CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 1 - Transitievisie Warmte

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte12.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarbij zetten we de aardgasvrije opgave in een breder perspectief en wegen we de impact integraal al. De bestaande woningvoorraad is gemiddeld 50 tot 70 jaar oud en in dat licht luidt de start van de warmtetransitie tevens een nieuwe fase van stadsvernieuwing in. In de dorpen, ruim opgezette wijken en het buitengebied is er minder warmtevraag per oppervlak. Uit onze analyse volgt nog geen passende eindoplossing. Samen met de bewoners en bedrijven gaan we dit verder onderzoeken. Ook voor de grote bedrijventerreinen in de gemeente volgt uit de analyse nog geen passende eindoplossing. Op de bedrijventerreinen wordt aardgas niet alleen gebruikt voor verwarming, maar ook voor productieprocessen. Dat maakt het extra complex. Samen met de bedrijven gaan we verder onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.

22

Woonlastenneutraliteit als strategie We vinden een heldere strategie belangrijk. Dat hebben we nodig om eerste stappen te zetten en uiteindelijk ons toekomstbeeld te realiseren. Technische en financiële aspecten spelen een belangrijke rol in onze strategie. Maar de opgave waar we voor staan is vooral sociaal-maatschappelijk. Door slim om te gaan met de factor tijd kunnen we flexibel inspelen op toekomstige mogelijkheden en ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen. Op inhoud hanteren we het Energie Huishoudboekje als kompas. We gaan voor aardgasvrij daar waar de stap woonlastenneutraal te realiseren is. Daar waar die stap nog niet haalbaar is zetten we in op slimme tussenoplossingen om energie en CO2 te besparen. Voor het proces hanteren we het principe ‘doen, leren, beter doen’. We gaan aan de slag met een aantal concrete projecten - doen -, evalueren de (tussen)uitkomsten daarvan - leren -, en passen aan waar nodig - beter doen. Met deze strategie op inhoud en proces maken we in Tilburg het verschil. Een ambitieuze visie dus, met een toekomstbeeld voor ogen. Maar met een realistisch begin, zodat we samen van start gaan. Innovatie In aanvulling op de hierboven beschreven strategie zien we het belang om in te zetten op innovaties.

Het slim omgaan met de factor tijd vraagt om een proactieve rol om innovaties te stimuleren en om het bieden van ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving. Dit stelt ons in staat meer of beter haalbare en betaalbare oplossingen te ontwikkelen. Zo’n rol past bij de kennis- en maakstad Tilburg. Innoveren zit ons in de genen. Naast het stimuleren van technische innovaties, zoals proeven met waterstof of hoge-temperatuur warmtepompen, zijn ook sociale innovaties van belang. Het ontwikkelen van andere sturings-, organisatie- en financieringsmodellen, zoals bij een 5de generatie warmte-koude net, biedt kansen om op andere manieren tot realisatie te komen met meer eigenaarschap en regie voor de gemeenschap. Samenwerking met onder meer bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties is nodig om tot een optimaal innovatieklimaat te komen. In Hoofdstuk 5 beschrijven we een doorkijk naar hoe we dit gaan doen.

Energiebesparing staat centraal We gaan voortvarend aan de slag te gaan met die stappen die wel haalbaar en betaalbaar zijn. Zo gaan we door met het uitwerken en concretiseren van plannen en met het nemen van slimme tussenstappen. Hieronder wordt beschreven wat we de komende jaren gaan doen. Allereerst de aanpak en maatregelen die generiek voor heel Tilburg gelden, vervolgens de specifieke aanvullingen voor de vier zones. Als laatste is beschreven wat de verwachte bijdrage is van deze acties aan onze CO2-doelstellingen. Altijd en overal energie besparen Wat altijd en overal in Tilburg belangrijk is: energie besparen, isoleren, kieren dichten, ventileren, elektrisch koken en groene energie opwekken. Door te isoleren en kieren te dichten, hebben we in de winter minder energie nodig om gebouwen te verwarmen en houden we in de zomer de hitte beter buiten. Energie die we niet verspillen, hoeven we ook niet op te wekken. We streven naar 20% energiereductie in 2030 (circa 950 TJ) en 50% in 2045 (circa 2.400 TJ). Beide streefwaarden gelden ten opzichte van referentiejaar 1990 en zijn in lijn met de afspraken uit de Regionale Energie- en Klimaat Strategie (REKS). Bij isoleren en kierdichting is ventilatie heel belangrijk. Ventileren is nodig om gezonde en comfortabele gebouwen te houden. Daarnaast zetten we in op bewustwording, gedragsverandering en kleine maatregelen.

Denk aan het plaatsen van tochtstrips en radiatorfolie, korter douchen, de Cv-ketel instellen op 60 °C etc. Alle kleine stappen samen helpen om energie en CO2-uitstoot te besparen. Daarnaast is koeling een aandachtspunt om mee te nemen in de verdere planvorming. Gezien het veranderende klimaat zal hier in de zomermaanden steeds meer behoefte aan zijn, waardoor een duurzame oplossing gewenst is.

23

Van belang is dat bij het nemen van maatregelen rekening wordt gehouden met toekomstige plannen. Daarmee worden desinvesteringen voorkomen. Alleen voor gebieden waar we voorlopig niet grootschalig starten met het aardgasvrij maken van gebouwen zetten we daarom naast energiebesparing ook in op tijdelijke, hybride oplossingen, zoals een hybride warmtepomp. Daarmee verminderen we het gebruik van aardgas en zetten we al stappen in de goede richting. Aandachtspunt daarbij is de mogelijke geluidsoverlast van warmtepompen en de benodigde ruimte voor installaties in gebouwen. Mochten er zich lokaal kansen voordoen om de stap naar volledig aardgasvrij al wel te zetten, bijvoorbeeld door renovatieplannen van een woningcorporatie of grote VvE, dan proberen we die te benutten. Bij zo’n renovatie van een woningcorporatie liggen er namelijk kansen om de particuliere woningen in die omgeving mee te nemen. De gemeente en de Tilburgse woningcorporaties hebben een procesaanpak bedacht hoe dit is te organiseren. De focus ligt daarbij in eerste instantie op voormalige huurwoningen. Per project zal worden verkend of ook andere particuliere woningen kunnen worden betrokken. In alle gevallen is het belangrijk dat maatregelen slim worden gepland. Oftewel, benut zoveel mogelijk natuurlijke momenten. Dat scheelt geld en energie. Op gebouwniveau bij momenten zoals renovatie, verbouwing of verhuizing.

En op gebiedsniveau bij lokale opgaves, zoals gebiedsontwikkelingen, herstructurering, grootschalige nieuwbouw of werkzaamheden in de openbare ruimte. Door slimmer te plannen kunnen ook de benodigde infrastructurele aanpassingen in onder andere het elektriciteitsnet beter worden doorgevoerd. Een grote uitdaging gezien de complicaties waar we in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen. Bevinding digitale dialoog: Tilburgers zijn positief over het globale plan dat voor heel Tilburg geldt. Advies TilburgerTafel: Let op dat je de risico’s van álle technieken belicht. We vragen aandacht voor oudere huizen, voor de risico’s van commerciële monopolies, voor maatwerk, voor vakkundig werk en voor onafhankelijke experts. Aanvullende aanpak per zone In de analyse in Hoofdstuk 3 hebben we al onderscheid gemaakt tussen vier zones in Tilburg die zich van elkaar onderscheiden op bouwjaren, bebouwingsdichtheid en huidige energie infrastructuur. Ook in de aanpak voor de komende jaren maken we onderscheid tussen deze zones, in aanvulling op wat voor heel Tilburg geldt. Onderstaande vlinder-afbeelding verbeeldt de vier zones.

Naar het nieuwe verwarmen in Tilburg 5

N6

4

In de hele gemeente zetten we in op: energie besparen, isoleren, groene energie (bijv. Zon op je dak).

1

Vier gebieden met elk een eigen aanpak:

2

1 Westzijde de 2 Rond ringbanen

3

Binnen de

3 ringbanen 4 Noordoost zijde Water

A58 A58

Bebouwde kom

Wegen Spoor

24

ZONE 1: Westzijde In de gebieden aan de westzijde van Tilburg is het overgrote deel van de gebouwen al aangesloten op de stadsverwarming. Die wordt gevoed door restwarmte van de Amercentrale in Geertruidenberg. De aangesloten gebouwen maken geen gebruik meer van aardgas en zullen ook in de toekomst op de stadsverwarming aangesloten blijven. In dit gebied zien we kansen voor nieuwe, lokale, duurzame warmtebronnen en opslagmogelijkheden. Onder andere door een koppeling met de in de REKS benoemde warmtehubs Vossenberg, Kraaiven en Spinder te maken. De warmte uit deze warmtehubs kan bijdragen aan de verduurzaming van de stadsverwarming. Daarmee wordt de afhankelijkheid van de restwarmte uit de Amercentrale kleiner. Naast aanpassing van het warmtesysteem is het van belang gebouwen te isoleren. Daardoor is minder warmte nodig. Het overschot aan warmte kan voor andere delen van Tilburg worden ingezet, waar nu nog aardgas wordt gebruikt. Ook kan door isolatie van gebouwen de temperatuur van het warmtenet worden verlaagd, waardoor minder warmteverlies optreedt gedurende het transport en het makkelijker is om lokale duurzame bronnen te koppelen aan het warmtenet. Daarmee ontstaat een efficiënter, duurzamer en goedkoper warmtesysteem. We streven ernaar om de temperatuur van 90/70 °C terug te brengen naar tenminste 70/40 °C.

Ook kunnen delen van het warmtenet worden gevoed met restwarmte van andere delen van het warmtenet. Cascadering heet dat. Zo maken Koolhoven en Witbrant nu al gebruik van de restwarmte uit andere delen van de Reeshof. We zien kansen om dit op meerdere plekken toe te passen. Waar dit precies kansrijk is, op welke termijn, en hoe we dit samen met Ennatuurlijk en gebouweigenaren kunnen organiseren, gaan we de komende tijd onderzoeken en uitwerken. Parallel aan dit lokale traject wordt regionaal ingezet op de verduurzaming van het Amernet zelf. Dit stimuleren we vanuit de bestaande samenwerking met partijen in de Amerregio. Het transitieplan warmtenet Midden- en West-Brabant vormt daarvoor de basis. Voor gebouwen die nog wel gebruik maken van aardgas zetten we, naast isolatie, in op tijdelijke hybride oplossingen. Mochten er zich kansen voordoen om de stap naar aardgasvrij te zetten, dan proberen we die te benutten. Lessen uit het verleden In deze zone is al veel ervaring opgedaan met een warmtenet. Het is belangrijk om hiervan te leren om het in het vervolg beter te doen. Zo is er ontevredenheid onder een deel van de aangesloten bewoners en bedrijven over (aansluit)bijdrages, keuzevrijheid en administratieve transparantie. Bij de planontwikkeling voor de toekomst is het belangrijk om te onderzoeken hoe deze condities kunnen worden verbeterd.

Bevinding digitale dialoog: 77% steunt de aanpak in zone 1. Velen zien het echter somber in voor de toekomst. De angst voor nieuwe monopolievorming is groot. Advies TilburgerTafel: Zet de lijn door. Betrek inwoners wel z.s.m. bij werksessies verduurzaming stadsverwarming. Denk na over toekomstige eigendomsverhoudingen. Als het biomassadilemma en de tussenoplossingen op weg naar een uiteindelijk CO2-vrije wijk slechts in kleine kring bediscussieerd worden, legt dat een bom onder de warmtetransitie. ZONE 2: Rond de ringbanen De woonwijken rond de ringbanen zijn voornamelijk gebouwd in de jaren 50, 60 en 70. Er is relatief veel gestapelde bouw en veel woningen zijn in eigendom van woningcorporaties. Dit gebied kunnen we grofweg onderscheiden in drie deelgebieden: Tilburg-Zuid, Tilburg-West en Tilburg-Noord. 25

Tilburg-Zuid Dit deel van Tilburg is niet aangesloten op de stadsverwarming. In dit gebied lijkt een 5de generatie warmte-koude net interessant. Een haalbaarheidsstudie die medio 2021 is uitgevoerd laat zien dat dit type net kansrijk is. Zeker omdat er veel verschillende gebouwen (komen te) staan. Zo zijn er plannen voor woningbouw in Stappegoor, gaat het Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis grootschalig renoveren, hebben de woningcorporaties renovatieplannen voor hun woningbezit, en vullen het zwembad en de ijsbaan elkaars warmte- en koude vraag goed aan. Mogelijk kunnen ook andere zorginstellingen en bedrijventerreinen Het Laar en De Katsbogten in Tilburg-Zuid hierbij aanhaken. Vervolgonderzoeken moeten uitwijzen waar en hoe daadwerkelijk gestart kan worden met de uitvoering. Dit zal worden uitgewerkt in een warmte-uitvoeringsplan. Tilburg-West & Tilburg-Noord Een deel van de gebouwen in deze gebieden is aangesloten op de stadsverwarming. Een ander deel heeft een aardgasaansluiting. Relatief veel gebouwen (circa 6.000) hebben naast stadsverwarming ook nog een aardgasaansluiting voor koken en/of warmtapwater. Deze gebouwen hebben dus twee aansluitingen. Hier liggen kansen om gebouwen aardgasvrij te maken. Niet alleen is dat technisch makkelijker te realiseren dan wanneer aardgas ook wordt gebruikt voor verwarmen.

Voor gebruikers is het financieel interessant, omdat zij dan nog maar één keer vastrechtkosten hoeven te betalen. Hoe dit te realiseren gaan we samen met bewoners, woningcorporaties en andere betrokken partijen uitwerken in een warmte-uitvoeringsplan. Het ligt voor de hand om in deze zone meer gebouwen aan te sluiten op de stadsverwarming. Hierbij geldt de voorwaarde dat uitbreiding van de stadsverwarming niet leidt tot meer verstookte biomassa in de Amercentrale. En uiteraard is verduurzaming van de bron(nen) op termijn noodzakelijk om een klimaatneutrale eindoplossing te realiseren. We zien, op basis van het onderzoek in Tilburg-Zuid, ook in deze deelgebieden kansen voor een 5de generatie warmte-koude net. We gaan verder onderzoeken wat de meest passende oplossing is. Ook kijken we waar kansen liggen om te beginnen. Vervolgens werken we voor die specifieke gebieden samen met bewoners, woningcorporaties, bedrijven en andere betrokken partijen warmte-uitvoeringsplannen uit. Daarbij nemen we de ervaringen mee die we hebben opgedaan in onder andere Quirijnstok, onze verduurzamingsaanpak voor VvE’s en in Wandelbos Noord. Quirijnstok is één van de voorbeeldwijken uit het Programma Aardgasvrije Wijken van de Rijksoverheid. Via onze verduurzamingsaanpak voor VvE’s ondersteunen we deze specifieke doelgroep met het realiseren van duurzame maatregelen.

En in de wijk Wandelbos Noord wordt al enkele jaren gewerkt aan 'dubbele duurzaamheid' als onderdeel van de PACT-aanpak. Met de in juli 2021 toegekende subsidie van 12 miljoen euro uit het nationale Volkshuisvestingsfonds wordt een extra impuls gegeven aan die aanpak. Daarmee zetten we in op het verduurzamen van circa 900 particuliere woningen waarvoor de komende jaren een warmte-uitvoeringsplan wordt uitgewerkt. Wat we tot nu toe leren is dat de huidige energielasten voor relatief veel huishoudens in dit soort kwetsbare wijken al (te) hoog zijn en dat er sprake is van energiearmoede. Bij het uitwerken van warmte-uitvoeringsplannen is het van belang te onderzoeken of de woonlasten kunnen worden verlaagd. In Tilburg-Noord en Tilburg-West zijn ook plannen voor nieuwbouw of herstructurering, zoals het Kenniskwartier nabij de Universiteit. We onderzoeken of we nieuwbouw en bestaande bouw op een gezamenlijk duurzaam warmtenet kunnen aansluiten. Als dit kansrijk blijkt zal dit worden uitgewerkt in een warmte-uitvoeringsplan. Bevinding digitale dialoog: 59% steunt de aanpak in zone 2. In deze zone zijn critici veel talrijker dan elders in Tilburg. Er zijn vragen over pro’s en contra’s van moderne stadsverwarming: kosten, milieu, nieuwe brandstoffen? Het plan verdient eerst toelichting om goed te kunnen reageren. Een deel voelt zich niet aangesproken (heeft geen aardgas).

Advies TilburgerTafel: Zet een gemengd expertteam op deze zone, betrek inwoners z.s.m. bij werksessies verduurzaming stadsverwarming, ga in gesprek over de detaillering. 26

ZONE 3: Binnen de ringbanen Het gebied binnen de ringbanen is erg divers. Er staan veel verschillende gebouwen, zowel oude monumenten als nieuwbouw. Ook zijn er de afgelopen jaren veel werkzaamheden verricht in de ondergrond. Die ligt erg vol met kabels en leidingen. Daarom voorzien we in deze zone voorlopig geen grote ingrepen richting aardgasvrij. Wel zullen we proberen kansen te benutten om op kleinere schaal de stappen naar aardgasvrij te maken. Bijvoorbeeld als een woningcorporatie haar huurwoningen gaat renoveren en de omliggende koopwoningen kunnen worden meegenomen. Of bij lopende gebiedsontwikkelingen zoals in de Spoorzone of Piushaven waarbij de nieuwbouw als vliegwiel kan dienen voor de bestaande bouw. Of bij werkzaamheden in de ondergrond door ruimte te reserveren voor toekomstige infrastructuur. Daarnaast zetten we in dit gebied, net zoals in de rest van Tilburg, in op isoleren, kieren dichten, ventileren, elektrisch koken en groene energie opwekken. En waar passend zijn hybride oplossingen een geschikt (tijdelijk) alternatief om het aardgasverbruik al te verminderen. Bevinding digitale dialoog: 70% steunt de aanpak in zone 3. Inwoners wijzen op het grote aandeel huurders, lage inkomens en gevaar voor scheiding haves & havenots. Ze wijzen op urban heating door de versteningsgraad. Isoleren en kieren dichten is een opgave bij oude bebouwing.

Er klinkt een pleidooi voor gezamenlijke inkoopprogramma’s waardoor kosten dalen. Subsidies als duwtje in de rug zijn welkom. Advies TilburgerTafel: Ondanks hoge mate van steun zijn veel inwoners binnen de ringbanen somber over samenwerking en cohesie, over kosten en over urban heating. Ga hier mee aan de gang. ZONE 4: Noordoostzijde Dit gebied bestaat uit de dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel en het omliggende buitengebied. Ook ruim opgezette wijken zoals De Blaak passen hierbij. De gebouwen staan hier verder uit elkaar dan in de (rest van de) stad. Hier hebben we nog geen grootschalig toepasbare aardgasvrije oplossing in beeld. Het ligt daarom niet voor de hand om hier op korte termijn grote stappen naar aardgasvrij te maken. Wel gaan we samen met de hechte lokale gemeenschappen onderzoeken wat kansrijk en haalbaar is op het vlak van (1) verduurzaming van woningen, (2) keuzes voor warmtebronnen en opslagmogelijkheden en (3) keuzes voor warmte-infrastructuur. En uiteraard stimuleren we al slimme stappen met isolatie, kierdichting, ventilatie, elektrisch koken en hybride oplossingen. De proefprojecten (Green Deals) in Udenhout en De Blaak zijn goede voorbeelden van hoe we al samen aan de slag zijn en vormen de start van het opstellen van warmte-uitvoeringsplannen.

Mogelijk kan deze werkwijze worden uitgebreid naar Berkel-Enschot en Biezenmortel omdat deze dorpen sterk vergelijkbaar zijn met Udenhout.

27

Bevinding digitale dialoog: 66% steunt de aanpak in zone 4. Inwoners manen de gemeente om met een plan te komen maar wijzen tegelijk op de moeilijke aard van de wijken en de onvolwassenheid van voor de hand liggende opties biogas/waterstof. Advies TilburgerTafel: Ga in deze zone aan de slag met oog voor de veelkleurigheid én onzekerheden. Start op korte termijn een procesaanpak. Afspraken met zorginstellingen en bedrijventerreinen Met vertegenwoordigers van Tilburgse zorginstellingen en bedrijventerreinen zijn afspraken gemaakt over het realiseren van de opgave. De locaties van het zorgvastgoed zijn geclusterd op basis van de topografische ligging. Per cluster is bepaald in hoeverre deze kan worden gekoppeld aan een gebiedsgerichte aanpak, of dat een zelfstandige koers kan worden gevaren. Zo wordt bijvoorbeeld voor het zorgcluster in Tilburg-Zuid onderzocht of kan worden aangesloten bij de uitwerking van het 5de generatie warmte-koude net. De zorglocaties Landpark Assisië en Daniel de Brouwerpark, die op grote afstand liggen van andere bebouwing, kunnen zelfstandig aan de slag. Om de energietransitie op de bedrijventerreinen te versnellen, is een uitvoeringsprogramma opgesteld.

Met dit programma zetten we in samenwerking met andere partners (onder andere Vitaalverenigingen, VNO/NCW, BOM, Stichting MOED en provincie) in op de sporen energiebesparing, opwekken van duurzame energie en de transitie naar een duurzame energie-infrastructuur op de bedrijventerreinen. Op die manier werken we toe naar bedrijventerreinen als energiehubs, waar minimaal de eigen benodigde energie wordt opgewekt, maar het liefste meer, zodat ook de omgeving kan profiteren. Via een Green Deal wordt reeds gewerkt aan verduurzaming op een aantal bedrijventerreinen. De volgende stap is om voor elk bedrijventerrein een Masterplan Energie op te stellen. In zo’n masterplan komt ook aan bod in hoeverre bedrijven zelf hun restwarmte kunnen benutten, of andere bedrijven op het terrein gebruik kunnen maken van de restwarmte, of dat dit kan worden ingezet voor omliggende wijken. Vanuit het uitvoeringsprogramma lopen ook andere projecten, zoals het project Tilburgse Energy Leaders dat is gericht op een aantal productiebedrijven met een zeer hoog energieverbruik vanwege hun bedrijfsproces. Daarnaast spelen we in op de verplichting dat kantoren vanaf 2023 minimaal over Label C moeten beschikken.

28

TABEL 4: TOTAALOVERZICHT AANPAK PER ZONE

Aanpak voor heel Tilburg 

Gemiddeld 20% energiebesparing in 2030 door extra te isoleren, kieren dichten, ventileren, elektrisch koken en groene energie opwekken. We ondersteunen hierbij verschillende doelgroepen, waaronder particuliere woning-eigenaren via het programma Aan de slag met je huis Daar waar de stap naar aardgasvrij voorlopig niet wordt gezet aanvullend ook inzetten op (tijdelijke) hybride oplossingen.

- In alle gevallen proberen natuurlijke momenten te benutten. 

Inzetten op bewustwording, gedragsverandering en kleine maatregelen.

Lokale kansen voor aardgasvrij benutten door de koppeling te maken met o.a.:

- Renovatieplannen van woningcorporaties of VvE’s; herstructurering- of gebiedsontwikkelingen. Hiervoor wordt energiebeleid voor nieuwbouwlocaties - Nieuwbouw-, opgesteld; - Werkzaamheden in de ondergrond; - De clusters zorginstellingen; - De green deals en energiemasterplannen voor bedrijventerreinen. ZONE 1: Westzijde 

Verduurzamen stadsverwarming door: Ontwikkeling lokale warmtebronnen en opslagmogelijkheden, waaronder de koppeling met warmtehubs Vossenberg, Kraaiven en Spinder; Verduurzaming Amercentrale vanuit regionale samenwerking, onder andere door ontwikkeling van (boven )regionale warmtebronnen;

- Samen met de regio Hart van Brabant de potentie van groen gas te onderzoweken; in delen van de Reeshof ten behoeve van een lagere aanvoertemperatuur. We gaan voor - Cascadering nader te bepalen deelgebieden plannen uitwerken. ZONE 2: Rond de ringbanen 

Uitwerken haalbaarheid warmtenetten in wijken en bedrijventerreinen in Tilburg-Noord (o.a. Stokhasselt, Heikant en Quirijnstok), Tilburg-West (Wandelbos, Het Zand, De Reit en Zorgvlied) en Tilburg-Zuid (o.a. Stappegoor, Groenewoud en De Leij). Voor de gebieden waar dit haalbaar is worden warmte-uitvoeringsplannen opgesteld. In Tilburg-Zuid ligt daarbij de focus primair op een 5de generatie warmte-koude net en wordt de koppeling gelegd met o.a. nieuwbouw Stappegoor, renovatie Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis, renovatieplannen woningcorporaties en bestaand gemeentelijk vastgoed.

-

- In Tilburg-West wordt daarbij de koppeling gelegd met de gebiedsontwikkeling rondom het Kenniskwartier. - In Tilburg-Noord worden de opgedane leerervaringen in Quirijnstok meegenomen in de planvorming. 

Opstellen warmte-uitvoeringsplan voor Wandelbos Noord, mede in het kader van PACT-aanpak 'dubbele duurzaamheid' en subsidie Volkshuisvestingsfonds. Uitwerken mogelijkheden versneld afsluiten 6.000 gebouwen met een dubbele aansluiting (warmte en gas) in Tilburg-Noord en Tilburg-West in een warmte-uitvoeringsplan.

ZONE 3: Binnen de ringbanen 

Geen aanvulling op wat voor heel Tilburg geldt.

ZONE 4: Noordoostzijde 

Samen met de gemeenschap in Berkel-Enschot, Udenhout, Biezenmortel en De Blaak onderzoeken wat kansrijk en haalbaar is op het vlak van (1) verduurzaming van woningen, (2) keuzes voor warmtebronnen en opslagmogelijkheden en (3) keuzes voor warmte-infrastructuur. De uitkomsten kunnen vervolgens worden vastgesteld in bijvoorbeeld lokale Green Deals. De lokale Green Deals zijn het startpunt om gezamenlijk (gemeente samen met lokale gemeenschap) warmte-uitvoeringsplannen te maken. De huidige green deals in Udenhout en De Blaak dienen als voorbeeld van hoe zo’n proces kan worden vormgegeven.

29

Verwacht effect van aanpak In de Tilburgse gebouwde omgeving hebben we sinds 1990 zo’n 25% CO2-uitstoot bespaard. Met beleidsvoornemens op nationaal niveau en geplande activiteiten in parallel lopende trajecten voor de REKS en voor de verduurzaming van het Amernet wordt die daling verder ingezet naar circa 55% in 2030. Daarbij bestaat echter een reëel risico dat niet alle beleidsvoornemens en geplande activiteiten worden gerealiseerd. Zie Bijlage 2 voor een onderbouwing. In deze Transitievisie Warmte zetten we de koers uit voor realisatie van energiebesparing, het aansluiten van gebouwen op een warmtenet en het stimuleren van hybride warmtepompen. Het verwachte effect van deze activiteiten is een aanvullende 13% CO2-reductie in 2030. Daarmee komt de totale verwachte CO2-besparing op 68% in 2030, wanneer alle geplande activiteiten worden waargemaakt. Vanuit CO2-perspectief hebben we daarmee een redelijke uitgangspositie om onze tussentijdse doelstelling van 45% in 2030 te halen. Echter, onze einddoelstelling klimaatneutraal in 2045 vraagt om een aanpak waarbij de schouders er stevig onder moeten worden gezet. Een goede spreiding van werkzaamheden in de tijd is namelijk noodzakelijk om voldoende uitvoeringscapaciteit te borgen.

Het te lang uitblijven van een oplossing voor de in Hoofdstuk 1 gestelde randvoorwaarden kan daarmee leiden tot het niet behalen van onze (tussen)doelstellingen.

30

5. DOORKIJK NAAR UITVOERING Iedereen heeft een rol om deze opgave te realiseren. De gemeente heeft als procesregisseur een centrale rol. De in ontwikkeling zijnde wetgeving moet de gemeente in staat stellen deze rol goed te vervullen. Maar de gemeente is als regisseur niet de enige verantwoordelijke partij voor deze transitie. Iedereen is verantwoordelijk vanuit zijn of haar rol. Sterker nog: in deze opgave hebben we elkaar nodig. De uitwerking van de warmte-uitvoeringsplannen moet je sámen doen. Gebouweigenaren staan aan de lat voor aanpassingen in en aan hun gebouwen. Eigenaren van bovenen ondergrondse infrastructuur hebben plichten om dat te onderhouden. Partijen met restwarmte hebben een rol om die warmte beschikbaar te stellen voor warmtenetwerken. En we zullen ons allemaal moeten aanpassen aan een andere manier van verwarmen. De samenwerking tussen verschillende organisaties en partijen in Tilburg zal zich in een nieuw speelveld gaan ontwikkelen. Zowel in het publieke als het private domein overstijgen de kansen, bedreigingen en opgaves simpelweg de competenties, schaalgrootte of het incasseringsvermogen van één enkele partij. Er moet dus op andere manieren worden samengewerkt bij het verzinnen van oplossingen, het bouwen van businesscases, het managen van het proces en het realiseren van projectresultaten. Dit vraagt om regie vanuit de gemeente.

Maar hoe gaan we nu concreet aan de slag? Een aantal activiteiten kan direct worden opgepakt door projecten te starten waarvoor deels al plannen zijn gemaakt. Andere zaken vragen meer inhoudelijke en beleidsmatige uitwerking voordat concrete uitvoering mogelijk is. En weer andere zaken lenen zich meer voor een procesmatige aanpak dan een projectaanpak. Om dit alles te bundelen en aan te sturen start de gemeente een programma aanpak. Hierin benoemen we acties, projecten, ideeën en (sub)doelen. Al die inspanningen samen dragen bij aan ‘Het nieuwe verwarmen’ in Tilburg met als einddoel klimaatneutraal in 2045. In de programma aanpak nemen we de activiteiten per zone op zoals benoemd in Tabel 4. Naast een gebiedsgerichte aanpak zetten we ook in op aanpakken voor doelgroepen of gebouwtypen. Zo’n aanpak beperkt zich niet tot een zone, maar is toepasbaar binnen de hele gemeente. Voor een aantal doelgroepen en gebouwtypen hebben we reeds zo’n aanpak. Bijvoorbeeld ‘Aan de slag met je huis’ voor particuliere woningeigenaren. Deze aanpak zal de komende jaren worden geïntensiveerd. Voor bedrijventerreinen hebben we het uitvoeringsprogramma energietransitie. Voor de sociale woningvoorraad zijn afspraken en activiteiten opgenomen in het woonconvenant en de jaarlijkse prestatieafspraken. Hoe de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed wordt opgepakt is vastgelegd in een roadmap.

Ook zijn afspraken gemaakt met zorginstellingen over het zorgvastgoed in Tilburg. Zie Bijlage 1 voor een overzicht van deze voorbeelden. De programma aanpak wordt eind 2021 uitgewerkt. Hij maakt geen integraal onderdeel uit van deze visie aangezien zo’n programma aanpak voortdurend in ontwikkeling is. De ervaringen die we opdoen, zullen uiteraard wel worden meegenomen in een volgende versie van deze visie.

31

Naar het nieuwe verwarmen in 2045

2045 TILBURG KLIMAATNEUTRAAL

2045

2030

2031

We stoten geen CO2 meer uit

2036 2037 2045

2032 2040

2026 2031 2036 2e, 3e, 4e TRANSITIEVISIE WARMTE TILBURG

2027-2035 2032-2040 2037-2045 2e, 3e, 4e UITVOERINGSPLANNEN Opstellen en uitvoeren van lokale plannen met alle betrokkenen. Tussen het opstellen en uitvoeren zit steeds 8 jaar.

Minimaal elke 5 jaar bijstellen met nieuwe inzichten, ontwikkelingen en innovaties. 2030

TUSSENDOEL KLIMAATAKKOORD

2027 2035

2026

2022-2030 1e UITVOERINGSPLANNEN Opstellen en uitvoeren van lokale plannen met alle betrokkenen. De eerste plannen starten in 2022. Tussen het opstellen en uitvoeren zit steeds 8 jaar.

2019 START TRANSITIEVISIE WARMTE TILBURG Gemeente onderzoekt, berekent en overlegt met betrokken partijen, inwoners en experts.

2015 KLIMAATVERDRAG PARIJS

Internationaal verdrag om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Nationaal doel is 49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990

2021 1e TRANSITIEVISIE WARMTE TILBURG

2022 2030 2021

Vastgestelde aanpak voor een nieuwe, duurzame manier van verwarmen in Tilburg.

NL

2019

2019 KLIMAATAKKOORD NEDERLAND Meer dan 600 afspraken om de CO2-uitstoot te beperken. De Transitievisie Warmte is er één van.

VN

2015

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10894028/1