02 Visie Cultuur in de publieke ruimte
Tekst van het document
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Visie
Inhoud
2
1. Voorwoord 2. Samenvatting 3. Visie
3 4 6
4. Onderbouwing 4.1 Stimulerend kader 4.2 Maatschappelijke urgentie 4.3 Culturele urgentie 4.4 Kansen en internationale potentie
9 10 11 12
5. Gevolgen
14
6. Drie bouwstenen 6.1 Onze Buitencollectie 6.2 Stadslab 6.3 Campagne
16 16 19 24
7. Kijk: 2025!, een mogelijk programma
25
8. Ontwikkelagenda
27
9. Bijlagen 9.1 Hoe komt een nieuw kunstwerk tot stand? 9.2 Geraadpleegde literatuur (selectie)
28 29
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Een doelgericht beleid op het gebied van cultuur in het publieke domein draagt bij aan een stad waar je je thuis voelt.
1
Voorwoord Een mooie geschiedenis en een veelbelovende toekomst, zo zou je de status van kunst in het publieke domein van Tilburg kunnen samenvatten. Hoog tijd dus, om het verleden en de toekomst betekenisvol met elkaar te verbinden in een visie die zich uitstrekt over een periode van circa 10 jaar. Een langetermijnvisie op cultuur in het publieke domein kan bijdragen aan een gestructureerde praktijk met een duurzaam karakter. Hij kan een krachtige verbinding met sectoren zoals stadsontwikkeling, energie, klimaat, natuur, toerisme, onderwijs en erfgoed mogelijk maken. De langetermijnvisies in deze sectoren, zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie, bevatten interessante aanknopingspunten voor een beleid op het gebied van kunst in het publieke domein. Het Masterplan Beeldende Kunst (1983) van Joost Baljeu, het programma KORTI (2002 – 2011) en de pilot Cupudo (2016-2019) vormen de voorgeschiedenis van en de bodem onder deze visie. Met KORT was Tilburg een voortrekker op het gebied van kunst in de openbare ruimte in Nederland. Verbreding van de inzet van kunst vormde de kern van KORT. Tientallen kunstprojecten
3
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
werden gerealiseerd met als onderscheidende eigenschap dat ze ontstonden in verbinding met maatschappelijke processen. In de voor u liggende visie bouwen we voort op de opvattingen en uitgangspunten van KORT. Daarbij verleggen we het accent: de aandacht voor de aanleiding en totstandkoming van kunst delen we, maar de focus verschuift naar het belang voor de bewoner. Hierna leest u stapsgewijs wat onze grondslag is voor het beleid op het gebied van cultuur in het publieke domeinII, de urgentie en onderbouwing daarvan en de wijze waarop we daar naartoe werken. Tenslotte volgt een impressie van een programma in 2025, het eerste jaar van de volgende cultuurplanperiode en het jaar waarin de ontwikkeling van het vernieuwde beleid een mate van ‘volwassenheid’ zal hebben bereikt. In de visie komen voorbeelden, referenties en inspiratie uit Tilburg en daarbuiten naar voren om de tekst beeldend te ondersteunen en zo meer inzichtelijk te maken. We zijn er van overtuigd dat een doelgericht beleid op het gebied van cultuur in het publieke domein bijdraagt aan een stad waar je je thuis voelt; laat Tilburg een voorbeeld zijn.
Het verleden en de toekomst betekenisvol met elkaar verbinden in een visie die zich uitstrekt over een periode van circa 10 jaar.
2
Samenvatting Deze visie op cultuur in het publieke domein draagt bij aan een gestructureerde praktijk met een duurzaam karakter. Hij bouwt voort op een mooie geschiedenis en is gebaseerd op Tilburgs (cultuur) beleid, kennis van en gesprekken over de sector en op idealisme, op vertrouwen in het maatschappelijk potentieel van kunst. De intrinsieke waarde van kunst vormt het uitgangspunt voor de maatschappelijke inzet ervan. Onze visie: in Tilburg draagt kunst bij aan het collectief eigenaarschap van een betekenisvolle publieke ruimte. Deze visie wordt ondersteund door verschillende argumenten. • In de eerste plaats beoogt het Tilburgse beleid betrokkenheid,
verbondenheid en zeggenschap van de bewoners te versterken, is het wijkgericht, kent kunst en cultuur een belangrijke rol toe bij stadsontwikkeling, en zoekt daarbij naar maatschappelijk draagvlak voor de kunsten. Dat is onder meer vastgelegd in cultuurbeleid (Cultuur raakt ons; cultuurplan Tilburg 2021-2024) en in het akkoord 2022 2026 (Meer voor elkaar). In het publieke domein verbindt de kunst zich dankzij zijn intrinsieke waarde op een geheel eigen manier aan maatschappelijke vraagstukken en dus ook aan
4
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
maatschappelijke ‘spelers’. De werkwijze die wij voorstaan draagt bij aan participatie, verbinding met de sociale basis en aan de representatie van bewoners in het publieke domein. • In de tweede plaats staat het publieke karakter van de openbare ruimte onder druk. De bewegingsvrijheid van de gebruikers ervan wordt beperkt. Er is onvoldoende herkenbaarheid in en verbondenheid met de plek. Mensen lijken hun grip op hun omgeving te verliezen en elkaar kwijt te raken. Dat is schadelijk voor het welbevinden van bewoners, voor de sociale verbondenheid en voor hun (mentale) gezondheid. Kunst biedt ervaringen van schoonheid en verwondering. Vanuit die bijdrage aan de publieke ruimte, bevordert kunst een persoonlijke relatie met een plek, een mogelijkheid tot identificatie, een gevoel van zeggenschap. Dat versterkt de verblijfskwaliteit van de publieke ruimte. • Er is in Nederland behoefte aan een langetermijnvisie op kunst in de publieke ruimte, die impulsen biedt op inhoudelijk vlak en op het gebied van uitvoering, En die zich rekenschap geeft van actuele culturele en maatschappelijke ontwikkelingen. Met deze visie vult Tilburg in een (landelijk) hiaat. Net als in andere domeinen wil Tilburg hier graag een voortrekkersrol vervullen. • Tenslotte toont Tilburg dat het met zijn hoge ambitie en een zorgvuldige aanpak de betekenis en de toekomst van de publieke ruimte serieus neemt.
Daarmee creëren we een uitstraling die ten goede komt aan de stad en zijn bewoners.
Wat is er in Tilburg nodig om kunst een bijdrage te kunnen laten leveren aan een aantrekkelijke publieke ruimte waar mensen zich thuis voelen, ontmoeting en verbinding zorgen dat verschillen er gevierd kunnen worden, waar bewoners zeggenschap ervaren en zich verantwoordelijk voelen? We voorzien beleid dat organisatorisch is verankerd in een samenwerking tussen de gemeente, de culturele sector van Tilburg, bewoners en externe partijen. De belangrijkste bouwstenen zijn het idee van Onze Buitencollectie, een ‘stadslab’ en een campagne. Onze Buitencollectie. Wanneer we de kunstwerken in het publieke domein van Tilburg beschouwen als onderdeel van een collectie ontstaat er meerwaarde op inhoud, beleving en waardering van de kunst. Praktisch gezien maakt het een meer gestructureerde en efficiënte bedrijfsvoering mogelijk ten aanzien van de kunst in de publieke ruimte. De verantwoordelijkheid voor de collectie is belegd bij de gemeente. Een collectieplan vormt de basis voor gestructureerd collectiemanagement. Naast coördinatie, bemiddeling, advisering vormt collectiemanagement de belangrijkste taak van een nieuwe Medewerker Cultuur in het publieke domein. Het collectieplan vormt de basis voor beleidsuitvoering op het gebied van beheer en onderhoud, collectiemobiliteit, educatie, communicatie en archivering.
Het stadslab is het onafhankelijke Tilburgse expertisecentrum voor cultuur in het publieke domein. Het is een compacte, flexibele culturele organisatie die met een eigen specifieke invulling gestalte geeft aan gemeentelijk beleid. Het wordt, op basis van een subsidieaanvraag die aansluit bij gemeentelijk beleid, gehonoreerd vanuit het cultuurbudget van de gemeente. En achteraf gecontroleerd. Aanvullende financiering wordt geworven via fondsen en opdrachten. Het takenpakket van het stadslab omvat advisering, het initiëren van nieuwe kunstprojecten, bemiddeling en verbinding, het maken van publieksprogramma, onderzoek en experiment, en kennisontwikkeling. Het stadslab staat midden in de stad. In 2023 gaat het stadslab in compacte vorm van start. In een klein team zijn verantwoordelijkheden op het gebied van inhoud/ coördinatie, projectbegeleiding, communicatie/bemiddeling en secretariële en administratieve ondersteuning vastgelegd. We gaan uit van een gefaseerd groeimodel waarbij het takenpakket zich parallel aan de financiële en organisatorische mogelijkheden ontwikkelt. Het stadslab en Onze Buitencollectie verbinden zich op verschillende manieren en momenten aan elkaar. Daarbij komen hun specifieke kwaliteiten, competenties, doelstelling en netwerken optimaal tot uiting.
5
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Communicatie en het creëren van draagvlak zijn essentieel voor het welslagen van beleid op het gebied van kunst in het publieke domein. Daarom zetten we vanaf het begin in op een voortdurende campagne. Het gaat om een mengvorm van communicatieve en kunstinhoudelijke elementen. Vanuit het idee dat iedere enthousiasteling ambassadeur wordt naar zijn of haar netwerk en achterban, start een campagne heel klein en compact en kent een uitdijende structuur. De verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen en realiseren van de campagne ligt bij het stadslab. In de begroting van het stadslab wordt daar ruimte voor gemaakt. Vanzelfsprekend is er afstemming met de gemeentelijke afdeling Communicatie. We eindigen de visie met een (speculatieve) kijk in het programma voor cultuur in het publieke domein van 2025. Dat is het eerste jaar van de volgende cultuurplan periode. We verwachten dat het stadslab dan volwaardig functioneert. Deze visie zal verder worden uitgewerkt in een bedrijfsplan zelfstandige organisatie (‘stadslab’), een collectieplan Onze Buitencollectie en parallel daaraan een beheerplan kunstwerken en artistieke objecten in de publieke ruimte, in een plan financiering kunst bij gebiedsontwikkeling en een strategisch plan campagne.
In Tilburg draagt kunst bij aan het collectief eigenaarschap van een betekenisvolle publieke ruimte.
3
Visie Hoe creëren we in Tilburg een publieke ruimte waar iedereen zich veilig en thuis voelt, waar vindingrijkheid en samenwerkzaamheid van bewoners wordt gefaciliteerd, waarbij men een vorm van eigenaarschap en verantwoordelijkheid koestert? Een aantrekkelijke omgeving die ontmoeting en verbinding stimuleert. En die telkens opnieuw van betekenis is voor individuen en collectieven. Een ruimte die een publieke arena is waar verschillen gevierd worden vanuit verbondenheid met de plek en met de gemeenschap. Hoe creëren we zo’n publieke ruimte? En welke rol speelt kunst daarbij?
6
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Het antwoord op deze vragen zou in één zin kunnen luiden:
In Tilburg draagt kunst bij aan het collectief eigenaarschap van een betekenisvolle publieke ruimte. Idealiter is dat een publieke ruimte die steeds opnieuw bevraagd kan worden: door kunstenaars in de praktijk, door bewoners in het dagelijks leven, door denkers met ideeën en door bestuurders met een open blik. De publieke ruimte is in theorie onze gezamenlijke ruimte. Het is de ruimte van iedereen, waar iedereen een plaats heeft, en belangen. Een ruimte waar we ook zeggenschap over hebben. Maar in de praktijk vermindert het publieke karakter daarvan steeds verder. In de openbare ruimte ervaart de gebruiker regelmatig beperkingen vanwege belangen van specifieke sectoren, bedrijven, instituten of de overheid. Het kan bijvoorbeeld gaan om een skateverbod, ingebouwde obstakels van straatmeubilair, overvloedig cameratoezicht of consumptieplicht.
Bij een foto van zijn zojuist gereedgekomen iconische gebouw De Meerpaal in Dronten (1967) heeft de architect Van Klingeren met pen geschreven: “gereed voor alles”. Zijn gebouw stimuleert en faciliteert de vindingrijkheid en zelfwerkzaamheid van zijn gebruikers. “Laat maar komen”, zou hij nu misschien zeggen. De LocHal lijkt ruim 50 jaar later een manifestatie van de idealen van Van Klingeren. Het is zo’n publieke arena is waar iedereen zich veilig en thuis voelt en verschillen gevierd worden. Is de LocHal niet een ‘goed werkend sociaal mechaniekje’ III en daarmee een zeer geslaagde vorm van publiek domein?
Kunst is (in tegenstelling tot reclame of verkeersborden) vrij van directe belangen en spreekt mensen daarom aan als zelfstandig denkend burger. Kunst stimuleert om vrij te associëren en om iets nieuws en verrassends te ervaren op een manier die niet beperkend of bedreigend is. Dat bevordert een persoonlijke relatie met een plek, een gevoel van zeggenschap over die ruimte. Je zou kunnen zeggen: van collectief eigenaarschapIV.
“Ik doe zelf ook veel community projecten. Onlangs heb ik een groot community art project in Lunteren gedaan, een Biblebeltgemeenschap. Ik ben daar heengegaan en gezegd: ‘ik ben de expert dus ik doe het ontwerp’ en heb vervolgens geluisterd naar de lokale verhalen en gekeken naar wat er allemaal speelt. Toen heb ik het ontwerp voorgelegd en werd het goedgekeurd en zijn we het samen gaan opbouwen met hout uit hun eigen bos. Dat was, naar mijn mening, zó goed gelukt dat ik tijdens de opening niet eens werd genoemd. Dat vergaten ze, want het was hún kunstwerk.” Je was dienstbaar aan de mensen daar. “En dat is het woord wat ik een beetje mis in veel dingen vandaag.” (uit: interview kunstenaar Rob Sweere, kunsttijdschrift Mister Motley, 2022)
7
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Een ruimte is ‘betekenisvol’ als mensen zich kunnen identificeren met een plek. Bijvoorbeeld doordat ze zich aangesproken voelen door het ‘verhaal’ dat deze biedt. Kunst kan hier een belangrijke rol spelen door haar zeggingskracht, meervoudigheid, gelaagdheid, en door die plek te verbijzonderen. Zo’n publieke ruimte, die van betekenis is, kent een betere verblijfskwaliteit, stimuleert interactie en nodigt je misschien uit om je te verhouden tot individuele of gemeenschappelijke thema’s. Door een wonderlijk bouwsel te beklimmen krijgt het kind de bevestiging dat het er mag zijn. De bronzen Lopende man van Peter Erftemeijer in het winkelgebied Schouwburgpromenade brengt je in zijn schoonheid misschien even bij de om welke reden dan ook dolende medemens. We bouwen voort op de zienswijze dat kunst in de publieke ruimte niet een domein is van volstrekt autonoom tot stand gekomen objecten. Dat neemt niet weg dat de intrinsieke waarde van kunst centraal staat en het uitgangspunt voor beleid vormt. In het publieke domein verbindt de kunst zich juist dankzij die intrinsieke waarde op een geheel eigen en unieke manier aan
Het door het publiek gewaardeerde lichtkunstwerk van de kunstenaar Peter Struycken in de Concertzaal bestaat uit honderden TL-lampen. Deze zijn aan het einde van hun levensduur. Dit type lamp wordt niet meer in productie genomen. Het kunstwerk moet dus gerestaureerd worden. Dat betekent in de praktijk dat het op bijna alle onderdelen vervangen moet worden. Is het mogelijk om bij de restauratie de eis te stellen dat louter duurzame energie wordt gebruikt?
maatschappelijke vraagstukken en dus ook aan maatschappelijke ‘spelers’ (organisaties, initiatieven, bewoners). Als zodanig biedt kunst niet alleen een esthetische ervaring en een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit, maar vormt kunst als het ware een creatieve dimensie van algemeen beleid. Het gevolg hiervan is dat er breder draagvlak wordt gecreëerd voor (beeldende) kunst en dat de kunst een bijdrage kan leveren aan het bereiken van maatschappelijke doelen.
In aansluiting op Meer voor elkaar, akkoord gemeente Tilburg 2022-2026 en gevoed door de maatschappelijke urgentie leggen we ons toe op enkele specifieke thema’s, die de komende jaren bepalend zijn voor het programma: inclusie, verduurzaming, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze zijn richtinggevend voor de processen die ten grondslag liggen aan het programma en aan het realiseren van nieuwe kunstprojecten.
Kunst kan handvatten bieden voor onze omgang met de grote maatschappelijke vraagstukken. Met name in de ruimte die van ons allemaal is.
8
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
4
Onderbouwing Deze visie beantwoordt aan de gevoelde urgentie op verschillende vlakken, speelt in op onze ambitie, op vastgestelde kaders en spreekt kansen en potentie aan.
4.1 Stimulerend kader Het Tilburgse beleid beoogt betrokkenheid, verbondenheid en zeggenschap van de bewoners te versterken, is wijk- en dorpsgericht, kent kunst en cultuur een belangrijke rol toe bij stadsontwikkeling, en zoekt daarbij naar maatschappelijk draagvlak voor de kunsten. Het huidige (Cultuur raakt ons; cultuurplan Tilburg 2021-2024) en toekomstige cultuurbeleid, het akkoord 2022 - 2026 (Meer voor elkaar) en ook de lokale cultuurgeschiedenis bieden een stimulerend kader en ankerpunten. Meer voor elkaar schetst drie grote opgaven: een sociale (Tilburg Kansrijk), een ecologische (Tilburg Groen en Duurzaam) en een brede ontwikkelingsopgave (Tilburg groeit, bloeit en bruist). Kunst en cultuur worden expliciet genoemd binnen die laatste, maar kunnen ook van grote betekenis zijn binnen de andere opgaven. We schreven in het akkoord 2022 - 2026: “We zien kunst en cultuur als onlosmakelijk onderdeel van de verdere stedelijke ontwikkeling van Tilburg en we onderzoeken hoe we dit bij gebiedsontwikkelingen via een percentageregeling kunnen borgen. Cultuur in het Publieke Domein (CuPuDo) speelt hierbij een belangrijke rol. Daarom versterken we de
9
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
structurele inzet op CuPuDo die in het vorige bestuursakkoord is ingezet”. Meer voor elkaar benadrukt dat de kwaliteit van leven en van de leefomgeving centraal staan. Kunstenaars en hun projecten dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en aan de mentale gezondheid van de burgers. Dat laatste heeft internationaal onderzoek uitgewezen V en werd tijdens de corona-lockdowns nog eens benadrukt. Want juist in het publieke domein kan iedereen op elk moment met kunst in aanraking komen. De integrale betrokkenheid van kunst en cultuur bij gebiedsontwikkeling draagt ook bij aan een gunstig en uitnodigend vestigingsklimaat. In Cultuur raakt ons worden met betrekking tot de pijler Cultuur in Verbinding enkele ambities beschreven voor de Inclusieve stad en voor de Vitale stad. Vanuit de overtuiging dat kunst en cultuur impact hebben op andere domeinen dan alleen cultuur, is er een focus op cultuur met sociale impact. De werkwijze die wij voorstaan draagt bij aan participatie, het verbinden van groepen en de representatie van bewoners in het publieke domein. En heeft een positieve invloed op het welzijn (“meetellen en meedoen”). Als onderdeel van de publieke ruimte is kunst toegankelijk en beschikbaar voor alle inwoners van Tilburg. Door persoonlijke betrokkenheid te creëren heeft het een positief effect op de leefbaarheid van de omgeving.
Kunst biedt soms antwoorden op vragen die nog niet gesteld zijn en prikkelt daarmee de kijker om te reflecteren op maatschappelijke ontwikkelingen.
Public Artists in Residence (PAIR) is een gemeentelijk residentieprogramma dat kunstenaars tijdelijk onderbrengt in het stadsbestuur van New York City om creatieve oplossingen voor dringende maatschappelijke uitdagingen voor te stellen en te implementeren. Het uitgangspunt is dat kunstenaars in staat worden geacht om langdurige en blijvende impact te creëren door in open processen samen te werken, gemeenschapsbanden op te bouwen, kanalen voor dialoog te openen en om de werkelijkheid opnieuw te verbeelden. Zo worden nieuwe mogelijkheden geboden aan degenen die bij de overheid werkzaam zijn. Het New York City Department of Cultural Affairs heeft voor het jaar 2023 een brede invulling gegeven aan PAIR. Gericht op belangrijke maatschappelijke kwesties zoals stedelijke infrastructuur, dakloosheid, haatmisdrijven en wapengeweld, zullen vier kunstenaars worden ingebed in desbetreffende afdelingen binnen het kabinet van burgemeester Eric Adams om nieuw werk te creëren. “De mythe van de kunstenaar als een ‘eenzaam genie’ dat zich in zijn studio heeft verschanst, is grondig ontkracht,” zei commissaris voor culturele zaken Laurie Cumbo, “we weten dat kunstenaars diep geworteld zijn in de gemeenschappen van onze stad en dat hun creatieve praktijk kan fungeren als openbare dienst.” (uit: Artnet News)
Hier heeft Tilburg een verleden. In 1969 ontstaat het ‘werkkollektief’ van beeldende kunstenaars: Studio 38, Blue sky, service for living. “Geïnspireerd door de Fluxusbeweging initieert dit informele samenwerkingsverband tentoonstellingen en happenings met een sterk maatschappelijk karakter (bv. in 1971 en 1974), (…) te beschouwen als beeldende acties voor een goede woonomgeving of een beter milieu. Studio 38 beschikt niet over een eigen ruimte; projecten vinden plaats op straat, bij HBO-instellingen, universiteiten en bestaande kunstinstellingen. (…) Zij stelt zich ten doel: … het ontwikkelen en bevorderen van de bewustmaking van maatschappelijke problemen voor in de maatschappij aanwezige groepen met middelen die de eigentijdse kunst ten dienste staan, om de samenleving naar een situatie van groter welzijn te brengen” (uit: Ulco Mes Zichtbaar eindeloos – Beeldende kunst in Tilburg 1945 – 1995)
10
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
In het cultuurbeleid dat ten grondslag ligt aan de volgende cultuurplan periode (2025 – 2028) zullen we bij cultuur in het publieke domein inzetten op het bereiken van een ruimer publiek en geven we ons rekenschap van een veranderende samenleving om de impact van cultuur te vergroten. Dat betekent aandacht voor verbinding met een cultureel meer diverse doelgroep. Maar ook vernieuwing van (de totstandkoming van) het programma. Daarbij verschuift de nadruk van het aanbod van kunstprojecten door deskundigen naar de co-creatie op basis van dialoog tussen een diversiteit aan belanghebbenden. Noties als kennisdiversiteit, draagvlak en betrokkenheid of collectief eigenaarschap geven uiting aan onze ambities voor de toekomst.
4.2 Maatschappelijke urgentie De stad is een samenballing van dynamiek, van het vreemde en verrassende, van ontregeling, van belangentegenstellingen. Het publieke domein is bij uitstek het platform waar deze diversiteit aan belangen, mede dankzij kunst en cultuur, een plaats kan hebben. Waar meerstemmigheid en het zoeken naar collectieve waarden een kans krijgen.
“Hun kunst geleidt en verdiept je blik. Ruimte krijgt zo betekenis. En precies dat is wat het werk van Observatorium doet. Het helpt je kijken en begrijpen. Het laat je zien hoe bijzonder onze alledaagse leefomgeving kan zijn. En zo verzacht het werk van Observatorium de pijnlijke werkelijkheid van het heden, waarin we terugverlangen naar al het waardevolle dat verloren is gegaan en angstig vooruitkijken naar al het onbekende dat nog komen gaat. (…) Over transformatiepijn gesproken. Met de klimaatverandering en de uitputting van ecologische systemen stevenen wij als mensheid af op een alles ontwrichtende rampspoed. Het enige wat ons nog kan redden is een radicale verandering van bijna alles wat we doen. Maar alleen al deze gedachte doet ons zoveel pijn dat we niets gedaan krijgen. En precies hier kan kunst in de openbare ruimte, (en in het bijzonder het werk van Observatorium), een enorme rol van betekenis spelen. Kunst in de openbare ruimte kans ons helpen om de angst voor de onbekende toekomst te overwinnen. (Wouter Veldhuis, Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving over het werk van kunstenaarsmaatschap Observatorium, citaat uit The impossible possible, in: “Observatorium – Public Art for Public Life”)
Tegelijkertijd staat het openbare karakter van het publieke domein steeds meer onder druk. De bewegingsvrijheid laat te wensen over. En de bevolking is er maar beperkt gerepresenteerd. Mensen lijken daardoor hun eigen omgeving niet te herkennen, hun grip er op te verliezen en ook elkaar kwijt te raken. Precies daar heeft kunst een heel belangrijke, emanciperende en vertrouwenwekkende functie. Kunst levert zo een betekenisvolle bijdrage aan een aantrekkelijke openbare ruimte die gewaardeerd wordt door bewoners. Kunst stelt mensen in staat om met het onverwachte om te gaan en om de toekomst met vertrouwen onder ogen te zien. Dit is onder andere wat de kunst van het collectief Observatorium, in Tilburg bekend van Zandpoort in de Reeshof, teweeg brengt. De samenleving staat voor grote uitdagingen (met name op het gebied van klimaat, biodiversiteit en maatschappelijke ongelijkheid), misschien wel de grootste ooit. Om de complexiteit daarvan te doorzien en een ongekende toekomst voor te stellen en tegemoet te treden, zijn verbeelding en creativiteit essentieel. Kunst kan handvatten bieden voor onze omgang met de grote maatschappelijke vraagstukken. Met name in de ruimte die van ons allemaal is. Daar kan zij van betekenis zijn.
11
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
4.3 Culturele urgentie Uit diverse rapporten en gesprekken VI komt naar voren dat in Nederland behoefte is aan een langetermijnvisie op kunst in de publieke ruimte, die impulsen biedt op inhoudelijk vlak, op het gebied van uitvoering, en die nodig is om aansluiting te houden bij de ontwikkelingen bínnen de kunsten (bijvoorbeeld op het gebied van technologie, interdisciplinariteit, inclusie). Wanneer we dit koppelen aan het besef van het maatschappelijk potentieel van kunst, dan kan het niet anders dan dat we andere ontstaansprocessen en een grotere variatie aan verschijningsvormen in het vizier nemen. Bovendien is er al jarenlang geen sprake meer geweest van coördinatie, idee-uitwisseling of (kritisch) debat op landelijk niveau. SKOR, de landelijke Stichting Kunst in de Openbare Ruimte, hield m.i.v. 2013 op te bestaan en heeft geen navolging gekregen. Het LOKO, Landelijk Overleg Kunst in Opdracht, beleefde in 2015 zijn laatste jaarlijkse bijeenkomst. In deze langetermijnvisie staat het inbedden van culturele processen in de samenleving centraal. We verbinden kunst met de belangrijkste vraagstukken en uiteraard met de daarbij behorende maatschappelijke partijen. In Tilburg gaat deze benadering gelijk op met die in andere domeinen. Net als daarin wil Tilburg hier graag weer een voortrekkersrol spelen.
Met dit uitgangspunt kan Tilburg een bijdrage leveren aan de landelijke ontwikkeling van cultuur in het publieke domein.
Een mooi voorbeeld is L'Essence de Mastenbroek, een kunstwerk van Birthe Leemeijer. Het heeft de vorm van een parfum in een mondain uitgevoerd flesje. Dit parfum wil de verschillende aspecten van het leven in de polder Mastenbroek (bij Zwolle) oproepen. Het is het resultaat van een zoektocht naar de polder in zijn meest geconcentreerde vorm. De kunstenares nodigde de bewoners van Mastenbroek – voornamelijk melkveehouders – uit om deel te nemen aan The Essence Club. Zij bepaalden en leverden de elementen die uiteindelijk het parfum L'Essence de Mastenbroek zouden vormen. Het parfum zelf werd gecomponeerd door de Italiaanse parfumeur Alessandro Gualtieri en met grafisch ontwerper Renate Boere zocht Leemeijer samenwerking om een visuele identiteit voor dit parfum te ontwikkelen. Sinds de lancering in 2005 is het parfum over de hele wereld verkocht. In vloeibare vorm is de polder zo terecht gekomen op afgelegen buitenposten van de wereld en heeft zich vermengd met landschappen, verlangens en herinneringen van mensen daar.
4.4 Kansen / internationale potentie Tilburg kan zich met deze ambitie en een zorgvuldige aanpak een (inter)nationale positie verwerven. Als we in staat zijn om een (langdurige) wisselwerking van cultuur, bewoners(organisaties), onderwijs en wetenschap tot stand te brengen, dan toont de stad dat het de betekenis en de toekomst van de publieke ruimte serieus neemt. Dat ze die ruimte werkelijk publiek wil laten zijn. Wij profileren Tilburg graag als vooruitstrevende cultuurstad met lef. En we ambiëren een stad voor makers te willen zijn. Daarin ademt de inspirerende publieke ruimte het experiment, de levenslust en de dynamiek van de makers. Zo creëren we een uitstraling die ten goede komt aan de stad. Want eenmaal in zo’n positie roept dit ook weer kennis, initiatieven, relevant netwerk (en middelen) op. Het is belangrijk dat een verworven positie juist ook de bewoners in het licht zet, want het is dankzij hun betrokkenheid en ‘eigenaarschap’ dat Tilburg zich kan onderscheiden. De basis voor internationale erkenning en waardering wordt immers gelegd met een zorgvuldig proces waarin samen met inwoners wordt gewerkt aan de kwaliteit van de stad. Dat is meer dan een artistiek concept, maar opgebouwd uit zowel artistiek inhoudelijke, als maatschappelijke waarde.
We zien het beleid en het programma van de organisatie Creative Folkestone in de gelijknamige stad als een lichtend voorbeeld. Hier versterken kunst en cultuur, maatschappelijke vernieuwing en gebiedsontwikkeling elkaar. Dit komt onder meer tot uiting in een hoogwaardig artistiek programma dat lokale betrokkenheid koppelt aan internationale ambitie.
Onder de noemer “Creative Folkestone” ondergaat de stad Folkestone aan de Engelse zuidkust een transitie. Hij verkeerde begin deze eeuw op een dieptepunt zowel op sociaaleconomisch gebied, als wat betreft daaraan gerelateerde zaken zoals gezondheid, opleidingsniveau, criminaliteit, etc. Nu ontwikkelt Folkestone zich tot een plaats waar het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven. Er ontstaat een nieuwe economische hub. Het maatschappelijk leven krijgt een ‘boost’. Het uitgangspunt voor deze ontwikkeling was en is: cultuur als motor van stedelijke en maatschappelijke ontwikkeling! “Creative Folkestone is a visionary arts charity dedicated to transforming Folkestone through collective creative activity, making
12
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
the town a better place to live, work, play and visit. We believe that everyone is creative, and that creativity has the power to change people and places for the better. We have developed five key projects that are embedded in the creative transformation of Folkestone.” De meest zichtbare van die vijf projecten is de driejaarlijkse manifestatie op het gebied van kunst in de openbare ruimte, de “Folkestone Triennial”. Het is de grote publiekstrekker, en draagt bij aan de positieve uitstraling. Door het periodiek toevoegen van kunstwerken die speciaal voor (en vaak met) de stad zijn gemaakt, is het ook van blijvende invloed op de beleving van de openbare ruimte. “Folkestone Artworks (Folkestone Triennial): great contemporary art with an invitation to explore, examine and understand the town’s geography, history and potential future”.
Wij profileren Tilburg graag als vooruitstrevende cultuurstad met lef. Daarin ademt de inspirerende publieke ruimte het experiment, de levenslust en de dynamiek van de makers.
13
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
5
Gevolgen De hierboven beschreven visie heeft implicaties op inhoudelijk en beleidsmatig vlak. Gevarieerde verschijningsvorm van kunst Bij kunst in de publieke ruimte denkt men meestal aan statische, materiële kunst die er ‘voor de eeuwigheid’ staat. Wij gaan uit van een verruimd idee over de verschijningsvorm van kunst, waarbij deze zich verhoudt tot de ruimtelijke dynamiek en/of meebeweegt met de bewegingen van het stedelijk leven. In de kunst zelf is er, mede onder invloed van technologische, theoretische en maatschappelijke ontwikkelingen, veel meer aandacht voor het proces, voor interactie, participatie en voor het collectieve. De nieuwe kunstwerken in Tilburg zijn van deze tijd, vragen om betrokkenheid van stadgenoten en zijn gericht op de toekomst. Er is ruimte voor tijdelijke, levende, interactieve en procesmatige vormen. Dit sluit aan bij een mooie Tilburgse traditie van tijdelijke, theatrale vormen van kunst in de openbare ruimte. Het kunstfestival Kaapstad staat voor laagdrempelige, humoristische en soms ontregelende ingrepen, voor het artistiek ‘kapen’ van de publieke ruimte van Tilburg. Het festival is dynamisch en biedt inwoners en bezoekers op een speelse manier een verrijkte blik op hun omgeving (denk bijvoorbeeld aan de tijdelijke ingrepen op verkeersborden door het Italiaanse collectief Studio CLET). Daarmee vertegenwoordigt Kaapstad
14
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Een prachtig voorbeeld is de performancesculptuur It’s never too late to say sorry (2011) van het Scandinavische kunstenaarsduo Elmgreen & Dragsted, op de Coolsingel in Rotterdam. Hun omvangrijke, theatrale installaties haken in op de sociale codes van de publieke ruimte van de stad. In een vitrine, vaak in steden te vinden als display van winkeliers, staat geen kunstwerk, maar een megafoon waarmee een alledaags appel aan het terloops passerende publiek wordt gedaan. Een ‘powerless gesture’ kun je het noemen. Gedurende twee jaar verscheen er iedere dag om klokslag 12 uur een man bij de vitrine, opende het deurtje, pakte de megafoon eruit en schalde over de Coolsingel: “It’s never too late to say sorry!”.
15
diverse waarden die wij van belang vinden als het gaat om cultuur in het publieke domein. Kaapstad is recent aangewezen als topevenement, en bouwt voort op bijvoorbeeld de stadswandelingen van L’Avventura en de Kunstprocessies door TEST in de jaren 80.
kan ook het uitgangspunt zijn bij de realisatie van een nieuw monument. Zo zal de jaarlijkse viering van Keti Koti in Tilburg voortaan plaatsvinden bij het nieuwe Monument Herdenking Slavernijverleden van Dedden & Keizer op het Johan Stekelenburgplein. Een periodieke activiteit draagt bij aan het zichtbaar houden van een kunstwerk en daardoor ook aan het versterken van het draagvlak daarvoor.
In 1982 wordt TEST (Tilburgse Evenementenstichting) opgericht, die jaarlijkse multidisciplinaire manifestaties gaat organiseren. Dat ontwikkelt zich tot de jaarlijkse “Kunstkermis” (1984-89). Op advies van kunstenaar Charles Vergouwen wordt de “Kunstprocessie” vanaf 1986 een opvallend element, een kunstoptocht (eindigend op het terrein van de KUB) waarbij deelnemers speciaal voor die gelegenheid gemaakte objecten tonen: “het idee was om een kunst- en cultuurprogramma van een zo hoog mogelijk niveau te koppelen aan de vluchtige sfeer van variété en circus”. In 1990 vond de laatste editie plaats.
Kennisontwikkeling
Een monument is vaak bedoeld om de herinnering aan een persoon of historische gebeurtenis levend te houden. Het nodigt ons ook uit om te reflecteren op de betekenis daarvan voor de huidige tijd. Een jaarlijkse herdenking bij een historisch monument, een periodiek ritueel of een collectieve handeling kunnen gestalte geven aan deze bedoeling. Dit
Hoe kan de totstandkoming van een kunstprogramma bijvoorbeeld aansluiten bij het Actieplan Inwonersparticipatie? Hoe waarderen we de bijdragen en inbreng van bewoners? Kunnen we specifieke en betekenisvolle prestatie-indicatoren ontwikkelen voor dit domein? We willen “naar een slimme en duurzame stad van makers” onder andere door volle inzet op
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
In het proces van idee-ontwikkeling en realisatie van kunstwerken willen we willen bewoners betrekken, ons rekenschap geven van de diversiteit van de samenleving en draagvlak creëren. Uiteraard is er behoefte aan beproefde methodes op dat gebied; en aan, liefst objectieve, manieren om het resultaat daarvan te meten. We weten echter nog niet zo goed hoe dat dan moet, dat ‘maatschappelijk meebewegen’: het betrekken van bewoners, het organiseren en bijeenbrengen van een diversiteit aan soorten en domeinen van kennis. Daarom moet er al doende experiment en onderzoek gedaan worden, kennis verzameld en ontwikkeld worden.
digitalisering en circulaire economie. Hoe kan cultuur in het publieke domein hier van betekenis zijn? We zullen ruimte moeten maken voor artistiek-maatschappelijk experiment, wetenschappelijk, speculatief en praktisch onderzoek. Tilburg beschikt over onderwijsinstituten die daar op ingericht zijn, zoals Fontys en Tilburg University. De eerste stappen richting een samenwerking zijn al gezet.
Verbinding met beleidsterreinen Het beleid op het gebied van Cultuur in het publieke domein komt uiteraard voort uit het cultuurbeleid van Tilburg, maar kan niet los gezien worden van andere beleidsterreinen, zoals erfgoed (vooral wat betreft collectie, beheer en onderhoud), economie (bijdrage aan vestigingsklimaat), omgeving (verfraaiing, leefbaarheid, groen), stadsontwikkeling, energie, duurzaamheid en sociale kwesties. Als het gaat om de ambities m.b.t. Tilburg Groen en Duurzaam beschrijft Meer voor elkaar dat “innovatie, creativiteit en ondernemerschap de aanjagers zijn bij een van de grootste transities uit de Tilburgse geschiedenis”. Dit soort observaties appelleren aan een verantwoordelijkheid voor cultuur in het publieke domein. Het is daarom zaak om kunst en cultuur bij gebiedsontwikkeling en bij andere transities te borgen via bijvoorbeeld de Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie, wijkagenda’s, maar ook – als dat mogelijk is – via aanbestedingsprocedures.VII
6
Drie bouwstenen Cultuur in het publieke domein krijgt gestalte binnen een door de gemeenteraad gedragen (cultuur) beleid, is geworteld in de cultuur-historische traditie van Tilburg en komt tot bloei dankzij een breed gevoelde maatschappelijke urgentie. Daarom is het belangrijk dat er een goede balans is tussen erfgoed, hedendaagse kunst en maatschappelijke dynamiek. Het uit onze visie voortvloeiend beleid is organisatorisch verankerd in een samenwerking tussen verschillende afdelingen van de gemeente, spelers in de culturele sector van Tilburg, vertegenwoordigers van de bevolking, en externe partijen zoals onderwijsinstituten. De belangrijkste bouwstenen zijn het idee van Onze Buitencollectie, een ‘stadslab’ en een campagne. Die beschrijven we in de drie paragrafen hierna.
6.1 Onze Buitencollectie Wat gebeurt er wanneer we de kunstwerken in het publieke domein van Tilburg beschouwen als onderdeel van een collectie? Er ontstaat er meerwaarde, bijvoorbeeld in de vorm van samenhang tussen kunstwerken, of misschien van een verbinding tussen verschillende wijken en dorpen. Of in de vorm van verhalen die de werken nog sterker binden aan de stad en haar inwoners.
16
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Het kan een kader bieden voor opdrachten voor nieuwe kunstwerken. Het denken vanuit het idee van een collectie maakt ook een beter gestructureerd beheer en onderhoud mogelijk, creëert spannende invalshoeken voor een educatieprogramma, en legt verbinding met vormen van erfgoed. De collectie kunstwerken in het publieke domein noemen we vooralsnog Onze Buitencollectie. Het gaat immers om kunstwerken van gemeenschappelijk bezit. Om kunstwerken die iets over ons en onze stad zeggen of uitdrukken.
Binnen de collectie kunstwerken in het publieke domein van Tilburg vormen Het Wiel van Gerrit van Bakel en Draaiend huis van John Körmeling als het ware een tweeluik. Er zijn tal van verbindingen tussen de twee werken. Dat levert een intrigerende vertelling op. Het denken, de werkwijze en de kunst van Gerrit van Bakel zijn van grote invloed geweest op John Körmeling. Je zou hem als diens geestelijk vader kunnen beschouwen. In beide kunstwerken staat circulariteit centraal, een trage beweging over een grote draaicirkel in de stedelijke omgeving. Beide kunstwerken vangen zonne-energie: waar Het Wiel een visionaire verbeelding is van de energietransitie (de fossiele energiebron olie wordt door zonnewarmte omgezet in beweging), representeert Draaiend huis de jaren zestig opvatting van optimaalgebruik van zonne-energie: de doorzonwoning. Overigens zijn beide werken opgenomen in de 100 Sleutelwerken, de onofficiële canon van beeldende kunst in de openbare ruimte in Nederland.
Dit idee van een tweeluik kan richting geven aan het denken over een nieuwe permanente locatie voor Het Wiel (kunnen we dat tweeluik ook ruimtelijk zichtbaar maken?). En het kan bijvoorbeeld ook de aanleiding zijn voor het verstrekken van een nieuwe kunstopdracht (kan een nieuw toekomstgericht kunstwerk er een drieluik van maken?)
We werken aan het opstellen van een collectieplan. Dat biedt een overzicht van de omvang en samenstelling van de collectie en beschrijft het beleid t.a.v. de collectie en de uitvoering daarvan. Het collectieplan richt zich op gemeentelijke afdelingen en ambtenaren, en op externe belanghebbenden bij de collectie zoals bestuurders, eigenaren, erfgoedspecialisten, fondsen, donateurs, etc. Het samenvoegen van diverse bestanden tot een collectieregistratie is de eerste stap binnen het collectieplan, die inmiddels is gezet. Daarop volgt een inhoudelijke beschrijving van alle werken door deskundigen. De registratiegegevens, de inhoudelijke beschrijving en de visie op de toekomst vormen de basis voor het maken van een waardestelling: wat is de kerncollectie, zijn er lacunes, welke werken kunnen eventueel afgestoten worden? Een onafhankelijke taskforce zal verantwoordelijk zijn voor de waardestelling. In deze taskforce is ‘kennisdiversiteit’ gewaarborgd, dat wil zeggen dat er niet alleen deskundigheid op het gebied van kunst in de openbare ruimte is vertegenwoordigd, maar ook andere relevante deskundigheden, zoals bijv. op het gebied van lokale geschiedenis, ruimtelijke ontwikkeling, vertegenwoordigers van de bevolking. Onder invloed van veranderende visies en beleid en op basis van voortschrijdend inzicht zal de waardestelling periodiek herijkt worden. We denken aan eens in de 10 jaar.
17
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Vanuit het stadhuis (de gemeente Tilburg is immers eigenaar van een groot deel van de collectie) voeren we het collectiemanagement. Door dit binnen de gemeentelijke organisatie te plaatsen kan gemakkelijker verbinding met de nodige afdelingen en ter zake deskundige ambtenaren worden gelegd. Nuttige databases en signalering- en registratiesystemen kunnen eenvoudig gekoppeld worden aan de collectieregistratie. Dat versoepelt de uitvoering van werkzaamheden bij kunstwerken. De koppeling met wijk- of uitvoeringsagenda’s is gemakkelijker te leggen. Dat geldt omgekeerd voor het traceren van kansrijke gelegenheden voor kunsttoepassingen binnen gemeentelijk beleid en uitvoering, zoals bijvoorbeeld door periodiek overleg m.b.t. het MJP (MeerJarenProgramma) of met de projectleiding bij gebiedsontwikkeling. Er wordt een medewerker Cultuur in het Publieke Domein aangesteld, die verantwoordelijk is voor: • Collectiemanagement • Coördinatie en bemiddeling bij de realisatie, verplaatsing,
restauratie en verwijdering van kunstwerken • Advisering en bemiddeling op het gebied van juridische zaken, vergunningen, financiën en communicatie • Verbinding en uitwisseling met een onafhankelijk ‘stadslab’ (zie pagina 19)
Het collectieplan vormt aldus de basis voor beleidsuitvoering. • Goed beheer en onderhoud is cruciaal. Dit is de basis voor
draagvlak, waardering, trots en betrokkenheid van burgers, maar ook van ambtenaren en bestuurders.VIII We willen niet alleen financieel, maar ook organisatorisch en door middel van programma investeren in stevig beheer en onderhoud, goed gestructureerd en zichtbaar uitgevoerd. • Een statische collectie is een levenloze verzameling. We faciliteren collectiemobiliteit. Ook kunstwerken in het publieke domein zijn fysiek verplaatsbaar. Dat kan of moet soms uit praktische overwegingen (bijvoorbeeld het verleggen van infrastructuur, zoals nu ten behoeve van het Stadsforum). Maar ook inhoudelijk gemotiveerde verplaatsingen zijn denkbaar, zoals is gebeurd met de inrichting van het zogenoemde Vrijheidspark waar herdenkingsmonumenten van verschillende locaties bijeen zijn gebracht. Werken kunnen in bruikleen gegeven of genomen worden. Op dit moment wordt de tijdelijke plaatsing van Het Wiel van Gerrit van Bakel aan de Waddenkust voorbereid. Dat zorgt voor landelijke aandacht voor een sleutelwerk uit onze collectie en geeft een stimulans en financiële ruimte voor restauratie van het werk. Er is ook aandacht voor ‘ideematige collectiemobiliteit’: ‘hoort’ een bepaald werk dicht bij een ander werk, kun je lijnen en zwaartepunten in de collectie aanbrengen? Collectiemobiliteit maakt ook een accentverschuiving mogelijk naar het idee van wijk- en dorpscollecties.
• In de loop der tijd worden nieuwe kunstwerken toegevoegd
aan de collectie. Soms heeft een bestaand kunstwerk zijn beste tijd gehad. Of is het beter om het tijdelijk ‘in depot’ te zetten. De dynamiek van verwerven en eventueel ‘ontzamelen’ maakt ook deel uit van de collectiemobiliteit. Waarom zouden we dat niet zichtbaar maken en een publiek toegankelijk depot inrichten, zodat de bewoners ook zelf hun gedachten kunnen laten gaan (en uiten) over de wenselijke plaats van kunstwerken?IX • In de corona-periode bleek hoe belangrijk kunst in de buitenruimte is. Overal werden routes uitgezet, campagnes gestart en publiekswaardering gemeten. Het vakblad BKinformatie stelde zijn invloedrijke canon 100 Sleutelwerken beeldende kunst in de openbare ruimte samen (daarin is Draaiend Huis opgenomen, evenals Het Wiel van Gerrit van Bakel). Muziekzender Radio 4 organiseerde de verkiezing van het beste kunstwerk in de openbare ruimte in Nederland. De kunst in je eigen stad als onderdeel van een collectie zien, biedt veel mogelijkheden op het gebied van educatie. Het leert je over kunst, over achtergronden, ruimtelijke en historische verbanden en daarmee indirect over je stad.
18
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
• Bijna even belangrijk als beheer en onderhoud is het
Letterlijk een andere blik op de stad en op een prominent monument. In 2019 kon het publiek tijdens het festival Kaapstad via een stellage naast diens standbeeld oog in oog komen met Koning Willem II. Onder het motto The Royal Kiss werd iedereen, jong en oud, man en vrouw, uitgenodigd de vorst te zoenen. Markeringen met roze lipstick benadrukten de biseksualiteit van de koning. Het kunstwerk faciliteerde zo en postume ‘coming out’ en zeker ook in figuurlijke zin een verrijkte blik op de geschiedenis.
ontsluiten van de collectie voor het publiek en de communicatie daarover. Dit zorgt voor zichtbaarheid en dus voor bestaansrecht. Zenden en ontvangen, tonen en luisteren. Daar gaat het om. Uit publieksreacties en onderzoeken blijkt dat informatie ter plekke van het grootste belang is voor het ontwikkelen van waardering en draagvlak voor kunstwerken in het publieke domein. In samenspraak met de afdeling Communicatie werken we toe naar een effectieve combinatie van standaard communicatiemiddelen (zoals persberichten, een websiteX, interactieve en social media) met minder reguliere vormen, zoals gastredacteuren uit wijk en dorp, residenties en inhoudelijke programma’s bij bestaande kunstwerken. Er is overleg en afstemming met het ‘stadslab’, omdat daar de verantwoordelijkheid voor de meer inhoudelijke onderdelen van de communicatiemix ligt. • Ondersteunend aan deze onderdelen van het collectieplan is een zorgvuldige archivering. Zoals het in museale collecties van belang is om de herkomst van een kunstwerk te kennen, de onderhouds- en restauratiegeschiedenis, de (veranderde) zienswijzen, geldt dit in versterkte mate voor kunstwerken in de publieke ruimte die aan veel meer invloeden en veranderingen onderhevig zijn. Regionaal Archief Tilburg en Stadsmuseum Tilburg zijn, vanwege expertise op het gebied van archivering, collectiebeheer en collectiemanagement, onmisbare partners.
6.2 Stadslab Het stadslab is het onafhankelijke Tilburgse expertisecentrum voor cultuur in het publieke domein. Het is een compacte, flexibele culturele organisatie die met een eigen specifieke invulling gestalte geeft aan gemeentelijk beleid. Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Art-fact of CiST. De onafhankelijke positie is essentieel omdat dit een betere taakverdeling met de gemeente en soepele samenwerkingen mogelijk maakt. Ook is het een vereiste is om extra fondsen te wervenXI. En om de bewegingsvrijheid, flexibiliteit en actualiteit van de organisatie te borgen, die noodzakelijk zijn om adequaat naar inwoners en andere belanghebbenden te kunnen opereren. Als culturele organisatie maakt het stadslab, net als andere organisaties zoals het genoemde Art-fact, de Schouwburg of 013, op basis van een beleidsplan en een programmavoorstel, die aansluiten bij gemeentelijk (cultuur-)beleid, aanspraak op een structurele gemeentelijke subsidie. Bij toekenning wordt de organisatie gemonitord en legt achteraf verantwoording af. Aanvullende financiering wordt gegenereerd via fondsenwerving, samenwerkingsprojecten en opdrachten voor derden. Het takenpakket van het stadslab omvat advisering, het initiëren van nieuwe kunstprojecten, bemiddeling en verbinding, het maken van publieksprogramma, onderzoek en experiment, en kennisontwikkeling.
19
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Als meest passende referentie voor wat een stadslab in Tilburg zou kunnen zijn, noemt LAPS in zijn rapport het Kunstenlab in Deventer: “ziet (…) zichzelf wel degelijk als een plek voor onderzoek en experiment. Het organiseert naar eigen zeggen tentoonstellingen waarin experiment en onderzoek centraal staan. Ook organiseert het Kunstenlab projecten in de regio waarin het onderzoek naar de rol van kunst en kunstenaar in actuele maatschappelijke vraagstukken centraal staat”.
Het stadslab is ten behoeve van de inbedding van de kunst in de samenleving “steeds op zoek naar welbegrepen kansen, naar unieke momenten, naar verrassende configuraties, naar mogelijke coalities” XII, en geeft gestalte aan gevoelde urgentie en gedeeld belang.
Advies Het stadslab adviseert niet alleen het college over kunst in de publieke ruimte, bijvoorbeeld over de kunstwerken op het toekomstige Stadsforum, maar ook andere partijen, zoals projectontwikkelaars, bewoners(groepen), initiatiefnemers, ondernemers. Stedelijke initiatiefnemers als die van Kanaalpark Reeshof bijvoorbeeld kunnen in de toekomst een beroep doen op de deskundigheid, het netwerk en vooral ook het meedenken van het stadslab.
In zijn adviezen stimuleert het stadslab de verkenning van nieuwe verschijningsvormen van kunst, nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, van betrokkenheid van bewoners en (dus ook) van nieuwe totstandkomingsprocessen. Iedereen (inwoners, organisaties, bedrijven, instituten) kan bij het stadslab een suggestie doen voor een kunstproject in het publieke domein. Het stadslab zal zelf (onder meer dankzij het periodieke contact met de medewerker Cultuur in het publieke domein bij de gemeente) proactief mogelijkheden en initiatieven zoeken. Een werkgroep, bestaande uit geïnteresseerde en betrokken bewoners en uit enkele externe deskundigen op het gebied van kunst in het publieke domein, selecteert periodiek de meest waardevolle en kansrijke ideeën. Deze vormen onderdeel van het jaarplan van het stadslab dat, als uitwerking van het beleidsplan waarop de gemeente subsidie heeft verstrekt, wordt voorgelegd aan het college.
De publieke ruimte strekt zich verder uit dan de fysieke ruimte van parken, pleinen, muren en straten. Ook het internet is een voor iedereen toegankelijke, en dus: publieke ruimte. Daarbij denk je uiteraard aan digitale kunst. Spannend wordt het als de digitale ruimte zich verbindt met de fysieke omgeving. Colour by numbers is een lichtinstallatie van architect Milo Lavén, kunstenaar Erik Krikortz en interactie ontwerper Loove Broms. Iedereen kan met zijn telefoon of via een app de Telefonplan-toren in Stockholm kleuren. De 70 meter hoge toren is tot een afstand van 10 kilometer zichtbaar.
20
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
Voor de begeleiding van elk (geselecteerd) kunstproject wordt een commissie samengesteld die de voor dat project noodzakelijke diversiteit kent. Deze commissie formuleert de opdracht, is betrokken bij het selectieproces van de kunstenaar en ondersteunt en adviseert de gekozen kunstenaar. Bij de samenstelling van deze commissies gaan we uit van de diversiteit van de bewoners van de stad, wijk of dorp, en van kennisdiversiteit. Participerende bewoners zijn geen leken, maar vertegenwoordigen relevante deskundigheid, bijvoorbeeld kennis van de buurt, van de geschiedenis van een plek, van migratie, van voedsel, van de jongerenscenes, specialisten op het gebied van lokale folklore, etc. Het is een prikkelende gedachte om het model van het burgerberaad te hanteren: met de initiatiefnemers stelt het stadslab vast welke belangen het meest relevant zijn. Onder de bewoners die deze belangen vertegenwoordigen worden deelnemers aan de begeleidingscommissie geworven. Indien deze commissie dat noodzakelijk acht kunnen ze zich laten informeren door externe deskundigen om hun kennis aan te vullen en hun bijdrage te verstevigen. Zo wordt deelname aan deze commissie voor alle betrokkenen een verrijkende ervaring. Deze aanpak versterkt bovendien het draagvlak voor de kunstprojecten.
Eigenlijk moeten we van opdrachten af. Want een opdracht betekent dat je tegenover elkaar aan tafel zit. Je zit juist aan dezelfde kant: je wilt allemaal het goede maken. Daarvoor heb je mensen nodig die niet alles van tevoren hoeven te weten in key performance indicators en efficiënte planningen en begrotingen. Probeer aan dezelfde kant van de tafel te komen en maak ruimte voor de vraag: zijn we nog steeds het goede aan het doen?” (uit: interview met Tabo Goudswaard – oprichter Sociaal Creatieve Raad, Brabant C fanzine #5, 9 juni 22)
Het stadslab ondersteunt de werkgroep en de commissies, begeleidt het proces en borgt de kwaliteit van het eindresultaat. Het stadslab ontwikkelt zich zo tot een betrouwbaar aanspreekpunt en partner voor een ieder die kunstprojecten in het publieke domein wil realiseren of activeren.
Initiatief Naast de advisering bij de ontwikkeling van nieuwe kunstwerken en de begeleiding van de realisatie, neemt het stadslab zelf initiatief voor nieuwe (tijdelijke) kunstprojecten. Het idee voor een nieuw kunstwerk kan gevoed worden door een visie op de bestaande verzameling kunstwerken in de stad, bijvoorbeeld omdat er een lacune geconstateerd wordt. Of een bepaalde kunstenaar kan van groot belang worden geacht als katalysator van een bepaalde manier van denken over kunst in het publieke domein, of om een inspirerende benadering van een bepaalde thematiek. De organisatie en financiering van dergelijke projecten zijn voor rekening van het stadslab. Dit betekent bijvoorbeeld dat er wellicht tijdelijke uitbreiding van het team nodig is.
Bemiddeling en verbinding Als bemiddelaar zet het stadslab zich in om verbindingen tot stand te brengen met en tussen kunstenaars, opdrachtgevers, bewoners en andere doelgroepen, experts op technisch, wetenschappelijk of organisatorisch gebied, en natuurlijk verschillende afdelingen van de gemeente Tilburg. De tijdige en goed begeleide betrokkenheid van mogelijk belanghebbende partijen draagt niet alleen bij aan de kwaliteit van het kunstproject en de betekenis voor de specifieke locatie, maar ook aan de maatschappelijke inbedding en het draagvlak. Naast lokale verankering draagt stadslab zorg voor internationale verbinding via zijn programma en netwerk. Het stadslab wil zo door middel van kunst en cultuur het publieke karakter en de integrale kwaliteit van de openbare ruimte van de stad een impuls geven. Dit krijgt letterlijk gestalte in de gebiedsontwikkelingen waar cultuur in het publieke domein “aan de voorkant” (Cultuur raakt ons) bij betrokken wordt. Tilburg kent een grote woningbouwopgave en dat schept verwachtingen, verantwoordelijkheid en ook mogelijkheden voor het culturele aspect van gebiedsontwikkeling. Want we moeten niet alleen fysiek bouwen, maar ook werken aan een aangename en herkenbare leefomgeving en het welbevinden van mensen
21
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
daarin. Denk aan schoonheid, verblijfskwaliteit, identiteit en ontmoeting. We staan daarbij een integrale benadering voor, waarbij de kunstenaar zo vroeg mogelijk in het proces en op het juiste niveau betrokken wordt en de verschijningsvorm van de kunst optimaal aansluit bij wat het gebied en de mensen daarin ‘nodig hebben’. Het is een schoolvoorbeeld van gebiedsgericht werken. In relatie tot gebiedsontwikkeling hoeft cultuur in het publieke domein geen stress- en kostenverhogende toevoeging te zijn aan de al bestaande stapeling van ambities, maar kan juist bijdragen aan het realiseren daarvan. Zeker wanneer de opdracht verbonden is met enkele van de specifieke thema’s inclusie, verduurzaming, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze verdient daarom ook medegefinancierd te worden uit de budgetten voor gebiedsontwikkeling. Het belang voor investeerders is dat dergelijke culturele impulsen renderen op lange termijn doordat ze maatschappelijke waarde creëren.
Vanaf het prille begin werkte kunstenaarsgroep Superflex samen met een groot architectuurbureau (BIG) en een landschapsarchitect (Topotek 1) aan de ontwikkeling van Superkilen, een openbaar park in de wijk Nørrebro in Kopenhagen. Het is ontworpen om migranten en de lokale bevolking samen te brengen en daarbij tolerantie en eenheid te bevorderen in een van de meest etnisch diverse en sociaal uitdagende gemeenschappen van Denemarken. Voor de realisatie van Superkilen ging het team intensief te rade bij vertegenwoordigers van de tientallen nationaliteiten in de wijk. Hoe zouden zij zich thuis voelen in deze publieke zone? Welke items van ‘thuis’ zouden zij willen meenemen? Het park werd helder gestructureerd, extreem speels vormgegeven en ingericht met meer dan 100 functionele objecten: van schommels uit Irak, een Sovjet bushalte tot een neonreclame voor een Chinese schoonheidssalon. Dankzij het park zijn stedelijke wijken weer met elkaar en met het centrum verbonden. Het heeft tal van positieve effecten: de criminaliteit is sterk gedaald en Superkilen is een van de grootste toeristisch attracties van Kopenhagen geworden.
Publiek programma Met het initiëren en organiseren van publieke programma’s, zoals debatten, conferenties, tijdelijke kunstprojecten of een manifestatie, brengt het stadslab kunstenaars, de culturele sector, diverse expertises en publiek bij elkaar. Veel kunstwerken dragen als het ware een programma, een dialoog of een nieuwe ruimte in zich. Dat maakt het stadslab expliciet in beeldende of meer reflectieve ervaringen. Werken uit Onze Buitencollectie worden zo opnieuw zichtbaar gemaakt, wakker gekust of (periodiek) geactiveerd. Zo worden de verhalen van de collectie ontsloten en draagt het stadslab bij aan waardering voor bestaande kunstwerken. Door actief de dialoog met de stad op te zoeken tilt het stadslab het belang van kunst in de publieke ruimte op een hoger plan. Je zou dit kunnen opvatten als de mentale dimensie van het beheer en onderhoud van kunstwerken.
Onderzoek en experiment Draagvlak is een ogenschijnlijk eenvoudig begrip waar echter een complexe werkelijkheid achter schuil gaat. We hebben het over deels onontgonnen terrein: hoe breng je betrokkenheid van bewoners tot stand en hoe weet je of je daarin geslaagd bent, hoe realiseer je duurzaam maatschappelijk draagvlak voor kunstwerken, hoe zorg je dat kunst daadwerkelijk een bijdrage levert aan maatschappelijke vraagstukken, hoe integreer je kunst in gebiedsontwikkeling? We spiegelen een ambitieus programma
22
Cultuur in het publieke domein Over het benutten van het maatschappelijk potentieel van kunst
voor. En we realiseren ons dat er in Nederland beperkt kennis en ervaring voorhanden is. Dat betekent dat wij zelf zullen moeten experimenteren en onderzoeken. Het onderstreept het belang van kennisdeling en uitwisseling.