CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 obp Reit 2007 5e herz Toelichting met bijlagen

Raadsvergadering 8 april 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)22.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2019024-b001

22 september 2020

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 1.1 Aanleiding 2 1.2 Ligging plangebied 2 1.3 Geldend bestemmingsplan 3 1.4 Leeswijzer 4 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 5 2.1 Huidige situatie 5 2.2 Toekomstige situatie 6 Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 10 3.1 Nationaal beleid 10 3.2 Provinciaal beleid 11 3.3 Gemeentelijk beleid 14 Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 18 4.1 Inleiding 18 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 18 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg20 4.4 Groen en speelruimte 21 4.5 Verkeer en parkeren 23 Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 27 5.1 Milieueffectrapportage 27 5.2 Milieuhinder bedrijven27 5.3 Externe veiligheid 29 5.4 Geluid 32 5.5 Lucht 33 5.6 Bodem 34 5.7 Natuur en ecologie 35 Hoofdstuk 6 Wateraspecten 37 6.1 Beleidskader 37 6.2 Watertoets 38 Hoofdstuk 7 Opzet planregels 39 7.1 Inleiding 39 7.2 Standaard plansystematiek 39 Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 41 Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog 42 9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 42 9.2 Omgevingsdialoog 42 9.3 Zienswijzen 42

Toelichting

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend om de beoogde ontwikkeling aan de Professor Verbernelaan 35 in Tilburg juridisch-planologisch mogelijk te maken. Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande gebouw aan de Professor Verbernelaan 35 in Tilburg te transformeren. In de huidige situatie bevindt zich hier een voormalig datacentrum welke leeg is komen te staan. Met het beoogde initiatief wordt het pand getransformeerd en uitgebreid. De kelder en de plint van het pand zullen bestemd zijn voor publieke functies op het gebied van onderwijs, maatschappelijk werk, sport en/of bedrijfsleven. Daarnaast zal het pand op de verdiepingen voorzien in 96 studentenwoningen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dient de bestaande tweede verdieping te worden verwijderd en zullen er drie nieuwe bouwlagen worden op gebouwd. De beoogde ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Om de planontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggende toelichting voorziet in een ruimtelijke onderbouwing voor de beoogde ontwikkeling.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen op het perceel aan de Professor Verbernelaan 35 in Tilburg en is bekend onder de kadastrale gemeente Tilburg, sectie AB, perceel 2165. Het plangebied wordt begrensd door de kadastrale grens en heeft een oppervlakte van 3.580 m². De betreffende locatie bevindt zich ten westen van het stadscentrum van Tilburg, nabij de universiteit van Tilburg. In het gebied tussen de Professor Verbernelaan en de Professor Cobbenhagenlaan, ten zuiden van het plangebied, zijn verscheidene universiteitsgebouwen gesitueerd. Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 530 m, ligt een groot park (sterrenbos De Oude Warande). Ten oosten van het plangebied bevindt zich een grasveldje met enkele bomen en ten noorden van het plangebied is een kinderopvang gesitueerd. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Professor Verbernelaan. Navolgende afbeeldingen geven de globale ligging en de globale begrenzing van het plangebied weer.

Globale ligging plangebied (witte cirkel, bron: Google Maps)

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

2

Globale plangrens plangebied (witte omkadering, bron: Google Maps)

1.3 Geldend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan 'Reit 2007'. Dit bestemmingsplan is onherroepelijk vastgesteld op 20 november 2009. Daarnaast gelden de bestemmingsplannen 'Tilburg, Parkeerregeling 2017' (vastgesteld op 07-08-2018) en 'Tilburg, Terrasregels 2019' (vastgesteld op 01-07-2019) voor de gronden van het plangebied. In het bestemmingsplan 'Reit 2007' zijn de gronden van het plangebied voorzien van de bestemming 'Kantoren'. Daarnaast beschikt het plangebied over de nadere aanduiding 'bijzonder bouwregime'. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan 'Reit 2007'.

Uitsnede vigerende bestemmingsplan 'Reit 2007' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gebieden die op de plankaart staan aangegeven als 'K' zijn bestemd voor de functie kantoren. Hieronder wordt verstaan een samenstel van activiteiten, waarbij het accent ligt op het verrichten van administratieve handelingen ten behoeve van het voeren of leiden van een onderneming of organisatie, het verlenen van

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

3

diensten waaronder zakelijke dienstverlening, het verrichten van onderzoek, welke door een vestiging of bundeling van vestigingen worden verricht in een geheel van ruimten die zijn ondergebracht in een specifiek daarvoor ingericht kantoor. Daarnaast zijn de gebieden die zijn aangegeven met 'K' tevens bestemd voor vergader- en conferentiecentra, expositie-, beurs- en tentoonstellingsruimten, restaurants, logies/hotel- en congresaccommodatie, kantines en andere bijbehorende voorzieningen. Voor de nadere aanduiding 'bijzonder bouwregime' is een maximaal bebouwingspercentage en maximale bouwhoogte opgenomen. Het maximaal bebouwingspercentage binnen het deelvlak in het plangebied is 100% en de maximale bouwhoogte is 17 m. Buiten het deelvlak geldt een maximaal bebouwingspercentage van 0% en een maximale bouwhoogte van 0 m. De beoogde woningen passen niet binnen de bestemmingsomschrijving van 'Kantoren' tevens wordt met de beoogde ontwikkeling de maximaal toegestane bouwhoogte van 17 m binnen het deelvlak overschreden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een partiële herziening van het bestemmingsplan waarmee de beoogde transformatie juridisch-planologisch wordt mogelijk gemaakt.

1.4 Leeswijzer De huidige en de toekomstige situatie in het plangebied worden in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het project onderbouwd met betrekking tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens de opzet van de planregels beschreven. Hoofdstuk 6 bevat de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de omgevingsdialoog, waarbij de uitkomsten van het vooroverleg en een verslag van de tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediende zienswijzen zijn opgenomen.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

4

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is in het plangebied een gebouw aanwezig met een bebouwingsoppervlakte van circa 1.100 m². Het gebouw betreft een voormalig datacentrum en is in de huidige situatie leegstaand. Op het achtererf is een groot parkeerterrein aanwezig, welke voorziet in 69 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein is ontsloten op de Professor Verbernelaan via een oprit aan de oostzijde van het bestaande gebouw. Het plangebied is grotendeels omzoomd door groen. Aan de zuidzijde van het plangebied, voor de voorgevel van het bestaande gebouw is een groene haag aanwezig. Aan zowel de oostzijde als de westzijde van het plangebied is het plangebied begrensd door een bomenrij. Navolgende afbeeldingen tonen de huidige situatie van het plangebied.

Bestaande bebouwing zuidwestzijde (bron: Google Street View)

Bestaande bebouwing noordzuidzijde (bron: Google Street View)

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

5

Huidige situatie plangebied achterzijde/noordzijde (bron: Google Street View) De navolgende afbeelding toont de gevelaanzichten van het voormalige datacentrum in de bestaande situatie.

Bestaande situatie gevelaanzichten voormalig datacentrum (bron: SW Architecten BV)

2.2 Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande pand aan de Professor Verbernelaan 35 in Tilburg te transformeren en uit te breiden. Met de beoogde ontwikkeling zijn er in totaal 96 zelfstandige studentenwoningen beoogd. Daarnaast zal de kelder en de begane grond bestemd worden voor publieke functies op het gebied van onderwijs, sport (waaronder fitness), recreatie, maatschappelijk werk en/of bedrijfsleven. Detailhandel en horeca in de plint zijn ongewenst en niet mogelijk. Voor de ontwikkeling van de woningen en de andere beoogde functies dient de bestaande tweede verdieping van het gebouw verwijderd te worden en zullen er vier nieuwe lagen op gebouwd worden. Daarmee krijgt het beoogde gebouw in totaal vijf verdiepingen. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de beoogde transformatie.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

6

Aanzicht beoogde transformatie (bron: Storimans Wijffels architecten bv)

Aanzicht beoogde transformatie (bron: Storimans Wijffels architecten bv) Door het verwijderen van de tweede bouwlaag en het optoppen met vier nieuwe bouwlagen krijgt het gebouw een bouwhoogte van circa 23m. In onderhavig bestemmingsplan zal ten opzichte van de huidige situatie de bouwhoogte voor het hoofdgebouw met 6m toenemen. Navolgende afbeelding toont een doorsnede van de beoogde transformatie van het bestaande gebouw.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

7

Doorsnede beoogde transformatie bestaande bebouwing (bron: SW Architecten BV) Met de beoogde ontwikkeling worden in totaal 46 parkeerplaatsen gerealiseerd. In de kelder is een fietsenberging voorzien waar voldoende ruimte zal zijn voor in totaal 96 fietsen. Het overige deel van de kelder zal gebruikt worden ten behoeve publieke functies op het gebied van onderwijs, maatschappelijk werk, sport en/of bedrijfsleven. Aan de oostzijde van het gebouw bevindt zich een trappenhuis en een lift. Aan de westzijde van het gebouw is tevens een trappenhuis voorzien welke zal dienen als vluchttrap. De kelder en begane grond biedt ruimte voor verschillende publieke invullingen. Op de eerste tot en met de vijfde verdieping worden in totaal 96 studentenwoningen gerealiseerd. De beoogde woningen hebben een oppervlakte van ca. 30 m². Navolgende afbeelding toont de plattegrond van de eerste verdieping.

Plattegrond beoogde situatie eerste verdieping (bron: SW Architecten BV) Navolgende afbeelding toont de plattegrond van de tweede verdieping. De indeling van de tweede verdieping is vergelijkbaar met de derde verdieping.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

8

Plattegrond beoogde situatie tweede verdieping (bron: SW Architecten BV) Navolgende afbeelding toont de plattegrond van de vierde verdieping, waarbij de indeling vergelijkbaar is met de vijfde verdieping.

Plattegrond beoogde situatie vierde verdieping (bron: SW Architecten BV)

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

9

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De woon- en werklocaties in steden en dorpen moeten aansluiten op de kwalitatieve vraag en de locaties voor transformatie en herstructurering worden zo veel mogelijk benut. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk enkel nog een 'ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen.

Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Planspecifiek Het plangebied ligt in een gebied waar de nationale belangen 'ruimte voor militaire terreinen en activiteiten' (Nationaal belang 12) en 'een excellente ruimtelijke-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in een goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie' (Nationaal belang 1) van toepassingen zijn. Gezien de beperkte aard en omvang van de beoogde ontwikkeling is Nationaal belang 1 niet van belang voor onderhavig initiatief. Wel dient rekening gehouden te worden met de regels voor 'ruimte voor militaire terreinen en activiteiten' met betrekking tot maximale hoogte van objecten. Dit wordt nader beschreven in toelichting paragraaf 3.1.2. In toelichting paragraaf 3.1.3 wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 en 1 juli 2014 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Zoals genoemd in voorgaande paragraaf valt het plangebied binnen het gebied dat is aangewezen als militair luchtvaartterrein. Daarmee is het Nationale belang 'ruimte voor militaire terreinen en activiteiten' van toepassing. Het plangebied maakt onderdeel uit van het obstakelgebied rondom Vliegbasis Gilze-Rijen. Voor obstakelgebieden geldt een maximaal toelaatbare hoogte van objecten (zie bijlage). Met de beoogde ontwikkeling wordt de maximaal toelaatbare hoogte niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat het Nationaal belang 'ruimte voor militaire terreinen en activiteiten' geen problemen vormt voor de beoogde ontwikkeling. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing.

Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

10

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 2. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. 3. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 96 woningen en is daarmee aan te merken als nieuwe stedelijk ontwikkeling. Derhalve zal navolgend de behoefte van de ontwikkeling worden onderbouwd. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In deze regio maken de gemeenten periodiek samen met de provincie Noord-Brabant afspraken over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, waarvan de recentste dateert uit mei 2017. In de periode 2017-2027 bedraagt de bouwopgave voor Tilburg ruim 9.600 woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke aanwas en de huishoudenverdunning van de gemeente, plus in de migratie afkomstig uit de regio (en daarbuiten).

Wanneer en waar nodig worden er regionaal ook kwalitatieve afspraken gemaakt, getuige de afspraak waarbij Tilburg van de eigen opgave 730 woningen beschikbaar stelt aan een drietal buurgemeenten ter verwezenlijking van hun programmadoelen tussen 2009 en 2019. Zeker tot 2025 behelst de gemeentelijke woningbouwopgave gemiddeld zo’n 1.000 woningen per jaar, dit gecorrigeerd voor circa 200 w/jr. sloop. De effectieve vraag –uitgeoefend door de woonconsument– ligt gemiddeld op 850-900 woningen per jaar; het gemeentelijke bouwprogramma is hierop afgestemd. Het plan tot de bouw van in totaal 96 woningen past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context. Met de beoogde ontwikkeling wordt er bijgedragen aan de behoefte van voldoende studentenwoningen. Het is voor de gemeente belangrijk om te investeren in deze doelgroep omdat Tilburg de studenten ook graag na hun afstuderen wil binden aan de stad. Tilburg zorgt daarom dat er voldoende studentenwoonruimte beschikbaar is. Daarbij wil de gemeente voorkomen dat dit ten koste gaat van het aanbod in de reguliere (betaalbare) voorraad. Met de beoogde transformatie van het voormalige datacentrum wordt er extra woonruimte gecreëerd voor studenten zonder dat dit ten koste gaat van de reguliere woningvoorraad. Daarmee blijven reguliere betaalbare woningen onder andere beschikbaar voor afgestudeerde studenten.

De beoogde ontwikkeling draagt derhalve bij aan de woningbehoefte in Tilburg.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

11

leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt één basisopgave en een viertal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er alvast een interim omgevingsverordening opgesteld.

In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening staat nu als ontwerp op ruimtelijkeplannen.nl. De omgevingsverordening Noord-Brabant is nog niet vastgesteld. In de navolgende paragraaf zal derhalve nog worden uitgegaan van Verordening ruimte Noord Brabant. Planspecifiek Onderhavige ontwikkeling heeft met name betrekking op 'Brabantse energietransitie' en 'concurrerende, duurzame economie'. Met de beoogde transformatie van het voormalige datacentrum aan de Professor Verbernelaan 35 in Tilburg wordt er bijgedragen aan de Brabantse energietransitie. De ontwikkeling betreft een duurzame ontwikkeling waarbij er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van het bestaande gebouw. Daarnaast zal er zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame materialen. De beoogde woningen worden voorzien van een goede isolatie en worden gasloos ontwikkeld. Op deze manier wordt er bijgedragen aan de reductie van broeikasgassen. De hoofdopgave 'werken aan een concurrerende, duurzame economie' krijgt invulling met de beoogde transformatie doordat er geïnvesteerd wordt in vestigingsmogelijkheden voor studenten. Door studenten een aantrekkelijke woonlocatie te bieden nabij de campus wordt er indirect geïnvesteerd in het versterken van kennis- en innovatiekracht.

3.2.2 Verordening ruimte Noord Brabant De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.

De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten).

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

12

Planspecifiek Relevante informatie uit de verordening die betrekking heeft op het plangebied is o.a. dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het besluitvlak 'Structuur - Bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied' en de aanduiding 'stalderingsgebied'. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de Verordening ruimte.

Uitsnede Kaart: Verordening ruimte (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Hoofdregel van het beleid is dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Dit is in onderhavige situatie het geval, de beoogde ontwikkeling ligt binnen het besluitvlak dat het bestaand stedelijk gebied aanduidt. Met de beoogde ontwikkeling wordt het bestaand stedelijk gebied zo goed mogelijk benut door transformatie en herontwikkeling. Tevens wordt door compact gebruik, het combineren van verschillende functies en optopping het ruimtegebruik geïntensiveerd. De aanduiding 'Stalderingsgebied' heeft betrekking op de vestiging of omschakeling naar een hokdierhouderij. Voornoemde is niet van belang en vormt tevens geen belemmering voor onderhavig initiatief. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben.

De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zogenaamde omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3. met initiatiefnemers afspraken worden gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's;

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

13

4. 5.

nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's.

Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Het initiatief ligt niet binnen 2 km van een geitenhouderij.De Verordening ruimte staat de uitvoering van het initiatief niet in de weg.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen.

<0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn.

<0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

14

<0000> <0000> <0000>

Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant

De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.

De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit bij verschillende aspecten van de omgevingsvisie van Tilburg aan. Er wordt met de beoogde transformatie aangesloten bij de Brabantstrategie door aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend te zijn. Hieraan wordt invulling gegeven door een bestaand leegstaand pand te transformeren en een nieuwe functie toe te kennen waardoor aan de directe leefomgeving een kwaliteitsimpuls wordt gegeven.

Het aspect bereikbaarheid van/naar andere steden is voor onderhavig initiatief niet direct van belang. Wel zorgt de realisatie van studentenwoningen in de nabijheid van de universiteit Tilburg voor een goede bereikbaarheid van de universiteit en daarmee beperking van verkeersbewegingen/gebruik van openbaar vervoer richting de universiteit. Daarnaast draagt de ontwikkeling indirect bij aan een concurrerende stad door te investeren in woonruimte voor studenten in de nabijheid van het stedelijk knooppunt 'Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing'. Tot slot wordt er aangesloten bij de stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat. Door een leegstaand pand weer een nieuwe functie toe te kennen wordt de kwaliteit van de wijk verbeterd. De ontwikkeling kan bijdragen aan dynamiek en ondernemerschap in de wijk, maar ook aan veiligheid, ontmoeting en sociale binding in de wijk.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

15

De beoogde transformatie van het voormalige datacentrum is niet in strijd met de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en vindt aansluiting bij verschillende strategieën uit de visie. 3.3.2 Welstandsnota Tilburg 2017 Op 1 januari 2017 is de Welstandsnota Tilburg in werking getreden. De welstandsnota geeft richtlijnen, criteria en tips voor burgers, architecten ontwikkelaars die in de gemeente Tilburg willen bouwen en dient als leidraad om te komen tot een optimale omgevingskwaliteit. De nota is een geactualiseerde versie van de welstandsnota 2012. Vanwege de vaststelling van de Omgevingsvisie 2040, de structuurvisie Linten en vanwege de landelijke ontwikkelingen en voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet was een actualisatie nodig. Doel van de welstand- en monumententoets is het behartigen van het publieke belang door en voor de gemeente Tilburg. Het is van belang dat initiatieven een toegevoegde waarde leveren aan de stad en de kwaliteit daarvan. Het welstandsbeleid beoogt niet alleen een bestuurlijk kader te bieden voor een wettelijke taak, de welstandstoetsing, maar ook stimulerend te zijn voor ruimtelijk kwaliteitsbesef bij de particuliere opdrachtgevers in het bouwproces. In een snel veranderende wereld is het zorgvuldig omgaan met het bestaande, met oog op herkenbaarheid, identiteit en menselijke maat een terugkerend thema.

Ook de verschuiving van nieuwbouw naar meer en meer aandacht voor transformatie en renovatie speelt daarin een rol. De welstandstoets wordt -qua zwaarte- afgestemd op functie en karakter van de omgeving. Daarbij worden drie niveaus onderscheiden: volledige welstandstoets, 'lichte' welstandstoets en welstandsvrij. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied is de 'lichte' welstandstoets van toepassing. De 'lichte' welstandstoets omvat de overige stedelijke beheergebieden en het buitengebied. Het zijn gebieden waarvan de ruimtelijke structuur en de gebouwen in mindere mate beeldbepalend zijn voor de stad, ten dele wél voor buurt of wijk. Van nieuwbouwplannen in deze gebieden mag gevraagd worden dat zij niet alleen op zichzelf redelijk zijn, maar ook dat zij bestaande ruimtelijke kwaliteiten in de omgeving respecteren. Kortom: een voldoende kwaliteit is hier de norm. Tilburg is opgedeeld in verschillende deelgebieden. Elk gebied heeft een eigen karakteristiek en kwaliteit. Het plangebied valt gedeeltelijk binnen het deelgebied 'planmatige clusterbebouwing'. Kenmerken voor de visuele uitstraling van dit gebied is de uniformiteit, veroorzaakt door de projectmatige totstandkoming van het stedenbouwkundig plan en de woningbouw. Het stedenbouwkundig beleid is gericht op handhaving en verbetering van de bestaande kwaliteiten.

Voor deze typologie zijn de volgende criteria van belang in relatie tot de beoogde ontwikkeling: <0000> bouwplannen worden vooral getoetst vanuit de samenhang met de belendingen. In een gave en uniforme context dienen de specifieke architectonische kenmerken van het blok of ensemble te worden onderkend en gerespecteerd; <0000> woninguitbreidingen en -veranderingen bij blokbeëindigingen worden bij voorkeur ingezet om stedenbouwkundige accenten te verkrijgen; <0000> zodra er sprake is van duurzaamheidsambities (de zogenaamde ‘Nul op de Meter’ woningen) is een collectieve aanpak van een gevelwand veelal makkelijker inpasbaar en realiseerbaar dan een individuele aanpak; <0000> nieuwbouw van nieuwe ensembles mag contrasteren met de bestaande omgeving; <0000> zeer bijzondere, creatieve dan wel innovatieve oplossingen zijn bespreekbaar; <0000> zelfstandige bijzondere bebouwing (scholen en andere voorzieningen) onderscheidt zich bij voorkeur in architectonische zin (positief) van zijn omgeving. Met de beoogde transformatie wordt er aangesloten bij voornoemde criteria. In de huidige situatie is het bestaande pand in afwijking van de rest van de woonwijk in maat en schaal. Met de transformatie blijft het huidige stedenbouwkundig beeld zoveel mogelijk behouden. De aanpassingen aan de gevel en de optopping zal qua architectuur aansluiten bij de huidige architectuur.

Door de gevel van de nieuwe bouwlagen een lichte kleur te geven en in te laten springen door middel van balkons vormt het een subtiel geheel op de bestaande bouwlagen. Tevens wordt hierdoor de oorspronkelijke bebouwing geaccentueerd.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

16

Het parkeerterrein achter de bebouwing is aangemerkt als 'opengebied'. Omdat hier geen veranderingen plaatsvinden en de bestaande openheid behouden blijft zijn er geen belemmeringen vanuit de welstandsnota. Daarnaast valt het gehele plangebied binnen het gebied dat is aangewezen als 'knoop: Tilburg University Campus'. Door de beperkte hoogte van de beoogde ontwikkeling wordt er geen afbreuk gedaan aan het landmark 'Universiteit Tilburg'. Geconcludeerd wordt dat er wordt aangesloten bij de criteria uit de Welstandsnota Tilburg 2017. 3.3.3 Woonvisie Tilburg 2015 Het gemeentelijk woonbeleid (zowel kwantitatief als kwalitatief) volgt primair uit de vierjaarlijkse Woonvisie. Hierin komen thema's en trends in het wonen aan de orde, worden actuele knelpunten geduid en worden de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. Ondanks accentverschuiving naar de bestaande woningvoorraad is de nieuwbouwopgave voor Tilburg nog steeds een belangrijk thema, gegeven de natuurlijke aanwas, gezinsverdunning en immigratie. Centraal in de Woonvisie Tilburg 2015 staat de gemeentelijke opgave te voorzien in een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, zodat zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en trends (w.o.

demografie, individualisering/keuzevrijheid, zelfredzaamheid & zorg, identiteit/beleving en duurzaamheid); dit geldt zowel de woning als de woonomgeving(/ woonmilieu). De beleidsagenda van de Woonvisie Tilburg 2015 kent een viertal speerpunten/hoofdambities. De eerste is behoud resp. verbetering van de aantrekkelijkheid van de stad, zodat iedere (Til)burger passende woonruimte kan vinden waar men wil, binnen een van de woningmarktgebieden; voorwaarde hiervoor een gedifferentieerd woningaanbod, met verschillende woningtypen, prijsklassen, woonmilieus en "woonwerelden". Een tweede belangrijke ambitie is de betaalbaarheid van het wonen. Het realiseren van voldoende betaalbaar woningaanbod heeft prioriteit. Dit te bewerkstelligen via efficiënter benutten van de voorraad en selectief toevoegen van nieuwbouw. Duurzaamheid is het derde speerpunt. Dit geldt met name verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, gericht op een lager energiegebruik en verbetering van de bruikbaarheid. Een laatste beleidsuitgangspunt betreft de versterking van de samenhang wonen-welzijn-zorg, gericht op waarborging/bevordering van de zelfredzaamheid van de (Til)burgers, mede op grond van een (beter) levensloopbestendige woningvoorraad en -omgeving. Om meer aansluiting te vinden bij de huidige en toekomstige woonbehoeften/klantvraag wordt gebruik gemaakt van een woonmilieutypologie.

Hierbij wordt primair –naar analogie van de rijksoverheid– onderscheid gemaakt naar vijf woonmilieus, namelijk: Centrum-stedelijk, Stedelijk-buiten-centrum, Groen-Stedelijk, (Centrum-)Dorps en Landelijk, daarbij is –ook in díe volgorde– sprake van een afnemende woningdichtheid en nabijheid c.q. toegang tot voorzieningen, resp. (OV)bereikbaarheid. Deze indeling wordt waar nodig binnengemeentelijk verbijzonderd en/of verbonden met leefstijlkenmerken c.q. "woonwerelden" van bewoners. Planspecifiek In Nederland blijft de bevolking volgens prognoses van het Centraal Bureau voor Statistiek tot 2030 groeien, daarna is het onzeker. De bevolking in Tilburg groeit naar verwachting door tot 2040, waarbij ook in Tilburg de groei door geboorte afneemt en de groei door binnen- en buitenlandse migratie toeneemt. De woningbehoefte groeit zelfs harder door het toenemend aantal eenpersoonshuishoudens. Studenten maken onder andere deel uit van het aantal eenpersoonshuishoudens. In de omgeving Kennis-as (Universiteit -Spoorzone) is een toenemende behoefte aan huisvesting voor (internationale) studenten. De gemeente Tilburg streeft naar voldoende beschikbare studentenwoonruimten. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan voldoende woonruimte voor studenten in de nabijheid van de universiteit.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

17

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Planspecifiek De bouwhoogte neemt in onderhavig plan met ca. 6m toe ten opzichte van de huidige situatie tot een hoogte van ca. 23m.

Derhalve dient het plan getoetst te worden op de lokale effecten van de hoogbouw. Er dient daarbij ingegaan te worden op het gebiedsprofiel en het projectprofiel In het gebiedsprofiel wordt het plangebied in zijn stedelijke context beschreven. In het projectprofiel wordt nader ingegaan op het project zelf. Navolgend vindt deze toetsing plaats. Gebiedsprofiel Ruimtelijke oriëntatie Het gaat bij onderhavig initiatief om de aanpassing van een bestaand pand. Daarmee tast het initiatief de oriëntatie in de stad niet aan. Wel accentueert de optopping van het gebouw het oorspronkelijke pand, wat bijdraagt aan de herkenbaarheid. Dit bevordert de leesbaarheid van de stad. Silhouet/skyline In het kader van het silhouet/de skyline van Tilburg dienen alleen hoogbouwinitiatieven van 35 m en hoger beschouwd te worden. Voorliggend plan betreft geen zodanig initiatief. Inpassing in omgeving In toelichting paragraaf 3.3.2 is aangetoond dat de beoogde planontwikkeling geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving. Daarbij is bij het ontwerp van de aanpassingen aan het pand zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de huidige architectuur. Het bestaande pand wijkt al in maat en schaal af van de directe omgeving. Deze afwijking wordt niet significant versterkt met voorliggend plan.

Verder blijkt uit toelichting paragraaf 4.3.1 dat het plan geen afbreuk doet aan cultuurhistorische waarden. Draagvlak en functiemenging Er wordt beoogd enkele publieke voorzieningen mogelijk te maken in de kelder en plint van het gebouw. Omdat er tevens studentenwoningen in het gebouw zijn beoogd is er sprake van functiemenging, wat als wenselijk gezien wordt. Daarbij leveren de nieuwe studentenwoningen een positieve bijdrage aan het

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

18

draagvlak voor vervoersknooppunten, zoals station Tilburg Universiteit, en voor de voorzieningen in de omgeving. Projectprofiel Windhinder Vanwege het realiseren van hoogbouw aan de Prof. Verbernelaan 35 te Tilburg is door SIMSTUDIO een windhinderonderzoek uitgevoerd (23 juni 2020, zie bijlage 1) Aan de hand van de NEN8100 is inzicht verschaft in het windklimaat op straatniveau. Uit het onderzoek zijn de volgende conclusies naar voren gekomen. De kwaliteitsklasse rondom het gebouw is klasse A en gedeeltelijk klasse B, beide zijn een goed windklimaat voor doorlopen. Tussen de twee hoge gebouwen ten zuiden van het onderzochte gebouw treedt een verhoogde windsnelheid op welke effect heeft op het windklimaat ten oosten van het gebouw. De wind die voornamelijk vanuit de richting Zuid-Zuid-West tot West-Zuid-West wordt door de voorliggende en achterliggende laagbouw en begroeiing ‘omhoog’ gehouden. De hoogbouw ten zuiden heeft nauwelijks effect op de directe omgeving van het onderzochte gebouw. Er kan gesteld worden dat er een goed windklimaat verwacht wordt rondom de ontwikkeling. Er treedt geen windgevaar op rondom het onderzochte gebouw op Professor Verbernelaan 35. Schaduwwerking Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Buro SRO een bezonningsstudie opgesteld (26 maart 2020, zie bijlage 2).

Hierin is bekeken wat de effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling op het gebouw zelf en op de omliggende bebouwing. In deze bezonningsstudie is aangesloten op de zogenaamde 'Haagse-norm'. Uit de bezonningsstudie zijn de volgende conclusies naar voren gekomen. Woningen aan de professor Verbernelaan Voor de woningen aan de Professor Verbernelaan, welke direct ten westen naast de planlocatie zijn gelegen, treedt er geen verslechtering op. De bezonningssituatie voor deze woningen blijft ongewijzigd. Woningen aan de Martinitorenstraat Voor de woningen aan de Martinitorenstraat ontstaat er een beperkte verslechtering. In de ochtend in de maanden februari, maart, september en oktober krijgt een aantal woningen schaduw op hun voorgevel door de nieuwbouwontwikkeling. Vanaf 12.00 uur is de schaduw volledig verdwenen en is de situatie weer vergelijkbaar met de bestaande situatie. De voorgevel van deze woningen voldoet daarmee ruimschoots aan de Haagse-norm gezien deze gevel meer dan twee uur zon per dag krijgt. Woningen en wijkgebouw aan de Westertorenlaan De woningen gelegen aan de Westertorenlaan ondervinden geen extra schaduwwerking van de nieuwbouwontwikkeling aan de Professor Verbernelaan. De bezonningssituatie voor deze woningen blijft ongewijzigd. Voor het wijkgebouw wijzigt de situatie wel.

In de maanden februari, maart en oktober treedt er een beperkte verslechtering op vanaf 9.00 uur ‘s ochtends tot ca. 14.30 uur. In september treedt er een zeer beperkte verslechtering op vanaf 13.30 uur tot ca. 15.00 uur in de middag. Al met al voldoet de gevel daarmee ruimschoots aan de Haagse-norm gezien deze meer dan twee uur zon per dag krijgt Woningen aan de schreierstorenstraat De appartementen gelegen aan de Schreierstorenstraat ondervinden in zeer beperkte mate extra schaduwwerking van de nieuwbouwontwikkeling. De eerste drie bouwlagen ondervinden een zeer beperkte schaduwwerking in de maanden februari en oktober vanaf ongeveer 14.00 uur tot 16.00 uur. De gevels van deze appartementen voldoen daarmee ruimschoots aan de Haagse-norm gezien deze gevels meer dan twee uur zon per dag krijgen.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

19

Geconcludeerd kan worden dat met de beoogde ontwikkeling voldaan wordt aan de Haagse normen en dat de schaduwwerking van het gebouw geen belemmeringen veroorzaakt. Uitzicht Het verhogen van het gebouw met ca. 4,5 m heeft nauwelijks invloed op de uitzichten van de omliggende gebouwen. Tussen de woningen aan de Martinitorenstraat en de beoogde appartementen is een groenstrook met bomen aanwezig waardoor met het verhogen van het gebouw het uitzicht niet verder belemmerd wordt. De woningen aan de Schreierstorenstraat kijken in zuidelijke richting uit op het gebouw. Deze woningen kijken echter ook uit op het achtergelegen hogere flatgebouw. Gesteld kan worden dat het uitzicht niet verder belemmerd wordt. Privacy Aan de westzijde van het gebouw bevinden zich aan de Martinitorenstraat op een afstand van ca. 17 m woningen. Hiermee wordt niet voldaan aan de gestelde afstand van 25 m in de handreiking hoogbouw van de gemeente Tilburg. De rij bomen tussen de nieuwe appartementen en woningen zorgt ervoor dat er voldoende privacy is. De appartementen in het flatgebouw ten zuiden zijn niet gericht op de nieuwe appartementen. Hiermee is de privacy voldoende geborgd. Schaalsprong Rond het plangebied is zowel hoogbouw als laagbouw aanwezig. Ten zuiden van het plangebied zijn flats gesitueerd met een bouwhoogte van 30 tot 75 m. Het ophogen van het gebouw met ca.

4,5 m zal geen negatieve effecten hebben op de omgeving. Plint/openbare ruimte/openbaar groen In de plint van het gebouw is ruimte voor publieke functies op het gebied van onderwijs, maatschappelijk werk, sport en/of bedrijfsleven. Deze functies in de plint zullen de omgeving en de openbare ruimte levendiger maken waardoor de kwaliteit van de omgeving zal verbeteren. Verkeer en parkeren In toelichting paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren. Ruimtelijke kwaliteit De hoofdvorm van het gebouw blijft behouden. Voor de bovenbouw wordt er gebruik gemaakt van licht gevelmateriaal in de kleur rood (bijv. aluminium gevelbeplating, rockpanel of stucwerk). Het gebouw wordt opgeknapt en ondergaat een kwaliteitsverbetering. Tevens wordt de achtergelegen parkeerplaats heringericht met meer groen. Gesteld kan worden dat de ruimtelijke kwaliteit verbeterd wordt. 4.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd.

Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

20

4.3.1 Cultuurhistorie Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Ruimtelijke plannen zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Planspecifiek Rond de jaren twintig van de twintigste eeuw vond een langzame toename aan bebouwing plaats in de omgeving van het plangebied. Met name langs de Bredaseweg werd veel gebouwd. Echter bestond de omgeving van het plangebied tot ver in de jaren vijftig uit agrarische gronden. In de jaren zestig is het gebied veranderd in een woonwijk. Het gebouw aan de Professor Verbernelaan 35 is geen gemeentelijk of rijksmonument. De dichtstbijzijnde monumenten bevinden zich aan de Professor Cobbenhagenlaan 17-19 en Academielaan 9 ten noorden van het plangebied. Het betreft een de 'Studentenkerk Maranatha' en het 'Voormalig Studentenhuis en Mensa'. De beoogde transformatie van het gebouw aan de Professor Verbernelaan 35 heeft verder geen invloed op de cultuurhistorische waarden van de monumenten in de omgeving.

De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op cultuurhistorische waarden. 4.3.2 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Planspecifiek Uit de plankaart van het vigerende bestemmingsplan blijkt dat het plangebied niet wordt aangemerkt als verwachtingsgebied voor archeologische waarde. Bovendien is er voor de beoogde transformatie van het voormalige datacentrum geen sprake van werkzaamheden waarbij de grond geroerd zal worden.

Het aspect archeologie is derhalve niet van belang en vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling aan de Professor Verbernelaan 35 in Tilburg.

4.4 Groen en speelruimte 4.4.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2017 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg.

de Reit 2007, 5e herziening (Prof. Verbernelaan 35)

21

Bomenverordening De Bomenverordening Tilburg 2017 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant.

Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen. Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9944648/1