gemeente Tilburg, TBG, sectie V, perceelnummer 86) hogere waarden vast te stellen vanwege weg- en spoorweglawaai. Voor de vast te stellen hogere waarden wordt verwezen naar de tabel zoals opgenomen in bijlage 2 van dit besluit. 2. Hieraan de volgende voorwaarden te verbinden: a. om de geluidbelasting t.g.v. spoorweglawaai te verminderen tot maximaal 68 dB dienen aanvullende (gebouwgebonden) maatregelen getroffen te worden. b. Indien ter plaatse van de betreffende gevel/geveldeel geen gebouwgebonden maatregelen getroffen kunnen worden, dient de gevel/geveldeel "doof" te worden uitgevoerd. Voor de definitie van een dove gevel wordt verwezen naar artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder; c.

De woningen dienen zodanig te worden uitgevoerd dat deze beschikken over een geluidluwe buitenruimte en een geluidluw geveldeel. Ingeval het toepassen van een loggia dienen de in het gemeentelijk geluidbeleid d.d. april 2015 gestelde uitgangspunten in acht te worden genomen. Aan het geluidluw geveldeel van de loggia ligt minimaal 1 verblijfsruimte. d. Definitie geluidluw: gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 55 dB berekend conform Hoofdstuk 2 van Bijlage II van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder; e. Bij de aanvraag om vergunning ingevolge de Wabo onderdeel bouwen wordt aan de hand van een gevelweringsrapport aangetoond dat aan afdeling 3.1 van het Bouwbesluit en de in lid 2 van dit besluit gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Tilburg, xx xx 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, namens deze, teammanager Ruimtelijke Plannen, Jeroen Kosters

Hypotheken 4

4 Bijlage 1: planverbeelding

Hypotheken 4

5 Bijlage 2: Ligging rekenpunten

Hypotheken 4

6 Vastgestelde hogere waarden t.g.v. weg- en spoorweglawaai Rekenpunt 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

Rekenhoogte (m) 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5 1,5/4,5/7,5

Bosscheweg (dB) --/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/50 --/--/50 --/--/---/--/---/--/---/--/---/--/---/--/--

Spoor* (dB) 67/68 67/68 67/68 66/68 68/68 68/68 68/68 68/68 68/68 68/68 68/68 65/68 61/64 59/63 59/62 57/61 56/59 56/59 58/61 61/64 68/68/68 68/68/68 67/68/68 65/68/68 62/65/67 62/65/67 64/68/68 68/68/68

*: ingevolge de Wet geluidhinder kan ontheffing worden verleend tot maximaal 68 dB voor spoorweglawaai ondanks het gegeven dat de geluidbelasting op een rekenpunt op een bepaalde rekenhoogte hoger is dan 68 dB. Daar waar de geluidbelasting hoger is dan 68 dB dienen gebouwgebonden maatregelen te worden getroffen of dient de gevel(deel) doof te zijn.

Hypotheken 4

Bijlage 2 Landschapsplan Lanschapsplan

Inpassingsplan Bosscheweg 158 Tilburg

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Beschrijving locatie

5

3. Analyse van opgave 3.1 Ruimtelijke aspecten 3.2 Waterberging 3.3 Bomen 3.4 Flora en Fauna

6 6 7 7 7

4. Ambitie

8

5. Planconcept

9

5.1 Landschappelijke tuin 5.2 Gezamenlijke binnenplaats 5.3 Ontsluiting & parkeren

6. Maatregelen inpassingsplan 6.1 Ingrepen 6.2 Begroting van de maatregelen 6.3 Verbeelding

9 10 11

12 12 12 13

1. Inleiding Honk heeft het initiatief genomen voor het bouwplan ‘Moerenburcht’ aan de Bosscheweg in Tilburg. Er is een bestemmingsplanwijziging voorzien voor elf nieuwe woningen, waarvan een deel volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ligt in een gebied dat is aangemerkt als ‘Verstedelijking afweegbaar’. In de omgevingsverordening is bepaald dat in nieuw ruimtelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied zorg gedragen moet worden voor kwaliteitsverbetering van het landschap. De gemeente Tilburg heeft met de provincie afspraken gemaakt over de wijze waarop inhoud wordt gegeven aan die verbetering. Die uitwerking leidt tot een investeringsplicht voor de initiatiefnemer. De initiatiefnemer wil deze investering bij voorkeur op de planlocatie realiseren. Met voorliggend inpassingsplan wordt vastgelegd op welke wijze dit gebeurd. Verkend is of met behulp van de bijlage F bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (versie 26 januari 2016) tot een voorstel kan worden gekomen voor dit inpassingsplan. De in deze bijlage genoemde maatregelen zijn met name gericht op natuurontwikkeling in (grootschalig) buitengebied. De maatregelen passen niet bij de kleinschalige verstedelijking van dit project. De woningen komen feitelijk in een gebied dat is gelegen in stedelijk gebied. Er wordt één vrijstaande woning gerealiseerd op een ruim kavel.

De overige tien woningen komen op een klein perceel (totaal ongeveer 3.000 m2). Er is daarom gekozen voor een inpassing die aansluit bij de feitelijke opgave. De investering richt zich op:

4

2. Beschrijving locatie ‘Moerenburcht’ is een kleinschalig bouwplan ten westen van de Bosscheweg 158 op het perceel kadastraal bekend TILBURG V 86. De planlocatie ligt aan de rand van verstedelijkt gebied. De beoogde bebouwing vormt de beëindiging van de lintbebouwing die ten zuiden ligt van een zij-uitloper van de Bosscheweg. De huidige bestemming van de planlocatie is reeds ‘Wonen’, echter zonder dat er een bebouwingsvlak is om een woning op te richten. tussen het grondgebied van de gemeente Tilburg ten noorden van de Bosscheweg en het landschapspark Moerenburg. Het gebied waarvoor de bestemming wordt gewijzigd is thans hoofdzakelijk in gebruik als paardenwei met daarop enkele solitaire bomen en een paardenstalletje. Ook een gedeelte van het huidige erf van huisnummer 158 valt in het plangebied. Dit is ingericht als tuin met een autoberging en behoudt voorlopig deze inrichting. Om die reden wordt het in de planvorming grotendeels buiten beschouwing gelaten. Ten noorden en westen van de locatie bevindt zich de openbare weg en het hoogspoor naar Boxtel. Deze zijn van elkaar gescheiden door een smalle groenstrook met struiken, een volgroeide bomenrij en - ten westen van de planlocatie – een woning. Ten zuiden bevindt zich een landbouwgebied met hoofdzakelijk graslanden en maispercelen, doorkruist door het verhoogde spoor naar Eindhoven.

Aan de oostkant wordt het projectgebied begrenst door een particuliere tuin met een bosachtige uitstraling.

5

3. Analyse van de opgave 3.1 Ruimtelijke aspecten De planlocatie heeft een bijzondere landschappelijke kwaliteit: door de ligging tussen de begroeide taluds van de hoog sporen voelt de plek wel haast als een groene vallei. De bomenrij centraal in de omsloten ruimte draagt bij aan dat beeld. De planlocatie wordt ontsloten met een inrit die aansluit op zowel de binnenplaats mogelijk om de verharding zo veel mogelijk te beperken. Auto’s staan uit het zicht van de straat en de bewoners. Door de vorm van de woonbebouwing als ‘burcht’ ontstaat aan de binnenzijde een omsloten binnenplaats, terwijl aan de buitenzijde een landschappelijke tuin kan ontstaan. Als derde ‘plek’ op de planlocatie kan het parkeerterrein en de ontsluiting daarvan gezien worden.

Bebouwing geeft aanleiding tot tweedeling van de beleving en inrichting van de buitenruimte. Een landschappelijke open buitenrand en intieme binnenplaats.

6

Het perceel wordt ontsloten met 1 inrit die aansluit op zowel de binnenplaats als de parkeerplaatsen en berging. Hiermee wordt de functionele ruimte en bijbehorende verharding zo veel mogelijk beperkt, staan de auto’s uit het zicht van de straat en voor de bewoners dichtbij.

3.2 Waterberging Conform de richtlijnen van het waterschap wordt hemelwater op de planlocatie gehouden. Er wordt ten minste 60 liter per vierkantemeter verhard oppevlak (60mm) geborgen. Als maatregelen ter compensatie geeft het waterschap aan dat bijvoorbeeld een wadi, poel, geïsoleerde greppel, ondergrondse bergingskratjes, kunnen worden. 3.3 Bomen Er staan elf bomen in en rondom het projectgebied. Voor de bomen is volgens de Bomenverordening Tilburg 2017 geen waarde vastgesteld (buiten-zone). Het betreffen volwassen bomen met open standplaats. Uit een boomeffectanalyse blijkt dat deze bomen een redelijke tot goede conditie hebben en een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar, bij ongewijzigde groeiplaatsomstandigheden. De onderhoudstoestand van de bomen, met uitzondering van twee bomen, is achterstallig vanwege de aanwezigheid van gevaarlijk dood hout. Deze bomen zijn als risicoboom aangemerkt. Drie van deze bomen staan op de planlocatie, de andere staan op grond van de gemeente Tilburg. In de analyse is aanbevolen om bebouwing en verharding buiten de kwetsbare boomzone te situeren, zodat het wortelverlies beperkt blijft en de bomen niet opgekroond hoeven worden. Als dat niet lukt dan zijn beschermende maatregelen gewenst.

Aanbevolen wordt ook om de ruimte binnen de kroonprojecties als tuin in te richten zonder bestrating en met beplanting die past in een schaduwrijke, droge omgeving. Verder verdient het de aanbeveling het afgevallen blad zoveel mogelijk te laten liggen. Hierdoor blijven de nutriëntenkringloop en de bodemkwaliteit op peil. 3.4 Flora en Fauna Het projectgebied wordt mogelijk sporadisch bezocht door enkele marterachtigen (wezel, bunzing en steenmarter) en eekhoorns, maar maakt geen deel uit van het essentieel leefgebied. Gesuggereerd wordt om de randen van het projectgebied geschikt te maken als leefgebied voor de gen¬oemde dieren, door bijvoorbeeld het aanplanten van hagen met inheemse soorten. Hierdoor blijven de randen deel uitmaken van het functioneel leefgebied van de genoemde marterachtigen.

7

4. Ambitie Het bouwplan voorziet in de bouw van elf grondgebonden woningen, waarvan 10 als project op korte termijn ontwikkeld worden. Die woningen vormen een rijbebouwing in de vorm van een deel van een vijfhoek. Het plan krijgt daardoor het karakter krijgt van een burcht. Elke woning beschikt aan de buitenzijde van het bouwblok over een beperkte buitenruimte in de vorm van een geluidluwe loggia en een (geluid belast) vlonderterras. De kopers van de woningen worden gezamenlijk eigenaar van het resterende terrein. Het terrein wordt deels gebruikt voor noodzakelijke voorzieningen als een (collectieve) berging, verharding en parkeerplaatsen. De resterende grond wordt een collectieve tuin. Met deze opzet wordt een vorm van co-wonen beoogd: de bewoners delen gezamenlijk de zorg voor het terrein en in het bijzonder de tuin. Dit kan een aanleiding vormen voor de sociale cohesie binnen het buurtje. Bewoners kunnen concreet met elkaar aan de slag met bijvoorbeeld tuinonderhoud, bijenkasten en maaibeheer. Toekomstige bewoners worden al tijdens de ontwikkeling van het bouwplan betrokken bij de planvorming. Ze krijgen daarbij zeggenschap over onder meer de verschijningsvorm van de gebouwen en over de indeling van de woningen en over de inrichting van de collectieve buitenruimte.

Als uitgangspunt voor het ontwerp van de buitenruimte hanteren we dat het een plek moet worden waar gedurende de vier Om die laatste reden wordt hier een globaal inpassingsplan gepresenteerd. Insteek is om in dit inpassingsplan niet meer vast te leggen dan hetgeen vanuit ‘kwaliteitsverbetering landschap’ noodzakelijk is. Dit wordt de taakstelling bij de verdere uitwerking die met de bewoners plaats vindt. Zo blijft er – ook op termijn – naast de noodzakelijke ingrepen ook ruimte voor hun eigen invulling. We vinden het belangrijk om de wateropvang ook beleefbaar te maken omdat dit het bewustzijn vergroot van dit relevante thema. Dit kan bijvoorbeeld door het realiseren van open watergoten, water spuwers aan de gevels of waterelementen in de binnenplaats.

8

5. Planconcept In de buitenruimte van het plan zijn drie deelruimten te onderscheiden: 1. Landschappelijke tuin 2. Gezamenlijke binnenplaats 3. Ontsluiting en parkeren Iedere ruimte kent een eigen gebruik en krijgt een daarbij passende inrichting. De uitgangspunten voor deze inrichting worden hierna toegelicht. De nadere uitwerking vindt later plaats, als de bewoners in beeld zijn. Maatregelen die in het kader van het inpassingsplan zeker genomen worden, worden beschreven in de volgende paragraaf. 5.1 Landschappelijke tuin: ruimte voor biodiversiteit Deze ruimte zorgt voor aansluiting op het omliggende landschap en kent een groene nrichting. Dit is dé plek voor seizoensbeleving, biodiversiteit en een natte zone waar water de tijd krijgt om in de bodem weg te zakken. Het bied kansen voor ingrepen ten behoeve van de fauna. Denk hierbij aan bijenkasten, optimalisatie voor marterachtigen, vogels en vleermuizen. De landschappelijke tuin is extensief in gebruik en beheer en kent een minimale verharding ten behoeve van beheer. Deze ruimte wordt door voorbijgangers beleefd vanaf de weg en door bewoners vooral vanuit de woning en hun vlonderterras. Door te spelen met hoogteverschillen in beplanting (border of haag) ontstaat zowel dieptewerking als privacy.

Bij de keuze van beplanting geldt het uitgangspunt dat deze een bijdrage levert aan biodiversiteit: insekten, vogels, en kleine zoogdieren vinden er voedsel, beschutting, broeden nestelplaatsen. Vanuit die ambitie rijkt de bandbreedte voor de inrichting van weelderig stijl.

9

Planten spelen een belangrijke rol in de natuurbeleving. Een doordachte combinatie van vorm, structuur en kleur draagt bij aan een prettige omgeving. De bewoners krijgen daarom nadrukkelijk een stem in de keuze van planten. De oppervlakte van dit deel van het terrein is ongeveer 1.500 m2. De ambitie is maximaal 5% te gebruiken als (half)verharding en 95% als onverhard (water en groen). Het inzijgen van hemelwater van de daken en verharde oppervlakten vindt plaats in deze zone. Er wordt ten minste 60 liter per vierkantemeter verhard oppevlak (60mm) geborgen in de vorm van een wadi, sloot, kleine poel of een verlaagd maaiveld. De randen van perceel kunnen worden ingericht als leefgebied voor marterachtigen door het aanplanten van een inheemse haag. 5.2 Gezamenlijke binnenplaats: veel inspraak bewoners De centraal gelegen binnenplaats vormt het hart van het plan. Dit is de plek waar bewoners elkaar ontmoeten. Omdat de ontsluiting van de woningen hier plaatsvindt zal het karakter wat meer stenig zijn. Op de binnenplaats is ruimte voor meer gecultiveerde beplanting en inrichtingselementen. Op een centrale plaats planen we in ieder geval op een centrale plek een solitaire boom die de binnenplaats van schaduw voorziet. We bespreken met bewoners de mogelijkheid van een waterput, een kruiden-, moes- of snijbloementuin en een schommel.

Hier wordt een balans gezocht in verhard en onverhard oppervlak. Samen voor een toekomstbestendig geheel. Een semi private ‘klapstoelstrook’ dicht bij de voordeur geeft elk huishouden de ruimte tot individuele invulling. De oppervlakte van dit deel van het terrein is ongeveer 650 m2. De ambitie is maximaal 60 (half-) verharding en 40% onverhard (water en groen).

10

5.3 Ontsluiting & parkeren: behoud volwassen bomen Deze strook vormt de noordwestelijke grens van het perceel en zorgt voor ontsluiting van de woningen met de auto. Er is voldoende parkeerplaatsen voor alle bewoners. De oprit/ straat dient voor zwaar verkeer (verhuiswagens en hulpdiensten) geschikt te zijn en kent daardoor een verhard oppervlak. De parkeerplaatsen krijgen met een half open verharding bescherming van wortels van de bomen wordt voorzien van een open bestrating. In dit gedeelte bevinden zich de volwassen bomen op de locatie. Verhardingen zijn zo geprojecteerd dat ze zo min mogelijk een gevaarvormen voor de wortels van de bomen. Waar verharding binnen de kroonproject van bomen noodzakelijk is, worden maatregelen genomen om de wortels te beschermen. Water dat valt op bestrating en het dak van de De oppervlakte van dit deel is ongeveer 650 m2 en geheel verhard. Ongeveer 40% wordt als halfverharding uitgevoerd.

Keermogelijkheid voor zwaar verkeer 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695824/1