CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 1 - Transitievisie Warmte

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte12.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021 NAAR HET NIEUWE VERWARMEN IN TILBURG 1e Transitievisie Warmte

COLOFON Fotografie Angeline Swinkels Jimke Joling Jostijn Ligtvoet HIER verwarmt Gemeente Tilburg

2

VOORWOORD De definitieve conceptversie Transitievisie Warmte ligt klaar voor de Stuurgroep. Terwijl ik dit voorwoord schrijf, melden krantenkoppen de strekking van het nieuwste rapport van het klimaatpanel van de Verenigde Naties: ‘Ongeëvenaarde klimaatverandering leidt tot fors meer weersextremen’. Enige tijd geleden zijn delen van Limburg daar al op geattendeerd tijdens grote overstromingen. In Duitsland zijn als gevolg daarvan tientallen doden te betreuren, en hebben ze ‘op de achterkant van een bierviltje’ uitgerekend dat de materiële schade van de wateroverlast daar uitkomt op pakweg 30 miljard euro … dat is € 30.000.000.000 … We kunnen er niet onderuit. Niets doen is absoluut geen optie en de tijd begint heel stevig te dringen. Onder dat gesternte is deze Transitievisie Warmte geboren. Binnen de energietransitie vind ik de warmtetransitie misschien wel een van de grootste opgaven waar we voor staan. Het opwekken van je eigen stroom heeft een hoog knuffelgehalte en daarbij geeft het financiële voordelen; denk aan ‘nul op de meter’. Maar voor ‘warmte’ is dat anders: Mijn huis ís toch al warm? Waarom zou dat dan geld moeten kosten? En hoeveel dan? En voor wie dan? De gemeenteraad van Tilburg heeft bepaald dat we in 2045 klimaatneutraal willen zijn. Dat willen we onder andere doen door op termijn alle woningen en andere gebouwen ‘van het aardgas af’ te halen.

In deze Transitievisie Warmte leest u op hoofdlijnen de richting die we de komende jaren gaan volgen. Natuurlijk gaan we onderweg kijken of we de goede koers nog steeds vast hebben; de wereld om ons heen verandert immers voortdurend. Dat doen we ‘op zijn Tilburgs’; namelijk samen, met zijn allen. Tilburgse inwoners, Tilburgse bedrijven, Tilburgse instellingen. Of het nu gaat om woningeigenaren, huurders, bedrijven, woningcorporaties, energiecoöperaties, wijken buurtraden, leden van de TilburgerTafel, deelnemers aan de Digitale Dialoog of schrijvers van een ingezonden brief aan de krant: deze transitie gaan we allemaal samen doorlopen. Waarbij we oog houden voor ieders (on)mogelijkheden én daarbij vasthouden aan onze ambitie! Ik vind dat we écht trots mogen zijn op deze eerste versie van de Transitievisie Warmte; zowel op de inhoud als op het proces dat we hebben doorlopen. Hierna zullen er nog diverse volgen; steeds concreter, steeds verder uitgewerkt, steeds dichter bij het einddoel. In het kaartje met de denkrichting van deze Transitievisie Warmte zult u mogelijk een vlinder herkennen. Toeval? Of heeft het misschien te maken met het zogeheten vlindereffect? Zoek het maar eens op: een heel kleine handeling kan een steeds groter wordend effect hebben.

Heeft het wel zin wat we hier doen, terwijl de rest van de wereld … (vul maar in)? Jazeker, dát is het vlindereffect! Het Tilburgse vlindereffect!

Oscar Dusschooten wethouder gemeente Tilburg

3

VOORWOORD Namens de leden van de stuurgroep bied ik u de Transitievisie Warmte Tilburg aan. Het is een inspirerend verhaal geworden, dat vooral insteekt op de kansen voor zowel de korte als de langere termijn. Wij bevelen aan te kiezen voor een pragmatische en nuchtere koers, die naar verwachting veel draagvlak zal krijgen bij onze inwoners en bedrijven. En daar gaat het om. Een jaar geleden is de stuurgroep gestart met haar werkzaamheden. Relatief veel tijd is besteed aan de randvoorwaarden, leidende principes en besliscriteria. In feite betreft dat de spelregels voor de warmtetransitie, ofwel het afwegingskader voor investeringsbesluiten. Achteraf bezien is het goed geweest dat daar veel tijd in is geïnvesteerd, want vervolgens is het tamelijk soepel gegaan met het uitwerken van een heldere en standvastige koers. Haalbaarheid en betaalbaarheid zijn daarbij de sleutelwoorden. Uw bijzondere aandacht wil ik vragen voor het ‘Energie Huishoudboekje van de Tilburger’ waarmee deze visie het verschil maakt. We laten zien dat, naast CO2-reductie, vooral de betaalbaarheid voor onze inwoners een hard uitgangspunt is. Voor alle wijken en buurten is transparant gemaakt wat de huishoudens gaan betalen voor hun warmte en met dat ‘budget’ zijn we gaan rekenen aan duurzame alternatieven. Anno 2021 zijn er nog veel onzekerheden waarmee we zullen moeten dealen.

Daarmee wordt terdege rekening gehouden in deze Transitievisie Warmte. Ook zal de gemeente het gesprek met het nieuwe kabinet moeten aangaan over het aanpassen van de beprijzingssystematiek teneinde duurzame oplossingen echt mogelijk te maken. Want daar zit voor de korte termijn de grootse bottleneck. In dat licht zullen we slim moeten omgaan met de factor tijd, ook om ruimte te houden voor het inpassen van innovaties die op de markt gaan komen. Dit alles mag ons er echter niet van weerhouden om al op korte termijn te starten met haalbare en betaalbare maatregelen. Ook daarvoor zet deze visie de koers uit. De warmtetransitie is een uitdagende en complexe opgave met veel impact voor de stad en de dorpen. In feite gaat het om een nieuwe fase van stadsvernieuwing. De gemeente krijgt daarbij een hoofdrol, maar blijft zeer afhankelijk van de bereidheid van alle Tilburgers om er de schouders onder te zetten. Samenwerking is dus cruciaal. In dat kader is het van belang dat er rond de warmtetransitie een constructief en uitnodigend samenwerkingsklimaat wordt gecreëerd. Op naar een klimaatneutraal Tilburg in 2045!

Leo Dubbeldam, Voorzitter Stuurgroep Transitievisie Warmte

4

SAMENVATTING Tilburg klimaatneutraal in 2045 is het ambitieuze doel van onze gemeenteraad. Berkel-Enschot, Biezenmortel, Tilburg en Udenhout staan daarmee voor de opgave om hun CO2-uitstoot maximaal terug te dringen. Het isoleren en aardgasvrij maken van woningen en gebouwen is één van de maatregelen die nodig is om die ambitie te realiseren. In deze Transitievisie Warmte zetten we daarvoor de koers uit.

Haalbaar en betaalbaar We zien voor het stedelijk gebied vooral collectieve warmtesystemen als kansrijk toekomstbeeld. Het maatschappelijk belang én de individuele belangen van inwoners en bedrijven zijn belangrijk om te borgen. We kiezen daarom voor een duurzame en innovatieve aanpak, met oog voor haalbaarheid en betaalbaarheid. Ook houden we rekening met de dynamische ontwikkelingen en onzekerheden waar we mee te maken hebben. We stellen harde randvoorwaarden aan de aanpak voor de korte termijn, waarbij woonlastenneutraliteit bovenaan staat, ofwel de betaalbaarheid nu en in de toekomst. Om daar goed op te kunnen sturen is het ‘Energie Huishoudboekje van de Tilburger’ gemaakt. Daaruit blijkt dat het traditioneel grootschalig uitrollen van bestaande technieken financieel voorlopig niet haalbaar is op basis van de huidige beprijzingssystematiek. En dus moeten we op zoek naar nieuwe technieken en modellen voor sturing, organisatie en financiering. Naast woonlastenneutraliteit gelden nog andere randvoorwaarden, waaronder het financieren van de onrendabele top in collectieve warmteoplossingen, voldoende bevoegdheden in wet- en regelgeving en de compensatie van de uitvoerings- en regiekosten voor de gemeente, woningcorporaties en Enexis. Het vervuld krijgen van deze randvoorwaarden helpt ons in Tilburg om substantiële stappen te zetten. De klimaatopgave is groot en de tijd is kort.

Voor de komende jaren, zo lang nog niet is voldaan aan de randvoorwaarden, gaan we slim om met de factor tijd door te starten met maatregelen die al voorsorteren op een toekomst zonder aardgas. We zetten in op (tussen)stappen die wel haalbaar en betaalbaar zijn. Energiebesparing staat centraal. Isoleren, kieren dichten, ventileren, elektrisch koken en groene energie opwekken is daarvoor nodig. Vaak zijn (tijdelijke) hybride oplossingen een goede aanvulling om het gebruik van aardgas al flink te verminderen. In alle gevallen is het belangrijk dat maatregelen slim worden gepland. Oftewel, benut zoveel mogelijk natuurlijke momenten. Dat scheelt geld en energie. Op gebouwniveau bij momenten zoals renovatie, verbouwing of verhuizing. En op gebiedsniveau bij lokale opgaves, zoals gebiedsontwikkelingen, herstructurering, grootschalige nieuwbouw of werkzaamheden in de openbare ruimte.

Naar het nieuwe verwarmen in Tilburg 5

N6

4

In de hele gemeente zetten we in op: energie besparen, isoleren, groene energie (bijv. Zon op je dak).

1

Vier gebieden met elk een eigen aanpak:

2

1 Westzijde 2

Rond de ringbanen

3

Binnen de

3 ringbanen 4

Noordoost zijde

Water

Bebouwde kom

A58 A58

Wegen Spoor

6

Tilburg in vier zones Naast energiebesparing, wat altijd en overal belangrijk is, geldt een aanvullende aanpak voor delen van Tilburg. Op basis van onze analyses hebben we Tilburg opgedeeld in vier zones die zich van elkaar onderscheiden in bouwjaren, bebouwingsdichtheid en huidige energie infrastructuur. In de Reeshof en omliggend gebied zetten we in op verduurzaming van de al aanwezige stadsverwarming door lokale warmtebronnen te ontwikkelen en in te voeden, en de aanvoertemperatuur van het warmtenet te verlagen. Ook stimuleren we de verduurzaming van de Amercentrale, de huidige centrale warmtebron van de stadsverwarming. In het gebied rond de ringbanen werken we de uitrol van warmtenetten uit. Dit kan uitbreiding van de stadsverwarming zijn. Daarbij geldt het uitgangspunt dat dit niet leidt tot een toename van biomassa bijstook in de Amercentrale. We zien vooral ook kansen voor een nieuw 5de generatie warmte-koude net als wenkend perspectief voor de toekomst. Zo’n net maakt gebruik van meerdere lokale bronnen en opslagmogelijkheden en kan in handen zijn van verschillende eigenaren. Bovendien wordt naast warmte ook koude uitgewisseld tussen gebruikers, een zeer wenselijke toevoeging gelet op het veranderende klimaat. We gaan dit concept de komende jaren uitwerken in Tilburg-Zuid en onderzoeken of het ook kan worden uitgebreid naar andere delen van Tilburg.

Natuurlijk moeten we hierbij ook de lessen trekken uit het verleden rond bijvoorbeeld (aansluit)bijdrages, keuzevrijheid en administratieve transparantie. Verder zijn er in het gebied rond de ringbanen kansen om de circa 6.000 woningen met een dubbele aansluiting (warmte voor ruimteverwarming en aardgas voor koken en/of warmtapwater) versneld aardgasvrij te maken. Het gebied binnen de ringbanen is daarentegen erg complex vanwege de grote diversiteit aan gebouwen en drukke ondergrond. Omdat we niet overal tegelijkertijd grootschalig aan de slag kunnen zetten we in deze zone in op het ondersteunen van individuele gebouweigenaren met de verduurzaming van hun gebouw. Ook proberen we lokale kansen te benutten, onder andere door bij renovatieplannen van woningcorporaties omliggende woningen te betrekken. In Berkel-Enschot, Udenhout, Biezenmortel en De Blaak is nog geen duidelijk aardgasvrij alternatief voorhanden. Daar is wel veel organisatiekracht aanwezig die we graag benutten. Samen met de gemeenschap gaan we onderzoeken wat een haalbare eindoplossing is en hoe we in de tussentijd al duurzame stappen kunnen realiseren. Overal waar we concreet aan de slag gaan werken we dit samen met bewoners, bedrijven en organisaties uit in warmte-uitvoeringsplannen.

Doorkijk naar uitvoering De opgave is groot en die kunnen we alleen samen realiseren. Gebouweigenaren staan aan de lat voor aanpassingen in en aan hun gebouw. Eigenaren van boven- en ondergrondse infrastructuur hebben plichten om dat te onderhouden. Partijen met restwarmte hebben een rol om die warmte beschikbaar te stellen voor warmtenetwerken. En we zullen ons allemaal moeten aanpassen aan een andere manier van verwarmen. Zowel in het publieke als het private domein overstijgen de kansen, bedreigingen en opgaves simpelweg de competenties, schaalgrootte of het incasseringsvermogen van één enkele partij. Er moet dus op andere manieren worden samengewerkt. Dit vraagt om regie vanuit de gemeente. De gemeente stelt een programma aanpak op om alle acties, projecten en ideeën te bundelen en te coördineren. Al die inspanningen samen dragen bij aan ‘Het nieuwe verwarmen’ in Tilburg. Eén ding is duidelijk. De warmtetransitie is een mega-opgave voor iedereen. Voor de gemeente is een regisseursrol weggelegd, maar zij is sterk afhankelijk van de initiatieven en investeringsbereidheid van hogere overheden, woningcorporaties, inwoners en bedrijven. Samen moeten we aan de slag, op weg naar een duurzame en betaalbare toekomst!

7

INHOUDSOPGAVE

Voorwoorden..................................................................................................................... 3 Samenvatting..................................................................................................................... 6 Inhoudsopgave................................................................................................................... 8 1. Aanleiding.............................................................................................................. .......9 Waarom een Transitievisie Warmte?................................................................................... 9 Wat is de Transitievisie Warmte, en wat niet?..................................................................... 9 De opgave.......................................................................................................................... 10 Afwegingskader................................................................................................................. 11 2. Proces totstandkoming visie........................................................................................ 13 Stuurgroep.........................................................................................................................

13 Digitale dialoog.................................................................................................................. 13 TilburgerTafel..................................................................................................................... 13 3. Technische en financiële analyse.................................................................................. 15 Modelberekeningen.......................................................................................................... 15 Multi Criteria Analyse & Energie Huishoudboekje van de Tilburger.................................. 15 Tilburg in vier zones........................................................................................................... 16 Resultaten en conclusies.................................................................................................... 18 4. Samen op weg naar het nieuwe verwarmen in Tilburg................................................. 22 Collectieve warmtesystemen als toekomstbeeld............................................................... 22 Woonlastenneutraliteit als strategie.................................................................................. 23 Innovatie............................................................................................................................

23 Energiebesparing staat centraal........................................................................................ 23 5. Doorkijk naar uitvoering............................................................................................. 31

8

1. AANLEIDING Waarom een Transitievisie Warmte? We willen dat Tilburg ook in de toekomst een fijne plek blijft om te wonen en werken. Daarom werken we samen aan een duurzamer Tilburg. We willen minder droogte, hitte, extreme regenbuien en waterloverlast. En we hebben behoefte aan een betere luchtkwaliteit en groene leefomgeving. Klimaatneutraal in 2045 is het doel dat de Tilburgse gemeenteraad heeft gesteld. Dat betekent dat we dan geen CO2 meer uitstoten. Een forse ambitie ten opzichte van het landelijke streefjaar 2050. Ongeveer de helft van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving wordt veroorzaakt door het gebruik van aardgas. Het aardgasvrij maken van gebouwen is dus een van de maatregelen die nodig is om onze ambitie te realiseren. In de Transitievisie Warmte zetten we hiervoor de koers uit. In lijn met de afspraak uit het landelijke Klimaatakkoord stelt de gemeenteraad deze visie uiterlijk eind 2021 vast.

Wat is de Transitievisie Warmte, en wat niet? De Transitievisie Warmte kijkt vooral naar kansen, geeft een beeld van de mogelijke aardgasvrije infrastructuur en beschrijft het tempo waarin delen van Tilburg aardgasvrij worden. De visie is van toepassing voor alle gebouwen, maar we beperken ons tot het aardgasgebruik voor verwarming, koken en warmtapwater. Het uitfaseren van aardgas dat voor andere doeleinden wordt gebruikt, bijvoorbeeld industriële productieprocessen, wordt vanuit andere trajecten opgepakt. Deze visie geeft richting voor de komende decennia, maar de focus ligt op de periode tot 2030. We hebben doorgerekend in hoeverre scenario’s en oplossingen bijdragen aan de CO2-doelstellingen, en of ze haalbaar en betaalbaar zijn. En waar we het beste kunnen beginnen. Het is daarmee een plan op hoofdlijnen voor de hele gemeente, met een aantal concrete eerste stappen. Voor gebieden waar we als eerste aan de slag gaan worden warmte-uitvoeringsplannen1 opgesteld om daadwerkelijk tot realisatie te komen. We starten met het opstellen van die plannen na vaststelling van deze visie.

De Transitievisie Warmte bestaat uit dit document en vier bijlagen: 1. Overzicht ontwikkelingen, opgave en huidige situatie 2. Technische verantwoording 3. Definities 4. Rapportage Digitale Dialoog en TilburgerTafel

Regelmatig herijken De Transitievisie Warmte is een adaptief document. De warmtetransitie is namelijk volop in ontwikkeling, veel randvoorwaarden zijn nog niet ingevuld (zie verderop in dit hoofdstuk), nieuwe innovaties komen op de markt en er is nog niet voor elk gebouw in Tilburg een haalbare en betaalbare eindoplossing. Regelmatig vernieuwen we daarom de Transitievisie Warmte op basis van de nieuwste inzichten. Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord doen we dat minstens iedere vijf jaar. Gezien de snel veranderende ontwikkelingen zal een eerste herziening waarschijnlijk eerder worden gemaakt. Zodoende kunnen we de voortgang volgen, innovaties meenemen, nieuwe warmte-uitvoeringsplannen benoemen en tijdig bijsturen op de bepaalde koers.

1

Zie Bijlage 3 voor de definitie van een warmte-uitvoeringsplan

9

De opgave Om in 2045 klimaatneutraal te zijn staan we in Tilburg voor de opgave om de CO2-uitstoot terug te brengen naar nul. In het referentiejaar 1990 bedroeg de totale Tilburgse uitstoot 1.244 miljoen kilogram, waarvan zo’n 720 miljoen kilogram veroorzaakt werd door de gebouwde omgeving. De overige uitstoot is afkomstig van de sectoren verkeer, industrie en landbouw. In de gebouwde omgeving is de uitstoot al teruggebracht naar ongeveer 535 miljoen kilogram in 2019, onder andere dankzij de keuze voor stadsverwarming in onder meer de Reeshof. Als tussendoelstelling voor 2030 hanteren we, in lijn met de landelijke doelstelling, een reductie van 49% ten opzichte van 1990. Dat betekent dat we de uitstoot nog met zo’n 175 miljoen kilogram moeten verminderen in de komende acht jaar. Een behoorlijke opgave, waar we samen de schouders onder moeten zetten. TABEL 1: UITSPLITSING CO2-UITSTOOT GEBOUWDE OMGEVING 2019 NAAR HERKOMST (bron: De Klimaatmonitor, Rijkswaterstaat)

Uitsplitsen CO2-uitstoot

CO2-uitstoot (miljoen kilogram)

CO2-uitstoot (%)

Woningen

287

54

Commerciele dienstverlening

162

30

Publieke dienstverlening

86

16

Totaal gebouwde omgeving

535

100

In Tilburg staan ruim 102.000 woningen en ruim 15.500 andere gebouwen. Ongeveer 27.000 woningen en enkele honderden andere gebouwen zijn al aangesloten op de stadsverwarming. In circa 6.000 van die woningen wordt nog wel aardgas gebruikt om te koken en/of voor warmtapwater. Daaruit volgt een opgave om ongeveer 81.000 woningen en 15.000 andere gebouwen aardgasvrij te maken. Alle nieuwbouw wordt aardgasvrij gerealiseerd en leidt niet tot een toename van het aantal gebouwen dat in de toekomst aardgasvrij gemaakt dient te worden. Apart nieuwbouwbeleid2 wordt ontwikkeld om aanvullende duurzaamheidsambities te realiseren. We moeten op zoek naar andere oplossingen voor verwarmen, koken en warmtapwater. Mogelijke alternatieven zijn warmtenetten, elektrische oplossingen (bijvoorbeeld warmtepompen of infraroodpanelen) of groen gas oplossingen (zoals biogas of waterstof). Maar ook tussenoplossingen zoals hybride warmtepompen zijn denkbaar. We starten niet vanaf nul. In Tilburg hebben we al eerder warmtetransities doorgemaakt. Lang geleden was hout onze voornaamste warmtebron. Later werd dit ingeruild voor turf, steenkool en stadsgas. Vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw werd aardgas geïntroduceerd. En zo’n 40 jaar geleden is gestart met de aanleg van de stadsverwarming. Nu staan we voor de opgave om opnieuw andere warmtebronnen te vinden.

Het is daarbij belangrijk om te leren van de positieve en negatieve lessen uit het verleden. We hebben recent al een aantal goede projecten gerealiseerd waar nuttige ervaringen zijn opgedaan. Denk aan de wijkaanpak in Quirijnstok, het aardgasvrij maken van de Mozartflat, de verduurzaming van de Abdij- en Torenbuurt en de Green Deals in Udenhout, De Blaak en de bedrijventerreinen Kraaiven en Vossenberg. Dat is een fijne start, maar het contrast tussen de weerbarstige praktijk van nu en de opgave waar we voor staan is enorm.

2

Via het in ontwikkeling zijnde nieuwbouwbeleid wordt gestimuleerd om, aanvullend op de eisen uit het Bouwbesluit, duurzaamheidsambities te realiseren. Besluitvorming wordt begin 2022 voorzien.

10

Bredere context De warmtetransitie in Tilburg staat niet op zichzelf. Ontwikkelingen op Europees, nationaal en (boven)regionaal niveau hebben invloed op de lokale kansen en mogelijkheden. Denk aan de Europese Green Deal, de kabinetsformatie, de Omgevingswet, de Wet collectieve warmtevoorziening en de (mogelijk in de toekomst verplichte) standaard voor woningisolatie. Maar ook de provinciale Omgevingsverordening, Regionale Energie- en Klimaat Strategie (REKS), de Regionale Structuur Warmte (RSW), het transitieplan warmtenet Midden- en West-Brabant en de stedelijke ontwikkelingsstrategie. Een beschrijving van deze parallelle trajecten is te vinden in Bijlage 1. Veel randvoorwaarden voor een succesvolle warmtetransitie, waaronder betaalbaarheid en wet- en regelgeving, zijn dus nog niet of onvoldoende ingevuld. Bij het opstellen van deze visie en de uitvoeringsfase daarna houden we rekening met deze onzekerheden.

Afwegingskader De gemeenteraad heeft aan de start van het visieproces randvoorwaarden, leidende principes en besliscriteria vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn in onderstaand tekstkader samengevat weergegeven. De volledige notitie is via www.bis.tilburg.nl te vinden. Twee principes zijn daarbij cruciaal en vormen de basis waarop we sturen. Enerzijds CO2-reductie om onze doelstellingen te behalen. Anderzijds kosteneffectiviteit om een betaalbare transitie te borgen. Op basis van onze uitgevoerde analyses zien we dat aanvullende randvoorwaarden noodzakelijk zijn om op grote schaal stappen naar aardgasvrij te zetten. Het Planbureau voor de Leefomgeving en de voorzitter van het Uitvoeringsoverleg gebouwde Omgeving Klimaatakkoord trekken vergelijkbare conclusies. In lijn daarmee stellen we een zestal aanvullende randvoorwaarden. De oorspronkelijke randvoorwaarden en leidende principes, en onderstaande aanvullende randvoorwaarden samen vormen het afwegingskader voor de uitvoering. 1. Woonlastenneutraliteit3 voor eindgebruikers; 2. Compensatie van uitvoeringskosten en regie- en uitvoeringscapaciteit gemeente; 3. Voldoende investerings- en uitvoeringsgelden en capaciteit voor woningcorporaties en Enexis; 4. Oplossingen voor onrendabele deel en voorfinanciering bij de aanleg van collectieve warmteoplossingen; 5. Voldoende bevoegdheden in wet- en regelgeving voor alle actoren; 6.

(on)mogelijkheden in de ruimtelijke ordening op o.a. technische, beleidsmatige en juridische aspecten. Een definitief besluit om delen van Tilburg aardgasvrij te maken vindt plaats bij vaststelling van warmte-uitvoeringsplannen. Zo’n besluit nemen we pas als aan alle punten van dit afwegingskader wordt voldaan. We gaan in gesprek met het Rijk over wat nodig is om dat te realiseren. Daarbij trekken we samen op met partners in Tilburg en met de andere G40-gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

3

Als definitie voor woonlastenneutraliteit hanteren we dat de besparingen op de energierekening gelijk moeten zijn aan - of groter dan - de financieringslast of huurverhoging op het moment van investeren. Zie Bijlage 3 voor een verdere toelichting.

11

Randvoorwaarden

- Bestaande afspraken en trajecten blijven parallel lopen We hanteren bestaande nationale, (boven)regionale en lokale afspraken en trajecten als randvoorwaarde. Zo zorgen we ervoor dat lopende trajecten parallel kunnen blijven lopen. Het is daarbij essentieel dat over en weer verbindingen worden gelegd om toekomstbestendige uitkomsten te borgen. - Zorgvuldige en transparante kennisbank Samen met belanghebbenden werken we aan het verzamelen en analyseren van informatie. Dit maken we transparant en toegankelijk. - Betrouwbaar en toekomstbestendig We vinden een betrouwbare en comfortabele warmtevoorziening belangrijk, nu en in de toekomst. Daarom kijken we naar leveringszekerheid van bronnen en infrastructuur en passen we alleen oplossingen toe waarvan we weten dat ze werken.

Leidende principes

- CO2-reductie is leidend richting een klimaatneutraal Tilburg De gemeentelijke doelstelling is een klimaatneutraal Tilburg in 2045. Een van de middelen om dat doel te bereiken is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Er zijn meerdere routes die leiden naar klimaatneutraliteit. We stellen daarom de CO2-impact leidend bij het maken van onze keuzes. - Bij uitbreiding van het Amernet streven we naar een verminderde hoeveelheid verstookte biomassa in de Amercentrale De gemeenteraad van Tilburg heeft een motie aangenomen om te streven naar een biomassavrije gemeente. Daarom streven we er ook naar dat eventuele uitbreiding van het Amernet leidt tot een verminderde hoeveelheid verstookte biomassa in de Amercentrale. - Borging van belangen; komen tot een gedragen visie De manier waarop besluiten tot stand komen en hoe men daarbij betrokken is, heeft invloed op de acceptatie van besluiten. Het borgen van belangen van inwoners en bedrijven is een belangrijk principe. We streven daarmee naar het realiseren van een gedragen visie. - Kosteneffectief voor de gehele warmteketen én eindgebruiker In het klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtetransitie plaatsvindt tegen de laagste nationale kosten. Dat zijn de totale kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Echter, we vinden het van cruciaal belang om de transitie betaalbaar te houden voor onze inwoners.

Daarom streven we ook naar de laagste kosten voor iedere eindgebruiker.

Besliscriteria

- CO2-uitstoot Het alternatief voor aardgas dat tot de minste CO2-uitstoot leidt heeft de voorkeur. Op basis van het huidige energieverbruik is de huidige CO2-uitstoot bepaald. Met modelberekeningen is per aardgasvrij alternatief bepaald wat de uitstoot in 2030 is wanneer dat alternatief wordt toegepast. Het verschil tussen de huidige uitstoot en de toekomstige uitstoot is gebruikt voor de zogeheten Multi Criteria Analyse. - Nationale kosten In het klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtetransitie plaatsvindt tegen de laagste nationale kosten. Dit zijn de totale kosten van een warmte alternatief voor de Nederlandse samenleving als geheel. Er wordt niet gekeken naar wie kosten maakt of baten ontvangt, maar alleen naar wat die kosten en baten in totaal zijn voor de keten als geheel. Met modelberekeningen is per aardgasvrij alternatief bepaald wat de nationale kosten zijn wanneer dat alternatief wordt toegepast. - Eindgebruikerskosten Dit betreft alle kosten die een eigenaar-bewoner betaalt voor de omschakeling naar een aardgasvrij alternatief. Dit zijn investeringskosten voor installaties en isolatie en doorlopende kosten voor energie en onderhoud. Via modelberekeningen zijn deze kosten bepaald en uitgedrukt in jaarlijkse kosten zodat eenmalige investeringen en doorlopende kosten met elkaar kunnen worden vergeleken.

Ook beschikbare subsidies, belastingen en eventuele besparingen in energiegebruik zijn hierin meegenomen. - Aanwezigheid van warmtebronnen Een beschikbare warmtebron is een randvoorwaarde om over te schakelen op een aardgasvrij alternatief. In deze fase van visievorming is het onmogelijk om voor de hele gemeente inzichtelijk te maken welke warmtebronnen beschikbaar zijn en/of beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daarom is een inschatting gemaakt op basis van meerdere criteria, zoals huidige ligging gasnet, potentie voor zonne-energie op daken en afstand tot infrastructuur Amernet. - Ruimtelijke inpassingsmogelijkheden Het ruimtelijk kunnen inpassen van infrastructuur is een randvoorwaarde om over te schakelen op een aardgasvrij alternatief. In deze fase van visievorming is het onmogelijk om voor de hele gemeente inzichtelijk te maken waar welk aardgasvrij alternatief ruimtelijk kan worden ingepast. Daarom is een inschatting gemaakt op basis van meerdere criteria, zoals huidige ligging gasnet, bebouwingsdichtheid, bouwjaar en straatprofiel. 12

2. PROCES TOTSTANDKOMING VISIE Medio 2019 is gestart met een verkenningsfase. De gemeente Tilburg heeft met een brede groep stakeholders gesproken. Zo zijn interviews gehouden met ruim 40 interne en externe personen van onder andere woningcorporaties, Enexis, Ennatuurlijk, energiecoöperaties, bedrijvenverenigingen en bewonerscollectieven. Op basis van deze gesprekken is een plan van aanpak opgesteld. In maart 2020 heeft het college dit plan vastgesteld en is gestart met het inrichten van de organisatiestructuur.

Stuurgroep Onder leiding van een onafhankelijk voorzitter hebben meerdere partijen een stuurgroep gevormd. In deze stuurgroep zitten vertegenwoordigers namens de gemeente, Enexis, de vijf Tilburgse energiecoöperaties, de drie Tilburgse woningcorporaties, bedrijvenfederatie BORT, huurdersbelangenorganisatie SBO en Tilburg University. De stuurgroep wordt gevoed door een stedelijk team, technisch team en omgevingsteam waarin de gemeente, Enexis, energiecoöperaties en woningcorporaties vertegenwoordigd zijn. Voor technische informatie en inzicht is, naast het technisch team, ook gesproken met een aantal experts uit de stad in de vorm van een expertmeeting. Op basis van een technische en financiële analyse zoals beschreven in Hoofdstuk 3, is door de stuurgroep een ontwikkelrichting geformuleerd met een eerste opzet voor de strategie en aanpak. Via een getrapt participatieproces is deze ontwikkelrichting getoetst bij inwoners van Tilburg.

Digitale dialoog Via een digitale dialoog bestaande uit drie ronden is een brede raadpleging onder ruim 1.500 inwoners van Tilburg georganiseerd. In iedere ronde konden Tilburgers anoniem open vragen beantwoorden. Deze vragen gingen o.a. over welke kansen en bedreigingen men ziet in de warmtetransitie, wat men vindt van de ontwikkelrichting voor de aanpak van vier stadsdelen en hoe inwoners in het vervolgproces in buurten en wijken betrokken zouden moeten worden. Na iedere ronde kregen respondenten de antwoorden van anderen te zien waarmee het eigen beeld werd verrijkt. Vervolgens konden deelnemers de anonieme bijdragen van twintig andere Tilburgers beoordelen met een puntenwaardering en toelichting. Dit geeft een beeld van de beste en de minst gewaardeerde meningen. Enkele algemene bevindingen uit de digitale dialoog zijn hieronder opgesomd. In Hoofdstuk 4 zijn specifieke bevindingen weergegeven bij desbetreffende alinea’s. Het verslag over de resultaten is te vinden in Bijlage 4.

• Kosten en investeringen zien Tilburgers als grootste nadeel aan het nieuwe verwarmen; • Duurzaamheid zien Tilburgers als grootste voordeel aan het nieuwe verwarmen; • Extreme standpunten, zowel positief als negatief, krijgen weinig steun van andere deelnemers; • Ruim de helft verwacht dat het huis in waarde daalt als het niet verduurzaamd wordt; • De vraag over een eerlijke kostenverdeling ligt velen zwaar op de maag; • Verreweg de meeste Tilburgers herkennen allerlei overblijfselen van vorige warmtetransities in de stad; • Tweederde van de Tilburgers vindt het een goed idee om op wijkniveau warmteplannen uit te werken.

TilburgerTafel Parallel aan het proces met de digitale dialoog is een TilburgerTafel ingericht, waarvoor inwoners zich konden aanmelden. Uit circa 60 aanmeldingen is een zo divers mogelijke selectie gemaakt op basis van o.a. geslacht, leeftijd en postcode. De TilburgerTafel bestond uit 20 personen. Aan hen is gevraagd de ontwikkelrichting te toetsen. De TilburgerTafel had inzicht in de reacties uit de digitale dialoog, en heeft een inhoudelijke toelichting gekregen op hoe de ontwikkelrichting tot stand is gekomen. In een aantal verdiepende gesprekken die zij onderling ‘aan tafel’ hebben gevoerd, is hun advies tot stand gekomen. Naast het toetsen van de ontwikkelrichting is aan de TilburgerTafel gevraagd om een advies uit te brengen over het vervolg. Waar moet rekening mee worden gehouden bij het opstellen van warmte-uitvoeringsplannen in buurten en wijken? En hoe willen bewoners daarbij betrokken worden?

13

Enkele algemene adviezen van de TilburgerTafel zijn hieronder opgesomd. In Hoofdstuk 4 zijn specifieke adviezen weergegeven bij desbetreffende alinea’s. Het complete advies van de TilburgerTafel is te vinden in Bijlage 4. • B  lijf de brede database opbouwen met inwoners waarmee je een relatie opbouwt voor beleidsvragen in de volgende fasen; • Geef off-line ouderen, Tilburgers met allochtone afkomst en jongeren extra aandacht de komende tijd; • Het is verstandig met een breed expertteam op vragen, stellingen en sentimenten te reageren; • D  e TilburgerTafel steunt de wijkaanpak, maar vraagt een focus op samenhangende buurten en clusters van soortgelijke woningen; • C  ommuniceer massaal en schakel de hele gemeenschap in. Transitiecommunicatie is een slag zwaarder: operationaliseer breed, dus ook met unusual suspects, organiseer tegenkracht en omdenken, en een brede aansturing. • V  ertel het verhaal dat het verlangen naar in-één-keer-goed niet honoreerbaar is. De warmtevoorziening moet door een tijd van variatie en selectie heen. • W  erk komende jaren aan een groeiend vertrouwen tussen de al actieve inwoners, de TilburgerTafel, de duizenden die reageren in de digitale dialoog, de regionale ondernemingen, kennisleveranciers en de gemeente. Bereid u voor als u de wijk in gaat: wees helder waarover we kunnen meepraten en waarover niet.

Leerproces Met het getrapte participatieproces via de digitale dialoog en de TilburgerTafel is de ontwikkelrichting getoetst en ligt er een advies over het vervolgproces in buurten en wijken. Deze nieuwe manier van samenwerking sluit aan bij het gemeentelijk ‘Actieplan inwonerparticipatie’ en levert inzichten op die leerzaam zijn voor gemeente en betrokken inwoners. Onder inwoners ontstaat inzicht en een groeiend begrip over het proces en de besluitvorming gedurende deze transitie. Beleidsmakers krijgen meer inzicht in de beweegredenen en motieven van de Tilburgers. Daarmee is dit proces belangrijk geweest in de totstandkoming van de visie en heeft de werkwijze veel potentie om voort te zetten in de vervolgstappen om samen tot uitvoering te komen.

14

3. TECHNISCHE EN FINANCIËLE ANALYSE In dit hoofdstuk beschrijven we de meest kansrijke alternatieven voor het aardgasvrij verwarmen in Tilburg. Hiervoor is onderzoek gedaan naar zowel de technische als financiële haalbaarheid van diverse alternatieven. Voor deze analyse hebben we meerdere databronnen en methodes gebruikt. De inzichten uit deze analyse liggen ten grondslag aan deze visie. We behandelen hieronder op hoofdlijnen de bronnen en criteria, methoden, resultaten en conclusies. Een uitgebreide toelichting is te vinden in Bijlage 2.

Modelberekeningen Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een startanalyse uitgevoerd met modelberekeningen op basis van landelijke kentallen en gemiddelden. Adviesbureau CE-Delft heeft vervolgens in opdracht van de Gemeente Tilburg vergelijkbare berekeningen uitgevoerd, maar dan op basis van Tilburgse kentallen en gemiddelden. In samenwerking met Tilburg University is het Energie Huishoudboekje van de Tilburger opgesteld door adviesbureau Finance Ideas. Daarmee zijn voor alle 252 buurten in Tilburg de CO2-uitstoot, nationale kosten, eindgebruikerskosten, beschikbaarheid van warmtebronnen en ruimtelijke inpassingsmogelijkheden inzichtelijk gemaakt voor zeven mogelijke aardgasvrije alternatieven. Deze zeven alternatieven zijn te categoriseren naar groen gas oplossingen (Hr-ketel en hybride warmtepomp op buitenlucht), ‘all electric’ oplossingen (warmtepomp bodem en warmtepomp buitenlucht) en traditionele warmtenetten (warmtenet hoge-temperatuur, warmtenet midden-temperatuur en warmtenet lage-temperatuur). De uitgevoerde berekeningen zijn primair toegepast op woningen. Voor bedrijventerreinen en utiliteitsbouw zijn in het vervolg aanvullende onderzoeken nodig om inzicht te krijgen in passende alternatieven voor aardgas.

Multi Criteria Analyse & Energie Huishoudboekje van de Tilburger

De verzamelde gegevens zijn in twee stappen geanalyseerd om inzicht te krijgen en conclusies te kunnen trekken. Als eerste stap is een Multi Criteria Analyse toegepast. Een methode om gegevens te ordenen en door middel van scenarioberekeningen de verschillen tussen technieken inzichtelijk te maken. Uit die stap volgt in hoeverre een aardgasvrij alternatief passend is. De tweede stap is het opstellen van het Energie Huishoudboekje van de Tilburger. Daarin zijn de huidige energielasten inzichtelijk gemaakt, is de verwachte ontwikkeling van die lasten doorgerekend wanneer we niets doen, en zijn de kosten van de alternatieven voor aardgas weergegeven. Uit de combinatie van beide stappen volgt het inzicht in de betaalbaarheid van de meest passende alternatieven voor bestaande woningbouw. Multi Criteria Analyse Om de aardgasvrije alternatieven met elkaar te kunnen vergelijken is dus een Multi Criteria Analyse (MCA) toegepast. Daarbij worden allereerst de beschikbare gegevens geordend door per buurt, voor alle zeven technieken, de vijf criteria onder elkaar te zetten. Vervolgens worden de gegevens gestandaardiseerd zodat criteria met verschillende eenheden kunnen worden vergeleken. De laatste stap bestaat uit het doorrekenen van scenario’s door weging toe te kennen aan de criteria.

Hiermee wordt inzicht verkregen in hoeverre een techniek passend is een bepaalde buurt op basis van de gekozen criteria en weging. Het Energie Huishoudboekje van de Tilburger Dat een bepaald alternatief voor aardgas het meest passend is op basis van de MCA, wil niet zeggen dat het voor de inwoners ook betaalbaar is. Om inzicht te krijgen in de betaalbaarheid is het Energie Huishoudboekje van de Tilburger opgesteld. Dat is in een aantal stappen gedaan. (1) Eerst is inzichtelijk gemaakt wat de huidige energielasten zijn op basis van de werkelijke verbruiksgegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is op een microniveau gedaan om een zo gedetailleerd mogelijk resultaat te krijgen. (2) Vervolgens is bepaald welk deel van die energielasten is toe te rekenen aan verwarming, warmtapwater en koken. (3) Door daar de kosten voor afschrijving en onderhoud van de huidige installatie bij op te tellen is het totale budget bekend wat nu wordt betaald voor verwarming, warmtapwater en koken.

15

Dit noemen we het ‘investeringsbudget’. Immers, dit budget kan ook op een andere manier worden ingezet waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas. (4) De laatste stap is het afzetten van het investeringsbudget tegen de eindgebruikerskosten van de aardgasvrije alternatieven. Daarmee ontstaat inzicht in het verschil tussen de lasten nu en lasten straks. Deze eindgebruikerskosten bestaan uit alle kosten die een eigenaar-bewoner betaalt voor de omschakeling op een aardgasvrij alternatief. Dit zijn investeringskosten voor het aanschaffen en gebruiken van installaties en isolatie, en doorlopende kosten voor energie en onderhoud. Subsidies en belastingen zijn eveneens in de berekening meegenomen. Om de kosten van de technieken onderling te kunnen vergelijken zijn de resultaten weergegeven in jaarlijkse kosten. Hierbij zijn investeringen afgeschreven over een bepaalde termijn rekening houdend met marktrente en opgeteld bij de doorlopende kosten.

STAP 1: TOTALE HUIDIGE ENERGIEREKENING Op basis van werkelijk verbruikscijfers CBS

↓ STAP 2: ENERGIEREKENING VOOR VERWARMING, WARMTAPWATER EN KOKEN Door elektriciteitsverbruik af te trekken van stap 1

↓ STAP 3: TOTALE ENERGIELASTEN VOOR VERWARMING, WARMTAPWATER EN KOKEN Door kosten voor afschrijving en onderhoud op te tellen bij stap 2

↓ STAP 4: VERSCHIL TUSSEN HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE LASTEN Door lasten uit stap 3 af te zetten tegen de eindgebruikerskosten van alternatieven FIGUUR 1: DOORLOPEN STAPPEN OM ENERGIE HUISHOUDBOEKJE VAN DE TILBURGER OP TE STELLEN Aanvullend is doorgerekend hoe het investeringsbudget zich naar 2030 toe gaat ontwikkelen wanneer geen maatregelen in woningen worden doorgevoerd. Dit is gedaan op basis van de verwachte ontwikkelingen in de energierekening door het Planbureau voor de Leefomgeving. De lasten zullen hoger worden door o.a. een stijgende belasting op aardgas, inflatie en een verwachte stijging in netwerkkosten. Het Energie Huishoudboekje geeft daarmee niet alleen inzicht in de huidige energielasten, maar ook in de toekomstige energielasten.

Tilburg in vier zones De resultaten van de MCA en het Energie Huishoudboekje zijn op buurtniveau inzichtelijk gemaakt en aan elkaar gekoppeld. Hierdoor zien we op detailniveau wat haalbaar en betaalbaar zou kunnen zijn. Deze informatie gaat op een later moment de basis vormen voor het opstellen van de eerste warmte-uitvoeringsplannen de komende jaren. De kracht van deze visie is juist dat we op gemeentelijk niveau de koers en richting op hoofdlijnen aangeven. Het buurtniveau is daarvoor te gedetailleerd. Op basis van onze analyses hebben we Tilburg opgedeeld in vier zones. Deze zones onderscheiden zich van elkaar in bouwjaren, bebouwingsdichtheid en huidige energie infrastructuur. Hieronder zijn de kenmerken van alle zones beschreven. Vervolgens zijn de resultaten van de MCA en het Energie Huishoudboekje per zone weergegeven.

16

4

Naar het nieuwe verwarmen in Tilburg 5

N6

4

1 2

1 2

1 1 Westzijde de 2 2 Rond ringbanen 3 Binnen de 3 4 ringbanen 4 Noordoost zijde Westzijde

Rond de ringbanen

A58

3

3

A58

Binnen de ringbanen

A58

Noordoost zijde

Zone 1: westzijde Deze zone aan de westzijde van Tilburg bestaat voornamelijk uit de Reeshof en omliggend gebied zoals de bedrijventerreinen Vossenberg en Kraaiven. De meeste gebouwen zijn gebouwd in de jaren 80 en 90. Het overgrote deel van de woningen in dit gebied is aangesloten op de stadsverwarming en gebruikt geen aardgas. Op de bedrijventerreinen is een deel van de gebouwen aangesloten op de stadsverwarming, maar een groot deel maakt nog gebruik van aardgas. Grofweg het gebied boven de spoorlijn is aangesloten op een 90/70 °C netwerk, en het gebied onder de spoorlijn op een 70/40 °C netwerk. Dit betekent een inkomende warmtestroom van 90 respectievelijk 70 °C en een uitgaande warmtestroom van 70 respectievelijk 40 °C. Het gebied onder de spoorlijn maakt gebruik van de retourstroom van het gebied boven de spoorlijn. Aangezien de meeste woningen en een deel van de andere gebouwen al aardgasvrij zijn is voor deze zone geen MCA uitgevoerd. Zone 2: rond de ringbanen Deze zone bestaat uit de wijken rondom de ringbanen in Tilburg-Noord (Stokhasselt, Heikant en Quirijnstok), wTilburg-West (Wandelbos, Het Zand, De Reit en Zorgvlied) en Tilburg-Zuid (Stappegoor, Groenewoud en De Leij). Deze wijken zijn grotendeels gebouwd in de jaren 50, 60 en 70. De bebouwingsdichtheid is hoog door relatief veel gestapelde bouw.

Ook de bedrijventerreinen in dit deel van Tilburg, waaronder Het Laar, De Katsbogten en Loven vallen in deze zone. De meeste gebouwen maken gebruik van aardgas, een deel is aangesloten op de stadsverwarming. Daarbij is het opvallend dat een flink deel van de op de stadsverwarming aangesloten gebouwen (circa 6.000) ook een aardgasaansluiting heeft voor koken en/of warmtapwater. Zone 3: binnen de ringbanen Het gebied binnen de ringbanen betreft zone 3. Dit gebied is erg divers en kenmerkt zich door een hoge bebouwingsdichtheid. Er staan veel verschillende gebouwen, zowel oude monumenten als nieuwbouw. Maar ook de Kanaalzone met veel bedrijven maakt onderdeel uit van deze zone. Het overgrote deel van de gebouwen maakt gebruik van aardgas, enkele gebouwen zijn aangesloten op de stadsverwarming. Zone 4: noordoostzijde Deze zone bestaat uit de dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel en het omliggende buitengebied. Ook ruim opgezette wijken zoals De Blaak passen hierbij. De bebouwingsdichtheid is lager dan in de (rest van de) stad en nagenoeg alle gebouwen zijn aangesloten op het aardgasnet.

17

Resultaten en conclusies

Onderstaande tabellen tonen een samenvatting van de resultaten uit de Multi Criteria Analyse en het Energie Huishoudboekje van de Tilburger. In Bijlage 2 is een uitgebreide beschrijving van het onderzoek opgenomen, en zijn de totale resultaten weergegeven. Tabel 2 bevat de resultaten van de Multi Criteria Analyse. Groen gas oplossingen scoren overal goed op eindgebruikerskosten. Dit komt doordat weinig tot geen aanpassingen in gebouwen en infrastructuur nodig zijn. Op CO2-uitstoot scoort groen gas redelijk tot slecht. Dit is te verklaren doordat in de berekeningen geen energiebesparing wordt meegenomen aangezien isolatiemaatregelen niet noodzakelijk zijn voor deze techniek. Voor de periode tot circa 2030 zijn groen gas oplossingen echter geen geschikt grootschalig alternatief vanwege de beperkte beschikbaarheid. Hybride oplossingen zoals een warmtepomp in combinatie met een Cv-ketel op aardgas zijn wel geschikt als tijdelijke oplossing. Daarbij wordt het aardgasverbruik, en de daarmee samenhangende CO²-uitstoot, al fors verminderd. ‘All electric’ oplossingen scoren overal slecht op eindgebruikerskosten. Dit komt doordat zowel vergaande aanpassingen in gebouwen als in infrastructuur nodig zijn. Op CO2-uitstoot scoort ‘all electric’ redelijk.

Het energiegebruik zal weliswaar afnemen doordat isolatiemaatregelen worden toegepast, maar doordat het aandeel duurzame elektriciteit in 2030 naar verwachting nog gering is, is de besparing op CO2 beperkt. Bovendien leidt de keuze voor ‘all electric’ oplossingen tot een hogere elektriciteitsvraag. Dit heeft ruimtelijke consequenties vanwege de verzwaring van het elektriciteitsnet en de duurzame opwek van elektriciteit met bijvoorbeeld zonnepanelen en windmolens. Dit aspect is niet meegenomen in de analyse, maar wel goed om te realiseren. Warmtenetten scoren redelijk tot slecht op eindgebruikerskosten. Ook voor deze techniek geldt dat aanpassingen in gebouwen en infrastructuur nodig zijn. De benodigde gebouwaanpassingen zijn afhankelijk van de temperatuur die het type warmtenet kan leveren (hoge-, midden- of lage temperatuur). De CO2-uitstoot van warmtenetten scoort redelijk tot goed. Dit is onder andere afhankelijk van de warmtebron die aan het warmtenet is gekoppeld. In de berekeningen is uitgegaan van omgevingswarmte zonder CO2-uitstoot voor lage temperatuur warmtenetten. Voor hoge temperatuur warmtenetten is uitgegaan van de restwarmte uit de Amercentrale. De overstap van steenkool naar biomassa, zoals momenteel wordt doorgevoerd, is daarin meegerekend conform de huidige normen voor biomassa. TABEL 2: RESULTATEN MULTI CRITERIA ANALYSE (MCA)

Zone 1 Groen gas 'All electric' Warmtenet

Geen MCA uitgevoerd, want deze zone is al grotendeels aardgasvrij

Zone 2

Zone 3

Zone 4

CO2

�

CO2

�

CO2

�

Slecht

Goed

Redelijk

Goed

Redelijk

Goed

Redelijk

Slecht

Redelijk

Slecht

Redelijk

Slecht

Goed

Redelijk

Redelijk

Slecht

Redelijk

Slecht

Tabel 3 toont de resultaten van het Energie Huishoudboekje. De bedragen zijn afgerond op tientallen. Per zone is eerst weergegeven wat de gemiddelde jaarlijkse energierekening per huishouden is. Vervolgens zijn de totale huidige lasten voor verwarming, koken en warmtapwater inzichtelijk gemaakt. Dit is gedaan door bij de kosten voor energie ook kosten voor afschrijving en onderhoud van installaties op te tellen. Dit bedrag noemen we het investeringsbudget 2020. Ook is doorgerekend hoe deze lasten zich tot 2030 ontwikkelen wanneer geen ingrepen plaatsvinden. De kosten om over te stappen op een aardgasvrij alternatief zijn daaronder weergegeven. Deze bedragen bestaan uit eenmalige investeringen (voor onder andere gebouwaanpassingen, installaties en infrastructuur) en doorlopende kosten (onder andere energie, onderhoud en belastingen). De bedragen zijn uitgedrukt in jaarlijkse kosten om technieken onderling vergelijkbaar te maken. Dit inzicht op hoofdlijnen is voor deze fase van visievorming belangrijk. Om uiteindelijk tot investeringsbeslissingen te komen is meer gedetailleerd inzicht noodzakelijk.

18

In de uitwerking van warmte-uitvoeringsplannen zal de uitsplitsing worden gemaakt in onder andere de kosten voor gebouwmaatregelen, installaties, infrastructuur, afschrijving en onderhoud. Ook zal dan het effect van de plannen op andere aspecten zoals comfortverhoging en woningwaarde worden meegenomen. Een definitief besluit wordt pas genomen bij vaststelling van het warmte-uitvoeringsplan. Uit de cijfers komt naar voren dat technieken waarbij veel investeringen moeten worden gedaan leiden tot hoge jaarlijkse kosten. Dit geldt voor ‘all electric’ oplossingen en warmtenetten. Bij groen gas oplossingen zijn deze investeringen niet noodzakelijk om aardgasvrij te worden en vallen de jaarlijkse kosten lager uit. Groen gas oplossingen kunnen als enige binnen het huidige investeringsbudget kunnen worden gerealiseerd, alle andere technieken komen hoger uit. Echter, zoals eerder vermeld is groen gas geen reëel alternatief voor de komende jaren vanwege de beperkte beschikbaarheid. Op basis van de traditionele technieken en huidige kostenverdelingssystematiek in Nederland is een grootschalige woonlastenneutrale overstap naar aardgasvrij dus niet haalbaar. Uit onderzoek van het Nibud blijkt ook dat eigenaren door onzekerheid over overheidsbeleid worden gehinderd in het nemen van stappen om verduurzaming te realiseren.

Tegelijkertijd zien we dat wanneer geen ingrepen worden gedaan, in alle zones de kosten zullen stijgen door o.a. een stijgende belasting op aardgas, inflatie en een verwachte stijging in netwerkkosten.

TABEL 3: RESULTATEN ENERGIE HUISHOUDBOEKJE VAN DE TILBURGER

Zone 1

Zone 2

Zone 3

Zone 4

Huidige jaarlijkse energierekening (prijspeil 2020)

€ 1.770

€ 1.440

€ 1.490

€ 2.080

Investeringsbudget 2020 huidig (prijspeil 2020)

€ 1.220

€ 1.280

€ 1.370

€ 1.730

Investeringsbudget 2030 toekomst (prijspeil 2030)

€ 1.490

€ 1.800

€ 1.960

€ 2.540

Hr-ketel

€ 1.240

€ 1.330

€ 1.690

Hybride warmtepomp buitenlucht

€ 1.150

€ 1.220

€ 1.540

Warmtepomp buitenlucht

€ 3.470

€ 3.290

€ 4.950

Warmtepomp bodem

€ 3.540

€ 3.380

€ 5.010

Warmtenet lage-temperatuur

€ 4.260

€ 4.070

€ 5.560

Warmtenet midden-temperatuur

€ 3.760

€ 3.490

€ 4.520

Warmtenet hoge-temperatuur

€ 2.800

€ 2.880

€ 3.210

Eindgebruikerslasten per techniek (prijspeil 2020) Groen gas

'All electric'

Warmtenet

19

Conclusies Multi Criteria Analyse en het Energie Huishoudboekje Op basis van de Multi Criteria Analyse en het Energie Huishoudboekje van de Tilburger trekken we de volgende conclusies: • G  roen gas oplossingen zijn kostentechnisch interessant. Echter is de CO2-winst beperkt wanneer niet ook vergaand geïsoleerd wordt. Bovendien is er vooralsnog onvoldoende groen gas beschikbaar om als reëel grootschalig alternatief voor aardgas in te zetten. Groen gas oplossingen zijn daarom niet grootschalig toepasbaar vóór 2030. Vanuit de regio Hart van Brabant wordt een onderzoek opgestart naar de potentie en beschikbaarheid van groen gas om zicht te krijgen op de mogelijkheden ná 2030. Hybride varianten met bijvoorbeeld een warmtepomp in combinatie met een Cv-ketel op aardgas zijn wel geschikt als tijdelijke tussenoplossing voor gebieden waar vooralsnog geen volledig aardgasvrij alternatief voorhanden is. • 'All electric' oplossingen kunnen op gebouw- of blokniveau een interessant alternatief zijn. Maar voor grootschalige toepassing in buurten en wijken zijn de kosten te hoog en is de CO2-winst beperkt. Vergaande isolatie en aanpassing van de elektriciteitsinfrastructuur zijn in dat geval benodigd. Bovendien is er voorlopig nog onvoldoende groene elektriciteit beschikbaar om in deze extra vraag te voorzien.

We concluderen daarom dat 'all electric' oplossingen vooralsnog geen geschikt alternatief zijn om grootschalig toe te passen. • T raditionele warmtenetten scoren in zone 3 en 4 redelijk op CO2-uitstoot, maar slecht op kosten. In die zones lijkt een grootschalig toepasbaar alternatief voor aardgas dus voorlopig nog niet voorhanden. In zone 2 lijken warmtenetten kansrijker. De CO2-winst is groot en de kosten zijn lager dan in zones 3 en 4. Zone 2 heeft daarmee potentie om als eerste zone op te pakken. Al toont het Energie Huishoudboekje aan dat de overstap naar een traditioneel warmtenet gemiddeld niet woonlastenneutraal kan worden gerealiseerd. • D  e gemiddelde energielasten zullen de komende jaren stijgen wanneer geen ingrepen worden gedaan. Met name huishoudens die momenteel aardgas gebruiken zullen hier de gevolgen van ondervinden vanwege de stijgende belasting op het gebruik van aardgas. • M  et de zeven traditionele technieken die modelmatig zijn doorgerekend in de Multi Criteria Analyse ontstaat vooralsnog geen goed evenwicht tussen eindgebruikerskosten en CO2-reductie. Op basis van de traditionele technieken en huidige kostenverdelingssystematiek in Nederland is een grootschalige woonlastenneutrale overstap naar aardgasvrij dus niet haalbaar. Nieuwe inzichten De laatste conclusie is hard. Het is geen optie om vervolgens niets te doen.

Zoals in Hoofdstuk 1 vermeld starten we echter niet vanaf nul. Er zijn in Tilburg al diverse projecten gerealiseerd en meer gedetailleerde onderzoeken uitgevoerd naar alternatieven voor aardgas. De Multi Criteria Analyse en het Energie Huishoudboekje geven een goed inzicht op basis van modelberekeningen. De opgedane praktijkervaringen met nieuwe ontwikkelingen zijn daar een belangrijke aanvulling op. Eén van die ontwikkelingen is een nieuw type warmtenet, een zogenaamd 5de generatie warmte-koude net.

20

5de generatie warmte-koude net Eén van die inzichten betreft een uitgevoerd onderzoek in Tilburg-Zuid naar de mogelijkheden van een nieuw type warmtenet, een zogenaamd 5de generatie warmte-koude net. Zo’n type net is op een aantal aspecten anders dan reguliere warmtenetten. Zo is het een vraaggestuurd laagtemperatuurnet waarbij je warmte van een bepaalde temperatuur ontvangt die je op dat moment nodig hebt. Er wordt gebruik gemaakt van lokale bronnen en opslagmogelijkheden zoals aquathermie, ondiepe geothermie en warmte-koude opslag. Ook wordt (rest)energie van gebruikers onderling actief uitgewisseld. Daardoor wordt de energievraag maximaal gereduceerd wat leidt tot een lage CO2-uitstoot. Het net levert naast warmte ook koude voor koeling in de zomer. Een zeer wenselijke toevoeging gezien het veranderende klimaat. Daarnaast biedt zo’n net de mogelijkheid om vanuit kleine clusters van enkele honderden aansluitingen te starten en vervolgens gebiedsgericht geleidelijk te groeien. De aanvangsinvesteringen zijn daarmee beperkt en er ontstaan meer mogelijkheden voor lokaal eigenaarschap en sturing. Ook zijn in het onderzoek de systeemkosten inzichtelijk gemaakt, inclusief het deel daarvan dat landt bij de eindgebruiker. Deze kosten zijn vergelijkbaar met een traditionele woning met aardgas en airco.

Zo’n nieuw type net heeft daarmee potentie om het financiële gat naar een woonlastenneutraal alternatief te verkleinen en biedt daarnaast andere voordelen zoals hierboven beschreven. Alleen zijn de benodigde woningaanpassingen zoals isolatie in het onderzoek nog niet meegenomen. Meer technische, organisatorische en financiële uitwerking is noodzakelijk om de haalbaarheid, opschaalbaarheid en betaalbaarheid te bevestigen en risico’s inzichtelijk te maken. De oprichting van een publiek warmtebedrijf is één van de mogelijkheden die we gaan onderzoeken.

Aanvullende conclusies • D  e studie in Tilburg-Zuid naar een 5de generatie warmte-koude net laat ons zien dat technische innovaties en andere organisatie- en financieringsmodellen kansrijk zijn. Niet alleen vanwege een lage CO2-uitstoot en de mogelijkheid tot stapsgewijze ontwikkeling. Ook lijkt het financiële gat naar een woonlastenneutraal alternatief aanmerkelijk te kunnen worden verkleind. • D  aarnaast is lokaal eigenaarschap, bijvoorbeeld door gemeente of bewonerscollectieven, in nieuwe typen warmtenetten belangrijk voor het creëren van ruimte om te sturen op financiële aspecten zoals risico en rendement (commerciële bedrijven hebben doorgaans een hogere rendementseis dan gemeenten en/of bewonerscollectieven). Een betaalbaar warmtesysteem wordt hierdoor kansrijker en we worden minder afhankelijk van externe warmteleveranciers.

21

4. SAMEN OP WEG NAAR HET NIEUWE VERWARMEN IN TILBURG Veel randvoorwaarden voor een snelle en succesvolle warmtetransitie zijn nu nog niet ingevuld. Zo kan woonlastenneutraliteit nog niet worden waargemaakt als we kijken naar het opgestelde Energie Huishoudboekje van de Tilburger. Wet- en regelgeving moet nog worden aangepast om gemeenten in staat te stellen haar in het Klimaatakkoord toebedeelde regierol te kunnen vervullen. Daarnaast krijgen gemeenten de financiering van de kosten voor deze nieuwe rol niet rond. Ook de woningcorporaties en Enexis ontbreekt het aan voldoende middelen en ondersteunende wet- en regelgeving. De verhuurdersheffing die corporaties aan het Rijk moeten afdragen, in combinatie met andere grote opgaven zoals het realiseren van voldoende nieuwbouw, beperkt de investeringsmogelijkheden. De schaarste aan technisch personeel en ruimte voor Enexis in wetgeving om te anticiperen op aankomende ontwikkelingen, verhogen de druk op de al hoog belaste huidige energie infrastructuur. Naast deze belemmeringen zullen de komende jaren innovaties op de markt komen die meer mogelijkheden bieden dan huidige technieken. En parallel hieraan wordt een nieuw speelveld gevormd doordat verschillende partijen intensiever met elkaar gaan samenwerken. Kortom, we hebben te maken met veel dynamiek en onzekerheden. En toch moeten we aan de slag.

Niets doen is geen optie, daarvoor is de klimaatopgave te groot en de tijd te kort. Dit hoofdstuk beschrijft hoe we in Tilburg op weg gaan naar het nieuwe verwarmen.

Collectieve warmtesystemen als toekomstbeeld Op basis van datgene dat we wel weten en de kansen die we zien, schetsen we een toekomstbeeld en bepalen we een strategie om voortvarend mee aan de slag te gaan. Als toekomstbeeld voor het stedelijk gebied zien we vooral collectieve warmtesystemen. Gebouwen staan dicht op elkaar, waardoor er een grote warmtevraag op een klein oppervlak is. Deze warmtevraag invullen met een collectief warmtesysteem is dan de meest passende oplossing. Eén van de mogelijkheden is uitbreiding van de huidige stadsverwarming. Het tegelijkertijd ontwikkelen van regionale en lokale duurzame warmte, ter verduurzaming van de huidige warmtebron de Amercentrale, is daarbij natuurlijk belangrijk. Maar er zijn ook andere, nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld met een 5de generatie warmte-koude net dat veel potentie heeft. Het is nog niet duidelijk waar in Tilburg welk type net het meest passend is. We zien de meeste kansen om te starten in het gebied rondom de ringbanen. Tilburg-Zuid is daarbij een belangrijke strategische locatie voor een 5de generatie warmte-koude net. In Tilburg-West en Tilburg-Noord, waar een deel van de gebouwen al is aangesloten op de stadsverwarming, ligt uitbreiding van dat bestaande net voor de hand. In die gebieden gaan we dus als eerste uitwerken of we de stap naar aardgasvrij kunnen zetten en wat dan het alternatief wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10894028/1