CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 1 Integrale Ontwerpnotitie

Hamerraad 27 september 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Water- en EnergiePoort van Pauwels23.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Landschap en ecologie

Op basis van de bomeninventarisatie en het ecologische nader onderzoek zijn ecologisch en landschappelijk waardevolle bomen en bomenrij aangemerkt. In het ontwerp zijn deze bomen en bomenrijen ingepast. Het zuidelijke deel van de beoogde berging is in de plannen komende te vervallen. Hierdoor komt de waterberging verder van woningen aan de Stokhasseltlaan af te liggen, ook blijft een aanwezige bijburcht van de das en een deel van het leefgebied behouden.

Wens vanuit de omgeving Ecologie (behoud leefgebied das en bijburcht)

3.6

Gewijzigde afvoerroute noodoverstort (geen onderdeel van de waterberging)

Wens vanuit de omgeving

Als gevolg van het behouden van het zuidelijke deel van het bos, de noodoverstort via (meer noordelijke gelegen route) ZL1 afvoeren. Dit beperkt de overlast.

Snelfietsroute ter hoogte van berging verhoogd

Meerwaarde / beleving waterlandschap

Door de snelfietsroute ter hoogte van de berging verhoogd aan te leggen ontstaat er meer ruimte voor waterberging en meer belevingswaarde van het waterlandschap. Door de gemeente Tilburg zijn op d.d. 23-09-2020 referentiebeelden gedeeld voor het brug ontwerp.

Uitwerking Voorlopig Ontwerp tot een Definitief Ontwerp door Antea (dec 2020 – maart 2021) In het verdere ontwerpproces van Voorlopig Ontwerp naar Definitief Ontwerp zijn verschillende uitkomsten uit de uitgevoerde onderzoeken meegenomen in het ontwerp. In Tabel 3-2 zijn de maatregelen/ ontwerpaanpassingen opgenomen die in het ontwerp zijn gemaakt. Tabel 3-2 Maatregelen en ontwerpaanpassingen in het DO t.o.v. het VO

Maatregel/ aanpassing ontwerp Terpen

Belang

Toelichting

Ecologie

Vluchtlocatie voor met name marterachtigen als gevolg van het in bedrijf gaan van de waterberging.

Blad 28 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Bomen sparen vliegroute Vleermuizen (Hop-over) Bomen sparen (verblijfplaats vleermuizen en waardevolle bomen) langs de Stokhasseltlaan

Ecologie

Ter plaatse van de kruising van de watergang ZL-3 en de Stokhasseltlaan worden bomen gespaard die als Hop-over dienen voor vleermuizen. De strook langs de Stokhasseltlaan met waardevolle bomen wordt gedeeltelijk gespaard.

Vliegroute Vleermuizen (Bos-en Beemdweg)

Ecologie

Vluchtroute in standhouden door bomen en / of objecten te plaatsen ter geleiding.

Grondstromen

Milieuhygiëne

Vervuilde grond uit bestaande situatie wordt geïsoleerd hergebruikt binnen het project. Ingepakt in de kades.

Kabels en leidingen

In standhouden en bereikbaarheid

Kunstwerken waterberging

Waterbeheersing

Uittreedpunt RWZI

Waterbeheersing

Er heeft overleg met de netbeheerders plaatsgevonden. Situering kabels en leidingen zijn ingepast in ontwerp en uitvoeringswijze, zie par. 2.6. Er hebben meerdere sessies met het waterschap en de gemeente plaatsgevonden. Onderwerpen: functioneren toekomstige en bestaande kunstwerken, bereikbaarheid, beheer, onderhoud en bediening, technische eisen vanuit gemeente en waterschap. Deze wensen en eisen voor de verschillende aspecten zijn opgenomen in het ontwerp van de kunstwerken. Door de nieuwe open verbinding tussen de huidige waterberging en de uitbreiding ter hoogte van de Bos en Beemdweg moet het huidige uittreedpunt van de waterberging verplaatst naar de uitstroomgoot van de RWZI.

Ecologie

Blad 29 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

4

Toekomstige situatie

4.1

Beschrijving van het DO Het nieuwe 380kV-station van TenneT wordt gebouwd op een deel van de bestaande waterberging van de RWZI Tilburg. Om deze reden dient de bergingscapaciteit die daarmee verloren gaat gecompenseerd te worden. Tevens wordt door de gemeente Tilburg, Natuurmonumenten, de Efteling en de provincie Noord-Brabant een robuuste ecologische verbindingszone (EVZ) gecreëerd, welke ook een deel van de bestaande waterberging inneemt. Deze twee ontwikkelingen moeten worden gecompenseerd in de vorm van een nieuwe waterberging. Door de waterberging loopt de bestaande Bos en Beemdweg, waar de Snelfietsroute F261 wordt gerealiseerd. Als gevolg van de bouw van het station is er op basis van het VO een bergingsafname van 61.000 m3 en als gevolg van de aanleg van de robuuste EVZ is er een bergingsafname van 37.000 m3. In totaal dient daardoor 98.000 m 3 waterberging gecompenseerd te worden. Deze waarden krijgen een update na het gereedkomen van het DO.

Figuur 4-1 Uitsnede DO tekening, d.d. 19-02-2021 v1 (vergrote weergave in bijlage 1)

Blad 30 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

4.2

Werking nieuwe systeem De gezochte compensatie van het verloren deel van de waterberging is gevonden in het reeds aanwezige oppervlaktewatersysteem. Delen van de watergangen ZL3, ZL4 en ZL4.1 zullen onderdeel gaan uitmaken van de waterberging. Het uittreedpunt wordt verplaatst naar de Stokhasseltlaan, zodat de waterberging ook in de toekomst slechts op één locatie direct in verbinding staat met het oppervlaktewatersysteem. Een deel van de bestaande ZL3 maakt in de toekomstige situatie geen deel meer uit van het bestaande watersysteem. De knip ligt daarbij bij de west-oost lopende ZL3, die geen deel uit zal maken van de waterberging. In Figuur 4-2 is de werking van de waterberging nabij de Bos en Beemdweg en ten oosten van de N261 weergegeven.

Blad 31 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

ZL4

ZL4.1

ZL3

Figuur 4-2 Werking watersysteem toekomstige waterberging

Blad 32 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Door Royal HaskoningDHV is met een modelstudie bepaald wat het effect van het verplaatsten van de uitlaat van de waterberging is op het benedenstroomse watersysteem (Memo Modellering Noodoverlaat RWZI Tilburg & Uitlaat Effluentberging, Royal HaskoningDHV 13 november 2020). Met het model zijn drie scenario’s beschouwd: scenario 100% waarbij de waterberging een uitlaat heeft welke loost op de ZL3; scenario 50/50 waarbij de waterberging twee uitlaten heeft op de ZL3 en de ZL1; scenario Stokhasseltlaan waarbij de waterberging ook een uitlaat heeft welke loost op de ZL3, maar waar nog een verbinding is tussen de ZL1 en de ZL3. In alle scenario’s is er voldoende ruimte in het oppervlaktewatersysteem om de noodoverlaat van de RWZI op te vangen zonder voor overlast in de RWZI te zorgen. Dit geldt voor zowel de T100 met klimaatverandering in zowel de winter als de zomer. Het scenario Stokhasseltalaan, een uitlaat met een verbinding tussen de ZL3 en de ZL1, is uiteindelijk geland in het ontwerp. In de toekomstige situatie wordt het huidige uittreedpunt van de bestaande waterberging verplaatst naar de uitstroomgoot van de RWZI. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om van de bestaande waterberging en de toekomstige waterbergingen tussen de Bos en Beemdweg en de Stokhasseltlaan een verbonden systeem te maken.

In het ontwerp worden in plaats van de bestaande uitlaat van de waterberging twee klepstuwen onder de Bos en Beemdweg opgenomen. Hierdoor kan het water naar de watergangen ten oosten van de Bos en Beemdweg stromen. In overleg met het waterschap is gekozen voor klepstuwen, omdat dit de mogelijkheid biedt het systeem de compartimenteren. Het is mogelijk om deze stuwen helemaal op te trekken en daarmee het water aan een kant van de waterberging te houden. De klepstuwen zijn handbedienbaar, maar hebben de mogelijkheid om in te toekomst geautomatiseerd te worden. Na het passeren van de twee duikers met klepstuwen onder de Bos en Beemdweg, komt het water in de waterberging tussen de Bos en Beemdweg en de N261. Vandaar uit gaat het water onder de N261 door, door middel van de bestaande duikers ZL4-KDU2 (de noordelijke duiker) en ZL4.1-DU2 (de zuidelijke duiker). Beiden duikers zijn beschouwd op voldoende doorstroomcapacitiet voor de maximale doorstroming van 5,1 m3/s (memo bestaande kunstwerken N261, Antea Group concept 21 december 2020). De hoofdstroom zal vanwege de lagere ligging en de grotere doorstroom capaciteit door de noodelijke duiker stromen. De twee duikers tezamen zijn voldoende groot om met en maximale toelaatbare stroomsnelheid van ca. 1 m/s het maximale debiet van 5,1 m3/s door te laten.

De ZL4 en ZL4.1 maken in de toekomstige situatie onderdel uit van de waterberging (Figuur 4-2). Het water aan de oost en westzijde van de N261 staat in directe verbinding met elkaar. Het waterschap is voornemens om het water vanuit de noodoverlaat, welke wateroverlast in Tilburg noord moet beperken en voorkomt dat de RWZI overstroomt, wordt aangesloten op de ZL3 en ZL1. Hierdoor komt het water uit de noodoverlaat niet in het systeem van de waterberging. In het ontwerp zijn enkele ‘dode armen’ opgenomen, deze hebben geen tweezijdige aantakking. Om deze aantakkingen voldoende mee te laten stromen en stilstaand water zo veel als mogelijk te voorkomen, krijgen deze watergangen een bodemverloop in de richting van de watergangen waarin de hoofdstoom loopt. Het huidige watersysteem verandert door de inrichting van de waterberging. Een aantal bestaande watergangen kunnen in de nieuwe situatie niet meer afwateren via de watergangen die ter plaatse van de nieuwe waterberging gesitueerd zijn. Om dit systeem functionerend te houden zijn een aantal aanpassingen voorzien, Figuur 4-3.

Blad 33 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Opwaarderen Bwatergang Dommel ID: OWL00212_HO01

Figuur 4-3 Aanpassen watergangen buiten toekomstige waterberging

Om de afvoer hiervan te garanderen wordt B-watergang OWL00741_HO01 geherprofileerd zodat deze een gelijk profiel heeft als ZL-3. In het zuiden wordt deze dan middels een rechthoekige duiker (2 meter breed) verbonden met watergang ZL-1. B-watergang Dommel ID: BEDO-0176 wordt middels een PVC-leiding 315mm verbonden met het deel bovenstrooms van de nieuwe stuw. Het waterschap heeft aangegeven dat dit vooral een voorziening is om het water bij pieken af te voeren. Er zullen enkele tussenliggende putten geplaatst worden voor onderhoud en inspectie. Er zijn ideeën om het perceel dat op deze Bwatergang afwatert een natuurlijke en/of een waterbergende functie te geven. In dat geval hoeft ook de drooglegging van het perceel minder of niet geborgd te blijven. RHDHV heeft een hydrologisch model opgesteld. Hieruit is gebleken dat het gebied benedenstrooms van de nieuwe stuw plaatselijk inundeert bij pieksituaties. Om dit te voorkomen dient een verbinding gemaakt te worden met de zuidelijk gelegen watergang ZL-1. Op deze locatie ligt al een B-watergang, deze moet opgewaardeerd worden naar een profiel gelijkwaardig aan watergang ZL-3.

Blad 34 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

4.3

Bestaande waterberging en bijbehorende kade Ten oosten van de bestaande waterberging komt de robuuste ecologische verbindingszone van de gemeente Tilburg, Natuurmonumenten, de Efteling en de provincie Noord-Brabant te liggen en ten noordwesten van de bestaande waterberging wordt het 380kV station van Tennet gerealiseerd. Hierdoor verkleind de bergingscapaciteit van de bestaande berging en worden de kades om de bestaande berging verlegd. Het waterschap verplaatst het officiële uittrede punt van de RWZI van het einde van de bestaande waterberging naar het uittreedpunt van de effluentgoot uit de RWZI. Dit uittreedpunt is tevens het officiële meetpunt voor de waterkwaliteit afkomstig uit de RWZI. Door het verplaatsen van dit punt kan de waterberging als een systeem functioneren. Het deel van de bestaande waterberging komt hierdoor in directe verbinding met de delen ten oosten van de Bos en Beemdweg en ten oosten van de N261.

Figuur 4-4 Voorgenomen verlegging van de kade nabij locatie 380 kV-station Tilburg (geel: bestaande kering zonder wijzigingen, roze: bestaande kering, bruin: toekomstige kering)

Ten behoeve van de kadeverleggingen ter plaatse van het station en de EVZ zijn 3 rapportages opgesteld: • Ontwerprapport kadeverlegging (concept 13 november 2020, Antea Group); • Rapportage berekening tijdelijke damwand effluentvijver (concept 13 november 2020, Antea Group); • Definitief ontwerp kering Hoogspanningsstation (situatie en dp's)

Blad 35 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

(concept 13 november 2020, Antea Group). Allen zijn gebaseerd op de daarvoor opgestelde uitgangspuntennotitie. Daarnaast zijn de berekening en het ontwerp voorgelegd aan de specialisten van het waterschap. De belangrijkste uitgangspunten voor de keringen zijn: • Kruinbreedte: 6 m. Gelijk aan de huidige situatie; • Taluds: 1:3 of flauwer vanuit beheer. Tevens worden de taluds vrij van begroeiing; • Hoogte: Vanuit waterveiligheid geldt een minimale hoogte, dit volgt uit een analyse. Vanwege de hoogspanningsmasten geldt een maximale hoogte. Voor de aandachtslocatie is dit niet maatgevend (maximale hoogte NAP +24,5 m); • Materialisatie: Uitgangspunt is dat de kadeverlegging wordt gemaakt van hetzelfde materiaal als de bestaande kade (verontreinigde grond ingepakt in folie) en hergebruik van verontreinigde grond; • De ontwerpwaterstand tegen de kering is NAP +13,80 m; • De verkeersbelasting op de kering is 15 kPa, wat overeenkomt met een voertuig van 40 á 50 ton. Om de bouw van het station tijdig te kunnen opstarten wordt een tijdelijke voorziening getroffen om de veiligheid te borgen en de nieuwe kering te laten ontwikkelen. Hiervoor wordt een stalen damwand geplaatst met een bovenzijde van NAP +13,30 m. Afgeleid van de theoretische maximale vullingsgraad (NAP +13,0 m) en een overhoogte van 30 cm voor o.a. golfopslag (0,15 m).

De damwand wordt geplaatst voor de kering, om de verplaatsing van de kering mogelijk te maken. Tevens is ten behoeve van de tijdelijke situatie en fasering van uitvoering een ‘tijdelijke maatregel’ met het waterschap afgestemd. Deze tijdelijke maatregel houdt in dat er tijdelijk meer water afgevoerd kan worden naar de Zandleij om de tijdelijke afname van waterbergingscapaciteit in de uitvoeringsfase te compenseren. Het gaat hierbij om maximaal 2,5 m3/s in plaats van de reguliere 2 m3/s en geldt enkel voor 12 maanden.

4.4

Bos en Beemdweg In Figuur 4-5 is weergegeven welk deel van het ontwerp wordt bedoeld met het onderdeel Bos en Beemdweg. Ter hoogte van de Bos en Beemdweg wordt in samenwerking met de gemeente Tilburg een verhoogd (snel)fietspad tot een hoogte van NAP +13,80 m aangelegd. Op de hoogste plek is deze hoogte gelijk aan de omliggende kering van de waterberging ten westen van de N261. Figuur 4-5 toont de oploop van het fietspad met op de achtergrond (grijs gearceerd) de kering. De verhoging heeft zowel een landschappelijke, als waterkerende functie. De verhoging is onderdeel van de waterkering rondom de berging, maar staat ook toe dat gebruikers van het (snel)fietspad over de waterberging heen kunnen kijken. Dit verhoogt de belevingswaarde van de omgeving. Langs de opgangen van het fietspad, daar waar het fietspad verhoogd wordt, is in het ontwerp een muur opgenomen welke de landschappelijke en belevingswaarde verhoogd. De materialisatie hiervan in samenhang met de materialisatie van omliggende objecten zoals het Recroduct worden nader uitgewerkt door de gemeente Tilburg. Dit idee is overgenomen uit de voorstellen van H+N+S. Het muurtje langs de opgangen van het fietspad krijgt een hoogte van 1 meter en is op het hoogste punt daarmee NAP +14,80 m.

Blad 36 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Figuur 4-5 Schets snelfietspad Bos en Beemdweg

Zoals eerder aangegeven wordt het bestaande uittreedpunt van de effluentberging verplaatst. Om deze reden kan de gehele waterberging in directe verbinding met elkaar komen. Voor de constructie onder de Bos en Beemdweg worden twee klepstuwen toegepast. Langs de Bos- en Beemdweg blijven bomen behouden of worden objecten geplaatst ter geleiding van vleermuizen in verband met de aanwezige vleermuisroutes.

Blad 37 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Figuur 4-6 Uitsnede DO (gedeelte Bos en Beemdweg rood omlijnd)

Blad 38 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

4.5

Waterberging west Tussen de Bos en Beemdweg en de N261 ligt een gedeelte van de nieuwe waterberging. Aan de westzijde komt het verhoogde fietspad van de Bos en Beemd weg te liggen. Ten oosten daarvan liggen de bestaande watergangen ZL3 en ZL4. Deze blijven bestaan. Ten oosten daarvan komt een nieuwe watergang te liggen. De waterberging ten westen van de N261 staat in verbinding met het deel ten oosten van de N261 door middel van twee bestaande duikers: ZL4-KDU2 en ZL4.1-KDU2. In de memo bestaande kunstwerken N261 (Antea Group, concept 21 december 2020) is getoetst of deze bestaande kunstwerken voldoende groot gedimensioneerd zijn om het reguliere debiet (2 m 3/s) en het maximale debiet (5 m3/s) te kunnen verwerken. Uit de analyse blijkt dat de duikers samen voldoende capaciteit hebben om het maximale debiet door te laten bij een acceptabele stroomsnelheid van 1 m/s door de duikers. Gezien de lagere ligging van de noordelijke duiker (ZL4-KDU2) en het grotere doorstroomprofiel van deze duiker ten opzichte van duiker ZL4.1KDU2, zal de hoofdstroom door de noordelijke duiker gaan.

Figuur 4-7 Bestaande watergangen en kunstwerken incl. coderingen

4.6

Waterberging oost In Figuur 4-8 is het gedeelte waterberging oost weergegeven. Dit gedeelte van de waterberging bevindt zich tussen de N261 en de Stokhasseltlaan. De hoofdwatergang volgt de bestaande loop van de ZL4 en is verbonden met de waterberging ten oosten van de N261 door de duikers ZL4-KDU2 en ZL4.1-KDU2, zoals beschreven in paragraaf 0. Om extra berging te creëren worden er parallel aan de ZL4.1 twee extra watergangen gegraven. Deze krijgen geen directe verbinding onder N261 door. Het uitlaatpunt van de gehele waterberging (oost en west) ligt ter plaatse van de bestaande duiker ZL3-KDU5 onder de Stokhasseltlaan door. In de waterberging oost liggen 3 bospercelen die in de huidige situatie het natuurdoeltype N16.03 Droog bos met productie hebben. In de toekomstige situatie wordt dit natuurdoeltype N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Een deel van het bos blijft behouden en de omvorming van het natuurdoeltype leidt tot een verhoging van de natuurwaarden. Gedurende de eerste jaren na het inwerkingtreden van de waterberging dient ontwikkelingsbeheer uitgevoerd te

Blad 39 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

worden. Hierbij wordt actief gemonitord of de bestaande bomen het periodiek hogere peil aankunnen en indien dit niet het geval is, worden deze bomen vervangen door een andere soort dat beter past bij het nieuwe natuurdoeltype. De oostelijke randen van de bospercelen worden over een zekere breedte vergraven tot op de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). Deze zone kan na inrichting bijdragen in de waterbergingsopgave. De zone kan na afgraven tot de GHG worden ontwikkeld tot bos. Daarbij zal een broekbos ontstaan, natuurdoeltype N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Deze zones worden plasdraszones genoemd en dragen bij aan een ecologische kwaliteitsimpuls voor de waterberging, aangezien hier voor verschillende soorten een nieuwe biotoop ontstaat. De waterberging oost wordt omsloten door een nieuwe kade met daarop een onderhoudspad. De kades die de oostelijke waterberging omlijnen krijgen het natuurdoeltype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en de watergangen N04.02 Zoete plas. De kades worden op dezelfde wijze opgebouwd als de kades rondom het station. De afgravingen uit het gebied worden gebruikt om de kades op te bouwen. Indien vervuilde (Niet toepasbare) grond vrijkomt, gecentreerd en ingepakt in folie.

Blad 40 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

ZL3-KDU5

Figuur 4-8 Uitsnede DO (waterberging oost = rood omlijnd, licht groene percelen = plasdras zone, donker groene percelen = bos)

4.7

Landschappelijke inpassing Bij het opstellen van het ontwerp is rekening gehouden met de bestaande landschappelijke waarden in het gebied. H+N+S was, in opdracht van de gemeente Tilburg, betrokken als landschappelijk adviseur voor het gehele landschapspark. Uit de schetsen van H+N+S zijn verschillende inrichtingsideeën overgenomen in het ontwerp. In het ontwerp zijn voor de watergangen binnen de toekomstige waterberging de bestaande structuren en de structuren van de historische vloeivelden aangehouden. Daarnaast worden

Blad 41 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

rietoevers, zogenoemde plasdraszones, gecreëerd als meerwaarde voor de natuur, maar ook vanuit landschappelijk oogpunt. Voor de beleefbaarheid van het gebied is met de gemeente Tilburg afgestemd hoe het snelfietspad integraal onderdeel wordt van het geheel en hoe er vanaf het snelfietspad een goed overzicht kan worden gegeven over de waterberging in het kader van beleefbaarheid. Dit door mogelijke inpassing van een wandelpad over een deel van de kade langs de Bos en Beemdweg met inpassing van een uitkijkpunt en informatiepunt over de effluentvijver en waterberging ter plaatse van de verhoogde ligging van het fietspad. De gemeente Tilburg werkt de materialisatie/uitstraling van onder andere de keerwanden om het fietspad op hoogte te brengen nader uit, zodat dit een geheel gaat vormen met de verdere inrichting van het Landschapspark de Pauwels en omliggende objecten zoals het Recroduct. Verder blijven de bestaande bospercelen binnen de waterberging zoveel als mogelijk behouden. Dit is zowel vanuit ecologisch oogpunt, als landschappelijk oogpunt een belangrijk uitgangspunt. Waar dit op een veilige manier mogelijk is, is om het gebied toegankelijk en beleefbaarder te maken voor passanten wandelen over de verschillende kades mogelijk. Waar dit mogelijk is wordt nog nader afgestemd met het waterschap en gemeente.

De gemeente Tilburg, Waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant nauw betrokken bij de totstandkoming van het ontwerp van de waterberging.

4.8

Toekomstige eigendommen De toekomstige eigendommen van de percelen en objecten in het plangebied worden binnen het kernteam en de stuurgroep afgestemd en opgenomen in nadere overeenkomsten.

4.9

Duurzaam GWW In een sessie met de gemeente, het waterschap en TenneT is besproken hoe in het project invulling gegeven kan worden aan duurzaamheid. Hiervoor zijn de tools uit het duurzaam GWW (grond-, weg- en waterbouw) gebruikt: de Omgevingswijzer en het Ambitieweb. In Figuur 4-9 weergegeven hoe het Ambitieweb eruitziet op basis van de gezamenlijk vastgestelde ambitieniveaus in de duurzaamheidssessie.

Blad 42 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Figuur 4-9 Ambitieweb Duurzaam GWW

Samengevat zijn de volgende maatregelen/ ambities geformuleerd en meegenomen in het ontwerp: • Stroming onder vrij verval; • Vervuilde grond herschikken en concentreren; • Vrijkomende grond en materialen hergebruiken; • Lichte overcapaciteit waterberging; • Inpassen in Landschapspark Pauwels; • Behoud waardevolle bomen; • Verbeteren ecologische kwaliteit; • Mitigerende maatregelen fauna; • Afstemming met Recropassage en EVZ; • Meervoudig ruimtegebruik; • Vergroten belevingswaarde; • Beperken hinder uitvoering en voor omgeving; • Integrale aanpak en samenwerking; • Onderhoudsbewust ontwerpen.

Blad 43 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

5

Effecten

5.1

Effecten op de waterhuishouding Effecten op het oppervlaktewatersysteem In de toekomstige situatie wordt ten minste de bestaande waterbergingscapaciteit van de bestaande waterberging die ten behoeve van de bouw van het station en de aanleg van de robuuste EVZ wordt gedempt, gecompenseerd. Als gevolg van de bouw van het station is er op basis van het DO een bergingsafname van 57.800 m3 en als gevolg van de aanleg van de robuuste EVZ is er een bergingsafname van 32.000 m3. In totaal dient daardoor 89.800 m 3 waterberging gecompenseerd te worden. In Tabel 5-1 is weergegeven wat de afname en toename aan bergend volume per onderdeel van de waterberging is. Tabel 5-1 Toename en afname waterbergend volume per onderdeel van het plangebied op basis van het DO

De waterberging wordt aan weerszijden van de N261 gerealiseerd door middel van watergangen. Tevens kunnen de bestaande bospercelen ten oosten van de N261 in pieksituaties inunderen, om te voldoen aan de benodigde watercompensatie. De waterberging staat vanaf de inlaat vanuit de RWZI en de uitlaat naar het naast gelegen watersysteem onder de Stokhasseltlaan in directe verbinding met elkaar. De tussenliggende kunstwerken zijn doorgerekend opdat ze voldoende water kunnen doorlaten in pieksituaties. Het maximale peil in de toekomstige waterberging is, net als in de huidige situatie, NAP +13,0 meter. Naar de wens van het waterschap voert de waterberging in reguliere situaties niet meer af dan 2 m3/s naar het benedenstroomse watersysteem, in de richting van de Zandleij. Om onder andere te voorkomen dat inundatie van benendstrooms liggende blauwe graslanden wordt voorkomen. In pieksituaties wordt het water in de waterberging geborgen tot een waterstand van NAP +13,0 m. Als deze waterstand wordt bereikt, wordt de stuw bij het uitlaat punt platgelegd en kan vanuit de waterberging tot maximaal 5 m3/s afgevoerd worden.

Blad 44 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Ten behoeve van de tijdelijke situatie tijdens de uitvoering en de fasering gedurende de uitvoering een ‘tijdelijke maatregel’ met het waterschap afgestemd. Deze tijdelijke maatregel houdt in dat er tijdelijk meer water afgevoerd kan worden naar de Zandleij om de tijdelijke afname van waterbergingscapaciteit in de uitvoeringsfase te compenseren. Het gaat hierbij om maximaal 2,5 m3/s in plaats van de reguliere 2 m3/s en geldt enkel voor 12 maanden. Er is sprake van een tijdelijke afname van waterbergingscapaciteit, wanneer de kades rondom het station en de EVZ eerder worden verlegd, dan dat de nieuwe waterberging gereed is. Effecten op het grondwatersysteem In de toekomstige situatie is het waterpeil in reguliere situaties hetzelfde als in de bestaande situatie. In een bergende situatie kan het waterpeil tot NAP +13,0 m stijgen (net als in de bestaande situatie) en wordt water geborgen op de bospercelen. De waterpeilen die gedurende de afgelopen 10 jaar zijn voorgekomen in de bestaande waterberging van Waterschap De Dommel zijn geanalyseerd. Op basis van de data is bepaald met welke frequente en gedurende welke periode bepaalde waterstanden voorkwamen in de periode 01-01-2010 tot 27-07-2020. De langst waargenomen waterstandsstijging duurde 4 dagen. Doordat de pieksituaties slechts enkele dagen duren, worden geen veranderingen van de grondwaterstand verwacht.

Tevens veranderen de waterstanden niet door de wijzigingen aan de waterberging en kan ervan uit worden gegaan dat de grondwatersituatie hetzelfde blijft als in de huidige situatie. Effecten op de kering rondom het station De bestaande kering om de bestaande waterberging moet gedeeltelijk worden verplaatst, om ruimte te maken voor het nieuwe hoogspanningsstation. De toekomstige kade om de waterberging wordt rondom het station NAP +15,0 m en nabij de Bos en Beemdweg en rondom de waterberging ten oosten van de N261 NAP +13,80 meter hoog. Het ontwerp van de kering rondom het station is in het ontwerprapport kadeverlegging getoetst op verschillende faalmechanismen: stabiliteit binnen- en buitenwaarts en piping. Tevens is er ook een zettingsberekening uitgevoerd. Het ontwerp van de kering is op basis van de gestelde uitgangspunten goedgekeurd op de verschillende faalmechanismen. Op basis van de zettingsberekening zijn de maximaal berekende zettingen na 10.000 dagen zijn 0,03 meter. Deze zettingen zijn berekend op een locatie waar ruim 1 meter leem aanwezig is. Na de bouwfase (hier 1 jaar) worden nog verwaarloosbare zettingen verwacht (< 0,01 meter). De bestaande kade rondom de bestaande waterberging bestaat uit verontreinigd materiaal. De nieuwe kade hergebruikt dit oude materiaal.

De nieuwe kade zal direct na aanleg nog niet de optimale sterkte hebben, vooral de grasmat is dan nog in ontwikkeling. Voor deze tijdelijke situatie wordt een tijdelijke damwand toegepast. Deze beschermt vooral tegen directe golfaanval. Ook de betrouwbaarheid van de tijdelijke damwand is getoetst, met name op mogelijke golfaanval. De tijdelijke damwand voldoet aan de gestelde eisen en uitgangspunten. Ten behoeve van de kadeverleggingen rondom de bestaande waterberging zijn 3 rapportages opgesteld: • Ontwerprapport kadeverlegging (13 november 2020, Antea Group); • Rapportage berekening tijdelijke damwand effluentvijver (13 november 2020, Antea Group); • Definitief ontwerp kering Hoogspanningsstation (situatie en dp's) (13 november 2020, Antea Group).

Blad 45 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Tevens worden voor de kades langs de robuuste EVZ, de Bos en Beemdweg en de kade rondom de berging aan de west en oostzijde nog berekeningen uitgevoerd en een ontwerp opgesteld.

5.2

Effecten op de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit De bodem is in grote delen van het projectgebied verontreinigd, met name met zware metalen en waarbij chroom veelal de maatgevende parameter is. Het voorgenomen grondverzet betekent dat toetsing aan de Wet bodembescherming nodig is. Op 17 februari 2020 heeft een eerste overleg plaatsgehad met de Omgevingsdienst Midden en West Brabant (OMWB) en de gemeente Tilburg als bevoegd gezag Wet Bodembescherming. Door het bevoegd gezag is aangegeven dat het grondverzet niet op basis van de beschikbare informatie kan en de bodemkwaliteit binnen het projectgebied dient te worden geactualiseerd. Antea Group heeft vervolgens in 2020 diverse milieuhygiënische bodemonderzoeken uitgevoerd. De bodemkwaliteit is binnen het plangebied in verschillende deellocaties onderzocht, waaronder de te verplaatsen kades ten behoeve van het station en de ecologische verbindingszone, de locatie van het station, de aan te passen en/of te dempen watergangen en de geplande nieuwe waterbergingslocaties in het gebied direct ten oosten en ten westen van de N261. Op 7 juli 2020 is een vervolgoverleg met de OMWB en de gemeente Tilburg geweest, waarbij de eerste resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken zijn besproken en denkrichtingen voor de verwerking van de verontreinigde grond zijn benoemd.

Op 26 oktober 2020 heeft een vervolgoverleg plaatsgehad, omdat de scope van het project was gewijzigd (andere waterbergingslocaties). Naar aanleiding van dit overleg zijn de tot dan toe verkregen onderzoeksresultaten doorgezet naar de Omgevingsdienst. Ook om te toetsen of met de uitgevoerde bodemonderzoeken de bodemkwaliteit voldoende is geactualiseerd. Binnen het projectgebied zijn in het verleden door het bevoegd gezag twee gevallen van bodemverontreiniging gedefinieerd waarop eerder reeds beschikkingen zijn afgegeven. 1. Locatie RWZI 2. Vloeivelden Noorderbos Locatie RWZI In 1997 is bij de herinrichting van het RWZI-terrein de bodem gesaneerd. Voor de herinrichting en de daarvoor noodzakelijke bodemsaneringsmaatregelen is op basis van een groot kostenverschil tussen een volledige sanering (multifunctionele variant) en een IBC-variant (Isoleren, Beheersen en Controleren) gekozen voor de IBC-variant. Bij de sanering is de sterk verontreinigde grond c.q. de Niet-toepasbare grond volgens het vigerende hergebruiksbeleid, ontgraven en geïsoleerd toegepast in de kades rond de bestaande waterberging. Hierbij is de grond en het ontwaterde slib in HDPE folie ingepakt en tegen de bestaande kade langs de bestaande waterberging aangelegd. De vrijgekomen licht verontreinigde grond is verwerkt in een minimaal 0,5 m dikke afdeklaag.

Vervolgens is gedurende 10 jaar de grondwaterkwaliteit op het terrein van de RWZI en daarbij ook in de omgeving van de kades gemonitoord. Na 10 jaar zijn de beheers- en controlemaatregelen geëvalueerd en is een nazorgplan opgesteld. In de beschikking op het nazorgplan (2008) zijn met betrekking tot de monitoring en instandhouding van de isolerende voorzieningen, de volgende maatregelen vastgelegd. • Jaarlijkse inspectie van de ringdijk/kade met controle van de isolerende voorziening; • Vijfjaarlijkse monitoring van de peilbuizen rondom de ringdijk.

Blad 46 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Vloeivelden Noorderbos Met betrekking tot de bodemverontreiniging in het Noorderbos is in 2015 een bodembeheer- en nazorgplan opgesteld waarop een beschikking is afgegeven. Dit plan is bedoeld voor kleinschalig grondverzet in dit gebied. Echter worden de huidige plannen als grootschalig grondverzet gezien en kan dit niet worden uitgevoerd onder de bestaande beschikking. Door het bevoegd gezag is aangegeven dat hiervoor een nieuw saneringsplan op grond van de Wet bodembescherming noodzakelijk is. Uitgangspunt van het bodembeheerplan was het ‘stand still’ principe. Door het bevoegd gezag is aangegeven dat dit ook voor het voorgenomen grootschalige grondverzet voor de aanleg van nieuwe waterbergingslocaties zou kunnen gelden. Door het bevoegd gezag is aangegeven dat los van juridische aspecten (eigendomssituaties), landschappelijke en ecologische aspecten het verwerken van de sterk verontreinigde grond onder geïsoleerde omstandigheden (inpakken in folie) en afgedekt met een leeflaag hier mogelijk is. Bij de herinrichting worden delen van de bestaande kades ten behoeve van het station en de robuuste ecologische verbindingszone (EVZ) verplaatst.

Daarvoor is ervan uit gegaan dat de nieuwe kade op dezelfde manier wordt opgebouwd, waarbij de sterk verontreinigde grond wordt verwerkt in de kern (ingepakt in een HDPE-folie) en de kade wordt afgewerkt met een minimaal 0,5 m dikke afdeklaag. Het afvoeren van de sterk verontreinigde/Niet-toepasbare grond en het aanvoeren van schone grond voor de aanleg van nieuwe kades is niet als een kosteneffectieve variant beoordeeld. Bij de dimensionering van de nieuwe kade langs de EVZ is er in het ontwerp rekening mee gehouden dat zoveel mogelijk Niet-toepasbare grond en ook vrijkomende Niettoepasbare baggerspecie bij het dempen van watergangen, in de nieuwe kade kan worden verwerkt. Ook voor het eventueel afvoeren van Niet-toepasbare baggerspecie naar een verwerkingslocatie elders zijn hoge kosten gemoeid. Voor wat betreft de aanleg van de nieuwe bergingslocaties komt met name uit de te ontgraven bovengrond (0-0,5 m) sterk verontreinigde/Niet-toepasbare grond vrij. Het wordt vooralsnog niet sober en doelmatig geacht om de vrijkomende Niet-toepasbare grond hier af te voeren en voor het realiseren van kades rondom de nieuwe bergingslocaties schone grond aan te voeren. Daarnaast gaat het niet om een lokale verontreiniging maar is over een groot gebied ter plaatse van de voormalige vloeivelden in het Noorderbos de bovengrond verontreinigd.

In Figuur 5 1 is schematisch weergegeven hoe wordt omgegaan met vrijkomende Niettoepasbare verontreinigde grond in het gebied.

Blad 47 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Figuur 5-1 Schematische weergave grondstromen

Resumerend worden met betrekking tot het voorgenomen grondverzet de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Herschikken Niet-toepasbare grond binnen deellocaties c.q. gevallen van bodemverontreiniging. De vrijkomende Niet-toepasbare grond wordt zoveel mogelijk op de locatie hergebruikt als kern van de nieuwe kades, ingepakt in HDPE-folie boven de reguliere grondwaterstand. Er wordt gestreefd naar een gesloten grondbalans ten aanzien van de Niet-toepasbare grond c.q. zo weinig mogelijk Niet-toepasbare grond wordt afgevoerd in verband met de daarmee gepaard gaande kosten. Er blijft nazorg noodzakelijk. • De vrijkomende licht verontreinigde en schone grond wordt verwerkt als deklaag van de kades en voor demping van watergangen. Voor wat betreft deze grondstromen vindt indien noodzakelijk wel uitwisseling plaats tussen de genoemde deellocaties/gevallen of wordt de betreffende grond eventueel deels afgevoerd wanneer deze civieltechnisch niet geschikt is. Met de afvoer van licht verontreinigde grond c.q. hergebruiksgrond zijn aanzienlijk lagere kosten gemoeid dan van Niet-toepasbare grond. • De vrijkomende bagger bij aan te passen watergangen wordt integraal verwerkt binnen het project. Op basis van deze uitgangspunten kan het gebruik van primaire grondstoffen (schone grond) en ook het aantal transportbewegingen worden beperkt.

Met het geïsoleerd toepassen van Niet-toepasbare grond in de kades wordt het risico op een eventuele belasting van de grondwaterkwaliteit door uitloging van verontreinigende stoffen vanuit de grond verminderd. Daarmee zal de bodemkwaliteit in het plangebied naar verwachting

Blad 48 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

verbeteren. Er wordt daarom geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect bodem geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. Het grondstromenplan zal in samenwerking met de betrokken partijen, waaronder het waterschap verder worden uitgewerkt in een bodemsaneringsplan(-nen) en voor instemming/beschikking in 2021 (vóór inwerkingtreding Omgevingswet) worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. In de nadere uitwerking wordt in overleg met het bevoegd gezag en het waterschap ook nagegaan hoe wordt omgegaan met de nazorgplannen van de bestaande beschikkingen.

5.3

Effecten op natuur Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er is onderzocht of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader zijn o.a. de Natuurtoets en het nader onderzoek Flora en Fauna uitgevoerd. In het ontwerp van de waterberging zitten ontwerpaspecten die de algemene natuurwaarden van het gebied een impuls geven. Dit zijn onder andere de plasdraszones, welke zorgen voor een nieuwe biotoop in het gebied voor verschillende soorten. Daarnaast maakt de waterberging onderdeel uit van het Landschapsplan Pauwels, waarin de functie waterberging wordt gecombineerd met verschillende natuurfuncties. De toekomstige waterberging maakt de aanleg van de robuuste ecologische verbindingszone (EVZ), met bijbehorende recropassage medemogelijk. Welke bijdraagt aan de instandhouding en verspreiding van bestaande soorten in het gebied. Ten behoeve van ecologie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd en producten opgesteld: • Natuurtoets; • Nader onderzoek Flora en Fauna; • Memo NNN boscompensatie (natuurdoeltype en boskap); • Activiteitenplan t.b.v.

ontheffing Wnb (Projectplan Flora en Fauna en mitigerende maatregelen).

5.3.1

Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het gebied ten oosten van de N261 maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), ook wel Natuurnetwerk Brabant (NNB) genoemd. Uitgangspunt van het project waterberging Tennet is dat het gebied in de toekomstige situatie ook NNB blijft. Delen van de waterberging ten oosten van de N261 blijven bos. Daarnaast worden de volgende elementen onderscheiden: watergangen, kades, plasdraszone/ broekbos en schouwpaden. Voor deze elementen geldt een omvorming van natuurdoeltypen van N16.03 droog bos met productie, naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N04.02 Zoete plas en N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Het planvoornemen leidt tot een ecologische kwaliteitsverbetering t.o.v. de huidige situatie. Er worden immers diverse nieuwe biotopen gecreëerd die samen zorgen voor meer variatie en meer gradiënten in het gebied. De provincie hanteert het uitgangspunt dat maximaal 20% van

Blad 49 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

het huidige natuurdoeltype mag worden omgevormd naar een wezenlijk ander natuurdoeltype. In overleg met de provincie is bepaald dat deze regel niet van toepassing wordt verklaard op het project, omdat er sprake is van een overall-kwaliteitsimpuls. Tevens onderschrijft de provincie Noord-Brabant, als bevoegd gezag, de verwachting dat het realiseren van een gevarieerdere biotoop in de toekomstige situatie leidt tot een kwaliteitsverbetering voor de natuur.

Figuur 5-1 Natuurnetwerk Brabant (NNB) met natuurdoeltypen (bron: provincie Noord-Brabant)

Natuur 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘De Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ ligt op circa 2,6 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Op circa 7 kilometer afstand bevindt zich het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’. Vanwege de afstand tot de Natura 2000-gebieden en de geringe omvang van de activiteit in het plangebied worden effecten zoals versnippering, verdroging, geluid-, optische en lichtverstoring op soorten of habitattypen in Natura 2000-gebieden niet verwacht.

5.3.2

Stikstofdepositie De werkzaamheden voor de aanleg van de waterberging veroorzaken stikstofemissie. Deze emissie kan leiden tot stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Voor elk plan met mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied moet in een voortoets worden onderzocht of significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Als dat niet kan moet een zogenaamde passende beoordeling worden uitgevoerd. Of er vervolgens toestemming voor het plan kan worden verleend, is afhankelijk van de uitkomst van de passende beoordeling (kan met zekerheid worden gesteld dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast door het betreffende project). Er is door Antea Group een stikstofonderzoek uitgevoerd (d.d. 12 januari 2021), die gezien kan worden als voortoets, waarin is onderzocht of de aanleg van de waterberging leidt tot stikstofdepositie. In de gebruiksfase vinden geen activiteiten plaats waarbij stikstof wordt uitgestoten. Uit de stikstofberekening voor de realisatiefase blijkt dat de voorgenomen

Blad 50 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

ontwikkeling leidt tot een maximale stikstofdepositie van 0,03 mol/ha/jaar. Dit is meer dan de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten door stikstofdepositie op de twee Natura 2000-gebieden ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ niet worden uitgesloten. Antea Group heeft vervolgens een memo (d.d. januari 2021) opgesteld die gericht is op de vervolgstappen. Recentelijk zijn door Rijk en provincies afspraken gemaakt over depositie afkomstig van mobiele werktuigen en ander materieel in de aanlegfase van projecten (Beleidslijn kleine, tijdelijke deposities). De website BIJ12 zegt het volgende over de Beleidslijn: “In de aanlegfase van een project wordt materieel ingezet dat slechts tijdelijk stikstofemissie veroorzaakt. In een voortoets kan voor een aantal gevallen onderbouwd worden dat kleine, tijdelijke deposities, van tijdelijke bronnen, binnen het project op zichzelf en bij elkaar opgeteld, op voorhand niet kunnen leiden tot significant negatieve effecten. Hierbij kan als uitgangspunt worden gehanteerd dat een project met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan) in beginsel niet vergunningplichtig is voor het aspect stikstofdepositie.

Deze lijn geldt voor alle vormen van tijdelijke emissies in de aanlegfase, in de praktijk zal dit met name mobiele werktuigen en de aan-/afvoer van materiaal en materieel betreffen. Indien de stikstofdepositie in de aanlegfase groter is dan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar, of indien er sprake is van een depositiebijdrage in de gebruiksfase op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied, dan kan wel sprake zijn van een vergunningplicht op het gebied van stikstof.” Aangezien de voorgenomen ontwikkeling alleen stikstofdepositie veroorzaakt in de aanlegfase, het effect maximaal 0,03 mol/ha/jaar is en de uitvoeringstermijn 9 maanden betreft, voldoet het voornemen aan de Beleidslijn “geringe, tijdelijke toenames in de aanlegfase”. De onderbouwing voor deze beleidslijn is dat het project weliswaar bijdraagt aan de stikstofdeken die over Nederland ligt, maar dat deze stikstofdeken wordt veroorzaakt door bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie. Het materieel dat de stikstofemissie veroorzaakt wordt, verspreid over Nederland, telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. Deze emissie is gedurende de jaren steeds lager geworden als gevolg van het steeds schoner worden van motoren.

Een tijdelijke bijdrage van 0,03 mol/ha/jaar kan nooit van invloed zijn op de omvang en ruimtelijke verdeling van depositiedeken als gevolg van de jaarlijkse inzet van al het zich in Nederland bevindende materieel. Het kan daarmee geen negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden van Natura 2000gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Gelet hierop zijn negatieve gevolgen vanwege stikstofdepositie tijdens de aanlegfase van dit project op voorhand uitgesloten. Op basis van de Beleidslijn “geringe, tijdelijke toenames in de aanlegfase” kan geconcludeerd worden dat er geen belangrijke negatieve effecten plaats vinden op Natura 2000-gebieden. De toepassing van de Beleidslijn is besproken in een overleg op 4-2-2021 en akkoord bevonden door de provincie Noord-Brabant. Daarnaast is een wijziging van de Wet natuurbescherming aanstaande waarin de stikstofeffecten tijdens de aanlegfase vrijgesteld worden van vergunningverlening.

Blad 51 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

5.3.3

Soortbescherming In het kader van de soortbescherming zijn o.a. de Natuurtoets en het nader onderzoek Flora en Fauna uitgevoerd. Op basis van deze onderzoek blijkt dat de volgende beschermde soorten in het gebied voorkomen: • Wezel (twee verblijfplaatsen en leefgebied); • Bunzing (een verblijfplaats en leefgebied); • Gewone dwergvleermuis; • Ruige dwergvleermuis (twee paarverblijfplaatsen); • Watervleermuis; • Laatvlieger; • Levendbarende hagedis (leefgebied en verblijfplaatsen); • Das (burchtlocaties buiten plangebied, leefgebied binnen plangebied). Door het voorkomen van bovenstaande beschreven beschermde soorten is een ontheffing Wet Natuurbescherming (Wnb) benodigd. Ten behoeve dan deze ontheffing wordt een activiteitenplan opgesteld met daarin de wijze van aantasting beschreven, het belang en doel van de activiteit en de mitigatie- en compensatiemaatregelen. In het plan wordt op verschillende manieren rekening gehouden met de aanwezige (beschermde soorten). Al bij de planontwikkeling en locatiekeuze zijn vanuit ecologisch oogpunt herzieningen doorgevoerd. Zo bevatte het plan in eerdere fasen nog het meest zuidelijke bosperceel aan de oostzijde van de N261, maar is deze komen te vervallen in het plangebied om de bestaande natuurwaarde te behouden. Daarnaast bevindt zich ten zuiden van het plangebied een grote burcht (in gebruik door vossen) en een bijburcht voor de das.

Door het verkleinen van de invloedgebieden kunnen deze verblijfplaatsen behouden blijven. Met de activiteiten op basis van het DO worden geen verbodsbepalingen overtreden en is daarvoor geen ontheffing Wnb voor de das benodigd. Binnen het plangebied en in het ontwerp zijn aanpassingen gedaan zodat oudere bomen langs de Stokhasseltlaan behouden kunnen blijven. Om de route van vleermuizen te kunnen borgen is een aanpassing gedaan ten hoogte van de parkeerplaats Noorderplas, zodat bestaande oudere bomen met brede boomkronen kunnen dienen als hop-over. De plannen zijn ook regelmatig besproken met de stadsecoloog van Tilburg waarbij eisen zijn opgenomen in de uitwerking van het planvoornemen. Een van deze eisen was het in standhouden van de bestaande vliegroutes. Om vluchtplaatsen voor soorten te creëren worden terpstructuren aangebracht. Deze bieden te mogelijkheid om te vluchten naar hoger gelegen gebied, wanneer de waterberging periodiek onder water komt te staan. De terpen worden dusdanig verbonden met de kades, zodat de dieren ook het gebied uit kunnen bij hoogwater. De terpen worden voorzien van vegetatie, zodat er beschutting is voor grondgebonden diersoorten, als de wezel. In het ontwerp blijven bomen welke belangrijk zijn voor vliegroutes van vleermuizen zo veel als mogelijk behouden, als zogenoemde hop-over.

Indien dit niet mogelijk is, worden mitigerende maatregelen genomen om de vliegroutes in stand te houden.

Blad 52 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

5.3.4

Houtopstanden/ bomen Ten behoeve van de inpassing van (waardevolle) bomen wordt een bomen effecten analyse uitgevoerd. Op basis van de bomen effecten analyse en het ecologisch nader onderzoek (met name voor vleermuisroutes) wordt bepaald welke bomen behouden blijven binnen het ontwerp. In het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig en in het ontwerp is rekening gehouden met het behoud van oudere waardevolle bomen. De bomen in het plangebied vallen buiten de bebouwde kom Wet Natuurbescherming (Wnb). Vanwege het oppervlakte waar de bomen deel van uit maken (> 10 are) en doordat het in een aantal gevallen meer dan 20 bomen in een rij betreft, vallen de bomen in het plangebied onder de Wet Natuurbescherming Houtopstanden. Hierdoor geldt voor alle bomen binnen het plangebied een meldingsplicht bij de provincie Noord-Brabant. De gemeente Tilburg stelt bomen die buiten de bebouwde kom Wnb staan en onder het beschermingsregime van de Wnb vallen, vrij van vergunningsplicht voor het vellen van bomen. Dit staat beschreven in de Bomenverordening gemeente Tilburg 2017, artikel 5. Lid 7. Bomen en bospercelen dienen volgens de compensatieplicht gecompenseerd te worden.

In de oostelijke waterberging zijn ten behoeve van de omvorming van de NNB ook de bomen inzichtelijk gemaakt die vanwege het ontwerp moeten worden verwijderd en daarom gecompenseerd dienen te worden (Memo natuurdoeltype en boskap, Antea Group 2021). Hieruit volgt dat 1,7 ha bos gecompenseerd dient te worden. Aanvullend op deze 1,7 ha moeten de solitaire bomen langs de Bos en Beemdweg en de Stokhasseltlaan die op basis van de BEA niet behouden kunnen blijven, gecompenseerd worde. Ten tijde van het opstellen van deze integrale ontwerpnotitie wordt de bomeneffectenanalyse (BEA) uitgevoerd. In de BEA wordt inzichtelijk gemaakt welke invloed de werkzaamheden en het ontwerp hebben op de betreffende bomen. De BEA focust zich op de bomen rondom de Bos en Beemdweg en langs de nieuwe kades rondom de waterberging. Uit de eerste resultaten blijkt dat het effect van de werkzaamheden en het ontwerp op de bomen langs het zuidelijke deel van de Bos en Beemdweg (ter hoogte van de RWZI, tussen de Bos en Beemdweg en de nieuwe kade) beperkt is. Ook de onderzochte individuele bomen nabij de Stokhasseltlaan ondervinden beperkt tot geen effect. De andere bomen, met name langs de nieuwe verhoogde delen van de Bos en Beemdweg, ondervinden aanzienlijke tot onhoudbare effecten. Deze bomen zullen moeten worden gekapt.

De definitieve resultaten en eventuele aandachtspunten uit de BEA worden in het vervolg van het ontwerp en waar nodig in de procedures verwerkt. Tevens worden de resultaten gedeeld met de betrokken partijen.

5.4

Effecten op de omgeving Effecten op bebouwing en wegen Voor de bebouwing in de directe omgeving worden geen negatieve effecten verwacht. Er kan geen inundatie plaatsvinden, doordat de waterberging onderdeel is van een gesloten systeem. Ook vinden er geen veranderingen in grondwaterstanden plaats, omdat de periodieke hoge waterstanden slechts enkele dagen duren. Op de N261, de nabijgelegen Bos- en beemdweg en de langs gelegen fietspaden is in de bergende situatie geen hinder door inundatie, omdat de waterberging volledig omdijkt is en het water de wegen niet kan bereiken. Tevens wordt voor de weggebruikers van de N261 geen hinder verwacht.

Blad 53 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

Effecten op kabels en leidingen Er is een KLIC-melding uitgevoerd om de aanwezige kabels en leidingen inzichtelijk te maken. In paragraaf 2.6 zijn de bekende aanwezige kabels en leidingen binnen het plangebied opgesomd. In het ontwerp zijn deze als voorwaarde opgenomen en bij de uitvoering dienen deze nader beschouwd te worden. Volgens de uitgangspunten van TenneT mogen er geen bomen onder bovengrondse hoogspanningstracés komen te staan. Dit uitgangspunt is meegenomen in het ontwerp en in de bomeneffectenanalyse en het uiteindelijke compensatieplan.

5.5

Archeologie Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen gaan bodemingrepen plaatsvinden waarbij mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische waarden verstoord of beschadigd worden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is archeologisch (voor)onderzoek uitgevoerd (Bureauonderzoek archeologie aanvullend zuid west 380 oost, Arcadis december 2019). Hieruit blijkt dat delen van het plangebied nog niet eerder zijn afgegraven of al eerder archeologisch onderzocht zijn. Deze delen zijn door middel van een verkennend booronderzoek nader onderzocht (Archeologisch onderzoek. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, 380 kV-station Tilburg, Antea Group mei 2020). In het plangebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en de archeologische verwachting is laag. Archeologische vondsten zijn niet uit te sluiten waardoor wordt geadviseerd een (beperkt) proefsleuvenonderzoek uit te voeren om tot een archeologische waardering van het gebied te komen, met uitzondering van mastlocatie 61N. Wanneer tijdens de graafwerkzaamheden toch losse sporen of vondsten worden aangetroffen geldt een meldplicht. Daarmee worden geen nadelige effecten voor het aspect archeologie verwacht.

5.6

Niet gesprongen explosieven Ten behoeve van de werkzaamheden aan het elektriciteitsnetwerk tussen Rilland en Tilburg is een historisch vooronderzoek niet gesprongen explosieven (HVO-NGE) uitgevoerd (HVO-NGE, Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3, REASeuro, 19 november 2018). Het onderzoekgebied van het HVO-NGE betreft de gehele hoogspanningsverbinding van Rilland tot Tilburg. Dit traject is opgedeeld in drie deelgebieden. Binnen deelgebied 3, traject Tilburg – Geertruidenberg, ligt ook de stationslocatie van het nieuwe 380 kV station Tilburg en de waterberging. Op basis van de analyse van de oorlogshandelingen is vastgesteld dat mogelijk NGE kunnen zijn achtergebleven in het projectgebied (deelgebied 3). In het projectgebied zijn verschillende locaties aangemerkt als NGE-risicogebied. Echter is de locatie van het 380 kV station en de bijbehorende berging niet aanwezen als NGE-risicogebied.

5.7

Bediening/ beheer en onderhoud In zowel de reguliere, als de bergingssituatie zijn er onderhoudspaden van het waterschap bereikbaar voor beheer en onderhoud. De keringen zijn in alle tijden bereikbaar en berijdbaar voor voertuigen en materieel zoals een kraan t.b.v. inspectie en de bedienbare kunstwerken zijn

Blad 54 van 62

Integrale ontwerpnotitie waterberging 380 kV station Tennet Tilburg projectnummer 0461294.101, werkdocument 16 april 2021,.concept revisie 04 Documentnummer TenneT: 002.678. 21 0891238 (revisie 0.4)

bereikbaar voor voertuigen t.b.v. inspectie en bediening. Tevens wordt er een boothelling aangelegd, zodat het Waterschap varend onderhoud kan uitvoeren. Op 5 februari 2021 heeft een overleg plaats gevonden met de gemeente Tilburg en Waterschap De Dommel over het toekomstige beheer en onderhoud van de waterberging en bijbehorende objecten. Hierbij is afgesproken dat het beheer de functie volgt. Indien een object een functie heeft met betrekking tot de waterhuishouding, komt deze in het beheer van het Waterschap. Objecten die samenhangen met verkeer of andere gemeentelijke verantwoordelijkheden komen logischerwijs in het beheer bij de gemeente. Zo zijn afspraken gemaakt over het onderhoud en beheer aan de bouwkundige constructie en het doorstroomprofiel van duikers. Indien deze onder een weg liggen, zoals in de huidige situatie onder de N261, komt het onderhoud van de bouwkundige constructie bij de Gemeente en het onderhoud aan het doorstroomprofiel t.b.v. de waterhuishouding bij het Waterschap. Daarnaast is met betrekking tot de NNB-status van de het oostelijke deelgesproken over de samenhang met beheer en onderhoud. Op het moment van schrijven heeft het Waterschap ingestemd om de watergangen, kades, rietsoevers/plasdraszones en de bospercelen in beheer te nemen, omdat deze onderdeel zijn van de waterberging met een waterhuishoudkundige functie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10564251/1