CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nota van zienswijzen bp Galjoenstraat Noord v2 DEF

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel gewijzigd vaststellen BP Piushavengebied 2009, 7e herz. (Galjoenstraat Noord)17.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan "Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)" 1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan "Piushavengebied 2009, 7e herziening (Galjoenstraat Noord)" heeft ter inzage gelegen van maandag 2 augustus 2021 tot en met maandag 13 september 2021. Tijdens deze periode zijn er in totaal zes schriftelijke zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn binnen de termijn ingekomen en daarmee ontvankelijk. Hierna volgt een samenvatting van de zienswijzen, het standpunt van het gemeentebestuur en de conclusie aangaande de beoordeling. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze, er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. Zienswijzen van natuurlijke personen zijn geanonimiseerd.

2. Ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan Gebleken is dat er enkele onvolkomenheden in het ontwerpbestemmingsplan zitten. Daarnaast is ten behoeve van de leesbaarheid van het bestemmingsplan een gewijzigde regeling ten behoeve van de benodigde geluidwerende voorzieningen in de regels opgenomen. Voor een overzicht van de ambtshalve wijzigingen verwijzen wij naar bijlage 1 bij deze notitie, “staat van wijzigingen bestemmingsplan Piushavengebied 2009, 7e herz. (Galjjoenstraat Noord)”.

3. Zienswijzen omwonenden Zienswijze 1 (ontvangen op 8 augustus 2021) (Galjoenstraat 34) 1.

Reclamant geeft aan blij te zijn dat dit gebied ontwikkeld gaat worden. Het is een mooi stukje van de Piushaven wat nu zo goed als ongebruikt achterblijft. Reactie gemeente De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie De zienswijze onder 1.1 leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2.

Er wordt aan de parkeernorm voldaan. Toch wordt gevreesd voor parkeerproblemen. Momenteel is parkeren in de Galjoenstraat problematisch, ondanks dat er betaald parkeren is ingevoerd. In het plan wordt maar net voldaan aan de parkeernorm. Onder de appartementen is slechts ruimte voor 8 parkeerplaatsen. Gevraagd wordt of er mogelijkheden zijn om daar de parkeercapaciteit te vergroten. Momenteel wordt autogebruik ontmoedigd door het niet verlenen van nieuwe vergunningen in de openbare ruimte. Gevraagd wordt wat de gedachte hierachter is. Reactie gemeente In paragraaf 3.4 van de toelichting wordt ingegaan op parkeren. Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de vastgestelde gemeentelijke parkeernormen. De parkeernormen van zone A zijn van toepassing. Dat wil zeggen dat er lagere parkeernormen gelden omdat bewoners meer gebruik kunnen maken van andere vervoerswijzen, zoals de fiets en openbaar vervoer en om autogebruik te ontmoedigen. Nieuwe bewoners kunnen geen parkeervergunning krijgen in het openbare gebied. De totale parkeerbehoefte van het plan is vastgesteld op 49 parkeerplaatsen. Er worden 56 parkeerplaatsen aangelegd. Daarvan worden in het openbaar gebied 3 extra parkeerplaatsen aangelegd. Er wordt dus voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Er worden zelfs iets meer parkeerplaatsen aangelegd.

De gedachte aan het niet verlenen van parkeervergunningen voor nieuwe bewoners is het ontmoedigen van het autogebruik. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe bewoners meer auto’s (bv 2e auto) aanschaffen dan waar parkeerplaatsen in het plan zijn voorzien. Doordat geen parkeervergunning wordt verleend om in het openbaar gebied te kunnen parkeren, wordt zo de parkeerdruk in de omgeving niet vergroot. 1

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de gemeentelijke parkeernorm. De zienswijze onder 1.2 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 2 (ontvangen op 17 augustus 2021) (Hoogvensestraat 88)

1.

Reclamant verzoekt om een directe achterom te maken voor bewoners van Hoogvensestraat 86. Er is nu een recht van overpad voor de tuinen Hoogvensestraat 88, 90, 92 en 94. Met het nieuwe plan worden mogelijkheden gezien voor een eigen achterom. De tuin van Hoogvensestraat 86 grenst aan het toekomstig perceel C03. Door de schuur in de hoek van de tuin naar voren te plaatsen is het mogelijk om een doorgang te creëren naar de achterom van C02 en C01. Reactie gemeente Het maken van afspraken over een achterom is een privaatrechtelijke zaak tussen ontwikkelaar en eigenaren van de woningen. Wij hebben de ontwikkelaar om een reactie in deze gevraagd. De ontwikkelaar geeft aan dat voor Hoogvensestraat 86 een erfdienstbaarheid van kracht is, die het mogelijk maakt om uit te wegen via de naastgelegen percelen nummers 88 t/m 94 naar de Hoogvensestraat. De eigenaren van deze woningen hebben de erfdienstbaarheid niet als een pad achter de woningen ingericht maar geven elkaar recht van overpad door wat nu door hen als tuin wordt gebruikt. Het verzoek van Hoogvensestraat 86 komt erop neer dat de huidige erfdienstbaarheid voor dit perceel komt te vervallen en er een nieuwe erfdienstbaarheid op de gronden in het plangebied wordt gevestigd. Alle achterpaden worden immers als privaat terrein uitgegeven.

De achterpaden worden afgesloten met een poort en zijn alleen toegankelijk voor de percelen die daar direct aan grenzen. De ontwikkelaar vindt het gewenst de tuin van perceel C03 in het planinitiatief te handhaven zoals deze nu is uitgewerkt tot tegen de bestaande bebouwing van Galjoenstraat 43a-43e, zodat de nuttige meters tuin van dit kavel zijn geoptimaliseerd. Het vestigen van een erfdienstbaarheid betreft voor perceel C03 een in verhouding relatief groot verlies aan tuinoppervlakte. Voor de al diepe percelen (gemiddeld 30 meter) aan de Hoogvensestraat is deze impact verhoudingsgewijs veel kleiner en kunnen bewoners er gezamenlijk voor kiezen de erfdienstbaarheid in te richten als een achterpad. Conclusie Het bestemmingsplan geeft mogelijkheden tot het vestigen van een achterom. Ontwikkelaar en bewoners dienen hier onderling afspraken over te maken. De ontwikkelaar heeft aangegeven niet mee te gaan in de wens tot het vestigen van een achterom op de het te ontwikkelen perceel. De zienswijze onder 2.1 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 3 (ontvangen op 6 september 2021) (Hoogvensestraat 86) 1.

Namens de eigenaren van de woningen in Hoogvensestraat 82, 84 en 86 wordt bezwaar gemaakt tegen het bouwen tegen de schutting en schuren. Dit om er voor te zorgen dat men bij de eigendommen kan blijven komen voor onderhoud en calamiteiten. De voorkeur gaat uit naar een brandgang voor de nieuwe bewoners én de indieners van zienswijzen. Men wil graag erbij betrokken worden. Reactie gemeente Er wordt op korte afstand van de eigendommen gebouwd. Daar waar achtererven aan elkaar grenzen is het toegestaan om tot tegen de erfgrens te bouwen. Het bouwen van schuttingen en bergingen tegen de erfgrens is bovendien in veel gevallen vergunningvrij. Ook in de huidige situatie is er geen sprake van een openbaar toegankelijk terrein. Dit bestemmingsplan wijzigt niets aan deze situatie. De ontwikkelaar heeft aangegeven dat de bestaande erfafscheidingen in nader overleg met de bewoners in stand worden gehouden of waar nodig worden aangepast. Voor zover de erfafscheidingen geen gemeenschappelijk eigendom betreffen, wordt het onderhoud hiervan over en weer geregeld in het burenrecht. Het toevoegen van een ‘brandgang’ is niet wenselijk.

2

Conclusie Tussen de ontwikkelaar en de bewoners zullen afspraken worden gemaakt over de instandhouding van de bestaande erfafscheiding. De zienswijze onder 3.1 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 4 (ontvangen op 12 september 2021) (Primus van Gilspark 4) 1.

Op 13 september 2021 ontving reclamant de sleutel van de woning aan de Galjoenstraat en is dus belanghebbende. In de toelichting staat dat er 5 bouwlagen worden gebouwd. Op de diverse afbeeldingen staan maar 4 bouwlagen. Klopt het dat er maar 4 bouwlagen worden gebouwd? Reactie gemeente Het plan gaat uit van 4 bouwlagen. In de toelichting is dit dus foutief weergegeven. Dit wordt aangepast. De maximale hoogte op de verbeelding wordt gewijzigd naar 15 meter. Conclusie De zienswijze onder 4.1 is gegrond. De toelichting van het bestemmingsplan wordt aangepast in die zin dat 5 bouwlagen wordt gewijzigd naar 4 bouwlagen. Op de verbeelding wordt de maximale hoogte gewijzigd van 16 meter naar 15 meter.

2.

Waarom wordt met dit plan buiten de wijzigingsbevoegdheid gegaan? Ofwel waarom wordt niet binnen het aantal toegestane bouwlagen gebleven? Dit draagt immers bij aan het behoud van het open karakter van de straat. Reactie gemeente Het plan voldoet niet aan de binnenplanse mogelijkheid tot wijziging van het bestemmingsplan omdat het maximum aantal woningen dat in de wijzigingsbevoegdheid wordt genoemd wordt overschreden. Dat voor het onderhavige plan een procedure tot bestemmingsplanherziening moet worden gevolgd heeft dan ook geen relatie met de toegepaste bouwhoogte. Conclusie Een wijziging van het bestemmingsplan is niet mogelijk vanwege het aantal te bouwen woningen. Daarom wordt het bestemmingsplan herzien. De zienswijze onder 4.2 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

3.

In de tolichting staat vermeld dat er een regeling komt om inkijk vanuit balkons te beperken. Deze toelichting lijkt te zien op een beperkt aantal balkons. Echter dit is ook relevant voor de woningen aan de Galjoenstraat. Hoe wordt de privacy gewaarborgd (inkijk woningen beperkt). Waarom worden de balkons van de appartementen die naast de loods liggen niet aan de zijkant geplaatst met uitzicht op de loods, net zoals aan de andere zijkant van het complex. In de huidige tekeningen blijven de balkons binnen het te bebouwen perceel. Deze hangen niet over de stoep in het openbaar gebied. Dit is van belang voor de privacy. Wat is de beoogde afstand tussen de balkons en de woningen aan de Galjoenstraat? Reactie gemeente De tekst waar reclamant op doelt betreft een samenvatting van het advies van het planteam, dat in het kader van de omgevingsdialoog is uitgebracht. Het volledige advies is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Het planteam heeft geadviseerd om aan de voorzijde en/of zijkanten van de balkons (aan de kant van de reeds bestaande woningen) een wand te plaatsen. De eerste drie woningen, aan de kant van de reeds bestaande bouw, zouden kunnen worden voorzien van een scherm o.i.d. aan de voorzijde. De ontwikkelaar heeft voorgesteld De zijkanten van de balkons van de eerste twee woningen (de laatste woningen in de rij) tot een hoogte van ca. 1,80m dicht te maken, bijv.

met gematteerd glas. Op de kopse kanten van de balkons kan een bredere rand worden gerealiseerd om in voldoende privacy over en weer te voorzien. Het kwaliteitsteam heeft aangegeven de aangedragen oplossing van de ontwikkelaar een goede manier te vinden om de privacy in de tuinen van de bestaande woningen te waarborgen. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning zal aandacht worden besteed aan de hiervoor genoemde aangedragen oplossing.

3

Conclusie De zienswijze onder 4.3 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning zal wel aandacht worden besteed aan de privacy in de tuinen van de bestaande woningen en zullen de genoemde maatregelen aan de balkons, zoals hierboven vermeld, worden gedaan. Zienswijze 5 (ontvangen op 14 september 2021) (Boskamp en Willems advocaten, namens Hoogvensestraat 56a) 1.

Reclamant heeft in een eerder stadium, in het kader van het wijzigingsplan wat met ingang van 13 juli 2020 ter inzage heeft gelegen, al een zienswijze ingediend op het wijzigingsplan en verzoekt het gestelde in die zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen. Reactie gemeente In paragraaf 8.4 van de toelichting is ingegaan op de zienswijzen die ingediend zijn op het wijzigingsplan. Volledigheidshalve wordt daar naar verwezen. Conclusie Voor de beantwoording van genoemde zienswijzen wordt verwezen naar paragraaf 8.4 van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat deze zienswijze ongegrond is en niet leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2.

Met het bestemmingsplan wordt een woning direct grenzend aan het perceel van reclamant mogelijk gemaakt met een bouwhoogte van maximaal 4 m. In het vigerend bestemmingsplan Piushavengebied 2009 was de grond direct achter de woning bestemd als erf waar een bouwhoogte van 0 meter was toegestaan. Gebouwen van algemeen nut zijn van een hele andere orde dan gebouwen bestemd voor wonen. Bouwwerken van algemeen nut zullen naar alle waarschijnlijkheid niet bestaan uit een volledig afgesloten stenen muur van 3,50 m, zodat de inbreuk op het uitzicht in mindere mate wordt aangetast. Daarnaast wordt opgemerkt dat indien het erf niet wordt bebouwd slechts een erfafscheiding van 1 m mogelijk is op dat perceel. Reactie gemeente Het vigerend bestemmingsplan voor de gronden gelegen direct achter het perceel van reclamant is niet bestemmingsplan Piushavengebied 2009, maar bestemmingsplan Piushavengebied 2009, 1 e wijziging (Galjoenstraat noord deel 1). Volgens dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als Gemengd. Hierop zijn gebouwen van algemeen nut toegestaan tot een hoogte van maximaal 3,5 meter. Dat kan tot op de perceelgrens. Verder mogen erf- en terreinafscheidingen worden opgericht met een hoogte van maximaal 2 meter. In het nu voorliggende bestemmingsplan is op circa 1 meter afstand een bouwvlak gelegen waar tot een hoogte van 4 m.

Besloten is deze hoogte te verlagen tot 3,30 meter, zie hiervoor de beantwoording van de zienswijze bij punt 5.3. Qua bebouwing is er dan ook weinig verschil met het vigerend wijzigingsplan. Gesteld wordt dat bouwwerken van algemeen nut naar alle waarschijnlijkheid niet bestaan uit een volledig afgesloten stenen muur van 3,50 m, zodat de inbreuk op het uitzicht in mindere mate wordt aangetast. Dat is echter niet zeker. We dienen uit te gaan van wat planologisch mogelijk is. Conclusie De zienswijze onder 5.2 is gegrond wat betreft de maximale bouwhoogte van de bungalow. Deze wordt verlaagd van 4 naar 3,30 meter.

3.

Een bungalow van 4 m hoog belemmert het zicht, haalt lichtinval weg en straalt warmte af. Tijdens gesprekken tussen reclamant, de projectontwikkelaar en de gemeente is onder meer afgesproken dat de hoogte verlaagd zou worden naar 3,3m (zonder afwijking) of 3m (met 10% afwijking). Die afspraak is ook opgenomen in de beantwoording van de ingediende zienswijze op het ontwerp wijzigingsplan. Die afspraak is niet overgenomen in het bestemmingsplan. Reactie gemeente

4

Er is eerder gesproken met reclamant om de bouwhoogte te verlagen. De verbeelding wordt op dit punt aangepast door een maximale bouwhoogte op te nemen van 3,30 m. De hoogte van 3,30m is noodzakelijk om, met de huidige eisen t.a.v. vrije hoogte en benodigde dakisolatie, een woning in 1 bouwlaag te bouwen. Wel wijzen wij er op dat in de algemene regels van het bestemmingsplan voor alle maten en grenzen een algemene afwijkingsmogelijkheid van 10% is opgenomen, om kleine maatverschillen in de uitvoering op te kunnen vangen. Conclusie De zienswijze onder 5.3 is gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. De maximale bouwhoogte ter plaatse wordt gewijzigd naar 3,30m. 4.

Een deel van de grond waarop het ontwerp bestemmingsplan is gesitueerd valt onder de lint ‘rustige linten’ uit de Structuurvisie Linten in de Oude Stad. Gelet op de breedte van de bebouwing (meer dan 16,5 meter) is sprake van bouwtype K3, waardoor het uitgangspunt geldt dat het plan voor extra toegang van openbare ruimte/collectieve ruimte dient te zorgen. Het ontwerp bestemmingsplan zorgt juist niet voor extra toegang tot openbare/collectieve ruimten, waardoor niet voldaan wordt aan de Structuurvisie Linten in de Oude Stad. Reactie gemeente De "Structuurvisie Linten in de Oude Stad" heeft betrekking op tal van straten, waaronder de Hoogvensestraat, Lanciersstraat, Piushaven en Havendijk. De structuurvisie heeft echter geen betrekking op de Galjoenstraat en niet op het onderhavige plangebied. Wel is Piushaven aangeduid als ontwikkelingsgebied. Het plan ligt niet aan een van de linten zoals bedoeld inde Structuurvisie Linten. Derhalve is dat beleid hier niet van toepassing. Conclusie De structuurvisie linten geldt niet voor dit plangebied. De zienswijze onder 5.4 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5.

In paragraaf 6.2.2 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is aangegeven dat volgens de Structuurlinten in de Oude stad de maximaal toelaatbare hoogte 11 m bedraagt. Verder is aangegeven dat voor het onderhavige plan de aaneen gebouwde woningen in de binnenring een bouwhoogte van 7 m en in de buitenring een maximalle goothoogte van 4 m krijgen. Voor vrijstaande woningen zou een maximale bouwhoogte van 10 m gelden. In het ontwerp bestemmingsplan komen echter hoogtes voor tot 10 m. Dit komt niet overeen met hetgeen is gesteld ingevolge de Structuurvisie. Mocht een hoogte van 10 m wenselijk geacht zijn, dan mogen enkel vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Reactie gemeente Zie beantwoording van de zienswijze onder punt 5.4. Conclusie De zienswijze onder 5.5 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6.

Uit de Stedenbouwkundige visie Piushaven, versie 2018, blijkt dat voortaan anders ontwikkeld dient te worden door onder meer doortastende klimaatkeuzes te maken. Of en op welke manier die klimaatkeuzes zijn gemaakt blijkt niet uit het ontwerp bestemmingsplan. Dat zou volgens indiener van zienswijzen op planniveau dienen te gebeuren. Het realiseren van een bungalow geeft in vergelijking met het voorgaande plan tot verwezenlijking van een tussengelegen parkje, eerder blijk van het achterwege laten van de vereiste klimaatkeuzes. In de beantwoording van de zienswijze op het wijzigingsplan wordt opgemerkt dat het plan een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie. De huidige situatie betreft leegstaande bedrijfsgebouwen. De vigerende bestemming laat echter diverse mogelijkheden, waaronder wonen toe. Indien een vergelijking gemaakt wordt tussen bestaand en nieuw, dient dat vanuit planperspectief te gebeuren en niet vanuit de feitelijke situatie naar mogelijkheden in het ontwerp bestemmingsplan. Reactie gemeente 5

Het bebouwde oppervlak is in de beoogde situatie kleiner dan in de bestaande situatie. Ook de verhouding tussen verharding en groen is gunstiger. In het plan komen moderne en duurzame woningen. Water wordt zoveel mogelijk hergebruikt en de woningen zijn zeer goed geïsoleerd, waardoor de belasting op het milieu zo klein mogelijk is. De resterende ruimte (dwarsstraat, binnenhof) zal zo groen mogelijk worden ingericht en de woningoriëntatie is gunstig ten opzichte van de zon. Om te waarborgen dat op het eigen perceel voldoende waterberging wordt aangelegd worden hiervoor regels opgenomen in het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in de regels een minimaal percentage van 30% aan te leggen groen binnen de bestemming ‘verkeer-verblijf’ opgenomen. Conclusie De ontwikkeling draagt voldoende bij aan de klimaatdoelen zoals gesteld in de stedenbouwkundige visie. De zienswijze onder 5.6 is gedeeltelijk gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting tot het aanleggen van waterberging en binnen de bestemming ‘verkeer-verblijf’ een minimaal percentage van 30% aan groen zal worden opgenomen. 7.

Uit de Omgevingsvisie Tilburg 2040 blijkt dat er moet worden geanticipeerd op de effecten van klimaatverandering. De conclusie uit de toelichting bij het plan luidt dat wordt voldaan aan die Omgevingsvisie, maar dat op geen enkele wijze wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze. Reactie gemeente Zie beantwoording van de zienswijze onder punt 5.6 en 5.8. In de toelichting op het bestemmingsplan zal een paragraaf worden toegevoegd met betrekking tot de het programma Water en Riolering en de uitvoeringsagenda Koel Tilburg. Conclusie De zienswijze onder 5.7 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

8.

Er wordt gewezen op enkele passages uit de Uitvoeringsagenda klimaatadaptie Tilburg waaruit blijkt dat Tilburg in 2018 een van de heetste plekken in Nederland was en dat op plekken met veel verharding het extra warm kan worden. Het ontwerp bestemmingsplan voorziet in woningen met parkeerplaatsen en bovenop die parkeerplaatsen particuliere tuinen. Dit komt de klimaatadaptie niet ten goede. Bovendien is het aan de bewoners hoe deze tuinen ingericht worden. Dat kan eventueel ook met volledige bestrating. Het plan staat haaks op de Uitvoeringsagenda. Indiener van zienswijze begrijpt dat wellicht ook op grotere schaal moet worden beoordeeld of voldoende klimaatkeuzes worden genomen, maar het kan niet zo zijn dat deze keuzes in het geheel geen rol spelen in het ontwerp bestemmingsplan. Reactie gemeente De inrichting van particulier terrein, zoals tuinen, is niet gebonden aan regels, zoals een maximum hoeveelheid verharding. Daardoor is de kwaliteit en duurzaamheid van gebouwen van grote invloed op klimaatbestendigheid. Het plan moet op dat niveau nog worden uitgewerkt. Daarbij zal de openbare ruimte zal zo groen mogelijk worden ingericht. Dit is mogelijk door de autovrije, en derhalve groen ingerichte, woonstraten die haaks op de Galjoenstraat staan. Zie verder beantwoording zienswijze onder 5.6.

Conclusie De zienswijze onder 5.8 is gedeeltelijk gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Om te waarborgen dat genoemde woonstraten een groene uitstraling krijgen wordt in de regels een verplichting tot minimaal 30% groenvoorzieningen opgenomen. Bij de uitwerking van het plan zal rekening worden gehouden met de doelstellingen van klimaatadaptatie.

9.

Uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van wonen en ligt in stedelijk gebied, een onderbouwing moet bevatten waaruit blijkt dat de ontwikkeling past in de regionale afspraken en dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling betreft. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen bevordert onder andere een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, maar houdt daarnaast rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van 6

water. Het bestemmingsplan houdt geen rekening met klimaatverandering. Op de onderwerpen hittestress en opvang van water wordt in het geheel niet ingegaan. Ten aanzien van de stedelijke ontwikkeling is opgenomen: “Het plangebied is in de Interim Omgevingsverordening aangewezen als stedelijk gebied. De provincie streeft hier naar zorgvuldig ruimtegebruik. In het plangebied is sprake van transformatie van bedrijventerrein naar woningbouw. De ontwikkeling kan gezien worden als een duurzame stedelijke ontwikkeling. De woningen worden conform het geldende Bouwbesluit energieneutraal gebouwd. Daarnaast is er geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Geconcludeerd wordt dat voldaan is aan het beginsel van zuinig ruimtegebruik.” Deze motivatie is reclamant niet afdoende om te kunnen concluderen dat wordt voldaan aan het vereiste van duurzame stedelijke ontwikkeling. Reactie gemeente Gedoeld wordt op het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en de toets aan artikel 3.1.6 tweede lid Bro (ladder voor duurzame verstedelijking), zoals gesteld in artikel 3.6 lid 1 van de Interim omgevingsverordening. Nu de ontwikkeling is gelegen in het stedelijk gebied én wordt voldaan aan de regionale afspraken t.a.v. woningbouw in de gemeente Tilburg, wordt voldaan aan artikel 3.1.6. Bro.

Daarnaast is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, aangezien hier sprake is van een transformatie van bedrijventerrein naar woningbouw. Dit neemt niet weg dat wij streven naar een ontwikkeling die bijdraagt aan de doelstellingen zoals geformuleerd in de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Tilburg. Zie hiervoor de beantwoording van de zienwijze onder punt 5.6. en 5.8. Conclusie De zienswijze onder 5.9 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de toelichting op het bestemmingsplan zal wel nader in worden gegaan op de klimaatdoelen die wij nastreven.

10. Tijdens gevoerde gesprekken tussen indiener van zienswijzen, de gemeente en projectontwikkelaar is onder meer gesproken over het zicht en het te kort aan groen in het ontwerp bestemmingsplan. Daarover is in de toelichting opgenomen: Ook is gewezen op de mogelijkheid om afspraken te maken tussen ontwikkelaar en bewoners om bijvoorbeeld een groene wand te realiseren en hiermee de overgang tussen achtertuin en bebouwing te verzachten. De ontwikkelaar heeft zich bereid getoond te willen meedenken over deze mogelijkheid, maar dat gesprek is niet van de grond gekomen. Reclamant heeft medegedeeld bereid te zijn om de grond waar de bungalow komt te kopen. Reactie gemeente Dit is een private aangelegenheid die los staat van het bestemmingsplan. Indien partijen hierover afspraken wensen te maken dan dient dit tussen bewoners en ontwikkelaar te gebeuren. Conclusie De zienswijze onder 5.10 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 11. De gemeente ziet ook het belang van een groene uitstraling, blijkens de eerder genoemde documenten. Die mogelijkheden kunnen al in het ontwerp bestemmingsplan worden opgenomen en hoeven niet pas aan bod te komen bij verdere concretisering van het project. Reactie gemeente Zie reactie bij zienswijze punt 5.8.

Conclusie De zienswijze onder 5.11 is gegrond en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat een regeling inzake een minimum percentage van 30% groen binnen de bestemming ‘verkeer-verblijf’ zal worden opgenomen. 12. Opgemerkt wordt dat in de zienswijze tegen het ontwerp wijzigingsplan opgemerkt is dat het advies van het planteam van juni 2020 onterecht niet is meegenomen in de besluitvorming. Daarover is opgemerkt dat het gesprek niet heeft geleid tot een acceptabele oplossing voor partijen. Bij reclamant bestaat het

7

gevoel dat het plan enkel vanuit het perspectief van de ontwikkelaar is opgesteld en dat de daarmee strijdige belangen van omwonenden er niet toe doen. Reactie gemeente Er is meerdere keren met reclamanten gesproken. Hierbij is toegelicht hoe het plan tot stand is gekomen en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Ook is geprobeerd om binnen de mogelijkheden tot een acceptabele oplossing te komen. Gezien de vele gesprekken kan de gemeente zich niet vinden in het gevoel dat enkel vanuit het perspectief van de ontwikkelaar is gekeken. Conclusie De zienswijze onder 5.12 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan

Conclusie De zienswijzen genoemd onder 5 zijn gedeeltelijk gegrond en leiden tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: a. De maximale bouwhoogte van twee bungalows aan de zijde van de achtertuinen van de woningen aan de Hoogvensestraat wordt verlaagd van 4 naar 3,30 meter; b. De maximale bouwhoogte tpv appartementen aan de Galjoenstraat wordt verlaagd van 16 naar 15 meter; c. In de toelichting in paragraaf 3.1 wordt het aantal bouwlagen waar naar wordt verwezen, gewijzigd in 4. d. In de toelichting wordt nader ingegaan op het programma Water en Riolering en de klimaatagenda Koel Tilburg. e. Binnen de bestemming ‘verkeer-verblijf’ wordt een minimum percentage van 30% aan groenvoorzieningen opgenomen en een maximum van 70% verharding. f. Binnen de bestemming ‘wonen’ wordt een voorwaardelijke verplichting voor het bergen van minimaal 60mm water opgenomen. Voor het overige zijn de zienswijzen ongegrond.

4. Zienswijzen De Kort Metaalbewerking Zienswijze 6 (ontvangen op 8 september 2021) (Wintraecken Advies b.v., namens W. de Kort / De Kort Metaalbewerking, Galjoenstraat 39a) Samenvatting en conclusie zienswijze 6 Reclamant heeft een metaalbewerkingsbedrijf op korte afstand van de nieuw te bouwen woningen. Reclamant is het niet eens met de bouw van de woningen op korte afstand van zijn bedrijf en vreest voor een te hoge geluidbelasting op de woningen. Reclamant is van mening dat de gehanteerde richtafstanden niet correct zijn toegepast. Reclamant is van mening dat niet enkel voor zijn bedrijf maatwerkvoorschriften noodzakelijk zijn, maar ook voor de overige bedrijven in de directe omgeving van de woningen. Reclamant is van mening dat de ruimere grenswaarden door middel van maatwerkvoorschriften formeel worden vastgesteld, alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Om de geluidbelasting op de woningen in beeld te krijgen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, opgesteld door F. Bouwmans Ingenieursbureau “Nieuwbouwplan Galjoenstraat te Tilburg, akoestisch onderzoek industrielawaai, kenmerk FBI202181215-09 d.d. 28 mei 2021”.

Naast dit akoestisch onderzoek zijn twee akoestische notities uitgevoerd van Cauberg-Huygen (notitie 06177-52336-09 ‘akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg, blok B en C’ en notitie 06177-52336-10 ‘akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg, blok E’. Het onderzoek en de 2 notities zijn als bijlagen bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan opgenomen (bijlage 4, 25 en 26). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat met geluidwerende voorzieningen, het aanbrengen van geluidschermen en het toepassen van dove gevels voldaan kan worden aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Reclamant heeft het bestemmingsplan op de aspecten geluid en gevaar laten toetsen door Tecmap. Hieronder worden per punt (1 t/m 7) de zienswijzen behandeld en het standpunt van het gemeentebestuur hierop vermeld. Een uitgebreide samenvatting en conclusie van reclamant en de reactie van de gemeente hierop is onder punt 8 opgenomen.

8

Voor wat betreft de richtafstand voor gevaar wordt in de toelichting op het bestemmingsplan in paragraaf 4.3 de tekst aangepast naar 30 meter. Daarnaast wordt voorzien in een brandwerende muur ter afscherming. De zienswijzen met betrekking tot geluid hebben geleid tot een nieuwe berekening van de geluidbelasting op de nieuwbouw. De resultaten zijn verwerkt in het ‘akoestisch onderzoek industrielawaai Galjoenstraat ingenieursburo F. Bouwmans, rapportnr. FBi20181215-10 d.d. 8-2-2022’ dat als bijlage bij deze notitie zienswijzen wordt gevoegd. Dit rapport vervangt het akoestisch rapport dat als bijlage 4 bij het ontwerpbestemmingsplan was gevoegd. Daarnaast zijn de twee akoestische notities van Cauberg-Huygen (notitie 06177-52336-09 ‘akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg, blok B en C’ en notitie 0617752336-10 ‘akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg, blok E’) aangepast. De optredende hoge geluidbelastingen komen geheel voor rekening van het metaalbewerkingsbedrijf van reclamant. Maatregelen aan de bron zijn geen optie, omdat hier geen medewerking vanuit het bedrijf aan wordt verleend. Daarom heeft ontwikkelaar gekozen voor maatregelen in de overdracht en voorzieningen bij de woningen (de ontvanger).

Om recht te doen aan de bedrijfsvoering van het bedrijf van reclamant zijn ter hoogte van de nieuwbouw hogere grenswaarden gesteld middels een maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het voornemen om maatwerkvoorschriften op te leggen is op 2 maart 2022 voorgelegd aan reclamant. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan worden alle belangen afgewogen. Het belang tot de bouw van de woningen is in dit geval groter dan het belang van reclamant tot een ongewijzigde bedrijfssituatie. Hierbij hebben wij overwogen dat, ondanks de hoge geluidbelasting op een deel van de nieuwbouw, door het treffen van een pakket aan maatregelen en voorzieningen in de overdracht en op gebouwniveau, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen. Verder nemen wij in overweging dat door het stellen van hogere grenswaarden middels een maatwerkvoorschrift recht wordt gedaan aan de bedrijfsvoering van het metaalbewerkingsbedrijf. De te treffen maatregelen worden geborgd in de regels in het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. Hieronder volgt puntsgewijs een reactie op de zienwijzen 1.

Zienswijze toelichting ontwerp bestemmingsplan paragraaf 4.3 Milieuhinder bedrijven In het bestemmingsplan Plushaven 2009 is het metaalbewerkingsbedrijf positief bestemd aan de Galjoenstraat 39a waarbij de activiteiten zijn ingedeeld als een milieucategorie 3.2 "Constructiewerkplaats - gesloten gebouw (SBI 281-1)". Bij het bedrijf worden in de werkplaats onder andere metalen trappen op maat geproduceerd (geen machines of transportmiddelen). De productieoppervlakte (p.o.) bedraagt meer dan 200 m2. Hierbij zijn, in de bijlagen van het vigerende bestemmingsplan, de volgende richtafstanden opgenomen voor de verschillende milieuaspecten:

In het ontwerpbestemmingsplan Piushavengebied 2009, 7e herz., wordt onder paragraaf 4.3 Milieuhinder bedrijven gesteld dat op het adres Galjoenstraat 39a sprake zou zijn van een metaalbewerkend bedrijf waarvoor een richtafstand voor geluid van 100 meter en voor gevaar 10 meter. Dit wijkt af met de richtafstanden zoals genoemd in bovenstaande tabel. Mochten twijfels bestaan over de omschrijving van de metaalbewerkende activiteiten: in de lijst van activiteiten uit het vigerende bestemmingsplan is geen enkel metaalbewerkende activiteit opgenomen met deze combinatie van richtafstanden zoals beschreven in de toelichting op het bestemmingsplan.

9

Genoemde richtafstanden zijn van toepassing op een 'rustige woonwijk'. Blijkbaar wil de gemeente de kwalificatie 'gemengd gebied' hanteren hetgeen hogere geluidniveaus mogelijk maakt en dus een kwalitatief slechtere woonomgeving. Volgens de VNG-publicatie worden de afstanden in dit geval met 1 stap verkleind. Dit betekent dat bij een richtafstand van 50 meter van de erfgrens tot woningen naar mening van de gemeente nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de plankaart blijkt dat de afstand tussen de geprojecteerde woningen en het bedrijf De Kort Metaalbewerking zelfs kleiner is dan 10 meter. Behalve het milieuaspect geluid moet ook aandacht worden geschonken aan de overige drie milieuaspecten, ook wanneer wordt uitgegaan van een gemengd gebied. In het onderhavige plan is alleen aandacht geschonken aan twee van de vier milieucompartimenten namelijk geluid en gevaar. De milieukundige beschouwing in het bestemmingsplan is hiermee niet volledig en ontoereikend. Reactie gemeente De richtafstand voor gevaar bedraagt inderdaad 30 meter. Dit zal aan worden gepast in de toelichting op het bestemmingsplan. Ten aanzien van de zienswijzen met betrekking tot de aspecten geur en stof merken wij het volgende op: Binnen de inrichting vinden in de werkplaats metaalbewerkende activiteiten zoals zagen, afbramen, boren en lassen plaats.

Incidenteel en kortstondig wordt op het buitenterrein balken die te lang zijn om in de werkplaats te bewerken, op het buitenterrein op maat doorgeslepen. Ten aanzien van geur zijn enkel voor reinigen/lijmen/coaten van metalen en het aanbrengen van anorganische deklagen op metalen specifieke geurvoorschriften in het Activiteitenbesluit milieubeheer opgenomen. Deze activiteiten vinden niet binnen de inrichting plaats. Ten aanzien van stof is het verboden om metaalbewerkende activiteiten buiten het bebouwde deel van de inrichting uit te voeren. Dit mag enkel als het te bewerken object zo groot is, dat binnen uitvoeren niet mogelijk is. In dat geval moet de uitstoot van stof geminimaliseerd worden. Als de inrichting toch activiteiten buiten uitvoert, moet de emissies in de buitenlucht zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt worden. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van stofarme technieken voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is. Een schuurmachine of zaaggereedschap kan bijvoorbeeld eenvoudig worden voorzien van een mobiele stofafzuigunit met filter. Deze voorschriften zijn geborgd in het Activiteitenbesluit milieubeheer dat op de inrichting rechtstreeks van toepassing zijn.

Gelet hierop en uitgaande dat de inrichting voldoet aan de bepalingen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer waaronder regels ten aanzien van het lassen en zagen/slijpen van metalen, is het aannemelijk dat geur- en stofoverlast niet te verwachten is. Conclusie De zienswijze onder 6.1 is gedeeltelijk gegrond, in die zin dat in de toelichting de afstand met betrekking tot gevaar wordt gewijzigd naar 30 meter. Voor wat betreft de aspecten geur en stof stellen wij op basis van bovenstaande motivatie dat er geen hinder te verwachten valt. 2.

Zienswijze op het aspect brandveiligheid Voor wat betreft de richtafstand voor externe veiligheid kunnen de richtafstanden niet met 1 afstandsstap worden verkleind. Dit houdt in dat voor wat betreft de richtafstand voor gevaar een afstand van 30 meter tot de grens van de inrichting moet worden gehandhaafd. Binnen deze afstand worden nu woningen geprojecteerd. De gemeente is op de hoogte dat binnen het bedrijf gebruik wordt gemaakt van acetyleen, argon, propaan, zuurstof en edelgas mengsel. Deze staan, zoals ook uit het milieudossier blijkt, opgesteld in de noordoostelijke hoek van het bedrijfshal, vlak naast de scheidingsmuur waarachter de nieuwe woningen zijn gepland. Op 21 februari 2019 informeerde Burgemeester en Wethouders middels een schrijven aan de leden van de gemeenteraad dat ter beperking van het erkende gevaar er een brandwerende muur zou worden gerealiseerd. In paragraaf 4.3 van de toelichting is aangegeven dat de bestaande metselwerk muur op de erfgrens blijft tot een hoogte van circa 2 meter. Op de erfgrens is in noordelijke richting echter geen sprake van een metselwerk muur. Inmiddels is duidelijk dat de bestaande muur op de oostelijk erfgrens wordt gesloopt en dus is ook hier geen sprake meer van een "bestaande" muur. De enige muur die overeind blijft zijn de oosten westgevels van de werkplaats die opgebouwd zijn uit betonnen stenen.

De noord- en zuidgevel bestaan overwegend uit glas. In de studie van bureau Veldweg van 8 maart 2019 (kenmerk 7615S02), die als bijlage 18 bij het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd, wordt ten eerste niet uitgegaan van het vergund aantal 10

gasflessen in opslag maar wordt ten tweede ook uitgegaan van een scheidende metselwerkmuur met een hoogte van 2 meter die er niet (meer) is. Hierdoor is niet bewezen dat in de nieuwe situatie sprake zal zijn van een (brand) veilige situatie. Immers in de conclusie staat dat door de aanwezigheid van scheidende metselwerk muur een veilige situatie vanuit de milieubelastende activiteit richting de woningen aanwezig is waarbij kan worden afweken van de richtafstand zoals omschreven in de handreiking van de VNG. De scheidende metselwerk muur zal na sloop niet meer aanwezig zijn, zodat niet kan worden afgeweken van de richtafstand van 30 meter. Woningbouw binnen 30 meter van de grens van de inrichting is dan niet mogelijk. Een (nieuw) onderzoek naar het verbeteren van de (brand)veiligheid richting woningen wordt noodzakelijk geacht waarbij het oorspronkelijke plan van een brandwerende muur opnieuw moet worden overwogen. Reactie gemeente Er is geen sprake van relevante veiligheids- of plaatsgebonden risicocontouren vanuit externe veiligheid. Afwijken van de richtafstand voor 'Gevaar' is onderbouwd aan de hand van de beschreven, en in de regels vastgelegde maatregelen. De brandwerende muur is opgenomen in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan en daarmee planologisch geborgd.

Conclusie De ingekomen zienswijze onder 6.2 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. 3.

Zienswijze t.a.v. wegverkeerslawaai In het ontwerpbestemmingsplan wordt alleen de geluidbijdrage beschouwd van wegen waarvoor de Wet Geluidhinder van toepassing is (Wethouder Baggermanlaan). Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het wenselijk, om te kunnen bepalen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat, ook de geluidbijdrage vanwege wegen te beschouwen waarvoor de Wet geluidhinder niet van toepassing (wegen met een maximumsnelheid van 30 km/h). Aangezien in deze situatie een belangrijk deel van de geluidbelasting door industrielawaai wordt bepaald, wordt het niet beschouwen van de geluidbelasting vanwege de wegen rondom het plangebied als een tekortkoming gezien. Daarbij is onduidelijk of bij de nieuw te bouwen woningen voldaan kan worden aan de eis van een geluidluwe gevel zoals gedefinieerd in het hogere waardenbeleid. Reactie gemeente Met betrekking tot de opmerking of voldaan kan worden aan de eis van een geluidluwe gevel zoals gedefinieerd in het gemeentelijk geluid wordt opgemerkt dat het gemeentelijk geluidbeleid enkel van toepassing is op geluidbronnen waarop de Wet geluidhinder van toepassing is. Voor wegen met een snelheidsregiem van 30 km/uur (waaronder de Galjoenstraat) is de Wet geluidhinder niet van toepassing. De wettelijke voorkeurgrenswaarde voor weg en railverkeer (respectievelijk 48 en 55 dB) wordt niet overschreden.

Dit betekent dat er vanuit het gemeentelijk geluidbeleid geen eisen worden gesteld aan de nieuwbouw zoals de verplichte aanwezigheid van een geluidluwe gevel en een geluidluwe gevel per woning/appartement. Voor de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting van de omliggende wegen onderzocht. Dit betreft de Galjoenstraat, de Gondelstraat, de Hoogvensestraat en de Lanciersstraat. Voor deze wegen geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur. De Wet geluidhinder is op deze wegen niet van toepassing. Uit de rekenresultaten (zie bijlage 10.2 tot en met 10.6) blijkt dat enkel de Galjoenstraat akoestisch relevant is. Met uitzondering van bouwblok E is de geluidbelasting t.g.v. de Galjoenstraat op alle overige bouwblokken lager dan de wettelijke voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Enkel voor bouwblok E is sprake van cumulatie ten gevolge van het wegverkeer en industrielawaai. Om deze reden is de gecumuleerde geluidbelasting (weg + industrielawaai) bepaald en is de karakteristieke geluidwering van de gevels getoetst aan beide spectra (worst case). De gecumuleerde geluidbelasting op de westgevel van bouwblok E bedraagt ten hoogste 59 dB in de dagperiode en 51 dB in de avondperiode. De gecumuleerde geluidbelasting op de zuidgevel van bouwblok E bedraagt ten hoogste 57 dB in de dagperiode en 54 dB in de avondperiode.

Met de in Hoofstuk 3 genoemde voorzieningen zoals gesteld in de notitie van Cauberg Huygen (d.d. 29 november 2021 met referentie 06177-52336-12) wordt een karakteristieke gevelgeluidwering van minimaal 28 dB (spectrum VL) en minimaal 30 dB (spectrum IL) behaald en wordt hiermee voldaan aan de gestelde eisen t.b.v. het binnenniveau (35 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 11

55/50/45 dB(A) voor het maximale geluidniveau in de dag- avond en nachtperiode en 33 dB voor wegverkeer. Voor de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is tevens de geluidsituatie ter hoogte van de balkons van bouwblok E inzichtelijk gemaakt. Ter hoogte van de zuidgevel van bouwblok E is sprake van een geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer van 56 dB in de dagperiode en 54 dB in de avondperiode. Gecumuleerd met industrielawaai is dit maximaal 57 dB in de dagperiode en 54 dB in de avondperiode. Om een geluidluw balkon te realiseren (met daarachter gelegen de geluidluwe gevel) is een reductie van minimaal 4 dB noodzakelijk. De avondperiode is hierbij maatgevend. Dit kan gerealiseerd worden door: • het balkon te voorzien van gesloten balustrade met een hoogte van 1,2 meter (massa 10 kg/m²); • het balkon te voorzien van een absorberend plafond > 0,9. Met deze maatregelen wordt een correctie van 4 dB berekend, waarmee gesteld kan worden dat het balkon en de achterliggende gevel geluidluw is. Onder geluidluw wordt verstaan een gecumuleerde geluidbelasting berekent conform het Reken- en meetvoorschrift 2012 van maximaal 55 dB conform het gestelde in het gemeentelijk geluidbeleid van april 201.

In combinatie met de vereiste gevelwering en de toepassing van geluidschermen zorgt dit ervoor dat voor alle appartementen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie De ingekomen zienswijze onder 6.3 is gedeeltelijk gegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan, in die zin dat een voorwaardelijke verplichting in het kader van geluidwerende voorzieningen ten behoeve van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de regels zal worden opgenomen. 4.

Zienswijze t.a.v. railverkeerslawaai Het plan is gelegen binnen het aandachtsgebied van het spoor. Ook al blijkt uit het gemeentelijk geluidmodel 2030 dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB niet wordt overschreden, dan nog kan de deelbijdrage wel relevant bij de beoordeling of sprake is van een geluidluwe gevel bij de nieuw op te richten woningen. Reactie gemeente Met betrekking tot de opmerking of sprake is van een geluidluwe gevel bij de nieuw op te richten woningen wordt verwezen naar onze reactie onder punt 3. De geluidbelasting vanwege railverkeer op de nieuwbouw is onderzocht. Uit de rekenresultaten (bijlage 10.8) blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 47 dB bedraagt en de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 55 dB ruimschoots gerespecteerd wordt. Conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, Bijlage I, Hoofdstuk 2 (Rekenmethode cumulatieve geluidbelasting) hoeft een geluidsoort alleen te worden meegenomen als er van relevante blootstelling sprake is. Dit laatste is het geval indien de wettelijke voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Omdat de wettelijke voorkeurgrenswaarde van 55 dB ruimschoots wordt gerespecteerd is het railverkeerslawaai om deze reden niet beschouwd in de cumulatie. Enkel voor bouwblok E is sprake van cumulatie ten gevolge van wegverkeer en industrielawaai.

Conclusie De zienswijze onder punt 6.4 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.

5.

Zienswijze t.a.v. industrielawaai In bijlage 4 van het ontwerp bestemmingsplan is een nieuw akoestisch onderzoek opgenomen opgesteld door F. Bouwmans Ingenieursburo en uitgevoerd in opdracht van Van der Weegen Bouwgroep met als titel "Nieuwbouwplan Galjoenstraat te Tilburg, akoestisch onderzoek industrielawaai" (kenmerk FBI20218121509 d.d. 28 mei 2021 waarbij integraal als bijlage 12 ons geluidrapport van 30 juli 2020 is opgenomen. In bijlage 22 en 23 zijn de (herziene) akoestische onderzoeken opgenomen van Cauberg-Huygen (notitie 06177-52336-09 "akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg, blok B en C" en notitie 0617752336-10 "akoestisch onderzoek locatie Galjoenstraat te Tilburg, blok E"). Op deze onderzoeken worden de volgende opmerkingen gemaakt

12

1.

Voor de aanbouw van de woningen in blok C (objecten 087-089) is de objecthoogte verlaagd naar 3 meter maar uit de bouwtekeningen blijkt dat de aanbouw slechts 2.3 meter hoog is. Deze hoogte is van belang voor het creëren van een geluidluwe zijde op de begane grond en het terras aan de achterzijde van de woning. Door de te hoge objecthoogte wordt de berekende geluidbelasting te gunstig voorgesteld. Reactie gemeente De aanbouw van de woningen C01-03 worden minimaal 3 meter hoog. De vrije hoogte onder het plafond in de aanbouw dient conform het Bouwbesluit minimaal 2.6 meter te bedragen. Rekening houdend met de dakvloer en rand is de bouwhoogte zeker 3.0 meter.

2.

In hoofdstuk 3 van het akoestisch onderzoek d.d. 28 mei 2021 (pag. 7 laatste zin) is aangegeven dat het bestemmingsplan inrichtingen toestaat tot milieucategorie 3.2 en dat in het onderzoek is uitgegaan van de maximale situatie. Vervolgens wordt beweerd dat ten aanzien van dit aspect later meer volgt. We hebben echter in de rapportage geen nadere beschouwing kunnen ontdekken over het effect van het uitgaan van een bedrijfssituatie die realistisch is Reactie gemeente Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de aanwezige inrichtingen waarvan de nieuwbouw binnen de richtafstanden liggen. Dit betreft de volgende inrichtingen: •

Car Company Tilburg-Galjoenstraat 39a. Op grond van het bestemmingsplan Plushaven zijn hier bedrijven genoemd in de Bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 tot en met 3.1 toegestaan. De richtafstand bedraagt 30 meter. De nieuwbouw ligt op meer dan 10 meter van Car Company Tilburg. Op 8 oktober 2021 is telefonisch contact geweest met de eigenaar van Car Company Tilburg. Blijkens opgave wordt het pand enkel gebruikt als showroom en stalling van voertuigen. In het pand worden geen geluidrelevante werkzaamheden verricht. Desondanks is voor dit bedrijf rekening gehouden met een representatieve invulling van de maximaal planologische mogelijkheden. Hierbij is uitgegaan van een geluidniveau in de ruimte van 80 dB(A) gedurende 10 uur in de dagperiode en 2 uur in de avondperiode. Deze uitgangspunten stonden reeds vermeld in bijlage 6 en 8 van het akoestisch onderzoek d.d. 28 mei 2021. Aanvullend hierop zijn enkele voertuigbewegingen (4 in de dagperiode en 2 in de avondperiode met personenwagens) op het zeer smalle buitenterrein beschouwd.

•

Bedrijfsverzamelgebouw Galjoenstraat 43a-43e. Op grond van het bestemmingsplan Plushaven zijn hier bedrijven genoemd in de Bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 tot en met 3.1 toegestaan. De richtafstand bedraagt 30 meter. Op 8 oktober 2021 is telefonisch contact geweest met de eigenaar van het bedrijfsverzamelgebouw. Op dit moment worden alle 5 ruimtes verhuurd. De vraag naar ruimtes is momenteel dermate hoog dat er aanvragen moeten worden afgewezen. Er mag vanuit worden gegaan dat het gebouw de komende jaren dus vol zit. Van Houwelingen in ruimte nummer 43a is weg. Hier zit nu een autohandel die ter plaatse alleen opslag doet. Op nummer 43b zit Fotograaf de Beer die fotoshoots van/voor bodybuilders maakt. Beide inrichtingen veroorzaken geen relevant geluid. Op nummer 43c en 43e zit BB diensten. Dit is een verhuisbedrijf dat ter plaatse uitsluitend opslag doet en dus akoestisch gezien ook niet relevant is. Op nummer 43d zit Car-Diamonds zoals vermeld in het akoestisch onderzoek d.d. 28 mei 2021. Dit betreft een reparatiebedrijf waarbij tijdens het proefdraaien de uitlaatgassen worden afgevoerd middels een afzuiging op het dak.

Ter plaatse kunnen dus maximaal 5 bedrijven gevestigd zijn, die elk afzonderlijk bij bestaande woningen van derden in theorie een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zouden mogen veroorzaken van ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde conform het Activiteitenbesluit milieubeheer. Van deze situatie uitgaan is onrealistisch, mede gezien het feit dat er in de richting van de bestaande woningen aan de Hoogvensestraat en in de richting van de nieuwbouwwoningen sprake is van een volledig gesloten gevel. Uit eerdere uitspraken van de Raad van State en uit een zeer recente uitspraak van 29 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2177) blijkt dat in dit soort situaties kan worden uitgegaan van een 13

representatieve invulling van de maximaal planologische mogelijkheden. Dit betekent concreet dat moet worden uitgegaan van een bedrijfssituatie die realistisch wordt geacht. In het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021 is uitgegaan van een gemiddeld geluidniveau in alle ruimtes van het bedrijvenverzamelgebouw van 80 dB(A) gedurende 10 uur in de dagperiode en 2 uur in de avondperiode. Dit mag beschouwd worden als een situatie, die meer dan worstcase is. In verband met de forse afscherming door de gebouwen Galjoenstraat 39, 41 en 43a-e (zie onderstaande foto) hebben de verkeersbewegingen op het inrichtingsterrein geen relevante bijdrage op de nieuwbouw.

De omliggende bestaande woningen, met name die aan de Galjoenstraat 32-40, zijn al beperkend ten aanzien van de mogelijkheden bij het bedrijfsverzamelgebouw. Vrachtwagens veroorzaken op de verdieping van deze woningen in de avondperiode een maximaal geluidniveau van 74 dB(A) en 66 dB(A) voor personenauto’s. Desondanks zijn enkele verkeersbewegingen meegenomen die mogelijk zijn op basis van de bestaande woningen en een tweetal uitlaatgasafzuigingen die elk 2 en 1 uur in werking zijn in respectievelijk de dag- en avondperiode en zijn de geluidniveaus vanwege industrielawaai zowel individueel (Bijlage 7.2 en 7.3) als cumulatief (Bijlage 7.4) berekend en beschouwd. Door uit te gaan van een realistische bedrijfssituatie kan gesteld worden dat hiermee invulling is gegeven aan de maximale situatie die op grond van het huidig bestemmingsplan mogelijk is. 3.

Op pagina 8 van het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021 wordt verwezen naar tabel 5.1 maar waarschijnlijk wordt tabel 4.1 bedoeld. Reactie gemeente Het betreft hier een terechte opmerking. De verwijzing zal in het rapport wordt aangepast.

4.

De in hoofdstuk 4 (van het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021) opgenomen toetsing van geluid volgens de VNG-publicatie is niet volledig en ook anders dan in de VNG-publicatie is opgenomen. Onder stap 3 staat in de VNG-publicatie vermeld dat "inpassing mogelijk is. Het bevoegde gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied". In de rapportage wordt aangegeven dat de grenswaarden volgens stap 3 kunnen worden toegestaan indien maatregelen om de geluidniveaus te verlagen niet wenselijk of haalbaar zijn. Dit is geen citaat uit de VNG-publicatie maar een eigen interpretatie. Reactie gemeente De tekst in paragraaf 4.1 is inderdaad te summier en behoort als volgt te luiden. “Stap 1

14

Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. NB: voor de afstand tot gemengd gebied mag rekening gehouden worden met de vermindering van één afstandstap. Stap 2 (vanaf deze stap is een geluidonderzoek noodzakelijk) Indien stap 1 niet toereikend is, is buitenplanse inpassing mogelijk indien bij woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype 'rustige woonwijk' de volgende waarden niet worden overschreden: 45 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 65/60/55 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en in een gebiedstype 'gemengd gebied' de volgende waarden niet worden overschreden: 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70/65/60 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.

Indien stap 2 niet toereikend is: Buitenplanse inpassing mogelijk indien bij woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype 'rustige woonwijk' de volgende waarden niet worden overschreden: 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70/65/60 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden); 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en in een gebiedstype 'gemengd gebied' de volgende waarden niet worden overschreden: 55 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70/65/60 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 65 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidniveaus in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied.” 5.

In hoofdstuk 5 is aangegeven dat voor de geluidgegevens bij het bedrijf W. de Kort Metaalbewerking de gegevens uit onze rapportage zijn overgenomen. Dit is slechts ten dele waar want vervolgens wordt een correctie van 0.3 dB in de dagperiode en 0.6 dB in de avondperiode als reductie voor de geluidemissie van de werkplaats toegepast. De reden hiervoor is gebaseerd op de bewering dat in de huidige situatie sprake zou zijn van een overschrijding van de grenswaarden die voor de inrichting van toepassing zijn. Uit de rapportage van Tecmap blijkt echter dat geen sprake is van een overschrijding. De doorgevoerde correctie wordt gezien als inperking van de huidige exploitatiemogelijkheden van het bedrijf. Reactie gemeente Omdat de gemeente niet opdrachtgever is van het geluidonderzoek, heeft de adviseur van de ontwikkelaar het Tecmap-rekenmodel zo goed als nagebouwd. Hierbij bij zijn enkele aanpassingen doorgevoerd omdat het Tecmap-rekenmodel niet correct bleek te zijn. Per saldo betekende dat dat er een geringe groepsreductie moest worden ingevoerd om geen overschrijdingen te veroorzaken ter plaatse van de bestaande woningen. De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

6.

Ten aanzien van de maximale geluidniveaus wordt door het adviesbureau geconstateerd dat sprake is van een overschrijding ter hoogte van bestaande woningen vanwege activiteiten anders dan laden en lossen op het buitenterrein. Er is sprake van een inperking van de vergunde activiteiten zowel wat betreft de geluidproductie als de locatie zonder aan te geven welke activiteiten nu precies bedoeld 15

worden. Ook ten aanzien van de maximale geluidniveaus is in de akoestische rapportage van Tecmap aangegeven dat voldaan wordt aan de van toepassing zijnde geluidnormen. Ook ten aanzien van dit punt impliceert de bewering een inperking van de huidige en vergunde exploitatiemogelijkheden van het bedrijf. Reactie gemeente Tecmap constateert in hun geluidrapportage (d.d. 30 juli 2020 met referentie 20200141-3, pagina 18) een overschrijding van de grenswaarde voor het maximaal geluidniveau. De overschrijding ontstaat door de activiteiten op het buitenterrein (slijpen) op de hogere verdiepingen. Omdat er geen hogere grenswaarden middels een maatwerkvoorschrift zijn vastgesteld, dienen de standaard geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer (70/65/60 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode)) gehanteerd te worden. 7.

In hoofdstuk 5 is aangegeven dat niet uit de rapportagetekst van Tecmap blijkt waarom een correctie van 4 dB is toegepast. Deze bewering is onjuist, in de rapportage is wel degelijk tekstueel aangegeven dat in de avondperiode in de werkplaats sprake is van een lager geluidniveau dan tijdens de dagperiode. Hiervoor is een groepsreductie van 4.4 dB voor de werkplaats in de avondperiode in het rekenmodel opgenomen. Reactie gemeente Op pagina 14 van het Tecmap rapport (d.d. 30 juli 2020 met referentie 20200141-3) is aangegeven dat er een groepsreductie in het rekenmodel is verwerkt. Echter uit de bijlagen van het rapport kan niet achterhaald worden of deze groepsreductie daadwerkelijk in het rekenmodel is toegepast omdat de bijlage(n) waaruit dit blijkt ontbreekt in hun rapport ontbreken. Voor de controleerbaarheid van het rapport zou het handig zijn geweest als de gehanteerde groepsreductie in een bijlage was opgenomen. De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

8.

In hoofdstuk 6 is sprake dat de gevel van het bestaand pand op de erfgrens van De Kort deels blijft gehandhaafd. Inmiddels is duidelijk dat het volledige pand wordt gesloopt. Op 5 augustus is door de gemeente per mail voorgesteld een 3.5 meter hoge muur terug te plaatsen die gaat dienen als geluidsbuffer. Deze muur wordt geplaatst tussen de hal van De Kort Metaalbewerking (Galjoenstraat 39a) en de bestaande hal Galjoenstraat 37. In de rapportage is aangegeven dat deze muur volledig op de grond van de initiatiefnemer staat opgesteld waarbij onduidelijk is op welke wijze de aansluiting met de kalkzandstenen muur van de Kort zal worden gerealiseerd zodat hier geen geluidlekken worden gecreëerd. Reactie gemeente Conform het uitgangspunt in het geluidrapport d.d. 8 februari 2022 blijft de muur op de projectlocatie over een hoogte van 3.5 meter staan. Mocht dit constructief niet haalbaar zijn, dan zal er een muur met een gelijke hoogte worden terug geplaatst.

9.

In paragraaf 5.2 van het akoestisch rapport d.d. 28 mei 2021 staat vermeld dat van de overige beschouwde bedrijven geen geluidgegevens beschikbaar zijn. Toch is binnen het rekenmodel rekening gehouden met een zekere akoestische invulling waarbij volstrekt onduidelijk is waarop deze zijn gebaseerd. De voor deze bedrijven gehanteerde uitgangspunten zijn niet onderbouwd en daarmee niet controleerbaar. Onduidelijk is waarop de geluiduitstraling van het bedrijfsverzamelgebouw op is gebaseerd en waarom geen rekening is gehouden met transportbewegingen bij de aanwezige groothandels. Ook de gehanteerde bedrijfstijden van 10 uur in de dagperiode en 2 uur in de avondperiode zijn niet onderbouwd. Wanneer sprake is van een bedrijvigheid binnen de richtafstand tot woningen behorende bij de milieucategorie, moet volgens de VNG-publicatie een akoestisch onderzoek plaatsvinden waarbij met metingen en berekeningen wordt aangetoond hoe hoog de werkelijke geluidemissie van deze bedrijven bedraagt. Hier tenminste worden uitgegaan van de maximaal mogelijke invulling volgens het bestemmingsplan. Dit betekent dat moet worden uitgegaan van een invulling met een bedrijfsactiviteit volgens milieucategorie 3.2 waarvoor een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde op 100 meter afstand van de grens van de betreffende inrichtingen moet worden aangehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11483081/2