02 Nota van zienswijzen bp Galjoenstraat Noord v2 DEF
Tekst van het document
Wordt van deze waarde uitgegaan dan is wel degelijk sprake van een relevante geluidbijdrage vanwege de overige aanwezige bedrijven. Ook 16
wanneer wordt uitgegaan van de normstelling volgens het Activiteitenbesluit bij de bestaande woningen dan mogen deze bedrijven in een hogere geluidemissie resulteren dan waarvan in de berekeningen is uitgegaan. In het plan is strikt rekening gehouden met de niet onderbouwde akoestische invulling van deze bedrijven. Reactie gemeente Wij verwijzen naar onze reactie onder punt 5.2. 10. Uit de bijlagen van het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021 blijkt dat vanwege het bedrijfsverzamelgebouw een geluidbelasting ontstaat van maximaal 38 dB(A) ter hoogte van woningen waar 50 dB(A) is toegestaan. Zonder maatwerkvoorschriften kan de geluidbelasting met 12 dB toenemen. Bij Galjoenstraat 39 bedraagt deze maximaal 42 dB(A) op de gevels van woningen waar 50 dB(A) is toegestaan. Voor dit perceel kan de geluidbelasting met 8 dB toenemen. Dit alles heeft gevolgen voor de totale berekende gecumuleerde geluidbelasting vanwege industriële activiteiten die het huidige bestemmingsplan mogelijk maakt. Reactie gemeente Voor de bestaande bedrijven is uitgegaan van een meer dan representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Hiervoor verwijzen wij naar onze reactie onder punt 5.2. Uitgaan van een maximale geluiduitstraling van alle omliggende bedrijven zou een verre van realistisch uitgangspunt zijn.
Uitgaande van de mogelijke 7 bedrijven betekent dit namelijk dat bij de bestaande woningen een cumulatief langtijdgemiddeld geluidniveau optreedt van 58 dB(A) in de dagperiode, 53 dB(A) in de avondperiode en 48 dB(A) in de nachtperiode. De geluidniveaus vanwege industrielawaai zijn berekend en beschouwd. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 7.2 (bedrijfsverzamelgebouw) en 7.3 (Galjoenstraat 39). Voor ons standpunt inzake de berekende geluidniveaus voor industrielawaai wordt verwezen naar de eindconclusie. 11. De in hoofdstuk 8 van het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021 opgenomen cumulatie van lawaaisoorten is niet volgens het reken- en meetvoorschrift 2012. Volgens het reken- en meetvoorschrift moet de geluidbelasting vanwege industrielawaai eerst volgens de geldende wettelijke definitie worden vastgesteld (etmaalwaarde). Vervolgens wordt deze omgerekend naar L*il door de berekende etmaalwaarde met 1 dB te verhogen. Dit betekent dus geen sommatie per dag-, avond- en nachtperiode. Reactie gemeente De berekening van de cumulatie heeft correct plaatsgevonden. Er kan namelijk ook per etmaalperiode gecumuleerd worden. In dit geval geeft dat een correcter beeld. Zoals uit Bijlage 10.9 blijkt is Industrielawaai conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 opgehoogd met +1 dB in de betreffende periode. 12.
Voor de berekening van wegverkeerslawaai wordt verwezen naar bijlage 10 van het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021. Echter deze bijlage bevat geen overzicht van de gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van wegverkeer (wegverhardingen, verdeling voertuigcategorieën en snelheden). Bovendien is onduidelijk of het gehanteerde aantal motorvoertuigen per etmaal (1795) het aantal motorvoertuigen betreft dat in het jaar 2021 + 10 = 2031 over de Galjoenstraat rijdt. Ook is onduidelijk of bij de berekeningen is rekening gehouden met de invloed van de verkeersaantrekkende werking van de nieuw te bouwen woningen. In ieder geval is de berekening niet reproduceerbaar. Reactie gemeente Voor de gehanteerde uitgangspunten voor de berekening van wegverkeerslawaai wordt verwezen naar bijlage 10.1 van het akoestisch rapport 8 februari 2022. De basis voor de berekeningen vormt het BBMA-rekenmodel (een door de provincie in samenwerking met gemeente opgestelde provinciale verkeersmodel) dat door de OMWB is aangeleverd. Als peiljaar is 2032 gemodelleerd waarbij ten opzichte van het aangeleverde model van 2030 is uitgegaan van een autonome groei van het verkeer van 1% per jaar. De verkeersaantrekkende werking van de nieuw te bouwen woningen is hierin verdisconteerd. 17
13. In hoofdstuk 7 worden eisen gesteld aan de geluidwering op basis van de rekenresultaten van drie bedrijven cumulatief. Bij de berekening van de benodigde karakteristieke geluidwering voor de nieuw te bouwen woningen moet de totale gecumuleerde geluidbelasting op de gevels van de woningen worden berekend vanwege alle lawaaisoorten en niet alleen industrielawaai. Conclusies over de geluidwering en of sprake is van een geluidluwe zijde kunnen pas worden genomen als duidelijkheid bestaat over de totale cumulatieve geluidbelasting vanwege alle aanwezige lawaaisoorten. Reactie gemeente Met uitzondering van Bouwblok E is er geen sprake van cumulatie. Voor bouwblok E is de gecumuleerde geluidbelasting berekend en is benodigde geluidwering bepaald. Hiervoor wordt verwezen naar de notitie van Cauberg Huygen d.d. 29 november 2021 met referentie 06177-52336-12. Voor bouwblok E kan gesteld worden dat: -
-
Met het treffen van maatregelen aan de westgevel (geluidschermen t.h.v. te openen delen op de 3e en 4e verdieping) en de in tabel 3.5 aangegeven bouwkundige geluidwerende voorzieningen, de appartementen beschikken over voldoende gevelisolatie waardoor voldaan wordt aan het wettelijke binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 55/50/45 dB(A) voor het maximale geluidniveaus en 33 dB etmaalwaarde voor wegverkeer; Met het treffen van maatregelen aan de balkons, de appartementen kunnen beschikken over een geluidluw balkon alsmede een geluidluwe gevel gebaseerd op de gecumuleerde geluidbelasting. Tevens verwijzen wij naar onze reactie op de zienswijze onder punt 3.
14. Op de op pagina 19 gepresenteerde afbeelding is niet leesbaar wat met de verschillende kleuren is aangegeven. Reactie gemeente In bijlage 14 van het akoestisch rapport d.d. 8 februari 2022 is aangegeven welke maatregelen en voorzieningen aan bouwblok B (01-05), C (01-03) en E worden getroffen. Voor de volledigheid: groen: dove gevel begane grond; rood: dove gevel verdieping; oranje gestreept: geluidschermen t.p.v. te openen ramen verdiepingen. Voor bouwblok C (0103) gaat dit om geluidschermen t.p.v. de eerste verdieping, voor bouwblok E om geluidschermen t.p.v. de 3e en 4e verdieping. De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen
15. In hoofdstuk 7 van het akoestisch rapport Frank Bouwmans (rapportnr.: FBi20181215-09, d.d. 28 mei 2021) is aangegeven dat de geluidbelasting ook in de tuinen en terrassen is bepaald. Echter de rekenresultaten en de beoordeling hiervan ontbreken zowel in de tekst als in de tabellen. Er moet worden aangegeven of in de buitenverblijfruimten nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Reactie gemeente Voor de ligging van de rekenpunten in de tuinen en de terrassen wordt verwezen naar Figuur 12 uit het akoestisch onderzoek industrielawaai F. Bouwmans Ingenieursburo d.d. 8 februari 2022 met kenmerk FBi20181215-10 (zie onderstaande figuur).
18
Voor de rekenresultaten in de tuinen en ter hoogte van de terrassen van bouwblok C (01-03) wordt verwezen Bijlage 7 (Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT) en Bijlage 9 ( Rekenresultaten maximale geluidniveaus LAmax) van het akoestisch rapport d.d. 8 februari 2022. Uit de rekenresultaten blijkt dat alleen in de achtertuinen van bouwblok C (toetspunten 41, 42 en 43) een te hoog geluidniveau aanwezig is. Ter plaatse van de terrassen (toetspunten 44, 45 en 46) wordt deels niet voldaan aan de grenswaarden van stap 2 van de VNG-publicatie maar wel aan de grenswaarden van stap 3 van de VNG-publicatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Ter plaatse van de gevel op de begane grond (toetspunten 10, 11 en 12) en ter plaatse van de voortuinen (toetspunten 47, 48 en 49) wordt wel voldaan aan de grenswaarden van stap 2 van de VNG-publicatie. Om de geluidniveaus in de achtertuinen verder te verlagen is een zeer hoge afscherming langs de terreingrens nodig die stedenbouwkundig ongewenst is. Doelmatiger is om maatregelen aan de geluidbronnen bij het metaalbewerkingsbedrijf te treffen. Dit wordt echter niet haalbaar geacht omdat inrichtinghouder heeft aangegeven hieraan geen medewerking te verlenen.
Wij zijn van mening dat ondanks de hoge geluidbelasting in de achtertuinen en deels ter hoogte van de terrassen van bouwblok C (01-03) toch sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Enerzijds omdat de voortuinen van de woningen voldoen aan de grenswaarden van stap 2 van de VNG-publicatie, anderzijds omdat de terrassen aan de achterzijde van de woningen voldoen aan de grenswaarden van stap 3 van de VNG-publicatie en de grenswaarden van stap 3 voor een binnenstedelijke situatie niet ongebruikelijk zijn. 16. Figuur 1 geeft het rekenmodel weer voor de bestaande situatie. Uit de figuur blijkt dat hierin al enkele gebouwen zijn verwijderd of gewoonweg niet zijn meegenomen in de berekeningen. Het rekenmodel wijkt op deze punten af van het rekenmodel zoals opgesteld door Tecmap. Reactie gemeente Met deze opmerking wordt verondersteld dat alleen het rekenmodel van Tecmap correct zou zijn. Dit blijkt niet zo te zijn. Tecmap heeft ook meerdere aanwezige bebouwingen en afschermingen niet meegenomen. Omdat bij de rekenpunten B10, B11, B14 en B15 invallend is gerekend heeft het ontbreken van de achterliggende gebouwen geen invloed op de rekenresultaten 19
17. Er is sprake van een groot aantal punten die niet zijn gelegen op de gevels van een object (in tuinen) terwijl wel de geluidbijdrage invallend op de gevel is berekend. Dit is niet correct waarmee een onderschatting ontstaat van de werkelijk optredende geluidniveaus. Aan de rekenresultaten op deze punten kunnen geen conclusies worden getrokken. Reactie gemeente Ter hoogte van de tuinen zijn de geluidniveaus inderdaad per abuis invallend berekend. Uit de rekenresultaten waarbij niet invallend is gerekend blijkt dat alleen in de achtertuinen van bouwblok C (toetspunten 41, 42 en 43) een te hoog geluidniveau aanwezig is. er plaatse van de terrassen (toetspunten 44, 45 en 46) wordt deels niet voldaan aan de grenswaarden van stap 2 van de VNG-publicatie maar wel aan de grenswaarden van stap 3 van de VNG-publicatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Ter plaatse van de gevel op de begane grond (toetspunten 10, 11 en 12) en ter plaatse van de voortuinen (toetspunten 47, 48 en 49) wordt wel voldaan aan de grenswaarden van stap 2 van de VNG-publicatie. Om de geluidniveaus in de achtertuinen verder te verlagen is een zeer hoge afscherming langs de terreingrens nodig die stedenbouwkundig ongewenst is. Doelmatiger is om maatregelen aan de geluidbronnen bij het metaalbewerkingsbedrijf te treffen.
Dit wordt echter niet haalbaar geacht omdat de inrichtinghouder heeft aangegeven hieraan geen medewerking te verlenen. Wij stellen dat ondanks de hoge geluidbelasting in de achtertuinen en deels ter hoogte van de terrassen van bouwblok C (01-03) toch sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, enerzijds omdat de voortuinen van de woningen voldoen aan de grenswaarden van stap 2 van de VNGpublicatie, anderzijds omdat de terrassen aan de achterzijde van de woningen voldoen aan de grenswaarden van stap 3 van de VNG-publicatie en de grenswaarden van stap 3 voor een binnenstedelijke situatie niet ongebruikelijk zijn. 18. Er blijkt dat op enkele punten de bestaande situatie anders is gemodelleerd dan in de rapportage van Tecmap. Zo zijn de nokken van daken niet gemodelleerd als geluidschermen. Reactie gemeente Dat niet alle zaken binnen het rekenmodel hetzelfde zijn gemodelleerd als het Tecmap-rekenmodel wil niet zeggen dat dit fout is. Het modelleren van een schuin dak is in Geomilieu niet mogelijk. Het modelleren van de nok is ook mogelijk met schermen. Daarbij moet de reflectiefactor en de tophoekcorrectie passend zijn bij de werkelijkheid. In principe moet gestreefd worden naar een zo goed mogelijke modellering van de werkelijkheid.
Anders modelleren heeft zowel een (beperkte) positieve als een negatieve invloed op de geluidniveaus in de omgeving en valt binnen de meet- en rekennauwkeurigheid. 19. Onder hoofdstuk 6 (rapport F. Bouwmans Ingenieursburo d.d. 28 mei 2021) is sprake van een tuinmuur maar deze is niet aanwezig. In de huidige situatie is wel sprake van een deels begroeide tuinafscheiding (klimop) die geluidstechnisch gezien niet als geluidmuur mag worden beschouwd. In de figuren in de toelichting op het bestemmingsplan (paragraaf 4.6.3) is terecht de aanduiding "schutting" opgenomen. In figuur 14 van de geluidrapportage van is deze als scherm 010 weergegeven. In de huidige situatie staat tussen deze erfafscheiding en de werkplaats van De Kort nog de muur van de naastgelegen hal die gesloopt gaat worden. Door de gemeente is voorgesteld om hier een 'normale' erfafscheiding terug te plaatsen. Onduidelijk is hoe hoog deze wordt en hoe deze wordt uitgevoerd. Wanneer sprake is van een normale erfafscheiding kan deze niet als een relevante geluidafschermende constructie worden gezien. In de geluidrapportage ((rapport F. Bouwmans Ingenieursburo d.d. 28 mei 2021) is sprake van een 2 meter hoge stenen muur. Reactie gemeente
20
De tuinmuur op onderstaande afbeelding aangegeven met nummer 04 (figuur 14 uit het akoestisch onderzoek industrielawaai F. Bouwmans Ingenieursburo d.d. 8 februari 2022 met kenmerk FBI202181215-10 ) is een muur die nog gerealiseerd moet worden.
Aan de noordgrens van het metaalbewerkingbedrijf is een betonnen muur met een hoogte van ca. 2 m aanwezig. Deze muur, op bovenstaande afbeelding aangegeven met nummer 010, is akoestisch relevant en daarom meegenomen in het nieuwe rekenmodel. Het is opmerkelijk dat Tecmap deze muur niet beschouwd als een relevante geluidafschermende contructie terwijl in het Tecmaprapport deze muur wel is meegenomen als scherm (zie blauwe lijn onder nummer 4 in gearceerd vlak op figuur 4a van Tecmap rapport). Overigens is figuur 4a dermate onduidelijk (nummers van schermen liggen op een afstandje van het bewuste scherm) dat de exacte modellering in ieder geval niet duidelijk is. Uit figuur 4b blijkt dat ook in de nieuwe situatie een schutting van 2 meter is meegenomen in het Tecmapmodel. Uit een recente controle is gebleken dat de afscheiding een gemetselde muur betreft (zie onderstaande foto) die over de gehele noordelijke perceelsgrens loopt. Deze afscheiding is akoestisch relevant en daarom terecht meegenomen in de geluidberekeningen.
Foto erfafscheiding De Kort Metaalbewerking 20. In de notitie opgesteld door Cauberg Huygen en bijgevoegd als bijlage 22 bij het bestemmingsplan staat vermeld dat aan de westgevel van bouwblok B geen verblijfsruimten zijn gelegen in overeenstemming met de rapportage opgesteld door Bouwmans. Echter in de notitie wordt aangegeven dat in verband met de kwaliteit en flexibiliteit is de karakteristieke geluidwering wel getoetst. Dit suggereert dat de mogelijkheid wordt geboden om aan westgevel wel geluidgevoelige
21
ruimten te realiseren. In de akoestische rapportage van Bouwmans zijn voor de beoordelingspunten 25 en 7 vanuit deze reden onterecht geen grenswaarden opgenomen. Reactie gemeente Uit onderstaande afbeelding blijkt dat: • de westgevel van de woning B05 (t.h.v. toetspunt 06) op de begane grond doof wordt uitgevoerd; • de noordgevel van de woning B05 (t.h.v toetspunt 07) op de eerste verdieping doof wordt uitgevoerd; • de gehele westgevel van de woningen (B01-05) op de eerste verdieping doof wordt uitgevoerd. Dat hier later eventueel geluidgevoelige ruimtes ter plaatse van de dove gevels worden gecreëerd doet niet ter zake. De geluidwering van de westgevel van bouwblok B wordt zodanig geïsoleerd dat te allen tijden voldaan wordt aan het wettelijke binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 55/50/45 dB(A) voor de maximale geluidniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode. Daar waar de geluidbelasting op de gevels (niet zijnde dove gevels) meer bedraagt dan de standaard geluidnorm van het Activiteitenbesluit (50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 70/65/60 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode voor de maximale geluidniveaus) zijn grenswaarden gesteld middels een maatwerkvoorschrift op grond van het voornoemd besluit.
21. In bijlage 11 zijn de rekenresultaten opgenomen voor wegverkeerslawaai. Uit deze bijlage blijkt dat op de gevel van blok E sprake is van een geluidbelasting van 54 dB(A) tijdens de dagperiode, 51 dB(A) tijdens de avondperiode en 44 dB(A) tijdens de nachtperiode (52 dB Lden). Dit betekent dat wel degelijk sprake is van een relevant geluidniveau op de gevels van de nieuw te bouwen woningen vanwege wegverkeerslawaai. Bij dit appartementenblok zijn ook buitenverblijfruimten. Er ontbreekt een beoordeling van de geluidniveaus op deze balkons. Reactie gemeente Voor bouwblok E is sprake van cumulatie ten gevolge van wegverkeer en industrielawaai. Om deze reden is de gecumuleerde geluidbelasting (weg + industrielawaai) bepaald en is de karakteristieke geluidwering van de gevels getoetst aan beide spectra (worst case). De gecumuleerde geluidbelasting op de westgevel van bouwblok E bedraagt ten hoogste maximaal 59 dB in de dagperiode en 51 dB in de avondperiode. De gecumuleerde geluidbelasting op de zuidgevel van bouwblok E bedraagt ten hoogstemaximaal 57 dB in de dagperiode en 54 dB in de avondperiode. Met de in Hoofstuk 3 genoemde voorzieningen zoals gesteld in de notitie van Cauberg Huygen
22
(d.d. 29 november 2021 met referentie 06177-52336-12) wordt een karakteristieke gevelgeluidwering van minimaal 28 dB (spectrum VL) en minimaal 30 dB (spectrum IL) behaald en wordt hiermee voldaan aan de gestelde eisen t.b.v. het binnenniveau (35 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 55/50/45 dB(A) voor het maximale geluindniveau in de dag-, avond- en nachtperiode) de betreffende periode en 33 dB etmaalwaarde voor wegverkeer. Voor de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is tevens de geluidsituatie ter hoogte van de balkons van bouwblok E inzichtelijk gemaakt. Ter hoogte van de zuidgevel van bouwblok E is sprake van een geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer van 56 dB in de dagperiode en 54 dB in de avondperiode. Gecumuleerd met industrielawaai is dit maximaal 57 dB in de dagperiode en 54 dB in de avondperiode. Om een geluidluw balkon te realiseren (met daarachter gelegen de geluidluwe gevel) is een reductie van minimaal 4 dB noodzakelijk. De avondperiode is hierbij maatgevend. Dit kan gerealiseerd worden door: • het balkon te voorzien van een gesloten balustrade met een hoogte van 1,2 meter (massa 10 kg/m²); • het balkon te voorzien van een absorberend plafond > 0,9.
Met deze maatregelen wordt een correctie van 4 dB berekend, waarmee gesteld kan worden dat het balkon en de achterliggende gevel geluidluw (gecumuleerd max 55 dB) is berekent conform het Reken- en meetvoorschrift 2012) is. Dit in combinatie met de vereiste gevelwering en de toepassing van geluidschermen zorgt ervoor dat alle appartementen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie De zienswijzen onder 6.5 zijn gedeeltelijk gegrond en leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat het akoestisch rapport is aangepast (akoestisch onderzoek industrielawaai Galjoenstraat ingenieursburo F. Bouwmans, rapportnr. FBi20181215-10 d.d. 8-2-2022) Zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze notitie zienswijzen en het akoestisch rapport in bijlage 4 behorende bij het bestemmingsplan vervangt. Voor het overige zijn de zienswijzen genoemd onder 6.5 ongegrond. 6.
Zienswijze tegen twee notities opgesteld door Cauberg-Huijgen en bijlage 22 en 23 in het ontwerp bestemmingsplan 1.
Op de notitie 06177-52336-09 Akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg blok B en blok C (als bijlage 22) worden de volgende kanttekeningen geplaatst: a) Er is aangegeven dat sprake moet zijn van een geluidluwe zijde gedefinieerd als een geluidbelasting van minder dan 55 dB(A). Dit is niet correct: de definitie is een cumulatieve geluidbelasting van minder dan 55 dB volgens het meet- en rekenvoorschrift geluid 2012 en dus niet 55 dB(A). Uit een vergelijking van de rekenresultaten uit de rapportage van Bouwmans en de in deze notitie bijgesloten rekenresultaten blijkt dat er verschillen bestaan in de rekenresultaten. Onduidelijk of dit gevolgen heeft voor de bouwkundige opbouw van blok B en C. b) Bij gebouw C is sprake van een maximale geluidniveaus op de gevels van wooneenheden tot 88 dB(A) in de dagperiode en 80 dB(A) in de avondperiode. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt maximaal 63 dB(A) in de dagperiode en 61 dB(A) in de avondperiode. Het betreft hier de geluidbelasting op de dove gevel. Bij de berekening of sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau in de slaapkamers op de eerste verdieping is echter alleen de geluidbelasting op de westgevel beschouwd en is de hogere geluidbelasting op de zuidgevel niet meegenomen in de berekeningen (de slaapkamer op de 1° etage wordt geluidbelast vanuit twee richtingen: westgevel en zuidgevel).
c) In de berekeningen is niet uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle aanwezige lawaaisoorten. Reactie gemeente
23
Voor wat betreft 1a): Omdat de nieuwbouw niet wordt blootgesteld aan een geluidbelasting ten gevolge van een wettelijke geluidbron hoger dan de wettelijke voorkeurgrenswaarden, worden er vanuit het gemeentelijk geluidbeleid geen eisen gesteld aan de nieuwbouw zoals de verplichte aanwezigheid van een geluidluwe gevel en een geluidluwe gevel per woning/appartement. Vanuit de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting t.g.v. de 30 km/uur wegen inzichtelijk gemaakt. De geluidbelasting op de gevels van de bouwblokken B en C zijn berekend. Voor de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 7 (Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT) en bijlage 9 (Rekenresultaten maximale geluidniveaus LAmax) van het akoestisch rapport 8 februari 2022 en de tabellen 3.1 en 4.1 van de Cauberg Huygen notities (d.d. 29 november 2021 met referentie 2021 06177-52336-11 respectievelijk 2021 06177-52336-12). Hieruit blijkt dat er geen verschillen in rekenresultaten (afgerond op hele getallen) meer bestaan.
Voor wat betreft 1b): De zuidgevel van woning C01 is inderdaad niet meegenomen in de beoordeling van een aanvaardbaar geluidniveau in de slaapkamers op de eerste verdieping omdat de zuidgevel een volledig gesloten gevel betreft. Een gesloten gevel heeft een positief effect op de geluidwering waardoor deze buiten beschouwing is gelaten. De volledig gesloten gevel kan uitgevoerd worden met een standaard steenachtige spouwmuur. Om dit aan te tonen is in bijlage III-2 van de Cauberg Huygen notitie (d.d. 29 november met referentie 2021 06177-52336-11) een berekening van woningtype C01 inclusief zijgevel bijgevoegd. De geluidbelasting op deze zijde is weliswaar hoger, maar omdat deze gevel geheel gesloten wordt uitgevoerd zijn hier geen aanvullende voorzieningen noodzakelijk. Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan kan worden aan het wettelijk binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 55/50/45 dB(A) voor het maximale geluidniveau in de dag-, avond- en nachtperiodebetreffende periode onder voorwaarde dat de ramen van de woningen C01 tot en met C03 op de eerste verdieping worden voorzien van geluidschermen. Voor wat betreft 1c): Enkel voor bouwblok E is sprake van cumulatie.
Om deze reden is de gecumuleerde geluidbelasting (weg + industrielawaai) opnieuw bepaald en is de karakteristieke geluidwering van de gevels van de appartementen van Bouwblok E getoetst aan beide spectra (worst case). 2.
Op de notitie 06177-52336-10 Akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg: blok E (als bijlage 23) worden de volgende kanttekeningen geplaatst: In deze notitie is de geluidbelasting wel cumulatief beschouwd. Echter zijn in deze berekening niet de juiste berekende waarden voor industrielawaai (etmaalwaarde) opgenomen. Reactie gemeente De geluidbelasting op de gevels van de bouwblokken B en C zijn berekend. Voor de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 7 (Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT) en bijlage 9 (Rekenresultaten maximale geluidniveaus LAmax) van het akoestisch rapport 8 februari 2022 en de tabellen 3.1 en 4.1 van de Cauberg Huygen notities (d.d. 29 november 2021 met referentie 2021 06177-52336-11 respectievelijk 2021 06177-52336-12). Hieruit blijkt dat er geen verschillen in rekenresultaten (afgerond op hele getallen) meer bestaan.
3.
De in de bijlagen van beide notities opgenomen rekenresultaten ten aanzien van industrielawaai komen niet overeen met de rekenresultaten uit de rapportage van Bouwmans. Dit betekent dat is uitgegaan van andere berekende waarden op de gevels van woningen. Onduidelijk is of dit gevolgen heeft voor de voorgestelde bouwkundige opbouw. Reactie gemeente De geluidbelasting op de gevels van de bouwblokken B en C zijn berekend. Voor de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 7 (Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT) en bijlage 9 (Rekenresultaten maximale geluidniveaus LAmax) van het akoestisch rapport 8 februari 2022 en de tabellen 3.1 en 4.1 van de Cauberg Huygen notities (d.d. 29 november 2021 met referentie 2021 24
06177-52336-11 respectievelijk 2021 06177-52336-12). Hieruit blijkt dat er geen verschillen in rekenresultaten (afgerond op hele getallen) meer bestaan.
4.
In het algemeen kan hinder ontstaan ten gevolge van industriële activiteiten tijdens de dagperiode op begane grondniveau en tijdens de avond- en nachtperiode op slaapkamerniveau. In het kader van het Activiteitenbesluit wordt de geluidbelasting bij eengezinswoningen dan ook beoordeeld bij een waarneemhoogte van 1,5 meter in de dagperiode en 4,5 tot 5 meter in de avond- en nachtperiode. Dit neemt niet weg dat het geluidniveau op alle woonlagen aanwezig zal zijn (net als bij wegverkeer). Bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woonvertrekken van derden dient bij de berekening van de benodigde karakteristieke geluidwering te worden uitgaan van de gecumuleerde geluidbelasting Lcum per woonlaag in plaats van de berekende geluidbelasting per beoordelingsperiode gekoppeld aan een zekere waarneemhoogte. Een en ander conform het rekenen meetvoorschrift 2012 (RMG2012). Deze methodiek is in beide notities niet toegepast. Het gevolg hiervan is dat nu onduidelijk is of in de woonvertrekken van de woningen die uit meerdere lagen bestaan in de avondperiode op begane grondniveau en op de eerste etage in de dagperiode nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Reactie gemeente Bij zowel bouwblok B als bouwblok C is in de dagperiode uitgegaan van het optredende geluidniveau op 1,5 meter (begane grond).
Hierbij is getoetst aan een binnenniveau van 35 dB(A). In de avondperiode is uitgegaan van het optredende geluidniveau op 4,5 meter (1e verdieping) en is getoetst aan een binnenniveau van 30 dB(A). Van cumulatie is bij bouwblok B en C geen sprake. De gecumuleerde geluidbelasting komt overeen met het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Voor de beantwoording van de vraag of in de woonvertrekken van de woningen die uit meerdere lagen bestaan in de avondperiode op begane grondniveau en op de eerste etage in de dagperiode nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt verwezen naar de Eindconclusie.
5.
Ten aanzien van de gebruikte rekenresultaten is een steekproef genomen waarbij het resultaat hieronder is aangegeven. Uit de tabel blijkt dat de rekenresultaten afwijken wat doet vermoeden dat een ander rekenmodel is gebruikt.
Reactie gemeente De geluidbelasting op de gevels van de bouwblokken B en C zijn berekend. Voor de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 7 (Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT) en bijlage 9 (Rekenresultaten maximale geluidniveaus LAmax) van het akoestisch rapport 8 februari 2022 en de tabellen 3.1 en 4.1 van de Cauberg Huygen notities (d.d. 29 november 2021 met referentie 2021 06177-52336-11 respectievelijk 2021 06177-52336-12). Hieruit blijkt dat er geen verschillen in rekenresultaten (afgerond op hele getallen) meer bestaan.
25
6.
Op de algemene toelichting in paragraaf 4.6.3 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan worden de volgende kanttekeningen geplaatst: a) In het geluidonderzoek is ook het effect van 4.5 meter hoge afschermende voorzieningen onderzocht. Deze maatregelvarianten worden in deze paragraaf niet beschreven. Onduidelijk is waarom dit voorstel niet nader onderzocht of wenselijk is. b) In de toelichting is ook het stappenplan opgenomen verwijzend naar de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In dit stappenplan ontbreekt bij stap 2 de zinsnede "waarbij tevens de cumulatie met eventueel aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken". Deze overweging missen we dan ook bij elke daaropvolgende motivatie per bouwblok waarbij de waarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde en 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau wordt overschreden. c) In navolging van de akoestische rapportage, is de karakteristieke geluidwering beschouwd ten opzichte van alleen industrielawaai en niet cumulatief. d) Onduidelijk is of nu voldaan kan worden aan het gemeentelijk geluidbeleid ten aanzien van het toestaan van hogere waarden. e) In de opsomming van maatregelen die wel worden uitgevoerd is sprake van het behoud van de bestaande muur ter hoogte van de westzijde van de woningen B01 en B02. Dit is niet juist, de betreffende muur wordt geheel gesloopt.
Voor wat betreft 6a): Een hogere afschermende voorziening (in plaats van de bestaande voorziening van 2 meter hoog op onderstaande afbeelding aangegeven met nummer 010) wordt niet wenselijk geacht.
Voor wat betreft 6b): Zoals eerder aangegeven is enkel voor bouwblok E sprake van cumulatie. Om deze reden is de gecumuleerde geluidbelasting (weg + industrielawaai) bepaald en is de karakteristieke geluidwering van de gevels berekent. Voor wat betreft 6c): Zoals eerder aangegeven is enkel voor de appartementen van bouwblok E sprake van cumulatie. Om deze reden is de gecumuleerde geluidbelasting (weg + industrielawaai) bepaald en is de karakteristieke geluidwering van de gevels berekend. Voor wat betreft 6d): Zie onze reactie op de zienswijze onder 6 bij punt 3: zienswijze wegverkeerslawaai. Voor wat betreft 6e): Conform het uitgangspunt in het geluidrapport d.d. 8 februari 2022 blijft de muur op de projectlocatie over een hoogte van 3.5 meter staan. Mocht dit constructief niet haalbaar zijn, dan zal er een muur met een gelijke hoogte worden terug geplaatst. 7.
Reclamant is van mening dat de uitgevoerde akoestische onderzoeken nog aanpassingen behoeven. Met name de wijze hoe de totale geluidbelasting is berekend moet opnieuw worden uitgevoerd. Reclamant heeft de uitkomsten van het akoestische onderzoek samengevat in navolgende tabellen 1 en 2. 26
Uit tabel 1 blijkt dat de maximale grenswaarden volgens stap 3 uit de VNG-publicatie bij bouwblok B, C en E wordt overschreden. Bij blok A worden de richtwaarden volgens stap 2 overschreden. Zonder voorzieningen is er geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast is ook in de tuinen van bouwblok C sprake van een hoog geluidniveau. Uit de tabel 2 blijkt dat op de gevels van woningen maximale geluidniveaus worden verwacht van 91 dB(A) in de dagperiode en 82 dB(A) in de avondperiode. De volgens de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering maximaal toelaatbare grenswaarden worden ter plaatse van de nieuwe woningen met 21 dB(A) in de dagperiode en 17 dB(A) in de avondperiode overschreden. Zonder maatregelen is ter plaatse van de nieuwe woningen in blok A, B, C en E geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit rekenresultaten blijkt dat zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidniveau in de dag- en avondperiode dermate hoog is dat volgens de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie woningbouw op de aangegeven posities niet mogelijk is. In de rapportage worden verschillende maatregelen voorgesteld waarmee naar oordeel van de adviseur een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd.
Dit betekent dat men woningbouw op de aangegeven locatie op korte afstand van een categorie 3.2 bedrijf wel mogelijk acht zonder de vergunde bedrijfsactiviteiten te beperken. Uit de tabel 1 blijkt dat de gemeente voornemens is op de gevels van nieuw te bouwen woningen een geluidsbelasting mogelijk te maken van 65 dB(A) in de dag- en in de avondperiode (70 dB(A) etmaalwaarde). Op grond van bestaande wetgeving wordt vanuit de Wet geluidhinder voor gezoneerde industrieterrein gestreefd naar een saneringsdoelstelling van 55 dB(A). Ook de beoordelingssystematiek uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening geeft aan dat in bestaande situatie tot maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde vergund kan worden na een bestuurlijk afwegingsproces waarbij de kosten van bronmaatregelen een belangrijke rol spelen. In de onderhavige situatie worden geluidniveaus berekend die fors hoger zijn dan de niveaus die op basis van bestaande wetgeving maximaal toelaatbaar worden geacht. Hetzelfde geldt voor de maximale geluidniveaus: Volgens de Handreiking worden bij bestaande bedrijven maximale geluidniveaus vergunbaar geacht tot 75 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de 27
avondperiode. De berekende waarden uit tabel 2 zijn fors hoger dan deze maximaal toelaatbare grenswaarden. De geschetste afwegingskaders gelden overigens voor bestaande situaties waarbij maatregelen niet realiseerbaar zijn en niet voor nieuw te creëren situaties zoals in onderhavig bestemmingsplan. Reactie gemeente Niet ter discussie staat dat op een deel van de nieuwbouw de geluidbelasting hoog is. Daarom wordt voor een deel van de nieuwbouw maatregelen en voorzieningen getroffen om zorg te dragen dat ondanks de hoge geluidbelasting toch sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie hiervoor onze motivering bij de Eindconclusie. Ten aanzien van de toepassing van de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening uit 1998 (in 2001 via een brief van het ministerie van VROM aangevuld met het onderwerp maximale geluidniveaus bij ongevallenbestrijding) wordt opgemerkt dat deze tot doel heeft overheden een hulpmiddel te bieden bij het voorkomen en beperken van hinder door industrielawaai in het kader van de vergunningverlening en (in sommige gevallen) het stellen van nadere eisen op grond van de AMvB's ex artikel 8.40 Wet milieubeheer, waaronder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Primair is de handreiking bedoeld voor het geluidaspect in de vergunningen krachtens de Wet milieubeheer, thans de Wabo.
De Handreiking moet gebruikt worden voor vergunningverlening en mag gebruikt worden voor het Activiteitenbesluit. Het is immers een Handreiking en géén wet. Conclusie De zienswijzen genoemd onder punt 6.6 zijn ongegrond en leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ondanks de hoge geluidbelasting is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
7.
Zienswijze ten aanzien van de verschillende voorgestelde maatregelen 1.
Het toepassen van schermen voor te openen ramen (bouwblok C en E): De geluidsituatie bij het metaalbedrijf kan per dag verschillen. Dit betekent dat gevels van woningen waar sprake is van te openen ramen, niet geanticipeerd kan worden op de geluidoverlast die plotseling kan ontstaan door de ramen te sluiten. Het aantonen dat in de woonvertrekken tijdens gesloten ramen nog sprake is van aanvaardbare piekniveaus doet geen recht aan de situatie ter plaatse zoals deze in de praktijk zal ontstaan. Bij die woningen waar schermen zijn voorzien vóór de te openen ramen zal sprake zijn van een overlastsituatie bij geopende ramen. Er is voor deze woningen geen sprake van een gegarandeerd aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woonvertrekken. Reactie gemeente Het is niet gebruikelijk dat er wordt gekeken naar een situatie met te openen ramen. Hierop kan nooit worden geanticipeerd, zelfs voor locaties waar zonder maatregelen aan de gangbare grenswaarden wordt voldaan. De geluidschermen bij bouwblok C en E zorgen er juist voor dat het geluidniveau ter plaatse van de gevelopening voldoet aan de eisen van het Activiteitenbesluit en de grenswaarden van de VNGpublicatie van stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus.
Daarnaast is de geluidbelasting achter de schermen gecombineerd met de vereiste gevelwering zodanig dat voldaan wordt aan het wettelijk binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 55/50/45 dB(A) voor het maximale geluidniveau in de dag-, avond- en nachtperiodebetreffende periode waarmee ons inziens sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woonvertrekken.
2.
Reclamant merkt op dat bij de woningen van Blok C geluidgevoelige ruimten (slaapkamers) aan de westzijde op de eerste verdieping zijn geprojecteerd. Bovendien zijn er te openen ramen in de gevel voorzien zodat geen sprake is van een dove gevel volgens de definitie van de gemeente. Uit de geluidrapportage blijkt dat sprake is van meer dan 55 dB(A). Gezien geen sprake is van een dove gevel is de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie van toepassing. De maximaal toelaatbare
28
grenswaarden worden overschreden en dus is woningbouw op deze locatie in volgens deze publicatie niet mogelijk. Reactie gemeente De westgevel van de woningen C01-03 op de eerste verdieping worden niet doof uitgevoerd. Omdat de gevel op de eerste verdieping van de woningen C01-03 niet doof worden uitgevoerd is getoetst aan de beoordelingssystematiek uit de VNG-publicatie. De geluidimmissie ter hoogte van de westgevel op de eerste verdieping bedraagt maximaal 55 dB(A) in de avondperiode (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau) en 74 dB(A) in de avondperiode (maximale geluidniveau) op het maatgevend rekenpunt 10 waarmee de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de grenswaarden van stap 2 en stap 3 van de VNG-publicatie worden overschreden. Om ter plaatse van het te openen geveldelen te kunnen voldoen aan de gestelde grenswaarde van 45 dB(A) in de avondperiode voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en aan de gestelde grenswaarde van 65 dB(A) in de avondperiode voor het maximale geluidniveau, is het noodzakelijk om een geluidscherm te realiseren dat een geluidreductie bewerkstelligt van minimaal 10 dB en minimaal 9 dB voor het maximale geluidniveau. Deze reductie kan behaald worden door het toepassen van een scherm voor de te openen geveldelen.
Vanwege het invallend geluid wordt de zijkant (gelegen richting het metaalbewerkingsbedrijf) van het scherm gesloten uitgevoerd te worden. De combinatie van een geluidscherm met de vereiste gevelwering zorgt ervoor dat voldaan wordt aan het wettelijk binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 55/50/45 dB(A) voor het maximale geluidniveau in de dag-, avond- en nachtperiode waarmee ons inziens sprake is van een gegarandeerd aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woonvertrekken. 3.
Het toepassen van dove gevels: In het hogere grenswaarde beleid is aangegeven dat onder een dove gevel een "bouwkundige constructie is waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met NEN5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van de constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A) evenals een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn mits deze niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte". Zowel bij blok B als C wordt in de documenten gesproken over "dove gevels". In tabel 7.1 is aangegeven dat de berekende geluidbelasting op enkele gevels niet wordt getoetst aan de grenswaarden omdat de gevel "doof" wordt uitgevoerd. Het betreft hier de zuidgevel van woning C01 en de noord- en westgevel van woning B05 en de zuidgevel van woning B01. De noordgevel van blok B heeft een deuropening in de noordgevel. Dit geveldeel kan volgens de definitie niet worden gezien als dove gevel zodat toetsing achterwege kan blijven. Reactie gemeente Gevels die doof uitgevoerd worden hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit en de grenswaarden van de VNG-publicatie. In het akoestisch rapport is hiermee rekening gehouden.
Daar waar de geluidbelasting op de gevels (niet zijnde dove gevels) meer bedraagt dan de standaard geluidnorm van het Activiteitenbesluit (50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 70/65/60 voor het maximale geluidniveau in de betreffende periode zijn grenswaarden gesteld middels een maatwerkvoorschrift op grond van het voornoemd besluit. Voor de deuropening in de noordgevel (rekenpunt 7, rekenhoogte 1.5 meter) is een maatwerkvoorschrift gesteld.
4.
Geen (geluidgevoelige) verblijfsruimten achter gevel gebouw B en E: In het besluit geluid milieubeheer staat in artikel 3 lid a vermeld dat een geluidgevoelige ruimte van een geluidsgevoelig object is aangewezen als een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd als keuken van ten minste 11 m2. Dit is het geval in het ontwerp van 27 november 2019 voor blok B eerste etage. Aan de zijde van het bedrijf zijn op deze woonlaag de centrale gang met trap en badkamer gesitueerd. Alhoewel geen sprake is van geluidgevoelige verblijfruimten moet het bedrijf in het kader van het Activiteitenbesluit wel aan de normstelling op de gevel te voldoen. Verzocht wordt hier in de maatwerkvoorschriften duidelijkheid over te scheppen. Reclamant wijst erop dat in de notities 29
opgesteld door Cauberg Huygen sprake is van een zekere gewenste flexibiliteit in de indeling. Dit suggereert dat in de toekomst de genoemde verblijfruimten alsnog als geluidgevoelige ruimten gebruikt kunnen worden. Reactie gemeente Uit onderstaande afbeelding (Figuur 14 ak. rapport 8 feb 2022) blijkt dat:
• • •
de westgevel van de woning B05 (t.h.v. toetspunt 06) op de begane grond doof wordt uitgevoerd; de noordgevel van de woning B05 (t.h.v toetspunt 07) op de eerste verdieping doof wordt uitgevoerd; de gehele westgevel van de woningen B01-05 op de eerste verdieping doof wordt uitgevoerd. Dat hier later eventueel geluidgevoelige ruimtes ter plaatse van de dove gevels worden gecreëerd doet niet ter zake. De geluidwering van de westgevel van bouwblok B wordt zodanig geïsoleerd dat te allen tijden voldaan wordt aan het wettelijke binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 55/50/45 dB(A) voor de maximale geluidniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode. Daar waar de geluidbelasting op de gevels (niet zijnde dove gevels) meer bedraagt dan de standaard geluidnorm van het Activiteitenbesluit (50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 70/65/60 dB(A) voor de maximale geluidniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode) zijn grenswaarden gesteld middels een maatwerkvoorschrift op grond van het voornoemd besluit.
Conclusie De zienswijzen genoemd onder 6.7 zijn ongegrond en leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ambtshalve worden ter verduidelijking en leesbaarheid van het bestemmingsplan de verbeelding en regels ten aanzien van de benodigde geluidwerende maatregelen aangepast.
8.
Conclusie en samenvatting Uit de diverse stukken blijkt dat men voornemens is om binnen de aanbevolen richtafstand op zeer korte afstand van een bedrijventerrein waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan tot milieucategorie 3.2 woningen te realiseren. Uitgaande van een aantal aannames en de door Tecmap in opdracht van het bedrijf uitgevoerd akoestisch onderzoek, is een nieuw geluidonderzoek uitgevoerd. Uitgaande van het nieuwe 30
samengesteld rekenmodel constateert reclamant dat sprake zou zijn van een overschrijding van de grenswaarden wat betreft W. De Kort Metaalbewerking. Reclamant betwist dat sprake zou zijn van een overschrijding van de van toepassing zijnde geluidnormen bij de bestaande woningen. Kortheidshalve verwijst reclamant naar haar geluidrapportage van juli 2020 waarin dit duidelijk is aangegeven. Een beperking van de huidige bedrijfsactiviteiten wat kan resulteren tot het niet goed meer kunnen functioneren van het bedrijf, wordt dan ook niet acceptabel geacht. In tegenstelling tot de beweringen in de rapportage is wel sprake van een inperking van de exploitatiemogelijkheden van het bedrijf. Uit voorgaande blijkt dat de werkelijke geluidemissie (Lar,lt en LAmax) vanwege De Kort Metaalbeweging op meerdere punten onjuist en mogelijk te laag is ingeschat. Dit betekent dat een te lage geluidbijdrage ter hoogte van de nieuwbouw is berekend. Gezien men voornemens heeft om de berekende bijdrage in de vorm van maatwerkvoorschriften vast te leggen resulteert het toestaan van nieuwbouw volgens het nu voorliggende plan in een inperking van de huidige en vergunde bedrijfsvoering van het bedrijf.
Na inperking van de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf van reclamant is vervolgens onderzocht welke maatregelen in de overdracht en ter hoogte van woningen noodzakelijk zijn om een aanvaardbaar woonen leefklimaat te garanderen. Zelfs na het treffen van de voorgestelde schermen en het treffen van bouwkundige maatregelen is op de gevel van de nieuwe woningen en in de tuinen nog altijd sprake van een hoge geluidbelasting. Volgens het hogere grenswaardebesluit van de gemeente moet de omgeving van de nieuwe woningen worden gekwalificeerd als een woonomgeving met een matige tot tamelijk slechte milieukwaliteit. Dit staat haaks op de stellinginname van de gemeente in hetzelfde document waarbij gesteld is dat de gemeente als basiskwaliteit een acceptabel woon- en leefklimaat accepteert. De geluidniveaus zijn dermate hoog dat reclamant niet uitsluit dat in de nieuw te creëren situatie sprake zal zijn van een hindersituatie met klachten. Bij de afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuw te bouwen woningen is niet op de juiste wijze rekening gehouden in het afwegingsproces met de aanwezige geluidbronnen (industrie, weg- en railverkeer). Hierdoor is nog niet aangetoond of ter hoogte van de nieuw te bouwen woningen sprake is van een relevante cumulatie en of sprake is van een geluidluwe gevel bij alle wooneenheden.
Hierbij moet worden gekeken naar de gecumuleerde geluidbelasting ter hoogte en nabij de nieuw te realiseren geluidgevoelige objecten. Dit is vereist om hogere waarden dan de richtwaarde toe te staan maar dit heeft naar beoordeling van reclamant nog niet correct plaats gevonden: De cumulatie van de verschillende lawaaisoorten heeft niet plaatsgevonden volgens het rekenen meetvoorschrift 2012. Bij de cumulatie zijn niet alle wegen betrokken. Bij de cumulatie is de geluidbijdrage vanwege railverkeer niet meegenomen. Bij de cumulatie is niet de geluidbijdrage betrokken vanwege industrielawaai vanwege alle aanwezige bedrijven uitgaande van de maximaal mogelijke planologische invulling. Het feit dat de voorkeursgrenswaarde van enkele lawaaisoorten niet wordt overschreden, betekent niet dat deze niet beschouwd moeten worden bij de beoordeling of sprake is van een geluidluwe zijde bij de nieuw te bouwen woningen. Zowel in de geluidrapportage als in de toelichting van het bestemmingsplan wordt vermeld dat maatwerkvoorschriften noodzakelijk zijn voor het bedrijf van reclamant. Reclamant acht het onwaarschijnlijk dat geen maatwerkvoorschriften bij de overige bedrijven noodzakelijk zijn. Dit om te voorkomen dat de geluidbelasting vanwege deze bedrijven in de toekomst zal toenemen waardoor geen sprake meer is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de te realiseren woningen.
Reclamant acht het overigens wenselijk dat voorafgaand aan het bestemmingsplan, de beloofde ruimere grenswaarden als maatwerkvoorschrift voor De Kort Metaalbewerking formeel worden vastgesteld. In het ontwerpplan wordt al naar de maatwerkvoorschriften verwezen doch de tekst van deze voorschriften ontbreken nog in het plan. Reactie gemeente
31
Op een klein deel van de nieuwbouw (t.h.v. bouwblok A, bouwblok B (01-05), bouwblok C (01-03) en bouwblok E) treden hoge geluidbelastingen op waarbij niet voldaan wordt aan de richtwaarden van stap 2 en/of van stap 3 van de VNG-publicatie en het Activiteitenbesluit milieubeheer. De optredende hoge geluidbelastingen op de nieuwbouw komen geheel voor rekening door het bestaand metaalbewerkingsbedrijf gelegen aan de Galjoenstraat 39a. Maatregelen aan de bron zijn geen optie omdat de inrichtinghouder geen medewerking hieraan wenst te verlenen. Daarom heeft ontwikkelaar gekozen voor maatregelen in de overdracht en voorzieningen bij de ontvanger. Dit betreft de toepassing van dove gevels (bouwblok B (01-05) en bouwblok C (01-03)), de toepassing van tuinmuren (bouwblok B (01-05) en bouwblok C (01-03)), de toepassing van geluidschermen (bouwblok C (01-03) en bouwblok E)), situering van de geluidgevoelige ruimten en buitenruimten van bouwblok B (01-B05) aan de oostgevel en de gevels van de betreffende bouwblokken aanvullend te isoleren.
Door het realiseren van schermen ter hoogte van de te openen delen (eerste verdieping westgevel bouwblok C (01-03) en de derde en vierde verdieping westgevel bouwblok E) kan voldaan worden aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer én de richtwaarden van stap 2 van de VNGpublicatie, met andere woorden 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 70/65/60 dB(A) voor het maximale geluidniveau in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Om te kunnen voldoen aan het wettelijk toelaatbaar binnenniveau van: • 35 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, én • 55/50/45 dB(A) voor het maximale geluidniveau in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode, én • 33 dB voor wegverkeer, worden de woningen B01-B05, C01-03 en de appartementen van gebouw E, naast bovenstaande maatregelen en voorzieningen, aanvullend geïsoleerd. Omdat voor bouwblok E sprake is van cumulatie t.g.v. wegverkeerslawaai en industrielawaai, is de karakteristieke geluidwering van de gevels gebaseerd op de gecumuleerde geluidbelasting. Daarnaast worden aan de balkons van de appartementen van bouwblok E zodanige maatregelen getroffen dat de balkons en de achterliggende gevel geluidluw zijn in de geest van het gemeentelijk geluidbeleid. Hierbij gaat ontwikkelaar verder dan dit op grond van het gemeentelijk geluidbeleid vereist is.
Voor de overige bouwblokken is enkel sprake van blootstelling aan industrielawaai. Bij de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting is ten aanzien van de bestaande, veelal kleinschalige bedrijvigheid waaronder het bedrijfsverzamelgebouw aan de Galjoenstraat 43a-43e uitgegaan van een representatieve invulling van de maximaal planologische mogelijkheden. In dit concrete geval is uitgegaan van een bedrijfssituatie die realistisch wordt geacht. Hierbij wordt opgemerkt dat de omliggende bestaande woningen aan de Galjoenstraat al maatgevend/beperkend zijn voor de mogelijkheden van het bedrijfsverzamelgebouw. Daarnaast is het bedrijfsverzamelgebouw in de richting van de nieuwbouw voorzien van een volledig gesloten gevel. Om recht te doen aan de bedrijfsvoering van het metaalbewerkingbedrijf aan de Galjoenstraat 39a zijn ter hoogte van de nieuwbouw hogere grenswaarden gesteld middels een maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit zijn hogere grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau én de maximale geluidniveaus.
Geconcludeerd kan worden dat ondanks de hoge geluidbelasting op een deel van de nieuwbouw door het treffen van een pakket aan maatregelen en voorzieningen in de overdracht en op gebouwniveau sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat door het stellen van hogere grenswaarden middels een maatwerkvoorschrift recht wordt gedaan aan de bedrijfsvoering van het metaalbewerkingsbedrijf Galjoentraat 39a.
Conclusie De zienswijze is gedeeltelijk gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: 1. In de toelichting van het bestemmingsplan in paragraaf 4.3 wordt de afstand aangepast naar 30 meter; 2. De rekeningresultaten worden opgenomen in het gewijzigde akoestisch onderzoek industrielawaai Galjoenstraat ingenieursburo F. Bouwmans, rapportnr FBi20181215-10 d.d. 8-2-2022; 32
3.
In het akoestisch rapport d.d. 8 februari 2022 wordt de verwijzing naar bijlage 5.1 gewijzigd naar 4.1;
Bijlagen Bijlage 1: staat van wijzigingen Piushavengebied 2009 7e herz. (Galjoenstraat Noord) Bijlage 2: akoestisch onderzoek industrielawaai Galjoenstraat ingenieursburo F. Bouwmans, rapportnr FBi20181215-10 d.d. 8-2-2022
33