02 Meerjarig Integraal Huisvestingsplan PO Tilburg
Tekst van het document
CONCEPT
SAMEN BOUWEN AAN DE TOEKOMST VAN ONZE KINDEREN
MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG 2022-2037
INHOUD Inleiding 3 1.
Tilburgse onderwijsambities
4
1.1.
Onze maatschappelijke opgaven
4
1.2.
Dekkend aanbod 4
1.3.
Onderwijs in ontwikkeling 5
1.4.
Passend onderwijs 6
1.5.
Duurzaamheid schoolgebouwen 6
2.
Wettelijk kader en ontwikkelingen 8 2.1.
Algemeen 8
2.2. Geldigheid MIHP PO+ 9 2.3. Landelijke ontwikkelingen onderwijshuisvesting
9
3.
Stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen
11
4.
Uitgangspunten MIHP PO+ 13 4.1.
Dekkend aanbod 13
4.2. Kwaliteit 14 4.3. Bekostiging 15 4.4. Voorzieningen en procedures 4.5. 5.
16
Periodieke herijking 16 Uitwerking per wijk 18
5.1.
Inleiding 18
5.2. Noord 19 5.3. Oud-Noord 20 5.4. Oud-Zuid 21 5.5.
Zuid 23
5.6.
West 25
5.7.
Reeshof 27
5.8. De dorpen 29 5.8.1. Berkel-Enschot 30 5.8.2. Udenhout 31 5.8.3. Biezenmortel 32 6.
Prioritering en investeringen
34
INLEIDING Tilburg wil een inclusieve stad zijn, met gezonde en gelukkige inwoners. Voor deze gezondheid en het ervaren van geluk is het kunnen ontwikkelen en inzetten van talenten aantoonbaar relevant. Vooral ook omdat deze talenten maar al te vaak bepalend zijn voor deelname in de samenleving en op de arbeidsmarkt (meedoen). We stimuleren persoonlijke ontwikkeling van alle Tilburgers. Daarmee willen we voorkomen dat mensen structureel achterblijven of een achterstand dreigen op te lopen (Kadernota stimuleren persoonlijke ontwikkeling). We willen kinderen een stimulerende en veilige omgeving geven die mogelijkheden biedt om de eigen talenten te ontdekken en zich optimaal te ontwikkelen. Kinderen moeten de ruimte krijgen te ontdekken wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en wat ze willen leren. We zorgen ervoor dat goede voorschoolse voorzieningen, uitstekend onderwijs, sportfaciliteiten, culturele én maatschappelijke activiteiten en jongerenwerk beschikbaar zijn. De waarden van de Agenda Sociaal 013 – Goede Start, Ruimte om te leven, Optimale kansen, In een Wereld die mij ziet – bieden vanuit de taal en de zienswijze van de inwoners belangrijke en invoelbare toetsstenen bij het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling. In een ideale situatie worden Tilburgers écht gezien en gehoord, en krijgen ze alle kansen om mee te doen.
Onderwijshuisvesting speelt daarin een belangrijke rol. Het is geen doel op zich, maar een belangrijke randvoorwaarde om scholen in staat te stellen om onze ambities voor onderwijs te realiseren, zoals geformuleerd in de Tilburgse Lokale Educatieve Agenda (LEA) 2019-2022 ‘Een kansrijke toekomst begint hier’. Dit is de reden dat het opstellen van een MIHP ook opgenomen is in het bestuursakkoord. Het doel van onderwijshuisvesting is om de basis voor onderwijs op orde te krijgen: met kwalitatief goede huisvesting voor scholen en voldoende, divers en een voor iedereen toegankelijk aanbod van scholen met een goede spreiding in de stad. Hierbij streven we naar multifunctioneel inzetbare gebouwen, flexibel en duurzaam, die niet alleen ondersteuning bieden aan het leerproces van scholen, maar ook passen in het bredere beleid van de gemeente om samenhangende combinaties van maatschappelijke voorzieningen in buurten en wijken te realiseren. Daarnaast zien wij nadrukkelijk een rol weggelegd voor onderwijshuisvesting als beleidsmatig instrument, om onze ambities in het kader van de Integrale jeugdagenda, de Agenda Sociaal 013 en de PACT (People Acting in Community Together) aanpak ook fysiek te vertalen naar plekken in de wijk, waar voorzieningen kunnen landen en we de verbinding kunnen maken tussen onderwijs en andere domeinen.
Schoolbesturen en gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van passende huisvesting die ondersteunend is aan de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs. Het afgelopen 1,5 jaar hebben gemeente en schoolbesturen onder moeilijke omstandigheden intensief met elkaar samengewerkt om te komen tot een gezamenlijk gedragen MIHP PO+. We zijn trots op het resultaat.’ Een goede analyse van de omgeving, gekoppeld aan de toekomstige verwachtingen, maakt dat schoolbesturen en gemeente samen met samenwerkingspartners strategische keuzes kunnen maken over welk toekomstbestendig aanbod gewenst is en waar. Het is daarnaast een uitgelezen kans om onze huisvestingsopgave als instrument in te zetten voor het realiseren van de inhoudelijke thema’s van de LEA 2019-2022 ‘Een kansrijke toekomst begint hier!’ en om de kwaliteit van het onderwijs te versterken. Ook is het een uitstekend moment om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Tilburg om in 2045 klimaatneutraal te zijn (Energievisie gemeente Tilburg 2017). Tevens biedt het MIHP PO+ ons de mogelijkheid om onze huisvestingsopgave te koppelen aan de gebiedsgerichte ontwikkeling van de stad en de wijken. Kortom: het MIHP draagt bij aan meerdere ambities en geeft partijen de mogelijkheid om op korte en lange termijn proactief huisvestingsbeleid te voeren.
Het langjarig inzicht in onze huisvestingsopgave dat we dankzij een meerjarenplan krijgen, biedt rust en ruimte aan samenwerkingspartners om samen plannen te ontwikkelen. Dat vinden we belangrijk. We realiseren ons ook dat we voor de korte termijn (de komende vier jaar) concretere afspraken kunnen maken dan voor de periode daarna. Daarom zetten we in dit MIHP PO+ het beleid uit voor de komende zestien jaar en herijken het beleid iedere vier jaar.
MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
3
1. TILBURGSE ONDERWIJSAMBITIES 1.1. Onze maatschappelijke opgaven In Tilburg stellen we het kind centraal. We willen een inclusieve stad zijn en we vinden het belangrijk dat alle kinderen gelijke kansen krijgen. Organisaties die werken met kinderen hebben een gezamenlijke maatschappelijke opgave om een doorgaande ontwikkelingslijn te borgen, waarin het kind centraal staat. In Tilburg is deze missie verder uitgewerkt in de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) 2019-2022 ‘Een kansrijke toekomst begint hier’. Daarin is onze Tilburgse opdracht, waar we als gemeente en schoolbesturen samen voor staan en gaan, als volgt verwoord: Als kind of jongere zelf leren ontdekken wat je leuk vindt en waar je goed in bent. En dat vervolgens tot volle bloei brengen vanuit het onderwijs. Brede talentontwikkeling dus. Gericht op de hele Tilburgse jeugd. Liefst met verbinding naar de beroepen van straks, zodat Tilburgse kinderen en jongeren een kansrijke toekomst tegemoet gaan. Een toekomst die ze trouwens zelf mee ontwerpen. Deze gezamenlijke opdracht is vertaald naar drie ambities: 1. 2. 3.
Leren doe je overal Het netwerk versterken Kansrijk starten, een leven lang
Momenteel zijn we bezig met de evaluatie van de huidige LEA en de opmaat naar de LEA voor de nieuwe periode van 2023 - 2026. Thema’s als preventie, kansengelijkheid, ontwikkelrecht, doorlopende leerlijnen en brede talentontwikkeling zien we overal in het onderwijs terug. Verwacht mag worden dat we deze aandachtspunten terug zullen zien in de nieuwe LEA. Het bovenstaande vertaalt zich gaandeweg in een andere kijk op scholen. Scholen staan niet langer op zich, maar zijn ontmoetingsplekken in een wijk en onderdeel van een breed netwerk van voorzieningen. Door het bieden van een breed scala aan activiteiten, zowel in als buiten het gebouw (schoolplein), ontstaan bruisende ontmoetingsplekken, die bijdragen aan de sociale cohesie van de wijk en die de kinderen, maar ook hun ouders, optimaal betrekken bij het sociale leven en optimale kansen bieden voor ontwikkeling en ontplooiing. Wij willen met ons onderwijs, maar ook op de wijze waarop wij onze onderwijshuisvesting vormgeven, bijdragen aan duurzaamheid en een duurzame leefomgeving en hierin een voorbeeld zijn voor leerlingen, ouders en omwonenden. Het behalen van de klimaatdoelstellingen van de sectorale routekaart onderwijs en het landelijke klimaatbeleid zijn daarin sturend. Niet alleen voor de gebouwen die in MIHP PO+ voor de eerste periode van vier jaar opgenomen zijn maar ook voor de periode daarna.
4
Onze ambitie werken we uit via de volgende thema’s binnen onderwijshuisvesting: • • • •
dekkend aanbod onderwijs in ontwikkeling passend onderwijs duurzaamheid schoolgebouwen
1.2. Dekkend aanbod We streven naar een dekkend aanbod aan onderwijshuisvesting voor nu en voor de toekomst. Dit betekent niet alleen dat er nu en in de toekomst voldoende capaciteit is om alle scholen te huisvesten, maar ook dat de schoolgebouwen vanuit onderwijskundig en technisch oogpunt voldoen aan de huidige wensen en eisen en dat ze ruimte kunnen bieden voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties binnen het onderwijs. We streven naar een goede spreiding van scholen over de stad en een aanbod van onderwijs passend bij de vraag. Een dekkend aanbod betekent in de eerste plaats dat capaciteit en aanbod passen bij de vraag en dat rekening wordt gehouden met groei en krimp van leerlingenaantallen. De wijk is het vertrekpunt, met de kanttekening dat voor scholen nabij de randen van een wijk breder gekeken moet worden. We zorgen er samen voor dat we de beschikbare capaciteit optimaal benutten. Onze wens is voor iedere leerling een passende, zo thuisnabij mogelijke, onderwijsplek. Het onderwijs zet in het kader van passend onderwijs in op versterking van het onderwijs en begeleiding op de reguliere scholen, waardoor meer leerlingen in het regulier onderwijs kunnen blijven. De scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en (voortgezet) speciaal onderwijs (SO en VSO) blijven bestaan, omdat dit voor een aantal leerlingen de meest passende vorm van onderwijs is.
De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting heeft niet alleen betrekking op de schoolgebouwen, maar ook op de accommodaties voor bewegingsonderwijs. Bewegen vormt een steeds belangrijker onderdeel van het onderwijs. De richtlijn van twee lesuren beweegonderwijs per week wordt zelfs omgezet naar een wettelijke verplichting. Dit hoeft niet allemaal plaats te vinden in binnensportaccommodaties: ook het schoolplein en openbare ruimte rond de school kunnen ingericht worden om bewegen te stimuleren. Wij streven naar voldoende beschikbare capaciteit van gymnastiekvoorzieningen en een inrichting van schoolpleinen die beweging stimuleert. Bij voorkeur bevinden sportvoorzieningen zich in of op korte afstand van de scholen. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016 staat een zogenoemde ‘uiterste verwijsMEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
afstand’. Voor het bepalen van een aanvaardbare afstand vinden we het wenselijk uit te gaan van de verkeersveiligheid voor de leerlingen en docenten en een reële verhouding tussen reistijd en onderwijstijd. Dit dient situationeel te worden beschouwd en afgewogen. We zetten in op een multifunctioneel gebruik van de accommodaties voor bewegingsonderwijs. Niet alleen door de school, maar door een zo breed mogelijke groep gebruikers.
•
•
1.3. Onderwijs in ontwikkeling DE DRIE AMBITIES UIT DE LEA Een van de belangrijke ambities in het kader van de Lokaal Educatieve Agenda 2019-2022 is ‘Kansrijk starten, een leven lang’. We scheppen voorwaarden voor kinderen en jongeren om zich optimaal te ontwikkelen. Dat begint al bij de kinderopvang. En bij iedere start die daarna nog volgt. Ook de overstap naar het voortgezet onderwijs verdient in dit MIHP PO+ aandacht, aangezien we willen investeren in het realiseren van doorgaande leerlijnen en juist de aansluitpunten een afbreukrisico vormen. Twee andere ambities in het kader van de LEA 2019-2022 zijn ‘Leren doe je overal’ en ‘Het netwerk versterken’. We willen de Tilburgse jeugd helpen zich te ontwikkelen tot sterke persoonlijkheden, die vanuit hun talenten en met vertrouwen hun eigen plek weten te vinden in de maatschappij. Dat vraagt om een rijke(re) leeromgeving, voor kinderen. We realiseren ons steeds meer dat school slechts één van de plekken is waar het leven van kinderen zich afspeelt. En dat het welbevinden buiten school veel invloed heeft op het leren en de ontwikkeling van kinderen. Dat vraagt van ons om goed te verbinden met anderen; met professionals, met ouders. In de hele gemeente zien we dat scholen onder de verschillende schoolbesturen gaandeweg hun samenwerking met partners in de stad ontwikkelen.
De scholen in Tilburg werken samen met kinderopvangorganisaties en in veel gevallen is de kinderopvang ook binnen of nabij de school gehuisvest. Dat alleen al draagt bij aan een goede overgang van kinderopvang naar school en naar de buitenschoolse opvang. De mate van samenwerking en de ontwikkelingen daarin variëren. Dit zijn slechts enkele voorbeelden in gemeente: •
• •
•
In het kader van wijkgericht werken en de PACT (People Acting in Community Together) aanpak in Tilburg Noord werken de Regenboog, Aboe el-Chayr, de Lochtenbergh en de Vlashof samen met de kinderopvang aan naschoolse activiteiten, het veiliger maken van de omgeving en goed cultuuraanbod (kindercampus). Zij besteden in de doorgroei van de kindercampus aandacht aan toeleiding naar VVE (voor- en vroegschoolse educatie), overgang naar het primair onderwijs. De Petteflet en De Elzen werken met de Kinderopvanggroep aan een Montessori-kindcentrum. Zij hebben daartoe eerder een samenwerkingsconvenant afgesloten. De dit schooljaar gestarte school Willemspoort en kinderopvang Humankind hebben afgesproken dat zij, vanaf de start, een gezamenlijk aannamebeleid voeren. De school en de kinderopvang laten alleen kinderen uit de wijk toe. Kindercampus Panta Rhei werkt sinds 2015 samen met kinderopvang aan een doorlopende leerlijn van 0 tot 14 jaar en brede
MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
talentontwikkeling. In september 2021 is in samenwerking met partners de tienerschool Zuid gestart. Auris Florant (speciaal onderwijs) werkt op locatie intensief samen met zorgpartners en met de scholen in de stad en participeert actief in het wijkoverleg van de scholen in West. Deze school slaagt er goed in om kinderen terug te plaatsen in het reguliere onderwijs. Een sterk voorbeeld van ‘de school in de wijk, de wijk in de school’ is de ontwikkeling van de community school in Het Zand, een van de doorbraakinitiatieven in het kader van de PACT aanpak in de wijk Het Zand. Door intensieve samenwerking tussen kinderopvang, basisschool en partners in de wijk is een laagdrempelig kindgericht aanbod ontstaan dat steeds beter aansluit op de behoeften en wensen van kinderen en ouders in de wijk.
INTEGRALE KINDCENTRA IN TILBURG We vinden het belangrijk dat elk kind in Tilburg zich kan ontwikkelen in een omgeving die daar zo goed mogelijk op is ingericht. Een integraal kindcentrum (IKC) biedt kinderen zo’n omgeving. Een IKC speelt een cruciale rol in het realiseren van een inclusief, laagdrempelig wijkgericht netwerk en ontwikkelingsgericht aanbod rondom het kind. Daarom heeft de gemeente Tilburg een visie ‘IKC in Tilburg’ opgesteld en is er een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen primair onderwijs en de kinderopvangorganisaties. Een IKC functioneert als een belangrijke vind- en werkplaats om de ontwikkeling van kinderen te ondersteunen. Een IKC biedt kinderen een goede start, een breed, zorgzaam en veilig aanbod met dag arrangementen en goede doorstroming naar het voortgezet onderwijs. Een IKC creëert een omgeving die recht doet aan diversiteit en inclusie waarin alle kinderen leren zichzelf en elkaar te accepteren, te respecteren en open te staan voor de ander zoals die is. Een sterker netwerk versterkt ontstaat wanneer scholen zich ook meer richten op gebruik van beschikbare voorzieningen buiten het eigen schoolgebouw (denk aan gezamenlijk te gebruiken ruimten voor sport, muziek en techniek). Scholen worden er flexibeler van en de bestaande maatschappelijke voorzieningen worden optimaal benut.
In een IKC participeren minimaal een school voor basisonderwijs en een kinderopvangorganisatie. Daarnaast zijn er nauwe verbindingen met andere kinderopvangorganisaties in de wijk, scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (SO en VSO), diverse welzijns-, jeugd- en zorgpartners (zoals Contour de Twern, de GGD, GGZ, Sterk Huis, leerplicht, etc.) en partijen die een breed aanbod verzorgen op het gebied van sport, cultuur, NME, techniek, etc. In het (voortgezet) speciaal onderwijs participeren naast de school ook zorgpartners. De context is echter overal verschillend en de invulling van een IKC en de onderlinge samenwerking kan alleen lokaal maatwerk zijn. WAT BETEKENT DIT VOOR HUISVESTING? Een basisschool vervult vaak een belangrijke centrale functie in de wijk. De school is een laagdrempelige plek voor ouders om elkaar te ontmoeten (ouderkamers in scholen) en in contact te komen met andere maatschappelijke instanties en instellingen. Een goede, gelijkmatige spreiding van scholen en het vormen van IKC’s, waarin
5
meerdere voorzieningen gehuisvest zijn maakt deze ontmoetingsplek voor alle ouders toegankelijk. Gezamenlijke huisvesting van onderwijs, kinderopvang en zorg draagt bij aan het inhoudelijk versterken van de bestaande samenwerking tussen deze partners. Het vormen van IKC’s en het fysiek onder één dak brengen van meer dan alleen onderwijsfuncties vraagt om specifieke aandacht voor de (voor)financiering van gebouwdelen die bestemd zijn voor niet-onderwijsfuncties, zoals kinderopvang. Het is daarnaast ook wenselijk dat de gymzalen geschikt zijn voor breder gebruik en dat deze kwalitatief op orde zijn (akoestiek, ventilatie en veiligheid). De aanwezige diversiteit aan sportfaciliteiten kan beter en meer multifunctioneel worden benut.
1.4. Passend onderwijs In Tilburg wordt gewerkt aan het verder vormgeven van passend onderwijs. Doelstelling is om dit zoveel mogelijk te organiseren binnen het reguliere onderwijs, met ondersteuning vanuit het SBO en het (V)SO. Waar die nodig is. Binnen het programmaplan ‘In de buurt gebeurt het’ werken de schoolbesturen die aangesloten zijn bij Samenwerkingsverband Plein 013 en de betrokken gemeenten (Tilburg, Hilvarenbeek, Goirle, Oisterwijk en Alphen) gezamenlijk aan de realisatie van een zo dekkend mogelijk aanbod van onderwijs- en ondersteuningsvoorzieningen voor leerlingen van 4 tot 13 jaar in elke wijk, zodat meer leerlingen thuisnabij passend onderwijs kunnen volgen. Zij maken dit mogelijk door (verdere) verbetering van de basisondersteuning binnen het regulier onderwijs (gezamenlijk en afgestemd op wijkniveau) en (verdere) uitbreiding van de extra ondersteuning in de vorm van individuele- en groepsarrangementen voor onderwijs in combinatie met mogelijk zorg. Naar verwachting zal deze ontwikkeling op de korte termijn nog niet leiden tot een wezenlijke verandering van het onderwijslandschap in Tilburg. Verwacht mag worden dat het huidige landschap van regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs zal blijven bestaan.
Het programmaplan “In de buurt gebeurt het” zal vooral leiden tot een versterking van het regulier basisonderwijs, waardoor een deel van de populatie van het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs in het regulier onderwijs kan blijven of daarnaar terug kan keren. Idealiter wordt het speciaal basisonderwijs deels geïntegreerd in de scholen voor regulier basisonderwijs in de wijk en wel op zo’n manier dat een bij de vraag passend dekkend aanbod in de wijk ontstaat, verspreid over de verschillende buurten in die wijk. Elke school voor speciaal basisonderwijs bedient daarbij een aantal wijken en is daarmee ook de bestemming voor de kinderen uit die wijken, die toch aangewezen blijven op het speciaal basisonderwijs. Hierdoor kunnen kinderen letterlijk ‘in de buurt blijven’. Het (voortgezet) speciaal onderwijs blijft een meer regionale functie houden. In Tilburg zijn Auris Florant, de Bodde, OC Leijpark en Parcours gevestigd. Ook naar de Keyzer in Goirle gaan veel Tilburgse kinderen. De “verdeling” van leerlingen over de voorzieningen in de regio, zal dan ook eerder op regionaal niveau besproken moeten worden dan op lokaal niveau. Een deel van de populatie van het (voortgezet) speciaal onderwijs zal hierop aangewezen blijven. De expertise vanuit het (voortgezet) speciaal onderwijs kan echter wel
6
een welkome en nuttige aanvulling zijn op de expertise vanuit het speciaal basisonderwijs en zo het regulier basisonderwijs versterken in het verzorgen van passend onderwijs.
1.5. Duurzaamheid schoolgebouwen ENERGIEVISIE GEMEENTE TILBURG In 2017 is de Energievisie van de gemeente Tilburg vastgesteld. Doelstelling: een klimaatneutraal en klimaatbestendig Tilburg in het jaar 2045. Deze langetermijnvisie geeft de basis voor samenhang in en richting van de keuzes die gemaakt moeten worden op de korte termijn. De klimaatambities van de gemeente Tilburg voor de toekomst hebben nu al gevolgen voor de wijze waarop we naar onze schoolgebouwen kijken. SECTORALE ROUTEKAART VOOR DE VERDUURZAMING VAN ONDERWIJSGEBOUWEN Daarnaast zijn duurzaamheidsambities voor schoolgebouwen vastgelegd in de Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen, die is opgesteld door de PO-Raad, de VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een duurzaam schoolgebouw is hierin omschreven als een gebouw met een gezond binnenklimaat, een laag energieverbruik en lage CO₂ -uitstoot en betaalbaar, ook in de exploitatiefase. Daarnaast is het gebouw ondersteunend aan het onderwijs dat gegeven wordt binnen die school, passend bij het aantal leerlingen, inclusief, toegankelijk en toekomstbestendig. De sectorale routekaart sluit aan op het Klimaatakkoord voor Nederland van december 2018 en de streefdoelen die hierin zijn opgenomen: 49% CO₂ -reductie in 2030 en het einddoel 95% CO₂ -reductie in 2050 (ten opzichte van het referentiejaar 1990).
De routekaart bevat een visie en een strategie voor een kosteneffectieve transitie naar een CO₂-arme gebouwvoorraad in 2050. Dan is de gehele voorraad vervangen of naar het gewenste niveau gerenoveerd. Om de klimaatambitie te realiseren moeten in principe alle schoolgebouwen worden aangepakt. Die ambitie zal niet realiseerbaar zijn binnen de huidige bekostiging van gemeenten en schoolbesturen. De PO-Raad, VO-raad en VNG zijn van mening dat het Rijk extra middelen beschikbaar moet stellen om een gezonde, duurzame leer- en werkomgeving voor leerlingen en leerkrachten mogelijk te maken. WETTEN EN RICHTLIJNEN VOOR NIEUWBOUW Bij de bouw van scholen moet sowieso worden voldaan aan de wetten en richtlijnen voor nieuwbouw. In de visie van de gemeente Tilburg mag een nieuw gebouw daarnaast in de toekomst geen extra opgave veroorzaken voor de energietransitie en andere klimaatopgaven. Idealiter is een schoolgebouw op het gebied van energiegebruik CO₂-neutraal. De productie van duurzame energie op of in het gebouw moet in die situatie over het jaar gelijk zijn aan de afgenomen hoeveelheid energie om het gebouw te kunnen gebruiken (gebouw gebonden energiegebruik) en om de functies in het gebouw, zoals onderwijs, uit te kunnen voeren (proces gebonden energiegebruik) . Voor gebouw gebonden energieverbruik geldt, aanvullend op landelijke regelgeving, de voorwaarde ‘energieneutraal’.
Bij de warmtevoorziening van een nieuw gebouw mag geen aardgas meer worden gebruikt. Er zal gebruik gemaakt moeten worden van een duurzame warmtevoorziening, zoals aansluiting op een warmtenet of gebruik van een installatie zoals een warmtepomp. MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
foto: Maria van der Heyden
MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
7
2. WETTELIJK KADER EN ONTWIKKELINGEN Een groot deel van de rechten en plichten rond onderwijshuisvesting is vastgelegd in de landelijke wetgeving rond onderwijs. Deze wetten bieden de kaders, maar er wordt ook ruimte geboden voor lokaal maatwerk.
2.1. Algemeen De wet op het primair onderwijs (WPO) en de wet voor de expertise centra (WEC) vormen het algemene juridische kader waarin alle regels en afspraken over onderwijshuisvesting zijn vastgelegd. Dit
kader komt erop neer dat de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van het primair onderwijs, inclusief speciaal onderwijs. Beiden ontvangen voor deze taken van het Rijk een niet geoormerkte vergoeding. De gemeente ontvangt bekostiging via het gemeentefonds. De schoolbesturen ontvangen middelen voor huisvesting als onderdeel van de lumpsumfinanciering van de rijksoverheid (materiële instandhoudingsvergoeding schoolgebouwen). De verantwoordelijkheden en belangen van schoolbesturen en gemeente zijn weergeven in de volgende tabel:
SCHOOLBESTUREN
GEMEENTE
Zorg voor voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs.
VERANTWOORDELIJKHEID
Exploitatie, onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen.
Uitbreiding en (vervangende) nieuwbouw van schoolgebouwen.
Renovatie (en vernieuwbouw) als alternatief voor vervangende nieuwbouw: een combinatie van vervangende nieuwbouw, onderhoud en aanpassingen. Gebouwen ondersteunen de inhoudelijke onderwijsdoelen.
BELANGEN – INHOUDELIJK Gebouwen zijn gezond en veilig voor leerlingen en personeel.
BELANGEN – KOSTEN
Exploitatie- en onderhoudskosten zijn beheersbaar.
Investeringen zijn passend binnen de begroting.
Geen kosten voor ruimten die niet in gebruik zijn.
Schoolgebouwen worden optimaal benut (zo min mogelijk leegstand).
De gemeente heeft de zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting; het schoolbestuur de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de gebouwen. Volgens de WPO kunnen schoolbesturen zich tot de gemeente wenden voor vervangende nieuwbouw, voor noodzakelijke uitbreiding en voor herstel van constructiefouten en schade in bijzondere gevallen (door bijvoorbeeld vandalisme, brand of natuurgeweld). Alle overige taken, zoals binnen- en buitenonderhoud, aanpassingen en de exploitatie, liggen bij de schoolbesturen. Renovatie van schoolgebouwen wordt gezien als een grijs gebied. Renovatie kan een alternatief zijn voor vervangende nieuwbouw (de verantwoordelijkheid van de gemeente), of als een combinatie van onderhoud en aanpassingen van het schoolgebouw (de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur). De wetgever gaat er op dit moment vanuit dat gemeente en schoolbesturen daar samen afspraken over maken.
8
Voor accommodaties voor bewegingsonderwijs geldt overigens een iets ander regime. De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van het bewegingsonderwijs (voor zover dit het wettelijk deel betreft), de klokuurvergoeding. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor het (buiten)onderhoud van gymzalen. VAN LANDELIJKE WETGEVING NAAR LOKALE VERORDENING Landelijke wetgeving moet lokaal worden uitgewerkt in een verordening. In de verordening worden de lokale regels vastgelegd met betrekking tot aanvragen (wat, hoe en wanneer), de hoogte van vergoedingen en de prioritering tussen aanvragen. De VNG heeft een modelverordening gemaakt die gemeenten kunnen gebruiken voor het opstellen van een verordening op maat. In Tilburg is de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’ MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
vastgesteld. Daarin is onder andere de procedure geregeld waarmee schoolbesturen aanvragen kunnen doen bij de gemeente voor een huisvestingsvoorziening. MIHP PO+ OVERSTIJGT DE VERORDENING Een afsprakenkader zoals vastgelegd in dit MIHP PO+ overstijgt de verordening en vervangt deze als het ware. De verordening wordt niet afgeschaft maar heeft een vangnetfunctie: de verordening geldt voor schoolbesturen die niet instemmen met het MIHP PO+ of op de gemaakte afspraken willen terugkomen. Aanvragen die onder de verordening worden gedaan worden wel in lijn met de prioritering uit het MIHP PO+ beoordeeld.
2.2. Geldigheid MIHP PO+ Een MIHP is op dit moment nog niet gefundeerd in de onderwijswetgeving. Met andere woorden, een juridisch afdwingbare afspraak tussen gemeente en schoolbestuur over een investeringsprogramma dat zich uitstrekt over meerdere jaren heeft op dit moment nog geen wettelijke basis. In 2018 hebben VNG, PO-Raad en VO-raad gezamenlijk een aantal voorstellen aan de toenmalige staatssecretaris gedaan met het verzoek deze voorstellen wettelijk te verankeren. In het kader van het Klimaatakkoord heeft het kabinet aangekondigd deze voorstellen om te zetten in wetgeving. De aangekondigde wetswijziging gaat over: •
•
•
Planvorming. Gemeenten krijgen de wettelijke opdracht tot het vaststellen van een Meerjarig Integraal Huisvestingsplan (MIHP). In het MIHP worden het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van vier jaar vastgelegd, met een doorkijk van ten minste twaalf jaar na deze periode. Het MIHP komt tot stand na overleg tussen gemeente en schoolbesturen, waarbij beide partijen zich inspannen om tot een gezamenlijk gedragen besluit te komen. Er is ruimte om afspraken te maken over lokaal gerichte prioritering in de huisvestingsvoorzieningen. Schoolbesturen worden verplicht een meerjarig onderhoudsplan (MOP) op te stellen op basis van een bouwkundige inspectie. Dit MOP wordt ingebracht in het overleg tussen gemeente en schoolbestuur. Een definitie van renovatie. Renovatie wordt als huisvestingsvoorziening in de wet opgenomen. Het uitgangspunt is dat renovatie wordt beschouwd als volwaardig alternatief voor nieuwbouw, dat ingezet kan worden als mogelijke maatregel om de levensduur van een schoolgebouw met ten minste 20 jaar te verlengen. Nuanceren van het investeringsverbod. Deze wetswijziging creëert de mogelijkheid voor schoolbesturen in het primair onderwijs om in huisvesting te investeren.
Deze versoepeling kan leiden tot gezamenlijke financiering (gemeente en schoolbesturen) of het vervroegen van een investering om de kwaliteit van onderwijshuisvesting te vergroten.
Naar verwachting zal de wet op zijn vroegst in 2023 zijn aangepast. Vooruitlopend op wetgeving kunnen schoolbesturen en gemeente ook nu al gezamenlijk tot een samenhangend plan met een meerjarig karakter komen, zoals nu voorligt met dit MIHP PO+. In dit MIHP PO+ sorteren we voor op de voorgenomen wetswijziging. MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
2.3. Landelijke ontwikkelingen onderwijshuisvesting BIJNA ENERGIE NEUTRALE GEBOUWEN (BENG) Per 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energie neutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. ENERGIE NEUTRALE GEBOUWEN (ENG) Daarnaast wordt landelijk gesproken over energie neutrale gebouwen (ENG). In de Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen staan ambities voor de langere termijn. Deze komen overeen met de doelen in het klimaatakkoord voor Nederland van december 2018: in 2030 CO2-uitstoot gedaald met 49% ten opzichte van 1990 en in 2050 CO2-uitstoot gedaald met 95% ten opzichte van 1990 en aardgasvrij. Hoewel er nog geen sprake is van een verplichting om alle nieuwbouw volledig energie neutraal te maken, is het wel noodzakelijk om de doelstelling van het klimaatakkoord te halen. INTERDEPARTEMENTAAL BELEIDSONDERZOEK NAAR ONDERWIJSHUISVESTING In april 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) “Een vak apart. Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstel.” aangeboden aan de Tweede Kamer. In dit IBO zijn de volgende conclusies getrokken: •
•
Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs, voor inclusief onderwijs en voor het ondersteunen van verschillende onderwijsconcepten. Idealiter sluit het onderwijsgebouw zo goed mogelijk aan bij het onderwijsconcept van de specifieke school en ondersteunt het gebouw inclusief onderwijs. Goede onderwijshuisvesting draagt niet alleen bij aan de kwaliteit en inclusiviteit van het onderwijs zelf, maar ook aan de leefomgeving. Een goede school kan een wijk, buurt of dorp aantrekkelijker maken en versterken. Zeker als het gebouw ook inzetbaar is voor andere maatschappelijke doelen zoals cultuur, gezondheid of sport. De kwaliteit van de schoolgebouwen blijft achter bij maatschappelijke verwachtingen en voldoet op plekken niet aan wettelijke eisen. De kwaliteit van de huidige gebouwenvoorraad is onvoldoende. De gebouwenvoorraad is verouderd: Een deel van de schoolgebouwen voldoet niet aan de wettelijke eisen ten aanzien van ventilatie, terwijl een slecht binnenklimaat de leerprestaties en gezondheid van leerlingen en (onderwijs)personeel negatief beïnvloedt. Binnenklimaat is echter breder dan ventilatie en gaat bijvoorbeeld ook over CO2-concentraties, temperatuur, fijnstof, geluid en (dag)licht. Verder bestaat steeds meer behoefte aan het huisvesten van meerdere voorzieningen onder één dak.
Dat gaat bijvoorbeeld om onderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang, bibliotheken, zorgvoorzieningen, sport en buurthuizen. Het vormen van integrale kindcentra (IKC’s) of het samen onder één dak huisvesten van verschillende partijen blijkt enorm ingewikkeld en komt daardoor lastig van de grond, met name vanwege tegenstrijdige wet- en regelgeving en verschillende financieringsstromen.
9
•
•
In het huidige tempo worden de doelen met betrekking tot het klimaat niet gehaald. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat al het maatschappelijk vastgoed, waaronder schoolgebouwen, een bijdrage moet leveren aan de nationale CO2-reductie doelstellingen. Voor het jaar 2030 geldt vooralsnog een streefdoel, voor het jaar 2050 zal een wettelijke norm gelden. Vervanging, vernieuwing en verduurzaming komt op dit moment in een te laag tempo tot stand. Verschillende rapporten tonen aan dat in het huidige tempo de klimaatdoelstellingen voor onderwijshuisvesting niet worden behaald. Het idee achter de decentralisatie van onderwijshuisvesting (sinds 1997 zijn gemeente ervoor verantwoordelijk) is nog steeds logisch, maar bijsturing van het stelsel is nodig.
Het rapport formuleert vier beleidspakketten die toezien op het aanpakken van de genoemde knelpunten: • • • •
De basis op orde brengen: optimalisatie huidig stelsel met zes maatregelen. De verouderde gebouwenvoorraad aanpakken: stappenplan voor financiële impuls. De budgetten stroomlijnen: oormerken en eenduidige verantwoordelijkheden. Een centrale bouwcatalogus ontwikkelen: verstevigen kwaliteitsborging en versnellen bouw.
De vier beleidspakketten sluiten elkaar niet uit en kunnen (op elementen) onderling worden gecombineerd. Er zijn afhankelijkheden. Het beleidspakket ‘Basis op orde’ dient als fundament voor een verbeterd stelsel. Het aanpakken van de verouderde voorraad is noodzakelijk om de voorgestelde wijzigingen in de laatste twee pakketten te laten functioneren. Het probleem van de verouderde voorraad is namelijk niet direct opgelost als andere knelpunten worden aangepakt. Het IBO is ter informatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Een standpunt hierover zal door het volgend kabinet worden geformuleerd. KWALITEITSKADER HUISVESTING ‘BOUWEN AAN DE WERELD VAN MORGEN’ Kenniscentrum Ruimte OK heeft op verzoek van PO-Raad, VO-raad en VNG en met inbreng van huisvestingsprofessionals uit het onderwijs en van gemeenten een landelijk breed gedragen definitie van ‘basiskwaliteit’ van onderwijshuisvesting ontwikkeld. De laatste versie van dit kwaliteitskader huisvesting uit mei 2021 is onder de titel ’Bouwen aan de wereld van morgen’ gepubliceerd (zie bijlage 2). Het kwaliteitskader huisvesting wordt periodiek geactualiseerd.
meer het Klimaatakkoord). Het biedt daarmee een solide basis om te bouwen voor de toekomst. Onderdeel van de kwaliteitscriteria is onder meer het uitgangspunt om energie neutrale gebouwen te realiseren. Dit past in de ‘Energievisie van de gemeente Tilburg (2017)’ om in 2045 klimaatneutraal te zijn. De aanvullende eisen van het kwaliteitskader huisvesting, die verder gaan dan de normen uit het Bouwbesluit, zijn geclusterd in zeven thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energieneutraliteit; Duurzaamheid; Frisse scholen; Exploitatie; ICT; Kwaliteit buitenruimte; Overige kwaliteitseisen.
CONCLUSIE LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN De ambities met betrekking tot duurzaamheid en CO2-uitstoot verplichten gemeente en schoolbesturen eigenlijk om nu al grotere stappen te zetten dan wettelijk verplicht. Het realiseren van gebouwen op basis van de huidige wettelijke normen betekent dat afspraken in het kader van de ‘Sectorale routekaart voor de verduurzaming van schoolgebouwen’ (en dus het ‘Klimaatakkoord voor Nederland van december 2018’) niet behaald zullen worden en dat aanpassing van de pas gerealiseerde gebouwen noodzakelijk is. Ook vanuit de voorbeeldfunctie van gemeente en schoolbesturen is het bouwen van andere dan energie neutrale gebouwen ongewenst. Met het bouwen volgens het kwaliteitskader huisvesting voegen we daar ook nog eens inhoudelijke argumenten aan toe. Dit zijn gebouwen, die voldoen aan alle eisen die aan onderwijsgebouwen gesteld worden. Een breed scala aan deskundigen vanuit bouw en onderwijs heeft aan dit kader gewerkt. Dit sluit veel beter aan op de praktijk dan het bouwbesluit. Vanuit de inhoud is de lijn duidelijk, maar de budgetten voor zowel gemeente als schoolbesturen groeien niet mee met de hogere kwaliteitseisen , die we aan schoolgebouwen willen stellen. Zowel gemeente als schoolbesturen moeten creatief zoeken naar mogelijkheden om dit te bekostigen, omdat de budgetten achterblijven bij de ontwikkelingen.
Hoewel de nuancering van het investeringsverbod voor de schoolbesturen op handen is, is dat nog geen realiteit.
Het kwaliteitskader huisvesting vertrekt vanuit de kennis dat een goed onderwijsgebouw een positief effect heeft op het gedrag, welbevinden en leerproces van de leerlingen en leerkrachten die het gebouw dagelijks gebruiken. De kwaliteitscriteria zijn richtinggevend en geen norm. Ze komen voort uit praktijkervaringen en vragen aandacht voor zaken die niet door huidige wetgeving (bouwbesluit) worden ondervangen, maar die wel mede de kwaliteit van de huisvesting gedurende de gehele levensduur bepalen. Het kader kijkt daarmee verder dan de minimum Bouwbesluiteisen en breder dan de technische eisen ten aanzien van het binnenmilieu (onder meer het Programma van Eisen Frisse Scholen) en duurzaamheid (onder
10
MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
3. STEDELIJKE ONTWIKKELINGSSTRATEGIE WONEN Recentelijk is de update van de ‘Stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen’ vastgesteld. De gemeente Tilburg staat de komende jaren voor een urgente woningbouwopgave. In Tilburg gaat het op basis van de provinciale prognoses tot 2040 om minimaal 25.000 woningen. De grootste groei vindt waarschijnlijk plaats in de periode tot 2030. We hebben dan in totaal 15.000 woningen nodig. Voor de woningbouwopgave wordt met name naar de bestaande stad gekeken. Er worden voor de woningbouwopgave drie categorieën verstedelijking onderscheiden:
• • •
Binnenstedelijke verdichting in het dynamisch binnenstedelijk kerngebied Differentiatie in woningaanbod in met name de wijken West, Noord en Zuid Ontwikkeling van de dorpen
De potentiële locaties voor woningbouw zijn weergegeven in de volgende figuur. In dit stadium is dat nog vrij abstract; het zijn grove inschattingen per wijk of stadsdeel.
bron: Update stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen, september 2021
GEVOLGEN WONINGBOUWSTRATEGIE VOOR BEHOEFTE AAN ONDERWIJS De woningbouwopgave in de stad gaat de komende jaren zorgen voor een toenemende behoefte aan onderwijshuisvesting in de stad. De ontwikkelingsstrategie wonen vormt een belangrijke bouwsteen voor onze planvorming van uitbreiding en/of nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen in de stad. MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
Op dit moment is nog onduidelijk hoe en waar de woningbouwplannen de komende jaren effect gaan hebben op de behoefte aan onderwijshuisvesting. Hiervoor zijn de plannen nog te abstract. Het is echter wel van belang om tijdig in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.
11
De uitdaging is om de komende jaren voldoende ruimte voor onderwijs beschikbaar te hebben en te houden om ook in toekomst te kunnen blijven voldoen aan de behoefte aan onderwijshuisvesting. Onderwijs is immers slechts een van de vele ruimtevragers in de stad en die ruimte wordt de komende jaren steeds schaarser. De behoefte aan extra woningen in de gemeente betekent niet alleen een grote ruimtevraag vanuit wonen, maar een (ruimte)vraag naar werklocaties, mobiliteit, energieopwekking en landschap- en natuurontwikkeling in en rond de stad. Ook kan het tot intensiever gebruik of uitbreiding van (maatschappelijke) voorzieningen leiden. Dit vraagt om nieuwe creatieve oplossingen en voldoende aandacht voor onderwijs bij de planontwikkeling van publieke en private partijen.
De komende jaren moeten we terughoudend zijn in het afstoten van eventueel vrijkomende onderwijslocaties. We hebben behoefte aan een strategische ruimtereservering voor onderwijs om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast moeten we binnen gebiedsontwikkelingen actief op zoek naar locaties waar (op termijn) onderwijsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Dit maakt onderdeel uit van de integrale ruimtelijke opgave van de gemeente Tilburg bij gebiedsontwikkeling.
foto: Maria van der Heyden
12
MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
4. UITGANGSPUNTEN MIHP PO+ Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs, inclusief onderwijs en het ondersteunen van verschillende onderwijsconcepten. De basis op orde betekent kwalitatief goede en voldoende onderwijshuisvesting met een goede spreiding over de stad. Hierbij streven we naar multifunctioneel inzetbare gebouwen, flexibel en duurzaam, die niet alleen ondersteuning bieden aan het leerproces van scholen, maar ook passen in het bredere gebiedsgerichte beleid van de gemeente om samenhangende combinaties van maatschappelijke voorzieningen in buurten en wijken te realiseren.
van de school? Hoeveel ruimte is nodig voor andere maatschappelijk functies? Op basis hiervan ontwikkelen de schoolbesturen samen per wijk een aannamebeleid voor hun scholen.
Gemeente en schoolbesturen hebben daarin hetzelfde belang, namelijk een passende huisvesting voor onderwijs, waar mogelijk in IKC’s, zodat samenwerking in een doorgaande lijn gemakkelijker wordt. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven heeft elke partij daarin wel een eigen rol en verantwoordelijkheid.
BEHOEFTE BEPALING (SPECIAAL) BASISONDERWIJS De benodigde capaciteit van het regulier basisonderwijs stellen we per wijk vast, waarbij rekening wordt gehouden met bestaande leerlingenstromen (binnen en tussen wijken). Als de belangstelling voor specifieke scholen sterk toe- of afneemt, stemmen schoolbesturen onderling de verdeling van de bestaande capaciteit af. Schoolbesturen nemen maatregelen om ongewenste groei van scholen ten koste van andere scholen te voorkomen. Schoolbesturen maken hierover aansluitend op het MIHP PO+ bindende afspraken over optimale schoolgroottes. Uitbreiding van de capaciteit vindt pas plaats als er aantoonbaar te weinig capaciteit is/ontstaat voor de leerlingen in een wijk.
De wetgever heeft de zorg voor huisvesting van het onderwijs bij de gemeente neergelegd en de exploitatie en onderhoud ervan bij de schoolbesturen. Kinderopvangorganisaties hebben als marktpartij een geheel eigen verantwoordelijkheid voor huisvesting. De verschillende rollen en verantwoordelijkheden raken elkaar steeds vaker, zeker in het licht van de vorming van IKC’s. Dit maakt samenwerking noodzakelijk. Om recht te doen aan die betrokkenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke visie op de onderwijshuisvesting geformuleerd: We zorgen gezamenlijk, elk vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid, voor voldoende, kwalitatief goede huisvesting voor het primair onderwijs, die bijdraagt aan het realiseren van de Tilburgse onderwijsambities. Deze gezamenlijke visie wordt hierna op de verschillende thema’s van onderwijshuisvesting nader uitgewerkt: dekkend aanbod, kwaliteit, bekostiging en voorzieningen en procedures. We sluiten af met een paragraaf over periodieke herijking van het MIHP PO+.
4.1.Dekkend aanbod Om een dekkend aanbod te realiseren is het belangrijk goed na te denken over schaalgrootte. In Tilburg wordt het aanbod georganiseerd op wijkniveau (“In de buurt gebeurt het”). Per wijk wordt maatwerk geleverd, passend bij de sociale structuur en de specifieke vraagstukken binnen die wijk. De organisaties die actief zijn in de wijk creëren gezamenlijk het aanbod. Dit vraagt van schoolbesturen en andere relevante partners in de wijk dat ze samen en proactief bedenken hoe ze de beschikbare capaciteit optimaal kunnen benutten. Wat is de optimale grootte MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
Idealiter wordt als gevolg van het aannamebeleid voorkomen dat scholen bij groei een deel van de leerlingen moeten onderbrengen bij scholen in de omgeving, waar nog wel ruimte (leegstand) is. Voor het verwijzen naar leegstand in een andere school volgen we de regels van de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’.
Voor de bepaling van de ruimtebehoefte gelden de normen zoals ze in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’ zijn opgenomen. Deze normen sluiten aan bij de landelijk gehanteerde normen en worden breed als passend ervaren. Voor de capaciteit van bestaande gebouwen wordt uitgegaan van de normatieve capaciteit, zoals die bij het vaststellen van de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’, in gezamenlijkheid is bepaald met inachtneming van de wijzigingen daarop in de jaren na 2016. Zowel de ruimtebehoefte als de capaciteit zijn opgenomen in bijlage 1. BEWEGINGSONDERWIJS Ook de behoefte aan accommodaties voor bewegingsonderwijs brengen we per wijk in beeld, waarbij expliciet wordt gekeken naar de afstand tussen de school en de accommodatie. Ook hiervoor wordt aangesloten bij de normen uit de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’. Daarnaast wordt de behoefte zo veel mogelijk gekoppeld aan de behoefte vanuit de sport. PASSEND ONDERWIJS De lokale ontwikkelingen rond passend onderwijs betekenen dat het MIHP PO+ voor de korte termijn geen rekening hoeft te houden met een grote overgang van leerlingen vanuit het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs naar het regulier basisonderwijs.
In hoeverre en hoe die overgang in de toekomst zal plaatsvinden, is nu niet in te schatten. Daarom moet bij nieuwbouw, vernieuwbouw en renovatie rekening worden gehouden met de
13
mogelijkheid om extra spreekruimten te realiseren en ruimten waarin kleinere groepen leerlingen ondersteuning kunnen ontvangen. Een meer flexibel inzetbaar gebouw dus, in plaats van een gebouw met alleen klaslokalen. Een gebouw dat in de toekomst gemakkelijk in omvang of indeling kan worden aangepast. INTEGRALE KINDCENTRA Uitgangspunt is dat we alleen nog IKC’s realiseren en geen “stand-alone” schoolgebouwen meer. Wat de omvang van de centra is en welke partijen betrokken worden, is afhankelijk van de behoeften en wensen op die locatie. Stelregel is dat de schoolbesturen bij MIHP-ontwikkelingen tijdig de mogelijkheden van de vorming van IKC’s onderzoeken, op zoek gaan de meest geschikte samenwerkingspartners en samenwerkingsafspraken vastleggen. Zo vormen zij duurzame constructies voor de toekomst. Op veel schoollocaties in Tilburg is inmiddels al sprake van gezamenlijke huisvesting van onderwijs en opvang en/of zorg, ofwel in het schoolgebouw zelf of in de vorm van een kindercampus. In 2016 hebben schoolbesturen en gemeente de notitie ‘huur en medegebruik schoolgebouwen’ vastgesteld (zie bijlage 4). In deze notitie staan uniforme, sluitende afspraken met schoolbesturen over het verhuren of in medegebruik geven van ruimte in schoolgebouwen in de gemeente Tilburg aan samenwerkingspartners.
Samenwerkingspartners hebben hierdoor zekerheid gekregen over het gebruik van ruimte in de schoolgebouwen. Uitgangspunt hierbij is dat scholen alléén vorderen van opvang of zorg als dit niet ten koste gaat van de samenwerking tussen partijen. Onderdeel van de notitie is een gemeentebrede afspraak over de hoogte van de huurprijs die een opvangorganisatie betaalt voor het gebruik van hun vierkante meters. Die is op alle locaties binnen de kindcentra hetzelfde. Zo verstoort de gemeente de markt niet (Wet Markt & Overheid). (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS Daar waar bij regulier basisonderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs de ruimtebehoefte redelijk goed te voorspellen is via prognosemodellen, is dat bij (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) veel minder. Ten eerste heeft passend onderwijs nog niet geleid tot een afname van het aantal leerlingen in het (V) SO. Sterker nog, we zien de laatste jaren een forse stijging van het aantal leerlingen in het (V) SO. Een groot deel van deze leerlingen is door hun situatie aangewezen op dit soort onderwijs. Maar een heel beperkt deel van de leerlingen kan met begeleiding of voorzieningen terecht in het regulier basisonderwijs. Ten tweede hebben schommelingen in de leerlingenstromen veel grotere gevolgen in het (V)SO, omdat de klassen veel kleiner zijn.
Verschillen in leerlingenstromen hebben daardoor een grotere invloed op de ruimtebehoefte. En ten derde zijn er veel minder scholen. Binnen de scholen voor regulier basisonderwijs en de SBO’s kunnen wijzigingen in leerlingenstromen onderling opgevangen worden. Doordat in het (V)SO vaak regionaal maar één of twee scholen geschikt zijn voor leerlingen, is onderling schuiven met leerlingen vrijwel niet aan de orde. Dit leidt ertoe dat het (V)SO moeilijk vooruit kan kijken, eigenlijk is 4 jaar maar haalbaar. Voor het MIHP PO+ zal dus rekening moeten worden gehouden met deze onzekerheid.
14
Bovenstaande redenen, zij het op een iets andere manier, hebben ook invloed op het definiëren van normen voor het bepalen van de benodigde huisvestingscapaciteit. De leerlingenstroom varieert namelijk niet alleen in omvang, maar ook in samenstelling. En juist bij het (V) SO is het belangrijk dat de huisvestingscapaciteit aansluit bij de aanwezige leerlingen. Door de invoering van het passend onderwijs is er een discrepantie ontstaan in de “labeling” van leerlingen. De manier waarop leerlingen in het passend onderwijs worden benoemd, past niet op de wijze van benoeming in de onderwijshuisvesting. We stellen daarom voor aansluiting te zoeken bij het onlangs gepresenteerde kwaliteitskader huisvesting ‘Bouwen voor de wereld van morgen’. Die neemt de normen uit de VNG-modelverordening onderwijshuisvesting (november 2020) als basis, maar biedt ook ruimte om dit in onderling overleg aan te passen aan de leerlingen die aangewezen zijn op het gebouw. Zo is maatwerk mogelijk.
4.2. Kwaliteit Onderwijs komt het best tot zijn recht in kwalitatief goede gebouwen die de onderwijsvisie van de school ondersteunen. Omdat het gebouw de ruimte en mogelijkheden biedt en omdat de kwaliteit van het gebouw zo hoog is dat de kosten voor de exploitatie niet ten koste hoeven gaan van de middelen die voor het geven van onderwijs nodig zijn. Iedereen is er dus bij gebaat dat we ons onderwijsgebouwenbestand op een zo hoog mogelijk niveau hebben en houden. Gezien hun gedeelde verantwoordelijkheid hebben schoolbesturen en gemeente hierin beiden een taak. KWALITEITSKADER HUISVESTING ‘BOUWEN VOOR DE WERELD VAN MORGEN’ Zoals in paragraaf 2.3 staat beschreven heeft Kenniscentrum Ruimte OK een landelijk breed gedragen definitie van ‘basiskwaliteit’ van onderwijshuisvesting ontwikkeld. De wijze waarop dit kader is ontwikkeld en de combinatie van bruikbaarheid, wetgeving en techniek, maakt dat het kwaliteitskader huisvesting een solide basis is om te bouwen voor de toekomst. Het kwaliteitskader huisvesting geeft criteria voor beleving (architectonische criteria voor exterieur en interieur), gebruik (functionele criteria voor locatie en ruimten) en techniek (technische criteria voor binnenmilieu en exploitatie). Uitgangspunt voor de kwaliteit van onze schoolgebouwen en gymzalen zijn de kwaliteitscriteria van het kwaliteitskader.
Concreet betekent dit een plus op de wettelijk verplichte eisen, in onder meer energie (energieneutraal in plaats van bijna energie neutraal), flexibiliteit en gebruik van duurzame materialen. Voor de accommodaties voor het bewegingsonderwijs geldt dat wij in geval van nieuwbouw gymzalen realiseren met een minimaal netto sportvloeroppervlak van 14x22 meter. Dit komt overeen met de richtlijnen van de KVLO (Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding). Dit is groter dan de standaardafmetingen van een gymzaal in het kader van onze verordening (netto sportvloeroppervlak 12x21 meter). Een grotere gymzaal is niet alleen goed voor het bewegingsonderwijs van scholen, maar maakt deze ook meer geschikt voor het sporten na schooltijd. Aanvullend daarop staan we bij nieuwbouw open voor een verkenning naar het realiseren van andersoortige accommodaties voor sport en bewegen (bijvoorbeeld een beweegbox) of een meer multifunctioneel te gebruiken voorziening in plaats van de standaard gymzaal. MEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
4.3. Bekostiging De gemeente krijgt via het gemeentefonds (niet geoormerkte) middelen voor haar taken in onderwijshuisvesting en schoolbesturen krijgen in hun bekostiging middelen voor de taken die bij hen zijn ondergebracht (Materiele Instandhoudingsvergoeding schoolgebouwen). De bekostiging van (vervangende) nieuwbouw vindt nu plaats op basis van normbedragen in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’. De bedragen uit deze verordening worden jaarlijks geïndexeerd naar het prijspeil van dat moment, Aanpassing normbedragen aan kwaliteitskader huisvesting In dit MIHP is een hogere ambitie beschreven ten aanzien van de kwaliteit van schoolgebouwen: kwaliteitskader huisvesting in plaats van wettelijk minimum verordening voorziening huisvesting onderwijs. Dit heeft tot gevolg dat de financiële normen zoals opgenomen in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’ niet toereikend zijn om de ambitie te realiseren. Het kwaliteitskader huisvesting bevat een berekening van de normbedragen die nodig zijn om gebouwen volgens het kwaliteitskader huisvesting te realiseren. Dit normbedrag is voor het primair onderwijs 19% hoger dan de normbedragen die zijn opgenomen in onze verordening.
OVERZICHT STICHTINGSKOSTEN PER M2* Bouwbesluit (BENG)
€ 2.320
VNG-adviesnorm verordening
€ 2.573
Kwaliteitskader huisvesting (ENG)
€ 3.062 (+19% tov VNG)
GEZAMENLIJKE FINANCIERING Het realiseren van gebouwen volgens het kwaliteitskader huisvesting is een gezamenlijke ambitie van gemeente en schoolbesturen. In die zin is een gezamenlijke bekostiging van die ambitie ook wenselijk en logisch. Bovendien levert een deel van de plus van deze ambitie ook winst op in de exploitatie: de hogere ambitie zit hem vooral in exploitatiegevoelige zaken, zoals energiegebruik (geen/minder energielasten) en duurzaamheid (minder onderhoud). Formeel is het voor schoolbesturen nog wettelijk verboden rijksmiddelen te besteden aan uitbreiding of nieuwbouw van schoolgebouwen. Deze verplichting staat op de nominatie om versoepeld te worden, maar geldt momenteel nog wel. Toch hebben schoolbesturen ook nu mogelijkheden om te investeren in de kwaliteit van het gebouw. Het gaat dan om aanvullende investeringen boven op het niveau van het Bouwbesluit, met name investeringen met het oog op duurzaamheid. Het schoolbestuur mag wél middelen investeren in gebouwen om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Voorwaarde is dat dit goed wordt onderbouwd en de investeringen zich redelijkerwijs verhouden tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en de tijd waarin de investering zichzelf terugverdient (twintig jaar).
We hanteren het uitgangspunt dat schoolbesturen en gemeente elk de helft van de meerkosten van ons hogere ambitieniveau bijdragen bij alle investeringen. Uit de TCO-berekening (Total Cost of OwnerMEERJARIG INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PO+ TILBURG
ship), die we door een onafhankelijk bureau hebben laten opstellen (zie bijlage 3), blijkt dat dat deze afspraak (theoretisch) haalbaar moet zijn. De gevraagde investering is ruim binnen 20 jaar terug te verdienen. In de praktijk komt de theoretische berekende situatie nooit precies zo voor. Zolang de financiën voor onderwijshuisvesting beperkt zijn en de wetswijziging niet is doorgevoerd, zullen we elk bouwproject moeten onderbouwen met een businesscase om de haalbaarheid aan beide kanten te beargumenteren. BEKOSTIGING GYMZALEN Voor de gymzalen sluiten we aan bij de afspraken in het kader van het MIHP voor het voortgezet onderwijs. Dat betekent € 1.492.420 voor nieuwbouw van een grotere gymzaal. Daarnaast sluiten we voor de (eerste) inrichting van nieuwe gymzalen aan bij de richtlijnen van de KVLO (norm € 90.000). De investering voor de gymzalen komt geheel voor rekening van de gemeente, op grond van de verantwoordelijkheid voor de bekostiging van bewegingsonderwijs. INTEGRALE KINDCENTRA Investeringen in ruimten voor andere gebruikers dan het onderwijs moeten altijd volledig bekostigd worden door de gebruikers ervan, door mee-investeren of door een kostendekkende huur. Uitgangspunt is dat de kinderopvang- en/of zorgpartner in principe zelf risicodragend investeert in het realiseren van de benodigde vierkante meters niet-onderwijsruimte in of bij schoolgebouwen.
In voorkomende gevallen is de gemeente bereid zelf risicodragend te investeren in het realiseren van niet-onderwijsruimte, daar waar de markt niet in staat is zelf te investeren of in specifieke wijken het risico te groot acht. De gemeente maakt voor ieder bouwproject een zelfstandige afweging. Als de gemeente zelf investeert in niet-onderwijsruimte, dan moeten de gemeentelijke jaarlijkse lasten als gevolg van de investering worden gedekt door jaarlijkse huurinkomsten. De opvang- of zorgorganisatie betaalt in dat geval via het schoolbestuur aan de gemeente een jaarlijkse kostendekkende huurvergoeding op basis van een langjarige huurovereenkomst (minimaal 10 jaar). Deze huurvergoeding kan hoger zijn dan het huurtarief van de gemeentebrede afspraken voor huur van onderwijsruimte, zoals vastgelegd in de notitie huur en medegebruik schoolgebouwen. Het schoolbestuur legt de afspraken over de huurvergoeding en het ruimtegebruik vast in een overeenkomst met de huurder en legt deze conceptovereenkomst voor aan de gemeente. Die stemt schriftelijk in met de overeenkomst, waardoor een tripartiete overeenkomst ontstaat. Het sluiten van deze overeenkomst is voorwaarde voor het doen van investeringen. INDEXERING In de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg 2016’ is opgenomen dat voor de jaarlijkse indexering het VNG-advies gevolgd wordt.
Voor het MIHP PO+ spreken we af dat we dit blijven doen. Daarbij houden we er rekening mee dat de gemeente Tilburg voor dit MIHP een hogere kwaliteitsnorm hanteert dan waar de VNG op dit moment rekening mee houdt. Dit betekent dat we alleen de jaarlijkse indexering van de bouwkosten volgen en niet automatisch de verhogingen als gevolg van verhoging van de kwaliteit. Deze laatste zullen we toetsen aan ons lokale kwaliteitsniveau alvorens we besluiten tot wel of niet toepassen.
15
LANDELIJKE DISCUSSIE Landelijk is al geruime tijd een discussie gaande over de hoogte van de middelen die gemeente en schoolbesturen ontvangen. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat deze aan zowel de zijde van de gemeente als aan de zijde van de schoolbesturen onvoldoende zijn om de huidige wettelijke taken naar behoren uit te voeren. De discussie geeft echter nog steeds geen zicht op verruiming van de middelen. Mocht dit in de nabije toekomst nog veranderen, dan kan het MIHP PO+, indien nodig, hierop aangepast worden.
4.4. Voorzieningen en procedures Ons uitgangspunt is dat schoolgebouwen van 40 jaar of ouder in principe in aanmerking komen voor een investering in onderwijshuisvesting. Op dat moment beoordelen we, via een onafhankelijke scan, of er iets met een schoolgebouw moet gebeuren en wat dan. We onderscheiden drie mogelijke maatregelen: • • •