CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nota van zienswijzen BP Recreatiepark Duinhoeve

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling Buitengebied De Zandleij 2012, 16 herz. (Recreatiepark Duinhoeve)16.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De zienswijze is ongegrond. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is uitvoerbaar. Of reclamant in de toekomst voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen een omgevingsvergunning nodig heeft, of kan verkrijgen, hangt af van de concrete beoogde bedrijfsvoering. In de belangenafweging heeft de gemeente geen onderscheid gemaakt tussen de buffer van 50 meter noodzakelijk voor behoud van de bestaande recreatiebestemming en de buffer noodzakelijk voor de uitbreiding van de recreatiebestemming in zuidoostelijke richting. Volgens reclamant is dit een motiveringsgebrek. In de belangenafweging in bijlage 16 ten aanzien van de gronden van grondeigenaar A hebben wij onder het derde en vierde opsommingsteken onderscheid gemaakt tussen uitbreiding en behoud van bestaande planologische mogelijkheden op Recreatiepark Duinhoeve. Daarbij is het van belang dat ook vormen van dagrecreatie kwalificeren als ‘voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie’. De conclusie van de belangenafweging bleef gelijk. Wij achten een buffer van 50 meter ten behoeve van zowel het behoud als de uitbreiding van planologische mogelijkheden voor ‘voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies’, van groter belang dan het behoud van de rechtstreekse planologische mogelijkheid voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen op de gronden van reclamant.

Voor de volledige belangenafweging wordt verwezen naar bijlage 16 bij de toelichting. De zienswijze is ongegrond. Er is wel onderscheid gemaakt tussen de buffer van 50 meter noodzakelijk voor behoud van de bestaande recreatiebestemming en de buffer noodzakelijk voor de uitbreiding van de recreatiebestemming in zuidoostelijke richting. Er is geen sprake van een motiveringsgebrek. Reclamant verwijst naar het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, 11e herziening (Schoorstraat 59) waarbij de gemeenteraad het aanvaardbaar heeft geacht om op een afstand van 8 meter van de gronden van reclamant een gevoelige functie mogelijk te maken dankzij de aanwezigheid van een houtwal. Dit bestemmingsplan werd vastgesteld op 13 december 2021, ruim een jaar na de uitspraak van de Afdeling over spuitzones. Reclamant acht het in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat nu geen kleinere afstand dan 50 meter kan worden aangehouden. Reclamant doet hier een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Dat gaat over het gelijk behandelen van gelijke gevallen. Het toekomstbestendig uitbreiden van

Conclusie

een recreatiepark met een regionale functie, zoals hier voorligt, is niet eenzelfde geval als de omschakeling van een intensieve veehouderij naar een bedrijf voor statische opslag met een ondergeschikte recreatieve functie met bijbehorende bedrijfswoning plus twee Ruimte-voor-Ruimte woningen aan de Schoorstraat 59. Alleen al om deze reden gaat een vergelijking tussen deze twee bestemmingsplannen mank. Verder is het zo dat sinds de uitspraak van de Raad van State over de onderbouwing van spuitzones de wereld niet stil heeft gestaan. De vakliteratuur en deskundigen zijn in beweging. Ook op basis van voortschrijdend inzicht kan de gemeente tot een andere aanpak komen dan in een vergelijkbare situatie eerder, zou er sprake zijn van een vergelijkbare situatie. De zienswijze is ongegrond. Er is geen sprake van gelijke gevallen. Ook op basis van voortschrijdend inzicht kan de gemeente tot een andere aanpak komen dan in een vergelijkbare situatie eerder, zou er sprake zijn van een vergelijkbare situatie.

Zienswijze 3 – Recreatiepark Duinhoeve 3.1

Zienswijze – geurzone Schoorstraat 63-63a aanpassen

Reactie gemeente

Conclusie

Recreatiepark Duinhoeve verzoekt om aanpassing van de geurzone gelegen rondom het bedrijf aan de Schoorstraat 63-63a. Volgens Duinhoeve wordt het bedrijf aan de Schoorstraat 63-63a reeds beperkt in de mogelijkheden voor geurbelastende activiteiten door de twee nabijgelegen woonbestemmingen. Op een deel van de gronden kunnen daardoor al geen (nieuwe) geurbelastende activiteiten meer plaatsvinden en Duinhoeve is van mening dat zij dan ook geen rekening hoeven te houden met geurbelastende activiteiten op dat deel van de gronden. Verder vraagt Duinhoeve om bij het bepalen van de begrenzing rekening te houden met de ligging van de bestaande woonboerderij van het bedrijf aan de Schoorstraat 63-63a. Hier vinden geen geurbelastende activiteiten plaats. Buiten de bebouwde kom wordt een minimum afstand van 50 meter gehanteerd tussen een dierenverblijf en een geurgevoelig object. Het bedrijf aan de Schoorstraat 63-63a heeft de mogelijkheid om door middel van een omgevingsvergunning met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid een dierenverblijf op te richten buiten de aangegeven bouwvlakken, bijvoorbeeld een paardenstal. Plaatselijk wordt het bedrijf reeds in de planologische mogelijkheden beperkt door bestaande geurgevoelige functies binnen een afstand van 50 meter. Dat is weergegeven op de eerste pagina van bijlage 14 bij de toelichting.

Aangezien het bedrijf ter plaatse geen geurbelastende activiteiten kan ontplooien, kan de milieuzone – geurzone enigszins worden verkleind. In bijlage 4 is met een rood vlak aangegeven in hoeverre de milieuzone – geurzone wordt aangepast. Hetzelfde geldt voor de geurzone rondom de Oude Bosschebaan 3. Ook daar is sprake van bestaande geurgevoelige objecten binnen een straal van 50 meter tot het perceel. In bijlage 5 is met een rood vlak aangegeven in hoeverre de milieuzone – geurzone rondom de Oude Bosschebaan 3 wordt aangepast. De bedrijfswoningen aan de Schoorstraat 63-63a zijn weliswaar feitelijk in gebruik als bedrijfswoning, maar planologisch zouden hier geurbelastende activiteiten kunnen worden ontplooid. Er is geen aanleiding om de geurzone hier te verkleinen. De zienswijze is gedeeltelijk gegrond. De geurzone rond de Schoorstraat 63-63a wordt aangepast omdat het bedrijf hierdoor niet verder in de planologische mogelijkheden wordt beperkt. Voor aanpassing van de geurzone rond de bedrijfswoningen is geen aanleiding. De geurzone rond de Oude Bosschebaan 3 wordt ook aangepast.

3.2

Zienswijze – geurzone rondom Oude Bosschebaan 2 verwijderen

Reactie gemeente

Recreatiepark Duinhoeve is van mening dat de geurzone rondom het bedrijf aan de Oude Bosschebaan 3 niet nodig is, omdat de Raad van State in de vorige procedure zou hebben geoordeeld dat er geen sprake is van een onevenredige belangenafweging en omdat ter plaatse van de gronden die extra beperkt zouden worden een monumentale boerderij aanwezig is waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zal verdwijnen voor een nieuw agrarisch gebouw. Tot slot merkt Recreatiepark Duinhoeve op dat het opnemen van de geurzone rondom Oude Bosschebaan 3 voor hen wel tot een beperking leidt op velden nabij de entree. Planologisch kunnen er geurbelastende objecten worden opgericht op het perceel aan de Oude Bosschebaan 3, bijvoorbeeld ten noordwesten van de monumentale boerderij. Hier dient Recreatiepark Duinhoeve rekening mee te houden, door binnen 50 meter van deze gronden geen geurgevoelige objecten op te richten. In de uitspraak waar Recreatiepark Duinhoeve naar verwijst (ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4299) heeft de Afdeling overwogen dat er geen geurgevoelige objecten mogelijk werden gemaakt binnen 50 meter van het agrarisch bedrijf aan de Oude Bosschebaan 3. Om die reden was geen aanleiding voor het oordeel dat de met het plan beoogde uitbreiding van het recreatiepark zou leiden tot een onevenredige beperking van de uitbreidingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf.

De milieuzone – geurzone rondom de Oude Bosschebaan 3 in het voorliggende plan bepaalt, in lijn met hetgeen de Afdeling in de voornoemde uitspraak heeft overwogen, dat er binnen de geurzone geen geurgevoelige objecten mogen worden opgericht.

Conclusie

3.3

Zienswijze – tijdsduurbeperking geurzone

Reactie gemeente

Ter plaatse van de geurzone kan Recreatiepark Duinhoeve wel objecten oprichten die niet geurgevoelig zijn. De door Recreatiepark Duinhoeve gevraagde uitbreiding wordt hierdoor niet onevenredig ingeperkt. De zienswijze is ongegrond. De geurzone rondom de Oude Bosschebaan 3 is nodig om te voorkomen dat er geurgevoelige objecten kunnen worden opgericht en het agrarisch bedrijf in de planologische mogelijkheden wordt beperkt. Recreatiepark Duinhoeve stelt voor om ter plaatse van de geurzone rondom de Schoorstraat 63-63a een tijdsduurbeperking op te nemen van maximaal 200 dagen per jaar om er zeker van te zijn dat er binnen de geurzone sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Daarbij merkt Duinhoeve op dat met een dergelijke tijdsduurbeperking niet alleen mobiele recreatieverblijven maar ook semipermanente recreatieverblijven binnen de geurzone aanvaardbaar zouden kunnen zijn. Artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij bepaalt dat een geurgevoelig object een gebouw is, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt (…). Een mobiel recreatieverblijf voldoet niet aan de definitie van geurgevoelig object. Het betreft ten eerste geen gebouw.

Een mobiel recreatieverblijf is bijvoorbeeld een tent, een vouwwagen of een caravan en wordt door de recreant zelf meegebracht. Mobiele recreatieverblijven zijn niet bedoeld om ieder jaar of gedurende langere tijd op vrijwel dezelfde plaats te functioneren. Verder wordt een mobiel recreatieverblijf niet permanent of op een daarmee vergelijkbare gebruikt voor menselijk verblijf. Er zijn diverse uitspraken waarin bevestigd wordt dat een mobiel recreatieverblijf geen geurgevoelig object is.

Een semipermanent recreatieverblijf daarentegen kan wel aan de definitie van geurgevoelig object voldoen. Het kan een gebouw zijn, is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt voor menselijk verblijf en kan ook langdurig (vergelijkbaar met permanent) worden gebruikt. Er zijn in jurisprudentie geen aanknopingspunten voor het oordeel dat een object niet geurgevoelig meer is als de verblijfsduur wordt beperkt tot maximaal 200 dagen. In de uitspraak ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:422 was de Afdeling van oordeel dat een verblijfsduurbeperking van 250 dagen onvoldoende was.

Conclusie

3.4

Zienswijze – beperking chemische gewasbeschermingsmiddelen

Binnen de geurzone is, gelet op de berekende achtergrond- en voorgrondbelastingen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verwezen wordt naar paragraaf 4.7.2 van de toelichting. Hier is geen verblijfsduurbeperking voor nodig. De zienswijze is ongegrond. Op basis van jurisprudentie kan worden geconcludeerd dat een mobiel recreatieverblijf geen geurgevoelig object betreft en een semipermanent recreatieverblijf wel. In rechtspraak of vakliteratuur zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat een semipermanent recreatieverblijf geen geurgevoelig object meer is als er een verblijfsduurbeperking van 200 dagen wordt opgelegd. Recreatiepark Duinhoeve is van mening dat de in rechtspraak gehanteerde vuistregel voor een spuitzone van 50 meter breed achterhaald is en dat er locatiespecifiek onderzoek nodig is voor een zorgvuldige afweging van belangen. Recreatiepark Duinhoeve verwijst onder meer naar een rapport van SPA WNP Ingenieurs waarin algemene ontwikkelingen worden benoemd die ertoe hebben geleid dat drift is beperkt, zoals driftreducerende spuitmethoden en strenge toelatingseisen voor gewasbeschermingsmiddelen.

Ook verwijst het recreatiepark naar een onderzoek van de Adromi Groep, behorend bij een plan voor de locatie Asdonck in Beuningen, naar briefrapporten van het RIVM, naar een zorgplicht uit de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb) en het Nederlands actieplan duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen 2022 t/m 2025. Recreatiepark Duinhoeve licht algemene stellingen en informatie uit waaruit zou moeten blijken dat het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen helemaal niet zo risicovol is of zou kunnen zijn voor de gezondheid van omstanders en omwonenden als de gemeente in de besluitvorming heeft doen voorkomen, dat er niet altijd een afstand van tenminste 50 meter hoeft te worden aangehouden, dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hier niet van af durft te stappen, ondanks erkenning van het EFSA model in andere landen en dat de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) de deskundigen op dit gebied niet gelooft. Meer specifiek stelt Recreatiepark Duinhoeve dat de gemeente ten onrechte in haar motivering heeft meegenomen dat er een verband wordt gezien tussen chemische gewasbeschermingsmiddelen en neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson en Alzheimer, omdat dit verband is geconstateerd bij de toepassers van de middelen en niet bij omstanders en omwonenden.

Vervolgens draagt Recreatiepark Duinhoeve diverse overwegingen aan die naar hun mening zouden moeten worden betrokken in de afweging over de aan te houden afstand tussen de bestemming Recreatie en de agrarische bestemming aan de Schoorstraat. Daarmee lijkt de zienswijze er onder andere op gericht te zijn om de milieuzone – spuitcirkel, gelegen langs de Schoorstraat te verkleinen of achterwege te laten.

Reactie gemeente

In de conclusie van het stuk stelt Recreatiepark Duinhoeve dat er, gelet op de overwegingen die zij hebben aangedragen, de afschermende werking van de beplantingsstrook en de eisen die gesteld worden aan het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen op de aspergeboerderij een afstand van 33 meter kan worden gehanteerd langs de Schoorstraat, mits in het bestemmingsplan wordt bepaald dat tenminste 5 meter afstand moet worden aangehouden tussen een recreatieverblijf en de beplantingsstrook. Langs de Oude Bosschebaan kan volgens Recreatiepark Duinhoeve een afstand van 25 meter worden aangehouden. Voor meer zekerheid stelt Recreatiepark Duinhoeve voor om de maximale verblijfsduur te beperking voor recreatieverblijven die binnen een afstand van 47 meter vallen. Wij delen het standpunt van Recreatiepark Duinhoeve niet. Op grond van rechtspraak is het mogelijk om de afstand van 50 meter te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. De motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek en dat locatiespecifiek onderzoek dient een deugdelijke wetenschappelijke grondslag te hebben. De motivering die Recreatiepark Duinhoeve heeft aangeleverd is niet specifiek genoeg.

Omliggende agrarische bedrijven kunnen op grond van bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012 plannen ontwikkelen voor diverse teelten, waaronder fruitbomen, en mogen daar dan chemische gewasbeschermingsmiddelen bij gebruiken. Door dit in beginsel te verbieden en hiervoor een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid op te nemen, kunnen wij als gemeente zicht en grip houden op de ontwikkelingen ter plaatse en kunnen we heel concrete plannen beoordelen. Op het moment van aanvraag is bekend welke gewassen er verbouwd gaan worden, welke gewasbeschermingsmiddelen en spuittechnieken daarvoor gebruikt worden, of er horizontaal of verticaal zal worden gespoten, en hoe vaak de gewasbeschermingsmiddelen jaarlijks worden toegepast. Ook zouden we in dat kader nadere voorwaarden kunnen stellen, zoals bijvoorbeeld een signaleringsplicht. Dat zijn ons inziens belangrijke specifieke kenmerken die in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet inzichtelijk kunnen worden gemaakt, maar die we wel kunnen betrekken in een afweging over een concreet initiatief. Daarnaast ontbreekt de wetenschappelijke grondslag van de aangeleverde onderbouwing om 25 of 33 meter te hanteren. Er staat onvoldoende vast met welke afstand de spuitzone kan worden verkleind. Het reducerend vermogen van een windhaag voor drift is bijvoorbeeld onbekend. Hiermee is de onderbouwing te onzeker.

Het beperken van de verblijfsduur is naar het oordeel van de gemeente ook geen optie, omdat onduidelijk is in welke mate deze beperkt zou moeten worden om tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te komen. In onze belangenafweging hebben we gewicht toegekend aan het feit dat de aspergeboerderij aan de Schoorstraat 63/63a een bestaand tuinbouwbedrijf is. Hoewel de gronden direct langs de Schoorstraat binnen een afstand van 50 meter van Recreatiepark Duinhoeve ten tijde van de belangenafweging feitelijk in gebruik waren als grasland, vinden we het onevenredig om het bestaande tuinbouwbedrijf in de mogelijkheden te beperken omwille van een uitbreiding van Recreatiepark Duinhoeve. Het bedrijf heeft aangegeven dat zij ten behoeve van de streekwinkel ook andere producten willen gaan verbouwen, specifiek kersen. Daarbij gaat het om een relatief beperkt stuk terrein ter grootte van circa 2.300 m² dat Recreatiepark Duinhoeve daardoor niet kan benutten voor ‘voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies’. Hier kunnen

bijvoorbeeld wel sanitaire groenvoorzieningen komen.

Conclusie

voorzieningen,

parkeerkoffers

en/of

In het collegebesluit van 25 januari 2022 met betrekking tot de agrarische spuitzones rondom Recreatiepark Duinhoeve is in de bijlage de bredere (maatschappelijke) context geschetst rondom het onderwerp. Daarin is onder meer benoemd dat er een verband wordt gezien tussen chemische gewasbeschermingsmiddelen en neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson en Alzheimer. Het klopt dat dit verband wordt gezien bij toepassers van de middelen. Er is ook sprake van gezondheidsrisico’s voor omstanders en omwonenden, alleen is onduidelijk wat de risico’s zijn en hoe groot dat risico is. De zienswijze is ongegrond. De algemene informatie en overwegingen die Recreatiepark Duinhoeve aandraagt vormen geen deugdelijke motivering om een afstand korter dan 50 meter, specifiek 25 en 33 meter, aan te houden tussen omliggende agrarische gronden en gevoelige functies op Recreatiepark Duinhoeve. Wij willen grip houden op de ontwikkelingen ter plaatse en de afweging maken in het kader van concrete aanvragen. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt.

Zienswijze 4 – Landgoed Bosch en Duin 4.1

Zienswijze – vervoerswijze dagrecreanten niet controleerbaar Reactie gemeente

Conclusie 4.2

Zienswijze – doelgroep feesten en partijen niet controleerbaar Reactie gemeente

Conclusie

4.3

Zienswijze – openingstijden horeca voor nietcampinggasten

Reclamant is van mening dat het niet te controleren valt of dagrecreanten met de fiets, te voet of met de auto komen.

Die inschatting delen wij. Daarom is ter onderbouwing van de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte als gevolg van externe horecagasten uitgegaan van representatieve gemiddelden op basis van kencijfers van het CROW. De zienswijze is ongegrond. De verkeersgeneratie en parkeerbehoefte als gevolg van externe horecagasten is ruimtelijk aanvaardbaar. Reclamant is van mening dat het niet te controleren valt of Recreatiepark Duinhoeve een feest organiseert voor een campinggast of een nietcampinggast. Wij achten het van belang dat de horecavoorziening op Recreatiepark Duinhoeve hoofdzakelijk dient voor campinggasten. Daarnaast mag Recreatiepark Duinhoeve externe bezoekers ontvangen, zo lang er geen zelfstandige horecavoorziening ontstaat. Om dat te voorkomen is onder andere in artikel 3.5.2 bepaald dat er geen feesten en partijen worden georganiseerd ten behoeve van niet-campinggasten. Een “feest” ten behoeve van een campinggast kan onderdeel zijn van de recreatieve bestemming en leidt niet tot zelfstandige horeca. Een campinggast mag in theorie bezoekers ontvangen en deze mogen gebruik maken van de horeca. Om die reden hebben wij enkel feesten en partijen door externen uitgesloten. Recreatiepark Duinhoeve houdt een boekingsadministratie bij en op basis daarvan kan ten behoeve van handhaving worden achterhaald of er sprake is van strijd met het bestemmingsplan.

De zienswijze is ongegrond. Van belang is dat er geen zelfstandige horeca ontstaat. Dit kan worden achterhaald op basis van de boekingsadministratie van Recreatiepark Duinhoeve. Reclamant meent dat niet is onderbouwd waarom de openingstijden van de ondergeschikte horeca worden vastgesteld op 06:00 – 23:00 uur, terwijl in het vorige bestemmingsplan werd uitgegaan van zonsopgang tot zonsondergang.

Reactie gemeente

Conclusie

4.4

Zienswijze – verruiming vloeroppervlak horeca Reactie gemeente

Conclusie

4.5

Zienswijze – onvoldoende parkeerplaatsen

Reactie gemeente

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een verbreding van de horeca beoogd waarbij, naast campinggasten, ook externe bezoekers mogen worden ontvangen, zo lang als dit ondergeschikt blijft aan het gebruik ter uitvoering van de recreatieve bestemming. Dat is in overeenstemming met het horecabeleid voor het buitengebied. Er is aangesloten bij de nachttijden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (23:00 tot 06:00 uur), zoals in de gemeente Tilburg gebruikelijk is bij vormen van daghoreca. Binnen dit tijdsbereik vinden we een vorm van ondergeschikte horeca ruimtelijk aanvaardbaar en op deze manier zorgen we voor eenduidigheid van regels. De zienswijze is ongegrond. Er is aangesloten bij de nachttijden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Binnen dit tijdsbereik vinden we een vorm van ondergeschikte horeca ruimtelijk aanvaardbaar en op deze manier zorgen we voor eenduidigheid van regels. Reclamant is het niet eens met de verruiming van het vloeroppervlak van de horeca naar 200 m² en stelt dat deze verruiming niet is onderbouwd. Daarbij vindt reclamant dat Recreatiepark Duinhoeve op deze manier beloond wordt voor illegale uitbreiding van de horeca. Uitgaande van een stoeldichtheid van 1 m² per gast (vergelijkbaar met een cafetaria), kan Recreatiepark Duinhoeve hier plaats bieden aan maximaal 200 gasten.

Gelet op de bezetting met gemiddeld 3,5 personen per standplaats in de representatieve bedrijfssituatie en 4,8 personen per standplaats in de worst case situatie in het hoogseizoen, waarmee gerekend is in het akoestisch onderzoeksrapport, is de noodzaak voor een oppervlakte van 200 m² goed te verantwoorden. Daarnaast mag Recreatiepark er ook externe bezoekers ontvangen. In de toelichting is de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan, inclusief een horecavoorziening met een omvang van maximaal 200 m², uitvoerig onderbouwd. We vinden een horecavoorziening van een dergelijke omvang passend bij de ambities van het recreatiepark. Daarnaast sluit versterking van het horeca aanbod aan bij de regionale ambities om de recreatie sector in de regio te versterken door in te zetten op kwaliteit (meer toegevoegde waarde). In regionaal en provinciaal verband wordt gewerkt aan verbetering van de economische vitaliteit van de schil rond de Loonse en Drunense Duinen, om verschraling en verrommeling tegen te gaan en structureel te kunnen investeren in het landschap en beheer. De verruiming van de horeca en de kwaliteitsslag die het recreatiepark mede daarmee beoogt draagt bij aan deze bredere doelstellingen. Ten overvloede wordt opgemerkt dat illegale uitbreiding van het vloeroppervlak van de horecavoorziening ons niet bekend is.

Het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012 bevat ook geen maximummaat voor de omvang van de horecavoorziening. De zienswijze is ongegrond. Gelet op het maximum aantal standplaatsen vinden wij een horecavoorziening met een vloeroppervlak van maximaal 200 m² goed te verantwoorden. In de toelichting is de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan uitvoerig onderbouwd. Reclamant betwist de stelling dat er in het bestemmingsplan gerekend zou zijn met een hoog aantal parkeerplaatsen voor de horecagasten. Daarbij merkt Landgoed Bosch en Duin op dat zij regelmatig benaderd worden door gasten van Recreatiepark Duinhoeve met de vraag of zij hun voertuigen (langdurig) mogen parkeren op één van de parkeerterreinen van Bosch en Duin. Dit gebeurt volgens reclamant op advies van Recreatiepark Duinhoeve. Verwezen wordt naar de toelichting in paragraaf 3.6.5. De horeca lijkt qua aard op een snackbar of lunchroom waar men ook enkel iets kan drinken. Op basis van de gemeentelijke Nota Parkeernormen Tilburg 2017 bedraagt de parkeernorm van een zelfstandig café, bar of cafetaria in het buitengebied 5 parkeerplaatsen per 100 m². De parkeernorm van een

zelfstandig restaurant bedraagt 12 parkeerplaatsen per 100 m². Hoewel de horecavoorziening op Recreatiepark Duinhoeve meer overeenkomsten heeft met de categorie café, bar of cafetaria, is voor de zekerheid de parkeernorm van een restaurant gebruikt. Daarin zit dus wat extra ruimte. Vervolgens hebben we overwogen dat deze parkeernorm van 12 parkeerplaatsen per 100 m² geldt voor een zelfstandige horecavoorziening. De horeca op Recreatiepark Duinhoeve is geen zelfstandige horecavoorziening. De horeca is primair gericht op campinggasten. Gebruik door nietcampinggasten is ondergeschikt aan het gebruik door campinggasten. Het parkeren door campinggasten is al opgenomen in het kencijfer van de parkeerbehoefte van de recreatieverblijven. Deze parkeerplaatsen hoeven dus niet opnieuw meegerekend te worden. Gelet op het ondergeschikte gebruik van de horeca ten behoeve van niet-campinggasten zijn wij van mening dat het redelijk is om hooguit de helft van de parkeernorm van een zelfstandig restaurant te hanteren. Daarbij wordt opgemerkt dat de regeling er in de praktijk met name op gericht is dat Recreatiepark Duinhoeve geen voorbijgangers hoeft te weigeren. Recreatiepark Duinhoeve mag immers geen reclame-uitingen doen om nietcampinggasten naar de horeca te trekken.

Voorbijgangers komen, mede gezien de locatie langs een fietsroute, vlakbij de Natuurpoort en aan een weg die na Recreatiepark Duinhoeve gesloten is voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van bestemmingsverkeer, vaak op de fiets of te voet.

Conclusie 4.6

Zienswijze – vrees voor zelfstandige horeca Reactie gemeente

Conclusie

Om voornoemde redenen zijn wij van mening dat een parkeereis van 6 parkeerplaatsen per 100 m² ruimtelijk aanvaardbaar is, en zelfs aan de ruime kant is. De zienswijze is ongegrond. De parkeereis van 6 parkeerplaatsen per 100 m² voor de horecavoorziening is ruimschoots voldoende. Reclamant vreest ervoor dat de horeca uiteindelijk toch zelfstandig zal worden geëxploiteerd. Daarbij merkt reclamant op dat de ‘toevallige’ wandelaar of fietser na zonsondergang niet meer toevallig langskomt maar doelgericht. Zelfstandige horeca is niet toegestaan. Dit is voldoende in de regels geborgd. Recreatiepark Duinhoeve mag de horecavoorziening tussen 06:00 en 23:00 uur openen, primair voor campinggasten en ondergeschikt daaraan ook voor niet-campinggasten/externe bezoekers. Dat hoeven geen ‘toevallige’ voorbijgangers te zijn, maar de reële verwachting is dat het daar in de praktijk wel hoofdzakelijk op neer zal komen. De zienswijze is ongegrond. Zelfstandige horeca is niet toegestaan.

Zienswijze 5 – Oude Bosschebaan 3 5.1

Zienswijze – aantasting woongenot

Reactie gemeente

Reclamant is van mening dat de uitbreiding van Recreatiepark Duinhoeve door de toename van het aantal standplaatsen tot maximaal 350, de toename van de bezetting per standplaats, de uitbreiding van de centrale voorzieningen en de verbreding van de horeca, een aantasting van zijn woongenot tot gevolg heeft. De effecten van het bestemmingsplan op het woon- en leefklimaat van reclamant zijn in beeld gebracht in de toelichting van het bestemmingsplan. Er is ingegaan op alle relevante ruimtelijke aspecten en er is geconcludeerd dat er sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van reclamant.

Conclusie

5.2

Zienswijze parkeeroverlast Reactie gemeente

Conclusie

5.3

Zienswijze – toename verkeersbewegingen

Reactie gemeente

Conclusie

5.4

Zienswijze – geluidsoverlast

Reactie gemeente

De zienswijze is ongegrond. In de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd dat er sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van reclamant. Reclamant stelt dat er onvoldoende parkeerruimte is op het recreatiepark en dat er regelmatig langs de Oude Bosschebaan wordt geparkeerd. Door de uitbreiding wordt deze overlast groter. Het bestemmingsplan voorziet in een recreatiepark met maximaal 350 standplaatsen. Verwezen wordt naar paragraaf 3.6.5 van de toelichting, waarin de parkeerbehoefte uitvoerig is onderbouwd, en artikel 17.3 van de regels, waarin de parkeerregeling is opgenomen. Op het eigen terrein is voldoende ruimte om de parkeerbehoefte van campinggasten, bezoekers, horecagasten en personeel op te vangen. Voor onze overwegingen ten aanzien van de parkeeroverlast die reclamant ervaart wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1.7. De zienswijze is ongegrond. De parkeerbehoefte van het recreatiepark met 350 standplaatsen wordt op eigen terrein opgevangen. Dit is geborgd in de regels van het plan. Reclamant stelt dat het plan leidt tot een forse toename van het aantal verkeersbewegingen. Het bestemmingsplan voorziet onvoldoende in mogelijkheden voor een goede ontsluiting. De Oude Bosschebaan is niet geschikt voor de huidige verkeersbewegingen en zeker niet voor een toename van verkeersbewegingen.

In de toelichting van het bestemmingsplan is ingegaan op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het totale aantal verkeersbewegingen dat te verwachten is op basis van het nieuwe bestemmingsplan. We hebben geconcludeerd dat het totale aantal verkeersbewegingen dat het recreatiepark genereert bij de maximale planologische invulling van het nieuwe bestemmingsplan zonder problemen kan worden afgewikkeld op de Oude Bosschebaan. De veiligheid en bruikbaarheid van deze weg komen niet in het geding. Verwezen wordt tevens naar de beantwoording van zienswijze 1.7. De zienswijze is ongegrond. Het totale aantal verkeersbewegingen dat het recreatiepark genereert bij de maximale planologische invulling van het nieuwe bestemmingsplan kan zonder problemen worden afgewikkeld op de Oude Bosschebaan. Reclamant vreest voor geluidsoverlast als gevolg van de toename in verkeersbewegingen op de Oude Bosschebaan. De woning van reclamant grenst aan de parkeerplaats van het recreatiepark die door het plan intensiever gebruikt zal worden. Verwezen wordt naar de conclusies van paragraaf 4.5.3. Ter plaatse van de woning van reclamant is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening. In het akoestisch onderzoek is gerekend met de totale verkeersgeneratie van het park.

Het geluid afkomstig van deze verkeersbewegingen op de woning van reclamant is meegenomen in de berekeningen. Daarnaast is rekening gehouden met de ligging van de parkeerplaats nabij de woning van reclamant. Ter plaatse zijn geluidsbronnen gemodelleerd voor het sluiten van autoportieren op de parkeerplaats. Er is tevens een geluidscherm aanwezig tussen de parkeerplaats en het woonperceel van reclamant dat het geluid afkomstig van de parkeerplaats reduceert.

Conclusie

5.5

Zienswijze - privacy

Reactie gemeente

Conclusie

5.6

Zienswijze lichthinder

Reactie gemeente

Conclusie

5.7

Zienswijze - stikstof

Reactie gemeente

De zienswijze is ongegrond. Uit onderzoek blijkt dat er sprake blijft van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van de woning van reclamant. Reclamant vreest voor een inbreuk op zijn privacy door de uitbreiding van het recreatiepark aan de achterzijde van zijn perceel. Door de beoogde nieuwe natuur met speelfunctie wordt de inbreuk op de privacy volgens reclamant nog groter en reclamant voorziet dat het speelbos gebruikt zal worden als hangplek voor jongeren. De bestemming Recreatie wordt uitgebreid ten noorden en noordoosten van het perceel van reclamant en komt tegen het perceel van reclamant aan te liggen. De gronden ter plaatse van deze uitbreiding zijn uitsluitend bestemd voor bijbehorende voorzieningen. Daarbij moet gedacht worden aan voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen of speelvoorzieningen. Er mogen op deze gronden dus geen standplaatsen met recreatieverblijven worden gerealiseerd. Ter plaatse van de bijbehorende voorzieningen verblijven campinggasten niet langdurig. Daarnaast is er sprake van een vijf meter brede beplantingsstrook tussen het recreatiepark en het perceel van reclamant. Er zijn groenblijvende soorten gebruikt waardoor de zichtlijn tussen het Recreatiepark en het perceel van reclamant vergaand wordt belemmerd.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat het bestemmingsplan geen onaanvaardbare aantasting van privacy tot gevolg heeft. De natuur met speelfunctie wordt niet rechtstreeks mogelijk gemaakt op grond van dit bestemmingsplan. Hiervoor is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Er dient dus een afzonderlijke procedure te worden doorlopen om de natuur met speelfunctie te kunnen realiseren en tot die tijd behouden de gronden de bestemming Agrarisch met waarden. De zienswijze is ongegrond. Het plan heeft geen onaanvaardbare aantasting van privacy tot gevolg. Voor de natuur met speelfunctie wordt in dit plan enkel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Reclamant vreest voor lichthinder als gevolg van een toename van licht door het voorliggende bestemmingsplan. Dat is slecht voor de gezondheid, milieu en natuur. Reclamant stelt voor dat met een voorwaardelijke verplichting wordt geregeld dat er geen of zo min mogelijk lichthinder wordt veroorzaakt. In artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is een zorgplicht opgenomen die inhoudt dat een bedrijf alle negatieve gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk moet voorkomen of beperken. Deze zorgplicht geldt ook voor lichthinder en bescherming van duisternis. Er is geen reden om te veronderstellen dat Recreatiepark Duinhoeve een onaanvaardbare hoeveelheid licht gaat uitstralen.

Er is voldoende geborgd dat er geen onaanvaardbare lichthinder ontstaat. De zienswijze is ongegrond. Door de zorgplicht in het Activiteitenbesluit milieubeheer is voldoende geborgd dat er geen onaanvaardbare lichthinder ontstaat. Reclamant stelt dat de stikstofuitstoot ter plaatse zal toenemen als gevolg van de toename van verkeersbewegingen. Dit heeft invloed op natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen. De totale verkeersgeneratie van Recreatiepark Duinhoeve, bij de maximale planologische invulling, is doorgerekend in AERIUS Calculator. Verwezen wordt naar de stikstofberekeningen in bijlage 8 van de toelichting. De conclusie is dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de Loonse en Drunense Duinen.

Conclusie

5.8

Zienswijze – spuitzone Reactie gemeente Conclusie

5.9

Zienswijze – aantal standplaatsen Reactie gemeente

Conclusie

5.10

Zienswijze – bedrijfsvoering melkveehouderij Reactie gemeente

Conclusie 5.11

Zienswijze – omvang ontwikkeling

De zienswijze is ongegrond. Op basis van AERIUS berekeningen is geconcludeerd dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op de Loonse en Drunense Duinen. Reclamant is van mening dat de spuitzones van 50 meter moeten worden gerespecteerd door Recreatiepark Duinhoeve, omdat zij deze ontwikkeling wenst. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1.23 en bijlage 16 bij de toelichting (grondeigenaar D). De zienswijze is ongegrond. Op basis van de uitgebreide belangenafweging zijn wij van mening dat reclamant niet onevenredig in de belangen wordt geschaad door inperking van zijn mogelijkheden voor het spuiten van chemische gewasbeschermingsmiddelen op een deel van zijn gronden. Reclamant is van mening dat er in dit bestemmingsplan niet vanuit mag worden gegaan dat er in bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012 350 standplaatsen toegestaan zijn, omdat dit nog onder de rechter is. Met het bestemmingsplan dat voorligt is van belang hoe dit vergeleken kan worden met het op dit moment geldende bestemmingsplan. Dit noemen we de planologische vergelijking. Figuur 10 van de toelichting van het bestemmingsplan laat een reële inrichting zien, passend binnen de maximale planologische mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012.

Het maximum aantal van 80 staanplaatsen voor kampeermiddelen en de minimale omvang van 150 m² van een standplaats voor een stacaravan, zoals bepaald in de regels van bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012, zijn uiteraard uitgangspunt voor de inrichtingstekening. Daarnaast is rekening gehouden met de ligging en omvang van bestaande centrale voorzieningen en een minimale omvang een standplaats voor een kampeermiddel van 100 m². Er blijft ook voldoende ruimte over voor groen, paden en wegen e.d. Naar aanleiding van zienswijze 1.1 is wordt deze tekening vervangen door een grotere tekening op schaal, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze nota van zienswijzen. Van belang is te benadrukken dat voor de ruimtelijke beoordeling van het plan niet alleen is gekeken naar de uitbreiding van het terreinoppervlak, maar de totale planologische mogelijkheden zijn beschouwd en ruimtelijk aanvaardbaar zijn bevonden. De plantoelichting, en de onderbouwingen en onderzoeken gaan dus uit van het totale plan voor 350 standplaatsen, centrale en gemeenschappelijke voorzieningen. De zienswijze is ongegrond. Aangezien de totale planologische mogelijkheden van het nieuwe bestemmingsplan zijn beschouwd en ruimtelijk aanvaardbaar zijn bevonden, is het niet relevant of het vorige plan 350 standplaatsen toestond. Gelet op het voorgaande staat echter wel vast dat dit aantal plaatsen reeds inpasbaar was.

De inrichtingstekening wordt toegevoegd aan de toelichting. Reclamant wil de garantie dat de voortzetting van de ter plaatse gevestigde melkveehouderij niet in gevaar komt. De voortzetting van de melkveehouderij van reclamant komt niet in gevaar door vaststelling van dit plan. Binnen de milieuzone – geurzone, gelegen rondom het bedrijf van reclamant, mogen geen geurgevoelige objecten worden opgericht. Op die manier worden de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van reclamant beschermd. De zienswijze is ongegrond. De voortzetting van de melkveehouderij van reclamant komt niet in gevaar door vaststelling van dit plan. Reclamant is van mening dat de ontwikkeling van Recreatiepark Duinhoeve niet past op deze locatie. Het is te groot en is in strijd met een goede

Reactie gemeente

ruimtelijke ordening, mede gelet op de overlast die het recreatiepark al jaren veroorzaakt. Wij vinden de ontwikkeling van Recreatiepark Duinhoeve wel passend op de locatie. Voor de Loonse en Drunense Duinen is een ruimtelijk en strategisch concept ontwikkeld waarbij bezoekers van het Natura-2000 gebied en omgeving worden geconcentreerd op enkele plekken rondom het natuurgebied. Zodoende vrijwaren we het grootste deel van het gebied van recreatiedruk. Dat zorgt ervoor dat er rust en ruimte blijft voor flora en fauna op andere plekken rondom het Natura-2000 gebied. Om ervoor te zorgen dat deze aanpak werkt vinden we het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in de kwaliteit van voorzieningen op de concentratiepunten, zoals de locatie Bosch en Duin, om recreanten aan te trekken en waar mogelijk langer vast te houden. De kwaliteitsverbetering van Recreatiepark Duinhoeve past in deze bredere strategie. De ontwikkeling van Recreatiepark Duinhoeve sluit daarnaast ook aan bij de regionale ambities om de recreatie/leisure sector te versterken door in te zetten op kwaliteit (meer toegevoegde waarde) en op de juiste wijze te faciliteren in de regio.

In regionaal en provinciaal verband wordt gewerkt aan verbetering van de economische vitaliteit van de schil rond de Loonse en Drunense Duinen, om de druk op de natuur te verlichten (gebiedsaanpak provincie en de integrale gebiedsopgave Loonse en Drunense Duinen en schil), verschraling en verrommeling tegen te gaan en structureel te kunnen investeren in het landschap en beheer. De kwaliteitsslag die op Recreatiepark Duinhoeve wordt beoogd en die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt sluit ook daarbij aan. In de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd dat er sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening.

Conclusie

Overlast dient zo veel mogelijk te worden beperkt. Zo treft Recreatiepark Duinhoeve bijvoorbeeld maatregelen om het aankomend en vertrekkend verkeer in goede banen te leiden. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het voorliggende bestemmingsplan tot onaanvaardbare overlast zal leiden. De zienswijze is ongegrond. De ontwikkeling is qua aard en omvang passend op de locatie, mede gezien de strategie die we in regionaal verband hanteren voor de Loonse en Drunense Duinen en de ambities voor de recreatieve sector. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het voorliggende bestemmingsplan tot onaanvaardbare overlast zal leiden.

Zienswijze 6 – Schoorstraat 63 en 63A 6.1

Zienswijze – toename aantal standplaatsen

Reclamant is van mening dat er ten onrechte in de toelichting wordt gesteld dat er geen sprake is van een toename van het maximum aantal standplaatsen, omdat de Raad van State bij uitspraak van 19 december 2019 over het vorige bestemmingsplan heeft geoordeeld dat de gemeenteraad bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid niet zonder meer het uitgangspunt heeft kunnen hanteren dat planologisch niet meer of anders mogelijk wordt gemaakt dan het vorige plan reeds toestond. Daarbij achtte de Afdeling van belang dat het vorige plan weliswaar niet een getalsmatig maximum aantal voor recreatieve nachtverblijven kende, maar wel zodanige planvoorschriften dat niet op voorhand vaststaat dat een aantal van 350 standplaatsen was toegestaan.

Reactie gemeente

Reclamant veronderstelt dat er is vastgehouden aan het standpunt dat er geen toename is van het aantal standplaatsen, omdat dit mogelijk gevolgen heeft voor de eisen die aan het plan moeten worden gesteld. In de uitspraak waar reclamant naar verwijst heeft de Afdeling inderdaad gesteld dat niet op voorhand vaststond dat een aantal van 350 standplaatsen was toegestaan op grond van bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012. Het was in feite onvoldoende inzichtelijk gemaakt. De Afdeling heeft niet geoordeeld dat er geen 350 standplaatsen inpasbaar waren. Inmiddels is wel voldoende onderbouwd dat er 350 standplaatsen inpasbaar zijn op basis van Buitengebied De Zandleij 2012. Dat is in de toelichting uiteengezet en aanvullend verbeeld in bijlage 1 bij deze nota van zienswijzen.

Conclusie

6.2

Zienswijze – geluid belangenafweging

Reactie gemeente

Conclusie

6.3

Zienswijze – geluid uitgangspunten bezettingsgraad

Reactie gemeente

Van belang is te benadrukken dat voor de ruimtelijke beoordeling van het plan niet alleen is gekeken naar de uitbreiding van het terreinoppervlak, maar de totale planologische mogelijkheden zijn beschouwd en ruimtelijk aanvaardbaar zijn bevonden. De plantoelichting, en de onderbouwingen en onderzoeken gaan dus uit van het totale plan voor 350 standplaatsen, centrale en gemeenschappelijke voorzieningen. Wij hebben het plan in zijn geheel ruimtelijk aanvaardbaar bevonden. De vraag of er sprake is van een uitbreiding ten opzichte van het vorige planologische regime is daardoor van ondergeschikt belang. De zienswijze is ongegrond. Het is inmiddels voldoende inzichtelijk dat er 350 standplaatsen inpasbaar waren op grond van het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012. Bovendien is in het voorliggende plan niet alleen de uitbreiding beschouwd, maar de totale planologische mogelijkheden van een recreatiepark met 350 standplaatsen. De vraag of er sprake is van een uitbreiding ten opzichte van het vorige planologische regime is daardoor van ondergeschikt belang.

Reclamant is van mening dat het onrechtmatig is om te stellen dat de geconstateerde overschrijdingen van diverse richtwaarden aanvaardbaar zijn met als motivering dat het gaat om piekmomenten, een verkeersbesluit bezwaarlijk zou zijn en (andere) maatregelen op bezwaren stuiten van verkeerskundige, beheerstechnische en landschappelijke aard. Volgens reclamant worden de effecten hiermee afgewenteld op de omwonenden. Wij hebben een belangenafweging gemaakt en onderbouwd dat de beperkte overschrijdingen t.o.v. de richtwaarden om diverse redenen aanvaardbaar worden geacht. Het treffen van de in het akoestisch onderzoek aangedragen maatregelen achten wij om diverse redenen bezwaarlijk. Voor de volledige onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.5.3 van de toelichting. De zienswijze is ongegrond. Er is een belangenafweging gemaakt ten aanzien van de maatregelen en onze conclusie is dat de beperkte overschrijdingen van de richtwaarden aanvaardbaar zijn. Reclamant betwist de juistheid van de in het akoestisch onderzoeksrapport gehanteerde bezettingsgraad van 3,5 personen per standplaats in de representatieve bedrijfssituatie en 4,8 personen per standplaats in de maximale planologische situatie. Daarbij wijst reclamant erop dat er chalets, lodges en vakantiehuizen worden aangeboden voor 4, 5, 6, 8 en 10 personen.

Verder is er volgens reclamant ten onrechte vanuit gegaan dat er nooit sprake is van een bezetting van 100%, omdat dat in het hoogseizoen en vakantieperiodes wel aannemelijk is, en wordt dit in paragraaf 3.6.6 van de toelichting ook tegengesproken. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1.13. Voor de bezetting van 4,8 personen per standplaats is gerekend met een worst case invulling van het recreatiepark met 270 10-persoons semipermanente recreatieverblijven en 80 mobiele recreatieverblijven met plaats voor vier

Conclusie

6.4

Zienswijze - verkeer

Reactie gemeente

Conclusie

6.5

Zienswijze – inrit

Reactie gemeente

personen. Voor de bezetting van 3,5 personen per standplaats is gerekend met een grotere verscheidenheid in de capaciteit van recreatieverblijven. Dit is een realistische invulling die als basis is gebruikt voor de representatieve bedrijfssituatie in het akoestisch onderzoek. Bij het bepalen van het gemiddeld aantal gasten per standplaats is gebruik gemaakt van cijfers van het CBS voor het hoogseizoen (juli en augustus). Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1.14. In paragraaf 3.6.6 van de toelichting staat dat er tijdens de verkeerstelling een periode lag met volledige bezetting van het recreatiepark. Daarmee is bedoeld dat alle standplaatsen geboekt waren. Het komt nooit voor dat alle bedden in ieder recreatieverblijf bezet zijn. Een gezelschap van drie personen kan bijvoorbeeld een recreatieverblijf boeken dat geschikt is voor zes personen. Dit is verdisconteerd in de bezettingsgraad, en daardoor komt deze nooit op 100% uit. Cijfers van het CBS laten dit ook zien. De zienswijze is ongegrond. De bezettingsgraden zijn op de juiste gegevens gebaseerd en het akoestisch onderzoek daardoor ook. Een bezetting van alle 350 standplaatsen komt voor, maar de capaciteit van deze standplaatsen wordt nooit 100% benut. Om die reden komt de bezettingsgraad nooit op 100% uit.

Reclamant is van mening dat er een verkeersonderzoek had moeten plaatsvinden, omdat de Afdeling in de vorige procedure gebreken heeft geconstateerd op dit punt. De onderbouwing ten aanzien van verkeer en parkeren is primair gestoeld op de berekening op basis van kencijfers van het CROW. De theoretische verkeersgeneratie bedraagt gemiddeld 782 verkeersbewegingen per etmaal bij volledige bezetting van 270 semipermanente recreatieverblijven en 80 mobiele recreatieverblijven (worst case). Dit aantal verkeersbewegingen kan zonder problemen worden afgewikkeld op de Oude Bosschebaan. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1.7. Aanvullend is in 2019 door een deskundige en onafhankelijke partij een verkeerstelling verricht. Zij hebben tijdens meerdere momenten van aankomst en vertrek observaties uitgevoerd. Er zijn drukke momenten geconstateerd, maar er zijn geen onveilige situaties of onacceptabele verkeerssituaties waargenomen. Er is geen reden om te veronderstellen dat er een onacceptabele verkeerssituatie zal ontstaan. De zienswijze is ongegrond. De beoordeling van de gevolgen van het voorliggende bestemmingsplan op de verkeerssituatie op de Oude Bosschebaan is gebaseerd op basis van kencijfers van het CROW. Reclamant vreest voor intensiever gebruik van de calamiteitenpoort aan de Schoorstraat, met geluidsoverlast en verkeersdruk tot gevolg.

Deze poort ligt tegenover de inrit van het bedrijf van reclamant. De regeling in artikel 3.5.1 van het bestemmingsplan staat incidenteel gebruik van de calamiteitenpoort ten behoeve van onderhoud en beheer toe. Daar is reclamant het niet mee eens. Daarbij merkt reclamant op dat er op de plattegrond van de beoogde situatie van Recreatiepark Duinhoeve verharding is ingetekend ter plaatse van de calamiteitenpoort. Volgens reclamant kan dit erop wijzen dat de poort in de toekomst intensiever gebruikt gaat worden. De inrit betreft een standaard inrit zoals deze vele op de Schoorstraat aanwezig zijn. De inrit is als zodanig vormgegeven en er is voldoende zicht op (fiets)verkeer op de Schoorstraat. De Schoorstraat is een erftoegangsweg type 1 waarbij inritten mogelijk zijn. Beperkt gebruik van deze inrit is verkeerskundig daarom ook aanvaardbaar en heeft geen negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid en doorstroming op de Schoorstraat. Indien de calamiteitenpoort in de toekomst gebruikt zou worden anders dan bij calamiteiten en incidenteel voor onderhoud en beheer, dan is dat in strijd

Conclusie

6.6

Zienswijze - spuitzones

Reactie gemeente

Conclusie 6.7

Zienswijze - vormvrije m.e.r.-beoordeling

Reactie gemeente

Conclusie 6.8

Zienswijze – toekomstige bedrijfsvoering Reactie gemeente

Conclusie

met het bestemmingsplan en kan op grond daarvan worden gehandhaafd. Dat er verharding is ingetekend op de plattegrond impliceert niet dat de poort intensiever gebruikt gaat worden. Dit is een gevolg van de uitbreiding van het recreatiepark. De zienswijze is ongegrond. Gebruik van de calamiteitenpoort bij calamiteiten en ten behoeve van incidenteel onderhoud en beheer heeft geen negatieve gevolgen voor de doorstroming op de Schoorstraat. Bij gebruik in strijd met het bestemmingsplan kan gehandhaafd worden. Reclamant is van mening dat vanuit het oogpunt van rechtszekerheid de mogelijkheden voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet mogen worden beperkt op de wijze zoals opgenomen in artikel 9.2 van de regels van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 2.5. Op basis van een uitgebreide belangenafweging hebben we geconcludeerd dat reclamant op de voorgenomen wijze, en gelet op de specifieke omstandigheden, niet onevenredig in de belangen wordt geschaad. De zienswijze is ongegrond. Het beperken van planologische mogelijkheden op de in artikel 9.2 opgenomen wijze is niet in strijd met de rechtszekerheid.

Gelet op de omvang en de impact van het plan qua wijzigingen en de ligging bij het Natura-2000 gebied trekt reclamant de juistheid van de vormvrije m.e.r.-beoordeling in twijfel, specifiek de conclusie dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. Reclamant spreekt in zijn algemeenheid twijfels uit over de conclusies van de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarom kan ook enkel in algemene zin op deze zienswijze worden gereageerd. Uit de diverse onderzoeken die ten grondslag liggen aan de vormvrije m.e.r.-beoordeling is naar voren gekomen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening. Het plan is in overeenstemming met alle wet- en regelgeving, waaronder de Wet natuurbescherming. Wij delen de twijfels van reclamant niet. De zienswijze is ongegrond. Er is geen reden voor twijfel aan de juistheid van de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Reclamant exploiteert een aspergeboerderij en een paardenhouderij en vreest door dit bestemmingsplan op slot te worden gezet, waardoor een rendabele bedrijfsvoering in de toekomst praktisch onmogelijk wordt gemaakt. Voor deze vrees is geen aanleiding. Er is voldoende rekening gehouden met de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van reclamant.

Reclamant kan de aspergeboerderij en de paardenhouderij blijven exploiteren. De zienswijze is ongegrond. Er is voldoende rekening gehouden met de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van reclamant.

Bijlagen: 1. Tekening planologische inpassing 350 standplaatsen Buitengebied De Zandleij 2012 2. Aankomst- en vertrekprotocol Recreatiepark Duinhoeve 3. Straatbeeldfoto’s beplantingsstrook 4. Aanpassing geurzone Schoorstraat 63-63a 5. Aanpassing geurzone Oude Bosschebaan 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926319/1