02 Kadernota Stimuleren Persoonlijke Ontwikkeling
Tekst van het document
Kadernota Stimuleren Persoonlijke Ontwikkeling
Inhoud HOOFDSTUK 1
INLEIDING KADERNOTA ................................................................................ 4
1.1
Waarom deze kadernota? .......................................................................................... 4
1.2
Afbakening en positionering ...................................................................................... 4
1.3
Visie en opgave veld stimuleren Persoonlijke ontwikkeling ....................................... 6
1.3.1
Opgave en bijbehorende ambitie......................................................................... 6
1.3.2
Visie ...................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 2
Impact en (deel)opgaven .............................................................................. 8
2.1
Beoogde impact ......................................................................................................... 8
2.2
(Deel)opgaven ............................................................................................................ 8
2.2.1
Bevorderen van gelijke kansen ............................................................................ 8
2.2.2
Leven Lang Ontwikkelen ...................................................................................... 9
2.2.3
Leren doe je overal ............................................................................................. 10
2.3
Beleid en programma .............................................................................................. 10
2.3.1
Direct .................................................................................................................. 11
Lokaal Educatieve Agenda ........................................................................................ 11 Voortijdig schoolverlaten (VSV) .............................................................................. 11 Regioplan Laaggeletterdheid ................................................................................... 12 Inburgering ............................................................................................................... 12 Jeugdwerkloosheid vrije regio.................................................................................. 13 Onderwijshuisvesting ............................................................................................... 13 Mondiale bewustwording ........................................................................................ 14 2.3.2
Flankerend .......................................................................................................... 14
PACT-aanpak ............................................................................................................ 14 Tilburg investeert in Perspectief .............................................................................. 15 Next Economy .............................................................................................................. 16 Sport ......................................................................................................................... 17 Hoger onderwijs en studenten................................................................................. 17 Cultuur ...................................................................................................................... 17 Ouderen.................................................................................................................... 18 Bestaanszekerheid ................................................................................................... 18 Integraal jeugdbeleid ............................................................................................... 18 HOOFDSTUK 3
Doelen en indicatoren................................................................................. 19
2
HOOFDSTUK 4
Financiële kaders......................................................................................... 22
BIJLAGE I
21e eeuws vaardigheden ................................................................................ 23
BIJLAGE II
Leeftijdsfasen en specifieke opgaven ............................................................. 24
3
HOOFDSTUK 1 INLEIDING KADERNOTA 1.1
Waarom deze kadernota?
Deze kadernota geeft een overkoepelend beeld van de investeringen die de gemeente Tilburg in samenwerking met partners de komende jaren doet om de persoonlijke ontwikkeling van Tilburgers mogelijk te maken en te stimuleren. Deze kadernota laat de samenhang zien met de meest relevante opgaven en doelen bij de andere kadernota's in het sociaal domein of daarbuiten (bijvoorbeeld kadernota Economie, Cultuur en Evenementen) . Zodoende zorgen we ervoor dat, de investeringen die de gemeente Tilburg de komende jaren doet, meer integraal kunnen worden bekeken en de Raad meer mogelijkheden heeft om bij te sturen indien nodig. Voor deze sturing biedt deze kadernota doelen, indicatoren en streefwaarden voor het veld stimuleren Persoonlijke Ontwikkeling. Persoonlijke ontwikkeling betreft alles rondom de ontwikkeling van het zelfbewustzijn, de identiteit, het eigen talent en potentieel, het vergroten van de kwaliteit van het leven en het realiseren van dromen en aspiraties. Persoonlijke ontwikkeling vindt het hele leven plaats in verschillende omgevingen: thuis, op school, in de vrije tijd en op het werk. Er zijn, in onze steeds sneller en voortdurend veranderende samenleving, zorgen over de persoonlijke ontwikkeling van mensen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderwerpen als voortijdig schoolverlaten, onvoldoende toegang tot voorzieningen voor burgers of te weinig investeren in het ontwikkelen van vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het werk. Door persoonlijke ontwikkeling te stimuleren zetten we talentontwikkeling centraal. Dit alles vanuit de veronderstelling dat als mensen de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en uitgedaagd voelen en de talenten zinvol kunnen inzetten, dit ook leidt tot gezondheid en geluk. In de volgende paragraaf schetsen we kort welke afwegingen ten grondslag liggen aan de nadere afbakening en positionering van het veld binnen de andere velden van het sociaal domein. In paragraaf 1.3 gaan we dieper in op de hoofdopgave van en de visie op het veld. In hoofdstuk 2 behandelen we de beoogde impact en (deel)opgaven. De doelen op veldniveau en bijbehorende indicatoren behandelen we in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 rondt af met nader inzicht in het financiële kader.
1.2
Afbakening en positionering
Zelfredzaamheid is niet exclusief de resultante van dit veld De investeringen in de andere velden van het sociaal domein dragen eveneens bij aan het bevorderen van zelfredzaamheid. Voorbeelden hiervan zijn de investeringen in de Participatiewet om mensen uitkeringsonafhankelijk te maken (veld Passende ondersteuning), het ingrijpen in crisissituaties waarin mensen in een veilige omgeving worden geplaatst om weer zelfstandige keuzes te kunnen maken en meer ruimte ervaren om te investeren in persoonlijke ontwikkeling (veld Crisis en Onveiligheid) en meer inzet van mensen in de persoonlijke omgeving om zodoende iemand met minder inzet van
4
overheid(middelen) toch nog zelfstandig in zijn of haar leefomgeving te laten functioneren en zich te laten ontwikkelen (veld versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg). Agenda Sociaal 013 De waarden van de Agenda Sociaal 013 – Goede Start, Ruimte om te leven, Optimale kansen, In een Wereld die mij ziet – bieden vanuit de taal en de zienswijze van de inwoners belangrijke en invoelbare toetsstenen bij het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling. Als we deze waarden vertalen naar een ideale situatie voor het veld stimuleren van Persoonlijke Ontwikkeling dan worden Tilburgers écht gezien en gehoord, krijgen ze alle kansen om mee te doen, kunnen Tilburgers in alle fasen van hun leven hun talenten ontwikkelen en –mede daardoor-- gezonder leven en écht meedoen. Bovendien wordt in een dergelijke ideale situatie de publieke ruimte zodanig ingericht dat het bijdraagt aan sociaal en gezond gedrag waarin wonen, werken, leren meer en meer in elkaar overvloeien en elkaar als functies ondersteunen. Bij de aanpak van de opgaven van dit veld toetsen we voortdurend of voldoende recht wordt gedaan aan de waarden van de Agenda Sociaal 013. Verhouding tot andere velden Sociaal Domein De investeringen in persoonlijke ontwikkeling hebben in relatie tot de andere velden van het Sociaal Domein verschillende functies: •
•
• •
Kapitaal: het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling levert een bijdrage aan welzijn en welvaart. Het leidt tot menselijk kapitaal dat ingezet kan worden in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Daarmee levert het ook een bijdrage aan de inzet van menskracht en kennis op de aanpak van de andere vraagstukken. Samenhang: Investeringen in persoonlijke ontwikkeling zorgt voor samenhang, omdat het vraagt om een integrale aanpak waarin meerdere partners zijn betrokken op het snijvlak welzijn/zorg, economie/arbeidsmarkt, onderwijs, sport en cultuur. Een enkelvoudige strategie vanuit 1 domein of invalshoek leidt niet tot optimale uitkomsten. De verschillende beleidsdoelen in onderliggende nota’s streven deze (verbeterde) verbinding na in de praktijk en het dagelijkse leven van Tilburgers. Daarmee heeft het veld ook een verbindende functie. Geluk en welzijn : Investeringen in persoonlijke ontwikkeling zorgen voor Tilburgers die zich gelukkiger voelen. Ontdekken dat je ergens goed in bent, iets graag doet en/of een betekenisvolle bijdrage leveren maakt mensen gelukkiger en sterker. Preventie: het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling is een vorm van preventie. Het voorkomt dat ondersteuning nodig is om Tilburgers in de samenleving en op de arbeidsmarkt te laten functioneren (voorkomen van kosten in het sociaal domein).
Door je talenten te ontwikkelen is het gemakkelijker om mee te doen. Iedereen heeft af en toe een bepaalde mate van ondersteuning nodig. Het gaat er om dat iemand een persoonlijk netwerk ontwikkelt en ook de weg weet om zo nodig de juiste professionele ondersteuning te vinden Als de investeringen in een vroegtijdig stadium worden ingezet (nog voordat achterstanden en/of risico’s zich manifesteren), dan kunnen de investeringen in dit veld een preventieve werking hebben.
5
Los van bovenstaande functies zijn de investeringen in persoonlijke ontwikkeling (en eventuele rendementen later) mede afhankelijk van de effectiviteit van de inrichting en ondersteuning van de andere velden. Zo zal de ruimte die Tilburgers voelen om tijd te besteden aan talentontwikkeling mede afhankelijk zijn van de impact in andere velden (bijvoorbeeld voldoende ervaren van veiligheid, voldoende mogelijkheden om te spelen/recreëren in de directe omgeving of het hebben van werk dat past bij de Tilburger). Meer specifiek in relatie tot de afbakening ten opzichte het veld Passende Ondersteuning (veel van de stimulerende activiteiten in dit veld kan namelijk onder een bepaalde vorm van ondersteuning worden verstaan) merken we nog op dat de focus van dit veld sec gericht is op de persoonlijke ontwikkeling van het individu en de betekenis voor het collectief: de inzet van talenten in de samenleving. Verder is het onderscheid nog scherper te maken door te veronderstellen dat bij het veld Passende Ondersteuning de noodzaak tot ondersteuning nog nadrukkelijker aan de oppervlakte ligt omdat direct de persoonlijke risico’s zich manifesteren.
1.3
Visie en opgave veld stimuleren Persoonlijke ontwikkeling
1.3.1 Opgave en bijbehorende ambitie Tilburg wil een inclusieve stad zijn, met gezonde en gelukkige inwoners. Voor deze gezondheid en het ervaren van geluk is het kunnen ontwikkelen en inzetten van talenten aantoonbaar relevant. Vooral ook omdat deze talenten maar al te vaak bepalend zijn voor deelname in de samenleving en op de arbeidsmarkt (meedoen). We stimuleren persoonlijke ontwikkeling van alle Tilburgers. Daarmee willen we voorkomen dat mensen structureel achterblijven of een achterstand dreigen op te lopen. De scheidslijnen op de arbeidsmarkt en in de samenleving tussen sociaal zwakkere en sterkere groepen burgers moeten niet nog scherper worden. Daarnaast stimuleren we talentontwikkeling ook in meer brede zin zodat iedereen in elke fase van zijn leven mogelijkheden heeft om talenten blijvend te ontwikkelen. Vertalen we dit naar een gezamenlijke ambitie met onze partners dan willen we een omgeving bieden waarin alle Tilburgers de ruimte krijgen te ontdekken wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en wat ze willen leren. We kijken op een positieve manier naar Tilburgers en hun talenten en richten ons op wat wél kan. We zorgen ervoor dat goede voorschoolse voorzieningen, uitstekend onderwijs, sportfaciliteiten, culturele én maatschappelijke activiteiten en jongerenwerk beschikbaar zijn voor alle Tilburgers. Persoonlijke ontwikkeling stopt niet bij een bepaalde leeftijd.
Het is geslaagd wanneer iedereen de eigen talenten optimaal benut, bezig blijft met zich zelf ontwikkelen (leven lang ontwikkelen) en de ruimte hiertoe ook ervaart. We willen een gemeente zijn waarin alle vormen van talent worden erkend. Daarvoor is het ook nodig om verschillende vormen van talent te willen zien. Dit doen we door niet alleen oog te hebben voor het behalen van het hoogste diploma of best betaalde banen, maar ook meer waardering te hebben voor bijvoorbeeld het ambacht, creativiteit bij de inzet van het talent en de waarde voor de samenleving.
6
Kortom: we vinden het belangrijk dat iedereen tijdens zijn/haar levensloop met vergelijkbare capaciteiten dezelfde ontwikkelingskansen krijgt in het onderwijs, de samenleving en op de arbeidsmarkt. Iedereen moet het potentieel van zijn talent kunnen ontwikkelen. Schoolsucces moet afhankelijk zijn van de capaciteiten en inzet en niet van het inkomen of opleidingsniveau van de ouders of de sociale contacten in de wijk. Elke Tilburger verdient een stimulerende omgeving; thuis, op het werk, in de samenleving en op school. We bevorderen kansengelijkheid door interventies in het onderwijs maar ook door mogelijkheden te creëren in werk (formeel/informeel leren1) en in de brede leefomgeving (non formeel) . Zeker als ondanks vergelijkbare capaciteiten er toch een scheefgroei in kansen ontstaat. Het versterken van het geloof in eigen kunnen is daarin ontzettend belangrijk. Investeren in persoonlijke ontwikkeling rendeert inhoudelijk en financieel op verschillende manieren. Het is bij uitstek de beste investering voor de toekomst van een stad. Het is een belangrijke randvoorwaarde voor ons individueel en collectief welzijn en onze welvaart. We tonen aan dat diepte-investeringen in (jonge) mensen zich op langere termijn terugverdienen. Niet onbelangrijk gelet op de financiële uitdaging momenteel en de komende jaren in het Sociaal Domein. 1.3.2 Visie Tilburg bruist van talent.
Iedereen heeft verschillende talenten die waardevol zijn voor de samenleving en de arbeidsmarkt. In die zin is er sprake van een eerlijke verdeling. Maar niet iedereen heeft dezelfde kansen talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Elke Tilburger verdient een eerlijke start door al jong te kunnen ontdekken waar hij/zij goed in is en wat hij/zij leuk vindt. En ook in latere levensfasen zal iedereen dezelfde mogelijkheden moeten hebben om de talenten die hij/zij bezit ook in te kunnen zetten en blijvend te kunnen ontwikkelen. Om dat juist meer mogelijk te maken zetten we ons samen met onze netwerkpartners in om mensen meer van betekenis te laten zijn voor zichzelf en voor de samenleving Dit leidt tot onderstaande visie op stimuleren Persoonlijke ontwikkeling: Alle Tilburgers ervaren een stimulerende en veilige omgeving die mogelijkheden biedt om de eigen talenten te ontdekken, optimaal te ontwikkelen en in de verschillende levensfasen naar wens in te zetten. Zo kunnen Tilburgers zich vanuit intrinsieke motivatie persoonlijk ontwikkelen en creëren ze voor zichzelf en anderen welzijn en welvaart.
1
Definities formeel, non formeel en informeel leren: Formeel: systematisch en gestructureerd leren en ontwikkelen gebaseerd op een formeel curriculum en leidend tot een formeel erkende kwalificatie. Hieronder vallen bijvoorbeeld initieel onderwijs en formele nascholing (erkend door bijvoorbeeld overheid of beroepsgroepen). Non-formeel: gestructureerd leren en ontwikkelen gebaseerd op een formeel curriculum maar niet gericht op het behalen van een erkend diploma of certificaat. Hieronder vallen bijvoorbeeld cursussen en trainingen. Informeel: dit is het leren dat toevallig, buiten georganiseerde omgevingen plaats vindt, tijdens spel, in de opvoeding, al werkend. In tegenstelling tot formeel en nonformeel leren is informeel leren niet gestuurd. Daarmee bedoelen: niet gestuurd op leren maar gestuurd omdat iemand iets doet, een ervaring heeft etc.
7
HOOFDSTUK 2 Impact en (deel)opgaven In dit hoofdstuk behandelen we de beoogde impact van het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling en de belangrijkste opgaven die bij de in hoofdstuk 1 beschreven hoofdopgave van deze kadernota horen. De laatste paragraaf is het meest uitgebreid en behandelt de beleidsnota’s die een bijdrage leveren aan de opgaven. Per beleidsnota laten we bovendien de meeste relevante indicatoren zien die deze bijdrage illustreren.
2.1
Beoogde impact
De mogelijkheid om je talenten te ontdekken, te ontplooien en in te zetten betekent normaliter dat je meer zelfredzaam, weerbaar en flexibel wordt. We willen dat mensen met dezelfde capaciteiten dezelfde ontwikkelkansen krijgen. Door vanaf het begin meer gelijke kansen te creëren voor iedereen leidt dit tot voor meer mensen betere kansen op (duurzaam) werk, meer bestaanszekerheid en een beter gevoel van eigenwaarde. De inkomensongelijkheid kan daardoor afnemen en de sociale samenhang toenemen. Dit leidt ook weer tot meer geluk en gezondheid voor onze Tilburgers. Door te investeren in talenten kunnen Tilburgers meer duurzaam en actief participeren in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Ook als de eisen daarvoor steeds sneller veranderen en meer vragen van mensen. Dit resulteert (ultimo) in een stad waarin iedereen mee kan doen en erbij hoort. We willen dat samen met onze partners meer dan nu en voor zoveel mogelijk mensen bereiken in de toekomst.
2.2
(Deel)opgaven
We willen de in paragraaf 1.3 beschreven hoofdopgave en ambitie realiseren door de komende jaren de volgende deelopgaven op te pakken: 1 2 3
Meer mensen met gelijke capaciteiten krijgen dezelfde ontwikkelkansen (Bevorderen van gelijke kansen) Talentontwikkeling meer praktijk in alle levensfasen van inwoners (Leven Lang Ontwikkelen) Uitvoering en beleid op het vlak van talentontwikkeling vanuit verschillende leefdomeinen meer verbinden voor inwoner (Leren doe je overal)
Hieronder lichten we in sub paragrafen de deelopgaven nader toe. 2.2.1 Bevorderen van gelijke kansen Onderzoek laat zien dat hoe eerder en beter wordt gestart met talentontwikkeling hoe meer dit in latere levensfasen loont. Om te voorkomen dat kinderen al bij de start een achterstand oplopen die zij later niet of maar moeilijk goed kunnen maken. Zeker voor kinderen met een minder gunstige uitgangspositie is dit onontbeerlijk. We weten dat verschillen vroeg ontstaan. Het gezin, de straat, de wijk en de omgeving waarin een kind opgroeit zorgen voor een Goede Start en maken uit voor later succes. Kwalitatief goede kinderopvang, peutervoorzieningen en goed onderwijs zijn natuurlijk erg
8
belangrijk voor talentontwikkeling. Zeker in de beginfase van iemands leven. Het belang van een diploma voor succesvolle deelname aan de maatschappij en arbeidsmarkt is groter dan ooit tevoren. Geen goede start en/of opleiding laat maar al te vaak litteken-effecten zien in latere fasen in het leven op de arbeidsmarkt of in het maatschappelijk verkeer. Ook met het oog op latere levensfasen moeten we echter ook op zoek naar andere manieren om de talenten van iemand in kaart te brengen en in te zetten dan alleen formeel onderwijs en een diploma. Want iedereen kan iets en kan deze talenten betekenisvol inzetten, ook al past dat niet altijd bij de standaarden van onze samenleving en prestatieve arbeidsmarkt/economie. Ieder kind heeft gedurende de hele schoolcarrière recht op gelijke leerkansen om talent maximaal te ontplooien, in een tempo dat bij hem of haar past. Overgangen binnen en tussen onderwijs, kinderopvang en zorg moeten daarvoor geen belemmeringen opleveren. De kwaliteit van het onderwijs wordt niet alleen door scholen bepaald, maar is een resultaat van de school en de factoren daaromheen, zoals voorschoolse educatie, taalonderwijs voor kinderen van migranten, steun vanuit ouders, de toegankelijkheid en kwaliteit van lerarenopleidingen, goede huisvestiging, de verbinding met het bedrijfsleven etc.
Met name op deze brede inbedding van kwalitatief goed onderwijs en de randvoorwaarden die daarbij horen (zoals het organiseren van meer fluïde overgangen) kan de gemeente een belangrijke rol spelen. Talentontwikkeling is niet alleen de uitkomst van onderwijs en stopt niet na het bereiken van een volwassen leeftijd. De opgaven die hier spelen wat dat betekent voor gelijke kansen behandelen we in de volgende twee subparagrafen. 2.2.2 Leven Lang Ontwikkelen Het is belangrijk om blijvend te investeren in de ontwikkeling van mensen. Dus niet alleen tijdens de schoolcarrière van een individu. Met name de volgende aspecten zijn hierin leidend: •
•
•
De arbeidsmarkt verandert in snel tempo. Oude beroepen verdwijnen en nieuwe komen ervoor in de plaats. Denk aan het maken van apps, het programmeren van robots of het ontwikkelen van nanotechnologie. Bedrijven en organisaties verspreiden zich steeds meer wereldwijd. En de concurrentie neemt toe, ook internationaal. Bij reorganisaties is voor sommige werknemers dan geen plaats meer. Daarom is het kunnen wisselen van beroep en branches steeds belangrijk geworden om zeker te zijn van werk. De maatschappij wordt steeds ingewikkelder en verandert steeds sneller. Daarom is het voor iedereen belangrijk om goed overweg te kunnen met bijvoorbeeld taal, rekenen en computers. Maar het is ook belangrijk om te investeren in deinvulling van burgerschap, sociaal gedrag (anti-pesten, coöperatief) en mediawijsheid.
Kortom: technologische en maatschappelijke ontwikkelingen veranderen hoe we leven en ook hoe we werken. Bestaande en nieuwe banen vereisen voortdurend andere kennis, vaardigheden en eigenschappen, wat vraagt om een beroepsbevolking die zich moet blijven ontwikkelen (zie bijlage I voor opsomming vaardigheden 21e eeuw) . Alle mensen dienen de kansen te hebben om zich te blijven ontwikkelen en die kansen dienen ze ook te benutten. Verandering wordt een blijvende factor: in het werk en in het dagelijks leven. Voor steeds meer mensen is de mogelijkheid tot scholing, herscholing en/of zich persoonlijk verder te
9
ontwikkelen een belangrijke motivator. Meer en meer ontstaat het besef dat dit belangrijk is om te voorkomen dat mensen afhankelijk worden en niet meer mee kunnen doen in de vereisten van de moderne tijd. We zullen iedereen, van inwoners tot bedrijven, mee moeten krijgen in deze nieuwe en vooral permanente leercultuur. In bijlage II gaan we specifiek in op de specifieke deelopgave per leeftijdsfase waarin iemand zich bevindt. 2.2.3 Leren doe je overal We ontwikkelen ons zelf niet alleen op school. Jongeren leren door trial en error, door te imiteren en uit te proberen, door te spelen en te ontdekken, gedreven door nieuwsgierigheid, zich bijsturend na gemaakte fouten. Voor volwassenen geldt dat eigenlijk nog steeds: we leren door te denken en te doen en door terug te kijken op onze persoonlijke ervaringen. Dat gebeurt niet uitsluitend in onderwijssituaties, en het gebeurt bovendien vaak als een sociaal proces van betekenis geven. Het is daarnaast belangrijk voor leren om abstracte concepten (theorie) te koppelen aan concrete praktische ervaringen (leren). Dat maakt ontwikkelen betekenisvol, persoonlijk, motiverend, toegepast en duurzaam. We ontwikkelen continu vriendschappen en leren omgaan met anderen. We worden lid van verenigingen om ons te vermaken en te ontwikkelen.
Mede hierdoor leren we ook om verantwoordelijkheid te nemen, om te gaan met teleurstellingen, uitdagingen aan te gaan en ons in te zetten voor anderen. Zo raken verschillende leefwerelden worden verbonden: thuis, sport, cultuur, werk, online, onderwijs etc. Niet iedereen heeft even gemakkelijk toegang tot deze leefwerelden en die medebepalend zijn voor de individuele ontwikkeling . Om te voorkomen dat de scheidslijnen op de arbeidsmarkt en in de samenleving tussen sociaal zwakkere en sterkere groepen burgers scherper worden, stimuleren we vanuit een aantal flankerende beleidslijnen extra de ontwikkeling van mensen die structureel achterblijven. Dat zal in toenemende mate nog meer in samenhang moeten gebeuren om nog meer impact te sorteren. Zo is een stedelijke omgeving die uitnodigt tot inspiratie, ontmoetingen en verkenningen, ingevuld met voorzieningen, stadsprogrammering, kunst, cultuur en sport, essentieel voor voortdurende prikkeling/ uitdaging. De investeringen richten zich net als bij de eerste deelopgave op het bevorderen van gelijke kansen. We spreken daarbij niet alleen onderwijs en de formele vormen van om-, na en bijscholing aan. Maar ook een andere wijze van leren/ontwikkelen, namelijk informeel leren: “leren en ontwikkelen doordat mensen werken of op een andere manier actief deelnemen aan de samenleving: ‘learning on the practice'.
De sociale verbanden en informele netwerken zijn daarbij belangrijk voor de ontwikkeling van een individu. Het betekent ook iets voor de koppeling van leren aan de directe of indirecte werkomgeving.
2.3
Beleid en programma
Verschillende beleidslijnen en programma’s spelen een rol in de aanpak van de drie deelopgaven: 1 bevorderen van gelijke kansen, 2 leven lang ontwikkelen en 3 leren doe je overal. We behandelen ze in deze paragraaf zodat duidelijk wordt wat de bijdrage en onderlinge samenhang is. We maken wel onderscheid tussen beleidslijnen en programma’s die direct tot het veld behoren en die meer indirect gelieerd zijn/effect sorteren. Deze behandelen we in een aparte subparagraaf.
10
2.3.1 Direct Lokaal Educatieve Agenda Met de LEA in Tilburg willen we kinderen en jongeren zelf laten ontdekken wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Drie ambities staan centraal in de LEA: 1) leren doe je overal, 2) versterken van het netwerk(veerverbindingen) en 3 kansrijke start voor een leven lang . Met name met deze laatste ambitie zet de LEA sterk in op het bevorderen van gelijke kansen. Dat doen we door te werken aan vroegtijdige signalering van het risico op het ontstaan van achterstanden en daar aan aanbod op te ontwikkelen. Een kansrijke start voor het jonge kind is slechts het begin. Ook tijdens de verdere ontwikkeling zetten we in op (aanvullend) aanbod, op educatief partnerschap en het versterken we het netwerk dat kinderen omringt. Het bestrijkt in feite de hele ontwikkellijn van kinderopvang, peuteropvang, primair onderwijs, voortgezet tot beroeps- en volwassenonderwijs. Met kwalitatief goed onderwijs en kinderopvang wordt een goede basis gelegd voor een leven lang ontwikkelen. In de LEA ondersteunen we dat proces door jonge kinderen kennis te laten maken met de grote wereld en hen te ondersteunen bij het maken van hun keuzes. Zo is het bijvoorbeeld ook een uitgangspunt in het primair onderwijs: ‘in de buurt gebeurt het!’. Dat vraagt om een goede verbinding van onderwijs met anderen; met professionals, met ouders.
Met oog voor de verschillen die er nu eenmaal zijn tussen wijken en buurten. We versterken het netwerk: de ‘veerverbindingen’ tussen kinderopvang, zorg, arbeidsmarkt en andere aanpalende domeinen. Hiermee leggen we eens basis voor een groei naar Leven Lang Ontwikkelen. De LEA-partners realiseren zich dat school slechts één van de plekken is waar het leven van kinderen en jongeren zich afspeelt. En dat het welbevinden buiten school veel invloed heeft op het leren en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Dat helpt de Tilburgse jeugd om zich te ontwikkelen tot sterke persoonlijkheden die vanuit hun talenten en met vertrouwen hun eigen plek weten te vinden in de maatschappij (burgerschap ontwikkeling). Dat vraagt om een rijke(re) leeromgeving, voor kinderen én jongeren. Zodat ze hun talenten en passie leren vinden én versterken op verschillende leefgebieden. Hiermee levert de LEA een bijdrage aan meer samenhang in talentontwikkeling, leren doe je overal.
Voortijdig schoolverlaten (VSV) Of iemand al dan niet voortijdig school verlaat is een belangrijke voorspeller van een al dan niet succesvolle deelname aan de maatschappij. Jongeren die goed op hun plek zitten, de juiste ondersteuning krijgen, succeservaringen hebben en diploma's halen, hebben meer kans op een baan en op een levenslange persoonlijke ontwikkeling. Door omstandigheden in de persoonlijke leefsfeer kunnen snel verslechterde leeromstandigheden ontstaan. Verzuim en het afglijden van schoolniveau is een aandachtspunt om eventueel snel extra zorg in te zetten. Docenten en mentoren/begeleiders hebben hiervoor een belangrijke signaalfunctie. Het bestrijden van VSV heeft het Rijk als taak aan centrumgemeenten opgelegd. Tilburg voert in de RMC regio Midden Brabant negen maatregelen uit die het voortijdig schoolverlaten voorkomen en inzetten op het behalen van een startkwalificatie of 11
indien dat niet haalbaar is doorstromen naar werk of dagbesteding. Dit doen we door jongeren de kans te bieden om hun talenten te ontdekken, te ontwikkelen en in te zetten zodat ze mee kunnen doen en perspectief ervaren. Deze maatregelen zijn gekozen na grondige evaluatie van de situatie in onze regio. Met de regionale zetten we in op het bevorderen van gelijke kansen, omdat de kansen van jongeren op een succesvolle deelname aan de maatschappij en arbeidsmarkt toenemen wanneer zij een startkwalificatie behalen. Voor jongeren waarvoor dit niet haalbaar is en/of die toch uitvallen begeleiden we naar passende arbeid en/of zorg. Door tijdig goede verbindingen met arbeidsmarkt en zorg te leggen draagt de aanpak ook bij aan een bredere basis voor de jongere om zich ook elders (buiten het schoolsysteem) te ontwikkelen (leren doe je overal). Regioplan Laaggeletterdheid In de arbeidsmarktregio Midden-Brabant gaat het om zo'n 32.000 laaggeletterden, waarvan ongeveer 19.000 in Tilburg. Ongeveer 60% daarvan heeft Nederlands als moedertaal (NT1). De nadruk in de aanpak van laaggeletterdheid ligt op deze NT1 doelgroep. Wie laaggeletterd is heeft moeite met basisvaardigheden die nodig zijn om volwaardig mee te kunnen doen in onze huidige samenleving: luisteren, spreken, lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden.
Mensen die deze basisvaardigheden niet beheersen hebben grote moeite om teksten op websites, formulieren, brieven en andere communicatiemiddelen te begrijpen. Het is voor laaggeletterden daardoor een extra grote uitdaging om bijvoorbeeld (belasting)toeslagen aan te vragen, zelf (financiële) administratie bij te houden en om rekeningen, veiligheidsvoorschriften op de werkplek en medische recepten te begrijpen. Dit, in combinatie met schaamte, zorgt ervoor dat laaggeletterden over het algemeen een slechtere gezondheid hebben, minder kansen op de arbeidsmarkt en minder grip hebben op hun geldzaken. Daarnaast heeft laaggeletterdheid een belangrijke invloed op de mate waarin men participeert en vertrouwen heeft in de samenleving. De taalvaardigheid vraagt ook voor bedrijven om meer aandacht. Tilburg is centrumgemeente voor de WEB (Wet Educatie Beroepsonderwijs) voor de arbeidsmarktregio Midden-Brabant. Door te investeren in taal en begrip van de context en omgeving van laaggeletterden vergroten we de kansen om mee te doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Inburgering Met het nieuwe inburgeringsbeleid in Tilburger 2022-2026 dat in januari 2021 is vastgesteld door de raad willen we de inburgeraars gastvrij ontvangen, hun zelfredzaamheid en veerkracht vergroten en inzetten op hun talentontwikkeling. Hierbij staan participatie, empowerment en taal centraal.
Door in te zetten op empowerment, via voorlichting en vaardigheden, ontwikkelen inburgeraars de juiste handvatten voor een zelfstandig leven in Tilburg en specifiek in de wijk waarin ze wonen. De combinatie van de drie elementen dient ter preventie van schulden, werkloosheid, taalachterstand en gezondheidsklachten. Hiermee zetten we onder meer in op het tegengaan van de ongelijkheid van de kansen van inburgeraars. In het nieuwe beleid krijgt de gemeente vroegtijdig en doorlopend de regie op de uitvoering van de inburgering. De inburgeraar blijft zelf in ‘the lead’ en verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.
12
Jeugdwerkloosheid vrije regio Dit programma heeft de afgelopen jaren inhoudelijk en financieel veel rendement behaald voor jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar, de samenleving en de economie. Niet alleen hadden we in 2018 en 2019 de laagste jeugdwerkloosheid van deze eeuw in de regio Midden Brabant, maar zijn via het Jongerenpunt Midden Brabant veel jongeren in beeld gebracht die eerst niet of nauwelijks bij instellingen in beeld waren. Zo is verdere achterstand voorkomen. Het programma heeft als doel alle jongeren die worden gesproken binnen maximaal 4 maanden op passend traject richting werk en scholing te zetten. Lukt dat niet, dan wordt gekeken naar een combinatietraject met passende zorg. Het initiatief kent een door en voor jongeren op maat gesneden communicatieaanpak (communicatiebureau WerkTuig). Het succes van het programma wordt mede gekenmerkt doordat het jongerenpunt de jongeren niet eerder loslaat totdat een op maat gesneden oplossing is gevonden of wordt gecreëerd. In feite is het een intensief verlengstuk na of in combinatie met de VSV aanpak. Zo weten we veel jonge talenten te bereiken, voorkomen we inactiviteit en bieden we opnieuw perspectief. Perspectief dat doorklinkt in latere levensfasen. Vanaf 2021 is de dienstverlening van het jongerenpunt in de reguliere dienstverlening van bijna alle regiogemeenten opgenomen.
De eerste jaren controleert het programmabureau aan de hand van een Service Niveau Overeenkomst of dezelfde kwaliteit aan integrale dienstverlening aan jongeren wordt geboden. De inzichten die zijn opgedaan met dit programma zijn meegewogen en meegenomen in de uitwerkingen van de integrale kadernota Jeugd. Met name passende huisvesting en wachttijden in de zorg zijn belangrijke knelpunten voor jongeren met multi-problematiek en kunnen de persoonlijke ontwikkeling veel schade toebrengen. Onderwijshuisvesting Onderwijshuisvesting is een belangrijke randvoorwaarde om scholen in staat te stellen om onze ambities voor onderwijs te realiseren, zoals geformuleerd in de Tilburgse Lokale Educatieve Agenda (LEA) 2019-2022 ‘Een kansrijke toekomst begint hier’. Deze sluiten aan bij onze doelstellingen om jongeren een goede start te geven, met optimale kansen, in een wereld die mij ziet en met ruimte om te leven (Tilburgse Agenda Sociaal 013). Doel van onderwijshuisvesting is om de basis voor onderwijs op orde te krijgen, met kwalitatief goede huisvesting voor scholen, voldoende, divers en een voor iedereen toegankelijk aanbod van scholen met een goede spreiding in de stad.
Hierbij streven we naar multifunctioneel inzetbare gebouwen, flexibel en duurzaam, die niet alleen ondersteuning bieden aan het leerproces van scholen, maar ook passen in het bredere gebiedsgerichte beleid van de gemeente om samenhangende combinaties van maatschappelijke voorzieningen in buurten en wijken te realiseren. Daarnaast zien wij nadrukkelijk een rol weggelegd voor onderwijshuisvesting als beleidsmatig instrument, om onze ambities in het kader van de Integrale jeugdaanpak, de Agenda Sociaal 013 en de PACT aanpak ook fysiek te vertalen naar plekken in de wijk, waar voorzieningen kunnen landen en we de verbinding kunnen maken tussen onderwijs en andere domeinen. We streven naar integrale kindcentra, waar onderwijs en kinderopvang op wijkniveau samenwerken aan een gezamenlijke opgave voor (passend) onderwijs, met 13
een koppeling tussen binnenschools en buitenschools leren. Het doel hierbij is ‘geen kind de wijk uit, tenzij’. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om schoolgebouwen meer wijkgericht in te zetten voor ontmoeting en verbinding. Mondiale bewustwording Met de beleidsnota Mondiale Bewustwording 2021-2015: Verbeter de wereld, BEGIN! streven we ernaar dat we ons in Tilburg niet alleen bewust zijn van de mondiale problematieken en uitdagingen, maar ook dat we ons er bewust van zijn dat wat wij doen effect heeft op de wereld en dat wat er gebeurt in de wereld effect heeft op ons in Tilburg. Met de volgende vier Social Development Goals als vertrekpunt: ‘geen armoede’ (SDG1), ‘eerlijk werk en economische groei’ (SDG 8), ‘klimaatactie’ (SDG 13), ‘vrede, veiligheid en rechtvaardigheid’ (SDG 16), voert Tilburg actief beleid op dit gebied omdat we erin geloven dat we een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor onze planeet en de leefomstandigheden van mensen overal op deze wereld. Mondiaal beleid voor ons gaat over de relatie tussen onze stad en de wereld. De wereld houdt immers niet op bij onze gemeentegrens. Wat wij in Tilburg doen heeft direct effect op mensen in andere landen en omgekeerd.
Met de beleidsnota Mondiale Bewustwording zetten we in op het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling omdat we meer Tilburgers, volwassenen en jongeren, actief willen laten deelnemen aan initiatieven op het gebied van mondiale bewustwording. Vrijwilligerswerk doen bij mondiale projecten draagt bij aan talentontwikkeling en zingeving. Bovendien verbreden we op deze wijze de horizon voor Tilburgers.
2.3.2 Flankerend In deze paragraaf behandelen we de beleidslijnen en -programma’s die meer indirect een bijdrage leveren aan het veld. Zeker ook met het oog op de eerder geschetste deelopgave: leren doe je overal, is het belangrijk om deze verwevenheid te laten zien en de bijdrage niet te onderschatten. Persoonlijke ontwikkeling wordt vanuit verschillende beleid-en uitvoeringslijnen mogelijk gemaakt en dat willen we toch ook juist in samenhang inzichtelijk maken in deze kadernota.
PACT-aanpak In het wijkgericht werken en de PACT-aanpak staat het ontwikkelen van talenten en persoonlijke ontwikkeling van kinderen, en daarmee perspectief, in veel van de initiatieven centraal. Waar noodzakelijk proberen we dat regelarm vorm te geven samen met de wijkbewoners. Voorbeelden binnen de PACT-aanpak zijn de Community School/Wij West op de Schiphollaan, de samenwerking met de basisscholen in Tilburg-Zuid en het project ForwArt in Tilburg Noord. Rode draad is dat er in deze gebieden voor kinderen momenteel te weinig mogelijkheden zijn, zowel letterlijk in termen van de afwezigheid van kwalitatieve voorzieningen alsook in betaalbaarheid en aansluiting van de voorzieningen die op stedelijk niveau aanwezig zijn. Via de PACT-aanpak wordt gewerkt aan brede talentontwikkeling en individuele ontplooiing omdat momenteel de de (huidige) schoolse (basis) setting de kinderen onvoldoende in staat stelt om talenten breed te ontwikkelen. Dit betekent dat in 14
Noord wordt gewerkt aan het toevoegen van de mogelijkheden om via dans, design, theater en (urban) sports zich als individu te kunnen ontwikkelen. Maar er is meer: er wordt bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding aangeboden door wijkbewoners aan leerlingen die extra support nodig hebben. In West wordt bijvoorbeeld een sportprogramma, gemeenschapstuin en keuken ontwikkeld vanuit initiatieven in de buurt. Maar we investeren niet alleen via de PACT-aanpak in wijken. Door langdurig samen met bewoners alle leefdomeinen te monitoren zijn ontwikkelingen snel in beeld. Zo leren we samen met bewoners en investeren we meer tijdig en gericht op het kostbaarste kapitaal in de wijk: de talenten van de bewoners. Tilburg investeert in Perspectief De beleidsnota Tilburg investeert in Perspectief behandelt niet alleen de noodzaak om meer aandacht te besteden aan uitkeringsgerechtigden om met passende ondersteuning meer perspectief te kunnen bieden voor hun ontwikkeling (zie kadernota Passende Ondersteuning). Het legt ook de verbinding met het vraagstuk van arbeidsmobiliteit via de Human Capital Agenda’s (HCA’s) en de dienstverlening van het loket Leren en Werken als onderdeel van het Werkgeversservicepunt Midden Brabant. HCA’s definiëren voor sectoren of op sector overstijgende thema’s welke specifieke behoefte aan arbeidskrachten bedrijven de komende jaren hebben en hoe deze behoefte verandert.
Op basis daarvan kijken we met alle partners naar welke investeringen gezamenlijk nodig zijn om mismatch op de arbeidsmarkt te voorkomen en de juiste talenten, met de juiste kwalificaties in de juiste omvang tijdig voor inzet bij bedrijven klaar hebben. Het vraagstuk van inzet van de arbeidsreserve is daarnaast altijd een onderdeel van gesprek waar we de het bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners op willen binden en betrekken. Deze HCA’s zijn bijvoorbeeld mede bepalend voor aanpassingen in curricula, maar creeren dus inzicht voor alle partners om te investeren in de juiste randvoorwaarden om talenten in te zetten en te benutten in een specifieke sector. Via de werkgeversdienstverlening Midden Brabant van het UWV, SW-bedrijven en alle gemeenten in de regio worden de beste kandidaten gezocht bij de vacatures die bedrijven inbrengen. Daarin bieden we op regionale schaal voor elke kandidaat en bedrijf dezelfde ondersteuning. Ook is het mogelijk dat de accountmanagers in samenspraak met het bedrijf en kennisinstellingen op maat gesneden scholing in te richten en vorm te geven. Op deze wijze dragen we ook bij aan de inzetbaarheid en ontwikkeling van de werkzoekende talenten. De afgelopen jaren hebben we met alle partners hard gewerkt om dienstverlening aan alle inwoners en bedrijven te bieden die met scholings- en omscholingsvraagstukken zitten.
Dit zijn uiteenlopende vragen. Bijvoorbeeld een bedrijf dat is geconfronteerd met vraaguitval en mensen wil ondersteunen naar ander werk om te voorkomen dat de talenten van zijn werknemers niet benut zullen worden. Een inwoner die al een tijd uit het arbeidsproces is en niet goed weet welke opleiding het beste past bij zijn interesse en baankansen. Of een werknemer die wil doorgroeien, maar niet zo goed weet welke mogelijkheden er zijn. Het loket Leren en Werken levert op maat advies aan degenen die zich melden. Zo ondersteunen
15
we alle talenten, werkend of werkzoekend, in hun ontwikkeling maar ook hun inzetbaarheid/wendbaarheid. Next Economy We kunnen niet genoeg benadrukken dat het aantrekken en behouden van hoogopgeleid talent voor “the next economy’’ van cruciaal belang is. Of er voldoende perspectief op werk is dat aansluit op hun opleiding (people follow jobs) bepaalt of mensen wegtrekken of blijven (dan wel komen). Hoogopgeleiden herkennen nog onvoldoende carrièrekansen binnen onze regio. De ontwikkeling van moderne en multidisciplinaire masteropleidingen met een vroege betrokkenheid van het regionale bedrijfsleven is van belang. Avans Hogeschool, Fontys Hogescholen en TIAS School for Business and Society ontwikkelen op maat en modulaire opleidingen voor bedrijven, instellingen en overheden. Daarmee komen ze tegemoet aan een leven lang ontwikkelen en de vraag van werkgevers naar medewerkers die state-of-theart kennis meebrengen en de voor hun bedrijf juiste beroepshouding hanteren. De huidige faciliteiten voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding sluiten nog onvoldoende aan op de wensen en specifieke behoeften van hoger opgeleiden. Het is van belang om eerder en vaken dan nu mogelijk is een kijkje in de keuken te kunnen nemen bij bedrijven. Hierdoor kunnen zij zich dan een realistischer beeld vormen van de aard en impact van hun toekomstige functies op de arbeidsmarkt.
Bovendien speelt altijd het fenomeen onbekend maakt onbemind ook een rol in dit vraagstuk. Mede in relatie tot bovenstaande genoemde punten is het voor onze regio van belang om het MKB veel beter te ontsluiten voor studenten, hoger opgeleiden. Meer dan 70% van de werkgelegenheid in onze regio komt vanuit het MKB. Het ontbreken van een goede aansluiting met het MKB heeft grotendeels met onbekendheid te maken en het gebrek aan inzicht in de mogelijkheden die het MKB wel degelijk heeft. We kunnen het MKB op verschillende manieren in beeld brengen bij hoger opgeleiden. Bijvoorbeeld door het MKB een expliciete plek te geven in de wervingskanalen voor hoger opgeleiden, maar ook door specifieke events te organiseren. Omdat het MKB vaak niet de tijd of het organiserend vermogen heeft om aan de slag te gaan met 'talent attraction en talent management'. We kunnen de investeringen voor onze regio en stad niet geïsoleerd oppakken. Het blijft natuurlijk belangrijk om de regio en de stad op een goede manier te vermarkten en te 'branden' voor hoogopgeleiden. Hier horen ook investeringen in de kwaliteit van leven (hoogwaardige voorzieningen) bij. Tot slot zullen we, waar mogelijk en opportuun, ruimtelijke kansen onderzoeken en benutten om hybride leeromgevingen te ontwikkelen (actueel: Wijkevoort en Pact Noord).
Informeel en formeel leren mogelijk in de wijk of in de directe nabijheid van het bedrijfsleven met tijdelijke, flexibele en/of kleinschalige bouwprojecten vormt voor de toekomst een belangrijke ontwikkellijn. We gaan met partners in 2021 een agenda “Connected en staying connected” ontwikkelen die enerzijds de samenhang in kaart brengt van de investeringen op behoud en inzet van hoog opgeleid talent voor ons regionale bedrijfsleven en anderzijds nieuwe initiatieven en investeringen op de kaart zet. Het karakter van de agenda zal praktisch van aard zijn..
16
Sport Sport is, behalve gewoon leuk en ontspannend, een belangrijk instrument voor gezondheid, welzijn en talentontwikkeling. Hier wordt op veel gebieden aan gewerkt; via een openbare ruimte die prikkelt tot sporten en bewegen, om de samenhang in een buurt te versterken, als vast onderdeel op scholen, maar ook binnen re-integratietrajecten voor onze werkzoekenden. We weten immers dat sport helpt om beter in je vel te zitten, waar door het gemakkelijker wordt om stappen richting werk te zetten. Bovendien is sporten een mooie manier om anderen te ontmoeten, contacten op te doen en er erbij te horen. De preventieve kracht van sport en beweging is groot en draagt zo bij aan andere sociale doelen. Daarnaast investeren we ook in Tilburgers die hun talenten op het gebied van sport verder willen ontwikkelen en zijn we natuurlijk ook trots op onze (top)sporters.
Hoger onderwijs en studenten Ten einde de samenwerking met de hoger onderwijsinstellingen en de studenten in de stad naar een strategisch niveau te kunnen brengen dienen deze relaties onderbouwd te worden door beleid en een visie op het hoger onderwijs. Het laatste vindt plaats in een zogenaamde position paper (gereed in maart 2021); het eerste zal zijn beslag krijgen in een nieuwe beleidsnota Hoger Onderwijs en Studenten Tilburg (HOST). HOST zal met de stakeholders worden opgesteld om gezamenlijke ambities tot uitdrukking te brengen. Daar waar mogelijk bevat de nota concrete beleidsdoelstellingen met prestatieindicatoren of s.m.a.r.t.geformuleerde doelen. De Nota HOST is gereed in juni 2021.
Cultuur Cultuur is wezenlijk en vanzelfsprekend van belang voor de (Tilburgse) samenleving. Wij kunnen ons geen stedelijke samenleving voorstellen waarin verbeeldingskracht ontbreekt, waar kunst en cultuur niet bestaan. Juist omdat cultuur van ons allemaal is. In de beleidsnota Cultuur raakt ons; Cultuurplan Tilburg 2021-2024 hebben we ook aandacht voor talentontwikkeling in verschillende levensfasen. Participatie in cultuur draagt bij aan de ontwikkeling van de mens. Dit begint bij de allerkleinsten, maar ook voor ouderen is cultuurparticipatie van wezenlijk belang. Door te participeren in culturele activiteiten voelen ouderen zich minder eenzaam, verbeteren zij hun fysieke én psychische gesteldheid en leren ze dat ze zich zelfs op hoge leeftijd nog kunnen ontplooien. Cultuur helpt jongeren bij het ontwikkelen van de gevraagde 21e eeuw vaardigheden, bij het vinden van identiteit, maakt ze onderdeel van een groter geheel en biedt hen een uitlaatklep. Kinderen ontdekken hun creativiteit, kunnen buiten de lijntjes kleuren en krijgen meer zelfvertrouwen. Maar niet alleen op individueel niveau heeft cultuur sociale impact. Cultuur verbindt groepen, toont de overeenkomsten én verschillen. Cultuur geeft voeding aan het maatschappelijk debat. Het
17
betrekt kwetsbare groepen bij de samenleving en geeft ze een stem. De komende periode leggen wij de focus op de sociale impact van cultuur op het gebied van welzijn, jongeren en onderwijs. Ouderen Tilburg heeft de ambitie om een omgeving te creëren waarin je oud kunt worden midden in de maatschappij, waar je als oudere erbij hoort, gezien wordt en ertoe doet. Het beleid richt zich op 5 deelgebieden, te weten: 1. 2. 3. 4. 5.
Ouderen zijn zo lang mogelijk vitaal en voelen zich verbonden en hebben plezier Kwetsbare ouderen zijn in beeld en wordt perspectief geboden Ouderen wonen zo lang mogelijk zelfstandig thuis Ouderen voelen zich thuis in een prettige en veilige leefomgeving De oudere is zelf in regie
Door dit beleid blijven de talenten van ouderen zo lang als mogelijk aangesproken. Enerzijds om zelfredzaam te zijn, maar anderzijds ook om van betekenis te kunnen zijn door zich in te zetten voor de directe leefomgeving.
Bestaanszekerheid In een mensenleven is een aantal zekerheden onontbeerlijk: een dak boven je hoofd, rond kunnen komen, voldoende en gezond eten, werk of een andere zinvolle dagbesteding, een sociaal netwerk, en fysiek en mentaal welbevinden. We kijken dan ook breed naar het begrip bestaanszekerheid. We geloven dat we meer impact en effect kunnen bereiken door mensen te activeren en in hun kracht te zetten, dan alleen met achteraf compenseren. Door tijdige inzet op maat voorkomen we dat mensen verder afglijden en nog meer zorg nodig hebben. Met de beleidsnota Bestaanszekerheid zetten we door middel van activering en empowerment in op het (door) ontwikkelen van vaardigheden, waarmee de weerbaarheid en zelfredzaamheid van Tilburgers wordt vergroot. Ook zetten we speciaal in op het voorkomen van het doorgeven van de problematiek van armoede over generaties heen door specifiek aandacht te hebben en ondersteuning en stimulansen te bieden aan minimagezinnen met kinderen. Zodoende leveren we ook een bijdrage aan belangrijke randvoorwaarden voor persoonlijke ontwikkeling. Integraal jeugdbeleid De integrale jeugdnota stuurt vanuit een meer overkoepelende wijze op de ontwikkeling van Tilburg als kindvriendelijke stad waar je gelukkig, gezond en veilig kunt opgroeien.
Doel is het creëren van een aantrekkelijk klimaat waarvoor met veel verschillende maatschappelijke partners afspraken worden gemaakt. Zo is er oog voor de bijdrage die zorg en onderwijs leveren aan een goede start met gelijke kansen. Bijvoorbeeld door voorschoolse opvang maar ook door extra investeringen die we doen in cultuureducatie en natuur- en
18
milieueducatie. Ook het streven naar integrale kind centra met doorlopende leerlijnen waarbij binnen schoolse en buitenschoolse educatie bij elkaar komen, zijn een belangrijke troef in het creëren van de juiste randvoorwaarden. Via de City Deal Kennis Maken vragen we studenten bij te dragen aan maatschappelijke oplossingen.
HOOFDSTUK 3 Doelen en indicatoren Zoals aangegeven willen wij de maatschappelijke opgave om talentontwikkeling in alle levensfasen mogelijk te maken, realiseren door in te zetten op de drie deelopgaven: 1) bevorderen van gelijke kansen 2) groei naar een Leven Lang Ontwikkelen en 3) leren doe je overal. Op deze drie deelopgaven stellen we met deze kadernota nieuwe indicatoren voor die het beter mogelijk moeten maken om de persoonlijke ontwikkeling van onze inwoners beter te kunnen volgen. Zodoende kunt u zo nodig tijdig bijsturen. In algemene zin kunnen we veronderstellen dat als deze indicatoren positief zijn/of zich positiever ontwikkelen er ook een bijdrage wordt geleverd aan de hoogste ambitie: gelukkige en gezonde Tilburgers. Het ontdekken, inzetten en ontwikkelen van talenten draagt namelijk bij aan geluk en gezondheid. Hieronder stellen we de indicatoren, kwantitatief en kwalitatief, per deelopgave voor. Daar waar een indicator nog ontwikkeld moet worden of daar waar een indicator al in een ander veld wordt gemeten, geven we dat aan. Bevorderen van gelijke kansen
Resultaat / output Tilburgers kunnen zich (optimaal) persoonlijk ontwikkelen in alle levensfasen
Kwantitatieve Indicator
1 Streefwaarde
Kwantitatieve Indicator 2 Streefwaarde
Aantal inwoners dat formele en non formele scholing volgt. Met deze indicator meten we het aantal Tilburgers dat zich laat scholen. Deze indicator is afgeleid van de indicator die het CBS landelijk meet voor leven lang ontwikkelen en zullen we voor Tilburg op maat inrichtend. Jaarlijkse toename. Informele scholing wordt niet gemeten/is zeer moeilijk te meten, dus kunnen we hier niet opnemen Het percentage dertigers uit gezinnen met verschillende inkomenscategorieën (laag, midden, hoog) dat HBO of hoger onderwijs heeft gevolgd in Tilburg Indicator/bron: onderwijskansenkaart Arbeidsmarktinzicht Verschillen tussen de categorieën nemen 2-jaarlijks af
19
Kwantitatieve Indicator 3
Streefwaarde
Kwalitatieve indicator
4 Streefwaarde
Jaarlijkse doorstroom van MBO naar HBO per sector Indicator/bron: Arbeidsmarktinzicht/DUO De ontwikkeling houdt minimaal gelijke tred met de cijfers op provinciaal niveau (kanttekening: de informatie loopt wel 2 jaar achter)
Inzicht in hoe inwoners tegen persoonlijke ontwikkeling aankijken, het ervaren en in willen investeren (deze indicator stellen we voor op basis van advies van de Sociale Raad Tilburg). We willen deze indicator in het burgerpanelonderzoek opnemen (nog in ontwikkeling). Het streven is hier om inzicht te krijgen in de beweegredenen van de burger.
Groei naar Leven Lang Ontwikkelen Resultaat / output Tilburgers kunnen de ontwikkelde vaardigheden inzetten op de arbeidsmarkt en/of in de samenleving
1
Kwantitatieve Indicator Streefwaarde
Werkzame beroepsbevolking De arbeidsparticipatie neemt jaarlijks toe (ondergrens 70%). Indicator toont aan in hoeverre de beschikbare beroepsbevolking zijn talenten inzet op de arbeidsmarkt
Kwantitatieve Indicator
Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet (1964 jr, 65-75 jr en 75+). Deze indicator laat zien in hoeverre Tilburgers hun talenten inzetten voor anderen Zelfde indicator als bij Sociaal en Veerkrachtig. Jaarlijkse toename
2 Streefwaarde
Kwantitatieve Indicator 3 Streefwaarde
Indeling van bijstandsgerechtigden op de Participatieladder. Hiermee meten we in hoeverre mensen met een bijstandsuitkering op enige wijze hun vaardigheden actief kunnen inzetten. Jaarlijkse stijging van aantal geactiveerde uitkeringsgerechtigden 20
Leren doe je overal: stimuleren van meer samenhang in talentontwikkeling
Resultaat / output Tilburgers zijn weerbaar, passen zich snel aan veranderende omstandigheden aan en zijn in hoge mate zelfredzaam
Kwantitatieve Indicator
1 Streefwaarde
Kwantitatieve Indicator
2 Streefwaarde
Kwantitatieve Indicator
3 Streefwaarde
Voldoende aanbod van en toegang tot formele en informele voorzieningen die persoonlijke ontwikkeling mogelijk maken (denk aan welzijnswerk, vrije tijd cursussen, sport en fysieke voorzieningen als speeltoestellen). Onderscheid naar wijk is mogelijk Deze indicator wordt al gemeten via veld Veld Sociaal en Veerkrachtig. Tevredenheid burgers boven 80%
Het aantal mensen dat zich formeel laat omscholen en loopbaanadvies aanvraagt via het loket Leren en Werken. Omscholing en loopbaanadviezen wijzen op (de behoefte en noodzaak tot) wendbaarheid als het gaat om werk. Jaarlijkse stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op het loket Leren en Werken Duur van de werkloosheid. Des te langer de werkloze beroepsbevolking niet actief kan zijn op de arbeidsmarkt, des te minder kansen er zijn om de talenten op deze arbeidsmarkt in te zetten en achterstanden dreigen Jaarlijks neemt de gemiddelde duur dat de arbeidsreserve werkloos is af (in maanden).
Los van bovenstaande nieuwe indicatoren voor het veld stimuleren van Persoonlijke Ontwikkeling behouden we een set aan (bestaande) indicatoren die de impact op meerjarige beleidsontwikkelingen in kaart brengt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: • • •
Het behalen van het door en voor de RMC-regio opgestelde streefcijfer om het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters te verminderen; Alle inburgeraars doen vanaf de start in de gemeente Tilburg naar vermogen en volwaardig mee, voor wie mogelijk via betaald werk. Alle jongeren in Tilburg (en de regio) hebben binnen 4 maanden een passend aanbod/traject richting werk en/of school en/of passende zorg.
21
• • • •
Stijging van het uitstroomniveau op middellange termijn (5-7 jaar vanaf 2020) van de basisscholen Noord West en Groenewoud Percentage volwassen en ouderen dat voldoet aan de beweegrichtlijn Percentage sporttalenten en begeleiders, dat tevreden is met totale keten aan faciliteiten De mate van cultuurparticipatie van kwetsbare groepen.
Over deze set van indicatoren informeren we u periodiek.
HOOFDSTUK 4 Financiële kaders De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen. Dat heet ‘budgetrecht’. Met het vaststellen van de begroting geeft de gemeenteraad het college toestemming om geld uit te geven binnen de daartoe afgesproken kaders. De financiële kaders waarbinnen het college de taak uitvoert liggen op het niveau van de velden. In onderstaande tabel is het budget van het veld stimuleren Persoonlijke ontwikkeling verbijzonderd naar hoofdkostenplaats. Met onderstaand overzicht wordt inzicht geboden in de middelen die zijn ondergebracht binnen het veld. Veld- en Hoofdkostenplaats
Lasten Baten Uitgaven en inkomsten o.a. voor:
Gemeenschappelijke B/L onderwijs 5.617 Onderwijshuisvesting 12.307 15.283 Onderwijsbeleid Volwasseneducatie Vreemdelingen Mondiale bewustwording
752 Leerlingenvervoer en hoger onderwijs 932 Huisvesting PO en VO 9.259 Onderwijsachterstandenbeleid (OAB), Lokaal Educatieve Agenda (LEA), Leerplicht en overig onderwijsbeleid 1.725 1.557 Volwassenenonderwijs en laaggeletterdheid 2.422 342 Vluchtelingen en subsidies meedoen 545 - Mondiale bewustwording 37.899 12.842 Bedragen maal € 1.000,-
Reserves en dekking De reserve Transformatiebuffer Sociaal Domein wordt ingezet om passende ondersteuning te blijven bieden gedurende het transformatieproces en eventueel daardoor ontstane tekorten incidenteel af te dekken.
22
BIJLAGE I
21e eeuws vaardigheden
We hebben 21e eeuwse vaardigheden nodig om succesvol aan te sluiten bij onze toekomst. Het gaat om de volgende vaardigheden: •
Communiceren: doelgericht boodschappen kunnen overbrengen en begrijpen
•
Samenwerken: het samen realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen
•
Probleemoplossend vermogen: het vermogen om een probleem te herkennen en daarna tot een plan te komen om het probleem op te lossen
•
Creativiteit: het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden
•
Kritisch denken: het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen
•
Sociale en culturele vaardigheden: het vermogen om effectief te kunnen leren, werken en leven met mensen van verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden
•
Ict-basisvaardigheden: de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen en er ook mee om te kunnen gaan
•
Informatievaardigheden: een informatiebehoefte kunnen signaleren en analyseren, en op basis hiervan relevante informatie zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken
•
Mediawijsheid: de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media
•
Computational thinking: problemen zo kunnen formuleren dat het mogelijk wordt om een computer of ander digitaal gereedschap te gebruiken om daarmee het probleem op te lossen