03 Bijlage 2a regels
Tekst van het document
Werklandschap Wijkevoort 2020
23
Artikel 6 Natuur 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Functie De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur en/of het bos/de bosschages en de bijbehorende bosgroeiplaats; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden in het algemeen en in het kader van het Groen-blauw Raamwerk Werklandschap Wijkevoort (KruitKok, 2019) in het bijzonder; c. bijbehorende en ondergeschikte bestaande verharde en onverharde paden en wegen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; f. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; g. extensief (dag)recreatief medegebruik h. bouwwerken van algemeen nut.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de op grond van 6.1.1 toegelaten functies, en met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 2. de hoogte van kunstwerken en voorzieningen ten behoeve van de beveiliging en regeling van het verkeer niet meer mag bedragen dan hiervoor op aantoonbare wijze noodzakelijk is; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; b. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. c.
op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de op grond van 6.1.1 toegelaten functies met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3m en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 10m², tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 6.2.2 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en duurzame energieopwekking.
6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de bedrijfspresentatie, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is; b. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; d. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; f. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast;
Werklandschap Wijkevoort 2020
24
h. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; i. zulks verenigbaar is met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik; j. voldaan wordt aan de regels uit de ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort. Indien deze leidraad gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde regels uit de leidraad.
6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas; g. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur; h. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100m2 per perceel; j.
het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem. 6.5.2 Uitzonderingen Het in 6.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. Met betrekking tot het verwijderen van opgaand houtgewas wordt hier in elk geval onder verstaan het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of de kwaliteit van de overblijvende houtopstand (dunning), het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantenziektenwet en het verwijderen van opgaand houtgewas, ten aanzien waarvan ingevolge de Boswet een melding moet worden verzonden en/of vergunningplicht bestaat ingevolge de gemeentelijke Bomenverordening; b. ter uitvoering van werken en werkzaamheden in het kader van het Soortenmanagementplan en in het kader van het Groen-blauw Raamwerk Werklandschap Wijkevoort (KruitKok, 2019) c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 6.5.3 Toelaatbaarheid De in 6.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 6.1.1 genoemde waarden en/of functies.
Werklandschap Wijkevoort 2020
25
Artikel 7 Verkeer 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Functies De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer, waarbij het aantal rijstroken 2 of meer bedraagt; b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. bouwwerken van algemeen nut. 7.1.2 Aanduidingen Ter plaatse van de aanduiding: a. ecologische verbindingszone; zijn de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mede bestemd voor behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van een natte en/of droge ecologische verbindingszone waaronder de aanleg van een faunapassage. 7.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; c. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; d. faunapassages e.d.; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 7.1.1 en 7.1.2 genoemde functies.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 7.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut. 7.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 7.1.1 en 7.1.2 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2m bedragen.
7.2.5 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalophaalsystemen.
7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van:
Werklandschap Wijkevoort 2020
26
a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: b. een samenhangende straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid; f. de milieusituatie; g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. h. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
7.4 Afwijken van de bouwregels 7.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 7.4.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 7.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 7.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m. 7.4.2 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.
7.5 Specifieke gebruiksregels 7.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
Werklandschap Wijkevoort 2020
27
Artikel 8 Verkeer - Verblijf 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Functies De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf, waarbij het aantal rijstroken niet meer dan 2 bedraagt; b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. bouwwerken van algemeen nut. 8.1.2 Aanduidingen Ter plaatse van de aanduiding: a. cultuurhistorische waarden; zijn de voor 'Verkeer en Verblijf' aangewezen gronden mede bestemd voor instandhouding van de aldaar aanwezige cultuurhistorisch waardevolle weg inclusief karakteristieke bomenrij. Het is verboden deze weg te doorsnijden ten behoeve van de naastgelegen bestemming "bedrijventerrein". 8.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; b. faunapassages e.d.; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 8.1.1 en 8.1.2 genoemde functies.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking en met betrekking tot energieopwekking; c. Naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 8.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd op grond van de bouwregels toegelaten gebouwen van algemeen nut. 8.2.3 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 8.1.1 en 8.1.2 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 15m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag echter niet meer dan 2m bedragen. 8.2.5 Ondergronds bouwen
Werklandschap Wijkevoort 2020
28
Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalophaalsystemen.
8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. een goede landschappelijke inpassing; 3. behoud van de cultuurhistorische waarden; 4. de verkeersveiligheid; 5. de sociale veiligheid; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op de als ´Verkeer - Verblijf´ bestemde gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas; g. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur; h. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; i.
het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100m2 per perceel; j. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem. 8.4.2 Uitzonderingen Het in 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. Met betrekking tot het verwijderen van opgaand houtgewas wordt hier in elk geval onder verstaan het verwijderen van opgaand houtgewas bij wijze van verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei en/of de kwaliteit van de overblijvende houtopstand (dunning), het verwijderen van opgaand houtgewas ingevolge de Plantenziektenwet en het verwijderen van opgaand houtgewas, ten aanzien waarvan ingevolge de Boswet een melding moet worden verzonden en/of vergunningplicht bestaat ingevolge de gemeentelijke Bomenverordening; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 8.4.3 Toelaatbaarheid De in 8.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 8.1.1 en 8.1.2 genoemde waarden en/of functies.
8.5 Afwijken van de bouwregels
Werklandschap Wijkevoort 2020
29
8.5.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 8.5.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 8.2.4 voor de hoogte van erf- en terreinafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 8.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m. 8.5.2 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden geschaad; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast.
8.6 Specifieke gebruiksregels 8.6.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning f. het doorsnijden van deze weg ten behoeve van de naastgelegen bestemming "Bedrijventerrein".
Werklandschap Wijkevoort 2020
30
Artikel 9 Wonen - Buitengebied 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Functie De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. één woning per bestemmingsvlak; b. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; c. bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven; d. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; e. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; f. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; i. bouwwerken van algemeen nut. 9.1.2 Functie-aanduidingen j. Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zijn de voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden mede bestemd voor maatschappelijke voorzieningen.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen, evenals vergunde bebouwing, die nog moet worden opgericht. ; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 9.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één woning toegestaan; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de inhoud mag, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, niet meer bedragen dan 1000m³, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. Uitgezonderd hiervan zijn boerderijen met geïntegreerde bedrijfsruimte. Bij dergelijke boerderijen mag de inhoud gelijk zijn aan het bestaande bouwvolume van de boerderij, mits deze zijn oorspronkelijke karakter behoudt.
9.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf'; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen dienen op een afstand van tenminste 2m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; e. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan 20m; f. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een woning mag niet meer bedragen dan 1. 75m² op bouwpercelen, kleiner dan 1000m²;
Werklandschap Wijkevoort 2020
31
2. 150m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 1000m², doch kleiner dan 3000m²; 3. 200m2 op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 3000m2, doch kleiner dan 5000m²; 4. 250m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 5000m²; tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven of de bouwaanduiding 'bijgebouwen' een ander maximum met zich brengt. 9.2.4 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 9.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 9.1.1 en 9.1.2 toegelaten functies. b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1m. c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. d.
op of in deze gronden mogen rijbakken voor paarden worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van de desbetreffende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 2m, met uitzondering van lichtmasten, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8m; 2. de inwendige oppervlakte van een rijbak niet meer mag bedragen dan 800m2 en de buitenwerkse oppervlakte niet meer mag bedragen dan 875m²; e. de hoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde als geluidwerende voorziening mogen ten hoogste 5m bedragen. 9.2.6 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd, en daarnaast mogen direct aansluitend in- en uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 3,5m. 9.2.7 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van bouwwerken op de voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 9.2.3 ten behoeve van het bouwen van een woning met een hogere goothoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 8m; b. het bepaalde in 9.2.3 ten behoeve van het bouwen van een woning met een grotere inhoud dan 1000m³, zulks tot een inhoud van maximaal 1500m³; c. het bepaalde in 9.2.4 voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20m van de woning of het bouwen van een aan- of uitbouw of een bijgebouw op een afstand van minder dan 2m achter de voorgevelrooilijn van de woning, mits dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; d. het bepaalde in 9.2.5. voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 3m, mits die niet gesitueerd zijn voor de voorgevelrooilijn van de woning en het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden aangetast.
9.4 Specifieke gebruiksregels
Werklandschap Wijkevoort 2020
32
9.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor: 1. de uitoefening van enige tak van handel (inclusief detailhandel); 2. nijverheid; 3. dienstverlening; 4. de uitoefening van een ambachtelijk, industrieel of agrarisch bedrijf; 5. zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten; 6. horecadoeleinden; b. het splitsen van een woning in twee of meer woonruimten dan wel het gebruik van aan- of uitbouwen en bijgebouwen bij een woning als zelfstandige of afhankelijke woonruimte; c. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur} anders dan toegelaten op grond van 9.1.1 en 9.1.2 d. het gebruik van een woning voor 'zorgwoning' anders dan toegelaten op grond van 9.1.1 en 9.1.2. e. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; g. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; h.
het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen bij de woning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten. 9.4.2 Gebruik overeenkomstig de bestemming a. Het gebruik van ruimten binnen de woning en in de bijgebouwen bij de woning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie, mits: 1. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en; 2. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; 3. geen sprake is van op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtige of van uit oogpunt van milieu meldingsplichtige activiteiten en; 4. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; 5. geen sprake is van detailhandel;
9.5 Afwijken van de gebruiksregels 9.5.1 Binnenplans afwijken t.b.v publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.4.1 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen bij de woning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit en; b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; c. de in het omliggende gebied aanwezige waarden niet in onevenredige mate worden aangetast en; d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling past binnen de omgeving en; e. de nevenactiviteit geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en; f. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse en; g. gezorgd wordt voor voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein en; h.
de nevenactiviteit geen onevenredige beperkingen oplevert ten aanzien van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven en;
Werklandschap Wijkevoort 2020
33
i.
de nevenactiviteit zelf niet vergunningplichtig is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo en daarnaast milieuhygiënisch inpasbaar is en; j. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten , die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; k. geen sprake is van detailhandel, uitgezonderd een beperkte verkoop, ondergeschikt aan de publieksaantrekkende activiteit. 9.5.2 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.1.1 ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers. 9.5.3 Binnenplans afwijken t.b.v. onzelfstandige wooneenheden Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 9.4.1 sub b ten behoeve van het maximaal aantal gehuisveste personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur) - in een woning - indien: a. de betreffende woning zodanig is gesitueerd dat bewoning door meer dan 5 personen in onzelfstandige wooneenheden aanvaardbaar is, dit in relatie tot omliggende woningen; b. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor de bewoners van de betreffende woning; c. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen.
9.6 Wijzigingsbevoegdheid 9.6.1 Wijziging naar bestemming 'Natuur' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Bos' ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van natuur en/of bos, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, zoals het beleid voor het Natuur Netwerk Brabant, een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk en natuur- en/of landschapscompensatie.
Werklandschap Wijkevoort 2020
34
Artikel 10 Leiding - Gas (dubbelbestemming) 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Gas (dubbelbestemming) (dubbelbestemming) aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoge druk leiding voor het transport van gas ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding gas' en met een belemmeringenstrook van 5m ter weerszijden van de aanduiding 'hartlijn leiding gas'.
10.2 Bouwregels Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. Voor het bouwen geldt dat in afwijking van hetgeen wordt bepaald door de onderliggende basisbestemming(en), binnen de weergegeven dubbelbestemming 'Leiding - Gas (dubbelbestemming)' begrepen gronden uitsluitend bouwwerken mogen worden opgericht die zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van de desbetreffende hoofdtransportleiding.
10.3 Afwijken van de bouwregels 10.3.1 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 10.3.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels in 10.2 en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende basisbestemmingen worden gebouwd. 10.3.2 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; c. aan de milieusituatie m.n. externe veiligheid wordt voldaan. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Werken en werkzaamheden Het is op de voor de dubbelbestemming aangewezen gronden verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting of bomen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; b. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; c. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte; d. het in de grond brengen van voorwerpen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan normaal spit- en ploegwerk; g. diepploegen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 10.4.2 Uitzonderingen Het onder 10.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verleend is dan wel in uitvoering waren/zijn; b.
welke betrekking hebben op normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het gebruik overeenkomstig de dubbelbestemming of basisbestemming;
Werklandschap Wijkevoort 2020
35
c.
andere werken en/of werkzaamheden noodzakelijk in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding; d. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 10.4.3 Voorwaarden voor verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De onder 10.4.1 vermelde vergunning wordt slechts verleend, indien door de genoemde werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico's ontstaan en de betreffende leiding niet wordt aangetast. Dienaangaande vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies aan de betreffende leidingbeheerder.
10.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Leiding Gas (dubbelbestemming)' wordt verwijderd indien: a. de desbetreffende leiding gesaneerd is/wordt, dan wel uit nader onderzoek is gebleken dat de desbetreffende leiding buiten werking is gesteld; b. de leidingbeheerder heeft aangegeven dat de leiding wordt verwijderd dan wel buiten werking is gesteld.
Werklandschap Wijkevoort 2020
36
Artikel 11 Waarde - Archeologie - 1 (dubbelbestemming) 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 1' (dubbelbestemming) aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 11.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 11.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 11.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder maaiveld niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,3m onder maaiveld, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100m2; c. op en in de gronden als bedoeld in 11.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 100m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,3m onder maaiveld uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.
de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie' (dubbelbestemming), indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 11.4.2, is het verboden op of in de in 11.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 100m² of meer, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):
Werklandschap Wijkevoort 2020
37
a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,3m onder maaiveld; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 11.4.2 Uitzonderingen Het in 11.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 11.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 11.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 11.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.
de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.
11.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 1 ' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Werklandschap Wijkevoort 2020
38
Artikel 12 Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming) 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming)' (dubbelbestemming) aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
12.2 Bouwregels 12.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming Op en in de gronden als bedoeld in 12.1 mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 12.2.2 Bouwen ten behoeve van de andere bestemmingen a. Waar een basisbestemming, aangegeven op de verbeelding, samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde van de dubbelbestemming; b. op en in de gronden als bedoeld in 12.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing op de bestaande plaats, waarbij de oppervlakte op of onder maaiveld niet wordt vergroot, of; 2. een bouwwerk dat wordt gebouwd zonder graaf- of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,3m onder maaiveld, of; 3. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500m2; c. op en in de gronden als bedoeld in 12.1 mag ten behoeve van de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en) (basisbestemmingen), met inachtneming van de daarvoor geldende regels, een bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 2.500m2 en waarbij sprake is van graaf- en/of heiwerkzaamheden die dieper gaan dan 0,3m onder maaiveld uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.
de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; 2. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder 1 bedoelde rapport, door het bouwen niet wezenlijk worden aangetast; d. ter voorkoming van mogelijke schade kan 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de vergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken en de inrichting en het gebruik van de gronden voor zover de gronden zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming)' (dubbelbestemming), indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Werken en werkzaamheden Behoudens het bepaalde in 12.4.2, is het verboden op of in de in 12.1 bedoelde gronden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 2.500m², zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en):
Werklandschap Wijkevoort 2020
39
a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend het (af)graven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, heiwerkzaamheden en aanleggen van drainage dieper dan 0,3m onder maaiveld; b. het aanleggen, vergraven, verruimen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen of rooien van diepwortelende beplantingen/bomen of bos/boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 12.4.2 Uitzonderingen Het in12.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan als bedoeld in 12.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 12.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 13.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a.
de aanvrager van de vergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld, en; b. de aanwezige archeologische waarden, gelet op het onder a bedoelde rapport, door het verrichten van die werken en werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; met dien verstande dat ter voorkoming van mogelijke schade 1 of meer van de volgende verplichtingen aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de aanwezige archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, en/of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij vergunning te stellen kwalificaties.
12.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 2 (dubbelbestemming)' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Werklandschap Wijkevoort 2020
40
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Werklandschap Wijkevoort 2020
41
Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Werklandschap Wijkevoort 2020
42
Artikel 14 Algemene bouwregels 14.1 Bouwen in nabijheid van beschermwaardige bomen 14.1.1 Bebouwingsafstand Enig bouwwerk mag niet worden opericht binnen de attentiezone beschermenswaardige boom of beschermwaardig bos zoals op bijlage 7 Boomwaardekaart is weergegeven. 14.1.2 Toegestane bebouwing Het bepaalde in 14.1.1 is niet van toepassing indien: a. binnen de genoemde afstand van 15m reeds bebouwing voorkomt en na sloop van deze bestaande bebouwing nieuwe bebouwing wordt opgericht met een zelfde afstand tot de boom en een zelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij zodanige maatregelen te worden getroffen, dat de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad; b. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; c. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan. 14.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 14.1.1, indien zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd. Als voorwaarde voor deze omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau eisen. Deze analyse wordt in elk geval vereist indien: a. er sprake is van een 'monumentale boom'; b.
er gegronde vermoedens bestaan dat het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het voortbestaan van de betreffende boom of houtopstand / boom in gevaar kunnen brengen.
Werklandschap Wijkevoort 2020
43
Artikel 15 Algemene gebruiksregels 15.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Werklandschap Wijkevoort 2020
44
Artikel 16 Algemene afwijkingsregels 16.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
16.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
16.3 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt, e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.
16.4 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.
16.5 Binnenplans afwijken t.b.v. voorzieningen t.b.v. duurzame energie Het bevoegd gezag kan, na advies van de Adviescommissie Wijkevoort, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het oprichten en in stand houden van Voorzieningen t.b.v. duurzame energie. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de voorieningen t.b.v. duurzame energie geen negatieve effecten hebben op de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden, waarbij voor de bestemming Natuur geldt dat door onderzoek is aangetoond dat de voorzieningen t.b.v. duurzame energie geen effecten hebben op de natuur- en landschapswaarden van het betreffende gebied; b. er geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
Werklandschap Wijkevoort 2020
45
Artikel 17 Algemene aanduidingsregels 17.1 geluidzone - luchtvaart 17.1.1 geluidzone - grondgebonden geluid In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidszone' dat op basis van de Wet geluidhinder geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht ten behoeve van geluidgevoelige functies, uitsluitend voor wat betreft het gebied zoals dat is aangegeven in de Bijlage 9 Geluidzone-grondgebonden geluid. 17.1.2 geluidzone - luchtvaart Voor het oprichten van bebouwing ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone-luchtvaart' is het Besluit van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur, van toepassing. In de bijlage 3 Geluidzone-luchtvaartis het gebied van de gebiedsaanduiding 'geluidzone-luchtvaart' opgesplitst in de verschillende zoneringen (35-40, 40-45 en 45-50 KE).
17.2 luchtvaartverkeerzone 17.2.1 luchtvaartverkeerzone - funnel Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van een obstakelvrij start-en landingsvlak met zijkanten ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in de Bijlage 4 Luchtvaartverkeerzone-funnel, overschrijdt. 17.2.2 luchtvaartverkeerzone - ihcs Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van het obstakelvrije vlak een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in de Bijlage 5 Luchtvaartverkeerzone-IHCS, overschrijdt.
17.2.3 luchtvaartverkeerzone - ils Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van het nauwkeuriger uitvoeren van naderingen door vliegverkeer rondom de start- en landingsbaan een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in de Bijlage 6 Luchtvaartverkeerzone-ILS, overschrijdt. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van een hogere bouwhoogte, onder de voorwaarde dat de werking van de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. Hiertoe dient het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening schriftelijk advies in te winnen bij Defensie.
17.3 veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare objecten worden opgericht; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan en waarbij middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; c. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij een wijziging of oprichting leidt tot een toename van het groepsrisico binnen de 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' indien: 1. er geen sprake is van zeer kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform het Bevt is ingevuld.
Werklandschap Wijkevoort 2020
46
17.4 vrijwaringszone - weg In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone weg' een bouwverbod voor nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en een verbod tot uitbreiding van de bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van bouwwerken, geen gebouwen zijnde , onder de voorwaarde dat de het weg- en verkeersbelang niet onevenredig wordt geschaad. Hiertoe dient het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening schriftelijk advies in te winnen bij de wegbeheerder i.c. Rijkswaterstaat.