04 obp Reit 2007 5e herz Toelichting met bijlagen
Tekst van het document
6.2 Watertoets Met de beoogde transformatie blijft het verhard oppervlak nagenoeg gelijk aan de huidige situatie. Het huidige parkeerterrein blijft namelijk behouden en het bebouwd oppervlak neemt niet toe, er is immers enkel sprake van optopping. De impact van deze ontwikkeling op het watersysteem is niet significant. Er zijn voor de ontwikkeling dan ook geen compensatiemaatregelen vereist. Voor de afvoer van afvalwater en hemelwater wordt aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. De grondwaterstand en de ontwateringsdiepte is voldoende diep voor de functie. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie is gevoelig voor extreme neerslag. Met het verhogen van de drempel ten opzicht van het straatpeil wordt de kans op inpandige waterschade beperkt. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde functiewijziging.
de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)
38
Hoofdstuk 7 Opzet planregels 7.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.
7.2 Standaard plansystematiek 7.2.1 Bouwvlak en erf De Tilburgse plansystematiek (en dus ook dit plan) maakt onderscheid tussen het bouwvlak en het erf. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen er eveneens worden gebouwd, uiteraard slechts voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Het bouwvlak mag volledig worden volgebouwd. In het erf mogen geen hoofdgebouwen worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn wel toegestaan, voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Binnen het onbebouwd erf (perceel minus bouwvlak en minus erf) beperken de bouwmogelijkheden zich over het algemeen tot hetgeen vergunningsvrij mag worden gebouwd en enkele bouwwerken, geen gebouwen zijnde (denk vooral aan erfafscheidingen). 7.2.2 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan is de volgende bestemming aanwezig: Gemengd: Deze bestemming is opgenomen omdat binnen deze bestemming zowel woningen als commerciële en maatschappelijke functies, kantoren en sport mogelijk is. Daarnaast past ook de oprit en het parkeerterrein binnen de bestemming 'Gemengd'.
Binnen deze bestemming zijn de volgende aanduidingen gebruikt: Functieaanduidingen: <0000> erf <0000> studentenhuisvesting Maatvoeringsaanduiding: <0000> Maximum bouwhoogte: 23m <0000> Maximum aantal wooneenheden: 96 Gebiedsaanduiding: <0000> Luchtvaartverkeerszone Er zijn geen dubbelbestemmingen opgenomen in het bestemmingsplan. 7.2.3 Bouw- en gebruiksregels Bouwregels De bouwregels bevatten een uitgebreide regeling ten aanzien van het oprichten van gebouwen en overige bouwwerken in het plangebied (bouwvlak, erf, bouwhoogte, regeling bijgebouwen etc.). Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in bouwregels voor (hoofd)gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwwerken van algemeen nut. Gebruiksregels
de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)
39
Daarnaast worden regels omtrent het gebruik van gronden en bouwwerken gegeven, aangevuld met een aantal afwijkingsmogelijkheden.
de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)
40
Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: <0000> het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; <0000> het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; <0000> het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro.
De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Doordat met initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.
de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)
41
Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog 9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieueffectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan 'Professor Verbernelaan 35' op 6 september 2019 gepubliceerd in het gemeenteblad.
9.2 Omgevingsdialoog Ter uitvoering van het bepaalde in de Richtlijn Omgevingsdialoog zijn omwonenden in de conceptfase geinformeerd. Op 17 juni 2020 zijn omwonenden schriftelijk geinformeerd over de ontwikkeling met de mogelijkheid reacties te geven. Daarnaast is op 14 juli 2020 een informatieavond gehouden in Conferentiecentrum Boerke Mutsaers .Tijdens deze informatieavond is een toelichting gegeven op de beoogde ontwikkeling. Tevens is de gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen en het maken van opmerkingen. Een verslag van de gehele omgevingsdialoog is weergegeven in bijlage 8 van de toelichting. Hierin zijn onder andere de vragen en opmerkingen van omwonenden en andere belanghebbenden opgenomen, met daarbij de reactie van de initiatiefnemer en gemeente.
9.3 Zienswijzen p.m.
de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)
42
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Windhinderonderzoek Winderhinderonderzoek
Bijlage 2 Bezonningsstudie Bezonningsstudie
Bijlage 3 Parkeerbalans Parkeerkundige onderbouwing
Bijlage 4 Aanmeldnotitie Aanmeldnotitie
Bijlage 5 Standaard advies brandweer Standaard advies brandweer
Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Akoestisch onderzoek
Bijlage 7 Quickscan flora en fauna Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 8 Verslag omgevingsdialoog Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 9 Nota parkeernormen Nota parkeernormen
Bijlage 10 Stikstofdepositie berekening Stikstofdepositie berekening
CFD rapport
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg P15520368e100 23 juni 2020 Revisie 0
Martin Eimermann
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
Project Locatie
Professor Verbernelaan 35 Tilburg
Onderwerp Document Revisie Datum Status
Windklimaat onderzoek P15520368e100 0 23-06-2020 Definitief
Opdrachtgever
BVR VastgoedOntwikkeling Postbus 1355 4700 BJ Roosendaal T. Dane
Contactpersonen Uitgever
SIMSTUDIO International Consultants BV Baron de Coubertinlaan 6 2719 EL Zoetermeer info@simstudio-ic.com www.simstudio-ic.com
P15520368e100
Page 1 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
Inhoudsopgave 1
Introductie en onderzoeksdoel .................................................................................................. 3 1.1
2
3
Beoordelingsmethodiek ..................................................................................................... 3
Uitgangspunten en aannamen ................................................................................................... 4 2.1
Geometrie.......................................................................................................................... 4
2.2
Omgeving........................................................................................................................... 7
2.3
Weerdata ........................................................................................................................... 7
2.4
Windprofiel ........................................................................................................................ 7
2.5
CFD-modellering ................................................................................................................ 9
Resultaten van de simulaties ................................................................................................... 10 3.1
Windhinder ...................................................................................................................... 10
3.2
Windgevaar...................................................................................................................... 12
4
Conclusie ................................................................................................................................. 13
5
Verwijzingen ............................................................................................................................ 14
P15520368e100
Page 2 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
1 Introductie en onderzoeksdoel Een windklimaatonderzoek uitgevoerd voor de verbouw van het voormalige datacenter aan de Professor Verbernelaan 35 te Tilburg. Op het bestaande gebouw worden een aantal lagen bijgeplaatst. Aan de hand van de NEN8100 wordt inzicht verschaft in het windklimaat op straatniveau. In verschillende Nederlandse gemeenten wordt ten aanzien van windhinder een matig windklimaat voor de betreffende activiteit nagestreefd. Voor wat betreft windgevaar dient gevaarlijk te worden voorkomen. Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder, in een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Gebouw entrees worden aangemerkt als slentergebied, daarnaast worden parkeerplaatsen, voet- en fietspaden aangemerkt als doorloop gebied. Langdurig zitten wordt slechts in uitzonderlijke situaties gesteld en hier dienen vaak aanvullende maatregelen voor genomen te worden. Het windklimaat wordt berekend met Computational Fluid Dynamics (CFD) simulaties en inzichtelijk gemaakt met de in de NEN8100 (1) omschreven methodiek, samengevat in 1.1.
1.1 Beoordelingsmethodiek In de NEN8100 worden 5 kwaliteitsklassen gegeven waarbij windhinder als goed, matig of slecht wordt geclassificeerd voor een drietal activiteiten. De kwaliteitsklasse is afhankelijk van het aantal uren dat de windhinder (overlast) drempelwaarde van 5 m/s wordt overschreden. Deze waardering is weergegeven in Tabel 1. Er worden 12 windrichtingen gesimuleerd waarvan de som van het aantal uren dat de drempelwaarde wordt overschreden de kwaliteitsklasse bepaald. De beoordeling wordt uitgevoerd op 1,75 m boven maaiveld. Overschrijdingskans In procenten van het aantal uren per jaar <2.5 2.5 – 5 5 – 10 10 – 20 >20
Kwaliteitsklasse Doorlopen A B C D E
Goed Goed Goed Matig Slecht
Activiteiten Slenteren Langdurig zitten Goed Goed Goed Matig Matig Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht
Tabel 1: Classificatie windklimaat conform NEN8100.
P15520368e100
Page 3 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
De drempelwaarde voor windgevaar is 15 m/s (NEN8100) en wordt gekwalificeerd als aangegeven in Tabel 2. Overschrijdingskans In procenten van het aantal uren per jaar 0,05 < 0,30 > 0,30
Kwalificatie
Beperkt risico Gevaarlijk
Tabel 2: Kwalificatie tabel windgevaar conform NEN8100.
2 Uitgangspunten en aannamen 2.1 Geometrie Het 3-dimensionale CFD-model is gebaseerd op het aangeleverde Revit model. De omgeving is gereconstrueerd aan de hand van Google Earth Pro en CadMapper. Figuur 1 toont een overzicht van het volledige 3D simulatiemodel en Figuur 2 het model het verbouwde datacenter waarbij in geel de opgebouwde bouwlagen.
P15520368e100
Page 4 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
Figuur 1: 3D CFD model.
P15520368e100
Page 5 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
Figuur 2: 3D CFD model Professor Verbernelaan 35.
P15520368e100
Page 6 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
2.2 Omgeving Het voormalige datacenter welke verbouwd wordt aan De Professor Verbernelaan 35 ligt aan de rand van Tilburg in een woonwijk. Ten Noorden en Westen liggen eengezinswoningen nabij. Ten zuiden liggen twee hoge flats. In een iets grotere cirkel rondom de locatie bevindt zich een mix van eengezinswoningen en appartementen. Rondom het gebouw bevinden zich voetpaden en wegen. De omgeving wordt geclassificeerd als stedelijk gebied.
2.3 Weerdata Voor de analyse is de weerdata van het KNMI over de jaren 2005 t/m 2020 van weerstation Gilze-rijen gebruikt. De gehanteerde windroos is weergegeven in Figuur 3
Gehanteerde windroos - percentage per richting N 20 NNW
NNO
18 16 14 12
WNW
ONO
10 8
6 4
2 W
O
0
WZW
OZO
ZZW
ZZO Z
Figuur 3: Gehanteerde windroos.
2.4 Windprofiel Het simulatiemodel is aan de randen, van waaruit de wind het model instroomt, voorzien van een windprofiel. De windsnelheid is dichter bij het maaiveld lager door de invloed van bijvoorbeeld
P15520368e100
Page 7 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
bebouwing en begroeiing. De mate van invloed wordt beschreven door de ruwheidlengte. De ruwheidlengte voor het gebied rondom de ontwikkeling is vastgesteld op 0,5 m. Bij het definiëren van het windprofiel is rekening gehouden met de verandering van de omgeving van het KNMI weerstation naar het gebied van interesse. Om de windstroom realistisch te kunnen simuleren is om de gemodelleerde bebouwing een box geplaatst waar ook lucht doorheen kan stromen. De afmetingen van de box worden bepaald op basis van de hoogte (H) van het hoogste gebouw. De randen van de box bevinden zich ten minste op 5H vanaf de rand van het gemodelleerde gebied en de hoogte van de box is 6H. Stroomopwaarts is de box eveneens 5H lang en stroomafwaarts 15H. De box om het gemodelleerde gebied heen is weergegeven in Figuur 4. De box kan gezien worden als een digitale windtunnel.
Figuur 4: Box om het gemodelleerde gebied heen, ten behoeve van het windprofiel (digitale windtunnel).
Aan de hand van de referentie windsnelheid, referentie hoogte en ruwheidlengte kan het windprofiel worden opgesteld. Het windprofiel wordt berekend met onderstaande logaritmische vergelijking. 𝑣𝑤𝑖𝑛𝑑 = 𝑣𝑟𝑒𝑓 ∙ (
𝑧 ) 𝑧0 𝑧𝑟𝑒𝑓 ) ln( 𝑧0
ln(
)
Waar, 𝑣𝑤𝑖𝑛𝑑
Windsnelheid
[m/s]
𝑣𝑟𝑒𝑓
Referentie snelheid
[m/s]
𝑧
Hoogte boven de grond
[m]
𝑧0
Ruwheidslengte
[m]
𝑧𝑟𝑒𝑓
Referentiehoogte
[m]
P15520368e100
Page 8 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
2.5 CFD-modellering De simulatie is uitgevoerd met behulp van het software pakket ANSYS CFX versie 2019 R3. Dit software pakket is geschikt voor vele toepassingen en in ruime mate gevalideerd. Het 3D CFD-model is opgedeeld in een grote hoeveelheid rekencellen. De standaard differentiaalvergelijkingen voor de stroming van fluïda worden voor elke cel opgelost. In Tabel 3 staan de belangrijkste toegepaste randvoorwaarden beschreven.
Parameter Cel type Cel grootte Aantal cellen Simulatie type Convergentie criteria Tijdstap Aantal iteraties Fluïde Turbulentie model Wanden Grondvlak Inlet
Beschrijving Hybride, combinatie van hexaëders, tetraëders, piramides en prismalagen Dynamisch, variërend tussen 0,025 tot 2,0 m in de omgeving (vlakken) groeiend met een factor 1,05 tot maximaal 15 m in het vrije volume 55,5 miljoen Steady state RMS maximaal 1·10-4 2,5 s 500 Lucht met constante eigenschappen Shear Stress Transport model RANS Glad met stilstaande lucht (no slip) Ruw met stilstaande lucht (no slip) Snelheids- en turbulentieprofiel
Tabel 3: CFD-modellering eigenschappen.
P15520368e100
Page 9 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
3 Resultaten van de simulaties In de volgende paragrafen wordt het lokaal windklimaat beschreven in en rondom de Professor Verbernelaan 35.
3.1 Windhinder Figuur 5 toont de kwaliteitsklasse zoals gedefinieerd in de NEN 8100 weergegeven. Ter verduidelijking en interpretatie van het resultaat is de tabel met kwaliteitsklassen weergegeven (in overeenkomstige kleuren). De kwaliteitsklasse rondom het gebouw is klasse A en gedeeltelijk klasse B, beide zijn een goed windklimaat voor doorlopen. Tussen de twee hoge gebouwen ten zuiden van het onderzochte gebouw treedt een verhoogde windsnelheid op welke effect heeft op het windklimaat ten oosten van het gebouw. De wind die voornamelijk vanuit de richting Zuid-Zuid-West tot West-Zuid-West wordt door de voorliggende en achterliggende laagbouw en begroeiing ‘omhoog’ gehouden. De hoogbouw ten zuiden heeft nauwelijks effect op de directe omgeving van het onderzochte gebouw. Het kan gesteld worden dat er een goed windklimaat verwacht wordt rondom de ontwikkeling.
P15520368e100
Page 10 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
Overschrijdingskans In procenten van het aantal uren per jaar <2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 >20
Kwaliteitsklasse Doorlopen A B C D E
Goed Goed Goed Matig Slecht
Activiteiten Slenteren Langdurig zitten Goed Goed Goed Matig Matig Slecht Slecht Slecht Slecht Slecht
Figuur 5: Kwaliteitsklasse rondom de woontoren.
P15520368e100
Page 11 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
3.2 Windgevaar Er wordt over windgevaar gesproken als de overschrijdingskans van lokale windsnelheden hoger dan 15 m/s boven de 0,3% is. Figuur 6 toont dat dit niet voorkomt rondom Professor Verbernelaan 35. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde eis dat windgevaar voorkomen dient te worden.
Figuur 6: Percentage windgevaar per jaar.
P15520368e100
Page 12 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
4 Conclusie Een windklimaatonderzoek uitgevoerd voor het nog te realiseren project Professor Verbernelaan 35 te Tilburg. Het bestaande datacenter wordt omgebouwd waarbij een aantal lagen boven op de bestaande bouw worden geplaatst. Aan de hand van de NEN8100 wordt inzicht verschaft in het windklimaat op straatniveau. De kwaliteitsklasse rondom het gebouw is klasse A en gedeeltelijk klasse B, beide zijn een goed windklimaat voor doorlopen. Tussen de twee hoge gebouwen ten zuiden van het onderzochte gebouw treedt een verhoogde windsnelheid op welke effect heeft op het windklimaat ten oosten van het gebouw. De wind die voornamelijk vanuit de richting Zuid-Zuid-West tot West-Zuid-West wordt door de voorliggende en achterliggende laagbouw en begroeiing ‘omhoog’ gehouden. De hoogbouw ten zuiden heeft nauwelijks effect op de directe omgeving van het onderzochte gebouw. Het kan gesteld worden dat er een goed windklimaat verwacht wordt rondom de ontwikkeling. Er treedt geen windgevaar op rondom het onderzochte gebouw op Professor Verbernelaan 35.
P15520368e100
Page 13 of 14
Windklimaat onderzoek Professor Verbernelaan 35 Tilburg
5 Verwijzingen 1. NEN 8100 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Delft : Nederlands Normalisatie-instituut, februari 2006. 2. Troen, Ib en Petersen, Erik Lundtang. Roughness Classes and Roughness Length Table in "European Wind Atlas". Risoe , Denmark : Risoe National Laboratory, 1991. ISBN 87-550-1482-8.
P15520368e100
Page 14 of 14
Professor Verbernelaan
Tilburg
B e z o n n i n g s s tud i e
17 jul i 2 019 1
COLOFON PROJECT Bezonningsstudie Professor Verbernelaan 35, Tilburg
INITIATIEFNEMER BVR VastgoedOntwikkeling
OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht T
(030) 2679198
E
info@buro-sro.nl
DATUM 24 augustus 2020
Bron afbeelding kaft: Storimans Wijffels Architecten BV
INHOUDSOPGAVE
1.
Inleiding
5
2.
Uitgangspunten
5
3.
Bezonning
6
4.
Bezonningsdiagrammen 7
5.
Conclusie
35
storenst
raat
Mar tinito
renstraat
Schreier
Professor Verb
ernelaan
Bestaande situatie gezien vanuit het zuidwesten Situatieoverzicht
Bestaande situatie gezien vanuit het zuidoosten 4
1. INLEIDING 1.1
AANLEIDING
2. UITGANGSPUNTEN 2.1
OPZET 3D MODEL
Buro SRO is door BVR Vastgoed Ontwikkeling gevraagd om een bezonningsstudie op te stellen
Voor deze studie is gebruik gemaakt van een 3D computermodel. Daarbij is de bestaande
voor de herontwikkeling van de locatie Professor Verbernelaan 35 in Tilburg. Dit om het effect
planologische situatie (conform de mogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan) in
van het stedenbouwkundig model te bepalen en te kunnen voldoen aan het hoogbouwbeleid
beeld gebracht en de mogelijke toekomstige situatie. We hebben de twee aangrenzende
van de gemeente Tilburg.
bouwplannen overigens geinterpreteerd als ‘bestaande situatie’ aangezien de planvorming voor deze plannen zich al in een redelijk vergevorderd stadium bevindt. Deze situaties zijn
1.2
LANDELIJKE NORMEN
Voor bezonningsstudies gelden geen wettelijk vastgestelde normen. In het kader van de Wet
geïmplementeerd in een 3D omgeving rondom het betreffende plan. De 3D omgeving is door Buro SRO gegenereerd in het programma Sketch-up.
ruimtelijke ordening dient bij wijziging van een planologische situatie, bijvoorbeeld ten behoeve van nieuwbouw, in het besluit gemotiveerd te worden of de wijziging ruimtelijk acceptabel is.
Als ondergrond van de 3D omgeving is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige
De wet gebruikt hiervoor de term goede ruimtelijke ordening.
Topografie (BGT) en de Kadastrale ondergrond. De bouwmassa’s in de omgeving van het plangebied zijn op basis van gemaakt foto’s van de locatie, door middel van luchtfoto’s en op
Een planologisch besluit dan wel het plaatsen van een (vergunningsvrij) bouwwerk, dient
basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bepaald.
beoordeeld te worden om te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Afhankelijk van de opgave kan het wenselijk zijn om een bezonningsstudie uit te voeren.
2.2
HAAGSE-NORM
De ‘Haagse-norm’ geeft een richtlijn of er sprake is van voldoende bezonning en of er sprake Voor zowel de toepassing als de inhoud van een bezonningsstudie bestaat geen directe
is van goede bezonning. De norm is in principe gericht op de bezonning op de gevel.
wettelijke basis. Bezonningsstudies worden echter veel toegepast om inzicht te krijgen op de bezonningseffecten en vormen ook de basis voor planschaderisicoanalyses.
De Haagse-norm: Voldoende bezonning (lichte norm): het meetpunt.
Voor de inhoud wordt landelijk veelal gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘lichte TNO-
Ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober
norm’. De ‘lichte TNO-norm’ bevat een aantal uitgangspunten voor de mate van bezonning en
(gedurende 8 maanden) gemeten op de gevel, uitgaande van een zonhoogte van meer dan
tijdstippen die algemeen gehanteerd worden.
10 graden. Bij de gevel van een woning is in de berekening sprake van bezonning, indien een
In deze studie wordt aangesloten bij de zogenaamde Haagse norm (zie paragraaf 2.2)
denkbeeldig punt (het ‘meetpunt’) op de gevel in de zon ligt. Het meetpunt ligt op 0,75 meter
conform het beleid van de gemeente Tilburg. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat
hoogte, op het midden van de gevel. Bij het stellen van de norm mag de bezonning op voor- en
de ondergrens op tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19
achtergevels bij elkaar worden opgeteld.
februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de ‘lichte TNO-norm’ is in de Haagse norm de bezonning van gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen.
De norm is niet van toepassing op: • ondergeschikte aan- en uitbouwen en bijgebouwen (NB: meerlaagse uitbouwen met verblijfsruimten zijn onderdeel van het hoofdgebouw en niet ondergeschikt);
Er zijn meerdere mogelijkheden voor het uitwerken van een bezonningsstudie. Onder andere
• buitenruimten bij woningen: balkons en particuliere tuinen;
een bezonningsdiagram, een maquette op een bezonningstafel of door middel van een 3D
• de openbare weg.
computermodel.
5
2.3
BEOORDELINGSMOMENTEN (TIJDSTIPPEN)
Om inzicht te geven in de toekomstige bezonningssituatie is de situatie op de maatgevende dagen van de 4 seizoenen voor zowel de huidige (bestaande) situatie met de toekomstige situatie vergeleken. Daarbij zijn de volgende dagen gehanteerd: 19 februari:
de eerste dag van de ‘Haagse-norm’ (wintertijd);
21 maart:
de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen
de stand van 22 december en 21 juni in (wintertijd);
21 juni:
de zon staat het hoogst (zomertijd);
23 september:
de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de
stand van 21 juni en 22 december in (zomertijd);
21 oktober:
de laatste dag van de ‘Haagse-norm’ (zomertijd).
De tijdstippen 9:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur zijn relevant om de bezonning voldoende in beeld te krijgen, omdat deze tijdstippen een goed beeld geven van de stand van de zon gedurende de dag. Op 22 december is het tijdstip van 18:00 uur niet relevant, omdat op dat moment de zon al onder is. Op 21 juni is tevens naar de bezonning op het tijdstip van 20:00 uur gekeken, omdat de zon op die dag later ondergaat.
3. BEZONNING In de bezonningsstudie is gekeken naar de gevelvlakken van de twee rijen aan rijwoningen aan de Martinitorenstraat ten westen, en aan de Schreierstorenstraat ten noorden van de planlocatie
die mogelijk schaduwhinder ondervinden als gevolg van de toekomstige
ontwikkeling. In de afbeeldingen op de navolgende pagina’s is op de voorgeschreven data voor iedere drie uur, voor zover relevant, een weergave van de zonnestand en de bijbehorende schaduweffecten gegeven. De afbeeldingen vormen een illustratie voor de conclusie in hoofdstuk 4.
6
4. BEZONNINGSDIAGRAMMEN 7
bestaande situatie 19 februari 9:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 9:00 uur
bestaande situatie 19 februari 12:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 12:00 uur
8
bestaande situatie 19 februari 15:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 15:00 uur
bestaande situatie 19 februari 18:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 18:00 uur 9
bestaande situatie 19 februari 9:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 9:00 uur
bestaande situatie 19 februari 12:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 12:00 uur
10
bestaande situatie 19 februari 15:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 15:00 uur
bestaande situatie 19 februari 18:00 uur
toekomstige situatie 19 februari 18:00 uur 11
bestaande situatie 21 maart 9:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 9:00 uur
bestaande situatie 21 maart 12:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 12:00 uur
12
bestaande situatie 21 maart 15:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 15:00 uur
bestaande situatie 21 maart 18:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 18:00 uur 13
bestaande situatie 21 maart 9:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 9:00 uur
bestaande situatie 21 maart 12:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 12:00 uur
14
bestaande situatie 21 maart 15:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 15:00 uur
bestaande situatie 21 maart 18:00 uur
toekomstige situatie 21 maart 18:00 uur 15
bestaande situatie 21 juni 9:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 9:00 uur
bestaande situatie 21 juni 12:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 12:00 uur
bestaande situatie 21 juni 15:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 15:00 uur
bestaande situatie 21 juni 18:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 18:00 uur 17
bestaande situatie 21 juni 9:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 9:00 uur
bestaande situatie 21 juni 12:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 12:00 uur
18
bestaande situatie 21 juni 15:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 15:00 uur
bestaande situatie 21 juni 18:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 18:00 uur 19
bestaande situatie 21 juni 20:00 uur
20
toekomstige situatie 21 juni 20:00 uur
bestaande situatie 21 juni 20:00 uur
toekomstige situatie 21 juni 20:00 uur
21
bestaande situatie 23 september 9:00 uur
toekomstige situatie 23 september 9:00 uur
bestaande situatie 23 september 12:00 uur
toekomstige situatie 23 september 12:00 uur
22
bestaande situatie 23 september 15:00 uur
toekomstige situatie 23 september 15:00 uur
bestaande situatie 23 september 18:00 uur
toekomstige situatie 23 september 18:00 uur 23
bestaande situatie 23 september 9:00 uur
toekomstige situatie 23 september 9:00 uur
bestaande situatie 23 september 12:00 uur
toekomstige situatie 23 september 12:00 uur
24
bestaande situatie 23 september 15:00 uur
toekomstige situatie 23 september 15:00 uur
bestaande situatie 23 september 18:00 uur
toekomstige situatie 23 september 18:00 uur 25
bestaande situatie 21 oktober 9:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 9:00 uur
bestaande situatie 21 oktober 12:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 12:00 uur
26
bestaande situatie 21 oktober 15:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 15:00 uur
bestaande situatie 21 oktober 18:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 18:00 uur 27
bestaande situatie 21 oktober 9:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 9:00 uur
bestaande situatie 21 oktober 12:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 12:00 uur
28
bestaande situatie 21 oktober 15:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 15:00 uur
bestaande situatie 21 oktober 18:00 uur
toekomstige situatie 21 oktober 18:00 uur 29
bestaande situatie 22 december 9:00 uur
toekomstige situatie 22 december 9:00 uur
bestaande situatie 22 december 12:00 uur
toekomstige situatie 22 december 12:00 uur
30
bestaande situatie 22 december 15:00 uur
toekomstige situatie 22 december 15:00 uur
bestaande situatie 22 december 18:00 uur
toekomstige situatie 22 december 18:00 uur 31
bestaande situatie 22 december 9:00 uur
toekomstige situatie 22 december 9:00 uur
bestaande situatie 22 december 12:00 uur
toekomstige situatie 22 december 12:00 uur
bestaande situatie 22 december 15:00 uur
toekomstige situatie 22 december 15:00 uur
bestaande situatie 22 december 18:00 uur
toekomstige situatie 22 december 18:00 uur 33
34
5. CONCLUSIE 35
toename schaduwwerking (verslechtering)
schaduwwerking blijft ongewijzigd
toekomstige situatie verklaring kleuren
te ontwikkelen gebouw 36
5. CONCLUSIE Voor de beoordeling in hoeverre de bezonningssituatie verslechtert is het plan met de omgeving in Sketch-up gemodelleerd. De onderzochte tijdstippen zijn conform de Haagse-norm en landelijke standaarden. Afhankelijk van het tijdstip veroorzaakt de nieuwe bebouwing, na realisatie, verslechteringen (rode kleur) ten opzichte van de huidige situatie. Hieronder volgt een samenvattende conclusie per straat. WONINGEN AAN DE PROFESSOR VERBERNELAAN Voor de woningen aan de Professor Verbernelaan, welke direct ten westen naast de planlocatie zijn gelegen, treedt er geen verslechtering op. De bezonningssituatie voor deze woningen blijft ongewijzigd. WONINGEN AAN DE MARTINITORENSTRAAT Voor de woningen aan de Martinitorenstraat ontstaat er een beperkte verslechtering. In de ochtend in de maanden februari, maart, september en oktober krijgt een aantal woningen schaduw op hun voorgevel door de nieuwbouwontwikkeling. Vanaf 12.00 uur is de schaduw volledig verdwenen en is de situatie weer vergelijkbaar met de bestaande situatie. De voorgevel van deze woningen voldoet daarmee ruimschoots aan de Haagse-norm gezien deze gevel meer dan twee uur zon per dag krijgt. WONINGEN EN WIJKGEBOUW AAN DE WESTERTORENLAAN De woningen gelegen aan de Westertorenlaan ondervinden geen extra schaduwwerking van de nieuwbouwontwikkeling aan de Professor Verbernelaan.
De bezonningssituatie voor deze woningen blijft ongewijzigd. Voor het wijkgebouw wijzigt de situatie wel. In de maanden februari, maart en oktober treedt er een beperkte verslechtering op vanaf 9.00 uur ‘s ochtends tot ca. 14.30 uur. In september treedt er een zeer beperkte verslechtering op vanaf 13.30 uur tot ca. 15.00 uur in de middag. Al met al voldoet de gevel daarmee ruimschoots aan de Haagse-norm gezien deze meer dan twee uur zon per dag krijgt. WONINGEN AAN DE SCHREIERSTORENSTRAAT De appartementen gelegen aan de Schreierstorenstraat ondervinden in zeer beperkte mate extra schaduwwerking van de nieuwbouwontwikkeling. De eerste drie bouwlagen ondervinden een zeer beperkte schaduwwerking in de maanden februari en oktober vanaf ongeveer 14.00 uur tot 16.00 uur. De gevels van deze appartementen voldoen daarmee ruimschoots aan de Haagse-norm gezien deze gevels meer dan twee uur zon per dag krijgen.
37