CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Regels met bijlage - b001

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herz (Bosscheweg 158)14.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

Regels met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020015-b001

25 mei 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels 2 Artikel 1 Begrippen 3 Artikel 2 Wijze van meten 10 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 11 Artikel 3 Wonen - 1 12 Artikel 4 Wonen - 2 17 Artikel 5 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) Hoofdstuk 3 Algemene regels 23 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel 24 Artikel 7 Algemene bouwregels 25 Artikel 8 Algemene gebruiksregels 27 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 28 Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 30 Artikel 11 Algemene procedureregels 31 Artikel 12 Overige regels 32 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 33 Artikel 13 Overgangsrecht 34 Artikel 14 Slotregel 35

21

Regels

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

2

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).

1.2 plan: Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158) met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2020015-b001 van de gemeente Tilburg.

1.3 aan huis verbonden beroep Die beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw, die kunnen worden beschouwd als 'aan-huis-verbonden', waarbij: a. degene die de activiteit uitvoert, tevens de bewoner is van de woning; b. geen sprake is van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen; c. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; d. de beroepsuitoefening naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, d.w.z. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80m² in beslag neemt; e. de beroepsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; f. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; g. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt.

1.4 aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.5 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 achtergevelrooilijn De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.

1.8 afhankelijke woonruimte Een aanbouw of bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

1.9 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.10 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.11 bed & breakfast Een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting, al dan niet met de mogelijkheid van ontbijt, kortstondig met een maximum van twee weken. Hieronder wordt niet verstaan huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen.

1.12 bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

3

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op onder andere consumentverzorging, welke geheel of overwegend door middel van handwerk plaatsvinden.

1.13 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) De totale oppervlakte van de ruimten binnen de bebouwing die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep of bedrijf, c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.14 beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.

1.15 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.

1.16 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.17 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.18 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.19 bouwblok Door openbare ruimte omsloten geheel van percelen (al dan niet -reeds- bebouwd), dat te beschouwen is als een stedenbouwkundige eenheid.

1.20 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.21 bouwgrens De grens van een bouwvlak.

1.22 bouwlaag Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouwof zolder.

1.23 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.24 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.25 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.26 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.27 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

1.28 bruto vloeroppervlakte (b.v.o.)

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

4

De som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren - horizontale vlakken ter plaatse van trappen, hellingen en vides met een oppervlakte tot en met 4m² daaronder begrepen voorzover de ruimten waarbinnen de vloeren zich bevinden een grotere inwendige hoogte hebben dan 1,5m.

1.29 calamiteit Gehele of gedeeltelijke vernieling van een bouwwerk door overmacht: brand, overstroming, terroristische en/of oorlogshandelingen, aardbeving e.d.

1.30 dakhelling Hoek die gevormd wordt door een schuin dakvlak en een horizontaal vlak die elkaar snijden op de goothoogte.

1.31 dove gevel a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33dB onderscheidenlijk 35dB, alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.32 erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.33 erker Transparante, ondiepe uitbouw van een gebouw vóór de voorgevel, niet zijnde een entree.

1.34 functionele eenheid Hieronder wordt verstaan: a. een samenstel van activiteiten dat, gelet op de aard en de organisatie van die activiteiten alsmede op de plaats waar die activiteiten worden verricht, als een eenheid moet worden beschouwd; b. het complex van bebouwde en onbebouwde gronden waarop de hiervoor bedoelde activiteiten worden verricht.

1.35 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.36 geluidgevoelige objecten Gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.37 geluidshinderlijke inrichtingen Inrichtingen genoemd in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder.

1.38 geluidsscherm Geluidwerende voorziening van hard materiaal (beton, glas e.d.).

1.39 geluidswal Geluidwerende voorziening van aarde.

1.40 gestapelde woning Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.

1.41 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid. Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

5

1.42 grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

1.43 hogere grenswaarde Een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.44 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.45 hoogteaccent Een ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat hoger is dan de overige delen van het hoofdgebouw, dat tot doel heeft specifieke functies in het hoofdgebouw en/of de stedenbouwkundige context van het hoofdgebouw te benadrukken.

1.46 houtopstand Houtachtige overblijvende gewassen zoals struiken, heggen en bomen.

1.47 huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: a. de huisvesting van maximaal 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); b. tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan maximaal 5 arbeidsmigranten; c. de huisvesting van maximaal 12 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 12 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning.

1.48 kantoor Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congres- en vergaderaccommodatie.

1.49 kortstondig Aansluitende tijdsperiode van maximaal 12 uur.

1.50 kwetsbare functie Een functie of activiteit zoals omschreven in bijlage VI van het besluit Kwaliteit Leefomgeving, Stb. 2018, 292 onder 'kwetsbaar gebouw' en 'kwetsbare locatie'.

1.51 kwetsbaar gebouw Een gebouw met als hoofdfunctie of -activiteit dan wel nevenfunctie of -activiteit een kwetsbare functie.

1.52 kwetsbare locatie Een locatie voor: a. recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen; b. sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig is; of c. evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen.

1.53 landschappelijke waarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur.

1.54 landschapselementen Ecologisch en/of landschappelijk waardevolle elementen, zoals bosjes, bomen, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2ha. Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

6

1.55 langzaam verkeer Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer.

1.56 logies Het gedurende een relatief kort tijdsbestek verstrekken van verblijf aan personen, die hun hoofdverblijf elders hebben.

1.57 logiesgebouw Een verblijfsgebouw waarbij het bieden van tijdelijk onderdak aan mensen centraal staat, niet zijnde een maatschappelijke voorziening.

1.58 maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.

1.59 mantelzorg Mantelzorg is langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een zorgvrager door een of meer leden uit diens omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.

1.60 monumentale boom Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

1.61 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.62 onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.

1.63 onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.

1.64 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.

1.65 onderkomen Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en andere soortgelijke verblijfsmiddelen.

1.66 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.67 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

1.68 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.69 peil (straatpeil) Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

7

Hieronder wordt verstaan: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.70 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.

1.71 plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan: aanduidt.

1.72 prostitutie-inrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, al dan niet tegen betaling seksuele handelingen worden verricht. Onder een prostitutie-inrichting worden in elk geval verstaan: een parenclub en een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.73 risicovolle inrichting a. een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. een AMvB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/ of het gebruik van gevaarlijke stoffen; c. bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6/jaar contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens.

1.74 speelvoorzieningen Voorzieningen ten dienste van sport en spel.

1.75 straatpeil Zie: peil (straatpeil).

1.76 studentenhuisvesting Woningen bestemd voor personen die voltijd studeren aan universiteit, hogeschool of MBO opleiding.

1.77 uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.78 verblijfsvoorzieningen Besloten ruimten, bestemd voor het verblijven van mensen.

1.79 verkoopvloeroppervlak De oppervlakte van de geheel of grotendeels voor publiek toegankelijke ruimte die is bestemd en feitelijk ingericht voor de verkoop van goederen, waaronder begrepen showroom, uitstallingsruime, kassa's e.d. met uitzondering van magazijn, opslagruimte, kantoor e.d.

1.80 voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.

1.81 water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.

1.82 weg

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

8

Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.83 wonen Hieronder wordt verstaan: a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen, alsmede bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen (en ruimten) c.q. verzorgingsfaciliteiten; c. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

1.84 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

1.85 zeer kwetsbare functie Een functie of activiteit zijnde: a. een woonfunctie voor 24-uurzorg; b. een bijeenkomstfunctie: 1. voor kinderopvang; of 2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, Stb. 2018, 291; d. een gezondheidsfunctie met een bedgebied; of e. een onderwijsfunctie: 1. voor basisonderwijs; of 2. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

1.86 zeer kwetsbaar gebouw Een hoofdgebouw met als hoofdfunctie of -activiteit dan wel nevenfunctie of -activiteit een zeer kwetsbare functie.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

9

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

11

Artikel 3 Wonen - 1 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functie De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat er sprake is van vrijstaande woningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bouwwerken van algemeen nut. 3.1.2 Aanduidingen d. Ter plaatse van de aanduiding 'erf' zijn de voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie. 3.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; h. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; i. waterberging; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 3.1.1 genoemde functies. 3.1.4 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage 1) en de daarin opgenomen voorwaarden.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende algemene regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. per bouwvlak is één hoofdgebouw toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; d. de voorgevel van het hoofdgebouw mag maar hoeft niet in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd; e. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; f. de maximale bouwhoogte bedraagt 11m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; g. de maximale goothoogte in de voor- en achtergevelrooilijn bedraagt 6m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. In dat geval geldt tevens de maximale dakhelling zoals met de maatvoeringsaanduiding aangegeven. 3.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

12

a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en in het erf worden gebouwd met dien verstande dat wanneer deze bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd, de afstand tot de (verlengde) voorgevel van het hoofdgebouw minimaal 3m moet bedragen; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven, mag de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het erf niet meer dan bedragen dan: 1. 20m2 indien de oppervlakte van het erf 50m2 of minder bedraagt; 2. 40% van het oppervlak van het erf met een maximum van 60m2, indien de oppervlakte van het erf meer dan 50m2 en niet meer dan 500m2 bedraagt; 3. 80m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 500m2 en niet meer dan 900m2 bedraagt; 4. 150m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 900m2 en niet meer dan 3000m2 bedraagt; 5. 200m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 3000m2 en niet meer dan 5000m2 bedraagt; 6. 250m2 indien de oppervlakte van het erf meer dan 5000m2 bedraagt. d. ten aanzien van de hoogte: 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; 2.

de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag a ten hoogste 3m bedragen; 4. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag op percelen kleiner dan 3000m2 ten hoogste 4,5m zijn, waarbij op de perceelsgrens de goothoogte ten hoogste 3m mag bedragen en de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Deze afschuining geldt niet: I. in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht; II. ten aanzien van topgevels; e. indien sprake is van het bouwen van een garagebox dient er een minimale opstelruimte van 5 x 2,5m voor de garagebox aanwezig te zijn. 3.2.4 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht, met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c.

de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen; II. de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen; Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen. 3.2.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen indien voorzien is in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). De waterberging dient duurzaam in stand gehouden te worden. b.

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. 3.2.7 Voorwaardelijke verplichting in verband met trilling Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

13

a.

woningen mogen uitsluitend worden gebouwd indien bij de aanvraag Wabo onderdeel bouwen een trillingsonderzoek wordt uitgevoerd waaruit blijkt dat de streefwaarden voor een nieuwe situatie, zoals bedoeld in tabel 2 van de Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. b. In afwijking van sub a. is het bouwen van bouwwerken voor de functie wonen ook toegestaan op voorwaarde dat alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen én uit een berekening blijkt dat tenminste de streefwaarden voor wonen in een bestaande situatie, zoals bedoeld in tabel 3 van de SBR - Richtlijn deel B, niet wordt overschreden. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a. en b. indien de te treffen trillingsreducerende maatregelen om te voldoen aan de streefwaarden onevenredig zijn in relatie tot de beperking van de trillingshinder als gevolg van deze maatregelen én er sprake is van een zeer bijzondere omstandigheden. Ernstige trillinghinder dient hierbij te allen tijde te worden voorkomen. Ernstige hinder is een situatie waarbij de maximale trillingssterkte Vmax > 3,2 re 1 mm/s is.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; c. de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 met betrekking tot de maximale goothoogte (en/of met betrekking tot de met een maatvoeringsaanduiding aangegeven maximale goothoogte), zulks tot een hoogte van maximaal 10m; b. het bepaalde in 3.2.2 onder d, voor zover dit het stedenbouwkundige beeld ter plaatse ten goede komt; Daarnaast zijn de in 3.4.2 en 3.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 3.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.3 onder c voor het bouwen van afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, met dien verstande dat 15m2 aaneengesloten onbebouwd terrein op het bouwperceel aanwezig blijft met een maximum van: 1. 80m2 mits de oppervlakte van het erf kleiner is dan 500m2; 2. 100m2 mits de oppervlakte van het erf groter is dan 500m2 en indien de volledige woonfunctie (woon-/eetkamer, keuken, badkamer, slaapkamer) op de begane grond wordt gesitueerd; b.

het bepaalde in 3.2.5 sub b onder 1 voor de opgenomen maximumhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m, voor antennes die van de voet af gemeten een hoogte hebben van meer dan 5m, respectievelijk antennes, voor zover gelegen achter een woning of een ander gebouw, met een doorsnede groter dan 2m en een hoogte van meer dan 3m, gemeten vanaf het aansluitend terrein; daarnaast zijn de in 3.4.3 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing in het erf.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

14

3.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.3 voor het bouwen van entrees, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 7; b. het bepaalde in 3.2.3 voor ondergrondse bouwwerken, zoals kelders en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; c. het bepaalde in 3.2.3 voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag of maximaal 3m betreft; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; d. de in 3.2.5 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; e. het bepaalde in 3.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; f. het bepaalde in 3.2.5 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; g. ondergeschikte delen van een bouwwerk.

3.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; e. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; f. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; h. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 3.1.1 en 3.1.2; c. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 3.1.1 en 3.1.2;het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; d. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; e. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; g. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; i. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten. 3.5.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging a.

Woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen indien voorzien is in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). De waterberging dient duurzaam in stand gehouden te worden.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

15

b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Binnenplans afwijken t.b.v. onzelfstandige wooneenheden Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 3.5.1 sub b ten behoeve van het maximaal aantal gehuisveste personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur) - in een woning - indien: a. de betreffende woning zodanig is gesitueerd dat bewoning door meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden aanvaardbaar is, dit in relatie tot omliggende woningen; b. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor de bewoners van de betreffende woning; c. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

16

Artikel 4 Wonen - 2 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Functie De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat er sprake is van aanéén gebouwde woningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bouwwerken van algemeen nut. 4.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. tuinen en erven; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e. groen- en speelvoorzieningen; f. objecten voor beeldende kunst; g. een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; h. waterberging; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 4.1.1 genoemde functies. 4.1.3 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage 1) en de daarin opgenomen voorwaarden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende algemene regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 10; d. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; e. de maximale bouwhoogte bedraagt 10m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; f. de maximale goothoogte bedraagt 4 m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 4.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. ten aanzien van de hoogte: 1.

de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m;

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

17

2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag al dan niet in de bouwperceelsgrens ten hoogste 3m bedragen; 4. de bouwhoogtevan aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag ten hoogste 4,5m zijn, waarbij op de perceelsgrens de goothoogte ten hoogste 3m mag bedragen en de dakhelling maximaal 45° mag bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Deze afschuining geldt niet: I. in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht; II. ten aanzien van topgevels. 4.2.4 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht. b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen; II. de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen; Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen. 4.2.6 Voorwaardelijke verplichting in verband met trilling a. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd indien bij de aanvraag Wabo onderdeel bouwen een trillingsonderzoek wordt uitgevoerd waaruit blijkt dat de streefwaarden voor een nieuwe situatie, zoals bedoeld in tabel 2 van de Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. b. In afwijking van sub a.

is het bouwen van bouwwerken voor de functie wonen ook toegestaan op voorwaarde dat alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen én uit een berekening blijkt dat tenminste de streefwaarden voor wonen in een bestaande situatie, zoals bedoeld in tabel 3 van de SBR - Richtlijn deel B, niet wordt overschreden. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a. en b. indien de te treffen trillingsreducerende maatregelen om te voldoen aan de streefwaarden onevenredig zijn in relatie tot de beperking van de trillingshinder als gevolg van deze maatregelen én er sprake is van een zeer bijzondere omstandigheden. Ernstige trillinghinder dient hierbij te allen tijde te worden voorkomen. Ernstige hinder is een situatie waarbij de maximale trillingssterkte Vmax > 3,2 re 1 mm/s is.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. parkeergelegenheid op eigen terrein; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen; Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

18

c.

de vorm, de afmetingen en de plaatsing van de derde bouwlaag boven een hoogte van 6m boven het straatpeil in verband met een goede ruimtelijke afstemming op het overwegend aanwezige straatbeeld.

4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.2 met betrekking tot de maximale goothoogte zulks tot een hoogte van maximaal 10m; Daarnaast zijn de in 4.4.2 en 4.4.2 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 4.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.3 voor het bouwen van entrees en aanbouwen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 7; b. het bepaalde in 4.2.3 voor ondergrondse bouwwerken, zoals kelders en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; c. het bepaalde in 4.2.3 voor erkers met dien verstande dat: 1. op de begane grond: I. de breedte maximaal 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedraagt; II. de diepte maximaal 1,5m bedraagt; III. de hoogte één bouwlaag of maximaal 3m betreft; 2. de uitbouw transparant moet worden uitgevoerd; 3. op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding sprake kan zijn van een ondoorzichtige wand; d.

de in 4.2.5 opgenomen maximumhoogte van erfafscheidingen, bij bijzondere in stedenbouwkundig opzicht afwijkende situaties, zulks tot een hoogte van maximaal 2m; e. het bepaalde in 4.2.5 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 5m; f. het bepaalde in 4.2.5 voor vlaggenmasten, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; g. ondergeschikte delen van een bouwwerk. 4.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; e. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; f. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; h. vanuit stedenbouwkundig oogpunt in beginsel rekening wordt gehouden met eventuele zichthoeken vanuit belendende percelen.

4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 4.1.1; c. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 4.1.1; d. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting; e. het splitsen van een (grondgebonden) woning in twee of meer zelfstandige woonruimten; f. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

19

g. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; j. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten. 4.5.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen indien voorzien is in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). De waterberging dient duurzaam in stand gehouden te worden. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. 4.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Voordat de woningen in gebruik genomen mogen worden, dient het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 2 te zijn uitgevoerd. De uitvoering ervan dient duurzaam in stand gehouden te worden. b.

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder b indien realisatie van het landschapsplan op onderdelen redelijkerwijs niet mogelijk is.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Binnenplans afwijken t.b.v. onzelfstandige wooneenheden Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.5.1 sub b ten behoeve van het maximaal aantal gehuisveste personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur) - in een woning - indien: a. de betreffende woning zodanig is gesitueerd dat bewoning door meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden aanvaardbaar is, dit in relatie tot omliggende woningen; b. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor de bewoners van de betreffende woning; c. geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

20

Artikel 5 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder peil niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 30m2; c. op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 30m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,5m onder peil uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie' (dubbelbestemming), indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 5.4.2, is het verboden op of in de in 5.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 30m² of meer, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

21

a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,5m onder peil; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2 Uitzonderingen Het in 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 5.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 5.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.

de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.

5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie (dubbelbestemming)' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

22

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

23

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

24

Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Ondergrondse bouwwerken 7.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 7.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 7.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 7.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.

de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 7.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.

7.2 Hoofdtoegang woningen 7.2.1 Situering De hoofdtoegang van grondgebonden woningen, bovenwoningen en een complex van gestapelde woningen dient in de voor- of zijgevel van het gebouw te worden gesitueerd. Voor woningen welke gebouwd worden in de bestemming Wonen-2 geldt deze bepaling niet. Vanwege geluidhinder worden de hoofdtoegangen aan de binnenzijde van het ringvormige bouwvlak gesitueerd. 7.2.2 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, indien er geen sprake is van grondgebonden woningen, of bij grondgebonden woningen indien dit vanwege geluidhinder noodzakelijk is, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 7.2.1 , mits: a. situering als bedoeld in 7.2.1 op redelijke en aantoonbare wijze niet mogelijk is; b. een andere situering van de hoofdtoegang op redelijke wijze aansluiting vindt bij het openbaar gebied; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.

7.3 Onbebouwd terrein bij gebouwen 7.3.1 Onbebouwd terrein bij woningen Bij een woning moet - gelet op de kwaliteit van de woonomgeving, zowel bezien vanuit de woning als vanuit de belendende percelen en de omgeving - een onbebouwd terrein aanwezig zijn dat tenminste een strook grond Bedrijventerrein Loven, Bosscheweg e.o. 2008, 5e herziening (Bosscheweg 158)

25

omvat die over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de achtergevel en een diepte heeft van gemeten vanaf het verst achterwaarts gelegen deel van het hoofdgebouw inclusief een eventuele aanbouw tenminste 5m. Deze bepaling is niet van toepassing op gronden gelegen in de bestemming Wonen-2 in dit bestemmingsplan, aangezien hier sprake is van een gezamenlijke (binnen)tuin van voldoende grootte en er sprake is van een gunstige andere indeling van het bouwperceel en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt. 7.3.2 Onbebouwd terrein bij overige gebouwen Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning anders dan als bedrijfswoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend onbebouwd gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn ter diepte van tenminste 2m achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en wel over de volle breedte daarvan. 7.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 7.3.1, voor wat de aanwezigheid van het onbebouwd terrein betreft, indien andere functies dan wonen in het bestemmingsvlak zijn toegestaan en de eerste bouwlaag niet voor bewoning gebruikt wordt; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695824/1