02 Kadernota Inclusieve Stad Ingrijpen bij crisis en onveiligheid 2021-2023
Tekst van het document
Om onze taken uit te kunnen voeren hebben we een divers netwerk opgebouwd binnen zorg en veiligheid. Door middel van een gezamenlijk opgestelde aanpak werken we aan het voorkomen, signaleren en stoppen van mensenhandel en de zorg voor de slachtoffers. Dit is in lijn met de landelijke integrale programma-aanpak: “Samen tegen mensenhandel” van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als gemeente hebben we gewerkt aan de volgende punten die wij verder zullen blijven oppakken: Mensenhandel voorkomen en herkennen. Hiervoor hebben we veel geïnvesteerd in bewustzijn over het thema Mensenhandel binnen onze gemeente, bij partners en inwoners in Tilburg; Slachtoffers beschermen. Om slachtoffers goed te ondersteunen (op meerdere leefgebieden) werkt de zorgcoördinator (binnen de gemeente) met de partners aan sluitende hulpverlening op het signaleren van slachtoffers en het toe leiden naar de juiste hulpverlening. Signalen doorgeven aan de relevante partners. Wij zullen ons opgebouwde netwerk met partners uit het zorg- en veiligheidsdomein onderhouden en uitbreiden, zodat we niet alleen slachtoffers kunnen helpen, maar ook kunnen komen tot het aanpakken van de daders. De komende jaren werken we de aanpak van mensenhandel verder uit en borgen we deze zoveel mogelijk binnen de bestaande structuren van zorg en veiligheid.
10) Prostitutiebeleid Twee belangrijke pijlers in het Tilburgse Prostitutiebeleid dat in 2019 is vastgesteld zijn de verbetering van de positie van sekswerkers en het tegengaan van misstanden en geweld. We zetten op verschillende manieren in op de verbetering van de positie van de sekswerker en effectieve contactmomenten met sekswerkers. Medewerkers van onder andere GGD, Veilig Thuis (VT) en Toegangsteams kunnen, ieder vanuit een eigen taakstelling, in contact komen met sekswerkers. Hiervoor is onder meer gestart met een wekelijks inloopspreekuur. Door de expertise van deze medewerkers over mensenhandel te vergroten, zijn zij beter in staat om kwetsbare posities te signaleren en te bespreken. Zo wordt de toeleiding van sekswerkers naar diverse vormen van zorg versterkt. Dit draagt bij aan de positieversterking van de sekswerker. Daarnaast wordt meer bekendheid gegeven aan het Prostitutie Maatschappelijk Werk en de bestaande uitstapprogramma's. Het bestaande aanbod voor opvang, begeleiding en behandeling wordt beoordeeld en waar nodig uitgebreid in overleg met zorgaanbieders en de signalerende partijen. De prostitutie- en seksbranche zijn kwetsbaar voor misstanden, zoals geweld 7, mensenhandel/loverboys, uitbuiting, overtredingen en slechte arbeidsomstandigheden. Misstanden kunnen zowel in de vergunde branche als in het onvergunde circuit plaatsvinden.
Om deze misstanden tegen te gaan, werken we samen met uiteenlopende partijen, zoals politie en OM, zorgpartijen als GGD en Sterk Huis, de klankbordgroep Seksworks en andere vertegenwoordigers van de seksbranche. Belangrijk aandachtspunt hierbij het tegengaan van het stigma op sekswerk.
7 Over geweld tegen sekswerkers verscheen onder meer het rapport 'Sekswerk en Geweld in Nederland', Soa Aids Nederland (2018).
18
11) Radicalisering, extremisme en polarisatie Nederland heeft te maken met diverse vormen van radicalisering. Radicalisering is de groeiende bereidheid tot het nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving die op gespannen voet staan met de democratische rechtsorde en/of waarbij ondemocratische middelen worden ingezet. De aard van deze problematiek is divers en dynamisch en vraagt om het bijhouden van kennis en netwerk. Specifiek voor wat betreft het opvangen van signalen van radicalisering en polarisatie werken wij (al sinds 2015) volgens de lijnen van het Actieplan voorkomen radicalisering en polarisatie. Dat doen wij samen met partners in de gemeente. Daarbij werken wij voor het district Hart van Brabant met politie en OM samen op basis van een convenant ‘Persoonsgerichte aanpak voorkomen radicalisering’ (conform model van NCTV). Onze aanpak is gebaseerd op drie ‘ringen’. In de eerste plaats door bij te dragen aan weerbare samenleving (voorlichting, initiatieven in en van de gemeenschap), ten tweede door het ondersteunen van handelingsperspectief van professionals door training en netwerkvorming, en ten derde door een repressieve inzet waar dat nodig is. 5.2.
Beleidsnota’s, programma’s en projecten binnen opgave 2: 1) Optimaliseren acute keten: We zetten in op het versterken van de interdisciplinaire samenwerking in de acute zorg. Enerzijds zorgen we dat het voor mensen eenvoudiger wordt om melding te maken van een crisissituatie die uit de hand dreigt te lopen. Anderzijds is de ambitie uitgesproken om de kwaliteit, effectiviteit en de efficiency van de acute keten te optimaliseren. Somatische klachten, psychiatrische klachten, huiselijk geweld / seksueel geweld/ kindermishandeling en psychosociale problematiek liggen vaak in elkaars verlengde. Oorzaak en gevolg zijn lastig te onderscheiden. We gaan onderzoeken hoewel\ de acute diensten van onder meer ziekenhuis, huisarts, GGZ en gemeenten effectiever (multidisciplinair) kunnen samenwerken in de afhandeling van crisissituaties. Hierdoor wordt voorkomen dat mensen in een crisissituatie van het ene naar het andere loket worden verwezen. Tevens leidt dit tot een efficiënter gebruik van de 24/7 capaciteit, waardoor we de te verwachte verder oplopende tekorten aan capaciteit de komende jaren het hoofd kunnen bieden. 2) Optimalisering meldroutes niet acuut: integrale meldpunten Zorg en veiligheid Ook in een niet acute situatie moeten meldingen snel op de juiste plek komen.
We richten ons hierbij op zorgmeldingen, overlast meldingen en meldingen met betrekking tot vermoedens van criminaliteit of fraude. Zowel inwoners, inwoners als professionals melden deze signalen. Verdere escalatie moet worden voorkomen. Dit kan alleen als snel de juiste professionals in positie worden gebracht om integraal te bekijken wat er speelt. We werken toe naar een optimalisering van deze meldroutes, waarbij we voor zowel inwoners als voor professionals duidelijke, goed functionerende meld- en triagepunten hebben gericht op snelle en adequate opvolging. Hierdoor wordt het eenvoudiger om een melding te maken. We verwachten dat we hiermee zowel maatschappelijke als institutionele impact bereiken, doordat zowel inwoners als professionals: -
weten waar zij signalen van zorg en overlast kunnen melden tevreden zijn over de manier waarop de melding wordt opgepakt en daardoor vaker of eerder gaan melden en waarbij professionals: ervaren dat meldingen niet dubbel of verkeerd binnenkomen bij de meldpunten, waardoor meldpunten effectiever en efficiënter kunnen werken. Dit leidt uiteindelijk ook tot financiële impact.
3) Crisis Interventie Team (CIT) Het CIT is bereikbaar en beschikbaar voor personen en professionals in de regio Hart van Brabant die te maken hebben met een crisis of personen met verward gedrag. Het CIT biedt snelle en adequate hulp en ondersteuning aan jeugdigen, volwassenen en gezinnen 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Waarbij integrale ketensamenwerking, versnelde en verbeterde toeleiding tot hulp moet leiden tot vermindering van crisisopname en efficiëntere hulp. Het CIT draagt bij aan het creëren van een veilige omgeving zowel in als buitenshuis. Na interventie van het Crisisinterventieteam kan de persoon of het huishouden de draad weer oppakken en werken aan herstel met of zonder hulpverlening. Het CIT vervult tevens de functie als: • Meldpunt WvGGZ (Wet op de verplichte GGZ). De meldingen komen binnen bij het CIT. Het CIT triageert de meldingen, gaat zo nodig ter plaatse en doet de eerste beoordeling. Tevens wordt het hoorrecht binnen de WvGGZ uitgevoerd door het CIT. 19
•
Het 'landelijk meldnummer niet acuut' voor kwetsbare inwoners en personen met verward gedrag is ondergebracht bij het CIT. In 2021 wordt ingezet op: • Het verstevigen van de samenwerking van het CIT met de crisisfuncties binnen de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg als één van de opmaten naar het integraal spoedplein. • Het inrichten van een eenduidige structuur voor het toewijzen van crisiszorg (ambulant en bedden) voor volwassenen in de regio Hart van Brabant. Hierdoor worden belemmeringen voor crisiszorg qua beschikbaarheid, qua financiering of qua problematiek weggenomen. 5.3.
Beleidsnota’s, programma’s en projecten binnen opgave 3: 1) Overlast van Personen met verward gedrag Het betreft hier de doelgroep en ambitie omschreven als in opgave 1, waarbij al wordt gesproken over personen met verward gedrag. Het gros van de meldingen omtrent personen met verward gedrag betreft zorgmeldingen of lichte overlast incidenten van mensen die de grip op hun leven dreigen te verliezen door uiteenlopende oorzaken (psychosociale problemen, middelengebruik, psychische of geriatrische problemen). De meldroutes (opgave 2) zorgen ervoor dat deze signalen snel landen op de juiste plek en dat daarbij snelle opvolging is gewaarborgd en we inzetten op het terugdringen van deze meldingen. Door het landelijk telefoonnummer voor niet acute meldingen onder te brengen bij het CIT HvB wordt er een alternatief geboden voor het bellen naar de politie. Hierdoor hopen we te voorkomen dat de politie onnodig wordt belast met zorgmeldingen van of over mensen die in de war zijn. Tevens voorkomt het stress bij deze mensen door in plaats van politiecontact direct de juiste route te bewandelen. Voor de mensen die verantwoordelijk zijn voor de meeste of de zwaarste meldingen hebben we een persoonsgerichte aanpak, zoals omschreven onder opgave 1. 2) Overlastgevende en problematische jeugd Ook in Tilburg is er sprake van overlastgevende en criminele jeugd en jeugdgroepen.
Ons doel is dat zo snel mogelijk te signaleren en tegen te gaan. Daarvoor werken we met een structuur van jongerentafels in de wijken. Politie, gemeente, jongerenwerk en soms andere partners stemmen daar geregeld af wat ze in de wijk aantreffen t.a.v. overlast en criminaliteit door jeugd en zij stemmen af welke acties worden ingezet. We hebben sinds 2020 jeugd toezichthouders die op straat contact maken met jongeren en die bij een overlastsituatie meteen kunnen handelen. De jeugd toezichthouders nemen deel aan de jongerentafels. Vanuit de jongerentafels is ook aandacht voor de contacten met scholen in de wijk. Als de aanpak via de jongerentafel onvoldoende lukt met de partners die aan tafel zitten en de middelen die zij hebben, of als de problemen wijk overstijgend zijn, dan schalen partners op naar de weegploeg jeugd. Die weegploeg bestaat uit specialisten op dit thema vanuit politie, jongerenwerk, gemeente (en waar nodig OM) en zij bepalen samen welke vervolgstappen mogelijk en nodig zijn. Door deze werkwijze geven we lokaal uitwerking aan het landelijk opgestelde werkproces ‘integrale aanpak problematische jeugdgroepen en groepsgedrag’. 3) Tegengaan van overlast Naast de groepen overlast door verwarde personen en jeugd, zien we ook een aanzienlijk aandeel in overlast door zwervers en overlast door drank- en drugsgebruik.
Voor overlast door drank en drugs hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd in de samenwerking met de politie. Waarbij we een repressief signaal vanuit de gemeente geven naar de betreffende personen, maar ook naar de wijk/samenleving (OOV/ Vitale stad). Voor overlast door zwervers wordt twee maandelijks geïnventariseerd welke personen verantwoordelijk zijn voor het hoogste aantal meldingen. Deze zwaar overlast gevende personen benaderen wij met een persoonsgerichte aanpak8. Deze persoonsgerichte aanpak ziet toe op zowel een combinatie van preventie/repressie en strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk optreden dan wel het inzetten van een zorgkader. Denk hierbij aan het opleggen van gebiedsverboden, last onder dwangsommen wegens inbrekerswerktuig of het toewerken naar ISD. Zo zien we dat een grootte deel van de overlast veroorzaakt wordt door Oost-Europese arbeidsmigranten. Zij worden opnieuw begeleid naar werk en woning (preventief voordat ze overlast gaan veroorzaken), of worden uitgezet naar het land van herkomst als zij nergens toe te bewegen zijn en aanzienlijke overlast veroorzaken in de openbare ruimte. We bereiken dus de meeste impact door ons op de personen te richten die het meeste overlast veroorzaken in de openbare ruimte. Deze overlast is het meest zichtbaar en een efficiënte persoonsgerichte aanpak leidt ook tot afname van overlastcijfer.
Iedere Oost-Europese overlastgever die in de ‘top lijst’ voorkomt wordt 8
Dit doen we tezamen met onder andere de (vreemdelingen)politie, het zorg- en veiligheidshuis, stadstoezicht, Outreachend interventieteam, bemoeizorg, stichting Barka en het Openbaar Ministerie.
20
uiteindelijk uitgezet naar land van herkomst of wordt begeleid in een zorgtraject. Daarnaast zien we dat de overige personen vaak na twee maanden ook niet meer op de lijst voorkomen. De ‘top’ overlast gevende personen zijn voor het merendeel al in beeld bij ons, bijvoorbeeld bij Team Complexe Casuïstiek. Daaruit blijkt dat we een goed beeld hebben van de overlastgevende personen in Tilburg. De cijfers laten nu geen duidelijke daling zien doordat: Er telkens een nieuwe aanwas van Oost-Europeanen is. Deze is door corona aanzienlijk toegenomen. Er altijd personen zijn die niet geholpen willen worden en die bijna behoren tot het Tilburgs straatbeeld. Wij met onze persoonsgerichte aanpak zo veel mogelijk het registreren van overlast stimuleren. Hierdoor worden meldingen meer geregistreerd (wat positief is), met echter als gevolg dat de overlastcijfers eerst een (cijfermatige) stijging laten zien. Wanneer we een goed beeld hebben van de huidige overlastcijfers, kunnen we erna meten of er een dalende trend zichtbaar wordt. 5.4.
Opsomming belangrijkste beleidsnota’s en programma binnen de opgaven o o o o o
Regionaal programma Geweld hoort nergens thuis 2019 – 2022 Meerjarenplan Zorg- en veiligheidshuis 2021 – 2024 (2021) Regionaal beleid Mensenhandel Integrale Jeugdaanpak (zie veld sociaal & veerkrachtig) Integraal veiligheidsplan 2018 – 2022 (zie ook Vitale stad, veld openbare orde en veiligheid)
Groen = beleidsnota vastgesteld door de raad; Blauw = beleidsnota in ontwikkeling; Zwart = status onbekend; Paars = beleidsnota heeft impact op dit veld; middelen zitten in veld waarnaar verwezen wordt.
21