03 Beleidsnota inburgering
Tekst van het document
Beleidsnota Inburgering 2022 – 2026
Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding ............................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2: Context inburgering ........................................................................................................................... 4 2.1
Landelijk: doel en visie nieuwe wet ....................................................................................................... 4
2.2
Tilburg .................................................................................................................................................... 5
2.3
Regio ...................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3: Het Tilburgse inburgeringsmodel ...................................................................................................... 8 3.1
Regie gemeente ..................................................................................................................................... 9
3.2
Aankomst in de gemeente ................................................................................................................... 10
3.3
Brede intake & PIP ............................................................................................................................... 10
3.4
Oriëntatie en leerroutes ...................................................................................................................... 11
3.5
Na de inburgering ................................................................................................................................ 14
Hoofdstuk 4: Evaluatie en monitoring .................................................................................................................. 16 Hoofdstuk 5: Financiën ......................................................................................................................................... 17 Bijlage 1: Doelgroepen en taken Wet inburgering ................................................................................................ 18 Bijlage 2 Wet Inburgering 2013 en 2022 ............................................................................................................... 21 Bijlage 3 Wettelijke onderdelen inburgeringsplicht .............................................................................................. 22 Bijlage 4 Aanpalend beleid gemeente Tilburg ...................................................................................................... 23 Bijlage 5: Geleerde lessen & Pilots ........................................................................................................................ 24
2
Hoofdstuk 1: Inleiding Tilburg is een gastvrije en inclusieve stad, waar iedereen zich thuis kan voelen en naar vermogen maatschappelijk participeert. Met het nieuwe inburgeringsbeleid willen we de inburgeraars gastvrij ontvangen, hun zelfredzaamheid en veerkracht vergroten en inzetten op hun talentontwikkeling. Hierbij staan participatie, empowerment en taal centraal. De gemeente voert vroegtijdig en doorlopend de regie op de uitvoering van de inburgering. Inburgeraars blijven zelf in ‘the lead’ en verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Deze beleidsnota is opgesteld omdat naar verwachting per 1 januari 2022 de nieuwe Wet Inburgering in werking treedt1. De huidige wet is in 2018 geëvalueerd en hieruit is gebleken dat de wet niet tot de gewenste resultaten leidt2:
-
Inburgeraars zijn minder goed in staat zelfstandig invulling te geven aan hun traject dan wordt verondersteld en huidige ondersteuning kan beter
-
Er is geen goede aansluiting van de inburgering met participatie en onderwijs Inburgeraars worden onvoldoende uitgedaagd om het hoogst haalbare taalniveau te halen De aansluiting tussen voorinburgering en het inburgeringstraject kan beter
Daarnaast zijn er de afgelopen jaren diverse onderzoeken gedaan naar de wijze waarop inburgering succesvoller kan zijn. De WRR3 policy brief ‘Geen tijd verliezen’ is daarin een belangrijk rapport geweest. Hierop heeft, mede op aandringen van gemeenten, het kabinet de Veranderopgave Inburgering (VOI) ingezet die leidt tot de invoering van een nieuwe Wet inburgering. Deze beleidsnota inburgering vormt het kader voor het nieuwe inburgeringsmodel, gebaseerd op de nieuwe Wet inburgering en heeft betrekking op alle inwoners van Tilburg die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig worden. De nieuwe Wet inburgering kent een aantal doelgroepen, te weten de asielstatushouders en gezins- en overige migranten. De gemeente krijgt verschillende verantwoordelijkheden voor de verschillende groepen.4 Voor zowel de inburgeraars, de gemeente en partners in de stad gaat er in de praktijk veel veranderen met deze nieuwe wet. Het Rijk heeft ervoor gekozen om enkel de uitvoering van de inburgering bij gemeenten te beleggen. De Minister is en blijft verantwoordelijk voor de inrichting en de werking van het stelsel als geheel. Ten tijde van het schrijven van deze beleidsnota is de wet- en regelgeving nog niet definitief vastgesteld. 5 Naast de onzekerheid van nog niet definitieve wetgeving, fluctueert de instroom en achtergrond van inburgeraars per jaar.
Dit maakt dat we een inburgeringsmodel nodig hebben dat zowel flexibel als duurzaam is.
1 Op 11 november 2020 heeft minister Koolmees de Tweede Kamer bij brief geïnformeerd dat de eerder gestelde invoeringsdatum van 1
juli 2021 niet haalbaar bleek. Er wordt gestreefd naar invoering van de nieuwe wet inburgering per 1 januari 2022. 2 Significant, Inburgering: Systeemwereld versus leefwereld, Evaluatie Wet inburgering 2013, 13 juni 2018, W. Koolmees, Brief Tweede Kamer, Evaluatie van de wet inburgering, 27 juni 2018.. 3 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. 4 In bijlage 1 staan de verschillende doelgroepen inburgeraars beschreven, alsmede de taken die de gemeente krijgt met ingang van deze wet. 5 Op 2 juli 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel vastgesteld. De behandeling in de Eerste Kamer staat gepland voor 1 december 2020. Het Besluit en de regeling Inburgering zijn in consultatie geweest. De verwachting is dat deze per mei 2021 definitief zijn. 3
Hoofdstuk 2: Context inburgering 2.1 Landelijk: doel en visie nieuwe wet Nieuwe wet inburgering Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt dat alle inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk. 6 Hierbij bereiken inburgeraars het voor hen hoogst haalbare taalniveau (taalniveau B1 als uitgangspunt) en leren de Nederlandse maatschappij goed kennen, in combinatie met zo snel mogelijk participeren naar vermogen, vanaf de start van het inburgeringstraject. Volgens de nieuwe wet wordt dit behaald door: • Tijdig starten met inburgeren, waarbij de wachttijd op het asielzoekerscentrum (azc) 7 zo goed mogelijk wordt benut. • Aandacht te hebben voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject; • Een passend traject voor iedere inburgeraar - maatwerk • Het combineren van het leren van taal met participatie - dualiteit • Het borgen van de kwaliteit van het inburgeringsaanbod De Wet inburgering wordt gepositioneerd als onderdeel van het sociale domein en gekoppeld aan de Participatiewet. Positie gemeente Met de nieuwe Wet inburgering krijgt de gemeente de regie op inburgering terug. 8 Dit betekent dat zij in het nieuwe stelsel een actieve rol gaat krijgen in 4 van de 5 schakels van de inburgeringsketen:
DUO, na verkrijgen Verblijfsvergunning (IND)
COA en Gemeente
Gemeente
Gemeente
Gemeente en DUO
Met deze nieuwe wet hebben gemeenten, anders dan nu, de mogelijkheid om: Op basis van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van een inburgeraar de passende participatie- en taalondersteuning te organiseren en hier regie op te voeren; Deze ondersteuning niet meer volgtijdelijk aan te bieden maar parallel. Het leren van de taal wordt onderdeel van een breder traject naar werk en/of opleiding, financiële zelfstandigheid, sociaal maatschappelijke zelfredzaamheid en goede gezondheid; - Ondersteuning aan inburgeraars goed af te stemmen in de keten (w.o. onderwijs en werk). Uit praktijkervaring9 en beleidsonderzoek10 blijkt dat deze integrale aanpak tot effectievere inburgering leidt.
6 Er geldt een inburgeringstermijn van 36 maanden. 7 Niet alle inburgeraars komen via het AZC, dan kan pas bij de aankomst in gemeente worden gestart. 8 In de periode van 2007 tot 2013 had de gemeente ook de regie op inburgering. Echter, in deze periode was deze regie anders
vormgegeven dan in de nieuwe wet inburgering. 9 Zie bijlage 5 voor de geleerde lessen. 10 Toezicht Sociaal Domein, Een samenhangende aanpak voor de integratie van statushouders, november 2019. Tilburg was ook onderdeel van dit onderzoek. https://www.toezichtsociaaldomein.nl/onderzoeken-en-instrumenten/uitvoering-integratie-statushouders. 4
Positie inburgeraar In de huidige wet is de inburgeraar geheel zelf verantwoordelijk om zijn inburgering te organiseren. 11 In de nieuwe wet verandert dit. De inburgeraar gaat in samenwerking met de gemeente toewerken naar het behalen van de inburgering. Hierbij zorgt de gemeente voor een passend inburgeringstraject en doorlopende ondersteuning. Van de inburgeraar wordt commitment en inzet verwacht om het traject succesvol af te ronden. Kortom, het nieuwe inburgeringsstelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang in het azc naar zelfredzaamheid in de Nederlandse samenleving. Hierbij heeft de gemeente de regie op de uitvoering van de wet inburgering, maar blijft de inburgeraar zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.
2.2 Tilburg Historie Vanaf 201312 is inburgering een verantwoordelijkheid van de inburgeraar zelf. Met de verhoogde asielinstroom in 2015/2016 hebben we in Tilburg geconstateerd dat deze wet niet bijdroeg aan het bereiken van het beoogde doel, te weten, integratie en participatie van inburgeraars en hebben we actief ingezet op het bieden van ondersteuning aan onze nieuwe inwoners. In 2016 is hiervoor het Position paper 'Integratie en participatie van vluchtelingen in Tilburg’ vastgesteld. Het Position paper en het daaruit voortkomende Actieplan Vluchtelingen resulteerde in een typisch Tilburgse aanpak voor statushouders. Hierin werd o.m. gewerkt met klantregie op statushouders waarbij er één contactpersoon was die situationeel passende ondersteuning bood. Deze aanpak en onze ervaringen vanuit de pilots hebben input opgeleverd voor de nieuwe landelijke wetgeving en vormen voor ons nu de basis voor deze nieuwe beleidsnota inburgering.13
Huidig kader Op basis van het bestuursakkoord (2018-2022) werken we aan een plek waar iedere Tilburger gezond en gelukkig is. Dit geldt natuurlijk ook voor onze inburgeraars. Vandaar dat we ook met inburgering aansluiting zoeken bij de waarden van Agenda Sociaal 013. We geven daarom in Tilburg inburgeraars een warm welkom, een goede start en we willen dat er ruimte is om te leven met optimale kansen voor een ieder in een wereld die hen ziet. In het Tilburgs sociaal domein bevindt de beleidsnota inburgering zich in het veld ‘Stimuleren van Persoonlijke Ontwikkeling’. In dit veld staat de kans hebben om je talenten te ontdekken, te ontwikkelen en in te zetten zodat je (naar vermogen) mee kunt doen en perspectief ervaart, centraal. Waar nodig bieden we met partners in de stad ondersteuning. De kadernota Persoonlijke Ontwikkeling vormt de overkoepelende nota voor het veld ‘Stimuleren van Persoonlijke Ontwikkeling’. Met deze
11 Hiervoor kan de inburgeraar een lening afsluiten bij het DUO. Voor statushouders geld dat deze na behalen inburgering, kwijtgescholden
wordt. 12 Zie bijlage 2 voor het verschil tussen de huidige wet inburgering en de nieuwe wet inburgering. 13 Zie bijlage 5 voor meer informatie over de pilots en geleerde lessen. 5
beleidsnota inburgering sluiten we aan bij deze kadernota en de ambitie om talentontwikkeling mogelijk te maken in alle levensfasen van inburgeraars.14 In het sociale domein zijn diverse beleidsterreinen van invloed op de inburgering. Daarom is het noodzakelijk om het inburgeringsbeleid in samenhang daarmee te bezien. 15 Zoals eerder aangegeven wordt de nieuwe Wet inburgering expliciet gekoppeld aan de Participatiewet. Sinds januari 2020 is de uitvoering van de Participatiewet in Tilburg vormgegeven volgens de beleidsnota Tilburg investeert in Perspectief (TiiP). Daarmee is TiiP tevens een belangrijk kader voor onze lokale inrichting van de inburgering. TiiP kenmerkt zich door de volgende uitgangspunten: -
We ontwikkelen en investeren in het talent van alle uitkeringsgerechtigden; Via een klantregisseur voor iedereen; Iedere klant krijgt een plan van aanpak, dat samen met hem/haar is opgesteld; Op basis van wederkerigheid: we vragen van de klant dat deze zich naar vermogen inzet; We maken een heldere 'diagnose' wat iemand kan en wat nodig is om te ondersteunen; we zetten ondersteuning in op maat (dus passend bij de uitkeringsgerechtigde en diens leefwereld) Niet alleen betaald werk is het doel, maar participeren naar vermogen; We houden rekening met alle leefgebieden hierbij; Er is ook ruimte voor ondersteuning van niet-uitkeringsgerechtigden (NUG-gers), via klantregie en indien noodzakelijk een klein budget voor inzet van instrumenten.
Van de inburgeraars, hebben de statushouders bij de start van hun inburgering vaak ook een bijstandsuitkering. Daarmee vallen zij direct onder zowel de wet inburgering als de participatiewet. De gezins- en overige migranten hebben in beginsel geen bijstandsuitkering en kunnen gerekend worden tot de groep NUG. Zowel de talentontwikkeling die centraal staat in het sociaal domein als de uitgangspunten van TiiP ten aanzien van klantregie komen terug in ons lokale inburgeringsmodel (zie hoofdstuk 3).
2.3 Regio Om lokaal passende ondersteuning aan inburgeraars te kunnen geven is het noodzakelijk om (op onderdelen) (boven)regionaal samen te werken. Het aantal inburgeraars per gemeente is wisselend, maar de diversiteit in de groep is groot. Door regionale samenwerking kunnen we meer differentiatie in het aanbod realiseren. Hierdoor kunnen we de inburgeraar een beter passend inburgeringstraject aanbieden en de aanpak betaalbaar houden voor nu en in de toekomst. In de regio Hart van Brabant werken we daarom sinds 2016 nauw samen vanuit onze gezamenlijke ambitie om inburgeraars te ondersteunen bij hun integratie en participatie. Onze aanpak ten aanzien van inburgering kenmerkt zich door ‘learning by doing’. Ter voorbereiding op de nieuwe wet hebben we in de regio vanaf 2018 diverse pilots uitgevoerd.16
14 In de kadernota Persoonlijke Ontwikkeling is specifiek aandacht voor: het tegengaan van ongelijkheid van kansen, groei naar Leven Lang
Ontwikkelen en leren doe je overal; stimuleren van meer samenhang in talentontwikkeling. 15 Zie bijlage 4 voor een overzicht van de relevante aanpalende beleidsterreinen. 16 Zie bijlage 5 voor een overzicht van alle pilots ingezet vanaf 2016 met korte beschrijving. 6
Deze pilots zijn mede gefinancierd door: de Europese pilots ESF JAP17 en AMIF18, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Justitie &Veiligheid. Hierdoor hebben we onder meer onderstaande inzichten opgedaan, in de aanpak van ondersteuning aan inburgeraars: • Vroegtijdig starten met kennismaking en begeleiding, al tijdens het verblijf op het azc, werkt. Statushouders kunnen vroegtijdig hun netwerk opbouwen, het geeft hen rust en duidelijkheid en leidt tot een beter klantbeeld bij de klantregisseur. • Participatie en (vrijwilligers)werk leveren een positieve bijdrage aan de integratie in de Nederlandse samenleving en het leren van de Nederlandse taal. Daarnaast wijst ook landelijk onderzoek uit dat participatie, ook een positief effect heeft op andere leefgebieden zoals gezondheid.19 • Maatwerk in de voorlichting, communicatie aangepast op het niveau van de inburgeraar, begeleiding van en aanbod voor inburgeraars is noodzakelijk. Het aansluiten bij de leefwereld en behoeften van de inburgeraar is essentieel en verschilt sterk per persoon. Er kunnen stappen worden gezet met de juiste ondersteuning.
Werkzame elementen hierin zijn: nabijheid, persoonlijke aandacht, vertrouwen, het ondersteunen op maat, het investeren (coachen) in zelfregulerend vermogen en het oplossen van praktische problemen.20 • Samenwerking in de hele keten is essentieel voor slagen van het integrale inburgeringstraject. • Een goede oriëntatiefase is belangrijk om inburgeraars te laten onderzoeken welke richting (sector/leerroute) ze op willen en om, samen met de klantregisseur, te bepalen welk traject passend is. Deze inzichten hebben geleid tot een visie op inburgering die is vastgelegd in een regionale startnotitie ‘veranderopgave inburgering’.21 Hiermee hebben we in regio Hart van Brabant afgesproken dat we bij het nieuwe inburgeringsmodel inzetten op een vroegtijdige, integrale en doorlopende aanpak waardoor iedere inburgeraar optimaal de kans krijgt om zichzelf te ontwikkelen en op maat ondersteund wordt. Het college heeft op 30 juni 2020 de startnotitie vastgesteld.
17 Een subsidie van the European Social Fund, Joint Action Plan. 18 Een subsidie van the Asylum, Migration and Integration Fund. 19 Lex Burdorf, Artsen en beleidsmakers moeten weten: arbeid is het beste medicijn, Erasmus Universiteit, april 2020. 20 Deze uitkomsten kwamen ook uit de Tilburgse pilots VEX en Doe Mee. 21
https://www.nieuwebrabanders.nl/informatie/informatie-beleid 7
Hoofdstuk 3: Het Tilburgse inburgeringsmodel Met het nieuwe inburgeringsbeleid willen we de inburgeraars warm welkom heten, inzetten op hun talentontwikkeling en hun zelfredzaamheid en veerkracht vergroten. Hierbij staan participatie, empowerment en taal centraal. Door in te zetten op empowerment, via voorlichting en vaardigheden, ontwikkelen inburgeraars de juiste handvatten voor een zelfstandig leven in Tilburg en specifiek in de wijk waarin ze wonen. De combinatie van de drie elementen dient ter preventie van schulden, werkloosheid, taalachterstand en gezondheidsklachten. Hiermee zetten we onder meer in op het tegengaan van de ongelijkheid van de kansen van inburgeraars. 22 De gemeente heeft vroegtijdig23 en doorlopend24 de regie op de uitvoering van de inburgering. De inburgeraar blijft zelf in ‘the lead’ en verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier we dat willen doen.
Zoals bovenstaand figuur aangeeft, hanteren we in het Tilburgse model diverse elementen: ‘aankomst in de gemeente’, ‘brede intake en Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP)’, ‘oriëntatie en leerroutes’.25 Hierbij voert de gemeente vroegtijdig en doorlopend klantregie op de inburgering.
22 Dit is een deel opgave van de kadernota persoonlijke ontwikkeling; tegengaan van ongelijkheid van kansen. 23 Vroegtijdig houdt in: vanaf het moment dat de inburgeraar bij de gemeente bekend is. Voor een statushouders is dat vanaf het moment
dat het COA een persoon koppelt aan de gemeente. Voor gezins- en overige migranten is dat vanaf het moment dat hij/zij zich inschrijft in de Basisregistratie Personen (BRP). 24 Doorlopend houdt in: vanaf het moment dat de inburgeraar bij de gemeente bekend is tot en met het moment waarop de hij/zij voldaan heeft aan de inburgeringsplicht of verhuist naar een andere gemeente. 25 Deze elementen komen overeen met de onderdelen uit de nieuwe wet inburgering, zie bijlage 1. 8
3.1 Regie gemeente De regierol ligt bij de klantregisseur. Hij heeft daarmee een belangrijke taak ons inburgeringsmodel. De klantregisseur begeleidt vanuit een coachende houding en sluit daarbij goed aan op de leefwereld van de inburgeraar, gedurende het hele inburgeringstraject. Hierbij wordt maatwerk geboden en functioneert de klantregisseur als de spin in het web. De situatie van de inburgeraar wordt in kaart gebracht op vijf leefgebieden: wonen, financiën, (sociaal) netwerk, gezondheid en werk/school. Binnen deze leefgebieden zijn zowel de klantregisseur, als ook diverse partners26 aan zet om de inburgeraar te begeleiden en volwaardig te laten participeren in de samenleving en de wijk. Een goede samenwerking tussen de inburgeraar en alle betrokken partijen uit die leefgebieden, is essentieel. De klantregisseur overziet het geheel, heeft de regie en brengt de verschillende partijen bij elkaar, bijvoorbeeld de coördinator vanuit Toegang27 of de Toeleider VVE. Voor inburgeraars met een bijstandsuitkering geldt dat de klantregisseur naast de Wet inburgering, ook de Participatiewet uitvoert. De klantregisseur weet waar eventuele kansen en knelpunten zitten bij de aansluiting van beide wetten. De klantregisseur bewaakt het verloop van het inburgeringstraject en stuurt zo nodig bij.
De focus ligt op empowerment, taal en talentontwikkeling van de inburgeraar waardoor die zich zo snel mogelijk thuis voelt in onze gemeente, participeert in de samenleving, en zich gezond en gelukkig voelt. Als onderdeel van de regierol van de gemeente, volgt de klantregisseur de voortgang van de inburgeraar op alle onderdelen van het traject en zal ook handhaven, als dit nodig mocht zijn. We werken in Tilburg bij de uitvoering van de Participatiewet volgens de principes van hoogwaardig handhaven: door goede informatie vooraf proberen we sancties achteraf te voorkomen (preventie voor repressie). Ditzelfde principe wordt ook bij de uitvoering van de Wet inburgering gehanteerd: we informeren de inburgeraar vooraf goed over diens rechten en plichten en we volgen actief het inburgeringstraject. Hiermee willen we voorkomen dat het traject zonder goed gevolg wordt afgerond, zodat we de (wettelijke verplichte) boeten kunnen voorkomen. Wat is de verandering?28 -
De gemeente krijgt een regierol en een handhavingstaak ten aanzien van de uitvoering van het PIP. Tilburg kiest voor om binnen TiiP de specifieke klantregie statushouders uit te breiden naar alle inburgeraars. Tilburg kiest ervoor om zo vroegtijdig mogelijk, liefst nog op het azc, te starten met klantregie. Klantregisseur voert voor een deel van de inburgeraars regie vanuit twee wetten (Wet inburgering en de Participatiewet). Dit betekent dat de klantregisseur aandacht heeft voor het geheel van; taal, participatie en empowerment.
26 Vanuit hun maatschappelijke opdracht, gesubsidieerd door de gemeente. 27 In het kader van ‘een gezin, één plan, één coördinator, draagt de klantregisseur de regie op het leefgebied gezondheid over aan de
coördinator, in nauwe afstemming. 28 Dit geeft aan wat er verandert tussen de huidige wettelijke situatie en de nieuwe wet. 9
3.2 Aankomst in de gemeente29 Huisvesting en praktische hulp Om uitvoering te geven aan een goede start in Tilburg zetten we in op een goede aankomst en een warm welkom in onze gemeente.30 Wanneer een statushouder gehuisvest wordt in gemeente Tilburg dienen er praktische zaken geregeld te worden in elk leefgebied. Hierin willen we de statushouders, tijdens deze eerste aankomstfase, zoveel mogelijk praktisch hulp bieden. Dit houdt in dat praktische zaken voor hen ingeregeld worden, maar dat ze ook worden meegenomen in wat deze zaken betekenen. Ervaring leert ons dat deze praktische hulp belangrijk is voor een goede start in Tilburg. Wanneer zaken niet goed ingeregeld zijn, merken we dat de statushouders weinig ruimte hebben om met andere zaken, zoals taalles of participatie bezig te zijn.31 Deze ondersteuning is daarom essentieel, en wordt in nauwe samenhang met klantregie al vroegtijdig ingezet. De praktische hulp bij vestiging in de gemeente is een reeds bestaande taak van de gemeente.32 Financiële ontzorging Een nieuwe gemeentelijke taak is het financieel ontzorgen van de statushouders. Concreet betekent dit dat de gemeente tijdelijk het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen neemt. Het verplicht ontzorgen bestaat uit het inhouden en doorbetalen van de vaste lasten huur, gas, water en stroom en de zorgverzekering van de bijstandsuitkering.
De periode van ontzorging gaat volgens de wettelijke verplichting in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat en duurt zes maanden. Wanneer blijkt dat het ontzorgen langer nodig is, dan kunnen we dit in samenspraak met de inburgeraar voortzetten. Naast het inhouden van de vaste lasten is het belangrijk dat de statushouder tegelijkertijd begeleid wordt naar financiële zelfredzaamheid. Deze begeleiding kan ook een langere periode dan zes maanden beslaan en vindt plaats vanuit het onderdeel ‘voorlichting en vaardigheden’ (zie figuur pag. 8). Wat is de verandering Door vroegtijdige regie (3.1) zien we de statushouders al vóór huisvesting in de gemeente. Dit betekent dat we vroegtijdig al praktische hulp kunnen inzetten, zodat de overgang naar wonen in de gemeente vlot verloopt. De gemeente gaat statushouders financieel ontzorgen.
3.3 Brede intake & PIP Brede intake We starten zo vroeg mogelijk met de brede intake, indien mogelijk al op het azc. Zodra een inburgeraar bekend is bij de gemeente Tilburg33 krijgt de gemeente de regie en kan de fase van brede intake starten. 34 Om optimale kansen te kunnen bieden, is het belangrijk om zo volledig mogelijk in beeld te brengen welke talenten, mogelijkheden en achtergrond iemand heeft. Om hier toe te komen doorloopt de inburgeraar een uitgebreid intake programma, zodat de klantregisseur sámen met de inburgeraar een PIP op kan stellen.
29 Dit is alleen van toepassing op inburgeraars die statushouders zijn, zie bijlage 2. 30 Het proces van het huisvesten van statushouders wijzigt met de invoering van de nieuwe wet inburgering niet - zie bijlage 2. 31 Zie advies van de Adviesraad Statushouders HvB, bijlage 5. 32 Praktische hulp is een van de twee onderdelen die onder maatschappelijke begeleiding gedefinieerd is in de nieuwe Wet inburgering. 33 Statushouders zijn bekend op het moment dat het COA deze persoon koppelend aan de gemeente via hun Taakstelling Volg Systeem
(TVS). Gezins- en overige migranten zijn bekend bij inschrijving in het Basisregistratie Personen (BRP). 34 Het liefst starten we hiermee op het azc en wordt het intakeprogramma afgestemd of geïntegreerd met de VOORinburgering vanuit het COA. Dit wordt nog onderzocht in de pilot Regioplaatsing. 10
De brede intake is een uitgebreid programma dat een inburgeraar volgt waarin:
-
de klantregisseur de inburgeraar zo goed mogelijk leert kennen op alle leefgebieden en de talenten en behoeften in kaart brengt om een inhoudelijk zo compleet mogelijk PIP vast te kunnen stellen en een route op maat te kunnen bieden;
-
de inburgeraar onderzoekt wat hij wil en kan. Hiermee stimuleren we zelfregie op het PIP en de route;
-
er onderzoek plaats vindt naar gevolgd onderwijs in land van herkomst (diplomawaardering) de inburgeraar kennis maakt met de Tilburgse/Nederlandse cultuur, samenleving en arbeidsmarkt; een leerbaarheidstoets afgenomen wordt; de Toegang ingezet wordt, wanneer er op enkele leefgebieden zwaardere ondersteuning nodig is; gestart wordt met taal en participatieactiviteiten; daarnaast reguliere instrumenten van TiiP ingezet kunnen worden, wanneer dat passend en nodig is.35
Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) Het resultaat van de Brede Intake is dus een opgesteld PIP met een advies voor de leerroute per inburgeraar opgesteld door de klantregisseur samen met de inburgeraar. 36 In het PIP staan de doelen voor de inburgeraar op alle leefgebieden in het kader van talentontwikkeling, zelfredzaamheid, het taalniveau, waarop examinering plaats gaat vinden en slagingstermijnen. Eventuele aandachtspunten en ontwikkelmogelijkheden worden per leefgebied opgenomen. Eventuele ontheffingen en vrijstellingen worden tevens vastgesteld. Voor de inburgeraars die een bijstandsuitkering ontvangen wordt het PIP geïntegreerd met het plan van aanpak vanuit de Participatiewet. Wat is de verandering? - Tilburg zet in op een te doorlopen programma voor de brede intake in plaats van een enkele gesprek met de klantregisseur. - Het PIP moet een gezamenlijk en dynamisch document worden. - Voor iedere inburgeraar wordt een plan opgesteld, niet alleen voor de inburgeraars die een bijstandsuitkering hebben. - Naar aanleiding van het PIP heeft de gemeente de plicht om een passend aanbod van een leerroute te doen voor statushouders. De gemeente heeft een adviserende rol voor de gezinsmigranten die verantwoordelijk blijven voor de inkoop van hun eigen traject. - Er wordt een leerbaarheidstoets afgenomen bij alle inburgeraars.
De gemeente bepaalt het moment waarop deze wordt afgenomen.
3.4 Oriëntatie en leerroutes 3.4.1 Oriëntatie De oriëntatiefase is gericht op het overbruggen van verschillen op cultuur, samenleving en arbeidsmarkt. We beogen hiermee te bereiken dat de inburgeraar de Nederlandse cultuur en arbeidsmarkt begrijpt, weet wat hij kan en wil en de vervolgroute in het inburgeringstraject beter passend is en vanuit eigen motivatie doorlopen wordt.
35 Instrumenten zoals het praktijkdiagnose centrum. 36
Indien de inburgeraar niet achter het opgestelde PIP staat, kan bezwaar gemaakt worden. 11
Op basis van praktijkervaring en beleidsonderzoek 37 weten we dat het los aanbieden van modules minder goed werkt. Daarom worden de volgende wettelijk verplichte onderdelen opgenomen in een te doorlopen oriëntatieprogramma: het Participatieverklaringstraject (PVT) de Module Arbeidsmarkt38 en Participatie (MAP)39 de module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM). begeleiding naar financiële zelfredzaamheid 40 voorlichting over de verschillende leefgebieden41 participatieactiviteiten Nederlandse taal Essentieel bij het oriëntatieprogramma is de manier waarop het programma wordt aangeboden. Het moet gericht zijn op empowerment van de inburgeraar, via het ontwikkelen van de juiste handvatten (vaardigheden) voor een zelfstandig leven in Tilburg. De oriëntatiefase is de eerste, wat algemenere fase van de leerroute, gericht op de oriëntatie van de inburgeraar op de samenleving en de te volgen route. Wat is de verandering? - Tilburg kiest voor een integrale oriëntatiefase, in plaats van losse modules. - De modules sluiten aan bij de praktijk en leefwereld van de inburgeraar.
3.4.2 Leerroutes De wet kent drie verschillende leerroutes: de onderwijsroute, B1 route en zelfredzaamheidsroute. Met de inzet van deze drie verschillende leerroutes kunnen we meer maatwerk bieden en kunnen inburgeraars een programma volgen dat bij hen past. Vanuit ervaring weten we dat het belangrijk is, dat er een combinatie gemaakt wordt tussen participatie en taal, gericht op empowerment van de inburgeraar. Dit betekent dat de taal en vaktaal afgestemd moeten zijn op de participatieactiviteiten. In bijlage 3 wordt toegelicht per route, wanneer iemand aan de inburgeringsplicht vanuit de nieuwe wet heeft voldaan. Hieronder wordt per leerroute aangegeven hoe we deze in Tilburg nader invullen. Onderwijsroute De onderwijsroute is één van de leerroutes binnen het nieuwe stelsel en is bedoeld voor (jongere) inburgeraars met hoge leerbaarheid en die gemotiveerd zijn een opleiding in het reguliere Nederlandse onderwijs te voltooien. Er wordt minimaal MBO2 niveau nagestreefd, omdat dit geldt als een startkwalificatie.
37 Toezicht Sociaal Domein, Een samenhangende aanpak voor de integratie van statushouders, november 2019. 38
Wanneer over arbeidsmarkt gesproken wordt, komt ook het ondernemerschap aan bod. Indien een inburgeraar daar verder in wil, wordt hij in overleg met de klantregisseur in contact gebracht met het team ondernemersadvies van de gemeente (reguliere dienstverlening). Bij de uitwerking van het inburgeringbeleid wordt bekeken of er aanvullende specifieke dienstverlening hierop voor inburgeraars nodig is. 39 Deze module hoeft niet gevolgd te worden in de onderwijsroute. 40 Geldt enkel voor de statushouders aangezien zij ook financieel ontzorgd worden. 41 Voorlichting is een van de twee onderdelen die onder maatschappelijke begeleiding gedefinieerd is in de nieuwe Wet inburgering. 12
Met een startkwalificatie zijn de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk hoger. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject, waarin de inburgeraar niet alleen de Nederlandse taal op minimaal B1 haalt, maar waarin hij tegelijkertijd voorbereid wordt op de instroom in het reguliere Nederlandse onderwijs (MBO2, HBO of WO). In Tilburg willen we een gedifferentieerd aanbod van onderwijsroutes: een route voor het MBO en een route voor HBO/WO. Gezien de kleine aantallen potentiele deelnemers42, die ook nog eens verspreid gedurende het jaar binnen komen, is het wenselijk om bovenregionaal samen te werken in de onderwijsroute. We hebben hierbij ook speciale aandacht voor de volgende groepen; -
-
Inburgeraars boven de 30 jaar. Zij hebben geen recht op studiefinanciering na afronden schakeltraject. We hanteren hier als gemeente maatwerk en sluiten aan bij de bestaande afspraken UAF en het Leven Lang Leren Krediet.43 Jonge inburgeraars vanuit de Internationale Schakelklas (ISK, MBO 1), voor wie doorstroom binnen regulier onderwijs (nog) niet haalbaar is, maar te hoog leerbaar zijn voor de zelfredzaamheidsroute.44
B1-route De B1-route wordt vanuit het Rijk gezien als de ‘standaardroute’ binnen de nieuwe wet inburgering. 45 Het doel van deze route is de inburgeraar zo snel mogelijk te laten participeren (liefst via betaald werk) en de Nederlandse taal op niveau B146 te bereiken. Binnen deze route wordt zoveel mogelijk ingezet op dualiteit: een combinatie taal én participatie. Naarmate de route in tijd vordert verschuift de nadruk steeds meer van de taalcomponent richting participatie. In Tilburg zetten we participatie centraal. We willen dat inburgeraars zoveel mogelijk ervaring in de praktijk opdoen. Hierbij is het belangrijk dat het praktijkdeel bij meerdere sectoren en in aansluiting op de behoefte van werkgevers en inburgeraars, wordt georganiseerd. 47
42
We verwachten dat ongeveer 10% van de instroom de onderwijsroute gaat volgen. In Tilburg is dit op basis van de huidige cijfers jaarlijks ongeveer 10 asielstatushouders en 10 gezinsmigranten. 43 Studenten, die geen beroep meer kunnen doen op studiefinanciering via DUO kunnen via dezelfde organisatie het ‘leven-lang-lerenkrediet’ aanvragen. Hiermee kunnen zij hun studiekosten betalen. Voor uitkeringsgerechtigden heeft het de voorkeur om een BBL-traject te volgen zodat leren en betaald werken direct gecombineerd kan worden. Studeren met behoud van bijstandsuitkering moet een uitzondering zijn. 44 Omdat de overgang tussen MBO 1 en MBO 2 richting startkwalificatie in regulier onderwijs te groot is, is een inburgeringstraject in de onderwijsroute richting MBO een alternatief. 45 Gezien onze instroom in 2019 en 2020, ligt het voor Tilburg niet in de lijn der verwachting dat dit de komende periode de grootste route gaat worden. Dat zal naar verwachting eerder de Zelfredzaamheidsroute zijn. 46 Taalniveau B1 is ongeveer het niveau eind vmbo. 47 We sluiten aan op het reguliere instrumentarium TiiP, de huidige dienstverlening en de lopende trajecten. Denk hierbij aan bestaande ontwikkeltrajecten, rangeerterrein en loket leren en werken. Waar nodig worden deze instrumenten op maat gemaakt voor inburgeraars. Inzet is om, o.a.
via rangeerterrein/WSP indien mogelijk al vroegtijdig te kunnen kiezen voor een kansrijke sector en daar via assessments individuele route te bepalen. Start met 'ontmoetingsdagen' voor kennismaking per sector. Aandachtspunt is dat deze ook voor inburgeraars laagdrempelig genoeg zijn. 13
Zelfredzaamheidsroute De zelfredzaamheidsroute is een intensief traject voor laagleerbare inburgeraars waarvoor het taalniveau A248) te hoog gegrepen is. Er wordt ingezet op zelfredzaamheid in de samenleving, en gestreefd naar betaald werk. De doelgroep van de Z-route is heel divers: Inburgeraars voor wie betaald werk moeilijk haalbaar zal zijn; Inburgeraars die (al dan niet met ondersteuning 49) wel betaald werk kunnen gaan doen, maar niet het taalniveau B1 kunnen halen Jonge inburgeraars (vanuit de internationale schakelklas50) die laag leerbaar zijn, maar voor wie het belangrijk is om een vorm van onderwijs te volgen (verbinding praktijk leren) Met deze diversiteit houden we rekening met het organiseren van zelfredzaamheidsroute(s). In Tilburg staat ook in deze route de combinatie van empowerment, participatie en taal centraal. Hierbij is het leren van de taal gericht op leren in de praktijk, zelfredzaamheid in alle leefgebieden en sluit deze aan bij de leefwereld van de inburgeraar. Van hier uit wordt geprobeerd een zo hoog mogelijk taalniveau machtig te maken en wordt toegewerkt naar de hoogst haalbare participatie. Wat is de verandering? Gemeente heeft voor statushouders een aanbodplicht van de leerroutes. Zij hoeven dus niet zelfstandig een cursus in te kopen.
In Tilburg staat in de leerroutes de combinatie tussen taal en participatie centraal en wordt meer maatwerk geleverd door differentiatie in het aanbod.
3.5 Na de inburgering Na het voldoen van de inburgeringsplicht zijn er ten aanzien van de begeleiding door de klantregisseur twee mogelijkheden: 1. De inburgeraar heeft geen bijstandsuitkering (NUG) Wanneer de regierol vanuit de wet Inburgering stopt, geeft de klantregisseur informatie en advies over de minimaregelingen. Als de persoon na het behalen van zijn inburgering, verder wil werken aan participatie of betaald werk, kan dezelfde klantregisseur hierbij blijven ondersteunen vanuit het NUG-beleid. Deze ondersteuning is minder intensief dan tijdens het inburgeringstraject. 2. De inburgeraar heeft wel een bijstandsuitkering (UG) Wanneer de regierol vanuit de wet Inburgering stopt, wordt de begeleiding vanuit de Participatiewet voortgezet. Omdat al tijdens het inburgeringstraject is gestart met participatie / re-integratie loopt dat gedeelte door en komt de focus van de begeleiding hier op te liggen.
48 Taalniveau A2 is ongeveer niveau einde basisschool. 49 Instrumentarium van Werkgeversdienstverlening, waaronder loonkostensubsidie en beschut werk. 50 De Internationale schakelklas (ISK) is voor jongeren van 12 tot 18 jaar die nieuw in Nederland komen wonen en de Nederlandse taal niet
machtig zijn. Na 1,5 tot 2 jaar stromen deze leerlingen door naar regulier of speciaal voorgezet onderwijs, of naar MBO. 14
Wanneer het inburgeringstraject is afgerond, zijn er mogelijkheden tot begeleiding, ondersteuning en informatie in de stad waar gebruik van gemaakt kan worden, ongeacht het feit of je UG/NUG bent. Hierbij kan gedacht worden aan: MENSS trajecten (Meedoen en Sociale Stijging) Pilot Praktijk leren Vrijwilligerssteunpunt van Contour de Twern Bibliotheek Informatie over vacaturen vanuit het werkgeversservicepunt Wat is de verandering? De formele situatie is ongewijzigd, gezinsmigranten zijn onder de nieuwe Wet inburgering nog steeds NUG. Echter, de gemeente heeft de groep gezinsmigranten beter in beeld vanwege de brede intake en het opgestelde PIP. Hierdoor ook na de inburgering meer passende dienstverlening geboden worden die is toegespitst op de persoon en de persoonlijke situatie.
15
Hoofdstuk 4: Evaluatie en monitoring De Minister wil met het nieuwe inburgeringsstelsel een adaptief en flexibel stelsel, waarbij een centrale plaats is ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Op dit moment is de manier waarop de landelijke monitoring en evaluatie plaats gaat vinden nog niet geoperationaliseerd. Zoals eerder aangegeven willen we in Tilburg ook een flexibel en duurzaam beleid. We heten de inburgeraars warm welkom, zetten in op hun talentontwikkeling en hun zelfredzaamheid en veerkracht vergroten. Daarbij is impactmeting belangrijk. Met dit nieuwe inburgeringsbeleid willen we de volgende resultaten bereiken: 1. Tilburg behaalt jaarlijks de door het Rijk opgelegde taakstelling van huisvesting statushouders.51 2. Alle inburgeraars krijgen ondersteuning richting een stabiele situatie op de vijf leefgebieden. 3. Alle inburgeraars voldoen binnen de vastgestelde maximale termijn aan hun inburgeringsplicht. 4. Alle inburgeraars doen vanaf de start in de gemeente Tilburg naar vermogen en volwaardig mee, voor wie mogelijk via betaald werk. 5. Alle inburgeraars bereiken het hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau-B1). 6. Alle statushouders52 krijgen een leerroute aangeboden die aansluit op de individuele mogelijkheden en kansen waarbij ook rekening wordt gehouden met het arbeidsmarktperspectief. 7. We hebben inzicht in de mogelijkheden van alle inburgeraars.
Aan de hand van de vastgestelde lagere wet en regelgeving, wordt in 2021 een evaluatiekader opgesteld dat past binnen de kadernota Persoonlijke Ontwikkeling. Bij de monitoring en evaluatie speelt ook de adviesraad statushouders, die we door ontwikkelen naar adviesraad inburgeraars, een belangrijke rol.
51 Zie bijlage 1 voor een toelichting m.b.t. de taakstelling. 52 Enkel bij de groep statushouders heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om een leerroute aan te bieden, de overige groepen
inburgeraars zijn zelf verantwoordelijk voor organiseren van hun inburgering. 16
Hoofdstuk 5: Financiën Het vertrekpunt voor de uitvoering van de taken in het kader van de Wet Inburgering vormen de middelen die we ontvangen van het Rijk. Deze middelen bestaan uit twee structurele inkomstenstromen en incidentele middelen: Structurele middelen uitvoeringskosten Dit budget is bestemd voor de uitvoeringskosten die verband houden met de uitvoering van de wet. Het betreft hier onder andere inzet van formatie, communicatie en financiën voor ICT. Gemeenten zijn in de meicirculaire 2020 geïnformeerd over de verdeling van deze middelen.53 De middelen worden verstrekt via een integratieuitkering binnen het gemeentefonds. De structurele middelen voor de uitvoeringskosten worden verstrekt met ingang van de nieuwe wet en zijn verdeeld op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet westerse migratieachtergrond. Structurele middelen Inburgeringsvoorzieningen Dit budget is bestemd voor inburgeringsvoorzieningen die gemeenten inzetten bij de uitvoering van inburgeringstaken. Hieronder vallen de kosten van de leerroutes, de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), maatschappelijke begeleiding en het Participatieverklaringstraject (PVT). Voor de verschillende onderdelen hanteert het Rijk normbedragen waarover verantwoording dient te worden afgelegd.
Deze middelen worden middels een beschikking via een specifieke uitkering (SPUK) verstrekt aan gemeenten. De hoogte is gebaseerd op het aantal inburgeraars en is mede afhankelijk van de jaarlijkse taakstelling. Vanaf 2024 zal hierop voor een klein gedeelte (10%) prestatiebekostiging plaats gaan vinden. De resultaten die gemeenten bereiken met de uitvoering van inburgeringstaken worden meegenomen in de landelijke verdeling van het beschikbare budget. Incidentele middelen Daarnaast zijn er vanuit het Rijk incidentele middelen ter beschikking gesteld in de periode 2019 t/m 2021. Deze middelen hebben betrekking op de invoerings- en voorbereidingskosten van de nieuwe wet. Een gedeelte van deze incidentele middelen met betrekking tot ICT wordt in het eerste kwartaal 2021 bekend gemaakt. Aangrenzende beleidsterreinen Naast de middelen die we ontvangen van het Rijk zal mogelijk ook een beroep worden gedaan op middelen uit aangrenzende beleidsterreinen zoals participatie en scholing. De uitvoering van de taken in het kader van deze beleidsnota doen we binnen de financiële kaders van bovengenoemde gelden.
53 In de meicirculaire 2020 betrof het voor de gemeente Tilburg: jaar 2021: €355.491, jaar 2022: €790.087, en voor jaar 2023 e.v. €868.192.
Doordat de invoeringsdatum van de wet op 11 november 2020 is uitgesteld, ontvangt de gemeente in 2021 nog geen structurele middelen voor de uitvoeringskosten. De bedragen kunnen ook nog bijgesteld worden in 2021. 17
Bijlage 1: Doelgroepen54 en taken Wet inburgering Met de term ‘inburgeraars’ in deze beleidsnota wordt verwezen naar de inburgeringsplichtigen onder de nieuwe Wet inburgering. De doelgroep van de Wet inburgering bestaat uit vreemdelingen van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigen en die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. EU onderdanen zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende doelgroepen: 1.
Asielstatushouders Deze groep bestaat uit 3 categorieën: • Asielzoekers die zelfstandig naar Nederland zijn gekomen om asiel aan te vragen. Zij komen uit het AZC. Zodra ze een verblijfsvergunning hebben spreken we van vergunninghouder, statushouder of asielmigrant. Ook Turkse asielmigranten moeten sinds 1 mei 2020 verplicht inburgeren. • Nareizigers: Echtgenoot, partner of kinderen van een persoon die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gekregen. Een nareiziger krijgt een afhankelijke asielvergunning. Dit houdt in dat deze vergunning gekoppeld is het gezinslid dat een zelfstandig verblijfvergunning asiel heeft. Bijvoorbeeld in geval van scheiding mag de nareiziger niet in meer in Nederland verblijven. • Hervestigers: Vluchtelingen (in buitenlandse vluchtelingenkampen) die door het UNHCR worden uitgekozen om zich te hervestigen. Deze vluchtelingen worden op verzoek van het COA en eigen initiatief van de gemeenten uitgenodigd. Daarom worden ze ook wel uitgenodigde vluchtelingen genoemd. Het zijn vaak zeek kwetsbare vluchtelingen. Zij hoeven bij aankomst geen asielprocedure te doorlopen en worden bij aankomst direct in de gemeente gehuisvest.
2.
Gezinsmigranten Dit zijn migranten die voor gezinshereniging of gezinsvorming bij hun Nederlandse echtgeno(o)t(e) of partner zijn gekomen. Deze gezinsmigranten komen niet in een AZC. Zij hebben zich in het land van herkomst al voorbereid om hun komst naar Nederland en hebben veelal al enige kennis van de Nederlandse taal. De partner met wie zij zich verenigen moet voldoende inkomen hebben om de gezinsmigrant te onderhouden. Daarom is er geen recht op een bijstandsuitkering. Ook Turkse gezinsmigranten moeten onder de nieuwe Wet inburgering per 1-1-2022 verplicht inburgeren.
3.
Overige migranten Dit zijn de migranten die op vrijwillige basis naar Nederland zijn gekomen en moeten inburgeren. Over het algemeen heeft deze groep geen bijstandsuitkering. Bij overige migranten kan gedacht worden aan geestelijk bedienaren, zoals imams, rabbijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niet-tijdelijk humanitaire verblijfsstatus. Maar ook de Brittenkunnen als gevolg van de Brexit inburgeringsplichtig worden.
54 In gemeente Tilburg hanteren we geen doelgroepenbeleid, maar de wet onderscheidt wel verschillende groepen inburgeringsplichtigen
met verschillende wettelijke rechten en plichten. Wanneer we in deze notitie spreken over doelgroepen zijn we gebonden aan dit juridische onderscheid. 18
Doelgroepen en aanbodplicht nieuwe wet inburgering De wet kent ten opzichte van de verschillende doelgroepen, ook een verschillend aanbodplicht voor de gemeente. Zie onderstaand tabel voor de het aanbod vanuit de wet voor de verschillende doelgroepen. Statushouders Voorinburgering Voorinburgering wordt door COA aangeboden op AZC Taak gemeente om aan te bieden Begeleiding bij inburgering (intake, Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), advies, voortgangsgesprekken Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) Maatschappelijke begeleiding, bestaande uit: praktische hulp en voorlichting Financieel ontzorgen (inhouden vaste lasten 6 maanden indien bijstandsuitkering) Eén van de leerroutes: onderwijs-, B1 of Z-route incl. module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en alfabetisering indien nodig In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatie componenten
Financiering De gemeente ontvangt financiële middelen voor hierboven genoemde taken
Gezins- en overige migranten Inburgering begint voor komst in Nederland (Wet Inburgering buitenland) Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) n.v.t. n.v.t., omdat zij in beginsel niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. n.v.t. moet inburgeraar zelf regelen en financieren. Gemeenten kunnen hier wel advies bij geven n.v.t., omdat zij in beginsel niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Daarom kunnen zij niet verplicht worden te participeren. Gemeenten kunnen hier wel advies bij geven. De gemeente ontvangt financiële middelen voor de begeleiding bij inburgering, MAP en PVT
Taakstelling en instroom inburgeraars Twee keer per jaar krijgt de gemeenten van uit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK) een taakstelling opgelegd. Deze taakstelling geeft aan hoeveel statushouders er in een half jaar gehuisvest moeten worden in de gemeente. Nadat een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft ontvangen, krijgt hij te horen in welke gemeente hij op termijn wordt gehuisvest. Dit wordt het “koppelen” aan een gemeente genoemd. Nadat de statushouder is gekoppeld aan een gemeente, krijgt de desbetreffende gemeente de regie over het inburgeringstraject.
19
Taakstelling Tilburg 600 500 400 300 200 100 0 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Taakstelling Tilburg
Het aantal inburgeraars fluctueert. Onderstaand grafiek geeft aan hoeveel inburgeraars er de afgelopen jaren in Tilburg zijn. Hierbij valt op dat de instroom van de gezins- en overige migranten redelijk stabiel is. De instroom van de statushouders is erg aan fluctuatie onderhevig als gevolg van de situatie in de wereld en het overheidsbeleid.
instroom inburgeraars per jaar 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2013
2014
2015
2016
Gezins- en overige migranten
2017
2018
2019
Statushouders
Landelijk wordt er van uitgegaan van het gemiddelde ongeveer 70% van de taakstelling inburgeraars zijn. In Tilburg is dit percentage echter lager:
-
2018 – 52,77% 2019 – 37,84%
2020 – 43,44% Dit wordt veroorzaakt doordat er relatief veel AMV-er worden gehuisvest in Tilburg. Zij laten hun gezinsleden naar Nederland komen als nareiziger. Het betreft vaak grote gezinnen met veel kinderen.
20
Bijlage 2 Wet Inburgering 2013 en 2022 Huidig stelsel 2013- tot (naar verwachting) 1 januari 2022 Rijk is verantwoordelijk en heeft regie
Inburgeraar is volledig verantwoordelijk voor inburgeringstraject en krijgt DUO-lening van € 10.000 om zijn inburgeringstraject te financieren.
Vrije marktwerking A2-taalniveau
Focus op taal Handhaving door DUO Maatschappelijk begeleiding aan statushouders: praktische hulp, hulp bij het starten van het inburgeren, begeleiding gericht op integratie, stimuleren van participatie en integratie
Huisvesting statushouders via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken
Nieuw stelsel vanaf (naar verwachting) 1 januari 2022 Rijk is verantwoordelijk, gemeenten hebben aanbodplicht en regie op de voortgang van inburgeringstrajecten voor statushouders. Voor gezins- en overige migranten hebben gemeenten een beperkte regierol en aanbodplicht. Inburgeraar en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. Gemeente krijgt middelen van het Rijk om inburgeringstrajecten op maat aan te bieden aan statushouders. Gezins- en overige migranten krijgen een beperkte ondersteuning van de gemeente en blijven zelf verantwoordelijk voor hun taaltrajecten. Gemeente koopt diensten in voor statushouders en enkele deelproducten voor gezinsmigranten. B1-taalniveau als uitgangspunt. (B2, A2 en A1 mogelijk in de onderwijsroute(B2), B1-route (B1 en A2) en zelfredzaamheidsroute, A1 e.a.) Focus op participatie én taal Handhaving op PIP door gemeente. Handhaving op inburgeringstermijn door DUO Maatschappelijk Begeleiding aan statushouders: praktische hulp en voorlichting leefgebieden
Huisvesting statushouders via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken
21
Bijlage 3 Wettelijke onderdelen inburgeringsplicht De Wet inburgering beschrijft de onderdelen die een inburgeraar moet afronden wil hij voldoen aan de inburgeringsplicht. Deze modules verschillen per persoon en zijn afhankelijk van de leerroute die de inburgeraar volgt. De wet biedt de flexibiliteit om binnen de eerste 1,5 jaar te wisselen van leerroute.
Onderwijsroute Wanneer een inburgeraar via de onderwijs aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij: • Het diploma van het taalschakeltraject hebben behaald. Dit bestaat uit:
-
centrale taalexamens voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken of niveau B1 of hoger (+/- 1.000 uur) centraal examen voor Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) andere onderdelen van het taalschakeltraject, zoals loopbaan oriëntatie, rekenen, Engels en studievaardigheden (+/- 500 uur)
• Het Participatieverklaringstraject hebben gevolgd
B1 route: Indien een inburgeraar via de B1 route aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij: • Geslaagd zijn voor de centrale taalexamen voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken of niveau B1 of hoger (of onder voorwaarden afgeschaald naar niveau A2) • Geslaagd zijn voor het centraal examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) • Het Participatieverklaringstraject hebben gevolgd • De Module Arbeidsmarkt en Participatie hebben gevolgd
Zelfredzaamheidsroute: Indien een inburgeraar via de zelfredzaamheidsroute aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij: • De inburgeringscursus (taal en KNM) doorlopen voor 800 uur • Participatieactiviteiten verrichten voor 800 uur, waaronder de onderdelen PVT en MAP • Een eind gesprek voeren met de gemeente waarin wordt geconcludeerd of de afspraken in het PIP zijn nagekomen
22
Bijlage 4 Aanpalend beleid gemeente Tilburg In deze bijlage worden de belangrijkste aanpalende beleidsterreinen voor het inburgeringsmodel weergegeven. Deze beleidsterreinen dragen direct of indirect bij aan het doel van zelfredzame inburgeraars die zich zo snel mogelijk thuis voelen, maatschappelijk participeren, en zich gezond & gelukkig voelen. 1.
Gezondheid & Welzijn Het Tilburgs Sportakkoord Buurtsport, citytrainers en soft skills Positieve gezondheid Integraal jeugdbeleid Jongeren in een Kwetsbare positie Plan van Aanpak AMV Wmo/Wlz De Toegang: één gezin, één plan, één coördinator
2.
Financiën Bestaanszekerheid (inkomensondersteunende regelingen zoals de collectieve ziektekostenverzekering en de Meedoenregeling) Schuldhulpverlening
3.
Werk & school Lokale Educatieve Agenda (LEA) Regioplan Laaggeletterdheid Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Vroegtijdig School Verlaten (VSV) (RMC, leerplicht) Doorlopende leerlijn Tilburg investeert in Perspectief (TiiP) Ondernemersakkoord Pilot Praktijk Leren Jeugdwerkloosheidsvrijezone Leerwerkloket Rangeerterrein
4.
(Sociaal) netwerk Werkagenda Inclusie Meedoen in Sociale Stijging Mondiale bewustwording
5.
Wonen
-
Afspraken met de woningcorporaties op basis van de Huisvestingswet
23
Bijlage 5: Geleerde lessen & Pilots Sinds 2016 zijn in de gemeente Tilburg en later ook met de regio Hart van Brabant meerdere pilots gedraaid ten aanzien van het beleidsterrein Asiel en Vergunninghouders. De Tilburgse aanpak t.a.v. de inburgering kenmerkt zich o.a. door learning by doing, datagestuurd werken, niets over ons, zonder ons en is daarom continue in ontwikkeling. Hieronder een samengevat overzicht van de pilots en de belangrijkste lessen die wij hieruit geleerd hebben. 1. Pilot Jozefzorg 2017 (Tilburg) Doel pilot: In 2016 hebben het COA en de gemeente Tilburg een intentieverklaring getekend waarbij iedereen die wordt opgevangen in een AZC in Tilburg, wordt gehuisvest in Tilburg. We testten hiermee dus met het opvangen van statushouders in de gemeente waarin ze later ook gehuisvest worden. Opbrengst:
- De pilot gaf, naast rust en duidelijkheid voor de betrokken statushouders, ook de mogelijkheid om snel een duurzaam een eigen netwerk op te bouwen in de stad.
- Statushouders maken als 'toekomstige Tilburgers' vroeg kennis met de stad en als gemeente leerden we onze nieuwe bewoners al in een vroegtijdiger stadium kennen.
2. Pilot TOP programma 2017 - 2020 (Tilburg) Doel pilot: Het TOP programma gaf naast een invulling van het participatieverklaringstraject, ook de mogelijkheid om ervaring op te doen met een vroegtijdige oriëntatie op onze samenleving, de arbeidsmarkt en Tilburg als stad. Dit had als doel om te komen tot een scherper klantbeeld op meerdere leefgebieden voor de klantregisseurs. Opbrengst:
- Een vroegtijdige intake en oriëntatie op de stad & arbeidsmarkt werkt positief. Voor de onderdelen die andere levensdomeinen behelzen, zoals gezondheid, is het essentieel dat het programma samen wordt opgesteld en uitgevoerd wordt met de lokale partijen zoals de GGD.
- Daarnaast is het programma (drie maanden) te kort om echt te stijgen in taalniveau. Dit betekent dat de oriëntatie een aanvulling zou moeten zijn in de beginfase, maar niet volgtijdelijk aan de start van de inburgering.
3. Pilot Klantregie en Overbruggingsexperiment 2016 - 2019 (Tilburg) Doel pilot: Ervaring opdoen met klantregie. Eind 2016 tot juli 2017 is met het Overbruggingsexperiment (OBE) geëxperimenteerd met de wijze van regievoering bij een geselecteerde kansrijke groep statushouders.55 Vanaf juli 2017 is team klantregie statushouders officieel van start gegaan. Het team, gepositioneerd bij Werk en Inkomen, bestaat uit zes klantregisseurs met kennis en expertise ten aanzien van de doelgroep statushouders. Zij zijn gekoppeld aan een bepaalde wijk in Tilburg. De klantregisseur is een vast contactpersoon voor de ketenpartners in de wijk, maar zo nodig zijn zij ook het aanspreekpunt voor de (arbeids-)participatie van de statushouders in zijn/haar caseload.
55
Eindrapportage Pilot OBE, 31 augustus 2017, gemeente Tilburg 24
Opbrengsten56: - Met de start van het team klantregie wordt er wél actief en vroegtijdig ingezet op begeleiding van en dienstverlening aan statushouders. Door middel van een warme overdracht met het COA leert de klantregisseur de klant al kennen na koppeling maar voor de huisvesting. - Een caseload van 100 personen bleek te veel om de resultaten te kunnen behalen. Er is toen besloten om een prioritering aan te brengen.57 De caseload is per 2020 structureel verlaagd naar 90. - Klantregie werkt, maar klantregisseurs moeten voldoende instrumenten ter beschikking hebben om in te zetten en een werkbare caseload-grootte hebben. - Klantregisseurs met expertise, interculturele kennis en coachende houding zijn essentieel. Vandaar dat er binnen de generieke klantregisseurs van TiiP nog speciale klantregisseurs voor statushouders zijn aangehouden. - De samenwerking met andere partijen is belangrijk om als klantregisseur de spin in het web te kunnen zijn.
4. Pilot Welkomhuis 2019 -2020 (HvB) Doel Pilot: Met het Welkomhuis hebben wij de vroegtijdige en integrale intake ontwikkeld. We (COA, gemeente, maatschappelijke begeleiding en Anders Werkt) testen hiermee het gezamenlijk oppakken van de statushouder, het in groepsverband en het op een centraal punt aanbieden van brede intake activiteiten als stap richting een Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP). Opbrengsten: - Vroegtijdige en integrale intake werkt en wordt als zeer positief ervaren door alle partijen. - De meerwaarde zit met name in de regionale coördinerende rol (dataverzameling, voorlichting, informatie) die centraal wordt opgepakt. De meerwaarde zit minder op het afnemen van de intake door een externe partij, wat leidt tot veel dubbel werk en meerdere gezichten. Juist uitvoering van de intake door klantregisseurs zorgt voor doorgaande lijn en verdieping klantprofiel.
- Vroegtijdigheid en gezamenlijke/regionale coördinatie hebben duidelijke meerwaarde. Daarnaast kan contact met en richting de statushouders nog verbeterd worden en het programma doorontwikkeld worden. 5. Pilot Starttraject 2020 (HvB) Doel pilot: inburgeraars vroegtijdig een actief weekvullend programma aan te bieden met participatieactiviteiten en taal. Hierdoor leren we als gemeente de persoon beter leren kennen en de inburgeraar geactiveerd wordt en beter zicht heeft op zijn/haar mogelijkheden in Nederland. Opbrengsten: - Vroegtijdige inzet op participatie werkt: Je ervaart dat mensen echt geactiveerd worden. Doordat je als groep elkaar een paar keer per week ziet, leer je elkaar kennen en kunt je vanuit de opgebouwde relatie samen doorbouwen. - Vaste momenten in de week participatie-activiteiten met de groep zijn onmisbaar zijn voor een goede start van de inburgering. - De deelnemers maken echt stappen en ontwikkelen zich sneller dan verwacht qua houding, zelfvertrouwen en communicatieve vaardigheden.