CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Beleidsnota biodiversiteit 2024

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie beleidsnota Biodiversiteit 202415.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsnota biodiversiteit 2024 (Nood)zaak van ons allemaal

Nota biodiversiteit - 1

INHOUDSOPGAVE Landkaartje

1.

De mens kan niet zonder biodiversiteit..................................................1

2.

Terugkijken en de tussenstand ...............................................................3

3.

Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit ...............................8

4.

A.

VOLDOENDE LEEFGEBIEDEN EN VERBINDINGEN .........................................8

B.

ECOLOGISCH BEHEREN VOOR BETERE LEEFGEBIEDEN ................................13

C.

BASISKWALITEIT VOOR NATUUR ALS UITGANGSPUNT ...............................14

D.

ZICHT HEBBEN OP DE STAND VAN DE NATUUR .........................................16

E.

KENNIS KRIJGEN EN DELEN ...................................................................17

Speerpunten: dit gaan we doen! ..........................................................20 Bijlage 1: Tilburgs groen/ecologie beleid 2010 – 2023 .............................. ii Bijlage 2: Tussenstand biodiversiteit ......................................................... iii Bijlage 3: Stadsnatuurkaart 2040 ............................................................. xiii Bijlage 4: inrichtingsbouwstenen, de basis voor natuur ......................... xix Bijlage 5: voorbeelden ontsnipperende maatregelen .........................xxviii

Foto’s omslag: Gele plomp (grote foto) en met de klok mee te beginnen rechtsboven: krasser, rode eekhoorn, boomklever, bont zandoogje

 Alle onderstreepte woorden in deze nota zijn hyperlinks naar de op die plek genoemde documenten/onderwerpen.

1

Snelle afname van biodiversiteit

Nota biodiversiteit - 1 Kleverig koraalzwammetje Foto: Kleverig koraalzwammetje

1. De mens kan niet zonder biodiversiteit 1.

De mens kan niet zonder biodiversiteit

Kortgezegd is biodiversiteit de rijkdom aan verschillende soorten planten en dieren. De biodiversiteit loopt wereldwijd schrikbarend sterk terug. Belangrijkste reden hiervan is het steeds grotere gebrek aan geschikte leefgebieden voor dieren en planten. Intensieve landbouw, ontbossing, vervuiling, overbevissing, industrie, bebouwing, infrastructuur en klimaatverandering zijn de voornaamste oorzaken. In geen enkel Europees land worden zo veel dierenen plantensoorten bedreigd als in Nederland1. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Het IPBES2 stelt dat de ongekende snelle achteruitgang van soorten een minstens even grote bedreiging voor de mensheid vormt als de opwarming van de aarde. Het is daarom cruciaal deze achteruitgang te stoppen en de natuur te herstellen. Niet alleen om alle soorten die ons land rijk is te behouden, maar ook voor het veiligstellen van een duurzame voedselvoorziening, schoon drinkwater, een gezonde leefomgeving en het halen van de klimaatdoelen. HOE KUNNEN WE PROBEREN HET TIJ TE KEREN? Enerzijds door op wereld en landelijk niveau verder te gaan met wat werkt (natuurbescherming) 3 en door het denkpatroon in de landbouw, woningbouw en infrastructuur om te buigen: van schade beperken naar natuur vergroten, verbinden en versterken. Anderzijds door op ons eigen gemeentelijk en lokaal niveau maatregelen te blijven nemen.

Alleen zo kunnen we onze gemeente leefbaar houden en hoge investeringen in bestrijding van ongewenste effecten voorkomen. Met de voorliggende geactualiseerde beleidsnota biodiversiteit laten we zien waar we in onze gemeente nu staan. Op basis hiervan zijn speerpunten voor de (vervolg)aanpak geformuleerd. De koers uit 2010 wordt voortgezet. Dit https://www.iucn.nl/project/nationaal-dashboard-voor-biodiversiteitsdoelen/#note7673312 Het IPBES – Intergovernmental Sinke-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services – is een onafhankelijk orgaan tussen verschillende overheden. Het is in 2012 in het leven geroepen door meer dan 130 verschillende landen en een aantal VN-organisaties. Het doel van IPBES is om de wetenschap over de 1 2

sluit aan bij het doel dat in het akkoord ‘meer voor elkaar’ en de kadernota Duurzame Stad wordt gesteld: de biodiversiteit laten toenemen en hiermee de hoeveelheid hoogwaardig groen en biodiversiteit.

Figuur: Biodiversiteitsverlies wereldwijd ombuigen (Bron: Biodiversiteit - WUR) Toelichting: Zwarte lijn: de historische biodiversiteitsverliescurve vóór 2010 Groene lijn: met inspanning door duurzamere productie en consumptie Oranje lijn: zonder duurzamere productie en consumptie Grijs lijn: als we op de huidige voet doorgaan.

staat van de natuur en beleidsmakers dichter bij elkaar te brengen en zo een bijdrage te leveren aan het beschermen en duurzaam gebruik van biodiversiteit en ecosystemen. 3 In december 2022 zijn er in Montreal op de VN-conferentie voor Biodiversiteit op mondiaal niveau nog afspraken gemaakt om het wereldwijde biodiversiteitsverlies te stoppen Biodiversiteitsakkoord bereikt op COP15 (unric.org)

1

Levendbarende hagedis

Terugkijken en de tussenstand

2. Terugkijken en de tussenstand 2.

Terugkijken en de tussenstand

In de beleidsnota biodiversiteit 2010 zijn drie doelen geformuleerd: A. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010 in het bebouwde gebied; B. Biodiversiteit ‘tot aan de voordeur’; C. In 2020 levert 50% van alle aangeplante bomen en 50% van alle struiken (in de openbare ruimte) binnen de bebouwde kom een hoge bijdrage aan de biodiversiteit.

een samenvatting hiervan). De doelstelling om de achteruitgang van de biodiversiteit in onze gemeente te stoppen is helaas niet gehaald.

Hebben we deze doelen gehaald? Wat is de tussenstand?

A. DOEL 2010: ACHTERUITGANG BIODIVERSITEIT STOPPEN ER IS STEEDS MEER AANDACHT VOOR (STADS)NATUUR IN PROJECTEN: sinds 2010 zijn er beleidsstappen gezet om de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te herstellen en te beschermen (zie bijlage 1). O.a. onze (geactualiseerde) Stadsnatuurkaart 2040, het puntensysteem natuurinclusief bouwen en de gebiedsontheffing zorgen voor een stevigere positie van natuur in projecten en helpen projectleiders en ontwikkelaars bij het biodivers maken van hun project zonder hoge kosten en tijdrovende procedures. OP HET GEBIED VAN GROENBEHEER IS ECOLOGIE NIET MEER EEN APARTE TAK VAN SPORT: In 2022 heeft ecologie in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) en het bijbehorende Beheerplan Groen een prominentere plek gekregen. Ecologie maakt hiermee steeds meer onderdeel uit van ons reguliere groenbeheer. FLORA EN FAUNA HEEFT ONZE HULP NODIG:

Om een beeld te krijgen van hoe het met de Tilburgse biodiversiteit gaat, is er gekeken naar hoe het gesteld is met de soortgroepen amfibieën & reptielen, dagvlinders, libellen, vaatplanten, zoetwatervissen, broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, wilde bijen, paddenstoelen en exoten (in bijlage 2 van deze nota staan de bevindingen per doelsoort, op de volgende pagina staat

Gewone grootoorvleermuizen in een vleermuiskast

Tussenstand 2024 (A: achteruitgang biodiversiteit stoppen) Ondanks de steeds grotere aandacht voor biodiversiteit, is de stand van de biodiversiteit ook in onze gemeente ondermaats. Dit is deels te verklaren doordat we de stand van de biodiversiteit in onze gemeente maar slechts deels zelfs in de hand hebben (we zijn bijv. ook afhankelijk van provinciale en rijksbeleid/wetgeving en maatregelen), maar ook omdat de benodigde aandacht en inzet voor flora en fauna de afgelopen periode nog een te vrijblijvend karakter had.

3

2. Terugkijken en de tussenstand soortgroep Amfibieën & reptielen Dagvlinders Libellen Vaatplanten Zoetwatervissen Broedvogels Zoogdieren Vleermuizen Wilde bijen Paddenstoelen Invasieve exoten

trend

toelichting Door aanleg van poelen is het leefgebied van amfibieën in Pauwels en Stadsbos013 voorzichtig toegenomen. Ook zijn knoflookpad en boomkikker opnieuw geïntroduceerd in Stadsbos013. Met reptielen gaat het niet goed. Belangrijkste oorzaken van achteruitgang van deze soortgroep is het verlies aan landbiotoop, verzuring en vermesting van poelen en vennen, versnippering en verdroging. Sinds 1992 zijn de aantallen vlinders met meer dan 50% afgenomen. Veel dagvlinders staan op de Rode Lijst van bedreigde dagvlinders. Belangrijkste oorzaken zijn het verdwijnen van leefgebieden, door o.a. het verlies van kruidenrijk grasland, maar ook klimaatverandering. Bijzondere soorten in Tilburg zijn de bruine eikenpage en de iepenpage. De trend is stabiel. Libellen profiteren mee van de aanleg van poelen voor amfibieën en reptielen. De afgelopen periode neemt het aantal bedreigde soorten vaatplanten weer toe. O.a. afname van leefgebied, intensief beheer en de uitstoot van milieubelastende stoffen hebben hieraan bijgedragen. Een bijzondere biotopen is bijv. de Piushaven (muurplanten). De afgelopen jaren gaat het slechter. Het gaat hier vooral om soorten die schoon water, vaak met waterplanten erin, nodig hebben. Ondanks de verbetering in de biologische kwaliteit voldoen veel wateren nog niet aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water.

Ook droogte en warmte spelen een rol in de achteruitgang. De akker- en weidevogels gaan achteruit. Bosvogels nemen toe en stadsvogels lijken stabiel. In de toe- of afname van vogelsoorten is een weerspiegeling te zien van veranderingen in de leefomgevingen van soorten, zoals waterkwaliteitsverbetering, het ouder worden van bossen en het steeds intensiever gebruik van het landelijk gebied. Ons SMP heeft een positief effect op stadsvogels. De trend is gemiddeld genomen stabiel geworden. Het konijn is de grote verliezer. Twee nieuwe soorten in onze gemeente zijn de bever en de boommarter. Deze laatste soort heeft geprofiteerd van het meer toepassen van ecologisch beheer in onze bossen. Ontsnippering is voor veel zoogdieren een belangrijk oorzaak voor achteruitgang. Het lijkt erop dat het heel voorzichtig weer iets beter met enkele vleermuissoorten gaat. Mogelijk komt dit door intensivering van beschermingsmaatregelen en het ouder worden van bossen. Isolatie geeft een grote druk op de verblijven van vleermuizen in spouwmuren. De populaties van wilde bijen zijn drastisch afgenomen (> 80%). Oorzaken zijn de achteruitgang van bloeiende planten, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, schaalvergroting, intensivering van de landbouw en de aanwezigheid van exoten. Veel bospaddenstoelen zijn in de jaren 70 en 80 achteruitgegaan.

Oorzaken zijn hoge niveaus van stikstofdepositie afkomstig van landbouw en verkeer. Bodembewonende saprotrofe (= eten van dood organisch materiaal) soorten en houtpaddenstoelen gaan licht vooruit. Het ouder (en dichter) worden van de bossen en het veranderde beheer is voordelig voor deze groep paddenstoelen. Ook neemt het aandeel loofbomen toe en blijft er meer dood hout liggen. Invasieve exoten zijn veelal door mensen geïntroduceerd (bewust en onbewust). Door klimaatverandering overleven steeds meer van deze soorten. Voorbeelden van exoten in onze gemeente zijn de pallas eekhoorn, de halsbandparkiet, de Siberische grondeekhoorn, de Japanse duizendknoop, de knolcyperus en de Canadese waterpest. Exoten zijn schadelijk voor flora en fauna. 4

2. Terugkijken en de tussenstand Biodiversiteit heeft naast stikstof en klimaatverandering, erg te lijden onder het verdwijnen, verstoren en onderbreken van verbindingen en gebieden die voor flora en fauna van levensbelang zijn. Dit is veelal door de mens veroorzaakt. Vaak door onwetendheid. Natuur en mens kunnen in veel gevallen prima naast elkaar leven, zolang er maar tijdig voldoende en de juiste maatregelen worden genomen. Voedsel, veiligheid en een plek om voort te planten zijn voor fauna essentieel. De focus voor biodiversiteit ligt daarom naast behoud op NATUURHERSTEL (verbinden, vergroten en versterken van de (stads)natuur). Alleen inzetten op natuurbehoud is niet voldoende. Potentiële bedreigingen voor biodiversiteit in de stad zijn o.a. de verstedelijkingsopgave (25.000 woningen in 2040) en het isoleren van gebouwen4. Deze ontwikkelingen kunnen elkaar versterken en helpen om de biodiversiteit te verhogen, maar alleen als biodiversiteit vanaf het begin af aan bij deze ontwikkelingen betrokken wordt en als evenwichtige ‘speler’ wordt beschouwd. In het buitengebied ontbreken er gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te vinden en zich voort te planten.

Ondanks alle narigheid van de coronaperiode, heeft deze periode wel geholpen mensen meer bewust te maken van de (stads)natuur om zich heen. We zien dat steeds meer bewoners en ondernemers6 bezig zijn met biodiversiteit, vergroenen en verduurzamen. Onze gemeentelijke acties dragen hieraan bij. Toch lukt het niet om iedereen te bereiken. Er zijn Tilburgers die weinig weten over biodiversiteit of men is niet erg geïnteresseerd (de urgentie wordt niet gezien of het wordt louter een taak van de overheid gevonden).

B. DOEL 2010: BIODIVERSITEIT TOT AAN DE VOORDEUR Planten en dieren maken geen onderscheid tussen openbaar en particulier gebied5. Het beschermen en verbeteren van flora en fauna is dan ook een taak van ons allemaal. Helaas is dit geen vanzelfsprekendheid. Met ons biodiversiteitsbeleid en stimuleringsregelingen en-acties (NK-tegelwippen, de tegeltaxi, de stimuleringsregeling geveltuinen en de subsidie klimaatbestendig Tilburg, ambassadeur groene schoolpleinen, stadsnatuurroutekaart) proberen we mensen hiermee te helpen en te motiveren.

Gierzwaluwen, huismussen en sommige vleermuissoorten maken gebruik van gebouwen om hun verblijf/nest te maken. Door isoleren verdwijnen deze plekken. 5 Ongeveer 60% van de stad Tilburg maakt onderdeel uit van het stedelijk gebied, 40% is particulier eigendom. 4

Eenjarige zonnehoed

Sierkers

Bijv. met de kansenkaart bedrijventerreinen. Door Dobro zijn Tilburgse bedrijventerreinen gescand op groen, verharding, water, beheer, biodiversiteit en het leefklimaat (met financiële steun uit het Klimaatfonds). Hier is een kansenkaart uitgekomen, met hieraan gekoppeld oplossingen op maat. 6

5

2. Terugkijken en de tussenstand Tussenstand 2024 (B: biodiversiteit tot aan de voordeur) De uitdaging is inwoners en bedrijven bij het vergroenen en biodiverser maken van de stad te (blijven) betrekken. Gemeentelijke publieksacties helpen hierbij. Naast de subsidie- en stimuleringsregelingen is het noodzakelijk om voldoende handvatten en randvoorwaarden te hebben om biodiversiteit voldoende bescherming en ruimte te geven om tot de voordeur te kunnen komen, zoals de klimaatscores en het puntensysteem natuurinclusief bouwen. Het is nog niet mogelijk om deze instrumenten verplicht te stellen op gronden van derden (we vragen het wel en nemen het ook op in anterieure overeenkomsten en verplichten het op onze eigen gronden en gebouwen). Door de komst van de Omgevingswet wordt dit na implementatie in het omgevingsplan voor iedereen verplicht. Ook zorgt meer ecologisch beheer van de openbare ruimte voor meer biodiversiteit aan de voordeur. Dit is al ingezet vanuit het IBOR. Budget is vrijgemaakt voor communicatie richting bewoners hierover, om zo het begrip en de bewustwording te vergroten.

C. IN 2020 LEVERT 50% VAN ALLE BOMEN EN STRUIKEN IN DE OPENBARE RUIMTE BINNEN DE BEBOUWDE KOM EEN HOGE BIJDRAGE AAN DE BIODIVERSITEIT Door bij de keuze van nieuwe beplanting in de openbare ruimte te kiezen voor soorten die bijdragen aan biodiversiteit, dragen we bij aan de verhoging van de biodiversiteit in onze gemeente. In 2010 hebben we het doel gesteld dat in 2020 alle aangeplante openbare bomen en struiken binnen de bebouwde kom moeten bijdragen aan biodiversiteit; beplanting die hier van nature voorkomt (autochtoon aangevuld met niet inheemse soorten die een hoge bijdrage leveren aan biodiversiteit) en/of beplanting die nectar- en of vruchtenrijk is. De biodiversiteitswaarde van beplanting kan gekoppeld worden aan ons beheersysteem voor groen. Hieruit komt het volgende:

Zoals al eerder aangegeven bij de vaststelling van het IBOR (integraal beheerplan openbare ruimte) is momenteel helaas nog niet alle groendata op orde. Ondanks dit is er een goede inschatting te maken: het in 2010 gestelde doel is gehaald.

Tussenstand 2024 (C: bijdrage beplanting openbare ruimte aan biodiversiteit) Het percentage beplanting in de openbare ruimte dat bijdraagt aan biodiversiteit is toegenomen. In het uitvoeringsplan biodiversiteit (2020) hebben we onszelf al tot doel gesteld om in 2040 minimaal 75% van alle aangeplante beBruine kikker planting in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom bij te laten dragen aan biodiversiteit. Dit betekent dat we doorgaan met in projecten, maar ook bij noodzakelijke vervanging van beplanting in de openbare ruimte, zoveel mogelijk voor beplanting met een hoge biodiversiteitswaarde te kiezen. Ook bij inzaaien van kruiden- en bloemenmengsels wordt rekening gehouden met de bijdrage aan biodiversiteit. 6

Spreeuw

3.

Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit

Nota biodiversiteit - 7 Spreeuw

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit 3.

Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit

Bij biodiversiteit wordt vaak gedacht aan natuur in het buitengebied. Juist ook het bebouwd gebied is een belangrijk leefgebied voor veel planten en dieren. En door de afname van biodiversiteit in het buitengebied wordt de stad als ecosysteem alleen nog maar belangrijker. Zo zijn er soorten die alleen in het stedelijk gebied voorkomen; gierzwaluwen, huismussen en sommige vleermuissoorten.

De volgende leidende principes zijn hierbij essentieel en moeten verankerd zijn in onze ruimtelijke ordeningsprocessen:  Mensen, dieren en planten kunnen in het stedelijk gebied naast en met elkaar leven. Voorwaarde is wel dat (stads)natuur vanaf de start van een ruimtelijke ontwikkeling integraal en gelijkwaardig aan alle andere doelen wordt meegenomen;  Biodiversiteit moet onderdeel zijn van alle grote (ruimtelijke) ontwikkelingen die op ons afkomen (o.a. verstedelijking(strategie), de energietransitie, de Omgevingsvisie);  We denken, ontwerpen en bouwen natuur- en klimaatinclusief (hulpmiddel hierbij is o.a. het Instrument duurzaamheid). Ons doel is het behoud en herstel van biodiversiteit. We richten ons op wat we concreet in onze eigen gemeente kunnen doen aan de hand van vijf thema’s: A. voldoende leefgebieden en verbindingen; B. ecologisch beheren voor betere leefgebieden; C. basiskwaliteit voor natuur als uitgangspunt; D. zicht hebben op de stand van de natuur; E. kennis krijgen en delen.

Figuur: hoe dieren de gebouwde omgeving zien

Omdat er veel mensen in het stedelijk gebied wonen en werken, hebben zij een grote invloed op de stadsnatuur. Sterker nog, we maken zelf onderdeel uit van deze biotoop. We zijn daarmee met zijn allen verantwoordelijk voor de biodiversiteit. Het vraagt van iedereen een andere houding tussen mens en natuur. Een veranderende houding waarmee we al begonnen zijn, maar die vraagt om een blijvende en nog actievere inzet en tolerantie om biodiversiteit een prominente en gelijkwaardige plek te geven. Het gaat niet vanzelf goedkomen.

A.A VOLDOENDE LEEFGEBIEDEN EN VERBINDINGEN Eén van de meest effectieve bijdragen aan de bescherming van biodiversiteit is het zorgen voor voldoende leefgebieden en verbindingen voor soorten. Daarom is een uitgebreid netwerk van parken, bossen, bosplantsoen, tuinen, bermen, lanen en groengebieden essentieel. Op het gebied van groen/biodiversiteitsbeleid is de afgelopen jaren al flink aan de weg getimmerd (zie bijlage 1). De Stadsnatuurkaart 2040 (zie bijlage 3) en inrichtingsbouwstenen (zie bijlage 4) vormen een belangrijke minimale basis voor het halen van onze biodiversiteitsdoelen. De groene ecologische 8

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit structuren en gebieden die op deze kaart staan zijn de belangrijkste gebieden voor veel dieren en planten in de stad. Samen met het puntensysteem natuurinclusief bouwen, de klimaatscores, 013 parken programma en de gebiedsontheffing hebben we de basis op orde. Ook in de toekomst blijven we inzetten op het vergroten en verbinden van leefgebieden en groene structuren. Dit doen we door:

Het netwerk van stadsnatuur compleet maken Einddoel van de Stadsnatuurkaart 2040 is dat in 2040 alle ecologische structuren, stapstenen en corridors zijn gerealiseerd en functioneren. Momenteel bestaat een deel van deze structuren en plekken al en functioneren goed. Een ander deel functioneert op dit moment nog niet optimaal en/of heeft niet de juiste maatvoering. Door de Stadsnatuurkaart 2040 onderdeel te laten zijn van het omgevingsplan, MJP-projecten, stedelijke ontwikkelingen en omvorming van groen worden de ontbrekende ecologische schakels gerealiseerd of versterkt. Ook worden er via het MJP solitaire ecologie projecten geprogrammeerd. We stellen ons het volgende doel:  in 2030 aangelegd en functionerend: ecologische structuren 1e orde  in 2035 aangelegd en functionerend: ecologische structuren 2e orde én de ecologische stapstenen  in 2040 aangelegd en functionerend: ecologische structuren 3e orde en de ecologische corridors.

Ecologie in 013-parken programma Ook het 013-parken programma gaat een positieve boost aan ecologie in de stad geven. Door het realiseren van extra groen en door het toepassen van biodiverse beplanting krijgt de biodiversiteit in het stedelijk gebied een impuls.

Figuur: de groene lijnen van het 013-parken programma

NatuurNetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Brabant is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones (EVZ’s) met elkaar verbonden zijn. Ze functioneren als trekroutes en als (tijdelijk) leef- en voortplantingsgebied voor dieren en planten. Het Natuurnetwerk Brabant maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het doel is om in 2027 alle ontbrekende verbindingen in het netwerk te hebben gedicht met nieuwe natuur. Dan moet er een robuust netwerk liggen dat zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze functioneert en klimaatbestendig is. Om te helpen het netwerk compleet te maken, is door de provincie NoordBrabant het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) opgericht (voor geld, grond en advies). Eind 2022 is het subsidieplafond van het provinciale deel van het NatuurNetwerk Brabant helaas bereikt en is er geen nieuw budget beschikbaar gesteld door de provincie Noord-Brabant. Het GOB is in overleg met de provincie om naar mogelijke oplossingen te zoeken.

9

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit In onze gemeente moeten we nog 5 EVZ’s (deels) aanleggen:  Langs het Wilhelminakanaal (in gehele gemeente Tilburg);  Wilhelminakanaal - Bredaseweg (langs de Burgemeester Letchertweg);  De Brand – Zwaluwbunders;  Hooghout – Brokkenbroek;  Nieuwe Leij (tussen Wilhelminakanaal en A58). Van enkele grotendeels aangelegde EVZ’s moeten nog kleine onderdelen worden aangelegd.

Landschapspark Pauwels: terugbrengen groen-blauwe dooradering Ongeveer 60% van de landschapselementen is de laatste eeuw uit het Nederlandse landschap verdwenen. Landschapselementen zijn bomen, houtwallen, heggen, hagen, plassen, rivieren en kwelders; de ‘bouwstenen’ die samen een divers, gezond en biodivers landschap vormen. Het netwerk van aan elkaar verbonden landschapselementen wordt de groenblauwe dooradering genoemd. Deze dooradering is van belang voor de biodiversiteit, klimaatbestendigheid, bodemleven, waterkwaliteit en onze eigen gezondheid. De gemeente Tilburg is partner van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. In september 2022 is het Aanvalsplan Landschap van deze stichting aangeboden aan minister Van der Wal, met als doel dat in 2050 10% van het landelijk gebied is ingericht met groene en blauwe landschapselementen7. In landschapspark Pauwels wordt in 2025 gestart met de aanleg van de eerste groene dooradering gevolgd door een robuuste stapsteen voor amfibieën (kamsalamander en boomkikker ed.) in combinatie met natuurinclusieve landbouw in het gebied Zwaluwbunders.

Gebiedsontheffing uitbreiden naar gehele stedelijke gebied We werken sinds 2016 (toentertijd als eerste Nederlandse gemeente) met een gebiedsontheffing voor gebouwbewonende vleermuizen en -broedvogels. Hiermee worden noodzakelijke procedures vanuit de Wet natuurbescherming en Omgevingswet vereenvoudigd. Doel van het soortenmanagementplan (SMP) en bijbehorende gebiedsontheffing is de gunstige staat van instandhouding van gebouwbewonende vleermuizen en vogels te waarborgen. Dat wil zeggen dat bij elk project (zowel van derden als van de gemeente) preventieve maatregelen worden genomen, gericht op het behouden en verbeteren van het aanbod van verblijfplaatsen. De gebiedsontheffing geldt op dit moment voor het gehele woningbouwdeel van de stad en dorpen in gemeente Tilburg. We onderzoeken of het mogelijk is om dit naar het gehele of delen van het stedelijke gebied uit te breiden (Biezenmortel, bedrijventerreinen, Bosscheweg en nog niet opgenomen bebouwingsconcentraties). Het SMP kan ook gebruikt worden bij de verduurzaming van woningen, waarbij aandacht ligt op de leefgebieden van gebouwbewonende soorten. Met name bij de isolatie van spouwmuren en daken.

Wegnemen van barrières en gevaren (Stads)natuur is steeds sterker versnipperd door menselijke activiteiten: o.a. woon- en werkgebieden en de aanleg van infrastructuur. Hierdoor zijn de mogelijkheden van dieren om zich over en tussen de overgebleven groengebieden te verspreiden en te bewegen verder verkleind. Deze knelpunten worden opgelost/verzacht door de aanleg van faunavoorzieningen (zie bijlage 5). De faunavoorzieningen in onze gemeente zijn nog niet gebiedsdekkend gerealiseerd. Ook niet alle voorzieningen werken even goed, omdat ze niet goed zijn aangelegd of onvoldoende onderhouden. Om een goed beeld te krijgen van

Dit doel is overgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Op dit moment zijn de provincies aan zet om het doel van 10% groenblauwe dooradering te vertalen in hun provinciale programma. 7

10

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit de aanwezige barrières en de benodigde maatregelen om deze barrières te slechten, wordt er dit jaar een ontsnipperingskaart en -maatregelen opgesteld. Deze kaart helpt ons om gericht maatregelen te kunnen nemen. De eerste actie die op korte termijn gepland staat is dat alle faunavoorzieningen bij de Burgemeester Bechtweg worden gecontroleerd op hun functioneren en dat er hop-overs (oversteken voor vleermuizen over infrastructuur) worden gerealiseerd.

Overlastgevende planten en dieren tegengaan Tilburg zit vol met (door de mens geïntroduceerde) exoten, net als de rest van Nederland. Voorbeelden hiervan zijn de Japanse Duizendknoop, Amerikaanse rivierkreeft, de Siberische grondeekhoorn en de Reuzenberenklauw. Wanneer deze exoten overlast veroorzaken, de gezondheid en of de biodiversiteit bedreigen en zich snel verspreiden worden ze invasieve exoten genoemd. We actualiseren dit jaar ons aanpak voor overlastgevende flora en fauna. Hierin staat welke invasieve soorten, maar ook plaagdieren (bijv. ganzen) er binnen de gemeente Tilburg zijn en hoe deze bestreden en beheerst kunnen worden. De aanpak vormt de basis voor onze prioritering welke soorten waar Amerikaanse rivierkreeft

Geelwangschildpad

en hoe aangepakt moeten worden. Mocht er in de toekomst onverwacht overlast ontstaan (nieuwe exoten of explosieve groei) dan wordt de mogelijkheid bekeken om de budgetten voor overlastgevende planten en dieren te verhogen. Daarnaast richten we ons ook intensiever op exoten in beheer en exoten in aan te brengen grond die in onze gemeente wordt toegepast. Door in de processen (bijv. raamcontracten bij bodemonderzoek en flora en faunaonderzoek) en bij schone grondverklaringen vroegtijdig ook meer gericht aandacht te hebben voor exoten en databases op elkaar af te stemmen kan verspreiding voorkomen worden (wat tevens een hoop tijd en geld scheelt).

Beschermen wilde bijen door regulering van aantallen honingbijkasten Wereldwijd is er sprake van een afname van wilde bijenpopulaties, zowel in aantallen als in soorten. Wilde bijen spelen een essentiële rol in de bestuiving van land- en tuinbouwgewassen en onze (stads)natuur. Eén van de redenen van de afname van de wilde bijen is de concurrentie van de honingbij. Honingbijen dragen nauwelijks bij aan de versterking van de biodiversiteit en vormt vaak een bedreiging voor wilde bijen. We gaan daarom vanuit ecologisch belang sturen op het aantal en de locaties van honingbijenkasten in onze gemeente. Dit betekent niet dat er geen honingbijen gehouden kunnen worden, maar wel dat het alleen kan wanneer het zo gebeurt dat wilde bijen er geen schade van ondervinden.

Openbare verlichting voor mens én dier Openbare verlichting kan hinder geven, omdat het dieren kan verstoren. In projecten wordt verlichting vaak als een vanzelfsprekendheid beschouwd, terwijl het niet altijd nodig of gewenst is (of er zijn andere soorten verlichting mogelijk/maatwerk). Daarom is onlangs het ‘afwegingskader mag het licht uit?’ met bijbehorende kaart opgesteld met hierin richtlijnen over verlichting met oog voor ecologie en mens (veiligheid).

11

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit Instrument duurzaamheid als hulpmiddel De komende jaren worden er in Tilburg veel nieuwe woningen en bedrijven gebouwd. Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moeten klimaatadaptatie en de natuur een volwaardige plaats krijgen in deze gebiedsontwikkelingen. Het instrument duurzaamheid (klimaatscores + puntensysteem natuurinclusief bouwen) helpt ontwikkelaars en architecten om natuur- en klimaatinclusief te bouwen en toetsing daarop mogelijk te maken. Met de komst van de Omgevingswet, gaat dit instrumentarium verankerd worden in het omgevingsplan (en daarmee krijgt het een verplichtend karakter).

Bescherming van oude bossen en houtwallen

regels gesteld voor het aanlijnen van honden. Binnen de bebouwde kom, moeten honden aangelijnd zijn. Alleen op door het college aangewezen renvelden hoeft een hond niet aangelijnd te zijn. In de meeste bossen en natuurgebieden geldt ook een aanlijnplicht. In deze gebieden leven veel bijzondere dieren en planten. Loslopende honden kunnen deze verstoren. Daarom moeten honden in deze gebieden aan de lijn. Ook hier zijn er speciale hondenlosloopzones waar de honden vrij rond kunnen lopen. We onderzoeken of de aantal plaatsen voor loslopende honden voldoende is in het licht van de rust die de natuur verlangt. Egel

Het behoud van natuurlijke, regionale biodiversiteit is van algemeen belang. Regionale autochtone populaties zijn in feite de basis van de biodiversiteit. Vanuit de Rijksdienst voor het Groen Erfgoed is een kaart opgesteld waar bijzondere landschappen, hagen, houtwallen en bijzondere autochtone soorten op staan van voor 1850. Voor de gemeente Tilburg worden aan de hand van deze gegevens de bijzondere gebieden en soorten voor de biodiversiteit in kaart gebracht.

Goede balans tussen recreatieve en stillere gebieden Sinds de laatste paar jaar zien we een grote toename van het gebruik van de Tilburgse natuurgebieden. Om dit in goed banen te leiden en een juiste balans te vinden tussen de rust die de natuur nodig heeft en de recreatie vanuit de behoefte van de mens, wordt de dooradering van paden in de natuurgebieden tegen het licht houden om te bekijken of een zonering nodig is om rust en recreatie allebei een plek te geven in de natuurgebieden. Om de flora en fauna voldoende rust en bescherming te kunnen bieden is het ook van belang dat honden niet overal los kunnen lopen. We hebben daarom 12

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit B.B

ECOLOGISCH BEHEREN VOOR BETERE LEEFGEBIEDEN

Beheer en onderhoud is niet alleen belangrijk voor de veiligheid en het beeld, maar het is een van de meest belangrijke uitvoeringsmiddelen voor biodiversiteitsherstel. Dit geldt voor het dagelijks beheer, maar ook voor vervanging van openbaar groen (keuze soort beplanting) en het bestrijden van overlastgevende planten en dieren. Een berm, park of wijk kan nog zo succesvol natuurinclusief zijn ingericht, als het niet goed beheerd wordt, kan het gewenste resultaat alsnog uitblijven. Uitvoering van ecologisch beheer is daarom minstens zo belangrijk als het maken van een goed ecologisch ontwerp.

Bosbeheervisie De bossen en natuurgebieden (eigendom van de gemeente) vormen een speciaal onderdeel van ons groenareaal, waarvoor we een bosbeheervisie hebben opgesteld. We verhogen hiermee o.a. de ecologische waarde van onze bosgebieden en maken de bossen klimaatbestendiger: o.a. sponswerking van het landschap, omvorming van naaldbos naar loofbos en de focus op goed verteerbaar strooisel. Ook is er aandacht voor poelen, heide, landschapselementen e.d. Deze koers wordt vervolgens vertaald naar het duurzaam beheer Speerdistel

Ecologische beheervisie De afgelopen jaren is er in het Tilburgse groenbeheer steeds meer aandacht voor ecologisch beheer. In 2022 is het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) en de bijbehorende beheervisie groen vastgesteld. Als nadere uitwerking hiervan en specifiek gericht op ecologie, wordt in 2024 de ecologisch beheervisie opgesteld (mede gebaseerd op de stadsnatuurkaart 2040). Hiermee krijgt het ecologisch beheer een nog stevigere basis en is het specifieker gericht op de potentie van gebieden; o.a. door gedifferentieerd maaibeheer in de stad en aparte aandacht voor onze Tilburgse natuurgebieden (o.a. Dongevallei, Park Ter Roomleij, Moerenburg).

Kleurkeur Het ‘kleurkeur’ is ontwikkeld door de Vlinderstichting en Stichting Groenkeur. Het ‘kleurkeur’ is een kwaliteitsnorm voor goed maaibeheer van bermen, watergangen en andere groenstroken. We gaan onderzoeken of het mogelijk is om het keurmerk kleurkeur in nieuwe beheercontracten op te nemen. Het werken met Kleurkeur kan worden beschouwd als een constructieve bijdrage aan het behoud en herstel van de Nederlandse biodiversiteit.

13

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit van de Tilburgse bossen – en natuurgebieden. Naast onze doelen wordt in de visie ook de bestaande toestand van het bosareaal omschreven en wordt er aangegeven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen. De bosbeheervisie is gekoppeld aan het 10-jarige contract voor bosbeheer.

structuren/gebieden die op de Stadsnatuurkaart 2040 staan, wordt hier nog een plus op gezet. Logisch, want dit zijn de ecologische dragers van de stad. Bruine kikker

Duurzamer beheer van de openbare ruimte met ‘Natuurlijk Beheer Openbare Ruimte Tilburg’ Met ‘Natuurlijk Beheer Openbare Ruimte Tilburg’ richten we ons samen met onze aannemers die het groen beheren op meer duurzaamheid in onze gebiedsgerichte onderhoudscontracten, door gezamenlijk een stip op de horizon te definiëren voor 2040, waarbij de lat hoog ligt. Ecologie maakt hier ook onderdeel van uit. Er zijn binnen ‘Natuurlijk Beheer Openbare Ruimte Tilburg’ werkgroepen, waaronder op biodiversiteit en bodem gericht (waar bodembiodiversiteit onderdeel van uitmaakt).

C.C BASISKWALITEIT VOOR NATUUR ALS UITGANGSPUNT Het hebben van groene verbindingen, plekken en gebieden is belangrijk voor biodiversiteit. Echter, als ze niet goed zijn ingericht (of niet goed beheerd worden) zullen ze niet of nauwelijks door flora en fauna gevonden en/of gebruikt worden. Dieren hebben niet zoveel anders nodig dan mensen: voldoende eten, een veilige woning en een geschikte leefomgeving. Het moet zo gevarieerd mogelijk en in verbinding met elkaar. De juiste kwaliteit op de juiste plek is een absolute voorwaarde. Ook in de toekomst blijven we inzetten op het verbeteren van de kwaliteit leefgebieden en groene structuren. In onze gehele gemeente dient de leefomgeving een minimale basis te hebben voor biodiversiteit. Voor

Inrichtingsbouwstenen: inzetten op ecologische kwaliteit8 Het is onze plicht dat de openbare ruimte van de gemeente Tilburg een basisniveau biedt voor biodiversiteit. Vergelijk het met onze woonwijken. Daar willen we voor de mens de basisvoorzieningen op orde hebben (bijv. parken, scholen, winkels, parkeerplaatsen, verlichting, riolering, fietspaden etc.). Met biodiversiteit is het net zo. Een huismus bijv. heeft een nest nodig, maar ook een plek om te badderen, te eten en te schuilen voor gevaar. Om het basisniveau voor flora en fauna overal in Tilburg op orde te krijgen zijn er de inrichtingsbouwstenen. Door bij de inrichting van gebieden en/of structuren aan te

Momenteel wordt er door het ministerie van LNV een landelijke methodiek voor de BKN ontwikkeld. Wanneer deze gereed is, willen wij deze methodiek ook gaan toepassen (als vervanger of als aanvulling op onze huidige inrichtingsbouwstenen). 8

14

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit sluiten bij de inrichtingsbouwstenen die nodig zijn, kunnen soorten behouden worden en/of hun leefgebieden worden verbeterd. De inrichtingsbouwstenen staan uitwerkt in bijlage 4. Belangrijkste opgave in het stedelijk gebied is het meer aanplanten van struiken/struweel en het meer toepassen van bloemrijk gras. Op de Stadsnatuurkaart staan de belangrijke ecologische plekken en structuren binnen onze gemeente. Aan deze plekken en structuren is sinds maart 2022 al een maatvoering gekoppeld. Dit zorgt ervoor dat er voldoende groene ruimte beschikbaar is en blijft voor fauna (en ook voor mensen). Om de desbetreffende structuur te kunnen laten functioneren, dient deze op de juiste manier ingericht en beheerd te worden (voor de juiste soorten: een vleermuis heeft bijv. belang bij bomen, terwijl een egel struikgewas fijn vindt). In deze beleidsnota is een kwalitatieve maatvoering aan de Stadsnatuurkaart toegevoegd, waarmee er nu ook streefwaarden aan het beheer en de aan te planten soorten gesteld9. Deze streefwaarden zijn terug te vinden in bijlage 3: Stadsnatuurkaart 2040.

Omgevingsprogramma ondergrond Doordat de ondergrond ruimte biedt aan de infrastructuur voor essentiële voorzieningen zoals water, riolering, energie en internet, fungeert de ondergrond als het centrale zenuwstelsel van onze stad en dorpen. Ook is de ondergrond onmisbaar als drager van onze bovengrondse infrastructuur, gebouwen en andere functies. Tegelijk is de ondergrond belangrijk als voedingsbodem voor stedelijk groen, landbouw en natuur. Een gezonde, vitale bodem is voor deze functies letterlijk van levensbelang. Een vitale bodem helpt klimaateffecten als wateroverlast en droogte op te vangen, doordat de bodem beter in staat is water op te nemen en vast te houden. En door de verkoelende

werking van bomen en groen, draagt de ondergrond indirect bij aan het tegengaan van hittestress. De komende jaren zal de ruimtebehoefte, zowel boven- als ondergronds, fors toenemen door ruimtelijke opgaven en ambities die we als gemeente ook hebben. Denk daarbij aan de energietransitie, klimaatadaptatie, grondstoffentransitie, een groene/biodiverse + gezonde leefomgeving, de woningbouwopgave en de landbouwtransitie. Met het omgevingsplan Ondergrond neemt de gemeente Tilburg de regie door, in samenhang met bovengrondse opgaven (waaronder bodembiodiversiteit) structuur en ordening aan te brengen in de ondergrond.

Gebruik van gedragscode soortbescherming gemeenten De Omgevingswet heeft ten aanzien van natuurbescherming als doel inheemse planten en dieren te beschermen. De wet schrijft voor dat iedereen hiertoe een zorgplicht heeft. Voor het onderhoud van het gemeentelijk groen is er daarom de gedragscode soortbescherming gemeenten opgesteld door Vereniging Stadswerk Nederland. Werkzaamheden in het groen kunnen soms tot gevolg hebben dat individuele planten en dieren en bepaalde rust- en voortplantingsplaatsen negatieve effecten ondervinden. Door als gemeente te handelen volgens deze gedragscode worden negatieve effecten op (lokale) populaties van beschermde dieren en planten inzichtelijk gemaakt en voorkomen of beperkt. Om dit stevig te verankeren, dient de gedragscode door het college van toepassing te worden verklaard.

Bij de vaststelling van Stadsnatuurkaart 2040 is aangegeven dat de toevoeging van kwalitatieve maatvoering een plaats krijgt in de actualisatie van de Nota Biodiversiteit. 9

15

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit D.D ZICHT HEBBEN OP DE STAND VAN DE NATUUR Om zo goed mogelijk te kunnen sturen op biodiversiteit is het essentieel dat we doorlopend meten en weten hoe het ervoor staat met soorten en biotopen (leefgebied), of het beleid zijn vruchten afwerpt, welke maatregelen effectief zijn en welke niet en welk beheer we moeten (blijven) toepassen of moet worden bijgesteld.

Monitoringsplan biodiversiteit Er gebeurt al veel om de voortgang op het gebied van flora en fauna bij te houden, maar dit is nog niet gestructureerd en compleet genoeg. Monitoring richt zich nu nog vooral op beschermde soorten. We meten nu al via de soortenmanagementplannen (gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen) en het VleerMUS (Meetnet Urbane Soorten; gericht op routes en verblijfplaatsen van vleermuizen). De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een bron van informatie voor ons. Om de monitoring te uniformeren en nog meer inzicht te krijgen in de stand van de natuur en biodiversiteit wordt in 2024 een monitoringsplan biodiversiteit opgesteld. Het monitoringsplan biodiversiteit is gericht op vier typen monitoring: 1. Ecotopen op basis van inrichtingsbouwstenen en gidssoorten; 2. Stadsnatuurkaart 2040 (ecologisch functioneren, maatvoering m2, beheer); 3. Doelsoorten algemeen (vogels, vleermuizen, vaatplanten, dagvlinders, amfibieën en wilde bijen); 4. Monitoring faunatunnels.

Monitoring bij ecologisch beheer Met de nieuwe ecologische beheervisie gaan we de flora in de beheerde gebieden structureel monitoren. Door monitoring kan gerichter worden gekeken welk ecologisch beheer waar en wanneer nodig is en of bijsturen gewenst is. Bij het maaibeheer gaat gemonitord worden op de verschillende fases van het graslandbeheer. De resultaten hiervan kunnen ertoe leiden dat het maaibeheer wordt bijgesteld aan de juiste fase.. Tevens is het wenselijk om uiteindelijk minder ‘op kalender’ te maaien en meer naar de situatie buiten te kijken. Weersinvloeden zorgen ervoor dat bloeiende planten niet elk jaar in op hetzelfde moment zijn uitgebloeid. Vanuit ecologie is het wenselijk dat er pas gemaaid wordt als de bloemen zijn uitgebloeid. Kleine wespenboktor

Op basis van deze monitoring wordt elke twee jaar bekeken hoe het met de biodiversiteit in onze gemeente gaat. Indien noodzakelijk passen we daar ons beleid en/of speerpunten op aan. Bij de monitoring maken we ook meer en beter gebruik van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), die onder andere gegevens verzamelt van Tilburgse natuur- en milieuorganisaties. Deze gegevens zijn in combinatie met onze eigen onderzoeken een waardevolle bron. 16

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit E.E

KENNIS KRIJGEN EN DELEN

Het is belangrijk om te blijven vertellen waarom planten en dieren zo belangrijk zijn. Dat doen wij als gemeente via bijv. het Stadsnieuws, vlogs van onze gemeentelijke ecologen, wandelingen in de wijken (eens per kwartaal), kleurwedstrijden en stimulering/subsidieregelingen. Op deze wijze proberen we biodiversiteit concreet en tastbaar te maken.

Groen013 De thema’s groen, biodiversiteit en klimaat kunnen verbinden. Via het platform Groen013 zoeken we samenwerking en wisselen we kennis en informatie uit met enthousiaste groene initiatiefnemers, natuurorganisaties en -instellingen, professionals, andere stakeholders en geïnteresseerden.

zoveel mogelijk mensen te interesseren, inspireren en kennis te delen over de (Tilburgse) natuur. Natuurmuseum Brabant is ook ambassadeur. Hun missie is het aanwakkeren en stimuleren van kennis over de natuur en onze plaats als mens daarin. Dit doen ze met hun tentoonstellingen (voor jong en oud), activiteiten en educatieve programma10. Eind 2023 opende de nieuwe vaste tentoonstelling over biodiversiteit in zijn geheel. Ook herbergt het museum de op eén na grootste natuurcollectie van Nederland (op Naturalis na). Het natuurmuseum functioneert tevens als natuur- en duurzaamheids educatie hub (gekoppeld aan de LEA11) en heeft een groot bereik.

Ondersteunen van grote biodiverse initiatieven van bewoners Bewoners en ondernemers nemen steeds meer zelf het initiatief om biodiversiteit te versterken en/of onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld GroeiTuin013, unbietjegroen. Ook versterken bewoners de natuur door hun tuin natuurvriendelijk in te richten of nestkasten te plaatsen. We blijven dit soort initiatieven waar mogelijk ondersteunen.

Ambassadeurs van de Tilburgse natuur De gemeente Tilburg telt twee grote private organisaties die zich primair inzetten voor de natuur: de Tilburgse afdelingen van de KNNV en de IVN. De natuur in onze gemeente heeft veel aan de leden die mede de ogen en oren zijn van de natuur in onze gemeente. Door de diverse werkgroepen wordt er waardevol onderzoek verricht en de gegevens worden gedeeld in de NDFF. Ook worden er lezingen, excursies en cursussen georganiseerd. Dit alles om 10 Samen met de KNNV Tilburg, IVN Tilburg en de Astronomische Vereniging Wega Tilburg organiseren ze

bijvoorbeeld gratis lezingen in het museumtheater.

Fotograferen Siberische grondeekhoorn

Lokale Educatie Agenda: Het is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om in 'nieuwe verhoudingen' (meer gelijkwaardige verhoudingen) tot gezamenlijke afspraken te komen over het onderwijs- en jeugdbeleid. 11

17

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit Groene samenwerking Tilburg is aangesloten bij Stichting Steenbreek, de Groene Stad Challenge en het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en we zijn Ambassadeursgemeente speelse en natuurrijke schoolpleinen. We werken samen met de ecologen van de G5 en B5 gemeenten en we nemen deel aan de werkgroep stedelijke ecologie (WSE). De contacten met de wildbeheer eenheden (WBE) worden aangehaald.

Vrijwilligers van VleerMUS Voor de monitoring van de vleermuizen in onze gemeente is er monitoringsmethodiek VleerMUS. Met deze methodiek wordt er een goed beeld gekregen van de populatietrend van een aantal vleermuissoorten waarvan de verblijfplaatsen binnen de bebouwde omgeving liggen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger) Met deze methodiek wordt door vrijwilligers de mate van aanwezigheid van de drie soorten ieder jaar op een gestandaardiseerde manier in beeld gebracht. Door de resultaten over de jaren heen te vergelijken ontstaat een trend.

Pinksterbloemen Meikever

Pinksterbloemen

18

3. Werken aan herstel- en behoud van biodiversiteit

Speerpunten: dit gaan we doen!

19 Bloedrode heidelibel

4. Speerpunten: dit gaan we doen! 4.

Speerpunten: dit gaan we doen!

A. Voldoende leefgebieden en verbindingen ACTIE

WAT?

HOE?

WANNEER?

Het netwerk van stadsnatuur compleet maken

In 2040 zijn alle ecologische structuren, corridors en stapstenen die op de Stadsnatuurkaart staan gerealiseerd en hebben ze het juiste beheer.

Ecologie in 013-parken programma

In het 013-parken programma wordt nieuw groen toegevoegd aan onze gemeente.

NatuurNetwerk Brabant afmaken

Er moet een robuust netwerk liggen van ecologische verbindingszones die natuurgebieden met elkaar verbinden.

Landschapspark Pauwels: terugbrengen landschapselementen

Landschapselementen zijn bomen, houtwallen, heggen, hagen, plassen, rivieren en kwelders; de ‘bouwstenen’ die samen een divers, gezond en biodivers landschap vormen.

Door de Stadsnatuurkaart 2040 onderdeel te - in 2030 aangelegd en laten zijn van bestemmingsplannen, MJP-profunctionerend: ecolojecten, stedelijke ontwikkelingen en omvorgische structuren 1e orde ming van groen (dit hoeft niet kostenverho- - in 2035 aangelegd en gend te zijn, maar gaat veelal over de keuze functionerend: ecolovan de juiste beplanting). Ook worden er via gische structuren 2e orde het MJP solitaire ecologie-projecten gepro+ ecologische stapstenen grammeerd. - in 2040 aangelegd en functionerend: ecologische structuren 3e orde + corridors. Bij de keuze van de beplanting wordt rekening Zie planning 013-parken gehouden met biodiversiteit (keuze soort be- programma planting of aansluiten op ecologische structuur). - Langs het Wilhelminakanaal (in gehele ge- Het doel is om in 2027 alle meente Tilburg); ontbrekende verbindingen - Wilhelminakanaal - Bredaseweg (langs de in het netwerk te hebben Burgemeester Letchertweg); gedicht. - De Brand – Zwaluwbunders; - Hooghout – Brokkenbroek; - Nieuwe Leij (tussen Wilhelminakanaal en A58). Aanleg van groene dooradering gevolgd door Start 2025 een robuuste stapsteen voor amfibieën (kamsalamander en boomkikker ed.) in combinatie met natuurinclusieve landbouw in het gebied Zwaluwbunders.

FINANCIEN Via financiën (MJP, SO).

projecten

013-parken programma

Met subsidie van Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) + Groen Om de Stad (gemeente)

Onderdeel van de ontwikkeling Landschapspark Pauwels

20

4. Speerpunten: dit gaan we doen! ACTIE

WAT?

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Gebiedsontheffing uitbreiden naar gehele stedelijke gebied

Het doel is om de gunstige staat van instandhouding van gebouwbewonende vleermuizen en vogels te waarborgen.

Gereed 2025

MJP/ Groen Ontwikkeling

Wegnemen van barrières en gevaren

Inventarisatie en aanleg van faunavoorzieningen met als doel gebieden voor planten en dieren bereikbaar te maken/met elkaar te verbinden. Bepalen van de strategie hoe om te gaan met overlastgevende planten en dieren.

De gebiedsontheffing geldt op dit moment voor het gehele woningbouwdeel. We onderzoeken of het wenselijk is de gebiedsontheffing uit te breiden naar het gehele stedelijke gebied. Het opstellen van een ontsnipperingskaart + bijbehorende maatregelen en financiën.

Gereed medio 2024. Het streven is dat alle maatregelen in 2040 zijn uitgevoerd.

013 parken programma, MJP/Groen Ontwikkeling + subsidie provincie.

Opstellen een aanpak voor overlastgevende flora en fauna in de gemeente Tilburg.

Medio 2024

MJP/Groen Ontwikkeling: overlastgevende dieren te bestrijden, voorkomen of beheersen. Overlastgevende planten: beheerbudget groen.

Overlastgevende planten en dieren tegengaan

Beschermen wilde bijen door inperken honingbijkasten

Sturen op aantal en de locaties van honingbijenkasten binnen de gemeente Tilburg, zodat wilde bijen geen schade ondervinden van honingbijen.

Opstellen regels rondom honingbijenkasten. Deze regels worden opgenomen in de APV.

2024

Mocht er in de toekomst onverwacht overlast ontstaan (nieuwe exoten of explosieve groei) dan wordt de mogelijkheid bekeken om de budgetten voor overlastgevende planten en dieren te verhogen. n.v.t.

21

4. Speerpunten: dit gaan we doen! ACTIE Openbare verlichting voor mens én dier

Instrument duurzaamheid als hulpmiddel

Bescherming van oude bossen en houtwallen

Goede balans tussen recreatieve en stillere gebieden

WAT?

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Verlichting kan hinder geven, omdat het dieren kan verstoren. We stellen daarom een afwegingskader voor verlichting op, met oplossingen voor mens en dier. Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet het instrument duurzaamheid een volwaardige plaats krijgen in gebiedsontwikkelingen. In beeld brengen bijzondere landschappen, hagen, houtwallen en bijzondere autochtone soorten. De laatste paar jaar is er een grote toename in het gebruik van Tilburgse natuurgebieden.

Opstellen afwegingskader ‘mag het licht uit?’. De richtlijnen zijn bedoeld voor het maken van afwegingen in projecten bij verlichting in de openbare ruimte.

Medio 2024

We streven ernaar om de verbeteringen uit te voeren binnen de bestaande budgetten.

Opnemen van de klimaatscores en natuurinclusief bouwen in het Omgevingsplan.

In overeenstemming met roadmap Omgevingsplan

n.v.t.

Onderzoeken hoe deze oude bossen en houtwallen de juiste bescherming kunnen krijgen.

2025

n.v.t.

Onderzoeken of er meer zonering kan worden aangebracht in natuurgebieden, zodat recreatie en natuur meer in balans zijn. Onderzoeken of het aantal losloopzones voor honden voldoende is in het licht van de rust die de natuur verlangt.

2025

n.v.t.

B. Ecologisch beheren voor betere leefgebieden ACTIE

WAT?

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Ecologische beheervisie

Nadere uitwerking van het beheerplan groen/IBOR. Ecologisch beheer krijgt een nog stevigere basis.

Opstellen ecologische beheervisie over o.a. gedifferentieerd maaibeheer, aparte aandacht voor Tilburgse natuurgebieden en overlastgevende planten.

Gereed Q3 2024

Budget vanuit IBOR. Of de toepassing in de praktijk een kostenverhoging betekent, is nu niet te zeggen.

22

4. Speerpunten: dit gaan we doen! ACTIE

WAT?

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Kleurkeur

kwaliteitsnorm voor goed maaibeheer van bermen, watergangen en andere groenstroken.

We gaan onderzoeken of het mogelijk is om het keurmerk kleurkeur in nieuwe beheercontracten op te nemen

Gereed medio 2025

zie financiën ‘ecologische beheervisie’ in de regel hierboven.

Bosbeheervisie

Verhogen ecologische waarde van onze bosgebieden en de bossen klimaatbestendiger maken. Samen met aannemers komen tot meer duurzaamheid in onze gebiedsgerichte onderhoudscontracten (GOC’s). In 2040 zijn alle ecologische structuren, corridors en stapstenen die op de Stadsnatuurkaart staan gerealiseerd en hebben ze het juiste beheer.

Het beheerplan bos- en natuurgebieden is gekoppeld aan het 10-jarige contract voor bosbeheer.

Doorlopend

Budget vanuit IBOR

Natuurlijk Beheer Openbare Ruimte Tilburg wordt geïntegreerd in de GOC’s.

Doorlopend

Natuurlijk Beheer Openbare Ruimte Tilburg

Werken met ‘Natuurlijk Beheer Openbare Ruimte Tilburg’

Stadsnatuurkaart 2040: Kwalitatieve maatvoering

De stadsnatuurkaart maakt onderdeel uit van - 2030: alle ecologische het ecologische beheer (o.a. ecologische bestructuren van de 1e heervisie). orde worden voor minimaal 80% ecologisch beheerd. - 2035: idem voor ecologische structuren van de 2e orde - 2040: idem voor ecologische structuren van de 3e orde. - 2035: 80% van de ecologische stapstenen worden voor minimaal 60% ecologisch beheerd. - 2040: de ecologische corridors en de rest van de openbare ruimte moeten waar mogelijk ecologisch beheerd te worden.

Huidig beheerbudget groen

23

4. Speerpunten: dit gaan we doen! C. Basiskwaliteit voor natuur als uitgangspunt ACTIE

WAT?

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Inrichtingsbouwstenen: inzetten op ecologische kwaliteit

Het bieden van een basiskwaliteit (niveau) voor onze flora en fauna.

Implementatie in het HIOR in 2024.

n.v.t.

Omgevingsprogramma Ondergrond

De ondergrond vervult een scala aan functies voor mens en natuur. Deze functies staan onder druk als gevolg van de opgaven en ambities waar we als gemeente mee te maken hebben. De omgevingswet (t.a.v. natuurbescherming) zorgt voor bescherming van inheemse planten en dieren. Iedereen heeft hiertoe een zorgplicht.

De inrichtingsbouwstenen worden opgenomen in het Handboek inrichting openbare ruimte (HIOR). Bij nieuwe inrichting van gebieden (in projecten/ontwikkelingen) aansluiten bij de inrichtingsbouwstenen die nodig zijn. Met het omgevingsplan Ondergrond neemt de gemeente Tilburg de regie door, in samenhang met bovengrondse opgaven (waaronder bodembiodiversiteit) structuur en ordening aan te brengen in de ondergrond.

2024

n.v.t.

Voor het onderhoud van gemeentelijk groen is de gedragscode soortbescherming gemeenten opgesteld (door de Vereniging Stadswerk Nederland). Om dit stevig te verankeren, moet de gedragscode door het college van toepassing worden verklaard. Opnemen in GOC’s dat er volgens dit protocol gehandeld moet worden.

2025

n.v.t.

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Gereed uiterlijk eind 2024

Via MJP/Groen Ontwikkeling

Gebruik gedragscode soortbescherming gemeenten

D. Zicht hebben op de stand van de natuur ACTIE

WAT?

Monitoringsplan biodiversiteit

Structureel bijhouden van de Opstellen monitoringsplan biodiversiteit gestand van zaken van biodiversi- richt op drie typen monitoring: teit. - Ecotopen op basis van inrichtingsbouwstenen en gidssoorten; - Stadsnatuurkaart (ecologisch functioneren, maatvoering m2, beheer); - Doelsoorten algemeen (vogels, vleermuizen, vaatplanten, dagvlinders, amfibieën en wilde bijen). - Monitoring faunatunnels.

24

4. Speerpunten: dit gaan we doen! ACTIE

WAT?

Monitoring voor ecologisch beheer

Op basis van de nieuwe ecologische beheervisie worden vanuit het beheer gebieden structureel monitoren.

HOE? Door monitoring kan gerichter worden gekeken welk ecologisch beheer waar en wanneer nodig is.

WANNEER?

FINANCIEN

Na vaststelling van de ecologische beheervisie

Huidige beheerbudget groen

Is een doorlopend proces

E. Kennis krijgen en delen ACTIE

WAT?

HOE?

WANNEER?

FINANCIEN

Voorzetten deelname aan groene platforms

Uitwisselen van ideeën en kennis.

Stichting Steenbreek, Groene Stad Challenge het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, Ambassadeursgemeente speelse en natuurrijke schoolpleinen, Groen013.

Doorlopend proces

MJP/Groen Ontwikkeling

De contacten met de wildbeheer eenheden (WBE) aanhalen Faciliteren groene (bewoners) initiatieven

uitwisselen van ideeën en kennis.

Kennis delen over wild en wildbeheer op het grondgebied van de gemeente Tilburg.

2024

n.v.t.

Heel divers. Moet bijdragen aan ecologie.

Een financiële bijdrage om het initiatief mogelijk te maken.

Doorlopend proces

MJP/Groen Ontwikkeling

Vergroten draagvlak biodiversiteit: stimulering/subsidieregelingen

Voorzetten stimulering/subsidieregelingen geveltuintjes, klimaatbestendig Tilburg en NK-tegelwippen e.d. Via o.a. website, vlogs en stadsnieuws biodiversiteit ‘promoten’.

Stimuleringsregelingen en subsidies

Doorlopend proces

Bestaande groen en klimaatbudgetten (o.a. MJP/Groen Ontwikkeling)

Via gemeentelijke communicatiekanalen

Doorlopend proces

MJP/Groen Ontwikkeling

Vergroten draagvlak biodiversiteit: communicatie

25

Bijlagen

Bijlagen Bijlagen - i Rosse metselbij

Bijlagen Bijlage 1: Tilburgs groen/ecologie beleid 2010 – 2023 Vanaf 2010 is er veel beleid vastgesteld dat direct of indirect bijdraagt aan de doelstelling om de achteruitgang van biodiversiteit op lokaal niveau tegen te gaan in:

Bijlagen - ii

Bijlagen Bijlage 2: Tussenstand biodiversiteit12 Het alleen kijken naar de hoeveelheid voorkomende soorten is niet de methode om een goed beeld te krijgen van de stand van de biodiversiteit in de gemeente Tilburg. Dit heeft verschillende redenen. De hoeveelheid voorkomende soorten zegt namelijk weinig over de aantallen die er van de verschillende soorten aanwezig zijn. Zo kan er één oehoe (soort: vogels) in jaar x in onze gemeente zijn waargenomen. Dit zorgt voor een toename in de hoeveelheid soorten, maar zegt niets over de stand van de biodiversiteit. Konijnen komen al heel lang als soort voor in de gemeente Tilburg. Echter, qua aantallen gaat de soort achteruit (o.a. door ziekte). Het alleen aangeven van de aanwezige soort zegt niks over een toe/afname binnen de soort. Het waarnemingseffect vertroebelt beschikbare cijfers over soorten en aantallen soorten enigszins. De afgelopen tien jaar is de interesse voor natuur gestegen (zeker in coronatijd). Ook de digitale mogelijkheden om als geïnteresseerde zelf waarnemingen door te geven, zijn toegenomen (www.waarneming.nl). De afgelopen 10-15 jaar zijn er hierdoor veel meer waarnemingen gedaan. Hierdoor kan het lijken dat het met een soort goed gaat, terwijl dit in werkelijkheid grotendeels door het waarnemingseffect komt. Daarbij komt dat niet elke ‘amateur waarnemer’ alle soortgroepen even goed kent.

Ook veel voorkomende soorten zoals bijv. de merel of het koolwitje worden omdat ze ‘gewoon’ zijn, niet vaak als waarneming ingevoerd. Tot slot worden sommige gebieden veel onderzocht (bijv. de Kaaistoep en de Dongevallei), andere gebieden niet. Ook klimaatverandering is van invloed op de aan- of afwezigheid van soorten, bijv. de wespspin. Deze toename aan soorten is niet toe te delen aan een verbetering van biodiversiteit.

Kortom, cijfers van (voor) 2010 en cijfers uit van dit moment zijn daardoor niet één op een met elkaar te vergelijken. Daarom wordt er naast de cijfers ook altijd gebruik gemaakt van landelijke trends. Deze trends zijn veelal ook van toepassing op de biodiversiteit in onze gemeente. Huidige stand soortgroepen Aan de hand van soortgroepen wordt in deze bijlage de huidige stand van onderstaande soortgroepen weergegeven: - Amfibieën en reptielen - Zoogdieren - Dagvlinders - Vleermuizen - Libellen - Wilde bijen - Vaatplanten - Paddenstoelen - Zoetwatervissen - Exoten - Broedvogels Amfibieën en reptielen Veel soorten amfibieën13 zijn in de vorige eeuw achteruitgegaan, zo ook in Tilburg. Belangrijke oorzaken zijn het verlies aan landbiotoop en voortplantingswateren, verzuring en vermesting van poelen en vennen, versnippering en verdroging. Door de aanleg van extra poelen in de landschapsparken Pauwels en Stadsbos013 in de afgelopen jaren is het leefgebied voor amfibieën toegenomen. De knoflookpad en de boomkikker zijn de afgelopen jaren in het Stadsbos013 opnieuw geïntroduceerd. Hierdoor gaat het voorzichtig wat beter met deze soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14318825/2