CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 1b - Technische verantwoording

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte14.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 2

TECHNISCHE VERANTWOORDING TRANSITIEVISIE WARMTE Dit document bevat de technische verantwoording van berekeningen die ten grondslag liggen aan de totstandkoming van de Transitievisie Warmte. Diverse onderzoeken zijn uitgevoerd om de in de uitgangspunten opgenomen besliscriteria te kwantificeren. Vervolgens zijn de resultaten gebruikt voor een Multi Criteria Analyse (MCA). Deze MCA geeft inzicht in het meest passende aardgasvrije alternatief per zone. Het opgestelde huishoudboekje is vervolgens gebruikt om inzicht te krijgen in de haalbaarheid van het meest passende aardgasvrije alternatief. In dit verantwoordingsdocument wordt toegelicht welke gegevens en methoden ten grondslag liggen aan de berekeningen (Hoofdstuk 1). Ook is toegelicht hoe de MCA is opgebouwd en wat de resultaten zijn (Hoofdstuk 2). Het Huishoudboekje is toegelicht in Hoofdstuk 3. Verder is een berekening gemaakt van het verwachte effect van de acties uit deze Transitievisie Warmte op de CO�-uitstoot in Tilburg (Hoofdstuk 4). De gebruikte kentallen voor de modelberekeningen zijn onderaan dit document bijgevoegd.

1. GEBRUIKTE CRITERIA MCA 1.1 CO2-uitstoot 1.1.1 Methode Voor het berekenen van de CO�-winst in 2030 wordt eerst het energieverbruik (gas, elektriciteit en warmte) berekend in 2017 en 2030. Vervolgens wordt de CO�-uitstoot berekend behorend bij dat energieverbruik in het zichtjaar. Ten slotte wordt het verschil bepaald. 1.1.2 Aanpak 2017 De CO�-uitstoot voor woningen wordt bepaald door het gemiddelde aardgasverbruik voor woningen op te halen uit CBS-data. Voor het elektriciteitsverbruik wordt uitgegaan van het CBS gemiddelde, tenzij er geen data beschikbaar is. In dat geval wordt gebruik gemaakt van theoretische waardes. Voor buurten zonder stadsverwarming wordt dezelfde aanpak gehanteerd als voor elektriciteit. Voor buurten met 1 tot 75% stadsverwarming wordt het gemiddelde gasverbruik gecorrigeerd voor het aandeel stadsverwarming. Voor buurten met meer dan 75% stadsverwarming wordt uitgegaan van kentallen voor de warmtevraag. In deze buurten wordt het gemiddelde gasverbruik als niet betrouwbaar gezien, omdat het gemeten is voor slechts een kleine selectie woningen uit de wijk. Voor warmte wordt uitgegaan van dezelfde regels als gasvraag. Hierin zit dus de aanname dat woningen in dezelfde buurt een vergelijkbare vraag hebben naar ruimteverwarming en warm tapwaterbereiding.

De CO�-uitstoot voor utiliteiten wordt bepaald door de functionele energievraag in te schatten op basis van het vloeroppervlakte per type utiliteit in de BAG en kentallen voor de energievraag per type per m�. Voor elektriciteit wordt de functionele energievraag omgerekend naar werkelijke elektriciteitsvraag door middel van rendementen. Voor utiliteit wordt aangenomen dat hetzelfde percentage van de buurt is aangesloten op een warmtenet als de woningen in die buurt. De warmtevraag van utiliteiten wordt dus ook op dezelfde wijze verdeeld over vraag naar HT-warmte en vraag naar aardgas. Bij het omrekenen van functionele vraag naar werkelijk verbruik wordt uitgegaan van rendementen. 2030 Met behulp van het CEGOIA rekenmodel van CE-Delft is het energieverbruik voor verschillende warmtetechnieken per energiedrager bepaald. Dit is afhankelijk van het isolatieniveau. Vervolgens is het gemiddelde verbruik per woning vermenigvuldigd met het aantal woningen of woningequivalenten (150 m� utiliteitsbouw) in de buurt. Zie de CEGOIA gebruikershandleiding voor meer informatie over het rekenmodel en de isolatieniveaus. 1.1.3 Resultaat Het resultaat is het verschil in CO�-uitstoot tussen 2030 en 2017.

1

Er zijn enkele aandachtspunten bij het interpreteren van de data. 1. De hybride warmtepomp op ventilatielucht is niet in alle buurten beschikbaar. Er moet een ventilatiekanaal aanwezig zijn in de woning. Er wordt verondersteld dat dit aanwezig is bij woningen met minimaal schillabel C. 2. De HR-ketel wordt niet doorgerekend in buurten die momenteel een gemiddeld schillabel A+ hebben. Dit geldt voor één buurt in Tilburg. 3. De uitstoot in 2030 is gebaseerd op 100% adaptatie van de genoemde techniek. Dus ook de panden die momenteel verwarmd worden met stadsverwarming worden verondersteld over te gaan op de techniek. Dit heeft tot gevolg dat de CO�-winst bij overschakeling op de HR-ketel in sommige buurten negatief is. Als alle woningen in die wijk overschakelen op de HR-ketel, dan stijgt de CO�-uitstoot. Voor buurten met meer dan 75% stadsverwarming wordt daarom n.v.t. weergegeven. 4. De uitstoot van buurten waarin géén transitie naar een andere warmtetechniek wordt gemaakt, zal naar verwachting toch dalen, omdat de emissie van de energiedragers daalt. Door opwek van duurzame elektriciteit en productie van groengas, daalt de emissie per gebruikte eenheid. 5. Het elektriciteitsverbruik bestaat uit elektriciteitsverbruik voor de warmtevoorziening én andere toepassingen. Dus ook voor verlichting en apparatuur.

1.2 Nationale kosten

De nationale kosten zijn berekend met het CEGOIA rekenmodel van CE-Delft. Zie de CEGOIA Gebruikershandleiding voor een toelichting op de rekenmethode.

1.3 Eindgebruikerskosten 1.3.1 Wat zijn eindgebruikerskosten De eindgebruikerskosten zijn alle kosten die een eigenaar bewoner betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dit zijn investeringskosten voor het aanschaffen en gebruiken van installaties en isolatie en doorlopende kosten voor energie en onderhoud. De totale kosten kunnen verder verrekend worden naar jaarlijkse kosten. De jaarlijkse kosten die gepaard gaan met investeringen in isolatie en installaties (zoals afschrijvings- en rentekosten) worden berekend op basis van de marktrente die voor de eindgebruiker van toepassing is. De jaarlijkse kosten kunnen gebruikt worden voor het afwegen van verschillende warmtetechnieken ten opzichte van elkaar. Op basis van eindgebruikerskosten kan een discussie worden gevoerd over de betaalbaarheid van de energietransitie voor specifieke eindgebruikers. Onderstaande figuur geeft een overzicht weer van de relevante kostenposten voor de eindgebruiker. Globaal gezien zijn er investeringen, doorlopende kosten, mogelijke subsidies en belastingen.

Figuur 1: schematische opbouw eindgebruikerskosten 2

1.3.2 Input In een eerste stap vertrekt de berekening van standaard woningtypes. We gaan uit van vier woningtypen (appartement, rijwoning, 2 onder 1 kap en vrijstaand) en zes bouwjaar categorieën (voor 1946, 1946-1964, 1965-1974, 1975-1991, 19922005, na 2005). Alle woningen in Tilburg worden ingedeeld op basis van de BAG in één van deze categorieën. Op pandniveau wordt de data verrijkt met oppervlaktes en energielabels. De warmtevraag van een woning wordt berekend met kentallen afkomstig uit een studie uitgevoerd door Merosch. De RVO heeft in 2011 voorbeeldtype woningen opgesteld. De standaard woningtypes omvatten oppervlaktedata en energielabels. Deze gegevens worden gebruikt voor het berekenen van de isolatiekosten en het aanvullen van missende data, bijvoorbeeld als er geen energielabel bekend is. N.B. De hierboven beschreven input is door CE-Delft gehanteerd bij het bepalen van de eindgebruikerskosten. Hierbij wordt uitgegaan van een geschat energiegebruik. Finance Ideas heeft bij het opstellen van het huishoudboekje toegang gekregen tot werkelijke verbruikscijfers afkomstig van CBS. Om een nauwkeurigere uitkomst te borgen zijn in een later stadium de geschatte verbruikscijfers vervangen door de werkelijke verbruikscijfers. Zie Hoofdstuk 6 voor een toelichting op de gebruikte methodiek bij het opstellen van het huishoudboekje.

1.3.3 Methodiek De berekeningen bestaat in grote lijnen uit drie stappen; het berekenen van kosten op basis van het standaard woningtype, het berekenen van de kosten op pandniveau voor een specifieke woning, het berekenen van de totale jaarlijkse kosten. Deze drie stappen worden hieronder verder toegelicht. Stap 1. Kostenposten standaard woningtype Voor elk standaard woningtype worden per warmtetechniek de kostenposten geïdentificeerd. Hieruit komen standaard woningtype specifieke kosten voor elke warmtetechniek: Investeringskosten • Eenvoudige investeringskosten die voor elk gebouw van dat type hetzelfde zijn. Bijvoorbeeld: aanschafprijs en installatiekosten van een warmtepomp • Investeringen afhankelijk van het energielabel van de woning. Bijvoorbeeld: Een recente (of) goed geïsoleerde woning heeft geen nieuwe isolatieaanpassingen nodig. • Investeringskosten relatief aan het woningoppervlak. Bijvoorbeeld: lage temperatuurverwarming en isolatiemaatregelen zijn afhankelijk van de grootte van de woning. Doorlopende kosten • Eenvoudige doorlopende kosten die voor elk gebouw van dat woningtype hetzelfde zijn. Bijvoorbeeld: vastrecht warmte en andere energietarieven • Periodieke kosten relatief aan het woningoppervlak.

Bijvoorbeeld: energiekosten voor koeling (de koelvraag die ontstaat bij het isoleren van een woning is immers afhankelijk van de grootte/oppervlakte van de woning) • Periodieke kosten relatief aan het huidige gasverbruik. Bijvoorbeeld: energiekosten warmte zijn gerelateerd aan de warmtevraag (gasverbruik) die de woning nu heeft. • Periodieke kosten relatief aan het woninglabel. Bijvoorbeeld: Een woning met een label G heeft na isolatie tot label B een sterk gereduceerde warmtevraag. Dit leidt uiteindelijk tot een sterke verlaging van de energiekosten. Stap 2. Berekening kosten voor een specifieke woning Op woningniveau worden de investeringskosten en doorlopende kosten bepaald voor elke warmtetechniek. Eerst wordt het overeenkomstige standaard woningtype geselecteerd en vervolgens worden afhankelijk van energielabel, woningoppervlak en de berekende warmtevraag de bovengenoemde kosten verrekend. Stap 3. Berekening jaarlijkse kosten van de warmtetechniek per woning Op basis van de investeringen en doorlopende kosten worden de jaarlijkse kosten berekend per techniek. De investeringen worden verrekend door middel van marktrentevoeten over de gerelateerde afschrijftermijnen. Op basis van deze jaarlijkse kosten kunnen de technieken vervolgens met elkaar vergeleken worden.

3

1.3.4 Aannames Voor het berekenen van de eindgebruikerskosten zijn aannames gedaan over het isolatieniveau waar de eigenaar bewoner zijn huis naar isoleert. We gaan uit van twee isolatieniveaus op basis van een studie naar de kosten van isolatiemaatregelen uitgevoerd door Merosch in 2020 in opdracht van CE Delft. MT niveau, met een warmtevraag van 70 W/m� De woning kan worden verwarmd met een warmtebron met een aanvoer temperatuur van ± 70°C. LT niveau met een warmtevraag van 50 W/m� De woning kan worden verwarmd met een warmtebron met een aanvoertemperatuur van ≤ 50°C. Voor de eindgebruikerskosten voor de eigenaar bewoner gaan we uit van het minimale isolatieniveau per techniek. In de praktijk kan een bewoner zelf de keuze maken voor verdergaande isolatie, wanneer dit rendabel of wenselijk is. Isoleren naar LT-niveau: Warmtepomp (lucht en bodem), LT-warmtenet Isoleren naar MT-niveau: MT-warmtenet Geen (extra) isolatie: HR-ketel, Hybride warmtepomp1, HT-warmtenet 1.3.5 Resultaten De eindgebruikerskosten zijn op pandniveau berekend en vervolgens zijn gemiddelden voor bepaalde categorieën genomen. Omdat de gemiddelden over de woningen wordt bepaald, is het een gewogen gemiddelde. 1.3.6 Disclaimer De berekeningen bevatten inschattingen/aannames en veralgemeniseringen.

Ze zijn een indicatie van de kosten gekoppeld aan de omschakeling naar een alternatieve verwarmingstechniek en mogen geenszins beschouwd worden als een vaste waarde. Iedere woning is uniek en zal dus in bepaalde mate afwijken van de standaardwoningtypes die gehanteerd zijn. • Woningaanpassingen/isolatiemaatregelen zonder dat deze in een nieuw verbeterd energielabel zijn vastgelegd worden niet in rekening gebracht. • Er worden geen utiliteiten meegenomen. De karakteristieken van ieder utiliteitsgebouw zijn uniek en dus moeilijk te veralgemenen zoals bij de woningen met standaard woningtypes is gebeurd. • Recent gebouwde woningen zijn goed geïsoleerd maar worden soms nog op hoge temperatuur verwarmd. Bij omschakeling naar lage temperaturen zijn ook in recente woningen aanpassingen nodig naar LT verwarming, bijvoorbeeld aanpassing van het afgiftesysteem Dit is nu niet meegenomen in de berekeningen. • Maatwerk voor de installatie van ventilatie is erg afhankelijk van de inrichting van de woning en is niet meegenomen in de kostenberekening. Dit wordt ook in de Merosch studie, die als bron voor de isolatiemaatregelen dient, niet meegenomen.

1. Het aandeel warmte dat geleverd wordt door elektriciteit en door gas is afhankelijk van het schillabel van de woning.

4

1.4 Aanwezigheid warmtebronnen en ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

In onderstaande tabel is per aardgasvrij alternatief aangegeven welke criteria zijn gebruikt om te bepalen of deze positief, neutraal of negatief scoort. Ook is gemotiveerd waarom dit het geval is. TABEL 1: MOTIVATIE CRITERIA ‘AANWEZIGHEID WARMTEBRONNEN’ EN ‘RUIMTELIJKE INPASSINGSMOGELIJKHEDEN’ Aardgasvrij alternatief

Aanwezigheid warmtebronnen (niet / gering / sterk)

Ruimtelijke inpassings-mogelijkheden (weinig / gemiddeld / veel)

HR-ketel

Motivatie Motivatie Een gasnet is noodzakelijk om gebruik te maken Aanleg van nieuwe gasnetten is ongewenst. van deze optie. Zonder gasnet is de warmtebron niet naar de woning te transporteren. Scores • Voor buurten zonder gasnet, score ‘niet’ • Voor buurten waar een deel is aangesloten op het gasnet, score ‘gering’ • Voor buurten met gasnet, score ‘sterk’

Scores • Voor buurten zonder gasnet, score ‘weinig’ • Voor buurten waar een deel is aangesloten op het gasnet, score ‘gering’ • Voor buurten met gasnet, score ‘veel’

Hybride warmtepomp buitenlucht

Motivatie Ventilatielucht/buitenlucht is overal aanwezig

&

De zonpotentie per buurt (opwekpotentie in kWh/jaar afgezet tegen warmtevraag) geeft aan in hoeverre een buurt in staat is om de benodigde elektriciteit lokaal op te wekken. Kanttekening: opslag is hierin niet meegenomen.

Motivatie Minder geschikt in buurten met hoge bebouwingsdichtheid i.v.m. geluidsoverlast en uitbreiding elektra-infrastructuur.

Warmtepomp buitenlucht

Warmtepomp bodem

Scores Voor alle buurten score, ‘sterk’, tenzij: • Buurten met een lage zonpotentie (<3.000 kWh), score ‘niet’ • Buurten met een gemiddelde zonpotentie (3.000-5.000 kWh), score ‘gering’ • Buurten met een hoge zonpotentie (>5.000 kWh), score ‘sterk’

Scores • Voor buurten met een lage bebouwingsdichtheid (<25 woningequivalenten /ha), score ‘veel’ • Voor buurten met een gemiddelde bebouwingsdichtheid (25-60 woningequivalenten / ha), score ‘gemiddeld’ • Voor buurten met een hoge bebouwingsdichtheid (>60 woningequivalenten /ha), score ‘weinig’

Motivatie Ondiepe bodemwarmte is overal aanwezig. Echter, door mogelijk aanstaand provinciaal verbod op bodemlussen in praktisch de gehele gemeente is deze optie wellicht niet mogelijk.

Motivatie Minder geschikt in buurten met een gemiddelde/hoge bebouwingsdichtheid i.v.m. ruimtegebrek voor bodemlussen. Door graafwerkzaamheden in tuinen is het ook voor buurten met een lage bebouwingsdichtheid geen ideale oplossing.

De zonpotentie per buurt (opwekpotentie in kwh/jaar afgezet tegen warmtevraag) geeft aan in hoeverre een buurt in staat is om de benodigde elektriciteit lokaal op te wekken. Kanttekening: opslag is hierin niet meegenomen. Scores Voor alle buurten score ‘gering’, tenzij: • Buurten met een lage zonpotentie (<3.000 kWh), score ‘niet’ • Buurten met een gemiddelde of hoge zonpotentie (>3.000 kWh), score ‘gering’

Scores • Voor buurten met een hoge of gemiddelde bebouwingsdichtheid (>25), score ‘weinig’ • Voor buurten met een lage bebouwingsdichtheid (<25), score ‘gemiddeld’ 5

Warmtenet HT

Warmtenet MT

Warmtenet LT

Motivatie Het Amernet kan HT-warmte leveren. Om een buurt aan te sluiten dient de buurt wel dicht bij het bestaande net te liggen. Kanttekening: het doel is om de temperatuur stapsgewijs te verlagen naar MT. Hierdoor kunnen meer gebouwen gebruik maken van dezelfde hoeveelheid warmte. Een HT oplossing is dus niet ideaal.

Motivatie Om een warmtenet te kunnen aanleggen is voldoende ruimte in de ondergrond benodigd. In buurten die voor 1940 zijn gebouwd is deze ruimte vaak beperkt omdat de straatprofielen zijn gebaseerd op een tijd dat de auto nog niet het straatbeeld beheerste. Buurten die later zijn gebouwd hebben bredere straatprofielen, maar i.v.m. de drukte in de ondergrond is de aanleg van nieuwe warmtenetten altijd een uitdaging.

Scores • Buurten waar het Amernet al ligt, of aangrenzende buurten, score ‘sterk’ • Buurten aangrenzend aan een ‘sterke buurt’, score ‘gering’ • Overige buurten, score ‘niet’

Scores • Buurten met een bouwjaar <1940, score ‘weinig’ • Buurten met een bouwjaar ≥1940, score ‘gemiddeld’

Motivatie Het Amernet kan MT-warmte leveren. Om een buurt aan te sluiten dient de buurt wel dicht bij het bestaande net te liggen.

Motivatie Om een warmtenet te kunnen aanleggen is voldoende ruimte in de ondergrond benodigd. In buurten die voor 1940 zijn gebouwd is deze ruimte vaak beperkt omdat de straatprofielen zijn gebaseerd op een tijd dat de auto nog niet het straatbeeld beheerste. Buurten die later zijn gebouwd hebben bredere straatprofielen, maar i.v.m. de drukte in de ondergrond is de aanleg van nieuwe warmtenetten altijd een uitdaging.

Scores • Buurten waar het Amernet al ligt, of aangrenzende buurten, score ‘sterk’ • Buurten aangrenzend aan een ‘sterke buurt’, score ‘gering’ • Overige buurten, score ‘niet’

Scores • Buurten met een bouwjaar <1940, score ‘weinig’ • Buurten met een bouwjaar ≥1940, score ‘gemiddeld’

Motivatie Sterk voor alle buurten omdat LT warmte veel beschikbaar is in verschillende vormen (o.a. aquathermie, LT restwarmte)

Motivatie Om een warmtenet te kunnen aanleggen is voldoende ruimte in de ondergrond benodigd. In buurten die voor 1940 zijn gebouwd is deze ruimte vaak beperkt omdat de straatprofielen zijn gebaseerd op een tijd dat de auto nog niet het straatbeeld beheerste. Buurten die later zijn gebouwd hebben bredere straatprofielen, maar i.v.m. de drukte in de ondergrond is de aanleg van nieuwe warmtenetten altijd een uitdaging.

Scores • ‘Sterk’ voor alle buurten

Scores • Buurten met een bouwjaar <1940, score ‘weinig’ • Buurten met een bouwjaar ≥1940, score ‘gemiddeld’

6

MULTI CRITERIA ANALYSE 2.1 Methodiek

De Multi Criteria Analyse bestaat uit drie stappen. Stap 1. Ordenen van gegevens De gegevens van de vijf criteria worden op een overzichtelijke manier geordend. Alle buurten die in een zone vallen worden onder elkaar gezet. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde per zone berekend. TABEL 2: VOORBEELD ORDENING VAN GEGEVENS CO2 (kg)

Kosten (€)

Techniek 1

Inpassingsmogelijkheden (+/0/-)

112

1.947

+

Techniek 2

87

2.638

0

Techniek 3

351

2.019

-

Stap 2. Standaardisatie Om de criteria met elkaar te kunnen vergelijken worden de waardes gestandaardiseerd. De slechtste waarde krijgt een 0, de beste waarde krijgt een 1. De overige waarden krijgen naar rato een waarde tussen 0-1. TABEL 3: VOORBEELD STANDAARDISATIE CO2 (0-1)

Kosten (0-1)

Inpassingsmogelijkheden (0-1)

Techniek 1

0,09

1,00

1,00

Techniek 2

1,00

0,00

0,50

Techniek 3

0,00

0,90

0,00

Stap 3. Weging De laatste stap is het wegen van de criteria ten opzichte van elkaar. In scenario’s kan ervoor worden gekozen om verschillende wegingen toe te passen. Zo is in onderstaande tabel scenario 1 als volgt opgebouwd: CO� telt voor 50% mee, kosten voor 30% en inpassingsmogelijkheden voor 20%. De techniek met de hoogste waarde scoort in dat scenario het beste. Om de leesbaarheid te vergroten zijn kleurenschalen toegevoegd. Scenario 1: 50/30/20

Scenario 2: 33/33/33

Scenario 3: 30/60/10

Techniek 1

0,55

0,70

0,73

Techniek 2

0,60

0,50

0,35

Techniek 3

0,27

0,30

0,54

In de uitgevoerde MCA zijn vijf scenario’s doorgerekend. Onderstaande tabel toont de scenario’s en bijbehorende weging. Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikers kosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

0%

100%

0%

0%

0%

40%

15%

15%

15%

15%

Scenario 2: CO� en eindgebruikerskosten

27,5%

15%

27,5%

15%

15%

Scenario 3: Eindgebruikerskosten

15%

15%

40%

15%

15%

20%

20%

20%

20%

20%

Scenario 0: Nationale kosten Scenario 1: CO�

Scenario 4: gelijke verdeling

7

2.2 Resultaten

Per zone, met uitzondering van zone 1, zijn de resultaten en onderliggende gegevens weergegeven. Allereerst een tabel met de brondata afkomstig uit de rekenmodellen. De tweede tabel toon de gestandaardiseerde waardes. De derde tabel toont de resultaten van de MCA waarbij vijf scenario’s zijn doorgerekend. In het 0-scenario is alleen rekening gehouden met de nationale kosten, gezien de opdracht vanuit het klimaatakkoord om in principe te kiezen voor de oplossing met de laagste nationale kosten. De overige scenario’s wegen de criteria op een verschillende manier. Zone 1 Voor deze zone is geen MCA uitgevoerd, want het overgrote deel van de gebouwen is al aangesloten op de stadsverwarming en is dus al aardgasvrij. Zone 2

Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikerskosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

kg/woning/jaar

€/woning/jaar

€/woning/jaar

0-1

0-1

1.090

1.529

1.244

0,74

0,74

2.104

1.614

1.146

0,40

0,68

4.011

2.163

3.543

0,40

0,49

3.919

1.942

3.472

0,40

0,68

3.633

1.786

2.806

0,78

0,94

Warmtenet Warmtenet MT

4.061

1.677

3.757

0,78

0,94

Warmtenet LT

4.110

1.877

4.262

1,00

0,94

Groen gas

All electric

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem Warmtepomp buitenlucht Warmtenet HT

Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikerskosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

0-1

0-1

0-1

0-1

0-1

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

0,00

1,00

0,97

0,74

0,74

0,34

0,87

1,00

0,40

0,68

0,97

0,00

0,23

0,40

0,49

Warmtepomp buitenlucht

0,94

0,35

0,25

0,40

0,68

Warmtenet HT

0,84

0,59

0,47

0,78

0,94

Warmtenet Warmtenet MT

0,98

0,77

0,16

0,78

0,94

Warmtenet LT

1,00

0,45

0,00

1,00

0,94

Scenario 0: Nationale kosten

Scenario 1: CO2

0/100/0/0/0

40/15/15/15/15

27,5/15/27,5/15/15/15

15/15/40/15/15

20/20/20/20/20

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

1,00

0,52

0,64

0,76

0,69

0,87

0,58

0,66

0,74

0,66

0,00

0,56

0,46

0,37

0,42

Warmtepomp buitenlucht

0,35

0,63

0,54

0,46

0,52

Warmtenet HT

0,59

0,75

0,71

0,66

0,72

Warmtenet Warmtenet MT

0,77

0,79

0,69

0,59

0,73

Warmtenet LT

0,45

0,76

0,63

0,51

0,68

Groen gas

All electric

Groen gas

All electric

Scenario 2: Scenario 3: CO2 en eindgebruikerskosten Eindgebruikerskosten

Scenario 4: Gelijke verdeling

Zone 3

Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikerskosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

kg/woning/jaar

€/woning/jaar

€/woning/jaar

0-1

0-1

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

1.307

1.375

1.328

0,94

0,94

2.193

1.508

1.216

0,43

0,46

3.859

2.264

3.376

0,43

0,42

Warmtepomp buitenlucht

3.781

2.057

3.291

0,43

0,46

Warmtenet HT

3.526

1.730

2.883

0,37

0,67

Warmtenet Warmtenet MT

3.860

1.722

3.488

0,37

0,67

Warmtenet LT

3.884

2.227

4.072

1,00

0,67

Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikerskosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

0-1

0-1

0-1

0-1

0-1

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

0,00

1,00

0,96

0,94

0,94

0,34

0,85

1,00

0,43

0,46

0,99

0,00

0,24

0,43

0,42

Warmtepomp buitenlucht

0,96

0,23

0,27

0,43

0,46

Warmtenet HT

0,86

0,60

0,42

0,37

0,67

Warmtenet Warmtenet MT

0,99

0,61

0,20

0,37

0,67

Warmtenet LT

1,00

0,04

0,00

1,00

0,67

Groen gas

All electric

Groen gas

All electric

Scenario 0: Nationale kosten

Scenario 1: CO2

0/100/0/0/0

40/15/15/15/15

27,5/15/27,5/15/15/15

15/15/40/15/15

20/20/20/20/20

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

1,00

0,58

0,70

0,82

0,77

0,85

0,55

0,63

0,71

0,62

0,00

0,56

0,47

0,37

0,42

Warmtepomp buitenlucht

0,23

0,59

0,51

0,42

0,47

Warmtenet HT

0,60

0,65

0,60

0,54

0,58

Warmtenet Warmtenet MT

0,61

0,67

0,58

0,48

0,57

Warmtenet LT

0,04

0,66

0,53

0,41

0,54

Groen gas

All electric

Scenario 2: Scenario 3: CO2 en eindgebruikerskosten Eindgebruikerskosten

Scenario 4: Gelijke verdeling

Zone 4

Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikerskosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

kg/woning/jaar

€/woning/jaar

€/woning/jaar

0-1

0-1

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

1.592

1.951

1.685

1,00

1,00

2.731

1.990

1.542

0,82

0,92

4.766

2.730

5.013

0,82

0,46

Warmtepomp buitenlucht

4.656

2.522

4.948

0,82

0,92

Warmtenet HT

4.370

2.304

3.214

0,06

0,81

Warmtenet Warmtenet MT

4.742

2.326

4.519

0,06

0,81

Warmtenet LT

4.902

2.555

5.564

1,00

0,81

Groen gas

All electric

Verminderde CO2-uitstoot

Nationale kosten

Eindgebruikerskosten

Aanwezigheid warmtebronnen

Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden

0-1

0-1

0-1

0-1

0-1

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

0,00

1,00

0,96

1,00

1,00

0,34

0,95

1,00

0,82

0,92

0,96

0,00

0,14

0,82

0,46

Warmtepomp buitenlucht

0,93

0,27

0,15

0,82

0,92

Warmtenet HT

0,84

0,55

0,58

0,06

0,81

Warmtenet Warmtenet MT

0,95

0,52

0,26

0,06

0,81

Warmtenet LT

1,00

0,22

0,00

1,00

0,81

Scenario 0: Nationale kosten

Scenario 1: CO2

0/100/0/0/0

40/15/15/15/15

27,5/15/27,5/15/15/15

15/15/40/15/15

20/20/20/20/20

HR-ketel Hybride warmtepomp buitenlucht Warmtepomp bodem

1,00

0,59

0,72

0,84

0,79

0,95

0,69

0,77

0,86

0,81

0,00

0,60

0,49

0,39

0,48

Warmtepomp buitenlucht

0,27

0,69

0,60

0,50

0,62

Warmtenet HT

0,55

0,64

0,60

0,57

0,57

Warmtenet Warmtenet MT

0,52

0,63

0,54

0,45

0,52

Warmtenet LT

0,22

0,71

0,58

0,46

0,61

Groen gas

All electric

Groen gas

All electric

Scenario 2: Scenario 3: EindgeCO2 en eindgebruikerskosten bruikerskosten

Scenario 4: Gelijke verdeling

3. HUISHOUDBOEKJE 3.1 Methodiek

In de bijgevoegde procesbeschrijving is opgenomen hoe het huishoudboekje tot stand is gekomen en welke bronnen en methoden daarvoor zijn gebruik.

3.2 Resultaten Gemiddelde jaarlijkse energierekening (prijspeil 2020)

Gemiddelde jaarlijks investeringsbudget 2020 (prijspeil 2020)

Gemiddeld jaarlijks investeringsbudget 2030 (prijspeil 2030)

Zone 1

€1.771

€1.220

€1.487

Zone 2

€1.438

€1.283

€1.798

Zone 3

€1.485

€1.367

€1.961

Zone 4

€2.081

€1.725

€2.537

Verhouding tussen doorlopende kosten (OPEX) en investeringskosten (CAPEX) Zone 1 Groen gas

Warmtenet

Zone 4

CAPEX

OPEX

CAPEX

OPEX

CAPEX

83%

17%

84%

16%

86%

14%

67%

33%

67%

33%

70%

30%

Warmtepomp buitenlucht

21%

79%

21%

79%

20%

80%

Warmtepomp bodem

29%

71%

28%

72%

28%

72%

Warmtenet LT

40%

60%

40%

60%

38%

62%

Warmtenet MT

56%

44%

60%

40%

54%

46%

Warmtenet HT

63%

37%

65%

35%

67%

33%

Hybride warmtepomp buitenlucht ‘All electric’

Zone 3

OPEX

Hr-ketel

N.v.t. want geen MCA uitgevoerd.

Zone 2

4. EFFECT TRANSITIEVISIE WARMTE OP CO2-UITSTOOT

Het doel van dit hoofdstuk en onderliggende berekeningen is om een grove inschatting te maken van het effect van de verschillende strategieën uit de visie op de CO�-uitstoot. Naast de het verwachte effect van de visie zijn ook verwachte overige ontwikkelingen meegenomen in de berekening om een totaalbeeld voor de gebouwde omgeving te schetsen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de verwachte forse daling in CO�-uitstoot door een toename aan duurzame elektriciteit is gebaseerd op nationale beleidsambities. Het is hoogst onzeker of deze ambities worden gehaald. In de gebouwde omgeving komen we uit op een verwachte CO�-besparing van 68% in 2030 ten opzichte van 1990. De reductie ten opzichte van de totale uitstoot van Tilburg in 1990 bedraagt 40%. Die 68% is opgebouwd uit de volgende componenten: 17% is reeds gerealiseerd over de periode 1990-2017, 13% verwachten we te realiseren met de voorgenomen strategieën uit de Transitievisie Warmte en 38% wordt verwacht op basis van overige ontwikkelingen die buiten het kader van de Transitievisie Warmte vallen. Op basis van deze berekeningen lijken we op de goede weg te zitten om de tussentijdse CO� doelstellingen te halen. Echter, om de uiteindelijke ambitie klimaatneutraal in 2045 te halen zijn na 2030 nog vergaande maatregelen nodig, waaronder het volledig aardgasvrij maken van alle resterende gebouwen.

13

Activiteit

CO2 besparing

Referentiewaarde

CO2-uitstoot 1990 gebouwde omgeving

721.500.000 kg

Reeds gerealiseerd

Reductie over periode 1990-2017

-124.000.000 kg (-17,2%)

Verwacht effect van activiteiten Transitievisie Warmte

Isoleren van gebouwen

-63.200.000 kg (-8,8%)

Aansluiten op warmtenet

-24.700.000 kg (-3,4%)

Overstap naar hybride warmtepomp

-3.400.000 kg (-0,5%)

Verwachte overige ontwikkelingen

Verwachte ontwikkeling elektriciteit -206.300.000 kg (-28,6%) Verwachte ontwikkeling aardgas

28.900.000 kg (-4,0%)

Verduurzaming Amercentrale

-40.800.000 (-5,7%)

Totaal verwachte besparing

-491.300.000 kg (-68,1%)

Resterende CO2-uitstoot in gebouwde omgeving na 2030

230.200.000 kg

CO2-uitstoot referentiejaar 1990 De doelstellingen uit het Klimaatakkoord zijn bepaald ten opzichte van referentiejaar 1990. Over de CO�-uitstoot in 1990 is weinig data voorhanden. Op basis van gegevens uit 2017 en een inschatting over de verhouding tussen 2017 en 1990 is de uitstoot voor het jaar 1990 bepaald. De totale CO�-uitstoot van Tilburg in 2017 bedroeg 1.244 mln. kg2, waarvan 597,5 mln. kg3 afkomstig is uit de gebouwde omgeving. De totale nationale uitstoot is in de periode 1990-2017 gelijk gebleven. Per sector zijn er wel verschillen. Zo is de uitstoot in de gebouwde omgeving afgenomen met circa 17,2%4. Voor Tilburg hanteren we dezelfde verhouding. Weliswaar zijn in deze periode veel gebouwen in Tilburg aangesloten op het Amernet, maar doordat de Amercentrale in die tijd op hoofdzakelijk steenkool werd gestookt heeft dat een vergelijkbare CO�-uitstoot opgeleverd dan wanneer deze gebouwen op aardgas waren aangesloten7. Als referentiewaarde gaan we daarom uit van een CO�-uitstoot van 721,5 mln. kg in de Tilburgse gebouwde omgeving in 1990. Gerealiseerde reductie over periode 1990-2017 Het verwachte effect van maatregelen berekenen we ten opzichte van 2017. Dat is het meest recente jaar waarop voldoende gegevens beschikbaar zijn. De CO�-uitstoot van de Tilburgse gebouwde omgeving in 2017 bedroeg 597,5 mln. kg2.

Over de periode 1990-2017 is dus al een reductie van 124 mln. kg (17,2%) gerealiseerd. Isoleren van gebouwen Eén van de strategieën uit de conceptkoers is het generiek inzetten op isolatie van alle gebouwen, zowel woningen, bedrijven als utiliteit. Conform de REKS wordt hiervoor een doelstelling van 20% gehanteerd. Dit leidt tot een verminderde CO�-uitstoot van 63.200.000 kg5. Ten opzichte van 1990 is dat een reductie van 8,8%. Energiebesparing wordt op verschillende manieren gerealiseerd. Zo zijn isolatiemaatregelen een vast onderdeel van de renovatieplannen van de woningcorporaties, is het opgenomen in de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed, wordt vanuit green deals zorg en bedrijventerreinen energiereductie gerealiseerd, en worden particuliere woningeigenaren ondersteund via het programma ’Aan de slag met je huis’. In deze berekening wordt er vanuit gegaan dat al deze inspanningen samen optellen tot een gemiddelde energiereductie van 20% op het huidige aardgas en warmtegebruik in de gebouwde omgeving in 2030 t.o.v. 2017.

2 Klimaatmonitor, totaal bekende CO�-uitstoot (volgens gebruiksbenadering) 3 CE-Delft berekening uit 2021 in opdracht van gemeente Tilburg. De uitkomst van deze berekening wijkt circa 3% af van de uitkomst uit de klimaatmonitor. We kiezen voor de uitkomst van CE-Delft omdat de gebruikte methodiek ook wordt toegepast voor het bepalen van het effect van het aansluiten van extra gebouwen op een warmtenet. 4 CBS, RIVM/Emissieregistratie 5 Berekening o.b.v. de uitkomsten van CE-Delft

14

Aansluiten op warmtenet Eén van de strategieën uit de visie is het aansluiten van gebouwen uit zone 2 (gebied rondom de ringbanen) op een warmtenet. Dit kan op meerdere manieren plaatsvinden. Zo behoort uitbreiding van het Amernet tot de mogelijkheden. Ook is het mogelijk dat lokale (5e generatie) warmte- koude netten ontstaan. Zone 2 bestaat uit circa 29.000 woningen en 7.400 woningequivalenten aan utiliteit. Circa 8.300 woningen en 990 woningequivalenten aan utiliteit uit de uitbreidingswijken zijn al aangesloten op het Amernet. Om een inschatting te maken van de CO2 reductie die met deze strategie wordt gerealiseerd, is uitgegaan van het ‘MT-warmtenet scenario’ uit het Cegoia model van CE-Delft. Indien alle nog niet aangesloten gebouwen in die uitbreidingswijken in de periode tot aan 2030 worden aangesloten leidt dat tot een verminderde CO2-uitstoot van 49.400.00 kg6. Aangezien een aansluitpercentage van 100% niet realistisch is, wordt in deze berekening uitgegaan van 50% (grove inschatting) van de nog niet aangesloten gebouwen. Het aansluiten van deze gebouwen leidt tot 24.700.000 kg9 minder CO2-uitstoot. Ten opzichte van 1990 is dat een reductie van 3,4%. Overstap naar hybride warmtepomp In de conceptkoers wordt naast generieke energiebesparing ingezet op (tijdelijke) hybride oplossingen.

Het overstappen van een cv-ketel naar een hybride warmtepomp leidt namelijk tot zo’n 20% CO2 reductie7. Indien 10% (grove schatting) van de woningen die momenteel aardgas verbruiken overstappen op een hybride warmtepomp, dan leidt dat in 2030 tot een verminderde CO2-uitstoot van 3.400.000 kg. Verwachte ontwikkeling elektriciteit De huidige energiemix wordt naar verwachting steeds duurzamer. Door een toename van duurzame elektriciteit neemt de CO2 emissiefactor van elektriciteit af. De nationale emissiefactor daalt op basis van de huidige nationale beleidsambities van 450 gram/kWh in 2017 naar 120 gram/kWh in 20308. Dit komt o.a. door een toename van windmolens op zee en land en door zonneparken en meer opgewekte zonne-energie op daken. Om deze nationale emissiefactor te verlagen zijn vele inspanningen op nationaal en regionaal niveau nodig. Zo dienen alle 30 RES regio’s in Nederland de opwekdoelstellingen te realiseren. Wij dus ook. Het is hoogst onzeker of alle nationale beleidsambities ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden en dus of de CO2 emissiefactor ook daadwerkelijk met dit tempo daalt. In de berekening nemen we dit wel als uitgangspunt. Op basis van een gelijkblijvende elektriciteitsvraag leidt dat in 2030 tot een verminderde CO2-uitstoot van 206.300.000 kg ten opzichte van 2017. Ten opzichte van 1990 is dat een reductie van 28,6%.

Goed om hierbij op te merken is dat het huidige elektriciteitsgebruik maar zeer beperkt komt door verwarming. Elektriciteit wordt hoofdzakelijk gebruikt voor apparatuur, verlichting etc. Naar de toekomst toe zal het elektriciteitsverbruik voor verwarming mogelijk stijgen door de toepassing van all-electric oplossingen in gebouwen als alternatief voor aardgas. In onze strategie voor de Transitievisie Warmte zijn geen grootschalige all-electric oplossingen in de periode tot aan 2030 opgenomen. Wel benoemen we in onze visie een 5de generatie warmte-koude net als kansrijk. Dit net maakt gebruik van omgevings- en restwarmte als hoofdbron, maar heeft aanvullend elektriciteit nodig om warmte op het gewenste temperatuurniveau te brengen. Of het 5de generatie warmte-koude net daadwerkelijk tot realisatie komt en op welke schaal dit in de periode tot 2030 zal zijn is onbekend. Daarom is deze stijging in elektriciteitsgebruik niet meegenomen in deze CO2 berekening. De verwachte 28,6% CO2 reductie voor elektriciteit is dus niet te koppelen aan de warmtetransitie, maar is wel van belang voor het in beeld brengen van de totale uitstoot in de gebouwde omgeving. Verwachte ontwikkeling aardgas Door de verwachte toename aan productie en bijmenging van groen gas bij aardgas neemt de nationale CO2 emissiefactor van aardgas af. Deze factor daalt van 56,5 kg/GJ9 in 2017 naar 48,52 kg/GJ10 in 2030.

Onder andere onze inzet voor extra biogasproductie bij stortplaats De Spinder in Tilburg-Noord is van belang om deze daling te realiseren. Deze ontwikkeling leidt in 2030 tot een verminderde CO2-uitstoot van 28.900.000 kg ten opzichte van 2017. Ten opzichte van 1990 is dat een reductie van 4,0%.

6 Berekening o.b.v. de uitkomsten van CE-Delft 7 MilieuCentraal, hybride warmtepomp 8 PBL, klimaat en energieverkenning 2020, blz. 181 9 RVO, Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2 emissiefactoren 2012, blz. 10 10 Berekening CE-Delft o.b.v. aanname nationale bijmenging groengas zoals opgenomen in Klimaatakkoord

15

Verduurzaming Amercentrale In 2017 draaide de Amercentrale bijna uitsluitend op steenkool. De emissiefactor van de restwarmte uit het Amernet bedroeg toen 52 kg/GJ11. Door de transitie van steenkool naar biomassa neemt die emissiefactor in 2030 af naar 10 kg/GJ7. Dat leidt bij een gelijkblijvende energievraag tot een verminderde CO2-uitstoot van 40.800.000 kg. Ten opzichte van 1990 is dat een reductie van 5,7%. Resterende CO2-uitstoot na 2030 Wanneer de berekende emissiereductie uit deze notitie wordt behaald, dan resteert voor de gebouwde omgeving na 2030 nog een jaarlijkse CO2-uitstoot van circa 230 mln. ton. Ten opzichte van de uitstoot in 1990 is dat een behoorlijke daling. Echter, om de doelstelling klimaatneutraal in 2045 te halen, is na 2030 nog zeer forse inzet noodzakelijk. Om dat einddoel te bereiken is namelijk een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving benodigd. Met de nu ingezette strategie verwachten we in de periode tot aan 2030 ruim 10.000 van de circa 72.000 aardgaswoningen, en een klein aandeel van overige gebouwen, van andere warmte te voorzien. In de periode 2030-2045 dienen dus nog ruim 60.000 woningen, en vele andere gebouwen, te worden aangepakt. Reflectie op deze notitie De berekeningen in deze notitie zijn gebaseerd op aannames en verwachtingen, waarbij ook externe factoren van toepassing zijn.

Zo is in de verwachte uitstootdaling van elektriciteit de realisatie van voldoende wind op zee en land meegenomen. Het is onzeker of de berekende besparingen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Verder zijn de besparingen alleen weergegeven ten opzichte van de uitstoot in de gebouwde omgeving. Ook andere sectoren, zoals industrie, landbouw en mobiliteit, stoten veel CO2 uit. Om een klimaatneutrale gemeente in 2045 te realiseren zijn ook in deze sectoren forse inspanningen vereist. Wat niet in deze berekening is meegenomen is een toename aan gebouwen door nieuwbouw. Sinds medio 2018 is wettelijk vastgelegd dat alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw aardgasvrij moeten zijn. We gaan er daarom vanuit dat de toename sinds 2017 niet significant is.

11 Ennatuurlijk, notitie toekomst warmtenet regio Midden/West-Brabant

16

Bijlage 1: kentallen CO2-uitstoot Energiedrager Elektriciteit Elektriciteit Elektriciteit Aardgas Aardgas Groengas Mix aardgas groengas HT-warmteproductie HT-warmteproductie LT-restwarmte

Jaar waarde eenheid 2017 450 gram/kWh 2030 90 gram/kWh 2030 25,00 kg/GJ n.v.t. 1,791 kg/m3 n.v.t. 56,5 kg/GJ n.v.t. 0 kg/GJ 2030 48,52 kg/GJ 2017 52 kg/GJ 2030 10 kg/GJ 2030 0 kg/GJ

bron https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2019-klimaat-en-energieverkenning-2019-3508.pdf (blz. 234) https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2019-klimaat-en-energieverkenning-2019-3508.pdf (blz. 234) https://www.rvo.nl/sites/default/files/2013/10/Vreuls%202012%20NL%20Energiedragerlijst.pdf https://www.rvo.nl/sites/default/files/2013/10/Vreuls%202012%20NL%20Energiedragerlijst.pdf

Berekening o.b.v. aanname nationale bijmenging groengas https://ennatuurlijk.nl/over-ennatuurlijk/duurzaamheid/warmte-etiket-ennatuurlijk https://ennatuurlijk.nl/sites/default/files/documenten/Notitie%20Toekomst%20warmtenet%20regio%20Midden_West%20Brabant.pdf Aanname

Naam Efficientie CV-ketel Efficientie koeling Efficientie ventilatie CVg: de bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas CVg: de onderwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas Rendement stadsverwarming GJ naar kWh

Schillabel A+ A B C D E F G

warmtevraag (GJ per woning)

30 30 37 39 43 46 49 55

waarde eenheid bron 87% https://www.acm.nl/nl/publicaties/tarievenbesluit-warmteleveranciers-2020 Aanname 300% Aanname 80% 35,17 MJ/m3 https://www.acm.nl/nl/publicaties/tarievenbesluit-warmteleveranciers-2020 31,65 MJ/m3 100% 0,0036 kWh/GJ

warmtapwatervraag (GJ / woning)

7 7 7 7 7 7 7 7

Totale warmtevraag

37 37 44 46 50 53 56 62

aardgasverbruik (m3 per woning)

1496 1496 1778 1859 2021 2142 2263 2506

Elektriciteitsverbruik 2730 2730 2730 2730 2730 2730 2730 2730

Bron waarden: Vesta 3.5

Functionele vraag Ruimteverwarming Ruimteverwarming Ruimteverwarming Ruimteverwarming Ruimteverwarming Ruimteverwarming Ruimteverwarming Ruimteverwarming

BAG-functie winkelfunctie logiesfunctie gezondheidszorgfunctie kantoorfunctie bijeenkomstfunctie onderwijsfunctie sportfunctie celfunctie

Vraag (GJ/m2/jaar)

0_1919 1920_1974 1975_1989 1990_1994 1995_2017 0,51 0,41 0,21 0,2 0,16 0,75 0,6 0,33 0,31 0,27 1,15 0,84 0,47 0,47 0,39 1,01 0,8 0,41 0,37 0,31 0,55 0,79 0,6 0,61 0,42 0,55 0,42 0,23 0,22 0,17 0,8 0,65 0,42 0,42 0,35 1,21 0,82 0,49 0,49 0,39

Functionele vraag Warm tapwater Warm tapwater Warm tapwater Warm tapwater Warm tapwater Warm tapwater Warm tapwater Warm tapwater Koude Koude Koude Koude Koude Koude Koude Koude Ventilatie Ventilatie Ventilatie Ventilatie Ventilatie Ventilatie Ventilatie Ventilatie Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Apparatuur & verlichting Hulpenergie Hulpenergie Hulpenergie Hulpenergie Hulpenergie Hulpenergie Hulpenergie Hulpenergie

BAG-functie winkelfunctie logiesfunctie gezondheidszorgfunctie kantoorfunctie bijeenkomstfunctie onderwijsfunctie sportfunctie celfunctie winkelfunctie logiesfunctie gezondheidszorgfunctie kantoorfunctie bijeenkomstfunctie onderwijsfunctie sportfunctie celfunctie winkelfunctie logiesfunctie gezondheidszorgfunctie kantoorfunctie bijeenkomstfunctie onderwijsfunctie sportfunctie celfunctie winkelfunctie logiesfunctie gezondheidszorgfunctie kantoorfunctie bijeenkomstfunctie onderwijsfunctie sportfunctie celfunctie winkelfunctie logiesfunctie gezondheidszorgfunctie kantoorfunctie bijeenkomstfunctie onderwijsfunctie sportfunctie celfunctie

Vraag (GJ/m2/jaar) 0,006 0,065 0,095 0,006 0,065 0,007333333 0,078888889 0,065 0,011 0,077 0,03 0,034 0,077 0,002 0 0,077 0,008 0,048 0,046 0,019 0,048 0,009 0,081 0,048 0,546 0,361 0,312 0,292 0,361 0,145 0,187 0,361 0,01 0,019 0,016 0,007 0,019 0,0085 0,0422 0,019

Eindgebruikerskosten Input parameters Rentevoet parameters Rentevoet particulieren (RVP)

5,5%

Berekeningsjaar Afschrijftermijn kort (installaties) Afschrijftermijn lang (ingrepen in woning) Afschrijftermijn isolatie Afschrijftermijn netaansluiting

2020 15 jaar 25 jaar 25 jaar 30 jaar

Omschrijving BTW hoog BTW laag Indexering Indexering energieprijzen

Eenheid

Waarde Levensduur Bron 1,21 Belastingdienst Belastingdienst 1,015 CBS, gemiddelde consume 1 Aanname dat dit al in de e

Aansluiting elektriciteit en gas (p.p. 2019 incl. BTW) Verwijderen gasaansluiting laagbouw (incl. BTW) Verwijderen gasaansluiting hoogbouw (incl. BTW) Jaarlijkse kosten gasaansluiting (incl. BTW) incl. meettarief Verzwaren elektriciteitsaansluiting 1-fase naar 3-fase (incl. BTW) (wissel zekering + meterwissel elektriciteit) Jaarlijkse tariefkosten elektriciteitsaansluiting 1-fase > 1 x 10A en 3 fasen t/m 3 x 25A bemeten (incl. BTW) + vaste leveringskosten Additionele jaarlijkse kosten 3-fasen elektriciteitsaansluiting (incl. BTW)

Eenheid € € €/jaar € €/jaar €/jaar

Waarde Levensduur Bron € 753 Enexis 2020 € 217 Enexis 2020 € 176 Enexis 2020 € 260 Enexis 2020 € 232 Enexis 2020 € Woningen in NL hebben o

Eenheid

Waarde

Isolatie naar MT niveau Vloer/kruipruimte-isolatie bij woningen voor 1991 Spouwmuur-isolatie (Rc = 2,0 m²K/W) bij woningen 1946-1991 Dakisolatie schuin dak (Rc = 5,0 m²K/W) bij woningen voor 1991 Dakisolatie plat dak (Rc = 5,0 m²K/W) bij woningen voor 1991 Glasisolatie: HR++glas in bestaande (houten) kozijnen voor woningen voor 1945 voor dubbel en enkel glas en voor woningen 1946-1991 enkel voor enkel glas Kierdichting van de vensters bij woningen voor 1991

€/m2 €/m2 €/m2 €/m2 €/m2 €/m2

€ € € € € €

48 30 85 121 194 12

25 25 25 25 25 25

Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020

Isolatie naar LT niveau Vloer/kruipruimte-isolatie bij woningen voor 1991 Spouwmuur-isolatie (Rc = 2,0 m²K/W) bij woningen 1946-1991 Gevel binnenisolatie (voorzetwand incl. afwerking Rc 3,5 m²K/W) bij woningen voor 1945 Dakisolatie schuin dak (Rc = 6,0 m²K/W) bij woningen voor 2005 Dakisolatie plat dak (Rc = 8,0 m²K/W) bij woningen voor 2005 Glasisolatie: HR++glas in bestaande (houten) kozijnen voor zowel dubbel als enkel glas Kierdichting van alle oppervlakken (gevel, vensters, dak) bij woningen voor 2005

€/m2 €/m2 €/m2 €/m2 €/m2 €/m2 €/m2

€ € € € € € €

48 30 97 97 133 194 12

25 25 25 25 25 25 25

Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020 Merosch 2020

Extra kosten inpandig werk voor elke aardgasvrije techniek (afwerking in de woning etc.)

€/woning

€

1.000

25

Aanname gemeente Tilbur

Subsidie SEEH tot en met 2020 spouwmuur gevelisolatie Dak vloer HR++ glas Om recht te hebben op de subsidie moet aan een minimale ondergrens voldaan te worden en dienen minstens 2 maatregelen tegelijk verbeterd te worden.

Eenheid €/m2 €/m2 €/m2 €/m2 €/m2

Waarde € 5 € 25 € 20 € 7 € 35

Kentallen isolatie (p.p. 2020 incl. BTW) Staartkosten voor individuele woningaanpak Staartkosten voor projectaanpak

1 1,2

Levensduur Bron Merosch 2020 Merosch 2020

Bron SEEH, https://www.rvo.nl/ SEEH, https://www.rvo.nl/ SEEH, https://www.rvo.nl/ SEEH, https://www.rvo.nl/ SEEH, https://www.rvo.nl/

Installaties (p.p. 2019 incl. BTW) Warmtetechniek Installatie nieuwe HR-ketel WP lucht + elektrische element tapwater Bodemwarmtepomp Hybride lucht warmtepomp incl installatie en nieuwe cv-ketel Boosterwarmtepomp LT net Collectieve Warmtepomp warm water + E element Collectieve bodemwarmtepomp warm water + E element Collectieve boosterwarmtepomp Collectieve hybride lucht warmtepomp Verwarmingsaanpassingen Verwijderen cv-ketel en rookgasafvoer Verwijderen verwarmingsinstallatie en aanpassingen binneninstallatie (collectief) Afgifteaanpassingen LT verwarming Ventilatie Mechanische ventilatie CO2-gestuurd (excl. bouwkundige afwerking) alle woningen behalve vrijstaande woningen Mechanische ventilatie CO2-gestuurd (excl. bouwkundige afwerking) vrijstaande woning Elektrisch koken Elektrisch koken Extra groep voor koken Koelen Airco koudesysteem Subsidie ISDE subsidie luchtwarmtepomp richtwaarde subsidie luctwarmtepomp ondergrens subsidie luchtwarmtepomp bovengrens subsidie bodemwarmtepomp richtwaarde subsidie bodemwarmtepomp ondergrens subsidie bodemwarmtepomp bovengrens subsidie hybride warmtepomp richtwaarde subsidie hybride warmtepomp ondergrens subsidie hybride warmtepomp bovengrens

Eenheid

Waarde

€/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning

€ € € € € € € € €

1.640 12.750 17.000 5.700 4.000 6.140 8.186 4.000 3.595

15 15 15 15 15 15 15 15 15

Panteia, Inzicht in de koste Advies BDH & Energieadvie Gemiddelde van 'Maatrege Milieucentraal (https://ww Vesta functioneel ontwerp Innoforte woningtool Geschaald o.b.v. kental Inn Vesta functioneel ontwerp Geschaald o.b.v. kental Inn

€/woning €/woning

€ €

500 540

-

Advies BDH EPA maatregelenlijst nr. 13

€/m2

€

42

25

Merosch 2020

€/woning €/woning

€ €

1.200 2.250

15 15

Merosch 2020 Merosch 2020

€/woning €/woning

€ €

618 307

15 25

Innoforte woningtool & Ene Innoforte woningtool & Ene

€/woning

€

2.500

15

Merosch 2020

Eenheid €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning €/woning

Waarde € 2.300 € 1.300 € 2.500 € 2.900 € 2.500 € 3.400 € 1.500 € 500 € 2.500

Levensduur Bron

Bron Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv Inschatting op basis van inv

Kentallen omrekening gas-elektriciteit warmtevraag en koelvraag SCOP luchtwarmtepomp woninglabel A SCOP luchtwarmtepomp woninglabel B SCOP bodemwarmtepomp woninglabel A SCOP bodemwarmtepomp woninglabel B SCOP boosterwarmtepomp (Ltnet) woninglabel A SCOP boosterwarmtepomp (Ltnet) woninglabel B Efficientie CV-ketel CVg: de bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas Omrekenfactor GJ naar kWh Omrekenfactor m3 naar kWh Gemiddeld verbruik elektrisch koken Gemiddeld gasverbruik koken Elektriciteitsverbruik meenemen voor koudevraag vanaf label B SCOP koelen bodemwarmtepomp SCOP koelen luchtwarmtepomp SCOP koelen boosterwarmtepomp Energieverbruik ventilatie

Besparingspercentages gasverbruik per labelstap G F E D C B A Bron: Liander

Waarde

eff MJ/m3 kWh/GJ kWh/m3 kWh/jaar m³/jaar GJ/m²

GJ/jaar

A 46% 44% 40% 34% 28% 21% 0%

B 32% 29% 24% 16% 9% 0% 0%

C 26% 22% 17% 8% 0% 0% 0%

D 19% 15% 9% 0% 0% 0% 0%

E 11% 6% 0% 0% 0% 0% 0%

F 5% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

G 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

Bron 3,5 Deerns via gemeente Tilb 3,5 Deerns via gemeente Tilb 5 www.warmtetechnieken 5 www.warmtetechnieken 7 www.warmtetechnieken 7 www.warmtetechnieken 0,8701334 https://www.acm.nl/nl/ 35,17 https://www.acm.nl/nl/ 277,778 9,769 200 Milieucentraal 37 Milieucentraal 0,05 8 EPG 5 EPG 10 Cegoia 0,02

Onderhoud (p.p. 2019 incl. BTW) Onderhoud CV-ketel (incl. BTW) Onderhoud Warmtepomp Onderhoud hybride Warmtepomp Collectieve Warmtepomp warm water + E element Warmtepomp warmwater + boiler LT-radiatoren R Mechanisch afvoer Elektrisch koken Extra groep voor koken

Eenheid €/jaar €/jaar €/jaar €/jaar €/jaar €/jaar €/jaar €/jaar €/jaar

Waarde Levensduur Bron € 139 Inzicht in de kosten voor a € 110 https://www.ewacht.nl/o € 110 Gelijk aan all electric warm € 184 Innoforte woningtool Noo € 39 Innoforte woningtool Noo € Aanname geen extra onde € 55 Innoforte woningtool Noo € Aanname geen extra onde € Aanname geen extra onde

Warmtenet (p.p. 2020 incl. BTW) Eenmalig aansluittarief warmte (Warmtewet) Aansluitbijdrage totaal (BAK) Vastrecht warmte Variabel tarief warmte Meettarief warmte Huur afleverset (incl. WTW)

Eenheid € € €/jaar €/GJ €/jaar €/jaar

Waarde Afschrijftermijn Bron € https://www.acm.nl/nl/w € 6.600,00 25 Aanname gemeente Tilbu € 379,67 Ennatuurlijk tarieven 2020 Zie Energieprijzen € 26,63 Ennatuurlijk tarieven 2020 € 126,19 Ennatuurlijk tarieven 2020

Energieprijzen Elektriciteit Aardgas Warmte

Eenheid €/kWh €/m3 €/GJ

Waarde € 0,22 € 0,80 € 23,99

Bron https://goedkopeenergie ACM maximum tarieven Ennatuurlijk tarieven 2020

Aandeel WP/HR-ketel bij Hybride Warmtepomp per schillabel Aandeel WP Aandeel HR-ketel A++ 0,65 0,35 A/A+ 0,63 0,37 B 0,59 0,41 C 0,52 0,48 D 0,47 0,53 E 0,43 0,57 F 0,42 0,58 G 0,42 0,58 Bron: CE Delft factsheet (https://www.ce.nl/assets/upload/file/Rapporten/2018/Factsheets%20warmtetechnieken/06_Factsheet%20Hybride%20warmtepomp_DEF.pdf)

Warmtevraag Woningen [kWh/m2/jaar] Vrijstaand 2-1 kap Rijwoning Appartement Bron: Merosch 2020

Warm tapwater

tm 1945 1946-1964 1965-1974 1975-1991 1992-2005 2006 - nu 127 127 117 96 85 71 110 101 108 97 73 52 114 105 96 83 61 41 109 94 88 89 63 42

Eenheid GJ/woning

Waarde

Bron 6,5 Merosch 2020

Tilburg woonlastenneutraal verduurzamen Transitievisie warmte 21 mei 2021

26

Inhoudsopgave 1.

Woord vooraf

2.1

Verbruikscijfers

2.

2.2 2.3 2.4 2.5

3.

3.1 3.2 3.3

4.

4.1 4.2 4.3 4.4

5. 6.

2

De huidige situatie

3

Energieprijzen

4

Afschrijvingen

6

Onderhoudslasten Investeringsbudget

3 5

6

De kosten van ingrepen

7

Operationele kosten (OPEX)

7

Afschrijvingen (CAPEX) Jaarlijkse energielasten

7 8

Inzichten vanuit het dashboard

10

Bouwjaren

10

Werkwijzer dashboard

10

Energielabels

CO2 besparing

Scenario’s Bijlages

Tilburg woonlastenneutraal verduurzamen

10 10

13

14

1 van 21

27

1. Woord vooraf Situatieschets

De gemeente Tilburg is de transitievisie warmte aan het opstellen, hiervoor is een stuurgroep opgericht

die uitgangspunten en besluitvormingscriteria heeft vastgesteld en de doorvertaling gaat maken naar

de transitievisie warmte op wijkniveau. In de stuurgroep zijn verschillende stakeholders en deskundigen vertegenwoordigd. Er is veel informatie beschikbaar over de transitiemogelijkheden,

zowel vanuit technisch als kosten perspectief. Het op wijkniveau bepalen welk type ingreep noodzakelijk is, leidt tot een top-down inzicht van de investeringskosten, waarbij voornamelijk wordt gekeken naar maatschappelijke kosten. Het is nog niet inzichtelijk wat de impact is op het

huishoudboekje van de Tilburgers. Zowel voor besluitvorming in de stuurgroep als voor de communicatie verder in het proces wordt dit als een gemis ervaren.

Finance Ideas is gevraagd om te bepalen of het mogelijk is om vanuit het perspectief van de

portemonnee van de Tilburger inzicht te geven in de transitievisie warmte. Een van de leidende

principes in een door de gemeenteraad vastgestelde notitie van uitgangspunten, is het streven naar de

laagste kosten voor iedere eindgebruiker. De stuurgroep wil inzicht krijgen in de impact op de woonlasten van de keuze voor een transitievisie warmte voor Tilburg als geheel, opgedeeld in vijf zones en per buurt.

Ten behoeve van het beantwoorden van deze vragen is een dashboard1 opgesteld waarin inzicht wordt

gegeven in de verschillende investeringsmogelijkheden en de daarmee gepaarde jaarlijkse

energielasten per huishouden. Deze jaarlijkse energielasten worden afgezet tegen de jaarlijkse

energielasten wanneer geen ingreep plaats vindt.

Team

Vanuit Finance Ideas zijn Max Lipsch, Rob Sukaldi en Jeroen Dungelmann betrokken. Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Dirk Brounen, professor aan de Universiteit van Tilburg.

Daarnaast is vanuit de gemeente Tilburg Paul van Dijk betrokken als directe opdrachtgever. Ook zijn Ine van den Hurk (P2) en Tijs van Gisbergen (Gemeente Tilburg) nauw betrokken geweest bij dit onderzoek.

Leeswijzer Dit document is opgesteld zodanig dat de hoofdstukindeling overeenkomt met het opdrachtvoorstel. Achtereenvolgens wordt besproken: 2.

De huidige situatie

5.

Scenario’s

3. 4.

De kosten van ingrepen

Inzichten vanuit het dashboard

In elk van de hoofdstukken worden de relevant bronnen, aannames en uitgangspunten besproken.

In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een combinatie van openbare bronnen als Statline en het PBL, maar ook van vertrouwelijke stukken vanuit het CBS, CE Delft en Ennatuurlijk.

1 De totstandkoming van het dashboard wordt nader toegelicht in Bijlage 1.

Tilburg woonlastenneutraal verduurzamen

2 van 21

28

2. De huidige situatie

De stuurgroep transitievisie warmte wenst inzicht in de energielasten ten behoeve van de visievorming.

Het uitgangspunt van het bepalen van het investeringsbudget is woonlastenneutraliteit. Dat impliceert

dat de energielasten na ingreep voor de eindgebruiker nooit hoger mogen liggen dan in wanneer er geen verduurzaming plaatsvindt.

Voor het strategisch perspectief dat de stuurgroep nastreeft volgt dat de analyse plaatsvindt op drie verschillende niveaus. Allereerst wordt gekeken naar cijfers over Tilburg als geheel, afgespiegeld tegen het Nederlands gemiddelde. Omdat de energietransitie binnen Tilburg naar alle waarschijnlijkheid in

vijf verschillende zones plaatsvindt is een tweede analyseniveau opgenomen waarin deze vijf zones

terugkomen. Om vervolgens recht te doen aan de variatie binnen deze vijf zones is ook gekeken naar buurtniveau. Gelet op de strategische insteek van de stuurgroep transitievisie warmte tracht dit

onderzoek geen waarheidsvinding te doen op complexniveau. Wanneer dit wenselijk is dan kan hier allicht een vervolgstudie naar worden gedaan.

Voor het bepalen van het investeringsbudget is exclusief gekeken naar kosten en uitgaven die

betrekking hebben op de huidige energielasten. Het idee hierachter is dat (een deel van) deze uitgaven

kunnen worden gebruikt voor duurzaamheidsingrepen, zonder dat dit ten koste gaat van het huishoudboekje van de Tilburger. In andere woorden, het bedrag wat nu voor niet-duurzame energie

(bijvoorbeeld gas) wordt betaald, kan in plaats hiervan in een duurzamere vorm van energie worden geïnvesteerd. Hierin is inbegrepen de: elektra-, gas-, warmterekening, het onderhoud en de afschrijving van de installaties.

Wanneer bovenstaande wordt gebruikt om de jaarlijkse energielasten in beeld te brengen dan is hierin

ook het huishoudelijk (elektra-)verbruik opgenomen. Dat deel kan niet worden gebruikt voor het investeren in de verduurzamingsmaatregelen aangezien dit deel ook na verduurzaming gebruikt zal

worden.

Hieruit volgt een aantal noodzakelijke uitgangspunten/aannames over 1) het elektra-, gas-, warmteverbruik, 2) de hoogte van de tarieven, 3) de onderhoudslasten en 4) de afschrijvingen.

2.1

Verbruikscijfers

De verbruikscijfers voor elektra en gas zijn gebaseerd op de werkelijke verbruikscijfers van het CBS. Er

is een vijftal microdatasets opgevraagd voor gegevens over het energieverbruik, woningstatus en woningtypen. De meest recente cijfers zijn beschikbaar over 2019.

De data van het CBS is als uitgangspunt gehanteerd vanwege de objectiviteit en betrouwbaarheid. 2 Deze

data is op woningniveau opgebouwd, hierbij dient wel te worden opgemerkt dat vanwege privacy redenen CBS geen analyses toestaat waarmee er minder dan tien woningen (datapunten) overblijven.

2 Onderzoeken van het PON/CE Delft maken tevens gebruik van dezelfde CBS-data. Daarnaast is onderzocht in hoeverre data uit

eerder onderzoek van het PON te hanteren is. Het PON geeft aan dat verscheidene bronnen zijn gehanteerd waaronder het CBS, kadaster en BAG gegevens. De data die beschikbaar is gesteld. Het PON geeft een onderbouwing van de gehanteerde figuren in de rapportage maar betreft niet de brondata. Daarom is deze data niet geschikt voor deze analyse. Door eveneens CBS-cijfers te hanteren sluiten wij hierop aan op de relevante onderdelen. Tilburg woonlastenneutraal verduurzamen

3 van 21

29

Gemiddeldes en percentages in de CBS-datasets worden gebaseerd op alle woningen in de buurt.

Daaruit volgt dat het gasverbruik, als het ware, wordt verspreid over alle woningen in de buurt, ook de

woningen die niet zijn aangesloten op gas. Voor het opbouwen van de gemiddelde energielasten op buurtniveau is dit wenselijk.

In de dataset van het CBS is enkel data beschikbaar over het werkelijke elektra- en gasverbruik, daarmee is er geen inzicht in de warmtevraag van woningen die niet zijn aangesloten op het gasnet,

maar gebruikmaken van stadsverwarming via Ennatuurlijk. Bij Ennatuurlijk is daarom een overzicht

opgevraagd van het aantal aansluitingen en het verbruik per aansluiting. Dit is in verband met

privacywetgeving aangeleverd op postcode niveau en kan daarmee worden teruggeslagen naar gemiddeld warmteverbruik, over alle woningen, per buurt, zone en voor heel Tilburg.

CBS stelt dat 27,4% van de woningen in Tilburg is aangesloten op stadsverarming, dat zijn bij

benadering 27.000 woningen. Ennatuurlijk heeft de warmtevraag van 19.737 woningen aangeleverd. Het verschil met de Ennatuurlijk data kan deels verklaard worden doordat appartementencomplexen

één aansluiting hebben in de dataset van Ennatuurlijk, maar op woningniveau zijn dit individuele aansluitingen.

Dat zou het verschil verklaren, ware het niet dat er een mismatch is tussen het aantal buurten dat is

aangesloten op stadsverwarming volgens het CBS en de verbruiksdata van Ennatuurlijk. Hierbij gaat

het om 15 buurten die volgens het CBS zijn aangesloten op stadsverwarming, maar waar Ennatuurlijk

geen data van heeft. Andersom geldt dit voor twee buurten. Daarnaast zijn er verschillen doordat het CBS geen cijfers deelt over opdelingen met minder dan tien woningen. Bij het bepalen van de

energielasten is uitgegaan van de Ennatuurlijk cijfers, voor het percentage woningen dat is aangesloten

op stadverwarming is aangesloten bij het CBS vanwege het onderscheid naar aansluitingen en woningen. Zie voor een gedetailleerd overzicht Bijlage 5.

2.2

Energieprijzen

Aangezien de werkelijke verbruikscijfers over 2019 het meest recent zijn wordt verondersteld dat het

verbruik in 2020 gelijk is aan dat van 20193. Daarmee kan het verbruik over 2019 dienen als startpunt voor het bepalen van de energierekening. Voor het bepalen van de hoogte van de energierekening is

rekening gehouden met de tarieven van 2020, daar waar de verbruikscijfers van het CBS gebaseerd zijn op 2019.

De energieprijzen over 2020 voor Nederland zijn gebaseerd op de meest recente cijfers van het CBS.

Voor Tilburg zijn de energieprijzen over 2020 gebaseerd op het willekeurig gekozen adres Nieuwstraat

105, 5025 GA. Bij het bepalen van de kosten voor elektra en gas is aangesloten bij de tarieven van

Vattenfall voor een periode van 1 jaar. De gehanteerde bedragen per 2020 zijn opgenomen in Tabel 1 en zijn inclusief BTW. Voor de warmtekosten is aangesloten bij de Ennatuurlijk cijfers. Wanneer in een

buurt zowel woningen zijn aangesloten op het gasnet als op stadsverwarming zijn de vastrechtkosten voor gas en stadsverwarming gewogen naar het aantal woningen.

Om inzichtelijk te maken hoe de energierekening zich ontvouwt in 2030, 2040 en 2050 wanneer geen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10894030/1