03 Ontwerpbestemmingsplan incl_ verbeelding
Tekst van het document
Op grond van het bepaalde in artikel 110a Wet geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders bevoegd hogere waarden vast te stellen. Toetsing Door Peutz is een akoestisch onderzoek. Voor de uitgangspunten en rekenresultaten wordt verwezen naar het “Akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting ten gevolge van rail- en wegverkeer Woontoren Hazelaarstraat Tilburg” d.d. 21 maart 2022 met rapportnummer O 16549-2-RA-004. Wegverkeer Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat: de voorkeurgrenswaarde van 48 dB voor de Hart van Brabantlaan en de Professor Cobbenhagenlaan wordt gerespecteerd;
Hypotheken 4
2
de voorkeurgrenswaarde van 48 dB voor de Ringbaan West op een groot deel van het plan wordt overschreden; de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor een binnenstedelijke situatie op een klein deel van het plan wordt overschreden.
Om de appartemeten akoestisch mogelijk te maken is het noodzakelijk om een hogere grenswaarde vast te stellen voor de Ringbaan West van maximaal 63 dB. Daar waar de maximale geluidbelasting meer bedraagt dan 63 dB worden gebouwgebonden maatregelen getroffen waarmee de geluidbelasting voor de Ringbaan West op de gevel van de appartementen wordt teruggebracht tot maximaal 63 dB. Indien gebouwgebonden maatregelen niet mogelijk zijn mogen dove gevels ter plaatse van de overschrijding van de maximale ontheffingswaarde van 63 dB worden toegepast. Spoorverkeer Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat: de voorkeurgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden; de maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. Om de appartemeten akoestisch mogelijk te maken is het noodzakelijk om een hogere grenswaarden vast te stellen voor railverkeerslawaai van maximaal 64 dB. Maatregelen Ringbaan West Bronmaatregelen Maatregelen aan de bron zoals het beperken van de verkeersintensiteit en het verlagen van de rijsnelheid ontmoeten overwegende bezwaren van verkeerskundige aard. Bronmaatregelen in de vorm van stille wegdekken is hier ook niet mogelijk omdat dergelijke wegdekken veel onderhoud vergen, met name bij optrekkend en remmend verkeer bij met verkeerslichten geregelde kruispunten en rotondes.
Overdrachtsmaatregelen Om de geluidbelasting te reduceren kunnen geluidschermen worden toegepast. Toepassing van geluidschermen in een binnenstedelijke omgeving is vanuit stedenbouwkundige argumenten niet gewenst. Spoorlijn Tilburg-Breda Bronmaatregelen Bronmaatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot aan de voorkeurgrenswaarde van 55 dB zoals het beperken van de verkeersintensiteit en/of het verlagen van de rijsnelheid is vervoerskundig niet gewenst/mogelijk omdat de gemeente niet de bronbeheerder is. Het toepassen van raildempers (effect circa 2 tot 3 dB) wordt als niet doelmatig gezien omdat er dan nog steeds sprake is van een (forse) overschrijding van de voorkeurgrenswaarde. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van een geluidscherm langs het spoor is slechts beperkt effectief. Daarnaast is er reeds deels een aarden wal aanwezig langs het spoor. Deze kan worden doorgetrokken of er kan een scherm worden geplaatst tot en voorbij de Ringbaan West. Daar waar de hoogste reductie wordt behaald door de aarden wal door te trekken of een geluidscherm langs het spoor te plaatsen wordt de geluidbelasting bijna volledig bepaald door het wegverkeerslawaai. De behaalde geluidreductie zal op deze gevels niet merkbaar zijn.
Op de gevels waar de geluidbelasting voornamelijk wordt bepaald door het railverkeerslawaai is de reductie beperkt en voornamelijk aanwezig op de onderste woonlagen. Om een verdergaande reductie van het railverkeerslawaai te realiseren zou het scherm een hoogte van minimaal 4 meter dienen te krijgen en moet deze minimaal 50 meter lang zijn. Een dergelijk scherm vergt een zeer forse investering. Kosten en baten meegewogen is een geluidscherm (of een verlengde aarden wal) langs het spoor niet doelmatig.
Hypotheken 4
3 Cumulatie Er is sprake van cumulatie vanwege weg- en railverkeerslawaai. De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 69 dB zonder toepassing van de wettelijke aftrek voor wegverkeerslawaai volgens artikel 110g van de Wgh. Deze geluidbelasting wordt acceptabel geacht omdat aan de appartementen zodanig maatregelen worden getroffen dat voldaan kan worden aan (de voorwaarden van) het gemeentelijk geluidbeleid. Gemeentelijk geluidbeleid Het gemeentelijk geluidbeleid is opgenomen in het document ‘Hogere waarde beleid’ van april 2015. Uitgangspunt van het gemeentelijk geluidbeleid is dat op geluid belaste locaties sprake moet zijn van een "acceptabel woon- en leefklimaat". In het geluidbeleid is aangegeven wanneer het zinvol is om aanvullende eisen te stellen. Deze aanvullende eisen zijn van toepassing als de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen berekend volgens de Wet geluidhinder meer bedraagt dan 53 dB voor wegverkeerslawaai respectievelijk 60 dB voor railverkeerlawaai. Reden hiervoor is dat uit onderzoek blijkt dat pas boven deze geluidbelastingen er sprake kan zijn van substantiële hinder. Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de 53 dB resp. de 60 dB op een groot deel van het plangebied wordt overschreden.
Daarom is het noodzakelijk om aanvullende voorwaarden te stellen conform het gemeentelijk geluidbeleid om voor alle appartementen ondanks de hoge geluidbelasting een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen realiseren. Om aan de voorwaarden van het gemeentelijk geluidbeleid te kunnen voldoen worden de appartementen van het type B, C, D, E, G en H voorzien van een loggia (met een dichte balustrade in de vorm van een geluidscherm met een hoogte van 1,2 meter en een zeer absorberend plafond) waarmee het mogelijk is een geluidluwe buitenruimte met daarachter een geluidluwe gevel te realiseren. Een klein deel van de loggia’s zullen beglaasd uitgevoerd worden om te kunnen voldoen aan de eis van een geluidluwe buitenruimte en een geluidluwe gevel te kunnen voldoen. Voor beglaasde loggia’s gelden de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid waaronder permanente buitenluchtcondities. Om aan de eis van een geluidluwe buitenruimte voor de startersappartementen (type A, kleiner dan 50 m2) te kunnen voldoen wordt op het dak ter hoogte van rekenpunt I1 "buitenruimte" een gezamenlijk dakterras gerealiseerd waarbij het dakterras wordt afgeschermd met een dicht uitgevoerd geluidscherm van minimaal 1,5 meter hoog rondom.
Ook de maisonette (type F) wordt voorzien van een dakterras waarbij het dakterras rondom wordt afgeschermd met een dicht uitgevoerd geluidscherm van minimaal 1,2 meter hoog. Hiermee is het mogelijk om het dakterras, de noord- en de oostgevel op de 22e verdieping geluidluw te maken. Om te kunnen voldoen aan de eis van een geluidluwe gevel op de 23e verdieping dienen de geluidgevoelige ruimten te worden voorzien van Harbour fensters voor een van beide gevels. Hoewel de gevel op de 23e verdieping niet geheel als geluidluw is aan te merken zal de geluidbelasting bij een geopend raam niet meer dan 55 dB bedragen waardoor de bewoners toch in relatieve rust kunnen verblijven. Een verhoging van de balustrade of het toevoegen van een extra geluidscherm is onvoldoende effectief en/of wenselijk om de noorden/of oostgevel op de 23e verdieping geluidluw te maken. Voor de startersappartementen is het niet mogelijk om een geluidluwe gevel te realiseren vanwege het feit dat de startersappartementen aan twee zijden (west- en noordgevel) hoog geluidbelast is. Middels toepassing van bijvoorbeeld Harbour Fensters (dubbele raamconstructie) is het mogelijk om een geluidluw geveldeel te realiseren. Hierdoor kunnen de bewoners de woning ventileren zonder in de herrie te zitten.
Voor de bepaling van de vereiste geluidniveaureductie van het Harbour Fenster of een hieraan gelijkwaardige voorziening wordt uitgegaan van de ongewogen gecumuleerde geluidbelasting zoals gepresenteerd in Bijlage 2 van het rapport. Dit wil zeggen zonder rekening te houden met met de verschillen in dosis-effect relatie in de verschillende geluidbronnen. Voor de beoordeling van de vereiste gevelwering conform het Bouwbouwbesluit wordt tevens uitgegaan van de ongewogen gecumuleerde geluidbelasting. Hypotheken 4
4
Procedure Het ontwerpbesluit tot vaststellen van de hogere waarde(n) heeft overeenkomstig de bepalingen van art. 110c van de Wet geluidhinder en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegen gedurende de periode van … tot en met …. Belanghebbenden hebben gedurende deze termijn zienswijzen in kunnen dienen. Er zijn (wel/geen) zienswijzen kenbaar gemaakt. Besluit Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg besluiten: 1. Ten behoeve van het bestemmingsplan BP Spoorzone West 2012, 2e herziening (woontoren) een hogere waarden vast te stellen voor wegverkeerslawaai voor de Ringbaan West van 63 dB respectievelijk 64 dB voor railverkeerslawaai voor het spoortraject Tilburg-Breda. 2. Hieraan de volgende voorwaarden te verbinden: a. om de geluidbelasting t.g.v. wegverkeerslawaai voor de Ringbaan West terug te brengen tot de maximale ontheffingswaarde van 63 dB dienen aanvullende (gebouwgebonden) maatregelen getroffen te worden. Indien ter plaatse van de betreffende gevel/geveldeel geen gebouwgebonden maatregelen getroffen kunnen worden, dient de gevel/geveldeel "doof" te worden uitgevoerd. Voor de definitie van een dove gevel wordt verwezen naar artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder; b. De startersappartementen (type A) beschikken over een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte; c.
De startersappartementen (type A) worden voorzien van Harbour Fensters of een hieraan gelijkwaardige voorziening om te kunnen voldoen aan de eis van geluidluwe geveldelen; d. De maisonette (type F) beschikt over een eigen geluidluwe buitenruimte. De noord- of oostgevel van de maisonette is op de 22e én de 23e verdieping geluidluw. Hiertoe wordt een van de gevels van de maisonette op de 23e verdieping voorzien van Harbour Fensters of een hieraan gelijkwaardige voorziening; e. De appartementen van het type B, C, D, E, G en H beschikken over een eigen geluidluwe buitenruimte en een geluidluwe gevel. Ingeval het toepassen van een beglaasde afsluitbare loggia worden de in het gemeentelijk geluidbeleid d.d. april 2015 gestelde uitgangspunten in acht te worden genomen; f. Voor alle appartementen geldt dat aan de geluidluwe gevel(deel) minimaal 1 verblijfsruimte aanwezig is; g. Definitie geluidluw: gecumuleerde geluidbelasting t.g.v. weg- en railverkeerslawaai van maximaal 55 dB; h. Bij de aanvraag om vergunning ingevolge de Wabo onderdeel bouwen wordt aan de hand van een (gevelwerings)rapport aangetoond dat aan afdeling 3.1 van het Bouwbesluit en de in lid 2 van dit besluit gestelde voorwaarden wordt voldaan.
Voor de bepaling van de vereiste geluidniveaureductie van het Harbour Fenster of een hieraan gelijkwaardige voorziening alsmede voor de vereiste karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie wordt uitgegaan van de ongewogen gecumuleerde geluidbelasting zoals gepresenteerd in Bijlage 2 van het rapport. Dit wil zeggen zonder rekening te houden met met de verschillen in dosis-effect relatie in de verschillende geluidbronnen. Tilburg, xx xx 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, namens deze, teammanager Ruimtelijke Plannen, Jeroen Kosters
Hypotheken 4
5 Bijlage 1: planverbeelding
Hypotheken 4
Bijlage 3 Luchtvaartverkeerzone Luchtvaartverkeerzone
160, 67 160
155
150
145
140
135
Woontoren Spoorpark
160
155
150
145
140
135
130
NAP
NAP
80 . 6 m
125
120
115
70 11 . 0 6 m
105
100
16 , 0 16 067
155
150
145
140
135
Plangebied
Plangebiedgrens
Meters weergegeven boven N.A.P. Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
afdeling Ruimte
bijlage bij:
schaal:
1:10000
formaat:
A1
model:
Luchtvaartverkeerszone
Luchtvaartverkeerszone
Tel. nr: 14013
bestandsnaam: NL.IMRO.0855.BSP2021025-a001.dgn
Postbus 90155
datum:
5000 LH Tilburg
14 december 2021
paraaf gemeente:
paraaf initiatiefnemer:
Bijlage 4 Verlichtingsonderzoek Verlichtingsonderzoek
Bijlage 5 Boomwaardekaart Boomwaardekaart
1 0 1
9 9
4521
3 1 / 3
Haz el aar s t r aat
8413
8
8414
8416
8412
Spoorpark 8411
8410
8417
6
€
8432
Ri ngbaanWes t
1 2
7369
TANK PI T
7985 7986
Haz el aar s t r aat
5 3 9 1
7 3 7 9 2 7
€
7344
Monumentale boom 6257 7987
9 5 2 4 5
Beschermwaardige boom (Klimaatwaarde) 3 0 1 7 3 5
Har tv anBr abant l aan
7266
Plangebied 8051
Plangebiedgrens
nt poi t Wes
Spoorzone West 2012,
1 2 1 9
2e herziening (Woontoren)
5703
8087
8083 3 6 9 3 8086
8085 8084
Bok s door ner f
Beuk ens t r aat
afdeling Ruimte
bijlage bij:
schaal:
1:1500
formaat:
A2
model:
Boomwaarde
Boomwaardekaart
Tel. nr: 14013
bestandsnaam: NL.IMRO.0855.BSP2021025-a001.dgn
Postbus 90155
datum:
5000 LH Tilburg
22 februari 2022
paraaf gemeente:
paraaf initiatiefnemer:
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren) Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2021025-b001
5 juli 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied
2
1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur
2 2 2 3
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader
4
2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen 3.6 Kantoren 3.7 Verkeer en parkeren
4 6 7
10 10 10 14 16 17 18 19
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
22
4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Milieuhinder bedrijven 4.3 Externe veiligheid 4.4 Vuurwerk 4.5 Lichthinder 4.6 Geluid 4.7 Trillingen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Geur 4.10 Bodem 4.11 Natuur en ecologie
22 23 25 26 26 27 28 28 29 29 30
Hoofdstuk 5 Wateraspecten
35
5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Watertoets
35 35 37
Hoofdstuk 6 Opzet planregels
39
6.1 Inleiding 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 6.3 Bouw- en gebruiksregels
39 39 39
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
40
Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg
41
8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Omgevingsdialoog
41 41
Toelichting
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
1
Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van een woontoren met 19 startersappartementen, 61 middeldure en 20 dure (senioren)appartementen en ca. 820 m² (gbo) aan verhuurbare commerciële ruimtes. Ten oosten van deze woontoren wordt tevens een dubbeldekse parkeervoorziening beoogd. De planlocatie betreft het voormalige van Beurden terrein aan de Hazelaarstraat 12 te Tilburg. Het initiatief heeft betrekking op de percelen kadastraal bekend als gemeente Tilburg, sectie P, nummers 7369, 8051 (deels), 8410 (deels) en 8432 (deels). Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer. Op het voormalige Van Gend en Loos terrein is het Spoorpark ontwikkeld: een combinatie van groen en leisure. Het terrein heeft een grootte van ca.
7,5 ha, is centrum-stedelijk gelegen en is onderdeel van de Spoorzone die volop in ontwikkeling is. De ontwikkeling van Spoorpark Tilburg is met een hoge mate van burgerparticipatie tot stand gekomen. Eén van de onderdelen van Spoorpark Tilburg is een woontoren. De oorspronkelijk geplande locatie van deze toren, redelijk centraal in het zuidwestelijke kwadrant van het park, is echter niet ideaal. Het 'Van Beurden terrein' is in het verleden in gebruik geweest ten behoeve van een tankstation en is gelegen aan de rand van Spoorpark Tilburg. Het Van Beurden terrein is buiten beschouwing gelaten in het oorspronkelijke plan van het Spoorpark, terwijl de locatie verouderd en vervuild is waardoor herontwikkeling van deze locatie hoog nodig is. Door het combineren van deze problemen is in goed overleg met betrokken partijen integraal gekomen tot een oplossing: verplaatsing van de locatie voor de woontoren naar de zuidwestrand van het park, ter plaatse van het voormalige Van Beurden terrein. Op deze locatie, tegen het talud van de Ringbaan West, wordt een woontoren met een bouwhoogte van ca. 78 meter voorzien. De beoogde woontoren omvat in totaal 100 huurappartementen, waarvan 19 appartementen als goedkoop zijn aan te merken en bedoeld zijn voor starters. Deze woningen hebben conform afspraken een huurprijs tot de 2e aftoppingsgrens.
Van de 100 appartementen horen 61 appartementen tot het middeldure segment conform de gemeentelijke verordening middenhuur; de resterende 20 appartementen betreffen duurdere huurwoningen.
1.2 Het plangebied Het plangebied omvat de percelen kadastraal bekend als gemeente Tilburg, sectie P, nummer 7369, 8410 en 8432 en wordt globaal begrensd door het beweegcentrum in het noorden, het veld van het Spoorpark in het (noord)oosten, woonflat 'De Grote Eik' in het zuidoosten en de Ringbaan-West in het westen.
Figuur 1: Globale ligging van het plangebied in het Spoorpark; in de inzet de locatie in Tilburg.
1.3 Voorgaande plannen
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
2
Het plangebied van dit bestemmingsplan heeft overlap met twee bestaande bestemmingsplannen. Daardoor is dit bestemmingsplan een gedeeltelijke herziening van “Spoorzone West 2012”, onherroepelijk vastgesteld op 20 augustus 2013 en “Spoorzone West 2012, 1e herziening (Spoorpark)”, onherroepelijk vastgesteld op 29 april 2020.
Figuur 2: Huidige planologische situatie met oorspronkelijke locatie woontoren (rood omkaderd) en nieuwe locatie woontoren met parkeervoorziening (zwart omcirkeld). In de vigerende bestemmingsplannen gelden op de planlocatie enkelbestemmingen 'Verkeer-Verblijf', 'Verkeer', 'Wonen – Gestapeld' en 'Recreatie'. Deze bestemmingen staan het beoogde gebruik niet toe. Als gevolg van een partiële herziening van het bestemmingsplan worden de bijpassende bestemmingen en aanduidingen in het plangebied geregeld. De oorspronkelijke locatie van de woontoren (rood omkaderd in ) komt daarmee te vervallen en wordt herbestemd naar 'Recreatie'.
1.4 Ruimtelijke en functionele structuur De woontoren is voorzien aan de zuidwestzijde van het Spoorpark. De positie van het woongebouw is onderdeel van de stedelijke aslijn die gevormd wordt door de Sacramentskerk, de Interpolistoren, de bebouwing aan de Spoorlaan (waaronder de Bankier), het station, de Stadsheer, Tilburg Talent Square en de geplande toren van Tilburg Talent Square 2 op de hoek van Sint Ceciliastraat – Hart van Brabantlaan, Westpoint en in het verlengde daarvan de Tilburg University en de Oude Warande. Het woongebouw in het park zal de binding van het park met de binnenstad versterken, ogen en oren brengen in het park en zal ook de entree tussen de flatgebouwen aan de Hart van Brabantlaan benadrukken.
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
3
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden.
Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
4
geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden.
Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. Met uitzondering van de radarverstoringsgebieden waar de planlocatie in is gelegen (die uitsluitend een maximale bouwhoogte voorschrijven van 90 en 113 meter; de woontoren blijft hieronder) is de planlocatie in geen van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen.
Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Wonen De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart van Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose.
In de periode 2017-2027 is de bouwopgave voor Tilburg ongeveer 9.600 woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. Tot ongeveer 2030 is de gemeentelijke woningbouwopgave gemiddeld 1.100 woningen per jaar. In dat tempo worden ook de onttrekkingen in de stad jaarlijks gecompenseerd. Het plan om 100 appartementen te realiseren is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en past ruimschoots binnen de gemeentelijke woningbouwopgave in de regionale context. Commerciële functies (kantoor- en dienstverlenende functies) Blijkens de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is met name de Spoorzone een geschikte locatie die ruimte biedt aan woon- en kantoortorens. In het kantorenbeleid ligt de focus al geruime tijd op de ontwikkeling van de
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
5
Spoorzone als toplocatie omdat deze alle kwaliteiten in zich heeft waar de hedendaagse en toekomstige kantoorgebruiker behoefte aan heeft. Daarnaast is differentiatie van het aanbod ook als uitgangspunt van beleid opgenomen zodat Tilburg aan de vraag in alle segmenten kan voldoen met oog op de groei en versterking van de economische structuur van de stad. Als gevolg van de laagconjunctuur het voorgaande decennium is de kantorenmarkt onder druk komen te staan met veel overaanbod tot gevolg. In de regio Hart van Brabant -waarvan Tilburg deel uitmaakt- zijn regionale afspraken gemaakt die tot doel hebben het overaanbod terug te dringen en de kantorenmarkt meer in balans te krijgen. Er is een aantal kansrijke regionale kantoorlocaties geïdentificeerd waar ontwikkeling naar behoefte ruimte kan krijgen. Daarbuiten is terughoudendheid bij nieuwe initiatieven het uitgangspunt en spannen de regiogemeenten zich in de plancapaciteit af te schalen. De planlocatie behoort tot de Spoorzone en is als zodanig onderdeel van de regionale kansrijke locaties waar ontwikkelingen tot de mogelijkheden behoren. Als gevolg van de toenemende dynamiek in de huidige markt is het kwalitatieve aanbod in het centrum schaars geworden. De kleinschalige commerciële functies in de woontoren dragen bij aan de multifunctionaliteit in het gebied. In het plangebied wordt ruimte geboden voor ca.
820 m² aan commerciële functies, deze ontwikkeling is passend in het beleid.
2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2022) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen (cursief is aangegeven hoe hiermee omgegaan is): <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. De vervuilde voormalige tankstationlocatie in het centrum van Tilburg wordt herontwikkeld naar een woontoren. Omdat de locatie binnen stedelijk gebied door de herontwikkeling wordt opgewaardeerd wordt zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt.
Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. Nabij de planlocatie is
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
6
<0000>
sprake van een grote diversiteit aan functies vanwege de ligging in het Spoorpark en de nabijheid van het centrum en het Centraal Station. Het park brengt functies samen; functies zoals wonen, groen, sport, horeca en evenementen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. Het realiseren van woningen in een omgeving met een grote diversiteit aan functies zoals in het Spoorpark, draagt bij aan de strategie met betrekking tot de vergroting van nabijheid en functiemenging. Daarnaast ligt de locatie op korte afstand van het bus- en treinstation, waardoor het gebruik van openbaar vervoer aantrekkelijk is.
2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in oktober 2021 vastgesteld.
De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen en besluiten). Blijkens de kaarten behorend bij de interim omgevingsverordening is het plangebied gelegen in het stedelijk concentratiegebied. De Interim Omgevingsverordening stelt geen specifieke nadere eisen aan de herontwikkeling van de locatie.
2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
7
<0000>
<0000>
<0000>
Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om te vestigen. Niet alleen moet het aanbod voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
8
De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plan wordt beschreven: <0000> Om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen, zal de woningvoorraad alleen al de komende tien jaar moeten groeien met meer dan 100.000 woningen. Dat is ruim 10.000 woningen per jaar. <0000> Verder zien we steeds meer behoefte aan menging van functies. De traditionele monofunctionele ruimtelijke ordening is niet overal meer passend; we willen dynamische, gemengde buurten en wijken, waar meerdere functies zorgen voor extra waarde voor de wijk. Het Nieuwe Werken vraagt verder om een andere manier van kijken naar de woning en woonomgeving.
Werken is immers al voor veel mensen een integraal onderdeel van de woonfunctie; de woning moet hier flexibel op kunnen inspelen en moet passen bij verschillende leefstijlen van bewoners. De vorm van flexibiliteit kan gevonden worden in de (levensloopbestendige) woning zelf, maar ook in de organisatievorm. In verschillende levensfasen zijn de behoeften van mensen verschillend. <0000> Omdat wonen en zorg steeds meer gescheiden worden, neemt het aantal mensen dat in zorginstellingen terechtkomt af. Ouderen en mensen met een beperking blijven langer zelfstandig wonen en nemen langer deel aan de maatschappij. De woning wordt steeds meer de plek waar zorg verleend wordt, ook in de bestaande woningvoorraad. Uit het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er in Tilburg een grote behoefte is naar woningen zodat woningtekorten kunnen worden teruggedrongen. Een deel van de beoogde woningen in de woontoren betreft sociale huur, bedoeld voor starters. Het merendeel van de appartementen is levensloopbestendig, deze zijn dus geschikt voor senioren. De woontoren draagt bij aan de menging van functies, zowel binnen het gebouw zelf (woningen voor jong en oud gecombineerd met commerciële functies), als in de omgeving.
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
9
Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. Navolgend worden het gebieds- en projectprofiel van de hoogbouw nader uitgewerkt op basis van de in de Handreiking Hoogbouw voorgeschreven beleidsuitgangspunten.
In het gebiedsprofiel wordt het plangebied in zijn stedelijke context beschreven. In het projectprofiel wordt nader ingegaan op het project zelf. Gebiedsprofiel a. Ruimtelijke oriëntatie Er zijn drie manieren van situering van hoogbouw te onderscheiden: langs stadsranden en groenranden, in centrumgebieden als vorm van verdichting en langs de hoofdwegen en op belangrijke kruispunten en knooppunten. Deze drie manieren dragen ieder bij aan de leesbaarheid van de stad. Het Spoorpark en daarmee ook de locatie van de beoogde woontoren, bevindt zich in het centrumgebied van Tilburg. De Omgevingscommissie en gemeente Tilburg hebben in het vooroverleg het standpunt uitgesproken dat een toren met een hoogte van circa 70 meter in deze zone past in de hoogbouwvisie. b. Silhouet/skyline We spreken van een silhouet of skyline van een stad wanneer Tilburg van grote afstand genaderd wordt. Op dit moment zijn van grote afstand de gebouwen hoger dan 35 meter te zien, met name de torens van 50 meter en hoger. De Handreiking vraagt voor hoogbouwinitiatieven van 35 meter en hoger om met kaartbeelden en toelichting aan te tonen dat dit initiatief een positieve bijdrage levert aan de skyline van Tilburg. De woontoren wordt gerealiseerd met een hoogte van ca. 78 meter. De kaartbeelden die de relatie tot de Tilburgse skyline weergegeven, zijn opgenomen in paragraaf 3.2.2.
Daarop is te zien dat de locatie van de woontoren de westelijke entree van het Spoorpark markeert en in de as tussen universiteit en Spoorzone/ Centrum ligt. Westpoint (ca. 142 m) markeert de plek op stedelijk niveau, de Parkwachter (ca. 78 m) doet dat op gebiedsniveau. De respectievelijke hoogtes zijn daarmee in overeenstemming en dragen bij aan de leesbaarheid van de opbouw van de stad. c. Inpassing in omgeving Hoogbouw dient te worden ingepast in de omgeving. De aansluiting op de omliggende bebouwing dient overtuigend te zijn, zeker in cultuurhistorisch waardevolle gebieden, zoals een Rijksbeschermd Stadsgezicht. De planlocatie is niet gelegen in cultuurhistorisch waardevol gebied. De omgeving kenmerkt zich door een veelheid aan hoogbouw vanwege haar ligging nabij de Kennisas, op korte afstand van de Reitse campus en Westpoint.
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
10
d. Draagvlak en functiemenging Bij een woontoren in hoogstedelijk gebied is functiemenging wenselijk omdat er dan een overgangszone wordt aangebracht tussen de dynamische omgeving en een aangenaam woonklimaat. Deze overgangszone wordt in de woontoren gerealiseerd door op de begane grond, de eerste en de tweede verdieping verhuurbare commerciële ruimtes in te richten. Het overige deel van de toren wordt ingericht met woningen. De dynamiek van de omgeving wordt daarnaast gedeeltelijk gereduceerd vanwege de ligging in het Spoorpark, waar het overwegend rustig is (tenzij in het Spoorpark een evenement wordt georganiseerd).
Figuur 3: Hoogbouw in Kennisas-Spoorzone (blauw) en Binnenstad-Piushaven (rood) Projectprofiel 1. Windhinder Hogere bebouwing zorgt voor veranderingen in windstromen die al dan niet hinderlijk kunnen zijn in de openbare ruimte. Door middel van een windtunnelsimulatie is onderzocht hoe het windklimaat op en rondom de planlocatie zal zijn na de realisatie van de onderhavige woontoren. Mede omdat de eerste modelberekening niet resulteerde in een gewenst windklimaat, is de positie en oriëntatie van de woontoren gewijzigd. Daarnaast is een dichtbegroeide haag van 1,5 meter hoog en 1 meter breed in het ontwerp opgenomen om het windklimaat op de trap ten noordwesten van de woontoren (verbinding Ringbaan-West en Hazelaarstraat) te verbeteren. Het rapport van het windklimaatonderzoek (Peutz, d.d. 01-02-2022, OO/ JA/ /O 16549-5-RA-005) is in de bijlage 15 van de voorliggende toelichting opgenomen. De haag levert een essentiële bijdrage aan de verbetering van het plaatselijke windklimaat, waardoor de aanplant en instandhouding van de haag als verplichting in de anterieure overeenkomst en in het bestemmingsplan is opgenomen. Op basis van de uitgevoerde berekeningen van het windklimaat wordt er in het gebied rond het plan geen overschrijding van het gevaarcriterium geprognosticeerd. 2. Schaduwwerking Hoogbouw beïnvloedt de lichttoetreding in de omgeving.
Er dient te worden beoordeeld in hoeverre woningen door nieuwe hoogbouw in de schaduw worden gezet. Er is een bezonningsstudie (BRO, d.d. 07-10-2021, P04867) uitgevoerd, de bijbehorende rapportage is in de bijlage 2 van de voorliggende toelichting gevoegd. Het onderzoek richt zich in de eerste plaats op het inzichtelijk maken van de verandering van bezonning op naast gelegen percelen en gevelopeningen. Om de verandering van bezonning inzichtelijk te maken zijn de bestaande feitelijke situatie met de nieuwe feitelijke situatie met elkaar vergeleken. Voor de gevelopening Reitseplein 1 blijft de situatie ongewijzigd, het meetpunt behaalt ruimschoots de norm. Op Reitseplein 10 wordt de norm in de bestaande situatie al niet behaald, in de toekomstige situatie neemt de bezonning af met 34 minuten. Op de zuidgevel van BeweegR neem de bezonningsduur fors af, maar de norm wordt in de toekomstige situatie alsnog behaald. De woontoren zal in de toekomstige situatie de bezonning op de westgevel van BeweegR wegnemen waardoor de norm niet meer wordt behaald. Hoewel er negatieve effecten zijn op nabij gelegen panden, kan gesteld worden dat de gevolgen niet dermate groot zijn dat de hoofdfuncties Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
11
in de panden niet meer uitgevoerd kunnen worden en er daardoor onredelijke hinder plaatsvindt. De gehanteerde normering en methodiek is geënt op de zonlichttoetreding tot woonfuncties. Voor een inpandige sportfunctie en een kantoorfunctie is direct zonlicht wel gewenst, maar niet essentieel. Op het gebied van bezonning is om die reden de realisatie van de beoogde woontoren te verantwoorden. 3. Uitzicht In de bestaande situatie hebben bewoners van 'De Grote Eik' uitzicht over het Spoorpark. Vigerend bestemmingsplan “Spoorzone West 2012, 1e herziening (Spoorpark)” bestemt een woontoren tussen 'De Grote Eik' en het Spoorpark op een plek waar het een aanzienlijke zichtblokkade zou vormen voor de bewoners van 'De Grote Eik'. Mede hierdoor hebben omwonenden laten weten dit geen optimale locatie voor de woontoren te vinden. De onderhavige ontwikkeling plaatst de woontoren juist meer aan de rand van het Spoorpark, waardoor de zichtblokkade vanuit 'De Grote Eik' op het Spoorpark wordt weggenomen. Uit de gesprekken die met de omgeving zijn gevoerd is dan ook naar voren gekomen dat dit één van de redenen is waarom omwonenden de onderhavige ontwikkeling steunen. 4. Privacy Over het algemeen wordt een afstand van 25 meter aangehouden als een maat waarbinnen gezichtstrekken te herkennen zijn.
De afstand van de beoogde woontoren tot omliggende woningen is groter dan 25 meter, waardoor privacy geen belemmering vormt. 5. Schaalsprong Als nieuwe hoogbouw zorgt voor een grote schaalsprong vergeleken met omliggende bebouwing, dan dient deze schaalsprong verantwoord te worden. Van een schaalsprong is als gevolg van de onderhavige ontwikkeling geen sprake omdat er in de omgeving reeds veel hoogbouw aanwezig is, zoals Westpoint, De Grote Eik en de Reitse Campus. 6. Plint/openbare ruimte/openbaar groen Het is wenselijk als de relatie tussen de plint van de hoogbouw en de openbare ruimte zowel functioneel als ruimtelijk op elkaar aansluiten. In de plint van de onderhavige woontoren worden verhuurbare commerciële ruimtes gerealiseerd, waardoor hier kleinschalige kantoren, praktijkruimtes of andere dienstverlenende bedrijven of instellingen kunnen vestigen. Omdat werknemers en bezoekers van deze commerciële ruimtes de locatie gaan bezoeken, slaat de plint van het gebouw een brug tussen de woningen en de openbare ruimte. In ruimtelijk opzicht wordt de plint (de commerciële bouwlagen) terugliggend gerealiseerd, met ranke kolommen die de woontoren ondersteunen. Dit leidt op maaiveldniveau tot een minder massief gebouw en optimaliseert het 'doorkijken' richting Spoorpark. 7.
Verkeer en parkeren Door een dubbellaagse parkeervoorziening te realiseren, worden ruimschoots voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. Het aspect verkeer en parkeren is nader uitgewerkt in paragraaf . 8. Ruimtelijke kwaliteit In de bestaande situatie bestaat het voormalige van Beurdenterrein uit vervallen bebouwing en oude tanks. Verpaupering is op deze locatie reeds enige tijd geleden in gang gezet omdat de locatie sinds enkele jaren niet meer in gebruik is. De gevolgen van deze verpaupering zorgen voor overlast bij omwonenden. Het gehele terrein wordt in de nieuwe situatie in zodanige staat gebracht dat er een aangenaam woon- en verblijfsklimaat ontstaat. Deze ruimtelijke kwaliteitsimpuls zorgt ervoor dat deze hoek van het Spoorpark een positieve uitstraling krijgt zodat het aansluiting kan vinden bij het overige deel van het Spoorpark. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012).
De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
12
samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. In de Welstandsnota 2017 Tilburg wordt beschreven dat de Omgevingscommissie de taak heeft om ervoor te zorgen dat, naast de architectonische samenhang met de omgeving, in ieder geval op objectniveau de beeldkwaliteit wordt bewaakt. Welstandstoezicht is, in die gevallen, te zien als 'vangnet' voor een visuele basiskwaliteit.
Figuur 4: Digitale impressie van de woontoren.
Figuur 5: Digitale impressie van de woontoren.
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
13
Figuur 6: Digitale impressie van de woontoren. Op 6 januari 2021 heeft vooroverleg plaatsgevonden met de Omgevingscommissie van de gemeente Tilburg. In dit vooroverleg heeft de Omgevingscommissie te kennen gegeven dat ze zich de komst van een woontoren aan de westzijde van het Spoorpark kan voorstellen. Plaatsing aan deze zijde biedt vele kansen, ook gelet op de ambities die er zijn voor de Reitse Campus en het Kenniskwartier. De Omgevingscommissie heeft tijdens dit vooroverleg de initiatiefnemer verzocht om nader onderzoek te doen naar de exacte positionering van de toren. In juli 2021 is een nieuw ontwerp met aangepaste positionering en uitstraling van de woontoren aan de Omgevingscommissie gepresenteerd, waarna nog enkele opmerkingen zijn gemaakt. Op 29 september 2021 is het definitieve ontwerp aan de Omgevingscommissie voorgelegd, welke is goedgekeurd.
3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Indien er sprake is van cultuurhistorische waarden of indien onderzoek noodzakelijk is, wordt het Team ABC ingeschakeld. I.s.m. Team ABC moet worden nagegaan of in het plangebied cultuurhistorische waarden in het geding zijn: beschermde monumenten en bomen, toekomstige monumenten, bijzondere gebieden, waardevol bodemarchief. De ontwikkelingsgeschiedenis van de locatie wordt in beeld gebracht. Dit kan leiden tot aanvullende voorwaarden of richtlijnen voor de verdere ontwikkeling. Om vast te stellen welke cultuurhistorische waarden aan de orde zijn, zijn diverse onderzoeksvormen mogelijk (Cultuurhistorische verkenning, archeologisch vooronderzoek). Te onderzoeken: 1. Historische geografie: landschap ontstaan/ontwikkeling, lijnen en vlakken. Bronnen: historisch en geografisch kaartmateriaal, Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW), literatuur en eventueel aanvullend onderzoek. 2. Archeologie: vaststelling (verwachtings-)waarde van het bodemarchief. Bronnen: IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarden), ArWaTi (Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg), ARCHIS, AMK, etc. 3. Cultuurhistorische objecten en gebieden: beschermde monumenten/gebieden; cultuurhistorisch waardevol gebied; historische assen; ook de nabije omgeving zal daarbij worden betrokken (bijv. liggen er monumenten naast de locatie).
Bronnen: monumentenlijst, inventarisatielijsten, MIP, CHW, historisch kaartmateriaal, Streekplan, etc. 3.3.1 Historische geografie Het voormalige terrein van Van Gend & Loos, waar het Spoorpark is gerealiseerd, wordt omsloten door de Spoorlijn Tilburg-Breda, de Sint Ceciliastraat, de Hart van Brabantlaan en de Ringbaan West. Het plangebied maakt deel uit van de noordoostelijke helling van het centrale plateau van Tilburg. De bodem in het plangebied bestaat uit dekzandruggen, die een oud bouwlanddek hebben bestaande uit zwarte enkeerdgronden (esdek). Toponiemen: In de omgeving van het plangebied liep Die Vlasstraet, in het verlengde van de tegenwoordige Bokhamerstraat. Deze weg maakte een bocht naar de huidige Boomstraat, in die tijd Hoevenschewech of
Spoorzone West 2012, 2e herziening (Woontoren)
14
Hoevensche Kerckwech genaamd. De Vlasstraat lag langs de waterloop de Bedbuer. Hoewel op verschillende kaarten niet veel meer dan een kleine stroom, zijn er aanwijzingen dat deze waterloop vroeger door een weliswaar ondiep, maar breed beekdal stroomde dat door het afnemen van de wateraanvoer smaller werd. De directe omgeving van de waterloop was waarschijnlijk een drassige zone. De waterloop ontleende haar naam aan de plaats waar zij ontsprong, de Bedbuer bij de splitsing van de huidige Boomstraat en Elzenstraat. Hier stonden volgens de kaart van Diederik Zijnen uit 1760 tevens een tiendpaal en het Hagelcruijs. Historisch landgebruik: tenminste vanaf de zestiende eeuw, maar vermoedelijk al veel eerder maakten de gronden van het plangebied deel uit van het akkercomplex De Schijf. Aan het begin van de negentiende eeuw verrezen in de noordoosthoek van het huidige Spoorpark enkele huizen met erf. In de jaren twintig van de vorige eeuw verrees meer bebouwing in het huidige Spoorpark, in de vorm van huisjes met tuinen met name langs de zuidkant van het spoor Tilburg – Breda. Vervolgens werd de zuidoostelijke rand bebouwd. In 1938 werd door de gemeente een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van 81 woningen aan de toenmalige Beethovenstraat en Richard Wagnerstraat, tegenwoordig Hart van Brabantlaan 103 tot en met 177.