03 Toelichting met bijlagen
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020043-b001
29 juni 2021
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 2 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 2 1.2 Het plangebied 2 1.3 Voorgaand plan4 Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 5 2.1 Huidige situatie 5 2.2 Beoogde situatie plangebied 10 Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 15 3.1 Inleiding 15 3.2 Rijk 15 3.3 Provincie 16 3.4 Gemeente 19 3.5 Regio 22 Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 24 4.1 Inleiding 24 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.3 Archeolgie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.4 Volkshuisvesting 31 4.5 Groen en speelruimte 31 4.6 Bedrijvigheid 31 4.7 Verkeer en parkeren 31 Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 33 5.1 Inleiding 33 5.2 Milieueffectrapportage 33 5.3 Milieuhinder bedrijven 33 5.4 Exerne veiligheid 34 5.5 Geluid 37 5.6 Lucht 37 5.7 Geur 39 5.8 Gezondheid 40 5.9 Bodem 40 5.10 Natuur en ecologie 41 Hoofdstuk 6 Wateraspecten 44 6.1 Bestaand watersysteem 44 6.2 Beleidskader 44 6.3 Watertoets 45 Hoofdstuk 7 Opzet planregels 47 7.1 Inleiding 47 7.2 Bestemmingen en aanduidingen 47 Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 48 Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog en overleg 49 9.1 Kennisgeving ex artikel 3.1 Bro 49 9.2 Overleg ex artikel 1.3.1 Bro 49 9.3 Omgevingsdialoog 49 9.4 Zienswijzen 49
24 24
Toelichting
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Dit bestemmingsplan is opgesteld voor behoud van het pand gelegen aan Van Ginnekenweg 12 te Udenhout, hierna 'Heerkenshuis' genoemd. Op deze locatie was tot 2017 een steenfabriek aanwezig. Deze steenfabriek is een belangrijke economische factor geweest in de naoorlogse ontwikkeling van Udenhout. Het natuurgebied 'De Leemputten' is ontstaan vanwege de kleiwinning voor de steenfabricage in deze fabriek. In 1993 is ter plaatse de steenfabricage gestopt. Het leegstaande complex is in 2007 gekocht door de stichting Brabants Landschap. Brabants Landschap is bezig met het omvormen van het complex tot een natuurterrein. De locatie van de voormalige steenfabriek vormt een belangrijke schakel voor een natuurverbinding tussen het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen en Nationaal Landschap Het Groene Woud. Brabants Landschap heeft hierbij gekozen voor een natuurontwikkeling waarbij de historische functie van het gebied zichtbaar blijft. De steenfabriek is inmiddels gesloopt. De buitencontouren, de aanwezige betonvloer en een stuk smalspoor zijn daarbij behouden, zodat de contouren afleesbaar blijven in het landschap.
Het gebouw is bij vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied De Groene Zoom 2012' (peildatum in werkingtreding eind maart 2013) echter wegbestemd wegens onbekendheid van de hoge cultuurhistorische waarden. Het gebouw heeft thans dan ook de enkelbestemming 'Natuur' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Attentiegebied NNB'. Op basis van het overgangsrecht mag het bestaand legaal gebruik worden voortgezet, mits dit niet langer wordt onderbroken dan 1 jaar en mits de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot. De showroom annex kantoorruimte van de steenfabriek zijn sinds de peildatum eind maart 2012 in gebruik als kantoorruimte. Sinds eind maart 2013 is sprake van onafgebroken voortgezet gebruik dan niet naar zijn aard en omvang is vergroot. Dit gebruik is conform het overgangsrecht toegestaan. In dit bestemmingsplan wordt het toegestane gebruik verankerd in een bestemmingsplan. Ook hierbij is er geen sprake van wijziging van het gebruik in aard en omvang. De herbestemming van Heerkenshuis leidt tot het behoud en voortgezet gebruik van deze bebouwing, die cultuurhistorisch waardevol is. Het gebouw kent zelfstandig maar zeker ook als onderdeel van het steenfabriekcomplex aantoonbaar cultuurhistorische waarden. Binnen het plangebied is ook een uitkijkpunt gelegen binnen het NNB (Natuur Netwerk Brabant). Dit uitkijkpunt wordt middels een aanduiding bestemd.
Dit is mogelijk op grond van artikel 3.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor de beoogde bestemming van Heerkenshuis is herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Hiervoor is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2 Het plangebied Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern Udenhout op het terrein voor de voormalige steen-fabriek van Udenhout. Navolgende figuur geeft een topografische kaart van de omgeving weer waarop de ligging van voormalig fabrieksterrein, met daarbinnen Heerkenshuis aangeduid.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
2
Figuur 1: Topografische kaart met de ligging van het voormalig fabrieksterrein (in blauw) en het her te bestemmen pand (in rood) Navolgende figuur betreft een luchtfoto met de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving.
Figuur 2: Luchtfoto met de ligging van het voormalig fabrieksterrein (in blauw) en het her te bestemmen pand (in rood) Heerkenshuis wordt bestemd conform bestaand gebruik, zijnde als kantoren en gezamenlijke ruimte met daarbij aansluitend een terrein voor parkeren en een uitzichtpunt. Het plangebied is gelegen binnen het kadastrale perceel gemeente Udenhout, sectie E, nummer 3665. Het kadastrale perceel heeft een omvang van 126.360 m². Het plangebied heeft hierbinnen een omvang van 957 m². Dit betreft het bestaande pand met een omvang van 590 m², het parkeerterrein met een omvang van 265 m² en een uitkijkpunt met een oppervlakte van maximaal 50 m² met bijbehorend platform van maximaal 30 m². Navolgende figuur betreft een uitsnede van de kadastrale kaart waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
3
Figuur 3 : Beeld van kadastrale situatie binnen het plangebied
1.3 Voorgaand plan Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied De Groene Zoom 2012'. Dit bestemmingsplan is 4 februari 2013 vastgesteld en vanaf eind maart 2013 onherroepelijk. Het plangebied is hierin bestemd als 'Natuur', met de dubbelbestemming 'Waterstaat – Attentiegebied NNB'. Daarnaast is het plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding: 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied'. Navolgende figuur geeft een beeld van het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied.
Figuur 4: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied De Groene zoom 2012' met daarop met een rode marker aangegeven het uitzichtpunt en het kantoorpand met aansluitend het parkeerterrein Heerkenshuis Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
4
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen het gebied 'De Leemputten'. De Leemputten, een gebied met een omvang van 86 hectare ligt in Biezenmortel, direct ten zuidoosten van Udenhout, tussen de afslag van de N65 en spoorlijn Tilburg-Nijmegen. Het terrein beslaat twee gemeenten: de gemeente Tilburg en de gemeente Haaren. Het voormalig fabrieksterrein ligt in de gemeente Tilburg. Het terrein is in bezit van het Brabants Landschap. De leemputten zijn hier destijds gegraven vanwege de dikke pakketten goede kwaliteit leem die hier voorkwamen. Het gebied vormt samen met de verderop gelegen Loonse en Drunense Duinen een Natura-2000 gebied en maakt deel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied is gelegen aan Van Ginnekenweg 12 te Udenhout. Navolgende figuur geeft een luchtfoto met de ligging van het cultuurhistorisch waardevolle pand Heerkenshuis, het parkeerterrein en het uitzichtpunt. Op de luchtfoto is duidelijk de contour van de gesloopte steenfabriek terug te zien, waarin het uitzichtpunt gelegen is. Het gebouw aan de zuidkant van de voormalige fabriek betreft het pand dat in gebruik is als kantoorruimte. Dit gebouw is met een blauwe marker aangegeven.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
5
Figuur 5: Luchtfoto met het 'weg'bestemde pand Heerkenshuis, het parkeerterrein en de contouren van de voormalige steenfabriek met uitzichtpunt. Het te bestemmen pand is met een blauwe marker aangeduid 2.1.2 Huidige plannen en invulling voormalig fabrieksterrein Brabants Landschap is eigenaar van het plangebied gelegen aan Van Ginnekenweg 12 te Udenhout. Het Brabants Landschap is bezig met het omvormen van het complex tot een natuurterrein. Het terrein van de voormalige steenfabriek vormt een belangrijke schakel voor een natuurverbinding tussen het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen en Nationaal Landschap Het Groene Woud. Brabants Landschap heeft hierbij gekozen voor een natuurontwikkeling in de vorm van aanleg en ontwikkeling van bloemrijke graslanden en een omzoming van het terrein met hout- en bossingels. De graslanden worden omrasterd en begraasd. De historische functie van het gebied als voormalige steenfabriek blijft in het gebied afleesbaar. De contouren van de voormalige steenfabriek zijn daartoe zichtbaar gebleven in de vorm van 30 cm hoge buitenmuurtjes. Op de tevens nog aanwezige betonvloer vestigen zich (korst)mossen en na verloop van tijd in de scheuren en spleten ook grassen, kruiden en bomen. Eén van de vloeren is bedekt met een dikke leemlaag en daarmee tot leefgebied van de boomkikker geworden. Daarnaast komt in het natuurgebied ook kamsalamander voor.
Buiten de contouren is de asfaltverharding op het terrein verwijderd. Behalve de contouren en de betonvloeren van de fabriek blijft ook een stuk smalspoor behouden. Het voormalige transformatorgebouw wordt veranderd in een uitzichtpunt. De Van Ginnekenweg, die over het terrein loopt, wordt ingericht als wandel- en fietsroute. Met uitzondering van kleine informatieborden op het terrein, worden geen aanvullende voorzieningen aangebracht om recreatie verder te bevorderen (zoals extra parkeerplaatsen, afvalbakken, bankjes en picknicktafels) anders dan de huidige voorzieningen. De route van het wandel- & fietspad loopt langs het Heerkenshuis over de Van Ginnekenweg en buigt dan af naar de voormalige spoorlijn. De Van Ginnekenweg blijft definitief voor alle verkeer afgesloten aan de zijde Brabantsehoek. Navolgende figuur geeft een beeld van het terrein na herinrichting.
Figuur 6: Inrichting huidige situatie met in het midden de contouren van de voormalige steenfabriek en de uitkijktoren en in het zuiden 'Heerkenshuis' 2.1.3 Kantoorruimten 2.1.3.1 Algemeen Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
6
Heerkenshuis is in het vigerende bestemmingsplan wegbestemd en onder het overgangsrecht behouden en in gebruik gebleven als kantoorruimte. Hierna wordt de totstandkoming en invulling van het gebouw toegelicht. 2.1.3.2 Architect Het pand aan Van Ginnekenweg 12 is ontworpen door de architect Noud Heerkens. Als zoon van een aannemer volgde Noud Heerkens de Ambachtsschool en de Academie voor Beeldende en Bouwende Kunsten in Tilburg. Heerkens bouwde en verbouwde naar schatting 4.000 woningen, boerderijen, bedrijfspanden, zorginstellingen en scholen in Tilburg en omgeving. Tot zijn bekendere werken behoren de Andreasschool (destijds de St. Paschalisschool) aan het Lourdesplein, woningen aan de Ringbaan-Oost en Veldhovenring, een kruisgebouw aan de Lage Witsiebaan, het voormalig tehuis voor dak- en thuislozen De Klinkert aan de Reitse Hoevenstraat en basisscholen in de wijken het Wandelbos en ´t Zand. Voor zichzelf ontwierp hij een markant woonhuis aan de Lourdesstraat 2a. Dit woonhuis (uit 1953) en de naastgelegen woning aan de Ringbaan-Oost 451-451a (uit 1951) zijn recentelijk als gemeentelijk monument aangewezen. Noud Heerkens overleed in 2009 op 94-jarige leeftijd, na een werkzaam leven van zeventig jaar. Bij zijn dood besloeg zijn archief meer dan 120 meter aan documenten, bouwtekeningen, verslagen, boekjes, mappen en plannen.
Om een goed oordeel te krijgen over de waarde van het archief, werden deskundigen uit verschillende disciplines geraadpleegd. Een kunsthistoricus, een oud-archivaris, een architect en mensen uit de beeldende en monumentale kunst bogen zich over het archief. Zij constateerden dat het archief de maatschappelijke ontwikkelingen van de twintigste eeuw nauwgezet weerspiegelt, zoals de crisis, wederopbouw en toegenomen welvaart. Maar ook specifieke ontwikkelingen zoals die binnen de stedenbouw, de ruimtelijke ordening en innovaties in de bouwpraktijk zijn goed zichtbaar in het archief. Zij kwamen tot de conclusie dat de cultuurhistorische waarde ervan groot is. Een selectie uit het archief werd overgedragen aan het Regionaal Archief Tilburg. 2.1.3.3 Heerkenshuis Heerkenshuis werd in 1976-1977 gebouwd. Het gebouw werd ontworpen in 1975-1976. De oplevering van het pand vond plaats in 1977. Het gebouw bestond uit een centrale expositieruimte, waaromheen vijf kleine kantoren waren gesitueerd, alsmede een zitje en een blok met toiletten, garderobe en een keuken. Een trap leidde vanuit de expositieruimte naar een kleine verdieping met een tweede zitje annex documentatieruimte en een ruimte voor de cv-installatie. Het gebouw kenmerkte zich door het gebruik van afgeronde hoeken en variatie in bouwhoogten. Navolgende figuur geeft een foto van het pand direct na de bouw, in 1977.
Figuur 7 : Heerkenshuis net na de bouw 1977 2.1.3.4 Inpandige waarden
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
7
In de documentatieruimte op de verdieping van het expositiegebouw werd een kunstwerk geplaatst naar ontwerp van Theo van Amstel. Het kunstwerk bestaat uit een mozaïek van diverse soorten baksteen. Theo van Amstel was tekenaar, beeldhouwer, schilder en vormgever. Hij genoot zijn opleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en aan de RK. Academie voor Beeldende en Bouwende Kunsten in Tilburg. Theo Van Amstel was vooral beroemd vanwege zijn mozaïeken in baksteen. Zijn werk hangt in tal van overheidsgebouwen door heel Nederland, zoals stadhuizen, scholen, postkantoren en gerechtsgebouwen. Zijn werk werd geplaatst op diverse locaties in Son en Breugel, zoals de steenfabriek (uit 1958), basisschool De Springplank (uit 1959), zijn eigen woonhuis (uit 1962), de voormalige Boerenleenbank (uit 1962), het gemeentehuis (uit 1963) en het voormalig politiebureau (uit 1966). Ook is zijn werk geplaatst in de (stations)postkantoren van Eindhoven (uit 1961, verloren gegaan), Uden en Meppel (uit 1971), het voormalige arbeidsbureau in Eindhoven en naar verluidt ook in het Gemeentehuis in Tilburg. Navolgende geven foto's van de kunstwerken van Theo van Amstel, aanwezig in Heerkenshuis.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
8
Figuur 8: kunstwerk mozaïekwerken van Theo van Amstel, aanwezig in Heerkenshuis 2.1.4 Uitzichtpunt Binnen het plangebied is het voormalig fabrieksgebouw gesloopt. Een restant is blijven staan. Dit restant wordt getransformeerd tot uitzichtpunt. Navolgende figuur geeft foto's van dit tot uitzichtpunt te verbouwen gebouw in de huidige situatie weer.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
9
Figuur 9: Uitzichtpunt op het voormalig fabrieksterrein in de huidige situatie
2.2 Beoogde situatie plangebied 2.2.1 Inleiding Het plangebied aan Van Ginnekenweg 12 (ook wel genoemd 'Heerkenshuis') blijft behouden ten behoeve van voortzetting van het huidig gebruik zijnde kantoorruimte voor een natuurbeherende organisatie. Dit gebruik past in de omgeving en draagt bij aan een duurzaam behoud van het gebouw en aan de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve functie van het gebied. Heerkenshuis kent thans de enkelbestemming 'Natuur' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Attentiegebied NNB'. Beoogd wordt ten behoeve van het voortgezette gebruik een maatschappelijke bestemming toe te kennen aan Heerkenshuis. Het gebruik wordt naar aard en omvang niet vergroot. 2.2.2 Invulling van het plangebied Binnen het plangebied wordt Heerkenshuis gebruikt als kantoorruimten met gezamenlijke ruimte. Dit gebruik beperkt zich zoveel mogelijk tot de uren tussen zonsopkomst en -ondergang. Waarbij een uitzondering gemaakt wordt voor vrijwilligersorganisaties op het gebied van natuur, milieu en landschap, zoals nu bijvoorbeeld de huidige gebruikers Vogelwerkgroep Midden-Brabant en Ecologische Kring die wel na zonsondergang doch uiterlijk tot 24.00u het gebouw mogen gebruiken.
Anders dan een koffie automaat, worden in en om het pand anders dan voor eigen gebruik van de huurders geen horecavoorzieningen aangebracht (zoals een bar, drankenopslag, binnen- of buitenterras en keuken). Wel is de bedoeling dat het pand naast kantoorruimte, ook een meer maatschappelijke functie krijgt. Met enige regelmaat zullen de gevestigde natuurbeherende organisaties publieksactiviteiten organiseren. Deze publieksactiviteiten zullen kleinschalig van aard zijn en de natuur en de rust respecteren. Tevens wordt er door Brabants Landschap actief op toegezien dat geen overlast voor de omwonenden plaatsvindt; door bijvoorbeeld versterkte muziek en spraak, achterlating van zwerfvuil, wildparkeren van voertuigen of gevaarlijke situaties door gemotoriseerd verkeer. Grootschalige activiteiten (zoals bijvoorbeeld de in 2019 georganiseerde 'Week van het Landschap') zullen niet, dan wel slechts op incidentele basis plaatsvinden. In dat geval worden de
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
10
omwonenden op voorhand en persoonlijk geïnformeerd en, wordt zo nodig, een separate evenementenvergunning aangevraagd. Hiermee wordt het pand duurzaam herbenut voor een functie die past en conform het huidige gebruik. Cultuurhistorische waarden worden beschermd en behouden. 2.2.3 Cultuurhistorische waardenstelling Bestemming van het pand binnen het plangebied vindt plaats ter behoud van cultuurhistorische waarden van het Heerkenshuis. Deze waarden zijn vastgelegd in de cultuurhistorische waardestelling van bureau De Onderste Steen. Dit rapport d.d. 2 april 2019 behoort als bijlage bij deze toelichting. De cultuurhistorische waarden van het pand zijn omschreven in paragraaf van deze toelichting. 2.2.4 Inpassing in de omgeving Het plangebied maakt onderdeel uit van het voormalig fabrieksterrein van de steenfabriek. Rondom het terrein zijn de voormalige leemputten gelegen. De voormalige leemputten hebben zich ontwikkeld tot een afwisselend landschap met plassen, natte graslanden, struwelen, houtwallen, dijkjes en dijken met lanen. De dijken en dijkjes, vaak met beplanting rond de plassen herinnert eraan dat het gebied niet natuurlijk is ontstaan, maar is afgegraven. Het gebied kent een rijke vegetatie en is een aantrekkelijk leefgebied voor vogels, kleine zoogdieren en amfibieën waaronder de boomkikker en kamsalamander.
Brabants Landschap is eigenaar van het plangebied en het voormalig fabrieksterrein waarin het plangebied gelegen is. Voor dit voormalig fabrieksterrein is reeds een plan voor landschappelijke inpassing en realisatie en instandhouding van natuur opgesteld en gerealiseerd. Het plangebied is hierin gelegen en opgenomen. Navolgende figuur geeft een beeld van inpassing van het fabrieksterrein en hierbinnen het plangebied.
Figuur 10: Inpassing en natuurontwikkeling van het voormalig fabrieksterrein en daarbinnen Heerkenshuis gelegen De natuurlijke en landschappelijk invulling van het voormalig fabrieksterrein wijzigt niet met deze herbestemming en inpassing van het gebouw blijft met deze herbestemming ongewijzigd. 2.2.5 Uitzichtpunt Binnen het plangebied wordt een uitzichtpunt gerealiseerd. Het ontwerp is opgesteld op basis van de navolgende uitgangspunten: Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
11
<0000> realisatie van een overzichtsperspectief op behouden fabrieksplint met nieuw landschapsplan; <0000> eenvoudig en maakbaar ontwerp; <0000> duurzaam / onderhoudsarm ontwerp; <0000> diervriendelijk ontwerp (kerkuil, vleermuizen); <0000> hufterproof ontwerp; niet uitnodigend voor rotzooischoppers en vandalen; <0000> mee ontworpen informatievoorziening(en); <0000> verwantschap met poortontwerp is wenselijk. Navolgende tekeningen geven een beeld van het uitzichtpunt in de huidige en de beoogde situatie.
Figuur 11: Zuidwestgevel (voorzijde) in de huidige en beoogde situatie
Figuur 12: Zuidoostgevel in de huidige en beoogde situatie
Figuur 13: Noordoostgevel in de huidige en beoogde situatie
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
12
Figuur 14 : Noordwestgevel in de huidige en beoogde situatie Het ontwerp van het uitzichtpunt op schaal is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 2.2.6 Ontsluiting en parkeren 2.2.6.1 Ontsluiting Heerkenshuis is ontsloten via de Van Ginnekenweg. Deze weg betreft een wandel- en fietsontsluiting. De weg wordt voor wat betreft autoverkeer slechts gebruikt om het Heerkenshuis te bereiken. Bij Heerkenshuis wordt de bestaande parkeerplaats bestemd voor parkeren bij het pand. 2.2.6.2 Parkeren In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en is de berekeningsmethode vastgelegd. Het plangebied is gelegen in zone D. Het plangebied wordt positief bestemd als kantoorruimte. Navolgende tabel geeft een uitsnede van de tabel met parkeernormen voor werken.
Tabel 1: Tabel met parkeernormen voor kantoren De omvang van het pand heeft een vloeroppervlak van circa 590 m². Hiervan wordt een omvang van circa 205 m² gebruikt als kantoor. De overige m² betreft gemeenschappelijke ruimten ten behoeve van deze kantoren. Navolgende tabel geeft een beeld van omvang van parkeerbehoefte binnen het plangebied. Functie Parkeernorm per 100 m² bvo Kantoren 2,3 Gemeenschappelijke ruimte bij kantoren 0,8 Totale parkeerbehoefte Tabel 2: Parkeerbehoefte binnen het plangebied
Aantal parkeerplaatsen 5 3 8 parkeerplaatsen
Binnen het plangebied is een parkeerterrein met een omvang van 265 m² aanwezig. Hierbinnen is ruimte voor het parkeren van 10 auto's. 2.2.7 Beoogde planologische situatie Bij bestemming van de kantoren binnen het plangebied in de regels van dit bestemmingsplan verankerd dat de cultuurhistorische waarden van Heerkenshuis behouden blijven. Het plangebied wordt bestemd als Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
13
'Maatschappelijk' met een specifieke functieomschrijving in de regels. Daarnaast zijn het bijbehorende parkeerterrein en het uitzichtpunt binnen het plangebied opgenomen en aangeduid met de aanduiding 'parkeerterrein' dan wel 'specifieke vorm van natuur – uitzichtpunt'.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
14
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.
3.2 Rijk 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: <0000> Klimaat & Energie: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; <0000> Duurzame economie: duurzaam economisch groeipotentieel; <0000> Stad & Regio: sterke en gezonde steden en regio's; <0000> Landelijk gebied: toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond).
Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Dit bestemmingsplan heeft door omvang en aard van de ontwikkeling geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. Met deze ontwikkeling blijft een cultuurhistorisch waardevol pand voor de toekomst behouden en kan het bestaande gebruik worden voortgezet. Dit draagt uiteraard op micro niveau wel bij aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig landelijk gebied. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen (denk hierbij aan onderwerpen als Mainportontwikkeling Rotterdam, de grote rivieren, het kustfundament en de Waddenzee en het Waddengebied). Het Barro is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Het Barro is in 2012 uitgebreid met de onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. In het Barro staat aan welke regels (Rijksbelangen) de gemeenten en provincies zich moeten houden, bijvoorbeeld bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Deze regeling bevat onder andere een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart en een aanwijzing van reserveringsstroken ten behoeve van uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Er zijn geen kaders uit het Barro die een directe invloed hebben op de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
15
Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren met behulp van drie opeenvolgende stappen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Herbestemmen, waarbij vastgoed door functiewijziging een nieuw leven krijgt, kan een alternatief bieden voor leegstand en sloop. Denk aan het herbestemmen van kantoren, winkels en scholen naar de functie wonen. Ook voor gebouwen met monumentale waarde kan herbestemming uitkomst bieden. Het huidige gebruik positief bestemmen van vastgoed is in beginsel 'laddervrij', omdat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Er is geen sprake van een gewijzigde aard en omvang van het gebruik. Er is eveneens geen sprake van uitbreiding van de bebouwing of het intern realiseren van meer oppervlakte. Juist het behoud van het huidige karakteristieke gebouw en het kunnen voortzetten van het bestaande gebruik is het doel van deze bestemming.
3.3 Provincie 3.3.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: 'Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit'. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een omgevingsverordening en programma's. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling speelt het de volgende aandachtspunten een rol. De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden en wordt een bestaande locatie herbenut. 3.3.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3.2.1 Inleiding In navolging van de Brabantse Omgevingsvisie is op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In deze interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al waar mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening Noord-Brabant is relatief beleidsarm ten opzichte van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de nieuwe Brabantse Omgevingsvisie zijn meegenomen. De Interim omgevingsverordening Noord Brabant is een planologische verordening waarin eisen gesteld Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
16
worden aan op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het hoofddoel van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het beleidsneutraal samenvoegen van de bestaande verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op de aanduidingen van het plangebied in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en wordt de beoogde bestemming van Heerkenshuis getoetst aan de regels van deze Interim omgevingsverordening. 3.3.2.2 Relatie met de structuurvisie De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan, komen uit de Brabantse Omgevingsvisie. Daarin staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. 3.3.2.3 Aanduiding plangebied op kaarten Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid met 'Beperkingen veehouderij' en 'Stalderingsgebied'. Deze bestemming ziet niet toe op ontwikkelingen in de veehouderij. De regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant betreffende de aanduidingen 'Beperkingen veehouderij' en 'Stalderingsgebied' hebben dan ook geen invloed op de beoogde bestemming.
Daarnaast is het plangebied aangeduid als gelegen binnen het 'Natuur Netwerk Brabant' en 'Attentiezone waterhuishouding'. Navolgende figuur geeft een beeld van de aanduiding van het plangebied op de kaart met instructieregels voor natuur en stiltegebieden.
Figuur : Uitsnede kaart met instructieregels voor natuur en stiltegebieden uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant waarop het plangebied met een zwarte belijning is aangeduid In navolgende paragrafen wordt de herbestemming getoetst aan de regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3.2.4 Regels voor eerbiedigende werking bestaande planologische mogelijkheden In artikel 9.8 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn regels opgenomen waarin de eerbiedigende werking van bestaande planologische mogelijkheden is verankerd. In dit artikel is nadrukkelijk bepaald dat bestaand, rechtmatig planologische gebruik wordt gerespecteerd en kan worden voortgezet. Ook Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
17
niet benutte planologische mogelijkheden worden met deze bepaling gerespecteerd. Hierna is artikel 9.8 opgenomen. Artikel 9.8 eerbiedigende werking bestaande planologische mogelijkheden Lid 1 Bestaande planologische mogelijkheden, waaronder het feitelijk gebruik van gronden en opstallen die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig worden uitgeoefend, worden gerespecteerd en kunnen worden voorgezet. Lid 2 Onder bestaande planologische mogelijkheid, zoals een bestaand bouwperceel, bestaande bebouwing, een bestaande gebruiksactiviteit of een bestaande omvang, wordt verstaan: 1. datgene wat het geldende bestemmingsplan zonder toepassing van een wijzigingsbevoegdheid uit artikel 3.6, eerste lid, onder a, Wet ruimtelijke ordening toestaat, met inbegrip van datgene wat nadien wordt toegestaan op grond van een: 1. uitwerking van het geldend bestemmingsplan, als dat niet ouder is dan tien jaar, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b, Wet ruimtelijke ordening, of 2. besluit van de gemeente als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter; 3. datgene waarvan handhaving wegens strijdigheid met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. Een bestaande planologische mogelijkheid is datgene wat op grond van het vigerende bestemmingsplan 'bestaand' is.
Op grond van vaste jurisprudentie betekent 'bestaand' datgene wat rechtstreeks op grond van het bestemmingsplan is toegelaten zonder toepassing van flexibiliteitsbepalingen. Het is evident dat sprake is van een bestaand gebouw. Er zijn bouwvergunningen verleend. Ongeacht de vigerende bestemming is handhaving wegens strijdigheid met de bestemming niet mogelijk. Heerkenshuis is door de vorige eigenaar in gebruik genomen als kantoor met bijbehorende parkeerruimte. Dit gebruik op peildatum eind maart 2013 valt onder het overgangsrecht. Na het vertrek van deze vorige eigenaar heeft Brabants Landschap Heerkenshuis eind 2017 als kantoor met parkeerruimte in gebruik genomen. Er is sprake van een onafgebroken voortgezet gebruik dat naar aard en omvang niet is vergroot. Ook de bestaande bebouwing Heerkenshuis valt onder het overgangsrecht. Dit bestemmingsplan leidt niet tot nieuwvestiging. Dit is ook overlegd met de provincie Noord-Brabant bij voorbespreking van het plan. 3.3.2.5 Regels voor nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant Het plangebied is aangeduid als gelegen in het Natuur Netwerk Brabant. Beoogd wordt om ter plaatse van de overblijvende bestaande bebouwing op het fabrieksterrein (het trafohuisje) een uitzichtpunt te realiseren. Dit is mogelijk op grond van artikel 3.18 lid 1 uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Dit artikellid is hierna volledigheidshalve opgenomen. Artikel 3.18 nieuwe ontwikkeling in het natuur netwerk brabant Lid 1 Een bestemmingsplan kan bepalen dat het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik daarvan zijn toegestaan, als dit geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. In de toelichting op dit artikel is het volgende opgenomen: Het betreft een mogelijkheid voor het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurbestemming of het recreatieve medegebruik daarvan. In de praktijk bestaat hieraan behoefte. De verplichting tot vestiging op een bestaand bouwperceel, die in het algemeen geldt, stuit hier op onnodige bezwaren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het oprichten van een brandtoren in een natuurgebied of een picknickbankje in een bosgebied. Voorwaarde voor het toelaten is dat er geen aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB optreedt. Realisatie van het uitzichtpunt op deze bestaande bebouwing past binnen de regels van artikel 3.18 lid 1. Er is geen sprake van aantasting van het areaal Natuur Netwerk Brabant dat in samenhang met deze ontwikkeling plaatsvindt is kleinschalig.
Het plangebied is in eigendom van stichting Brabants Landschap en maakt onderdeel uit van realisatie van natuurontwikkeling. Het behoud van Heerkenshuis is in deze inrichting meegenomen. Het terrein De Leemkuilen en het gebied is geheel landschappelijk en natuurlijk ingepast. Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
18
3.3.2.6 Artikel 3.26 Attentiegebied waterhuishouding Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding 'Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant', hiertoe zijn navolgende regels opgenomen: Attentiezone waterhuishouding Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: 1. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; 2. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; 3. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; 4. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. De bestemming van het plangebied heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. De bestaande parkeervoorziening bestaande uit een open klinkerverharding wordt positief bestemd.
3.3.2.7 Zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap In artikel 3.90 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een zorgplicht voor gemeenten opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit bij de voorbereiding en verankering van een ruimtelijke ontwikkeling. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet duidelijk zijn hoe omgegaan wordt met het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de naaste omgeving. Een bijzonder aspect hierbij is het principe van zuinig ruimtegebruik. Tevens is bepaalt dat een ruimtelijke ontwikkeling dient te leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Deze kwaliteitsverbetering dient te passen binnen de hoofdlijnen van de door de gemeente voorgenomen ontwikkeling van het gebied. De 'Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap, De rood-met-groen koppeling' van de provincie Noord-Brabant biedt informatie om invulling te geven aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap. In de handreiking wordt een basisinspanning van 20% van de waardevermeerdering van de grond redelijk geacht. Er zijn drie categorieën geformuleerd. Dit betreft de navolgende categorieën: <0000> Categorie 1: voor ontwikkelingen die geen of een verwaarloosbare impact hebben ten opzichte van het huidige gebruik geldt geen landschappelijke tegenprestatie.
<0000> Categorie 2: voor ontwikkelingen die een beperkte impact hebben ten opzichte van het huidige gebruik op de omgeving is een landschappelijke inpassing vereist. <0000> Categorie 3: voor ontwikkelingen met een aanzienlijke impact ten opzichte van het huidige gebruik is een landschappelijke investering vereist. Het gaat hier om minimaal 20% van de meerwaarde van de gronden (en niet de gebouwen). Positieve bestemming van het plangebied betreft een ontwikkeling die een beperkte impact op de omgeving heeft. Er is reeds sprake van een bestaand pand dat hergebruikt wordt conform het bestaande toegestane voortgezette gebruik. Er is sprake van een categorie 2 ontwikkeling. Hiermee dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing. Bestemming van Heerkenshuis geschiedt ter behoud van dit pand en voortgezet gebruik door een natuurbeherende organisatie en gebeurt in samenhang met herinrichting van het voormalig fabrieksterrein naar natuur. De inpassing van Heerkenshuis is ook in deze inrichting meegenomen. Met deze investeringen wordt ook ruimschoots voldaan aan de regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap.
3.4 Gemeente 3.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
19
3.4.1.1 Inleiding Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen landschap en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: 1. de Brabantstrategie 2. de Regiostrategie 3. de Stadsstrategie. 3.4.1.2 Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de landschappelijke omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: 1.
Binnenstad van de 21e eeuw 2. Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing 3. Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven 4. Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: 1. Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven 2. Stadsregionaal park Stadsbos013 3. Stadsregionaal park Noord. Het plangebied ligt binnen Landschapspark Pauwels. 3.4.1.3 De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
20
<0000> <0000>
Zorgcluster Leijpark Duurzaam energielandschap Noord
De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. 3.4.1.4 De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken 3.4.1.5 Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein.
Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. 3.4.1.6 Herontwikkeling van het plangebied in relatie tot de Omgevingsvisie In de structuurvisie wordt de vorming van een robuust ecologisch en recreatief netwerk omarmd. Om de natuur te versterken wordt ingezet op natuurcompensatie, natuuraanleg, beekherstel en aanleg van recreatieve voorzieningen. De gemeente werkt hierbij samen met andere partners, zoals ondernemingen en natuurbeschermingsorganisaties. Het slopen van de voormalige steenfabriek in Udenhout en deze omzetten naar natuur wordt als concreet project benoemd met Brabants Landschap als trekker. De gemeente Tilburg participeert hierin. Het plangebied is gelegen in het Groene Woud. In de Omgevingsvisie is het volgende opgenomen: “In het hart van de Brabantse metropool ligt Nationaal Landschap Het Groene Woud, een groot, fraai Central Park dat belangrijk is voor het vestigingsklimaat en de leefbaarheid van BrabantStad.
Om de verbinding met de landschappen in het buitengebied te versterken investeert Tilburg in drie stadsregionale parken aan de rand van de stad. Ze maken Tilburg aantrekkelijker om te wonen en te werken. In de stadsregionale parken stimuleren we ondernemerschap en recreatief medegebruik.” Dit wordt als volgt nader omschreven in de Omgevingsvisie: "De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. De biodiversiteit is beschermd; niet door het beschermen van individuen, maar door het beschermen van soorten. Bij natuurontwikkeling is er ook meer ruimte voor menging met andere functies: dit komt de aantrekkelijkheid van de stad ten goede. Natuur is geen reservaat, maar is open voor medegebruik en toegankelijk voor de inwoners van onze stad." Door bestemming van het cultuurhistorisch waardevol pand Heerkenshuis wordt ondernemerschap, passend bij de natuurfunctie, gestimuleerd.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
21
3.4.2 Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het vervolg van de Structuurvisie Water en Riolering Tilburg (SWR). Daarin geeft Tilburg haar beleidsmatige invulling aan de gemeentelijke zorgtaken voor afval-, hemel-, en grondwater. Deze zorgplichten zijn gewijzigd per 1 januari 2008, waardoor gemeentelijke taken zijn uitgebreid. Daarnaast heeft Tilburg er expliciet voor gekozen overige waterdossiers te actualiseren en eveneens op te nemen in het vGRP. 3.4.3 Welstandsnota Tilburg 2017 Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Doel van de welstand - en monumententoets is het behartigen van het publieke belang door en voor de gemeente Tilburg. Het is van belang dat initiatieven een toegevoegde waarde leveren aan de stad en de kwaliteit daarvan.
In een snel veranderende wereld is het zorgvuldig omgaan met het bestaande, met oog op herkenbaarheid, identiteit en menselijke maat een terugkerend thema. Ook de verschuiving van nieuwbouw naar meer en meer aandacht voor transformatie en renovatie speelt daarin een rol. Het plangebied is gelegen in welstandgebied 2 waarmee de bestaande situatie nu normstellend is. Is er sprake van een nog gaaf architectonisch/stedenbouwkundig totaalbeeld, dan is het doel die kwaliteit minimaal te behouden. Is er sprake van een minder gaaf totaalbeeld, waarin al een diversiteit aan ingrepen heeft plaatsgevonden, dan is meer vrijheid toegestaan. Er wordt, in tegenstelling tot in het niveau 1 gebied, hier niet ingezet op een kwaliteitsimpuls maar op beheer en behoud. Wethouder M. heeft Jacobs tijdens de startbijeenkomst inzake Van Gogh Nationaal Park i.o. op 10-10-2019 het Heerkenshuis de status van eerste gemeentelijk monument van na 1965 toegekend.
3.5 Regio 3.5.1 Concept masterplan Van Gogh Nationaal park Brabant Het Masterplan Van Gogh Nationaal park Brabant is een wenkend perspectief én een uitnodiging aan alle Brabanders om samen (verder) te werken aan het Brabantse landschap van de toekomst, tot in het hart van de dorpen en steden. Nederland werkt aan een nieuw en ambitieus programma voor Nationale Parken. De nieuwe Nationale Parken zijn robuuster, sterker en van internationale allure. De focus is breder. De versterking van natuur en landschap blijf topprioriteit. Maar in de nieuwe parken spelen beleefbaarheid, de versterking van de economie en betrokkenheid van inwoners, vrijwilligers en ondernemers een prominente rol. In het Van Gogh Nationaal Park vallen de innovatieve metropolitane kenniseconomie van Brainport en BrabantStad samen met prachtige natuurgebieden, het kleinschalige Brabantse landschap én de tastbare erfenis van Van Gogh. Het Van Gogh Nationaal Park is mensenwerk, een beweging: een gebied waar overheden, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties, ondernemers en bewoners samen werken aan het landschap van de toekomst. Die combinatie maakt het gebied uniek. Het Van Gogh Nationaal Park vertelt een internationaal onderscheidend verhaal. Het Van Gogh Nationaal Park <0000> versterkt een gezonde en aantrekkelijke woon- en werkomgeving voor bewoners. <0000> versterkt natuur en landschap.
<0000> versterkt het internationale vestigingsklimaat. <0000> biedt perspectief voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw <0000> versterkt hoogwaardig duurzaam toerisme. <0000> creëert nieuwe perspectieven voor cultureel erfgoed. De integrale aanpak in Van Gogh Nationaal Park draagt bij aan behoud, ontwikkeling en ontsluiting van cultuurhistorisch erfgoed, zoals dat van Van Gogh. Het zorgt voor de ontsluiting van het verhaal van Van Gogh Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
22
en dat van ander erfgoed. Binnen het plangebied wordt cultuurhistorisch waardevol erfgoed bestemd en beschermd. De bestemming van het uitzichtpunt draagt bij aan beleving van de natuurwaarden in de directe omgeving.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
23
Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Het plangebied betreft een locatie in het buitengebied van de gemeente Tilburg. De bebouwing is solitair gelegen. Er volgen geen voorwaarden voor welstand uit het welstandsbeleid van de gemeente Tilburg.
In dit bestemmingsplan zijn de cultuurhistorische waarden van het pand beschermd en verankerd.
4.3 Archeolgie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.3.1 Ontstaan van het dorp Udenhout Udenhout is gelegen in een dekzandlandschap ter plaatse van een slenk. In de oude dekzanden, die werden afgezet in deze slenk, ontstonden door verspoelingen ingesloten leemlagen. Deze zandige leem komt bij Udenhout aan de oppervlakte. Ten noorden van Udenhout ontstond door ontbossing en intensieve beweiding een groot stuifzandcomplex, de Loonse en Drunense Duinen. Tussen dorp en duinen ontwikkelde zich, als gevolg van de slechte afwatering ter plaatse door de aanwezigheid van de leemlagen, een uitgestrekt broeklandschap (onder andere de Brand). Dit nog steeds bestaande broeklandschap sloot aan op de ontginningen die vanuit de nederzetting Udenhout plaatsvonden. Aanvankelijk bestond Udenhout uit niet veel meer dan een van west naar oost lopende straat, de 'Cruysstraat', gelegen ten westen van het gehucht Winkel. De straat vormde een verbinding tussen de noord-zuid gerichte wegen van Oisterwijk naar Heusden en van Oisterwijk naar Waalwijk. Langs deze straat vormde zich door clustering van boerderijen geleidelijk aan een uitgestrekte nederzetting. Ondanks de aansluiting op het verharde wegennet omstreeks 1850 en de aanleg van de spoorlijn Tilburg-'s-Hertogenbosch in 1881 breidde het dorp zich maar geleidelijk uit.
4.3.2 Ontstaan van de steenfabriek Het plangebied is gelegen op het terrein van de voormalige steenfabriek. De aanwezige leemlagen in de bodem leverden de grondstof voor enkele steenfabrieken. In 1849 werd door de gebroeders Verhoeven een steenbakkerij opgericht, die onder andere stenen leverde voor het nieuwe raadhuis (A. van Veggel, 1849). In de tweede helft van de negentiende eeuw volgden nog meer steenfabrieken, waaronder de machinale steenfabriek van de firma De Rooij en Weijers, opgericht in 1890. Zij hadden gronden aangekocht van de oude Perwijshoeve 'bij de molen', ten oosten van de spoorlijn, strekkende van de Kreitenmolenstraat tot aan de Heusdensebaan. Door onenigheid over de te volgen koers, stapte Bartje de Rooij in 1897 uit het bedrijf en begon een nieuwe steenfabriek aan de Haarensebaan (steenfabriek Sint Joseph). De 'oude' steenfabriek ging verder als Steenfabriek Weijers. Navolgende figuur geeft een beeld van deze steenfabriek in circa 1900.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
24
Figuur 16: Foto van de steenfabriek circa 1900 In 1918 stopte Weijers met het bedrijf en werd de fabriek overgenomen door een groep industriëlen onder leiding van de Bredase ondernemersfamilie Stulemeijer. Men maakte er een N.V. van met een notering aan de Amsterdamse effectenbeurs en er kwam geld vrij voor nieuwe investeringen. In 1929 werd steenfabriek Sint Joseph aangekocht en maakte men van beide fabrieken één groot bedrijf, met vijf ovens en met kilometers lange rijen drooghutten. Steenfabriek Udenhout ontwikkelde zich tot een van de grootste steenfabrieken van Nederland. In 1965 produceerde de fabriek 110.000 stenen per werkdag, ofwel 28 miljoen stenen per jaar. In die tijd werd gemiddeld één op de vijftig huizen in Nederland gebouwd met stenen uit Udenhout. Navolgende figuur geeft een kaart met de steenfabriek en het fabrieksterrein in circa 1960.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
25
Figuur 17: Uitsnede historische atlas (1960), waarop de steenfabriek, de steenbakkerij en de ontgraven leemkuilen zichtbaar zijn Eind jaren zestig ontstond er overproductie in de baksteenindustrie en kwamen er noodzakelijkerwijs saneringen. De eerste twee grote saneringsgolven kon Steenfabriek Udenhout weerstaan, maar de derde niet. In 1973 kwam de fabriek door een vijandelijke overname van aandelen in vreemde handen. Na een reeks overnames en fusies sloot de fabriek in 1992 haar deuren. Exploitatie van de steenfabriek heeft grote invloed gehad op het veranderende landschap. In navolgende figuur is het ontstaan van de Leemputten in beeld gebracht.
Figuur 18: Beeld van het ontstaan van de Leemputten rondom het fabrieksterrein van de steenfabriek In 2007 kwam het complex in handen van stichting Brabants Landschap, die de fabriek in 2017 liet afbreken. Navolgende luchtfoto geeft het fabrieksterrein en de bijbehorende gronden weer voor sloop van de bebouwing.
Buitengebied De Groene Zoom 2012, 7e herziening (van Ginnekenweg 12)
26
Figuur 19: Luchtfoto van het voormalig fabrieksterrein, waarop Heerkenshuis gelegen is (aangeduid met een ster) en de omliggende gronden Om de historie van het gebied herkenbaar te houden werden de 'contouren' van de voormalige fabriek behouden en in het landschap zichtbaar gemaakt en werden een stuk smalspoor, een transformatorgebouw en Heerkenshuis behouden. 4.3.3 Archeologie 4.3.3.1 Wetgeving In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed.