CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Regels

Raadsvergadering 8 maart 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Enschotsebaan-Zuid (woningbouw)21.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

REGELS

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

4 17

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

18

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

18 21 25 28 31 34 40 45 51 54 56 58

Bedrijf Groen Maatschappelijk Verkeer - Verblijf Water Wonen Wonen - werken Woongebied Wonen- Uit Te Werken Leiding – Hoogspanning Leiding – Hoogspanningsverbinding Waarde – Archeologie

Hoofdstuk 3 Algemene regels

61

Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22

61 62 64 65 66 68 70 71

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

73

Artikel 23 Artikel 24

73 73

Overgangsrecht Slotregel

Bijlagen 1. Staat van Bedrijfsactiviteiten 2. Staat van Bedrijfsactiviteiten – functiemenging 3. Richtafstanden sport en recreatie

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).

1.2

plan: Het bestemmingsplan ‘Enschotsebaan – zuid (woningbouw)’ met identificatienummer NL.IMRO.0855.2018025-b001 van de gemeente Tilburg.

1.3

aan huis verbonden beroep Die beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw, die kunnen worden beschouwd als 'aan-huis-verbonden', waarbij: a degene die de activiteit uitvoert, tevens de bewoner is van de woning; b geen sprake is van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen; c voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; d de beroepsuitoefening naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, d.w.z. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80m² in beslag neemt; e de beroepsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; f geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; g op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt.

1.4

aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.5

aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6

aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7

achtergevelrooilijn De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.

4

1.8

afhankelijke woonruimte Een aanbouw of bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

1.9

ambachtelijk bedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen.

1.10

arbeidsmigrant Een (EU)burger die zich op basis van economische motieven tijdelijk in Tilburg vestigt om werk (voor laagopgeleiden) te verrichten.

1.11

autoreparatiebedrijf Inrichting waar personenauto's worden gerepareerd en waar in beperkte mate ook auto's kunnen worden verkocht als ondergeschikte nevenactiviteit. Het betreft een autoreparatiebedrijf niet zijnde een officiële automerkendealer.

1.12

bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.13

bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.14

bed & breakfast Een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting, al dan niet met de mogelijkheid van ontbijt, kortstondig met een maximum van twee weken. Hieronder wordt niet verstaan huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen.

1.15

bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

1.16

bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op onder andere consumentverzorging, welke geheel of overwegend door middel van handwerk plaatsvinden.

1.17

bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) De totale oppervlakte van de ruimten binnen de bebouwing die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep of bedrijf, c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 5

1.18

bedrijfswoning Een woning behorend bij en onlosmakelijk verbonden met een op hetzelfde bouwperceel gelegen bedrijf, bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die verantwoordelijk is voor de bedrijfsmatige activiteiten in dat bedrijf, dan wel die activiteiten uitvoert.

1.19

bedrijven Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten die liggen op het vlak van industrie, groothandel met eventueel bijbehorende ondergeschikte showroom, ambacht, nijverheid, productie, distributie, logistiek, vervoer, opslag, reparatie (waaronder autoreparatiebedrijven al dan niet met bijbehorende en ondergeschikte showroom), e.d., alsmede brandweerkazerne. Detailhandel is niet toegestaan met uitzondering van autohandel in combinatie met een autoreparatiebedrijf. Tevens worden hiertoe gerekend bijbehorende kantoorruimten en installaties. Niet tot bedrijven worden gerekend: kantoren, horeca, prostitutie inrichting, (perifere) detailhandel, nutsvoorzieningen, tank- en servicestations, autowasplaatsen, dienstverlening, recreatie, sport, agrarisch bedrijf, maatschappelijke instellingen en bedrijfspompen, zijnde pompen die zijn bedoeld voor de eigen brandstoffenvoorziening met uitzondering van bedrijfspompen behorende bij transportbedrijven. (Bedrijf is de technische eenheid van onderneming, met dit laatste begrip is de economische eenheid bedoeld).

1.20

belemmeringenstrook Strook grond waarin leidingen liggen welke privaatrechtelijk is vastgelegd en gereserveerd is voor werkzaamheden van de leidingexploitant.

1.21

beperkt kwetsbaar object Object zoals omschreven in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer'.

1.22

beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.

1.23

beschermwaardige boom Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als monumentale boom, boom met een ecowaarde of boom met een hoofdwaarde en die is weergegeven op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart.

1.24

bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.

1.25

bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

6

1.26

bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.27

bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.28

bijzonder kwetsbaar object Kwetsbare objecten waarbij de aanwezige personen zichzelf moeilijk kunnen redden tijdens een incident, zoals basisscholen, ziekenhuizen en verzorgingscentra zoals omschreven in de Beleidsvisie externe veiligheid Tilburg ('veilig en verantwoord ontwikkelen').

1.29

bouwblok Door openbare ruimte omsloten geheel van percelen (al dan niet -reeds- bebouwd), dat te beschouwen is als een stedenbouwkundige eenheid.

1.30

bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.31

bouwgrens De grens van een bouwvlak.

1.32

bouwlaag Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.

1.33

bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.34

bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.35

bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.36

bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.37

bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

7

1.38

bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) De som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren - horizontale vlakken ter plaatse van trappen, hellingen en vides met een oppervlakte tot en met 4m² daaronder begrepen - voorzover de ruimten waarbinnen de vloeren zich bevinden een grotere inwendige hoogte hebben dan 1,5m.

1.39

calamiteit Gehele of gedeeltelijke vernieling van een bouwwerk door overmacht: brand, overstroming, terroristische en/of oorlogshandelingen, aardbeving e.d.

1.40

carport Een aangebouwde of vrijstaand bijgebouw, bestaande uit een (semi) gesloten dakconstructie, ondersteund door palen of kolommen bedoeld voor het stallen van één of meerdere (motor)voertuig(en), met maximaal twee gesloten wanden; de wanden van de bebouwing waartegen wordt aangebouwd kunnen als ondersteuningsconstructie fungeren.

1.41

dagrecreatie Een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting, niet gericht op nachtverblijf), dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen e.d. waarbij men zich voor meerdere dagen van huis begeeft.

1.42

dagrecreatieve voorzieningen Voorzieningen ten behoeve van dagrecreatief (zie dagrecreatie) (mede)gebruik van gronden, zoals (niet limitatief) wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie, zulks in de vorm van (niet limitatief) aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden, banken e.d.

1.43

dakhelling Hoek die gevormd wordt door een schuin dakvlak en een horizontaal vlak die elkaar snijden op de goothoogte.

1.44

detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroepsof bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkten. Tevens dient onder detailhandel te worden verstaan additionele horeca als bijbehorende voorziening. Uitgezonderd zijn: postorderbedrijven, internetbedrijven e.d.

1.45

detailhandel perifeer Detailhandel welke behoort tot specifieke hierna genoemde branches: a detailhandel in brandbare en/of gevaarlijke stoffen; b detailhandel in motorvoertuigen met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; c detailhandel in keukens met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2;

8

d bouwmarkten / doe het zelf met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; e detailhandel in sanitair met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; f detailhandel in bruin- en witgoed (electra) met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; g detailhandel in woninginrichting met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; h detailhandel in sport en speelgoed met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; i tuincentra met een minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2; j automotive / fietsen met minimale bruto verkoopvloeroppervlak van 1.000m2. 1.46

dienstverlening Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.

1.47

dove gevel a een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33dB onderscheidenlijk 35dB, alsmede b een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.48

erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.49

erker Transparante, ondiepe uitbouw van een gebouw vóór de voorgevel, niet zijnde een entree.

1.50

evenement Een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet (deels) tijdelijke onderkomens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.

1.51

functionele eenheid Hieronder wordt verstaan: a een samenstel van activiteiten dat, gelet op de aard en de organisatie van die activiteiten alsmede op de plaats waar die activiteiten worden verricht, als een eenheid moet worden beschouwd;

9

b het complex van bebouwde en onbebouwde gronden waarop de hiervoor bedoelde activiteiten worden verricht. 1.52

gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.53

geluidgevoelige objecten Gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.54

geluidsscherm Geluidwerende voorziening van hard materiaal (beton, glas e.d.).

1.55

geprojecteerd kwetsbaar object Nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is.

1.56

gestapelde woning Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.

1.57

groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.

1.58

grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

1.59

hogere grenswaarde Een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.60

hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

10

1.61

hoogspanningslijn Een leiding of kabel met een nominale elektrische spanning van 1000 volt of meer.

1.62

huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: a de huisvesting van maximaal 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); b tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan maximaal 5 arbeidsmigranten; c de huisvesting van maximaal 12 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 12 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning.

1.63

kantoor Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congres- en vergaderaccommodatie.

1.64

kortstondig Aansluitende tijdsperiode van maximaal 12 uur.

1.65

kwetsbaar object Object zoals omschreven in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer'.

1.66

langzaam verkeer Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer.

1.67

logies Het gedurende een relatief kort tijdsbestek verstrekken van verblijf aan personen, die hun hoofdverblijf elders hebben.

1.68

maatschappelijke voorzieningen Hieronder worden verstaan: a medische of paramedische voorzieningen, zoals ziekenhuis, kliniek, gezondheidscentrum, centrum voor dagbehandeling, consultatiebureau e.d.; b welzijnsvoorzieningen, zoals verzorgingstehuis, verpleeghuis, inrichtingen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking , tehuis voor daklozen e.d.; c educatieve en sociaal-culturele voorzieningen, zoals basis-, voortgezet en wetenschappelijk onderwijs, beroepsonderwijs, kunstonderwijs, volksuniversiteit, cursuscentrum, onderwijsinstituten t.b.v. specifiek onderwijs, bibliotheken e.d.; d voorzieningen t.b.v. kinderopvang zoals kindercrèche, peuterspeelzaal, speelterrein, kinderdagverblijf en (naschoolse) kinderopvangcentrum, al dan niet commercieel; e openbare en bijzondere instellingen waaronder overheidsinstellingen zoals stadskantoren, politiekantoor e.d. met uitzondering van brandweerkazerne;

11

f

maatschappelijke voorzieningen zoals buurt- en clubhuis, wijkcentrum (o.a. Multi Functionele Accommodatie), sociëteit e.d.

1.69

maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.

1.70

mantelzorg Mantelzorg is langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een zorgvrager door een of meer leden uit diens omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.

1.71

monumentale boom Een boom die is opgenomen in de gemeentelijke lijst van monumentale bomen, zoals die geldt op het moment van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

1.72

nokrichting Hoogste gedeelte van een dak met hellende vlakken, t.w. waar beide vlakken elkander snijden.

1.73

nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.74

onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.

1.75

onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.

1.76

ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.

1.77

onderkomen Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en andere soortgelijke verblijfsmiddelen. 12

1.78

onzelfstandige wooneenheid/eenheden Een (complex van) woonruimte(n) waarbij men wezenlijke voorzieningen, zijnde keuken, badkamer en toilet, gemeenschappelijk moet gebruiken en waarvan de deur van het privévertrek uitkomt op een gemeenschappelijke (verkeers)ruimte.

1.79

openlucht- en sportieve recreatie Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. dag-, verblijfs- en sportieve recreatie, die geheel of grotendeels in de openlucht plaatsvindt, zoals een trim/fitnessparcours, een jongerenhangplek e.d.

1.80

overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.81

overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

1.82

pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.83

peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan: a voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.84

perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.

1.85

plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan: aanduidt.

1.86

productiegebonden detailhandel Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.87

recreatief medegebruik en evenementen Hieronder wordt verstaan: a incidenteel, kortstondig gebruik (enkele dagen) van complexen / voorzieningen t.b.v. evenement zoals rommelmarkten, antiek-, huishoud-, en computerbeurzen, tentoonstellingen, bedrijvencontactdagen e.d., mits men in het bezit is van een evenementenvergunning;

13

b incidenteel -jaarlijks- gebruik gedurende een aantal dagen van stadsparken t.b.v. zomeractiviteiten, -spelen, theater, festival e.d; 1.88

religieuze instellingen Voorzieningen van kerkelijke, religieuze of levensbeschouwelijke aard, zoals kerken, gebedsruimten, kloosters e.d. met inbegrip van (een) bij een klooster behorende begraafplaats(en).

1.89

rijstrook Gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden.

1.90

risicovolle inrichting a een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b een AMvB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/ of het gebruik van gevaarlijke stoffen; c bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6/jaar contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens.

1.91

ruimtelijke ontwikkelingen Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist.

1.92

speelvoorzieningen Voorzieningen ten dienste van sport en spel.

1.93

sport Het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: ijsbaan/-hal, (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbaan/-complex, sporthal, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis / verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d.

1.94

straatpeil Zie: peil (straatpeil).

1.95

uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.96

verblijfsvoorzieningen Besloten ruimten, bestemd voor het verblijven van mensen.

14

1.97

verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer Hieronder wordt verstaan het (openbaar) wegverkeers- en wegvervoersgebied waarbij de nadruk ligt op de gebiedsontsluitingsfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier hoofdverzamelwegen, verzamelwegen en wijkstraten.

1.98

verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf Hieronder wordt verstaan het openbaar wegverkeers- en verblijfsgebied waarbij de nadruk ligt op de erftoegangsfunctie (geleider van het bestemmingsverkeer) voor gemotoriseerd en langzaam verkeer en/of de verblijfsfunctie voor voetgangers met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier buurtstraten, woonstraten, woonerven, winkelerven en voetgangersgebied inclusief bijbehorende kunstwerken.

1.99

verkooppunt motorbrandstoffen Een brandstofverkooppunt met één of meerdere tappunten, al dan niet voorzien van een reparatiewerkplaats en/of een autowasplaats met bijbehorende kiosk / serviceshop (met een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100m2), luifels, opslag van motorbrandstoffen e.d.

1.100

verkoopvloeroppervlak De oppervlakte van de geheel of grotendeels voor publiek toegankelijke ruimte die is bestemd en feitelijk ingericht voor de verkoop van goederen, waaronder begrepen showroom, uitstallingsruime, kassa's e.d. met uitzondering van magazijn, opslagruimte, kantoor e.d.

1.101

voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.

1.102

water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.

1.103

weg Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.104

wet geluidhinder De wet van 16 februari 1979, Staatsblad 99 (1979), houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder.

15

1.105

wet milieubeheer De wet zoals geplaatst in Staatsblad 551 (1992). Deze wet is in werking getreden op 1 maart 1993.

1.106

wonen Hieronder wordt verstaan: a het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan arbeidsmigranten, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen, alsmede bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen (en ruimten) c.q. verzorgingsfaciliteiten; c beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

1.107

woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

16

Artikel 2

Wijze van meten

2.1

De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2

De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3

De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4

De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6

Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

17

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Bedrijf Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Functie De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a bedrijven die zijn genoemd in de bij dit plan gevoegde Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van: 1 inrichtingen als bedoeld in artikel 41 Wet geluidhinder jo. onderdeel D van Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht met dien verstande dat de maximaal toegestane hindercategorie per bestemmingsvlak op de verbeelding is aangegeven; 2 risicovolle inrichtingen; b water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c bouwwerken van algemeen nut.

3.1.2

Aanduidingen Ter plaatse van de aanduiding: a bedrijfswoning (bw) zijn de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor de daarbij weergegeven functie.

3.1.3

Bijbehorende voorzieningen De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a kantines en restauratieve voorzieningen; b kantoorruimten, zijnde maximaal 20% van het bedrijfsvloeroppervlakte; c productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen zijnde maximaal 20% van de bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 50m²; d bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; f aan- en uitbouwen en bijgebouwen; g tuinen en erven; h objecten voor beeldende kunst; i bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 3.1 genoemde functies.

3.2 3.2.1

Bouwregels Algemeen a Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels,

18

wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2

Gebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum; d de bouw- en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum.

3.2.3

Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd, indien en voor zover de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan één per bedrijf bedragen; c voor niet inpandige bedrijfswoningen geldt het volgende: 1 bedrijfswoningen dienen binnen het bouwvlak met de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; 2 het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 3 de maximale bouwhoogte bedraagt 10m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.

3.2.4

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van tenminste 2m van de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gebouwd; b de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 75m2; c de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3m; d de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5m; e de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 30m.

3.2.5

Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².

19

3.2.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 2m mag bedragen; b de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag in het bouwvlak en in het erf niet meer dan 15m en in het onbebouwd erf niet meer dan 2m bedragen.

3.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1 een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2 de verkeersveiligheid; 3 de sociale veiligheid; 4 de brandveiligheid; 5 de milieusituatie; 6 de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

3.4 3.4.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a het gebruik van gronden en bouwwerken anders dan genoemd in 3.1; b het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting als bedoeld in artikel 41 Wet geluidhinder jo. onderdeel D van Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht of risicovolle inrichting; c het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning, met uitzondering van gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning' ten behoeve van een bedrijf als bedoeld in het bepaalde in artikel 3.1.1; d het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten, anders dan bedoeld in 3.1.3 sub b; e het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan bedoeld in 3.1.3 sub c; f voor de uitoefening van enige tak van handel inclusief detailhandel, anders dan volgens het bepaalde in 3.1; g het splitsen van een bedrijfswoning in twee of meer zelfstandige woonruimten; h het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; i opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; j opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen

daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; 20

k het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. 3.4.2

Artikel 4 4.1

Binnenplans afwijken t.b.v. milieucategorie Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a het bepaalde in 3.1 sub a voor het de uitoefening van een bedrijf of een activiteit die niet voorkomt in de tot het plan behorende Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar die naar aard en invloed op de omgeving overeenkomt met de toegelaten milieucategorieën; b het bepaalde in 3.1 voor de uitoefening van een bedrijf of activiteit die/dat in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten is vermeld in de categorie 2 en die/dat vanwege de hinder en de omvang niet in een woonomgeving past; c de uitoefening van een activiteit die in de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten is vermeld in een categorie die niet is toegestaan op het betreffende perceel, tot maximaal één hogere categorie dan is weergegeven voor dat perceel, mits door of namens de aanvrager of andere betrokkenen gemotiveerd wordt onderbouwd dat: 1 de activiteit naar aard en omvang passend is in de omgeving; 2 de activiteit uit milieutechnisch oogpunt inpasbaar is; 3 de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.

Groen Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Functies De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a groenvoorzieningen; b speelvoorzieningen; c openlucht- en sportieve recreatie; d recreatief medegebruik en evenementen; e water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f geluidwerende voorzieningen; g voorzieningen ten dienste van de verblijfsfunctie; h fiets- en voetpaden; i parkeer- en stallingsvoorzieningen; j in- en uitritconstructies ten behoeve van (bestaande) in-/uitritten; k objecten voor beeldende kunst; l bouwwerken van algemeen nut.

4.1.2

Aanduidingen a Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren uitgesloten' mogen binnen de voor 'Groen' aangewezen gronden geen parkeerplaatsen worden aangelegd.

4.2

Bouwregels

21

4.2.1

Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de op grond van 4.1.1 en 4.1.2. toegelaten functies, en met dien verstande dat: 1 de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 2 de hoogte van kunstwerken en voorzieningen ten behoeve van de geleding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan hiervoor op aantoonbare wijze noodzakelijk is; 3 de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels.

4.2.2

Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking.

4.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1 een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2 de ruimtelijke of landschappelijk inpassing; 3 de verkeersveiligheid; 4 de sociale veiligheid; 5 de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.2.1 onder b voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die naar hun aard en functie toelaatbaar zijn binnen de bestemming zoals reclametoestellen, draagconstructies voor reclame, zend- en ontvangstinrichtingen, sirenes, abri's, objecten voor beeldende kunst, lichtmasten e.d. 22

4.4.2

Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van de voorgevelrooilijn vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor: a ondergeschikte delen van een bouwwerk; b bouwwerken welke binnen het aangrenzende bestemmingsvlak middels omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf zijn toegestaan; met dien verstande dat: 1 niet lager wordt gebouwd dan 4,2 m boven de hoogte van de rijweg, fiets- en voetpaden, parkeer- en stallingsvoorzieningen, in- en uitritconstructies ten behoeve van (bestaande) in-/uitritten, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van voorgaande opsomming; 2 niet lager wordt gebouwd dan 2,2 m boven de hoogte van een ander deel van de weg, fiets- en voetpaden, parkeer- en stallingsvoorzieningen, in- en uitritconstructies ten behoeve van (bestaande) in-/uitritten, en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt; 3 sub 1 en 2 niet geldt voor gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling).

4.4.3

Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.2.1 voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut met dien verstande dat: a bouwwerken van algemeen nut binnen het gehele bestemmingsvlak mogen worden opgericht; b de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².

4.4.4

Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.

4.5 4.5.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;

23

b opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning. 4.5.2

Toegestaan afwijkend gebruik Incidenteel - op basis van een daartoe verleende evenementenvergunning - van de bestemming groen afwijkend gebruik t.b.v. zomeractiviteiten, spelen, theater, festival, kermis e.d. is toegestaan.

24

Artikel 5 5.1

Maatschappelijk Bestemmingsomschrijving

5.1.1

Functies De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a maatschappelijke voorzieningen; b water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c bouwwerken van algemeen nut; Daar waar de geluidbelasting hoger is dan 48/53dB mogen geen andere geluidsgevoelige gebouwen / geluidsgevoelige terreinen worden gerealiseerd

5.1.2

Bijbehorende voorzieningen De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a kantines en restauratieve voorzieningen; b parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; c groen- en speelvoorzieningen; d aan-, uitbouwen en bijgebouwen; e tuinen, erven en (speel)terreinen; f objecten voor beeldende kunst; g bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 5.1.1 genoemde functies.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen a Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels.

5.2.2

Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c de goot- en bouwhoogte binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum; d Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'aantal bouwlagen' is het maximaal toegestane aantal bouwlagen opgenomen. 25

5.2.3

Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².

5.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen; b de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1 in het bouwvlak en in het erf maximaal 5m bedragen met dien verstande dat: a de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen, b de bouwhoogte van 5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens, c de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen. d Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4m van het hoofdgebouw; 2 in het onbebouwd erf maximaal 1m bedragen.

5.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: b een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; c de verkeersveiligheid; d de sociale veiligheid; e de brandveiligheid; f de milieusituatie; g de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; h werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning met uitzondering van bewoning zoals omschreven binnen de begripsbepaling maatschappelijke voorzieningen; b het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel of bedrijvigheid; 26

c het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; g het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.

27

Artikel 6

Verkeer - Verblijf

6.1 6.1.1

Bestemmingsomschrijving Functies De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt; b groenvoorzieningen; c water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d speelvoorzieningen; e bouwwerken van algemeen nut.

6.1.2

Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stadspromotionele activiteiten (bv. Tilburg culinair, winterpark / kerstmarkt) e.d.; c in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; d objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; e bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 6.1.2 genoemde functies.

6.2 6.2.1

Bouwregels Algemeen a Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking; c naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels.

6.2.2

Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut.

28

6.2.3

Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².

6.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van toegelaten functies; b de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2m bedragen.

6.2.5

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1 een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2 een goede landschappelijke inpassing; 3 de verkeersveiligheid; 4 de sociale veiligheid; 5 de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.3.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a het bepaalde in 6.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b het bepaalde in 6.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m.

6.3.2

Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van de voorgevelrooilijn vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 6.3.3, omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor: a ondergeschikte delen van een bouwwerk;

29

b bouwwerken welke binnen het aangrenzende bestemmingsvlak middels omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf zijn toegestaan; met dien verstande dat: 1 niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg; 2 niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de weg en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt; 3 sub 1 en 2 niet geldt voor gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling). 6.3.3

6.4 6.4.1

Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast. Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

30

Artikel 7 7.1

Water Bestemmingsomschrijving

7.1.1

Functies De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a waterberging; b water ten behoeve van de waterhuishouding; c de bescherming, het beheer en het onderhoud van watergangen; d recreatief medegebruik.

7.1.2

Bijbehorende voorzieningen De voor 'Water' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b objecten voor beeldende kunst, c evenementen, voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 7.1.1 genoemde functies.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen a Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels.

7.2.2

Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

7.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 7.1 toegelaten functies; b de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen.

7.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van:

31

a de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1 een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2 de verkeersveiligheid; 3 de sociale veiligheid; 4 de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 5 werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1

Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 7.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a het bepaalde in 7.2.3 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b het bepaalde in 7.2.3 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m.

7.4.2

Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van de voorgevelrooilijn vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de de voorwaarden in 7.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor: a ondergeschikte delen van een bouwwerk; b bouwwerken welke binnen het aangrenzende bestemmingsvlak middels omgevingsvergunning voor het voor binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het onbebouwd erf zijn toegestaan; met dien verstande dat: 1 niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van die rijweg; 2 niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de weg en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt; 3 bouwwerken ten behoeve van gevelrenovatie het aangrenzende bestemmingsvlak met maximaal 0.10m mogen overschrijden.

7.4.3

Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.

7.5

Specifieke gebruiksregels

32

7.5.1

Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

33

Artikel 8 8.1

Wonen Bestemmingsomschrijving

8.1.1

Functie De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wonen, met dien verstande dat er sprake is van grondgebonden woningen; b water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c bouwwerken van algemeen nut.

8.1.2

Aanduidingen a Ter plaatse van de aanduiding 'erf' zijn de voor 'Wonen’ aangewezen gronden mede bestemd voor de weergegeven functie;

8.1.3

Bijbehorende voorzieningen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b tuinen en erven; c bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; e groen- en speelvoorzieningen; f objecten voor beeldende kunst; g een beroepsmatige activiteit als een aan huis verbonden beroep; h bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan de onder 8.1.1 en 8.1.2 genoemde functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9830772/1