03 Jaarstukken 2020 Gemeente Tilburg_def
Tekst van het document
Jaarstukken 2020 Gemeente Tilburg
94.
Kwijtscheldingsbeleid Ons kwijtscheldingsbeleid is gebaseerd op de wettelijke regelgeving. Indien de belastingplichtige een minimumloon heeft en weinig vermogen, wordt in principe kwijtschelding verleend. Kwijtschelding kan worden verleend voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, OZB en hondenbelasting.
4. Paragrafen
95.
4.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit In onze Financiële beheersverordening 2020 hebben wij aangegeven wat wij tot onze weerstandscapaciteit rekenen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: a. de algemene reserve (AR), de reserve incidentele opgaven (RIO), de bedrijfsreserves van gesloten exploitaties (grondbedrijf en parkeren) en de egalisatiereserves (Rioolheffing, Afvalstoffenheffing en Transformatiebuffer Sociaal Domein); b. de onbenutte belastingcapaciteit; c. een eventueel begrotingsoverschot. De op deze wijze berekende weerstandscapaciteit bedraagt op grond van de balansgegevens eind 2020 € 169,9 miljoen. Dit is als volgt opgebouwd. Weerstandscapaciteit (x € 1 miljoen) Per 31-12-2020 Per 31-12-2019 Reserve capaciteit: Algemene reserve
36,4
36,6
Reserve Incidentele Opgaven (RIO)
26,8
36,5
Reserve duurzame investeringen
n.v.t. *)
1,4
- Grondexploitatie (vrij besteedbaar deel)
7,1
4,6
- Risico's grondexploitatie
42,5
51,7
- Betaald parkeren
11,7
9,4
- Rioolheffing
9,0
n.v.t. *)
- Afvalstoffenheffing
10,1
n.v.t. *)
- Transformatiebuffer Sociaal Domein
7,8
n.v.t. *)
n.v.t. *)
3,8
151,4
144,0
18,5
17,4
- Rioolheffing
-
-
- Afvalstoffenheffing
-
-
18,5
17,4
-
-
169,9
161,4
Algemene bedrijfsreserves:
Egalisatiereserves:
- Reserve 3 Decentralisaties (vervallen per 31-12-2020) Totaal reservecapaciteit (incidenteel) Onbenutte belastingcapaciteit: - Onroerende zaakbelastingen
Totaal onbenutte belastingcapaciteit (structureel) Begrotingsoverschot 2021 Totaal weerstandscapaciteit (incidenteel + structureel)
*) In de financiële beheersverordening 2020 is de definitie van de weerstandscapaciteit gewijzigd. Deze posten zijn in 2019 respectievelijk 2020 niet van toepassing in de definitie van de weerstandscapaciteit.
Toelichting: Ten opzichte van eind 2019 is de weerstandscapaciteit gestegen met € 8,5 miljoen. Een vergelijking is niet helemaal reëel omdat de definitie van de weerstandscapaciteit gewijzigd is. In nieuwe definitie zijn enkele egalisatiereserves opgenomen die voorheen niet onder de weerstandscapaciteit vielen (zie tabel hierboven). Dat is een belangrijke reden waarom de weerstandscapaciteit stijgt t.o.v. het bedrag in de jaarrekening 2019. De reserve incidentele opgaven (RIO) is met bijna € 10 miljoen afgenomen als gevolg van geplande onttrekkingen. De reserve risico grondexploitaties is € 9,2 miljoen lager, voornamelijk omdat wegens het stoppen met de grondexploitatie Zwaluwenbunders de bijbehorende risico's niet meer via de reserve hoeven te worden afgedekt. De vrije ruimte in de reserve grondexploitatie nam met € 2,5 miljoen toe. De reserve betaald parkeren steeg met € 2,3 miljoen euro. De egalisatiereserves rioolheffing, afvalstoffenheffing en transformatiebuffer sociaal domein leiden tot een hogere weerstandscapaciteit. Naast de reserves die tot de weerstandscapaciteit behoren, kennen we nog de reserve Beleggingsfonds 2000 die gevormd is uit de opbrengst erfpachtgelden. Het saldo ultimo 2020 bedraagt circa € 47 miljoen. Binnen deze reserve is een vrij inzetbare Jaarstukken 2020 Gemeente Tilburg
96.
eindwaarde aanwezig die echter afhankelijk is van de vastgelegde onttrekkingen voor de herstructurering en de inzet van rendementen. Vanwege de verplichtingen die op deze reserve rusten en de onzekerheden rondom de eindwaarde rekenen we deze reserve niet mee in de weerstandscapaciteit. Risico's Het totaal van de gekwantificeerde risico's bedraagt € 55,5 miljoen en is hieronder samengevat. Hier is bij risico's met een minimum- en maximumbedrag uitgegaan van het hoogste bedrag en zijn de risico's die geen relatie met het weerstandsvermogen hebben niet meegenomen. In het vervolg worden de risico's uitgebreid toegelicht. Het totaal aan gekwantificeerde risico's is ten opzichte van de jaarstukken 2019 afgenomen met € 10,8 miljoen. Grootste aandeel hierin is het risico grondexploitatie wat € 9,2 miljoen daalde, voornamelijk het stopzetten van de grondexploitatie Zwaluwenbunders. Een aantal kleinere risico's zijn vervallen. Risico's (x € 1.000,-) Risico-klasse 1: > € 5 mln. 2: > € 1 mln. < € 5 mln. 3: < € 1 mln. onbekend Totaal
Incidenteel 42.521 10.921 1.558 0 55.000
Structureel 0 0 500 0 500
Totaal 42.521 10.921 2.058 0 55.500
Aantal 1 5 4 12 22
Conclusie met betrekking tot het weerstandsvermogen Met een weerstandscapaciteit van € 169,9 miljoen en € 55,5 aan gekwantificeerde risico's achten wij het weerstandsvermogen ruim voldoende in relatie tot de aanwezige risico's (ratio: 3,1).
Financiële kengetallen BBV
Onderstaande kengetallen geven in samenhang informatie over de financiële positie van de gemeente. Het BBV geeft geen landelijke normering voor de kengetallen. De kengetallen zijn een weerspiegeling van het gevoerde beleid binnen een gemeente. De kengetallen moeten zodoende in samenhang worden beoordeeld, wat ook de onderlinge vergelijkbaarheid met andere gemeenten bemoeilijkt. Verloop kengetallen: Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Realisatie 2018 11%
Realisatie 2019 14%
Prognose 2020 61%
Realisatie 2020 21%
7% 75% 5% 8% 77%
11% 73% 2% 6% 80%
58% 51% -7% 7% 81%
17% 67% 2% 2% 78%
Beschouwing Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balanspositie als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit laten zien of we over voldoende structurele baten beschikken en welke mogelijkheid we hebben om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Op basis van deze vijf kengetallen concluderen we dat onze financiële positie solide is. Ook landelijk gezien vallen wij in de categorie van minst risicovolle gemeenten. Onze financieringsstructuur is zodanig dat we veel met eigen vermogen financieren en daardoor weinig schulden hebben. We beschikken dan ook over een gezonde financieringspositie. Wel zien we dat de solvabiliteitsratio in het afgelopen jaar is afgenomen van 73% in 2019 naar 67% in 2020. In de begroting gingen we uit van een solvabiliteit van 51%. Door een hoger eigen vermogen als gevolg van het doorschuiven van onttrekkingen uit reserves naar volgende jaren en een lager balanstotaal omdat m.n. de vaste schulden minder zijn gestegen dan begroot, is de solvabiliteit hoger dan begroot. De netto schuldquote is toegenomen van 14% naar 21%.
Dit wordt veroorzaakt door de afname van het eigen vermogen met € 22,9 miljoen en de toename van het vreemd vermogen met € 88,7 miljoen. Binnen het vreemd vermogen zijn, om in de financieringsbehoefte te voorzien, de vaste schulden toegenomen door langlopende geldleningen aan te trekken voor € 40 miljoen. Daarnaast is het bedrag aan kasgeldleningen € 38 miljoen hoger dan ultimo 2019. De netto schuldquote (21%) is 4. Paragrafen
97.
lager dan begroot (61%) omdat binnen het vreemd vermogen met name onze vaste schulden minder hard zijn gestegen dan begroot. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Doorrekening van ons huidige ambitieniveau in combinatie met het geprognosticeerde moment van realisatie laat een flinke daling zien van de solvabiliteitsratio van 67% in 2020 aflopend naar 45% in 2024. In lijn hiermee stijgt ook de netto schuldquote oplopend van 21% in 2020 naar 80% in 2024. Ondanks de ervaring dat de prognoses in de tijd gedeeltelijk naar latere jaren verschuiven, is dit wel het huidige toekomstbeeld van onze gemeente. Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en de opbrengst OZB. Een negatief percentage bij de structurele exploitatieruimte betekent dat onze structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. In de nota Financiële positie geldt dan ook als uitgangspunt voor duurzaam financieel beleid dat er structureel niet meer geld wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt. Over 2020 zien we dat onze structurele exploitatieruimte met 2% gelijk is gebleven aan die over 2019.
Dit percentage betekent ook dat we structureel niet meer uitgaven dan wat er structureel binnenkomt. Onze grondpositie, hier gedefinieerd als de waarde van de grond ten opzichte van onze baten, is met 2% beperkt, waardoor we ook een beperkt risico lopen. De waarde is ten opzichte van 2019 met 4% afgenomen doordat onze positie onderhanden werk ultimo 2020 € 28,4 miljoen lager is dan ultimo 2019. Dit laatste wordt met name veroorzaakt door het afsluiten van een viertal grondexploitaties (€ 23,2 mln.) en door een tweetal grondverkopen (€ 6,3 mln.). De belastingcapaciteit geeft de mate aan waarin de lokale lasten, en hiermee de gemeentelijke baten, eventueel kunnen worden verhoogd om financiële tegenvallers op te kunnen vangen of om ruimte voor nieuw beleid te creëren. Onze woonlasten van meerpersoonshuishoudens bedragen in 2020 78% van het landelijk gemiddelde. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde hebben we dus nog voldoende ruimte om de woonlasten te verhogen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat feitelijk alleen het onderdeel OZB verhoogd kan worden, omdat wij bij de tariefstelling voor riool- en afvalstoffenheffing uitgaan van 100% kostendekkendheid.
Algemene risico's I. Ontwikkeling gemeentefonds status: gewijzigd In december 2020 hebben de fondsbeheerders besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Inmiddels zijn op 2 februari jl. de voorlopige uitkomsten gepubliceerd en is de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd. Na ontvangst van het advies van de ROB start in maart de consultatie van gemeenten. Het voorlopige herverdeeleffect voor Tilburg bedraagt € 33 voordelig per inwoner. Het kabinet is gemeenten eerder (meicirculaire 2019) voor de periode 2019 tot en met 2021 tegemoetgekomen met extra budget om te compenseren voor de extra groei in de jeugdzorg in combinatie met afspraken om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de jeugdhulp te realiseren (totaal € 1 miljard). In de septembercirculaire 2020 is deze periode verlengd door eenmalig aanvullend € 300 miljoen beschikbaar te stellen voor het jaar 2022, omdat het kabinet begrijpt dat gemeenten graag tijdig helderheid willen hebben over de middelen voor de jeugdzorg vanaf 2022.
Daarnaast heeft onderzoeksbureau AEF onderzoek gedaan naar of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben bij een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet. De resultaten van dit onderzoek dienen als inbreng voor de komende kabinetsformatie. Vooruitlopend op de uitkomsten hiervan is het vanuit de provincie toegestaan om de extra middelen voor de jaren 2023 en 2024 te ramen naar rato van de € 300 miljoen (in 2021). Wij hebben in dit kader rekening gehouden met een extra uitkering van € 4,3 miljoen in 2023 e.v. jaren. Op 18 december jl. zijn de uitkomsten van het AEF onderzoek gepubliceerd. Dit maakt inzichtelijk dat gemeenten in 2019 € 1,6 tot € 1,8 miljard meer hebben uitgegeven dan het budget dat t.b.v. de Jeugdwet is overgeheveld naar het gemeentefonds. Onderzocht wordt nog hoe de omvang van het tekort via een combinatie van middelen en maatregelen (binnen en buiten de Jeugdwet) het hoofd kan worden geboden. Het volgende kabinet zal integraal besluiten over de inrichting van het jeugdstelsel en het bijbehorende structurele budget voor de uitvoering van de Jeugdwet. II. Drie decentralisaties A.
Landelijk budget en verdeelmodel inkomensvoorzieningen (BUIG), Participatiebudget en WSW status :gewijzigd Met de invoering van de Participatiewet (P-wet) per 1 januari 2015 hebben gemeenten de verantwoordelijkheid gekregen voor re-integratie van bijstandsgerechtigden en voor mensen die als gevolg van hun beperkingen niet volledig inzetbaar zijn (voormalige Wajongers). De inkomensvoorziening en re-integratie voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt valt daarmee integraal onder het financieringsregime van de Participatiewet. Hieraan zijn een aantal risico's verbonden: Jaarstukken 2020 Gemeente Tilburg
98.
•
•
• •
Het Rijk verdeelt zowel het macro uitkeringsbudget BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten) als het Participatiebudget over de gemeenten middels objectieve verdeelmodellen. Hierdoor lopen de budgetten voor gemeenten niet noodzakelijkerwijs in de pas met de uitgaven die ze moeten doen voor de uitkeringen en de re-integratie van uitkeringsgerechtigden. De voortdurende landelijke discussie over de omvang en verdeling van de landelijke budgetten en de aanpassingen in de verdeelmodellen maken dat de omvang van beide budgetten onzeker is. Gemeenten kunnen hier ook niet op sturen. Beïnvloeding is wel mogelijk aan de kostenkant door een combinatie van instroom beperkende maatregelen en preventie, handhaving en re-integratieactiviteiten. In 2021 verwachten we een daling van de werkgelegenheid, onder andere als gevolg van de coronacrisis. Dit raakt ook de banen die geschikt zijn voor de doelgroep van de Participatiewet. Bij de re-integratie van bijstandsgerechtigden is de gemeente in hoge mate afhankelijk van de vacatures die het bedrijfsleven heeft en de kansen die het wil en kan bieden aan de doelgroep van de Participatiewet. Het komende jaar zal dan ook veel investeringen vragen om bij bedrijven het vraagstuk van inclusie op de agenda te houden.
Daarom is het goed en belangrijk dat we in de regio Hart van Brabant hard hebben gewerkt aan het involveren van bedrijven, onder andere via het Ondernemersakkoord en de werkgeversdienstverlening WerkHart. Tot slot zal scholing en omscholing (naar kansrijke sectoren) nog belangrijker worden om te voorkomen dat mensen inactief worden en om er voor te zorgen dat ze meer wendbaar zijn in hun loopbaan, zodat ze minder risico lopen op minder bestaanszekerheid. Op 1 juli 2019 heeft de raad het Kader nieuw re-integratiemodel vastgesteld. Hiermee sturen we los van de inhoudelijke beweging in belangrijke mate op de kostenkant van beide budgetten. Per 2017 heeft het Rijk de inzet van het instrument "Beschut Werk" voor gemeenten verplicht gesteld. Dit betekent dat gemeenten nu verplicht zijn om mensen die een indicatie "beschut" krijgen van het UWV, ook daadwerkelijk een beschutte werkplek aan te bieden. De gemeente heeft maar beperkte invloed op de aanvragen voor deze indicaties, waardoor ook de inzet van het instrument slechts beperkt beïnvloedbaar is. Het Rijk stelt middelen beschikbaar op basis van een contingent per gemeente. Deze middelen zijn hiervoor echter niet toereikend. Bovendien kiest Tilburg ervoor dat iedere inwoner die beschikt over een indicatie van het UWV in aanmerking komt voor een beschutte werkplek.
We limiteren het aantal beschutte plekken niet tot de landelijke taakstelling.
Impact op BUIG De coronacrisis heeft een negatief effect op de uitgaven van de BUIG. Als gevolg hiervan zagen we in het 2e kwartaal van 2020 een stijging van het aantal bijstandsuitkeringen van 6.450 naar 6.800, wat in het 3e en 4e kwartaal stagneerde en uitkwam op 6.700 extra bijstandsuitkeringen. De verwachting is dat in 2021 het werkloosheidspercentage verder zal stijgen. Het Rijk heeft de meerkosten corona over 2020 volledig vergoed. Het is op dit moment onduidelijk of het Rijk de meerkosten over 2021 ook volledig gaat compenseren. Doelgroep voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) en Diamant-groep De meerjarenbegroting 2021-2024 van de Diamant-groep laat een tekort zien voor de jaren 2021-2023 (2021: nadeel € 1.007.000,-, 2022: nadeel € 1.053.000,-, 2023: nadeel € 537.000,-. Vanaf 2024 laat de begroting een licht positief resultaat zien van €33.000,-. Het bestuur van de Diamant-groep heeft de nieuwe strategische visie vastgesteld waarin nieuwe ideeën en innovatieve concepten zijn opgenomen om de bestaande WSW-plaatsen betaalbaar te houden en tegelijkertijd de uitstroom uit de Participatiewet te bevorderen. Het risico bestaat dat de genomen maatregelen uit de strategische visie niet voldoende zijn om het tekort volledig op te vangen.
De deelnemende gemeenten hebben met ingang van het boekjaar 2020 de bijdrage aan de Diamant-groep structureel moeten verhogen om het tekort te dekken. Voor 2020 is dit nog niet nodig gebleken gezien het resultaat over dit jaar. Het Tilburgse aandeel hierin bedraagt ruim 75%. Dit wordt vooralsnog gedekt middels een uitkering uit het weerstandsvermogen van de Diamant-groep. B. Wmo en Jeugdhulp Status: Ongewijzigd Wmo en Jeugdhulp zijn wetten met een open einde: Tilburg moet een antwoord geven op hulpvragen voor het beschikbare budget. Een open einde brengt extra risico's met zich mee: 1. Het totale volume is onzeker. De vraag naar hulp in zowel Jeugd en Wmo is groter dan voorzien en stijgt. De stijging van het aantal cliënten gaat niet gepaard met een ophoging van budget. Rijksoverheid compenseert binnen het accres via een algemene index voor autonome prijs- en volumegroei. 2. De uitvoering is complex en dat geeft een extra risico op onvoorziene kosten. Die complexiteit wordt versterkt door verandering in inkoopafspraken, hogere instroom, gewijzigde regelgeving, en de arbeidsmarkt. 3. Geen volledige sturing op de toewijzing en indicering van jeugdhulp. Omdat ook derde partijen (huisartsen en gecertificeerde instellingen) kunnen verwijzen naar jeugdhulp kan de gemeente onvoldoende sturen op doelmatigheid.
Op dit risico zijn inmiddels diverse beheersmaatregelen uitgerold maar daarmee is er nog geen volledige sturing. 4. Verdeelmodellen. Herziening van verdeelmodellen kan grote invloed hebben op de gemeentelijke inkomsten. Vanaf 2023 zal naar verwachting een nieuwe verdeling voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang gelden met grote gevolgen voor 4. Paragrafen
99.
5.
6.
de Tilburgse financiën. Onder de specifieke risico's worden de risico's met betrekking tot de budgettaire ontwikkelingen binnen beschermd wonen nader toegelicht. Rijksbeleid dat ingrijpt in het gemeentelijk domein. Rijksbeleid kan grote invloed hebben op de kosten voor gemeenten. Zo heeft het rijk besloten om een abonnementstarief in te voeren voor de Wmo. De extra kosten vanwege een terugval in de eigen bijdragen worden gedekt door een hogere rijksbijdrage; compensatie voor een aanzuigende werking die de invoering van het abonnementstarief met zich meebrengt is vooralsnog niet gecompenseerd. Ook geeft het Rijk richtlijnen voor tarieven of worden er cao's afgesloten die financieel ongunstiger uitpakken, zonder dat gemeenten hiervoor adequaat gecompenseerd worden. Ook de invoering van de Wet Verplichte GGZ levert extra taken op voor de gemeente, zonder dat er zekerheid is dat gemeenten hiervoor volledig gecompenseerd worden. Onderzoek naar volumeontwikkeling en kosten jeugdhulp laat zien dat het volume fors is gestegen. Gemeenten zijn gedeeltelijk gecompenseerd voor de kosten van groei van het aantal jongeren dat gebruik maakt van de Jeugdzorg t/m 2021.
Tilburg blijft een stevige lobby richting het rijk voeren voor structurele financiële middelen voor jeugdhulp en Wmo Inzet hefbomen Door middel van de inzet van hefbomen willen we meer impact en betaalbaarheid in het sociaal domein realiseren. Een hefboom is daarbij een mechanisme waarmee we met een kleine aanpassing een groot effect bewerkstelligen. De aanpassing kan een wijziging zijn in onze interne werkwijze, in ons beleid of in onze uitvoering. Doel is de energie en middelen zo in te zetten dat we de beste resultaten bereiken in de stad. We hebben een aantal hefbomen benoemd en daarbij bepaald de maatschappelijke en financiële impact. Daarbij is duidelijk dat het maatschappelijk en financieel rendement zal moeten ingroeien, waarbij de hefbomen elkaar onderling versterken in de beweging die noodzakelijk is. Het risico is aanwezig dat de beoogde rendementen niet volledig gehaald wordt in tijd en/of omvang.
III. Corona crisis Status: gewijzigd De coronacrisis heeft een grote impact op het kunnen realiseren van maatschappelijke doelen en het bereiken van de begrote financiële resultaten. De ontwikkeling van deze crisis blijft onzeker. We verwachten dat de effecten van de crisis op langere termijn zullen doorwerken. De economische terugval en de weg naar herstel, de voortdurende druk op de zorg, de sociale impact door contactbeperkende maatregelen en verlies van zekerheden, de inrichting van de openbare en publieke ruimte volgens de anderhalvemeter-norm en de toenemende druk op de gemeentefinanciën zijn ontwikkelingen die we nauwgezet blijven volgen. Uit financieel oogpunt lopen we als gemeente op diverse terreinen risico’s. Bijvoorbeeld bij het innen van debiteurenvorderingen. Verleend uitstel van betalingen, bijvoorbeeld voor huur gemeentelijk vastgoed, kan als gevolg van een verslechterde financiële positie van debiteuren leiden tot oninbaarheid. Ook bij het terugbetalen van leningen aan de gemeente, bij door de gemeente verleende garanties lopen of ten aanzien van verbonden partijen lopen we een mogelijk risico. Hoewel wij hier op dit moment nog geen concrete signalen over hebben kan dit risico zich voor gaan doen in de komende periode.
De belangrijkste gevolgen, de financiële impact, mogelijke handelingsperspectieven en genomen maatregelen per 'stad' worden periodiek uitgewerkt in de monitor 'Tilburg onder corona'. De vierde monitor is op 26 januari 2021 aan de gemeenteraad aangeboden.
Specifieke risico's Nr.
Omschrijving risico
Kans van optreden
Incidenteel Structureel
Bedrag (x € 1.000)
Status
Inclusieve Stad 1. Gemeentelijk minimabeleid Midden S Onbekend ongewijzigd De regelingen die vallen onder het beleid Bestaanszekerheid hebben een open eind karakter. Bij stijging van het aantal minimahuishoudens (bron: CBS), het nieuwe ingezette beleid van het bieden van maatwerk (waarbij inzet van de regelingen) bestaat het risico van toenemende kosten omdat mogelijk meer minima gebruik gaan maken van de armoederegelingen. 2.
Ontoereikende SPUK uitkering Sport i.v.m. Midden S 0 - 500 gewijzigd BTW Vanaf 1 januari 2019 is de BTW vrijstelling op sport verruimd. Dat wil zeggen dat de BTW op alle uitgaven inzake gelegenheid geven tot sport niet meer in aftrek kan worden genomen. Dit leidt bij gemeenten tot een nadeel op deze uitgaven. Daarnaast wordt de kostprijsverhogende btw op indirecte uitgaven (corporate overhead; uitgedrukt in het gemeentebrede mengpercentage) hierdoor ook hoger. Om deze nadelen te compenseren kunnen de gemeenten een subsidie aanvragen op grond van de regeling specifieke uitkering sport (SPUK). De aanvraag geschiedt op basis van de begroting en wordt na afloop van het jaar op basis van de werkelijke cijfers afgerekend (en verantwoord in de SiSa). De afrekening wordt echter gemaximeerd op de begroting, daarnaast wordt er naar rato uitgekeerd wanneer de landelijke aanvraag het landelijke plafond overschrijdt. Inmiddels is 2019 afgerekend door het ministerie en is Tilburg voor dat jaar volledig gecompenseerd. Over de uitputting ten opzichte van het landelijke plafond 2020 zijn nog geen cijfers bekend. Voor 2020 bedraagt het risico maximaal € 0,5 miljoen. Jaarstukken 2020 Gemeente Tilburg
100.