CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Kadernota Inclusieve Stad Ingrijpen bij crisis en onveiligheid 2021-2023

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota Ingrijpen bij Crisis en Onveiligheid + Bestuurlijke reactie Sociale Raad11.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota Inclusieve Stad: Ingrijpen bij crisis en onveiligheid 2021-2024 Inhoud Hoofdstuk I

Ambitie, Impact & Opgaven ....................................................................................... 2

1.1.

Aanleiding, waarom deze kadernota? ..................................................................................... 2

1.2.

Afbakening en positionering ................................................................................................... 2 Lokale, regionale en landelijke samenwerking op zorg en veiligheid versterken ................... 3 Opgave van het veld ‘Ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ ....................................................... 6

Hoofdstuk II

De betekenis voor Tilburgers – Beoogde impact en (deel)opgaves ............................ 7

2.1.

Impact, hoofddoel en opgaven ............................................................................................... 7

2.2.

Deelopgave 1: Persoonsgerichte aanpak van complexe casuïstiek, waarin onveiligheid en/of criminaliteit aanwezig is, duurzaam effectief maken. ...................................................... 8

2.3.

Deelopgave 2: Optimaliseren van de keten ingrijpen bij crisis en onveilige situaties. ............ 8

2.4.

Deelopgave 3: Terugdringen van overlast ............................................................................... 9

Hoofdstuk III

Doelen en indicatoren ............................................................................................... 11

3.1.

Indicatoren uit programmabegroting 2021 .......................................................................... 11

3.2.

Verantwoording impact ........................................................................................................ 12

Hoofdstuk IV

Financiële paragraaf .................................................................................................. 14

Hoofdstuk V

Bijlagen: Beleidsnota’s, programma’s en projecten per opgave. ............................. 15

5.1.

Beleidsnota’s, programma’s en projecten binnen opgave 1: ............................................... 15

5.2.

Beleidsnota’s, programma’s en projecten binnen opgave 2: ............................................... 19

5.3.

Beleidsnota’s, programma’s en projecten binnen opgave 3: ............................................... 20

5.4.

Opsomming belangrijkste beleidsnota’s en programma binnen de opgaven ...................... 21

Hoofdstuk I

Ambitie, Impact & Opgaven

1.1. Aanleiding, waarom deze kadernota? Deze kadernota “Ingrijpen bij crisis en onveiligheid” geeft een overkoepelend beeld van de investeringen die we de komende jaren met partners inzetten op veiligheid in de persoonlijke woon- en leefomgeving (huis, buurt, straat), waarbij eigen verantwoordelijkheid centraal staat, maar ook ruimte is voor toegankelijke en proactieve ondersteuning. Hiermee willen wij persoonlijke ontwikkeling en sociale veerkracht van de Tilburgers mogelijk maken en stimuleren. Om dit te bereiken houden we vast aan de ingezette koers zoals beschreven in ons Integrale Veiligheidsplan (IVP) 2019-2022. Een wettelijk kader(nota) dat voor het gehele veiligheidsdomein het spoorboekje is. Passend bij het Integraal Veiligheidsplan is daaruit; het realiseren van een goede verbinding tussen zorg- en veiligheidsprofessionals en tussen preventieve, repressieve en curatieve interventies om sociale veiligheid te bevorderen. Als antwoord op de vraag van de raad om duidelijke opgaven, doelen en indicatoren voor de verschillende onderdelen van de programmabegroting vast te stellen (motie 44) is deze kadernota “Ingrijpen bij crisis en Onveiligheid” ontstaan. In deze nota hebben we verbindingen gelegd om de ordening in de piramide van Sociaal, als ook de ordening in de ‘’steden’’ te duiden.

Hiermee gaat deze nota specifieker in op de ambitie binnen ons IVP, gericht op zorg en veiligheid, Inclusieve stad. Uiteraard zijn het dynamische thema’s die onder hevig zijn aan ontwikkelingen. Ons huidige IVP, dat loopt tot 2022, hebben we uiteraard een langere termijn ambitie beschreven. In het nieuwe IVP 2023-2026 zullen de uitgangpunten uit deze nota, naast de punten voor Openbare Orde en Veiligheid van de Vitale Stad en de nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Waarbij wij uiteraard naast veiligheid ook oog hebben voor de andere ‘’velden’’ en ‘’steden’’ die ons raken. 1.2.

Afbakening en positionering

Binnen de Inclusieve Stad bouwen we aan kaders aan de hand van vier kadernota’ die de ordening volgen van de piramide sociaal domein. De kadernota ‘Versterken van sociaal en veerkrachtig Tilburg’ beschrijft de kracht van preventie en steun in het gewone dagelijks leven (denk hierbij aan bestaanszekerheid, positieve gezondheid, sociale basis, sport en bewegen etc.). De kadernota ‘Stimuleren van persoonlijke ontwikkeling’ gaat ervan uit dat iedereen de ruimte krijgt om talenten te ontdekken, ontwikkelen en in te zetten. De kadernota ‘Bieden van passende ondersteuning’ beschrijft de nieuwe inkoop van zorg en ondersteuning. De nota verbindt de domeinen Jeugd, WMO, Participatie en de Toegang Tilburg en beschrijft de gewenste beweging per domein en in samenhang met elkaar. Deze kadernota ‘Ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ geeft een overkoepelend beeld van de investeringen die we de komende jaren met partners inzetten op veiligheid en leefbaarheid in de alledaagse woon- en leefomgeving. Deze nota richt zich op het effectief aanpakken van onveilige en crisissituaties, het optimaliseren van de meldroutes voor meldingen crisis en onveiligheid en het terugdringen van overlast. Niemand zou een crisis situatie of een situatie van onveiligheid moeten ervaren. Een mooie visie waar wij ons ook hard voor maken, maar een ‘ervaring’ kan voor iedereen anders zijn.

Het leven zit namelijk vol met spannende situaties, tegenslagen, soms onveilig, soms een crisis. Hoe ga je hiermee om? De een gaat daar anders mee om dan de ander, voor de ene persoon is het een levenservaring die verrijkt, voor de ander een trauma dat mogelijk tekent voor het leven. Wanneer is de inwoner tevreden? Hierop is nog onvoldoende een antwoord, wat ook maakt dat er een uitdaging zit in het definiëren en meetbaar maken hiervan. Het is ongrijpbaar, we kunnen het niet vast pakken en een ieder kan het anders ervaren en is er meer kwetsbaar voor dan de ander. De algehele impact weergeven is lastig, omdat dit moeilijk meetbaar is. In de aanpak vraagt dit dan om maatwerk aangezien elke persoon en situatie een ander handelingskader vraagt. Ondanks deze uitdaging zetten wij ons actief in om de kans dat inwoners een crisis überhaupt ervaren te verkleinen.

2

Het veld “Ingrijpen bij crisis en onveiligheid’’ bevindt zich in de punt van de piramide. Dit betekent dat wij inzetten op adequaat handelen wanneer een onveilige situatie (zoals huiselijk geweld, kindermishandeling, criminaliteit en overlast) zich voordoet, maar juist ook investeren in het voorkomen dat situaties onveilig worden of leiden tot een crisissituatie. Daarom zijn er in deze kadernota ook programma’s die zich richten op het inzichtelijk krijgen van bepaalde onveilige situaties, zodat daar interventies op ontwikkeld kunnen worden. Daarnaast belichten we de preventieve kant die crises kan voorkomen. We stimuleren dat in het kader van goed Tilburgerschap de meldingsbereidheid wordt vergroot, ook om onveilige situaties te voorkomen. De beweging; Blijven doen wat goed werkt, verbeteren waar nodig en slim organiseren voor wat de veranderende toekomst brengt. Waarmee bereiken we steeds de meeste impact voor onze inwoners. Het zorgen dat we beschikken over snel zicht op de situatie, een integraal beeld kunnen vormen en de beste interventies hebben voor directe veiligheid, nodige zorg en duurzame oplossing. Dat vraagt veel. Weten wat er speelt in een wijk of buurt, weten wat je er aan kunt doen, weten wat werkt, weten door te meten. Doen door te oefenen, organisatie overstijgend leren, innoveren en soms gewoon proberen.

Een Veld in beweging waar in er voor iedere individuele situatie maatwerk geleverd moet worden.

Hierdoor zijn wij continue bezig om onze aanpak te verbeteren en te zorgen dat we aansluiten op de veranderingen in de maatschappij, bij de doelgroep en op bepaalde situaties. Dat betekent dat we vooruit kijken en meenemen wat we tot nu toe geleerd hebben. Hierbij hoort het dat wij goed georganiseerd zijn in samenwerking en in mogelijkheden tot ingrijpen en duurzaam oplossen van crisis situaties. Wij richten ons binnen deze kadernota specifiek richten op het veld ‘ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ en streven naar het duurzaam stoppen en voorkomen van crisis. Dit is echter iets wat we door de gehele Piramide met elkaar doen. Hoe beter wij ons richten op het versterken van veerkracht bij inwoners en inzetten op hun talenten hoe meer zij in hun kracht komen te staan. Wanneer dit niet toereikend genoeg is zullen wij zo tijdig mogelijk passende ondersteuning bieden. Hierbij zetten wij ook actief in op preventie omdat wij allen willen voorkomen dat inwoners te maken krijgen met de punt van de Piramide en in onveilige en crisissituaties terecht komen. Wanneer dit echter toch het geval is willen wij acute en duurzame ondersteuning bieden zodat inwoners zo snel mogelijk uit de situatie komen en kunnen werken aan herstel. Zodat de inwoner ook de impact van onze interventies en beleid ervaart.

Daarom dat we nog actiever thema’s aan elkaar willen verbinden en integraal willen werken om binnen de inclusieve stad een verschil te maken. Het is hierbij belangrijk om te nogmaals te melden dat goede samenwerking en gezamenlijke inzet nodig is omdat de lagen van de piramide niet los van elkaar staan en elkaar beïnvloeden. Naast goede interne en lokale afstemming vinden wij ook belangrijk om regionaal en landelijk samen te werken, zie de volgende alinea. Kortom blijven wij gezamenlijk vooruitkijken naar wat er op ons af komt en bereiden wij ons daarop zo goed mogelijk voor. Lokale, regionale en landelijke samenwerking op zorg en veiligheid versterken Om onze doelen te bereiken hebben we op bestuurlijk strategisch niveau urgentiebesef en draagvlak nodig. De thema’s die vallen binnen het veld ‘ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ raken diverse portefeuilles van het college en overlappen ook deels. Heldere afstemming en samenwerking op thema’s is noodzakelijk om voldoende overzicht en draagvlak te hebben om impact te creëren. Naast gemeentelijke bestuurlijke inzet vraag dit natuurlijk ook iets van onze partners. Wij weten onze partners te vinden en zij ons en daarnaast betrekken we geregeld diverse ministeries om samen te werken en te vernieuwen op complexe vraagstukken, bijvoorbeeld via een pilot.

‘’Als het er niet is wil het niet zeggen dat het niet kan.’’ Stelsels, financieringsstromen, wet- en regelgeving en andere belangen, patronen en trends kunnen ontwikkeling soms bemoeilijken. De bekende systeemwereld versus de leefwereld. Daarom onderzoeken wij, in Hart van Brabantverband door middel van maatwerkoplossingen, projecten en pilots wat er verbeterd of gecreëerd kan worden. Hierop fungeren en opereren wij zowel lokaal, regionaal als landelijk; we doen wat nodig is. Tevens willen wij een lerende organisatie zijn en “het gereedschap” van de professional in de aanpak van complexe casuïstiek uitbreiden. Soms vraagt dit om te “lopen op de brug die we bouwen” en een andere keer een lange adem. Dit schept bij ons de plicht om voor de inwoner zichtbaar te maken dat we als één overheid, één gemeente, 1 gezin 1 plan 1 coördinator werken. Een ambitie waar we met alle uitdagingen als, rollen, taken, (privacy)wetgeving, bevoegdheden en middelen continu mee bezig zijn. 3

Verbinding Zorg- en veiligheidsdomein De vraagstukken binnen de inclusieve stad raken vaak het zorg- én veiligheidsdomein. Daarom verbinden wij deze domeinen ook met elkaar, omdat hulpbehoevende inwoners meestal met een opeenstapeling van persoonlijke problemen kampen zoals: eenzaamheid, woningnood, werkeloosheid, schulden, psychische klachten, verstandelijke beperking, verslavingen. Deze problemen kunnen ervoor zorgen dat mensen kwetsbaarder zijn om slachtoffer te worden van of zelf te vervallen in overlast gevend, gewelddadig of crimineel gedrag. Het is hierbij van belang dat onze zorg- en veiligheidsprofessionals goed met elkaar samenwerken wanneer er crisis of onveilige situaties ontstaan en zorg- en veiligheidsproblemen samengaan. Vooral wanneer het gaat over acute situaties is snel contact en goede samenwerking van cruciaal belang. Naast verbinding binnen domeinen zijn competenties van professionals belangrijk; het kunnen begrijpen van wat er speelt, wat de vraag is en hoe die bespreekbaar te maken. Werken in de wijk vereist dat je kennis hebt van andere werelden en culturen. Hier zetten wij ons met alle partijen voor in. We willen een goede aanpak ontwikkelen zodat mensen met bijvoorbeeld psychiatrische problemen en/of een verslavings- en criminaliteitsverleden zich zo snel mogelijk in veiligheid kunnen ontwikkelen.

En we willen voorkomen dat deze mensen zorgen voor onveilige situaties voor zichzelf of hun omgeving in onze stad. Onze aanpak is dus gericht op persoonlijke groei, waarbij we zoeken naar een evenwichtige balans tussen preventieve en repressieve interventies. Verbinding met andere velden binnen de Inclusieve stad De impact die we willen bereiken is dat Tilburgers het vermogen hebben hun leven zelf en in samenhang met hun omgeving op een gelukkige en gezonde wijze in te vullen in een veilige en leefbare stad. Hierbij streven wij naar zelfredzaamheid, maar wordt passende ondersteuning geboden indien nodig. Daarbij willen wij dat inwoners zo min mogelijk in aanraking komen met crisis en onveilige situaties. Er is goede samenwerking tussen onze zorg- en veiligheidsprofessionals om onveilige situaties en acute crises zo veel mogelijk te voorkomen en indien dit onvermijdelijk is, directe adequate hulp te bieden. Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburgers hebben het vermogen hun leven zelf en in samenhang met hun omgeving op een gelukkige en gezonde wijze in te vullen en om te gaan met veranderingen. Hierbij zijn ‘’Goede Start, Ruimte om te leven, Optimale kansen, In een Wereld die mij ziet’’ inhoudelijke drijvers bij het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg.

Zo worden kinderen en jongeren écht gezien en gehoord, krijgen ze alle kansen om mee te doen, kunnen inwoners hun talenten ontwikkelen, gezonder leven en écht ergens bij horen. Daarnaast zetten we in op een openbare ruimte die prikkelt tot sociaal en gezond gedrag. Waarden van de Agenda Sociaal 013 Naast de thema’s voor ingrijpen bij crisis en onveiligheid geldt dat de vier waarden van de Agenda Sociaal 013 mede de inhoudelijke drijvers voor onze opgaven zijn. Zo vinden wij het bij ‘Een Goede Start voor alle kinderen’ (1) van belang dat ieder kind veilig geboren wordt en op kan groeien, dat we actief inzetten op het voorkomen en duurzaam stoppen van kindermishandeling, dat we zorgen dat er geen kinderen in de maatschappelijke opvang terecht komen, maar ook dat we inzetten op het voorkomen van overlast, criminaliteit en radicalisering van de jongeren. ‘Ruimte om te leven’ (2) betekent dat niemand op straat slaapt, inwoners veilig samen kunnen wonen en de tolerantie ten opzichte van elkaar vergroot wordt. We faciliteren het duurzaam herstel voor mensen die in een crisissituatie of in de gevangenis gezeten hebben door het bieden van ‘Optimale kansen’ (3) voor iedereen.

In ‘een Wereld die mij ziet’ (4) is het belangrijk, juist voor mensen die dakloos of verward zijn of voor mensen die slachtoffer zijn geworden van (huiselijk) geweld of uitbuiting dat ze gezien, gehoord en gewaardeerd worden. Stimuleren van persoonlijke ontwikkeling Vanuit het veld ‘persoonlijke ontwikkeling’ wordt gesteld dat iedereen met dezelfde capaciteiten dezelfde ontwikkelkansen krijgt in de samenleving, binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Iedereen krijgt de ruimte zijn of haar talenten te ontdekken, te ontwikkelen en in te zetten. Talentontwikkeling stopt nooit. We willen alle talenten erkennen en zien. We hebben daarin niet enkel oog voor het behalen van een diploma, maar kijken ook naar de inzet en waarde voor de samenleving. (1) Kansengelijkheid (2) Leven lang leren (3) Integrale kijk en ondersteuning. We stimuleren persoonlijke ontwikkeling van mensen die structureel achterblijven, mede om te voorkomen dat de scheidslijnen op de arbeidsmarkt en in de samenleving tussen sociaal zwakkere en sterkere groepen inwoners scherper worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen die 4

vroegtijdig de school verlaten, een taalachterstand hebben, onvoldoende (digitale) basisvaardigheden bezitten, een kleine deeltijdbaan hebben of werkloos zijn. Om je optimaal te blijven ontwikkelen in alle levensfases is het belangrijk dat iemand zich bevindt in een veilige omgeving/ situatie. Wanneer dit niet het geval is, is er weinig ‘’ruimte’’ voor ontwikkeling van talenten op de arbeidsmarkt of in de samenleving. Daarom willen wij onveilige situaties zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer dit onvermijdelijk is streven wij ernaar de onveilige situatie duurzaam veilig te maken. Zo krijgen mensen de kans om in een stabiele situatie te leven waarin is voorzien in de basisvoorwaarden en waarbij hun kans op persoonlijke ontwikkeling en uiteindelijke zelfstandigheid wordt vergroot. Dit is helpend voor de persoon zelf, maar uiteindelijk ook voor de samenleving. Bieden van passende ondersteuning. Tilburgers die het nodig hebben, bieden we passende ondersteuning. Die ondersteuning is gericht op het hervinden van evenwicht zodat zij naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving. De mogelijkheden vanuit de eigen omgeving en de sociale basis ondersteunen hierbij zoveel mogelijk. We maken een passende afweging en kijken wat mensen nodig hebben aan ondersteuning om de balans te herstellen.

We willen kwalitatief goede hulp bieden waarbij we zoveel mogelijk naast de inwoner staan en samen zoeken naar mogelijke oplossingen. Daarbij gaan we uit van de kracht van de inwoner en versterken we die waar nodig. De geboden ondersteuning is gebaseerd op verschillende wetten (WMO, Jeugdwet, Participatiewet). Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk en hebben zij de mogelijkheid om dit anders te gaan organiseren en in te kopen. We stemmen de hulp uit de verschillende wettelijke kaders beter op elkaar af. Door te investeren in het op orde brengen van de basisvoorwaarden en het herstellen van de balans in iemands leven maken we Tilburgers minder kwetsbaar. Door het versterken van de zelfredzaamheid van mensen, kunnen ze crises te boven komen en worden mensen minder kwetsbaar om (nogmaals) in onveilige situaties terecht te komen. Verbinding met Vitale Stad De onderwerpen waar we binnen het veiligheidsdomein aan werken, zijn vaak tweeledig. Aan de ene kant streven we ernaar acute onveilige situaties zo snel mogelijk op te lossen. Bij een acute onveilige situatie is een persoon in direct fysiek gevaar, diens veiligheid is de komende uren/dagen niet gegarandeerd en hij/zij heeft direct bescherming nodig. Dit om te voorkomen dat er (meer) fysiek letsel en/of ernstige mentale schade ontstaat.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan huiselijk geweld en/of kindermishandeling of een persoon met verward gedrag die een gevaar vormt voor zichzelf en zijn/haar omgeving. Aan de andere kant werken we juist ook preventief om te voorkomen dat zulke situaties zich überhaupt voordoen of herhalen. Dit is waar de Inclusieve stad en de Vitale stad elkaar overlappen. We streven naar veiligheid voor al onze inwoners door enerzijds inwoners met maatwerk en persoonsgerichte aanpakken te ondersteunen waar nodig en anderzijds werken wij ook aan veiligheid door repressie en inwoners in onze wijken weerbaarder te maken. We zullen ondersteunen waar we kunnen maar, zo staat ook in de strategische meerjaren agenda Hart van Brabant als een van de leidende principes, de veiligheid van inwoners vormt altijd de ondergrens. Openbare Orde en Veiligheid (OOV) speelt een belangrijke rol, het bestrijkt dan ook het volledige veld van ons Integrale Veiligheidsplan. De velden ‘ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ en ‘OOV’ zetten beide in op een veilig Tilburg, er zit echter wel een verschil vanuit welke invalshoek naar onderwerpen wordt gekeken.

De invalshoek vanuit OOV (Vitale stad) is meer gericht op een (repressieve) aanpak om zo optimaal mogelijk criminele bedrijfsprocessen te verstoren (ondermijning) en fysieke en externe veiligheid te garanderen (zoals het inrichten van de publieke ruimte; het organiseren van veilige evenementen zoals de Tilburgse kermis, maar ook het in goede banen leiden van een demonstratie of voetbalwedstrijd). Het veld ‘ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ (Inclusieve stad) richt zich meer op het voorkomen van en indien nodig ingrijpen (door passende zorg) bij persoonsgerichte onveilige- en crisissituaties. Uiteraard is er niet een duidelijke knip te maken tussen deze velden en steden en zijn ze juist complementair aan elkaar. De ingezette programma’s, projecten en acties zijn allen gericht op een veilig Tilburg. Denk bijvoorbeeld aan goed geresocialiseerde ex-gedetineerden of personen met verward gedrag die door adequate hulp geen overlast meer veroorzaken. Er zit dus verschil in de wijze waarop er naar een individu wordt gekeken vanuit daderschap (vitaal) en/of slachtofferschap (inclusief). Deze balans is soms lastig en kan per situatie verschillend liggen. Het raakt hier de complexiteit van het zorg enveiligheidsdomein. Voor veel onderwerpen geldt dat afhankelijk van de invalshoek ze zowel onder Inclusieve – als Vitale stad kunnen vallen.

Er zijn ook verbindingen met andere ‘steden’, echter vanwege het overlappende karakter benoemen we hier specifiek de Vitale stad.

5

Opgave van het veld ‘Ingrijpen bij crisis en onveiligheid’ Tilburg wil een inclusieve stad zijn, met gezonde en gelukkige inwoners. Een stad waarin iedereen mee kan doen en erbij hoort. Een stad met extra aandacht en ondersteuning voor wie dat nodig heeft. Elke inwoner in Tilburg moet zich hier veilig kunnen voelen, zodat hij/zij naar vermogen kan meedoen in de samenleving. We stimuleren zelfredzaamheid, maar bieden passende ondersteuning indien nodig. Tilburgers zijn en voelen zich veilig, zodat ze zich zo maximaal mogelijk kunnen ontwikkelen en meedoen in de veilige samenleving. Waarbij hij/zij zo min mogelijk crisis of onveilige situaties meemaakt. De hoofdopgave voor het veld ´Ingrijpen bij crisis en onveiligheid´ is onderverdeeld in de deelopgaves: 1. Persoonsgerichte- en systeemgerichte aanpak van complexe casuïstiek, waarin onveiligheid en/of criminaliteit aanwezig is, duurzaam effectief maken. 2. Optimaliseren van de keten ingrijpen bij crisis en onveilige situaties. 3. Terugdringen van overlast.

6

Hoofdstuk II De betekenis voor Tilburgers – Beoogde impact en (deel)opgaves In dit hoofdstuk lichten we de drie deelopgaven kort toe en geven we aan welke impactdoelen met programma’s en projecten gekoppeld zijn aan deze opgaven. Tevens willen we met de programma’s en projecten werken aan de impactdoelen (voor meer toelichting zie bijlage). Aan het eind van dit hoofdstuk is een visuele weergave van de piramide, met de opgaves en belangrijkste beleidsthema’s gekoppeld aan de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). 2.1. Impact, hoofddoel en opgaven Crisis en onveiligheid kan leiden tot maatschappelijke uitval die wij ten alle tijden willen voorkomen. Wij streven er daarom naar dat Tilburgers veilig kunnen leven binnen onze gemeente. Wij willen dat het aantal mensen dat in een crisis- of onveilige situatie zit zo laag mogelijk is. Wanneer mensen een crisis ervaren moet hen adequaat hulp worden geboden. Zij moeten de kans krijgen om te kunnen herstellen door passende ondersteuning om weer volwaardig mee te doen in de samenleving. We bouwen voort op bestaand beleid en vernieuwen waar nodig zodat we tijdens een crisissituatie (bestaande) processen snel adequaat kunnen doorlopen en met het beschikbare ‘gereedschap’ maatwerk kunnen leveren.

Het feit dat deze casuïstiek zo dicht op de bron van onveiligheid zit betekent ook dat vanuit de persoonsgerichte aanpak samengewerkt moet worden om het fenomeen (bijvoorbeeld huiselijk geweld, radicalisering of mensenhandel) aan te pakken. Dit betekent ook dat naast maatwerk op casuïstiek er ook breder wordt gewerkt aan de aanpak van het grotere probleem/ thema/fenomeen. Om de kans op acuut onveilige situaties zo klein mogelijk te maken zetten wij ook in op preventie en vroegsignalering. Zo komt er namelijk beter zicht op welke groepen mensen, wijken en bedrijven kwetsbaar zijn voor crimineel-, gewelddadig- en onveilig gedrag en kan hierop eerder worden ingespeeld. We willen voorkomen dat veiligheidsproblemen onnodig en ongewenst ruimte krijgen om te groeien. We willen daarbij in staat zijn de signalen die we krijgen van inwoners en/of professionals op een juiste manier te duiden (breder te bezien), waaruit onder andere een wijkgerichte- en/of situatiegerichte aanpak kan volgen. Ook willen wij inwoners zoveel mogelijk eigen regie geven. Wanneer er situaties zijn waarin de leefwereld voor de burger een belemmering oplevert om uit een onveilige situatie te kunnen komen, bieden wij maatwerkoplossingen.

Indien professionals vastlopen in het adequaat helpen van mensen op het snijvlak van onveiligheid, straf en zorg dan kan het Zorg- en Veiligheidshuis met hun specifieke kennis en kunde worden ingezet om de situatie te stabiliseren en/ of een doorbraak te forceren. Met dit alles willen wij de impact bereiken dat Tilburgers veilig zijn en zich veilig voelen. Waarbij hij/zij zo min mogelijk crisis of onveilige situaties meemaakt. Met als doel dat ze zich zo maximaal mogelijk kunnen ontwikkelen en meedoen in een veilige samenleving. Deelopgaven: 1. Persoons- en systeemgerichte aanpak van complexe casuïstiek, waarin onveiligheid en/of criminaliteit aanwezig is, duurzaam effectief maken. Hulpverlening weet in samenwerking met (repressieve) partners geweld en onveiligheid te voorkomen en adequaat te stoppen. 2. Optimaliseren van de keten ingrijpen bij crisis en onveilige situaties. Meldingsbereidheid van naasten of mensen in de omgeving is waar het begint, gevolgd door vindbare meldpunten die garant staan voor een snelle en adequate opvolging. We zetten in op het versimpelen en optimaliseren van de meldroutes in zowel acute als niet acute situaties. We organiseren multidisciplinaire inzet bij crisissituaties die ook op de lange termijn effect heeft. 3. Terugdringen van overlast.

Overlast kan een vorm van onveiligheid(sgevoel) zijn, veroorzaakt door kwetsbare inwoners, zoals daklozen, personen met verward gedrag en risicojeugd.

7

2.2.

Deelopgave 1: Persoonsgerichte aanpak van complexe casuïstiek, waarin onveiligheid en/of criminaliteit aanwezig is, duurzaam effectief maken. Impactdoelen 1. Tilburgers ervaren zo min mogelijk situaties van acute crisis en onveiligheid, zodat Tilburgers veilig kunnen leven en zich kunnen ontwikkelen. (Tilburgers voelen zich veilig) 2. Bij onvermijdelijke crisissituaties zorgen we voor effectief passende ondersteuning en maatregelen, zodat Tilburgers zo snel mogelijk weer een stabiel leven hebben. Hulpverlening is duurzaam effectief. 3. We maken kwetsbare inwoners weerbaarder waardoor crisissituaties zoveel mogelijk uitblijven en herhaling wordt voorkomen. Om inwoners levensloopbestendig te ondersteunen is het belangrijk dat de juiste hulp wordt geboden die zo veel mogelijk aansluit en continueert. Dit is belangrijk zodat mensen deel kunnen nemen aan de samenleving en gezond, gelukkig en veilig in Tilburg kunnen wonen. Daarnaast is het belangrijk dat mensen die afstand hebben tot onze samenleving ondersteund en gestimuleerd worden zodat zij weer op een maatschappelijk aanvaardbare wijze deel kunnen nemen. Vanuit het veiligheidsdomein werken we met een persoonsgericht aanpak om criminaliteit terug te dringen.

Dit houdt in dat ondersteuning en zorg aan kwetsbare mensen (met complexe problematiek) en hun naasten integraal en op maat beschikbaar is, uitgaande van de persoonlijke omstandigheden en behoeften. Hierbij houden we rekening met alle levensgebieden zoals wonen, inkomen, zorg en veiligheid. Snelle triage, maatwerk, heldere regie en opschalingsprocedures zijn hierbij van belang. Zo nodig wordt hierbij gebruik gemaakt van drang- en dwangmaatregelen. Hiermee willen wij (terugval van) overlast gevend- en crimineel gedrag duurzaam voorkomen bij kwetsbare groepen, mensen met complexe problematiek en jeugd. Ook zetten we in op preventie en nazorg bij geweld, door meer handelingsperspectief te bieden aan daders en slachtoffers hulpverlening te bieden. Ook geven we uitvoering aan het landelijk actieprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis; programma aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2018-2021’. Kinderen en volwassenen die worden mishandeld, ondervinden vaak medische, sociale en psychische gevolgen. De beschadigingen kunnen indringend en langdurig zijn, zowel voor het individu als naasten. Daarom willen we huiselijk geweld duurzaam stoppen en blijvend voorkomen. Daarnaast hebben we oog voor slachtoffers van mensenhandel en werken we aan regionaal beleid op mensenhandel.

We brengen in kaart wat er binnen de gemeente aan de hand is wat betreft arbeids-, seksueleen criminele uitbuiting (Mensenhandel). Dit doen we door onder meer beter zicht te krijgen op de casuïstiek (rondom slachtoffers en daders). Hierbij zetten wij enerzijds in op slachtofferschap, zodat mensen zo snel mogelijk uit de acute onveilige situatie gehaald worden. Natuurlijk met enerzijds goede hulpverlening en nazorg , mede om te voorkomen dat deze kwetsbare mensen terugvallen in het circuit. Anderzijds richten we ons – met een belangrijke koppeling aan het programma Ondermijning (Vitale stad) – op de aanpak van daders. Vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant werken we aan de veiligheid en leefbaarheid in de regio Midden-Brabant, vanuit een netwerksamenwerking tussen straf-, zorg- en gemeentelijke partners. We werken aan de hand van een meerjarenplan Zorg- en veiligheidshuis 2021-2024. Met als doel: minder overlast, minder criminaliteit en minder maatschappelijke uitval. Dit doen we onder andere door professionals te ondersteunen in casussen waar de reguliere hulpverlening niet toereikend is of vastloopt. 2.3. Deelopgave 2: Optimaliseren van de keten ingrijpen bij crisis en onveilige situaties. Impactdoelen: 1. Met heldere meldroutes voor inwoners en professionals waarborgen we dat men weet waar men zorgen, overlast of vermoedens van criminaliteit kan melden. 2.

De melder ervaart dat de melding adequaat wordt opgepakt en afgehandeld. 3. De meldingsbereidheid bij inwoners en professionals groeit. 4. Effectiviteit en efficiency van professionals wordt vergroot (melding komt sneller op de juiste plek). Het belangrijkste doel is om acute crisis en onveiligheid zo veel mogelijk te voorkomen. Wanneer deze zich voor doen moet optimaal worden gereageerd en gehandeld. We streven ernaar dat het voor mensen eenvoudiger wordt om tijdens een crisissituatie een melding te maken. We zetten in op het versimpelen en optimaliseren van de meldroutes in zowel acute als niet acute situaties (hefboom meldroutes). Daarbij hoort 8

uiteraard ook een goede triage en snelle opvolging, zodat acute situaties zo snel mogelijk kunnen worden afgeschaald. Om dit nog efficiënter te maken zetten we in op het optimaliseren van de meldroutes binnen de acute keten (ziekenhuis, politie, huisarts, gemeentelijk domein en GGZ). Hierbij staan acute opvang en zorg centraal. Dit zodat de Tilburger een adequate aanpak ervaart, om snel de juiste zorg te bieden en/of maatregelen te treffen om overlast en verdere escalatie te voorkomen (opgave 1). We hebben al diverse interventiemogelijkheden, teams en beleid die ondersteunend zijn bij het aanpakken van crisissituaties, die willen wij zoveel mogelijk aan elkaar verbinden. Ook werken we aan de meldingen op het snijvlak van zorg en veiligheid in niet acute situaties, van zowel inwoners als van professionals. Binnen het Vangnet (en doorgeleiding) zorgen we voor eerste opvang; bemoeizorg en adequate doorgeleiding voor inwoners met ernstige problemen op meerdere levensterreinen. Door passende zorg en ondersteuning te bieden willen we voorkomen dat iemand op straat slaapt en overlast, onveilige situaties en crisissituaties tegengaan. We zetten in op duurzaam effectieve hulpverlening; waarin we weten hoe crises te bezweren en onveilige situaties adequaat en blijvend te stoppen. 2.4. Deelopgave 3: Terugdringen van overlast Impactdoelen 1.

Tilburgers ervaren minder overlast van overlast gevende personen zoals jeugd, personen met verward gedrag en zwevers). 2. Overlastgevers worden ondersteund waar nodig en mogelijk (om de kans op nieuwe overlast door deze persoon te verkleinen). 3. Meldingen worden adequaat opgepakt. 4. Er komt een verbetering van de registratie van overlastmeldingen, waardoor er meer zicht komt op de huidige situatie. Alle inwoners moeten samen veilig en zonder overlast kunnen wonen in hun wijk of buurt. Zoals omschreven vinden wij het van belang dat mensen zelfredzaam (kunnen) zijn, wanneer inwoners dit niet op eigen kracht kunnen bieden we passende ondersteuning, Dit omdat we zien dat hulpbehoevende mensen vaak een opeenstapeling van persoonlijke problemen hebben zoals: eenzaamheid, woningnood, werkeloosheid, schulden, psychische klachten, verstandelijke beperking, verslaving e.d. Deze problematieken kunnen ervoor zorgen dat mensen sneller in kwetsbare situaties terecht komen en overlast en onveiligheidsproblemen veroorzaken. Daarom hebben dat wij in ons integraal veiligheidsplan (IVP) 2019-2023 aangegeven ook in te zetten op het aanpakken van overlast waarbij vanuit deze kadernota Ingrijpen bij crisis en onveiligheid de aandacht met name uit gaat naar jongeren en personen met achterliggende problematiek.

Door de extramuralisering1 wonen meer mensen met een kwetsbaarheid (of bijzondere doelgroepen, term woonconvenant2) langer thuis. We zetten in op passende zorg en ondersteuning om er voor te zorgen dat dit niet leidt tot onveilige of overlastgevende situaties voor de persoon zelf of diens woonomgeving. We trekken hierin samen op met politie, woningcorporaties en maatschappelijk organisaties trekken we hierin samen op. Zo nodig wordt hierbij drang en dwang ingezet. Ook zien we nog geregeld dat mensen geen woning hebben en in de maatschappelijke opvang terecht komen of op straat rondzwerven. Wanneer dit zorgt voor onveilige situaties zetten we met een persoonsgerichte aanpak in op deze zwaar overlastgevende zwervers. Daarnaast versterken we de tolerantie en draagkracht van de inwoners in de buurt. Dit doen wij onder andere door kennis bij inwoners te vergroten, meldroutes te vergemakkelijken en meldingen zo goed mogelijk op te pakken. In de volgende afbeelding is visueel gemaakt, welke opgaves zich bevinden binnen het veld ingrijpen bij crisis en onveiligheid en welke belangrijke beleidsnota’s daaronder vallen. Tevens ziet u welke bestuurder dit thema in zijn/haar portefeuille heeft. In de bijlage van deze kadernota vindt u meer gedetailleerde informatie over de aanpakken op de benoemde thema’s. 3

1 Extramuralisering is het streven om buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg

te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning (thuiszorg). 2 Deze term wordt gebruikt in het woonconvenant 3 Voor meer informatie zie kopje lokale, regionale en landelijke samenwerking op zorg & veiligheid versterken op pagina 2 ( druk op Ctrl en klik voor een directe door verwijzing).

9

4

4

4 Voor meer informatie zie kopje lokale, regionale en landelijke samenwerking op zorg & veiligheid versterken op pagina 3.

Hoofdstuk III

Doelen en indicatoren

In dit hoofdstuk starten we met de huidige manier van verantwoorden volgens de vastgestelde indicatoren uit de programmabegroting. De ambitie om op impactniveau te verantwoorden vraagt naast deze indicatoren ook nieuwe indicatoren en het goede verhaal wat de cijfers duidt. Om realistisch te verantwoorden zullen we gaandeweg ook andere verantwoordingsmethoden gebruiken. Dit is noodzakelijk omdat de complexe problemen die je wilt beetpakken niet rechtlijnig zijn en dus ook niet in absolute aantallen of een daling daarvan te vangen zijn. 3.1.

Indicatoren uit programmabegroting 2021

1. Kwalitatieve en kwantitatieve verantwoording onderzocht vanuit het perspectief van veiligheidsbeleving en ondersteuning daarbij. • Kwalitatief onderzoek afgenomen bij volwassenen en kinderen naar de tevredenheid op ondersteuning bij onveiligheid. Aansluiten bij narratief onderzoek Inclusieve stad • Veiligheidsbeleving: gemiddeld rapportcijfer veiligheidsbeleving volwassenen t.o.v. 2017. • % Jeugd 12-18 jaar, dat zich wel eens onveilig voelt t.o.v. 2017.

Indicatoren:

Bron

Veiligheidsgevoel overdag

Lemon

Veiligheidsgevoel in de avond

Lemon

Streefwaarde Gelijk/ Omhoog Gelijk/ Omhoog

2015

2017

2019

7.9

8.0

8.0

6.7

6.7

6.8

2. Indicatoren die deels verklaren in welke mate het doel is bereikt. • Vermindering aantal recidive VT (Veilig Thuis) en aantal meldingen CIT (crisisinterventieteam) t.o.v. 2019 • Verhogen % jeugd (4-18) en % volwassenen dat voldoende weerbaar is t.o.v. 2017 (GGD Brabantscan). • Vermindering % inwoners dat overlast ervaart t.o.v. 2017 (Lemon) Indicatoren:

Bron

Streefwaarde Omlaag

Meldingen CIT Tilburg

2018

2019

CIT Hart 596 810* van Brabant Recidive VT Veiligheid Omlaag Over de gemeten periode 2015 t/m en maart 2019 was de recidive 27% op Wijken hetzelfde adres* • * Betreft de cijfers t/m juli 2019. Stijging o.a. als gevolg van onderbrengen meldpunt verwarde personen bij CIT en rechtstreekse meldingen van inwoners vanaf september 2018. • ** Kanttekening dat in 50% van de casussen betrokkenen niet op hetzelfde adres woonden. Bij de aanpak van huiselijk geweld wonen de betrokkenen (slachtoffers, plegers en andere direct betrokkenen van een casus huiselijk geweld) in 50% van de gevallen niet op hetzelfde adres. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ex-partners, kinderen die niet meer thuis wonen etc. • Indicatoren: Bron Streef2017 2018 2019 waarde Kind (4 tm 11 jaar) is voldoende weerbaar GGD Omhoog 91% * * Kind (12 tm 17 jaar) is voldoende weerbaar •

GGD

Omhoog

*

* Deze gegevens zijn niet beschikbaar; cijfers 4 t/m 11 jaar verwacht de GGD in 2021.

*

95%*

Indicatoren:

bron

12 t/m 17 jr : Voelt zich overdag en/of 's avonds/'s nachts wel eens onveilig * De volgende resultaten worden in 2021 gepubliceerd.

GGD

Streefwaarde Omlaag

2017

2018

2019

38%

24%

35%*

3.2. Verantwoording impact We streven er naar om Tilburg zo veilig mogelijk te houden zodat onze inwoners kunnen opgroeien en zich ontwikkelen in een veilige omgeving. Aan de andere kant willen wij inwoners die de verbinding met onze samenleving (gedeeltelijk) zijn verloren terug begeleiden naar een maatschappelijk aanvaardbare wijze van deelname. Het blijkt lastig om onderwerpen als het voorkomen van recidive en veiligheidsgevoelens van inwoners meetbaar te maken, mede omdat deze onderhevig zijn aan diverse en dynamische invloeden, waar wij als gemeente niet altijd invloed op hebben. Het is een goede beweging om ondanks deze uitdaging de impact meer meetbaar te maken. Hierbij houden we rekening dat dit een ‘nieuwe’ manier van werken is en het tijd kost om goede data te verzamelen en indicatoren te ontwikkelen. Om dit goed te doen en te duiden hoe programma’s en projecten bijdragen aan de impact is advisering en kennisvergroting van belang en geven we samenwerkingen met experts, zoals hogescholen en universiteiten, verder vorm. De concernopgave datagedreven werken kan een grote bijdrage leveren in het meer en beter met data werken. Soms is data wel al beschikbaar, maar is onvoldoende bekend dat deze data bestaat en waar deze vindbaar is.

Het ligt er ook aan vanuit welke invalshoek je het benadert; (1) vanuit de data: welke data hebben we beschikbaar en zit daar iets tussen wat aansluit bij de vraag die we hebben of (2) vanuit de inhoud: wat willen we bereiken en wat hebben we nodig om dit in beeld te brengen. Uiteindelijk moeten die twee perspectieven met elkaar in verband worden gebracht. Waarbij alleen data niet voldoende is. Data kan de kwalitatieve beantwoording van de vraag wel ondersteunen. De komst van dashboards, die informatie bundelen en eventueel koppelen, kan een grote bijdrage leveren in het meer werken met data binnen deze complexe onderwerpen die vaak ook domein overstijgend zijn (zoals zorg en veiligheid). Het is belangrijk dat we naast de bestaande dataverzamelingsmethoden, zoals bijvoorbeeld het burgerpanel en de LEMON, ook nieuwe laagdrempelige methodieken ontwikkelen die ook op de lange termijn datagedreven werken nog meer waarborgen. We zijn daarom ook volop bezig met het gebruiken van data binnen onze programma’s. Zo worden binnen het traject rondom meldroutes nul-metingen uitgevoerd onder inwoners en professionals, over hoe zij ‘het doen van meldingen’ ervaren. Zo geven professionals als melders aan dat ongeveer 80% bereid is criminaliteits-, overlast- en/of zorgmeldingen te melden. Ongeveer 65% weet waar zij hun meldingen kunnen melden.

Ongeveer 55 % is tevreden over de afhandeling van de melding en slechts 37% geeft aan een melding nooit op meerdere plekken te doen. Ook zijn Tilburgers bevraagd aan de hand van een burgeronderzoek, echter zijn deze resultaten nog niet bekend. We streven er naar dat over 2 jaar, als we de meting opnieuw uitvoeren, er een verbetering is te zien in de resultaten. Tevens onderzoeken we de tevredenheid van inwoners en professionals als het gaat om het aanbod van hulp en de geboden ondersteuning. Daarnaast werken we samen met partners zoals bijvoorbeeld de politie om meldingen rondom personen met verward gedrag en overlast van zwervers terug te dringen. Door beter te registreren komt er een beter beeld van de doelgroep en het type overlast(melding). Hierop kunnen we samen met partners doelgerichte acties uitzetten. Vanwege de complexiteit van de veiligheidsvraagstukken verzamelen we diverse data (binnen de wet en regelgeving) om zo een goed beeld te kunnen schetsen van de situatie(s). Vanwege de situationele aard is het vaak niet mogelijk om met een specifieke indicator aan te geven of iets impact heeft. Daarom zetten wij in op het creëren van een set aan data op diverse onderwerpen. Door diverse data aan elkaar te verbinden, hopen wij een beeld te kunnen krijgen van de trends en ontwikkelingen.

Uiteraard moet data geduid worden met verhalen van onze inwoners en professionals uit de wijken. Dit helpt om de beschikbare informatie inzichtelijk te maken, zodat wij zaken beter kunnen verbinden en analyseren en dus beter de gewenste impact kunnen bepalen. Hierdoor wordt ook zichtbaar welke belangrijke informatie wij nog missen. Soms is het verkrijgen van indicatoren en data op onderwerpen lastig, dan maken we gebruik van andere methodes, zoals het evalueren 12

van processen, het houden van interviews en het bevragen van het burgerpanel.. Bij sommige complexe onderwerpen is het lastiger om een goed beeld te krijgen van het probleem en/of de doelgroep. Samen met onze partners kijken we dan of een betere registratie en afstemming mogelijk is, zodat rollen en processen weer helder worden en meer inzicht ontstaat. We doen dit om te weten of wat we doen meerwaarde heeft en impact oplevert voor Tilburgers. Dit sluit ook aan bij de landelijke ontwikkeling waarin ‘’rijker verantwoorden’’ steeds meer centraal staat. Zo staat in de handreiking rijker verantwoorden uit januari 2020 dat het klassieke verantwoorden, verticaal en vooral cijfermatig, geen recht kan doen aan de complexe praktijk. ‘’Het levert geen geloofwaardig antwoord op de vraag of je goed werkt. Cijfers zijn niet onbelangrijk, maar ze kunnen niet het hele verhaal vertellen; ze geven geen inzicht in de kern en de complexiteit van het werk.’’ ‘’Het betreft complexe, ‘moerassige’ vraagstukken waarin je op de tast, zo goed en zo kwaad als het gaat, met elkaar begaanbare wegen zoekt. Wat is oorzaak? Wat is gevolg? Wat werkt? Wat is goed? Wat deugt en doet deugd? Je kunt wel doen alsof je vooraf weet wat nodig is en vanaf ‘hoge gronden’ heldere targets stellen, maar dat helpt niet echt.’’ ‘’Het lijkt ons daarbij van belang dat we zo realistisch mogelijk willen verantwoorden.

Dat wil zeggen: met erkenning (en niet verhulling) van de complexiteit van het werken aan grote maatschappelijke vraagstukken. De wijze van verantwoorden moet de kans op goed werk vergroten, niet verkleinen.’’ Daar gaan we dan ook voor.

13

Hoofdstuk IV

Financiële paragraaf

De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen. Dat heet ‘budgetrecht’. Met het vaststellen van de begroting geeft de gemeenteraad het college toestemming om geld uit te geven binnen de daartoe afgesproken kaders. De financiële kaders waarbinnen het college de taak uitvoert liggen op het niveau van de velden. In onderstaande tabel zijn de budgetten van de veld Ingrijpen bij crisis en onveiligheid verbijzonderd naar taakvelden zoals deze verplicht worden voorgeschreven voor elke gemeente vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Deze taakvelden zijn via het CBS en www.waarstaatjegemeente.nl te raadplegen. Met onderstaand overzicht wordt inzicht geboden in de middelen die in de begroting 2021 zijn ondergebracht in dit veld. Eventuele bijstellingen van begroting vindt plaats via de daartoe bestemde momenten in de P&C-cyclus (dynamisch begroten). Veld- en Taakveldenindeling (BBV)

Lasten

Baten Uitgaven en inkomsten o.a. voor:

Ingrijpen bij crisis en onveiligheid 1.2. Openbare orde en Veiligheid 6.1. Samenkracht en burgerparticipatie

3.645 440 17.438 21.523

400 Zorg- en veiligheidshuis - Gezinsmanagement Opvang (maatschappelijk, crisis, huiselijk geweld, 625 vrouwenopvang) en verslavingszorg 1.025

21.523

1.025 Bedragen maal € 1.000,-

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

Investeringen Vanuit het veld Ingrijpen bij crisis en onveiligheid wordt de Investeringsreserve Sociaal domein aangesproken voor investeringen in de hefboom Meldroutes. Reserves en dekking De reserve Transformatiebuffer Sociaal Domein wordt ingezet om passende ondersteuning te blijven bieden gedurende het transformatieproces en eventueel daardoor ontstane tekorten incidenteel af te dekken.

14

Hoofdstuk V Bijlagen: Beleidsnota’s, programma’s en projecten per opgave. Hieronder per opgave een concretere uitwerking van de manier waarop aan de ambities en doelen wordt gewerkt die in deze kadernota zijn omschreven. Onderstaande programma’s en projecten dragen bij aan de ontwikkeling en/of uitvoering van de opgave. 5.1.

Beleidsnota’s, programma’s en projecten binnen opgave 1:

1) Aanpak Complexe Casuïstiek (Zorg- en Veiligheidshuis) In het Zorg en Veiligheidshuis (ZVH) Midden Brabant werken justitie, zorg en bestuur samen in de aanpak van complexe problematiek rond overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. De decentralisaties in het sociaal domein maken het mogelijk meer samenhang tussen de ketens te organiseren en de gezamenlijke activiteiten beter aan te laten sluiten op de lokale behoefte. Het ZVH draagt actief bij aan het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg. Functies van het team complexe casuïstiek: • Regie op vastgelopen complexe, domein overstijgende casuïstiek. • Expertise op multi-problematiek (zorg en veiligheid). Advies en Triagepunt (aanmelding en doorgeleiding naar ZVH of ketenpartners). • Signaleren en strategisch adviseren. Door het leren van casuïstiek en samenwerken kunnen we daar waar nodig gemeentelijk beleid aanpassen of aanscherpen. Daar waar het ander beleid of processen betreft adviseren en verwijzen wij naar de juiste overlegtafel, instantie of het ministerie. Om dit alles goed te doen is samenwerking met wisselende ketenpartners randvoorwaardelijk, zodat ieder de juiste informatiepositie heeft.

Het ZVH dient een plek te zijn en te blijven die goed bereikbaar is voor onze professionals. Waar de partners makkelijk de verbinding kunnen maken en de juiste ketenpartners steeds vertegenwoordigd zijn. Dat je er als burger veilig bent en je er als partner gemakkelijk kan werken en veilig informatie kan en mag delen. 2) 1 Gezin 1 plan 1 coördinator In complexe casuïstiek met een risico, gevaar of criminaliteit in het gezin is het wenselijk om daar een coördinator aan te verbinden die langdurig (zolang als nodig) naast het gezin kan staan om te werken aan perspectief. De coördinatie taak is een stedelijke taak die uitgevoerd wordt vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis of Toegang Tilburg. Voor Toegang Tilburg was dit in 2020 een ontwikkelopdracht. Aan de hand van de pilotuitkomsten in 2020 wordt een voorstel ter besluitvorming voorgelegd voor de uitvoering van de coördinatietaak via Toegang Tilburg voor 2021 e.v. 3) Personen met verward gedrag (incl. Trans-forensisch Team) De meeste personen met verward gedrag, zijn kwetsbare inwoners die vooral zelf last ervaren van hun problemen. Binnen deze opgave richten we ons op de zwaardere problematiek. We gaan door met het intensiveren van de persoonsgerichte aanpak op de personen met verward gedrag die verantwoordelijk zijn voor het grootste aantal meldingen of voor de meeste impact/veiligheidsrisico's.

We zetten de pilot van het Trans-forensisch Team (TFT) voort binnen het landelijke implementatietraject van de 'Ketenveldnorm beveiligde zorg en levensloopfunctie’. Vanuit dit team worden passende zorg, begeleiding en ondersteuning geleverd op alle leefgebieden, bij straf afdoening of gedurende c.q. aansluitend aan detentie of maatregel, waardoor het maatschappelijk perspectief toeneemt en de kans op recidive afneemt. Hierdoor is er minder sprake van verstoring van de openbare orde en- of overlast en vergroot dit de veiligheid van Tilburg. Het team richt zich op de meest complexe doelgroep met een agressieprofiel die nu tussen wal en schip valt. Vanaf november 2018 zijn we gestart met experimenteren en de komende jaren werken we toe naar een duurzame bekostiging. Vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis voeren we extra regie op de personen die verantwoordelijk zijn voor het grootste aantal meldingen (zie ook aanpak op meldpunten bij opgave 2). We sturen hierbij op het verbeteren van de reguliere inzet en bekrachtigen wat effectief is gebleken. Dit moet leiden tot een afname van het aantal politiemeldingen.

15

4) Huiselijk geweld en kindermishandeling De VNG kent een aantal uitgangspunten56 die de komende jaren op nationaal niveau centraal staan bij de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en jeugdbescherming en in de breedte toepasbaar zijn op het beleid bij crisis en onveiligheid. Deze uitgangspunten omarmen wij ook in de regio Hart van Brabant en stellen wij centraal in ons beleid en de uitvoering van hulp. In deze visie staat werken aan veiligheid centraal. Bij de beoordeling van de crisis wordt gestuurd op het realiseren van directe veiligheid en het identificeren van huishoudens waar sprake is van acute onveiligheid en van huishoudens met multiproblematiek. Pas wanneer de situatie stabiel is kan worden gewerkt aan het wegnemen van risicofactoren en herstel. Hulpverleners werken, onder leiding van één coördinator, samen aan een integraal plan om systeemgerichte ondersteuning op maat te bieden. In 2020 en 2021 worden de wijkteams in de regio daar op bijgeschoold. Landelijk programma Geweld hoort nergens thuis Op nationaal niveau is in mei 2018 door de ministeries van VWS en J&V een landelijk actieprogramma tegen huiselijk geweld en kindermishandeling gelanceerd; Geweld hoort nergens thuis.

Dit actieprogramma heeft de regio Hart van Brabant aangewezen als proeftuin voor de komende drie jaar en ondersteunt dit zowel inhoudelijk als financieel om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling verder door te ontwikkelen. Het doel is om geweld adequaat te stoppen en zo herhaald huiselijk geweld naar beneden te brengen. In de regio hebben we de aanpak vertaald naar zes ontwikkellijnen: 1. Vergroting effectiviteit systeemgerichte ondersteuning bij huiselijk geweld en kindermishandeling 2. Doorontwikkeling Veilig Thuis en de multidisciplinaire aanpak van geweld in de keten 3. De inzet door sociale wijk- en toegangsteams 4. Sneller erbij zijn: Preventie en vroegsignalering 5. Wijzer Scheiden 6. Aanjagen van de aanpak van kindermishandeling: De regionale Taskforce tegen kindermishandeling Op alle lijnen lopen activiteiten en initiatieven. Naast de regionale Taskforce tegen kindermishandeling zijn hier nog twee andere majeure projecten te onderscheiden: • Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Met het plan van aanpak Centrum Huiselijk Geweld geven wij met name invulling aan de uitvoering van de eerste twee ontwikkellijnen van het regionaal programma en daarmee ook aan de doorontwikkeling van Veilig Thuis. Wij sluiten aan op het landelijk actieprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis.

Het centrum beoogt een effectieve multidisciplinaire aanpak te organiseren voor het duurzaam stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling waarbij de behoefte van de cliënt centraal staat. • Implementatie van de visie gefaseerde ketensamenwerking In 2019 hebben regiogemeenten Hart van Brabant met Veilig Thuis samenwerkingsafspraken gemaakt om te voldoen aan het kwaliteitskader 'Werken aan Veiligheid'. Daarmee hebben we op regionaal niveau afspraken dat Veilig Thuis en de sociale teams gezamenlijk optrekken, en dat het niveau van de gezamenlijke dienstverlening richting inwoners omhoog gaat. Met deze samenwerkingsafspraken wordt uitvoering gegeven aan de voorwaarden die de ministeries van VWS en J&V stellen aan de aanpak van huiselijk geweld in onze regio en onze lokale gemeente. 5) Scheiden zonder Schade Complexe conflictueuze scheidingen kunnen zorgen voor veel schade bij kinderen. Het is een veel voorkomende vorm van kindermishandeling die zorgt voor allerlei vormen van maatschappelijke uitval. Schade bij kinderen door scheidingen van ouders dient daarom zoveel als mogelijk te worden beperkt. Om dat te realiseren zijn er maatregelen nodig. Het Platform Scheiden zonder schade heeft, onder voorzitterschap van André Rouvoet, een actie-agenda opgesteld: de actie-agenda 'Scheiden... En de kinderen dan?'.

Voor realisatie van de acties zijn vooral gemeenten, samen met lokale partners, aan zet.

5 Visie ketenzorg 'Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg', Van Arum en Vogtländer, mei 2016. 6 https://ggzecademy.mediasite.com/Mediasite/Play/88719f797deb4d06819ad9140f6167b71d?catalog=482feda0-5099-458a-9539-

d0691da46a01

16

In de regio is de scheidingsaanpak ondergebracht onder het mom: als je uit elkaar gaat. De aanpak heeft de volgende doelen: • Het voorkomen van onbezonnen scheidingen; • Het voorkomen van complexe scheidingen; • De gevolgen van een scheiding voor kinderen verzachten. Voor ouders die overwegen om te gaan scheiden is objectieve informatie te vinden op het digitale scheidingsloket (www.alsjeuitelkaargaat.nl). Mochten ouders toch besluiten tot een scheiding dan is voor zowel kinderen als ouders is hulp beschikbaar in groepen en individueel. Steeds wordt benadrukt om het belang van de kinderen bovenaan te plaatsen. Voorts gaan wij in 2021 aan de slag met de pilot ‘gezinsadvocaat’. Eén advocaat die aanvullend is opgeleid en systeemgericht werkt, met nadrukkelijk oog voor het welzijn van de kinderen. Deze pilot wordt uitgevoerd door het gerechtshof in de regio Hart van Brabant in samenwerking de vereniging van familierechtadvocaten in onze regio, de rechtbanken in het arrondissement (Breda en Den Bosch), en de 9 gemeenten Hart van Brabant. 6) Jeugdbescherming, jeugdreclassering & strafrecht aanpak risico jeugd De meeste kinderen groeien gezond op. In een aantal gevallen hebben kinderen te maken met ouders die er niet zijn of gezond opgroeien in de weg staan. Soms komen jongeren in aanraking met justitie.

Voor deze kinderen worden vanuit het wettelijk kader jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen opgelegd door de rechter en uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI). De jeugdwerker van de GI begeleidt en ondersteunt kinderen en hun ouders en zorgt dat kinderen en jongeren veilig kunnen opgroeien, zo nodig zet de jeugdwerker (gedwongen) hulp in voor kinderen en hun ouders. We streven ernaar om zo min mogelijk hulp te verlenen in het gedwongen kader, omdat we ervan overtuigd zijn dat vrijwillige hulpverlening effectiever is. 7) Re-integratie ex-gedetineerden Voor re-integratie van ex-gedetineerden geldt dat het helpend is om tijdig te investeren in het op orde brengen van de basisvoorwaarden (zoals inkomen, onderdak, zorg, ID-bewijs en schulden), zodat deze inwoners zo goed mogelijk kunnen re-integreren in onze maatschappij. Dit vergroot de kansen voor deze inwoners om actief deel uit te maken van de samenlevingen en verantwoordelijkheid te kunnen nemen, maar verkleint ook de kans op overlast en recidive. Om dit te bereiken hebben wij deel genomen aan een City Deal waarbij wij door het optimaliseren van onze werkwijze grote winst behalen bij het effectief en duurzaam laten re-integreren van deze doelgroep. Daarnaast werken wij zowel regionaal als landelijk samen om de aanpak zo goed en sluitend mogelijk vorm te geven.

Hierdoor ervaart de ex-gedetineerde, dankzij hulp en ondersteuning, dat hij/zij er toe doet en bij hoort. En voor de stad verkleint deze aanpak de kans op overlast en criminaliteit door deze burger. 8) Vangnet en doorgeleiding Binnen het Vangnet zorgen we voor eerste opvang; bemoeizorg en adequate doorgeleiding voor inwoners met ernstige problemen op meerdere levensterreinen. Door passende zorg en ondersteuning te bieden willen we voorkomen dat iemand op straat slaapt en overlast, onveilige situaties en crisissituaties tegengaan. We zetten in op duurzaam effectieve hulpverlening; waarin we weten crises te bezweren en onveilige situaties adequaat en blijvend te stoppen. Hulpverlening is vervolgens actief gericht op herstel. In 2021 zetten we de kanteling van maatschappelijke opvang naar zo zelfstandig mogelijk wonen (in een inclusieve wijk) verder in gang. Om tot deze verbreding en meer preventieve aanpak te komen, zetten we in op 2 actiesporen: (1) Voorkomen van dakloosheid: Betere samenwerking en kennisuitwisseling over risicofactoren voor dakloosheid op wijkniveau, met als doel vroegsignalering van bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.

We organiseren het flexibel op- en afschalen van hulpverlening in de wijk (2) Passend wonen in wijk: Er zijn voldoende woonplekken in de regio beschikbaar via de lokale woonconvenanten én het regionaal convenant Weer Thuis tussen woningcorporaties, gemeenten van de regio HvB en zorgaanbieders. En we creëren van passende woonvormen voor kwetsbare inwoners, onder andere logeerwoningen in de hele regio en gemengd wonen. Snelle doorstroom van dakloze gezinnen, om onze ambitie géén kinderen in de opvang te realiseren.

17

9) Mensenhandel (slachtofferschap) Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen of huisvesten van een persoon, met gebruik maken van dwang (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten. De (beoogde) uitbuiting is de kern van mensenhandel en bestaat uit verschillende categorieën: seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting (waaronder gedwongen bedelarij). Mensenhandel kent slachtoffers en daders van diverse nationaliteiten, geslacht en leeftijd. Slachtoffers van uitbuiting worden beroofd van hun vrijheid en komen vaak in aanraking met geweld. Dit kan leiden tot ernstige trauma’s. Maar één op de vijf slachtoffers van mensenhandel is in beeld en op dit moment is er landelijk een afname van het aantal signalen. We hebben het probleem (nog) niet in beeld, te veel slachtoffers ontvangen geen hulp en de daders kunnen nog te veel hun gang gaan. Daarom pakken wij als gemeente onze rol om mensenhandel aan te pakken. Wij beschikken over belangrijke informatie en via het stellen van regels, controleren van locaties, beoordelen van aanvragen voor vergunningen, voorlichting en educatie kunnen we een bijdrage leveren aan de aanpak van mensenhandel. Dit speelt ook in Tilburg in onze wijken en daarom is het belangrijk om hier zicht op te hebben en op in te zetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10369550/1