02 Nota van zienswijzen bp Oud Lovenstraat
Tekst van het document
18
Conclusie 5.7
Verkeersonderzoek
Standpunt gemeente
Conclusie 5.8
Milieueffecten
Standpunt gemeente
vuilniswagen) in de Oud Lovenstraat. Dit is een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie, waarin er geen keermogelijkheid is. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het onderzoek van Goudappel waarbij ingegaan wordt op de verkeerstoename en fietsstructuur is niet beschikbaar gesteld aan indiener van zienswijzen. De conclusie dat door toevoeging van 17 huishoudens met 1 of 2 personen, fietsen en auto's en alle extra verkeersbewegingen het aantal verkeersbewegingen beperkt blijft en de bruikbaarheid en verkeersveiligheid niet in het geding komt wordt betwijfeld. In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan (paragraaf 3.6.9) is aangegeven dat adviesbureau Goudappel onderzoek heeft gedaan naar de extra verkeersbewegingen die het plan oplevert en de gevolgen van deze toename. De conclusie is dat de toename van circa 150 motorvoertuigen per etmaal verkeerskundig gezien door de bestaande infrastructuur kan worden afgewikkeld. Het rapport wordt als bijlage bij de toelichting gevoegd. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De bouwplannen zullen van invloed zin op de luchtkwaliteit, geluidsoverlast en groenvoorzieningen in de omgeving. Uit een quick scan flora en fauna (2022) zou blijken dat er geen marterachtigen en eekhoorns verblijven binnen het gebied.
Echter in 2023 moesten kabels in auto's van indiener van zienswijzen worden vervangen welke aangevreten waren door een steenmarter. Hieruit blijkt dat tenminste één steenmarter zijn habitat in de buurt heeft. Het veldonderzoek waarbij geen sporen van marterachtigen zijn gevonden heeft eerder plaatsgevonden dan de marterschade aan de auto. Verder wordt de tuin regelmatig bezocht door tenminste twee eekhoorns. Wat betreft luchtkwaliteit en geluid wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan en de bijlagen met onderzoeken. Wat betreft de zienswijze over flora en fauna wordt verwezen naar het uitgevoerde onderzoek flora en fauna. Geconcludeerd wordt dat de geplande ingreep geen negatieve invloed zal hebben op wettelijk beschermde soorten. Verder is de locatie niet gelegen binnen een NatuurNetwerk, waarvan de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet negatief beïnvloed mogen worden. Ook met betrekking tot natura 2000 gebieden worden geen nadelen verwacht. Het plangebied bestaat momenteel uit een opengrasveld. Marterachtigen, waaronder ook de steenmarter begeven zich niet ver in een open veld en hebben dus dekking nodig. Het omliggende en aan het plangebied grenzende struweel zal zeker geschikt zijn als leefgebied voor de marter. Vanuit de ontwikkeling wordt het aangrenzende struweel dan ook met rust gelaten.
5.9
Conclusie
Voor de eekhoorn geldt dat deze met name in de bomen verblijft. In het open grasveld is weinig voedsel voor de eekhoorn te vinden. De eekhoorn kan gebruik maken van het aangrenzende en omliggende struweel waardoor er een rustzone blijft. Tot slot is de eekhoorn een cultuurvolger en zal er weinig hinder van ondervinden als er mensen in de omgeving zijn. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Waardevermindering, cultuurhistorische
Men maakt zich zorgen over de mogelijke waardevermindering van de bestaande woningen als gevolg van de bestemmingsplanwijziging. Het
19
waarden en beschermde bomen
Standpunt gemeente Conclusie 6. 6.1
Zienswijze 6 (ontvangen op 5 februari 2024) (Oud Lovenstraat 19) Noodzaak van het plan
Standpunt gemeente
Conclusie 6.2
Verkeersdruk
Standpunt gemeente Conclusie 6.3
bouwplan lijkt onvoldoende rekening te houden met het behoud van het historisch aanzicht en waardering van de nabijgelegen monumentale boerderij en bakhuis (Oud Lovenstraat 2a) en zal de cultuurhistorische waarden van de omgeving aantasten. Daarnaast vormen de geplande bouwwerkzaamheden en het zware bouwverkeer een bedreiging voor de vier beschermde monumentale bomen in de Oud Lovenstraat. Deze bomen zijn niet alleen van ecologisch belang maar dragen ook bij aan het unieke karakter en identiteit van de buurt. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Strijd met Novi
Standpunt gemeente
Het is indiener van zienswijze niet duidelijk waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. De bouw van 17 woningen draagt slechts verwaarloosbaar bij aan de gemeentelijke bouwopgave. Dat weegt niet op tegen de risico's met betrekking tot verkeersveiligheid, wateroverlast en natuurschade. Een herziening is noodzakelijk indien het bijdraagt aan het algemeen belang en in het verlengde ligt van beleid van gemeente, provincie en rijk. Tilburg staat voor een enorme woningbouwopgave. De beoogde ontwikkeling gaat uit van een vorm van co-wonen, waarbij mensen in een eigen huis wonen maar waarbij collectief gebruik wordt gemaakt van de gemeenschappelijke buitenruimte. Vormen van co-wonen wordt omarmd vanwege het collectieve gedachtegoed en sociale karakter en de mogelijkheid die het biedt voor verschillende generaties om samen te wonen. In de actuele Woonagenda 2020-2025 wordt bijzonder aandacht gevraagd voor dit soort initiatieven. Het gaat hier dan ook om een zeer wenselijk initiatief. Wat betreft de door indiener van zienswijze gestelde risico's op het gebied van water en verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Het perceel bestaat uit grasland met weinig natuurwaarden (zie de uitgevoerde quickscan flora en fauna).
Er is een landschapsplan opgesteld met daarin verschillende bomen, hagen en bosplantsoen. In het kader van kwaliteitsverbetering landschap betekent dit een plus voor het landschap. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Aan de Oud Lovenstraat staan momenteel vijf woningen. Bij een toename met 17 woningen zal de gemotoriseerde verkeersdruk en onveiligheid toenemen en meer dan verdrievoudigen. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het plan draagt niet bij aan ‘het voortbouwen op het bestaande landschap', aangezien de ontwikkeling buiten stedelijk gebied ligt, op thans agrarische bestemming, met onvoldoende infrastructuur en het nauwelijks bijdraagt aan de woningbouwopgave. De Novi is zelfbindend voor de Rijksoverheid en impliceert geen plicht voor gemeenten om alle daar genoemde ambities in alle ruimtelijke plannen toe te passen. Niettemin: de ontwikkeling ligt in het gebied dat door de provincie is aangeduid als ‘stedelijke ontwikkeling afweegbaar'. Dan is woningbouw een mogelijkheid. Voor de ontsluiting van het bouwplan is
20
Conclusie 6.4
Strijd met ladder van duurzame verstedelijking Standpunt gemeente
Conclusie 6.5
Strijd met Brabantse omgevingsvisie en interim omgevingsverordening
Standpunt gemeente
Conclusie 6.6
Kwaliteitsverbetering landschap
geen aanleg van nieuwe infrastructuur nodig. Wat betreft de infrastructuur en woningbouwopgave wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorende gemeentelijk standpunt. Verder wordt opgemerkt dat de ladder duurzame verstedelijking onderbouwing vraagt en deze is gegeven in de toelichting van het bestemmingsplan, zie volgend punt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, wat op grond van artikel 3.1.6 Bro betekend dat de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gemotiveerd. Dat is niet gedaan. In de toelichting wordt in paragraaf 2.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt verwezen naar paragraaf 3.4 wat ingaat op de volkshuisvestelijke aspecten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De basisopgave van de Omgevingsvisie Noord-Brabant is “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". De visie noemt vijf hoofdopgaven waaraan het bouwproject niet voldoet. Het plan is in strijd met de eerste hoofdopgave ‘De basis op orde'. Door de toename van gemotoriseerd verkeer op de Oud Lovenstraat en toename op het kruispunt Bosscheweg en of ventweg Bosscheweg zal een onveilige situatie ontstaan.
In de interim omgevingsverordening van 25 oktober 2019 is aangegeven: “‘De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.’ Die inzet met tweeledige doelstelling wordt niet ondersteund door het voorgenomen project op deze locatie. De zinnen in de omgevingsvisie en omgevingsverordening waar naar wordt verwezen zijn in zijn algemeenheid gesteld en kunnen niet zomaar worden toegespitst op een specifieke individuele situatie. Tilburg staat voor een enorme woningbouwopgave. De beoogde ontwikkeling gaat uit van een vorm van co-wonen, waarbij mensen in een eigen huis wonen maar waarbij collectief gebruik wordt gemaakt van de gemeenschappelijke buitenruimte. Vormen van co-wonen wordt omarmd vanwege het collectieve gedachtegoed en sociale karakter en de mogelijkheid die het biedt voor verschillende generaties om samen te wonen. In de actuele Woonagenda 2020-2025 wordt bijzonder aandacht gevraagd voor dit soort initiatieven. Het gaat hier dan ook om een zeer wenselijk initiatief. Wat betreft de verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Aangezien de beoogde ontwikkeling is gelegen binnen het 'verstedelijking afweegbaar' speelt kwaliteitsverbetering van het landschap een rol. Echter, de realisatie van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling aan de Oud Lovenstraat gaat niet gepaard met ‘een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkelingen
21
Standpunt gemeente
6.7
Conclusie Archeologische waterputten
in hoofdlijnen heeft beschreven (artikel 3.9 Verordening)’. Volgens indiener van zienswijze gaat de ontwikkeling gepaard met een verslechtering van de aanwezige kwaliteiten van bodem, water en natuur ter plekke en in de directe omgeving. Gewezen wordt op de al gemelde bezwaren over: - wateroverlast in de directe omgeving, aangezien de nieuwbouwwoningen op een terp zouden komen te staan - mogelijke schade aan de monumentale en te behouden bomen in de Oud Lovenstraat door het zware bouwverkeer, de toename in verkeersbewegingen (en parkeren in randen) en beschadiging door aanrijding (vanwege het feit dat passeren van voertuigen op de smalle weg onmogelijk is) - mogelijke schade aan beschermde diersoorten, zoals de in omgeving gehuisveste eekhoorns en aanwezige steenmarter(s). Verder wordt opgemerkt dat onvoldoende gemotiveerd is dat dit project bijdraagt aan kwaliteitsverbetering van het landschap voor alle stakeholders. Wat betreft de verkeersveiligheid, kwaliteitsverbetering landschap en monumentale bomen wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Wat betreft de steenmarters en eekhoorns wordt verwezen naar de beantwoording onder 5.8. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In Bijlage 1 bij de Toelichting ´Archeologie proefsleuvenonderzoek´ is aangegeven ´eventuele waterputten die zich nog binnen het plangebied bevinden in het kader van de bouwwerken niet te verstoren in het kader van bodemverbetering´. Binnen vindplaats 1 zijn meerdere waterputten te verwachten die nog wel goed bewaard zullen zijn (pag 25). In deze waterputten zullen ecologische resten (uit de Late Middeleeuwen) voorhanden zijn in het kader van de paleo-ecologische context (Pag. 24, 15). Op onderstaande foto is door indiener van zienswijzen het plangebied met woningen en parkeerplaatsen, geplaatst met daarnaast de schets met Vindplaats 1 (alwaar deze Laat-Middeleeuwse waterpunten zich bevinden). De waterputten bevinden zich grotendeels onder de beoogde bebouwing (parkeerplaatsen en noordelijke reeks woningen) waardoor de waterputten worden verstoord.
Standpunt gemeente
In het plangebied is archeologisch onderzocht uitgevoerd door middel van proefsleuven conform de richtlijnen van de KNA versie 4.1 en het goedgekeurde Programma van Eisen. In de proefsleuven zijn resten van twee vindplaatsen aangetroffen: overblijfselen van een huisplaats uit de 22
Conclusie 6.8
Omgevingsvisie Tilburg 2040
Standpunt gemeente
Conclusie 6.9
Koersdocument Oostflank
Standpunt gemeente
Conclusie 6.10
Differentiatie in woonmilieus Standpunt gemeente
Nieuwe tijd (vindplaats 1) en sporen van landgebruik uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd (vindplaats 2). Na waardering zijn beide vindplaatsen als niet-behoudenswaardig beoordeeld. Er wordt geen verder archeologisch onderzoek uitgevoerd en er is vanuit de archeologie geen bezwaar tegen de voorgenomen bouwplannen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling draagt volgens indiener van zienswijzen niet bij aan de Brabantstrategie. Mogelijk effect zou kunnen zijn een minder goede verbinding tussen Den Bosch en Tilburg (Noord), vanwege de toegenomen verkeersdruk bij de stoplichten Oud Lovenstraat / Bosscheweg. Verder draagt de beoogde ontwikkeling volgens indiener van zienswijzen niet bij aan de Brabantstrategie vanwege een minder goede verbinding tussen dorp en stad, door de toegenomen verkeersdruk bij de stoplichten Oud Lovenstraat / Bosscheweg. Daarnaast zou de beoogde ontwikkeling niet aansluiten op een aantal hoofdpunten van de stadsstrategie zoals Basis op orde: wijken zijn …. veilig, differentiatie in woonmilieus, cultureel erfgoed, goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen, betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers. Wat betreft de Omgevingsvisie Tilburg 2040 wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt.
Wat betreft het provinciale beleid wordt verwezen naar de beantwoording onder 6.e. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In 2023 is de gemeente Tilburg samen met de gemeente Oisterwijk gestart met visieontwikkeling voor het gebied gelegen ten oosten van Tilburg, de Oostflank, welke tot 10 oktober 2023 als ontwerp ter inzage heeft gelegen. In de conceptversie van het koersdocument wordt benoemd dat de ruimte die is omsloten door de Bosscheweg, het spoor naar Den Bosch, niet wordt ontwikkeld als stedelijke ontwikkellocatie. Beoogd wordt dat de ruimte rondom de Enschotsebaan als een groene ademruimte tussen Tilburg en Berkel-Enschot behouden blijft. Het plangebied bevindt zich in de uiterste westpunt van deze spie. De afweging om medewerking te verlenen aan het initiatief tot ontwikkeling van het plangebied heeft de gemeente in juni 2021 gemaakt. De ontwikkeling van het plan is in strijd met het koersdocument Oostflank, ondanks het feit dat het om een kleinschalige en besloten gelegen inbreidingslocatie gaat. Wat betreft het Koersdocument Oostflank wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het stedelijk gebied en de beoogde woningen dragen niet bij aan de differentiatie in woonmilieus. Het plangebied bevindt zich volgens provinciaal beleid in het gemengd landelijk gebied, waar ook de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ van kracht is. Binnen deze aanduiding is het mogelijk om stedelijke ontwikkeling te realiseren. In de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 2.3.1 onderaan) staat dit niet goed verwoord en dit wordt aangepast.
23
Conclusie
6.11
Cultuurhistorische waarden
Standpunt gemeente Conclusie 6.12
Verkeer en parkeren
Standpunt gemeente
Conclusie 6.13
Tilburg fietst, de Tilburgse fietsagenda 2020
Op de informatieavonden van de projectontwikkelaar op 21-10-2022 en 26-1-2023 is over de verkeersrisico’s gesproken en is door de projectontwikkelaar aangegeven dat er een verkeerskundig bureau naar gekeken heeft. De naam van het bureau is zwart gemaakt in het omgevingsverslag bij de bijlages, wat doet vermoeden dat sprake is van een niet geheel onafhankelijk uitgevoerd deskundig advies/onderzoek. Ook wordt er verwezen naar verouderde foto’s. Gevraagd wordt om de onderzoeksresultaten (inclusief uitvoeringsdatum) te delen en de openbaarmaking van de naam van het onderzoeksbureau. Zolang niet kan worden vastgesteld dat een onafhankelijk deskundige heeft geoordeeld dat de na realisatie substantieel toegenomen aantal motorvoertuigen op de Oud Lovenstraat en kruispunt Oud Lovenstraat-Bosscheweg toelaatbaar is in het kader van verkeersveiligheid, kan de gemeente volgens indiener van zienswijzen niet akkoord gaan met de beoogde ontwikkeling c.q. de wijziging van de bestemming. In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan (paragraaf 3.6.9) is aangegeven dat Goudappel onderzoek heeft gedaan naar de extra verkeersbewegingen die het plan oplevert en de gevolgen van deze toename. De conclusie is dat de toename van circa 150 motorvoertuigen per etmaal verkeerskundig gezien door de bestaande infrastructuur kan worden afgewikkeld.
Een verkeerskundige van de gemeente heeft het beoordeeld en stemt in met de conclusie van het onderzoek. Het rapport wordt als bijlage bij de toelichting gevoegd. Wat betreft de verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Conclusie
De autoluwe Oud Lovenstraat met een gedeeltelijk autovrij fietspad maakt onderdeel uit van de fietsverbinding Berkel-Enschot – Tilburg van het sternetfietsroutenetwerk en is een belangrijke schakel voor fietsers tussen Tilburg en Berkel-Enschot en verder. Deze route wordt zeer intensief gebruikt door schoolgaande jeugd, uitgaansjeugd in de nachtelijke uren, recreanten en forensen. Het plan leidt tot een toename van het aantal vervoersbewegingen in de smalle straat, waar geen uitwijkmogelijkheden zijn. Hierdoor zou de ontwikkeling afdoen aan het veilig en stimulerend fietsbeleid. Wat betreft de verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016
Afgevraagd wordt of het plan de parkeerbehoefte op eigen terrein met 25 parkeerplaatsen afdoende oplost. Indien dit niet volledig wordt gedaan, zal
Standpunt gemeente
6.14
De zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van paragraaf 2.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Direct ten oosten van het plangebied is aan de Oud Lovenstraat een als rijksmonument beschermde boerderij uit de achttiende eeuw gelegen (monumentennummer 35632). Het monument heeft enkele bijgebouwen als een bakhuisje. Tevens staan er 4 monumentale bomen. Met de beoogde planontwikkeling kan niet worden uitgesloten dat deze cultuurhistorische waarden worden aangetast of bedreigd. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
24
Standpunt gemeente
Conclusie 6.15
Veiligheid
Standpunt gemeente Conclusie 6.16
Wateraspecten
er parkeeroverlast ontstaan. Op de Oud Lovenstraat is geen ruimte om te parkeren, wat zou betekenen dat nieuwe bewoners, bezoekers, bezorgers, zouden moeten uitwijken naar de smalle ventweg aan de Bosscheweg. Dat betekent naast parkeeroverlast van bewoners ook onveilige situaties. Wat betreft parkeren en de verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het plan ligt in veiligheidszone II (volgens bijlage 5 toelichting), waarbij moet worden gezorgd voor 2 vluchtroutes voor de bewoners en 2 aanrijroutes voor de hulpdiensten. Daar kan niet voor worden gezorgd, omdat de planlocatie maar aan één kant kan worden betreden en aan diezelfde kant kan worden verlaten. Bij een calamiteit op het spoor van Tilburg-Vught/Den Bosch of aan de gasleiding, dan kunnen de bewoners niet goed wegvluchten. Volgens de ‘definitieve verkaveling’ dienen de bewoners bij ‘haaks vluchten’ door de wadi en door tuinen te gaan wat niet mogelijk is. De enige vluchtroute is dan evenwijdig vluchten naar de Oud Lovensstraat en dan richting de Bosscheweg. De hulpdiensten zullen in het geval van een calamiteit op het spoor of de gasleiding alleen kunnen aanrijden vanaf de Bosscheweg naar de Oud Lovenstraat en dan dus tegen de “stroom” met vluchtende bewoners in.
Aanrijden via de hoek Kapitein Hatterastraat en de Enschotsebaan kan bij een dergelijke calamiteit niet, want dan zouden zij eerst door de calamiteit heen moeten voor ze hulp kunnen verlenen. In die gevallen wordt er dus niet voldaan aan de richtlijnen voor risicogebied zone II. Als er een calamiteit zich voordoet aan de kant van de Oud Lovensstraat dan hebben de toekomstige bewoners helemaal geen vluchtweg, vooral de bewoners die achter op planlocatie wonen, omdat ze dan zijn omsloten door het talud van het spoor TilburgVught/Den Bosch en aan de andere kant door de gesloten tuinen van de bewoners van de Bosscheweg. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 3.5. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het regenwater van het plan mag niet afgevoerd worden door het riool. In de toelichting staat dat de planlocatie opgehoogd moet worden en dat er een wadi moet worden aangelegd. Hierdoor zouden de ten zuiden van het project liggende tuinen dus lager komen te liggen. Water stroomt natuurlijk altijd naar het laagste punt (inclusief het regenwater dat naast de wadi valt) en zal dan de lagergelegen tuinen instromen met wateroverlast, waaronder schade aan boomwortels en natuur tot gevolg. Als de wadi overstroomt komt ook dit overtollige water de tuinen in. Dit is aangekaart tijdens de omgevingsdialoog van 26-1-2023.
Hierover is niets terug te vinden in het verslag. Waterschap de Dommel heeft hierover ook zorgen geuit, met als reactie dat er nog geen gedetailleerd ontwerp voor de terreininrichting is. De gemeente kan volgens indiener van zienswijzen niet instemmen met een wijziging van agrarische bestemming naar woonbestemming als dergelijke wezenlijke informatie en expliciete afspraken op dit vlak ontbreken. In paragraaf 5.4. van de toelichting adviseert de gemeente om de planlocatie te verhogen met 20 cm om wateroverlast te beperken. Echter, volgens artikellid 5.5.1 van de regels is het verboden om in de buurt van de dubbelbestemming leiding-gas aangewezen gronden op te hogen in verband met drukverschil op de leiding.
25
Standpunt gemeente
Conclusie 7. 7.1
Zienswijze 7 (ontvangen op 6 februari 2024) (Oud Lovenstraat 2) Verkeerssituatie
Standpunt gemeente
Conclusie 7.2
Parkeervoorzieningen
Standpunt gemeente
Conclusie 7.3
Wat betreft water wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Wat betreft de gasleiding wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.i. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Bouwperiode
Standpunt gemeente
Conclusie
De toevoeging van 17 woningen aan de bestaande 4 woningen zal leiden tot een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen in het gebied. Indiener van zienswijze maakt zich zorgen over de veiligheidssituatie in de smalle doodlopende fietsstraat, vooral tijdens de spitsuren wanneer veel schoolgaande jeugd en forenzen gebruik maken van de fietsroute. Er worden vooral gevaarlijke situaties gezien bij de in- en uitrit van het project. Daarnaast zal het nog drukker worden bij het drukke stoplicht aan de Bosscheweg. Bovendien zal de toegenomen verkeersstroom niet alleen bestaan uit bewoners met auto's maar ook 17 keer pakketbezorgers, boodschappenbezorgers en onderhoudsmonteurs. Deze extra verkeersstromen zullen voor verdere congestie en mogelijk onveilige situatie leiden op de Oud Lovenstraat. Wat betreft parkeren en de verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er worden 25 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Indiener van zienswijze is bezorgd dat dit onvoldoende is om te voorzien in de behoeften van de bewoners. Bij feestjes zal er waarschijnlijk een tekort aan parkeerplaatsen ontstaan, waardoor bewoners hun voertuigen op de ventweg van de Bosscheweg parkeren.
Dit zal niet alleen tot verkeersonveiligheid leiden, maar ook tot hinder voor het overige verkeer. Wat betreft parkeren en de verkeersveiligheid wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Indiener van zienswijze maakt zich zorgen over de gevolgen van de bouwperiode voor de verkeerssituatie en de bescherming van de monumentale bomen in de straat. Er is een beperkte toegankelijkheid voor bouwverkeer en er is geen nabije parkeergelegenheid beschikbaar voor bouwvakkers. Bij een vergelijkbaar project genaamd Moerenburcht (ook van initiator HONK), gelegen aan de overkant aan de Bosscheweg, was de veiligheid in het geding doordat het fietspad werd beschadigd en passanten zich gedurende enkele maanden een weg moesten banen door modderige omstandigheden langs grote vrachtwagens en tractoren. Bovendien kunnen de vier monumentale bomen in de Oud Lovenstraat schade ondervinden door het zware bouwverkeer dat zich door deze smalle straat zal moeten manoeuvreren. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Verder wordt opgemerkt dat de ontwikkelaar verantwoordelijk is voor de inrichting en veiligheid van de bouwplaats en dat deze aan de daaraan gestelde eisen voldoet. Dit wordt door de gemeente gecontroleerd.
Bouwvakkers kunnen op het terrein van het plangebied parkeren ten tijde van de bouw. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
26
7.4
Verzoek
Standpunt gemeente Conclusie 7.5
Inspraak
Standpunt gemeente
Conclusie 8. 8.1
Indiener van zienswijze benadrukt dat participatie en inspraak van omwonenden belangrijk zijn en verzoekt om ruimte te bieden voor inspraakmogelijkheden zodat zorgen en suggesties van belanghebbenden met betrekking tot verkeersbewegingen, veiligheid en bouwperiode serieus genomen kunnen worden. In het voortraject heeft initiatiefnemer meerdere keren met omwonenden gecommuniceerd en zijn er drie bewonersbijeenkomsten gehouden. Mede naar aanleiding van de reacties is het plan aangepast door onder meer het parkeren naar de noordkant te verplaatsen. Vervolgens heeft het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen waarbij eenieder de mogelijkheid is geboden om te reageren. Er zijn daarmee ruim voldoende mogelijkheden geboden om te reageren op het plan waarbij initiatiefnemer geluisterd heeft naar de reacties en daar waar mogelijk het plan op heeft aangepast. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 8 (ontvangen op 5 februari 2024) (Bosscheweg 113)
Strijdig met gemeentelijk beleid
Standpunt gemeente Conclusie 8.2
Indiener van zienswijze verzoekt: 1. Een grondig verkeersonderzoek uit te voeren naar de mogelijke gevolgen van de bestemmingsplanwijziging en het treffen van maatregelen om de verkeersveiligheid in de Oud Lovenstraat te waarborgen waarbij speciale aandacht wordt besteed aan de interactie tussen het extra verkeer en de fietsers op de fietsstraat en mogelijke knelpunten bij het stoplicht Bosscheweg. 2. Het opstellen van een gedetailleerd verkeers- en parkeerbeheersplan dat er voor zorgt dat de extra verkeersstromen veilig en efficiënt kunnen worden verwerkt, ook bij feestjes. Indien nodig wordt gevraagd om de parkeercapaciteit uit te breiden en maatregelen te regelen om wildparkeren op de ventweg van de Bosscheweg te voorkomen. 3. Het nemen van voorzorgsmaatregelen om de verkeersveiligheid en de bescherming van de monumentale bomen in de Oud Lovenstraat tijdens de bouwperiode te waarborgen. Gevraagd wordt om alternatieve parkeergelegenheid voor bouwvakkers te overwegen. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Verkeersproblemen
Het bouwplan is niet in overeenstemming met het huidige bestemmingsplan en is in strijd met de strategische visie voor stedelijke ontwikkeling van de gemeente Tilburg, waarbij de strook van akkers tussen bedrijventerrein Loven en Tilburg/Berkel-Enschot wordt gezien als een belangrijke buffer. Eerder heeft de gemeenteraad besloten dat de groene zone behouden moet blijven om te voorkomen dat Tilburg en Berkel Enschot tegen elkaar groeien. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het toevoegen van 17 woningen zal leiden tot een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen en risico's voor verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers. Verwacht wordt dat op de ventweg langs de Bosscheweg dagelijks verkeersopstoppingen zijn bij het verkeerslicht, waar auto's en fietsers elkaar kruisen. Voertuigen die lang moeten wachten bij het verkeerslicht kunnen impulsief zowel links als rechts de ventweg opschieten wat gevaarlijke situaties zal veroorzaken. Fietsers die vanuit Berkel Enschot aansluiten zullen tussen de wachtende auto's doorschieten.
27
Standpunt gemeente Conclusie 8.3
Parkeervoorzieningen
Standpunt gemeente Conclusie 8.4
Waardevermindering Standpunt gemeente Conclusie
8.5
Cultuurhistorische waarde
Standpunt gemeente Conclusie 8.6
Verzoek
Standpunt gemeente
De fietsstraat is veel te smal voor tweebaans autoverkeer, wat niet alleen bestaat uit woon-werkverkeer maar ook pakketbezorgers, boodschappenbezorgers en onderhoudsmonteurs die de hele dat door af en aan zullen rijden in een smalle doodlopende fietsstraat. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er is in het plan rekening gehouden met parkeervoorzieningen, maar door de hoeveelheid huizen zullen in het weekend extra auto's van bezoekers zijn. Zodra de parkeerplaatsen bezet zijn zullen mensen gaan parkeren op de ventweg langs de Bosscheweg, waardoor de doorgang nog smaller wordt en het zicht verder ontnomen wordt. Dit zal de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Indiener van zienswijzen is bezorgd over de waardevermindering van de bestaande woningen als gevolg van de planologische wijziging. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Het bouwplan mist gevoel voor het behoud van het aanzicht en de waardering van de rijksmonumenten in de nabijheid en tast de cultuurhistorische waarden van de omgeving aan. De bouwwerkzaamheden en het zware bouwverkeer zullen een directe bedreiging vormen voor de vier beschermde monumentale bomen in de Oud Lovenstraat. Deze bomen zijn niet alleen van ecologische waarde, maar dragen ook bij aan het karakter en de identiteit van onze buurt. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Er wordt verzocht om de volgende acties uit te voeren: • Het verrichten van een uitgebreid verkeersonderzoek naar de impact van de voorgestelde wijzigingen in het bestemmingsplan, met als doel een objectieve beeldvorming te krijgen over deze situatie. Bijzondere aandacht is vereist voor de interactie tussen toegenomen verkeersdrukte en fietsers, en voor de verkeersstromen bij het verkeerslicht aan de Bosscheweg. • Onafhankelijke toetsing van het verkeersonderzoek van Goudappel. Dat is wel genoemd tijdens de informatieavonden, maar lijkt nu te ontbreken • Objectief in kaart brengen van genoemde problemen qua aansluiting op de rioolvoorziening van dit perceel. • Flora en fauna plaatsen boven het realiseren van nieuwe woningen.
Dit punt is uiteraard gerelateerd aan het karakter van de buurt. Wat betreft het punt over verkeer en riolering wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. De verkeersafwikkeling en –veiligheid zijn voldoende onderzocht. Wat betreft de gevreesde verstoring van dieren wordt verwezen naar het uitgevoerde flora en faunaonderzoek, wat als bijlage is opgenomen bij de
28
Conclusie 8.7
Inspraak
Standpunt gemeente
Conclusie 9. 9.1
Indiener van zienswijze benadrukt dat participatie en inspraak van omwonenden belangrijk zijn en verzoekt om ruimte te bieden voor inspraakmogelijkheden. In het voortraject heeft initiatiefnemer meerdere keren met omwonenden gecommuniceerd en zijn er drie bewonersbijeenkomsten gehouden. Mede naar aanleiding van de reacties is het plan aangepast door onder meer het parkeren naar de noordkant te verplaatsen. Vervolgens heeft het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen waarbij eenieder de mogelijkheid is geboden om te reageren. Er zijn daarmee ruim voldoende mogelijkheden geboden om te reageren op het plan waarbij initiatiefnemer geluisterd heeft naar de reacties en daar waar mogelijk het plan op heeft aangepast. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 9 (ontvangen op 4 februari 2024) (Bosscheweg 111)
Omgevingsvisie Tilburg 2040
Standpunt gemeente
Conclusie 9.2
toelichting van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het plan geen negatieve invloed heeft op wettelijk beschermde soorten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Koersdocument Oostflank
Standpunt gemeente
De omgevingsvisie Tilburg 2040 is voor de gemeente Tilburg volgens de toelichting punt 2.3.1 een inspiratiebron om te werken aan een fijn wonen, werken, leven en recreëren toekomst. Het bestemmingsplan is in strijd met de omgevingsvisie omdat het voor bewoners van percelen aan de Bosscheweg niet meer fijn wonen wordt omdat de vrijheid en het wonen in het buitengebied wordt aangetast. Daarbij wordt gedacht aan geluidsoverlast van toekomstige bewoners, lichtvervuiling, parkeeroverlast en verkeersbewegingen. Hierdoor wordt ook de leefomgeving van wilde dieren verstoord. Wat betreft de omgevingsvisie wordt verwezen naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Wat betreft de gevreesde verstoring van dieren wordt verwezen naar het uitgevoerde flora en faunaonderzoek, wat als bijlage is opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het plan geen negatieve invloed heeft op wettelijk beschermde soorten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Volgens punt 2.3.1 van de toelichting maakt de planlocatie deel uit van het koersdocument Oostflank. Dit betreft het gebied tussen het spoor van Tilburg naar Den Bosch en de Bosscheweg en Berkel-Enschot. In het koersdocument Oostflank wordt aangegeven dat dit geen ontwikkellocatie is.
De ruimtelijke adempauze tussen Tilburg en Berkel-Enschot is waardevol, dorp en stad moeten niet tegen elkaar aangroeien en daarom mag de bestemming agrarisch op dit perceel tussen het spoor, de Bosscheweg en Oud Lovensstraat niet veranderd worden. De gemeenteraad heeft recentelijk een besluit genomen om geen woonvoorzieningen voor arbeidsmigranten aan de nabijgelegen Enschotsebaan te bouwen. De strook van akkers aan de Enschotsebaan waarvan de laatste akker doorloopt aan de Oud Lovenstraat, wordt als een belangrijke groene buffer gezien om er voor te waken dat Berkel-Enschot en Tilburg aan elkaar groeien. Het is niet in lijn met de eigen visie van de gemeente Tilburg om de bestemming van het perceel ten behoeve van bebouwing aan te passen. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt.
29
9.3
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Woondruk en cultuurhistorische waarde
Er staan 5 woningen aan de Oud Lovenstraat. Door toevoeging van 17 woningen stijgt de woondruk en is indiener van zienswijze van mening dat dit veel invloed heeft op de woonomgeving. Verder lijkt het bouwplan onvoldoende rekening te houden met het behoud van het historische aanzicht en waardering van nabijgelegen monumentale boerderij en bakhuis (Oud Lovenstraat 2a). De bouw van 17 woningen met parkeerplaatsen zal de cultuurhistorische waarde en uitstraling van de omgeving aantasten. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Standpunt gemeente Conclusie 9.4
Veiligheid verkeerssituatie fietspad Oud Lovenstraat
1. Het fietspad Oud Lovensstraat maakt deel uit van de fietslijn Berkel-Enschot – Tilburg en wordt zeer intensief gebruikt, voornamelijk door schoolgaande jeugd en forenzen. Vooral in de ochtend is het zeer druk op dit fietspad en als er dan ook nog op datzelfde fietspad vele auto's (17 woningen en pakketdiensten etc) bijkomen, dan levert dit meer overlast en gevaar op voor alle weggebruikers. 2. Het onderzoek van bureau Goudappel is niet beschikbaar. De conclusie dat door toevoeging van 17 huishoudens met 1 of 2 personen, fietsen, auto's en alle extra bewegingen van bezoek, leveranciers en busjes van werklieden het aantal verkeersbewegingen beperkt blijft en dat de bruikbaarheid en de verkeersveiligheid niet in het geding komen lijkt indiener van zienswijzen onjuist. 3. Alle auto’s worden ontsloten via de Bosscheweg en dit geeft weer meer druk op het oversteek-stoplicht aan de Bosscheweg, waardoor hier ook de doorstroming van verkeer wordt gehinderd. Vanuit de parallelweg de Oud Lovensstraat is nu al zeer goed uitkijken en als er dan ook nog extra autoverkeer komt wordt het nog gevaarlijker. 4. Twee auto’s kunnen elkaar niet passeren op het fietspad Oud Lovensstraat omdat het hiervoor te smal is. Bovendien is het fietspad te smal om te kunnen keren met een auto. Deze zouden dan moeten draaien op het parkeerterrein van de woningen.
De uitgang van het parkeerterrein ligt erg dicht op de hoek van de Kapitein Hatterastraat en de Enschotsebaan waardoor de fietsers die de hoek omkomen niet gezien kunnen worden. 5. Op het midden van het fietspad aan de kant van de Enschotsebaan ligt een middenscheiding met twee paaltjes met tussenstuk om ervoor te zorgen dat er vanuit de Enschotsebaan geen auto’s op het fietspad kunnen. Dit tussenstuk ligt precies op de plaats waar men in het plan de ontsluiting van de parkeerplaats heeft geplaatst. Afgevraagd hoe dit opgelost wordt. 6. Al het verkeer moet over de ventweg. Pakketdiensten rijden vaak te hard over de ventweg. Het aantal verkeersbewegingen over de ventweg zal sterk toenemen en de veiligheid sterk afnemen. 7. Het doel is om 17 woningen te realiseren met maar 25 parkeerplaatsen. Hoewel dat voldoet aan de norm van de gemeente verwacht indiener van zienswijze dat dit onvoldoende zal zijn om te voorzien in de behoefte van de bewoners. Veel huishoudens hebben nu al 30
2 auto's en bij feestjes zullen 25 parkeerplaatsen ruim onvoldoende zijn. Dit zal er toe leiden dat voertuigen op de ventweg van de Bosscheweg parkeren (ook voor het huis van indiener van zienswijzen) en het woongenot aantast. Dit komt de verkeersveiligheid niet ten goede. 8. Gevraagd wordt om het gebied agrarisch te laten en de voorgenomen bouwplannen niet uit te voeren. Standpunt gemeente
Conclusie 10.
10.1
Zienswijze 10 (ontvangen op 6 februari 2024) (Group of Butchers (Kapt Grantstraat 5), WNR projectontwikkeling (Kapt Grantstraat 1), Prince Tilburg (Kapt Grantstraat 11) Vergunningen bedrijven Standpunt gemeente
Conclusie 10.2
Ontsluiting
Standpunt gemeente Conclusie 10.3
Groei Standpunt gemeente
10.4
Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Verder wordt opgemerkt dat gezien de grote woningbouwopgave waar de gemeente voor staat, geen gehoor gegeven kan worden aan het verzoek om het gebied agrarisch te laten. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Conclusie Woningbouw naast industriegebied
De indieners van zienswijze veronderstellen dat met het woningbouwplan de vergunningen met betrekking tot milieu, geluid en geur in de toekomst ter discussie komen te staan. Er is gekeken naar de eventuele gevolgen van woningbouw voor omliggende bedrijven. In de toelichting in paragraaf 4.3 is dat beschreven. Verder is er in het kader van Bedrijven en Milieuzonering onderzoek gedaan, waarbij inzichtelijk gemaakt is welke richtafstanden bij invulling van het plan rekening gehouden moet worden. Uit een nadere beschouwing van de planologische situatie blijkt dat aandacht moet zijn voor het milieuaspect geluid. Daarom heeft een nadere inventarisatie van (de milieudossiers van) de aanwezige bedrijven plaatsgevonden. Op basis hiervan blijkt dat de richtafstanden voor alle milieuaspecten, waaronder geluid, van alle aanwezige bedrijven op basis van de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ niet tot aan de woningen reiken. Op basis hiervan is sprake van voldoende ruimtelijke scheiding. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Indiener van zienswijze ziet problemen ontstaan met de ontsluiting van de woningen en verwacht verkeershinder, wat mogelijk tot ongelukken en verkeersonveilige situaties leidt. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Indiener van zienswijze ziet problemen met hun groei, uitbreiding en andere toekomstige ontwikkelingen. Gezien hetgeen is aangegeven onder a. worden er geen problemen verwacht. Er zijn bij de gemeente geen verzoeken ingediend tot uitbreiding. Aangezien niet duidelijk is wat de toekomst brengt aan ideeën en initiatieven voor groei, uitbreiding en andere toekomstige ontwikkelingen en hoe dit zich verhoudt tot toekomstige wet- en regelgeving en hoe een en ander straks in het Omgevingsplan wordt vastgelegd, is daar nu geen uitspraak over te doen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Indiener van zienswijzen gaat er van uit dat de gemeente deze zorgen deelt en begrijpt dat deze woningbouw naast het industriegebied niet wenselijk is. Verzocht wordt om de herziening van het bestemmingsplan niet door te zetten.
31
Standpunt gemeente
Conclusie 11. Fietsstraat
Standpunt gemeente Conclusie
Gelet op de opgave voor de gemeente met betrekking tot woningbouw zijn we van mening dat woningbouw nabij bedrijven mogelijk is, mits de functies voldoende gescheiden zijn. Gezien hetgeen onder a. is aangegeven zijn we van mening dat de afstand voldoende is om tot een goed woon- en leefklimaat te komen én bedrijven niet te hinderen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 11 (ontvangen op 6 februari 2024) (Oud Lovenstraat 2a) Indiener van zienswijze vraagt hoe een druk sterrennet fietspad belast kan worden met 17 huizen. De straat laat dit niet toe. Voor auto's loopt het dood vanuit de Bosscheweg en er kunnen geen twee auto's elkaar passeren. Ook kan er vanaf de Bosscheweg niet ingereden worden. Men moet via de ventweg rijden. Er ontstaat een gevaarlijke situatie bij de kruising Bosscheweg en ventweg met de Oud Lovenstraat. Verwezen wordt naar de algemene beantwoording in paragraaf 2 met bijbehorend gemeentelijk standpunt. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4. Wijzigingen bestemmingsplan 4.1 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Het plan wordt op de volgende onderdelen gewijzigd naar aanleiding van ingediende zienswijzen. Regels a. Artikellid 4.2.6 van de regels wordt aangepast aan de hand van het parapluplan waterberging en grondwaterbescherming (zienswijze 2). Toelichting a. In bijlage 1 van de regels is het rapport over landschappelijke inpassing opgenomen. Op pagina 14 is een berekening opgenomen waaruit blijkt dat er een waterberging van 92 m3 aangelegd dient te worden. Ter verduidelijking wordt de berekening ook in de toelichting opgenomen (zienswijze 2.b.) b. Paragraaf 2.3 van de toelichting wordt aangepast aan het gewijzigde koersdocument (zienswijze 2.c). c. De toelichting wordt aangevuld met actueel waterschapsbeleid (zienswijze 2.d.) d. Het plangebied bevindt zich volgens provinciaal beleid in het gemengd landelijk gebied, waar ook de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ van kracht is. Binnen deze aanduiding is het mogelijk om stedelijke ontwikkeling te realiseren. In de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 2.3.1 onderaan) staat dit niet goed verwoord en dit wordt aangepast (zienswijze 6.j. 4.2 Ambtshalve wijzigingen Het plan wordt op de volgende onderdelen ambtshalve gewijzigd. Toelichting a. Op 1 januari 2024 is de nota Parkeernormen Tilburg 2023 in werking getreden.
De tekst in de toelichting wordt hierop aangepast. b. Paragraaf 2.4 wordt aangevuld met het gemeentelijk beleid. Er worden paragrafen opgenomen over Programma Water en Riolering 2024-2027 en Uitvoeringsagenda Koel Tilburg. c. In paragraaf 3.6.9 wordt ingegaan op de verkeerstoename als gevolg van dit plan en de doorrekening door Goudappel. Het rapport van Goudappel wordt als bijlage bij de toelichting opgenomen. Regels a. In artikel 12.4 wordt de verwijzing naar de nota parkeernormen Tilburg 2017 gewijzigd in nota Parkeernormen Tilburg 2023.
32