02 - 01 Bijlage 1_advies commissie bezwaar_Bijlage Gebiedsperspectief
Tekst van het document
Veilige, autovrije schoolomgeving 36
EEN KANSRIJKE START Een kansrijke start begint al tijdens de zwangerschap. De eerste duizend dagen, gerekend vanaf de zwangerschap, zijn bepalend voor de toekomstige gezondheid van een kind. Een stressvrije situatie en omgeving zijn hierbij cruciaal. Denk hierbij aan stressoren zoals geen geld, weinig tijd, discriminatie, slechte huisvesting, overlast en het ontbreken van een sociaal netwerk. We willen tijdig de juiste hulp en ondersteuning bieden. In de directe omgeving investeren we daarom in kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie, (informele) opvoedondersteuning, en ook speel- en ontmoetingsplekken om sociale netwerken tussen ouders en kinderen te faciliteren. Hierbij hoort ook het ongelijk investeren en voorzien in goede, compacte gezinswoningen en werk en ontwikkelmogelijkheden in de buurt.
MEEGENOMEN VANUIT DE PARTICIPATIE EEN RIJKE SCHOOLOMGEVING De basisschool en de schoolomgeving vormen een belangrijke schakel in het leven van jonge kinderen (tot 12 jaar). De focus op brede talentontwikkeling met buitenschoolse activiteiten zijn helder en sluiten perfect aan bij het bieden van kansengelijkheid. Het gebiedsperspectief rekt het begrip kansengelijkheid op naar het fysieke domein. Een rijke schoolomgeving is een kindvriendelijke en veilige omgeving met een integraal kindcentrum (IKC) als middelpunt. Een plek waar kinderen, maar ook anderen, welkom zijn. Plekken voor ontmoeting, huiswerkbegeleiding en buurtactiviteiten. Een autovrije/-luwe omgeving met groene schoolpleinen en verbonden met kindvriendelijke actieve netwerken naar de omliggende buurt. Het actieve netwerk verbindt belangrijke plekken voor kinderen. Kinderen in de bovenbouw kunnen idealiter zelfstandig lopend of fietsend naar school.
VOLDOENDE AANBOD EN EEN BETERE SPREIDING VAN PRIMAIR ONDERWIJS Tilburg Noord heeft een goed aanbod aan primair onderwijs, maar met name in het zuidelijk deel ontbreekt het. De verdichting met minimaal 5.000 woningen vraagt om drie nieuwe ruimtereserveringen voor het primair onderwijs (zijnde IKC’s). De situering gaat zorgen voor een betere spreiding van de basisscholen over Noord. Bij de uitwerking van uitbreiding, verplaatsing en/of toevoeging van nieuwe locaties worden de schoolbesturen tijdig betrokken.
Deelnemers geven aan dat ze het in het kader van kansengelijkheid belangrijk vinden dat er voldoende betaalbare of gratis sportmogelijkheden zijn voor alle kinderen in de wijk. Ook is er een sterke behoefte aan voldoende onderwijsruimtes voor jongeren, inclusief stilteruimtes en studieplekken, omdat hier vaak thuis geen ruimte voor is. Om een veilige schoolomgeving te creëren dient de veiligheid van wandel- en fietsroutes voor kinderen naar scholen te worden verbeterd. Tot slot wordt een aantal keer benoemd dat er behoefte is aan extra onderwijsvoorzieningen voor kinderen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende culturele achtergronden en behoeften.
Schoolplein is ook speelplein voor de buurt
37
BUURT CENTRAAL Versterken van het sociale weefsel
BRONPUNTEN EN OLIEVLEKKEN
Ruimte voor evenementen en samenkomen in de buurt
Noord is een optelsom van een aantal buurten. De demografische, sociaaleconomische en ruimtelijke opbouw van de buurten is zeer divers. Veel mensen geven aan de buurt en direct omliggende buurten als dagelijkse woonomgeving te beschouwen, en niet Tilburg Noord als geheel. In dit gebiedsperspectief staan daarom elf geclusterde buurten centraal; buurten zijn samengevoegd op basis van vergelijkbare ruimtelijke en/of sociale eigenschappen. Ieder buurtcluster heeft één of meerdere bronpunten waar de voorzieningen aanwezig zijn. Het bronpunt is een veilige, leefbare plek waar de buurtontmoetingsfunctie, zorg, onderwijs, horeca, kleinschalige detailhandel en/of werkplekken zijn geconcentreerd. De combinatie zorgt voor draagvlak, gezelligheid en synergie. Veel aandacht gaat uit naar een leefbare en 38
veilige buitenruimte. Rond deze bronpunten liggen ‘olievlekken’ waar het grootste deel van de woningbouw wordt gerealiseerd en/of de bestaande voorraad wordt vernieuwd. De (her)ontwikkeling van een bronpunt & olievlek via een integrale gebiedsontwikkeling leidt tot een krachtige kwaliteitsimpuls in de wijk en tot focus. Ze zijn de katalysatoren voor de verdere versterking van de buurten en daarmee Noord als geheel.
EEN OMGEVING DIE BIJDRAAGT AAN DE POSITIEVE GEZONDHEID Een omgeving die verleidt tot ontmoeten, ontspannen, vertrouwdheid en vriendschappelijkheid is belangrijk voor de mentale gezondheid. De eenzaamheidpercentages – van jong tot oud – zijn schrikbarend hoog. Mensen die eenzaam zijn hebben meer gezondheidsklachten en gaan veel vaker naar
MEEGENOMEN UIT DE PARTICIPATIE de huisarts. Een sociale omgeving kan gezond gedrag stimuleren: normaliseren van sporten, bewegen, ontmoeten; waterkraantjes en moestuinen om gezond eten en drinken te stimuleren. Sociale voorzieningen en ontmoetingsfuncties dichtbij leiden tot minder stress. Meer ruimte voor lokale initiatieven, ruimte om zelf je leven vorm te geven en werkervaring of vrijwilligerswerk dichtbij, dragen sterk bij aan eigenwaarde en zingeving. Uiteraard gaat het niet alleen over fysieke interventies. Er wordt gewerkt aan een ‘zorgzame buurt waarin
sociale netwerkversterking en samenlevingsopbouw centraal staan, al dan niet geholpen door buurtondersteuners en andere wijkprofessionals. In de buurten worden laagdrempelige en functionele ontmoetingsruimten gecreëerd met professionele inzet en een activiteitenprogramma om regelmatige en langdurige interactie op basis van gedeelde interesses tussen bewoners te bevorderen. Zorgstructuren die er al zijn worden versterkt of behouden. Hier wordt mee geëxperimenteerd in het project GGOUD. Kortom, meer sociale cohesie en de gezondheid in Noord vraagt ook menskracht.
Het gebrek aan betaalbare en laagdrempelige ontmoetingsruimte is het meest genoemde probleem in de wijk. De huidige gemeenschapsplekken zitten vol, zijn beperkt open of voldoen niet altijd aan de verwachtingen. Er is een enorme rijkheid aan initiatieven en buurtbewoners die iets willen organiseren. Groepen van gelijkgestemden vinden elkaar gemakkelijk en zoeken verbinding op het gebied van cultuur, religie of gedeelde interesse. Veel deelnemers geven aan gebruik te maken van deze initiatieven, maar er zijn ook deelnemers die juist iets missen voor hun eigen groep of zich helemaal niet herkennen in de activiteiten in de wijk. De familiariteit op straat en in de directe nabijheid wordt vaak als laag omschreven. Dit komt vaak ter sprake als het gaat over de eigen woonomgeving en staat in schril contrast met de trots op de diversiteit in de wijk die ook vaak benoemd wordt. Veel deelnemers maken gebruik van voorzieningen in de buurt, maar er zijn zorgen over de kwaliteit en de nabijheid in de toekomst, met name voor ouderen en zorg. Het Wagnerplein en de openbare ruimte eromheen zijn voor velen het hart van de wijk, maar er zijn zorgen over betaalbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid.
Gezonde leefomgeving daagt uit tot sporten en bewegen
39
PUBLIEKE FAMILIARITEIT, SOCIALE COHESIE EN BUURTGEVOEL Noord is meer dan een verzameling huizen, bomen en stenen, Noord is ook een verzameling gemeenschappen en sociale relaties. Je kent je buren, hebt er familie, hebt een sterk netwerk of bent dat nog aan het opbouwen. Ook licht en vluchtig contact is belangrijk is voor het thuisgevoel: toevallig contact onder passanten op straat, op een bankje bij de speeltuin, wachtend in de rij bij de bakker of vanuit de ooghoek aan de koffietafel in de bieb. Dit wordt publieke familiariteit genoemd: je kent elkaar niet, maar er is wel herkenning. Bij het opbouwen van vertrouwdheid met de ander kan begrip voor de ander groeien. Licht contact kan positief bijdragen aan de ervaren leefbaarheid en veiligheid en het tegengaan van vervreemding en polarisatie. De inrichting van de straten, de openbare ruimte en buurtvoorzieningen faciliteren het contact. Voor een vriendschappelijke omgang tussen buren is investeren in bredere stoepen, brede portieken, collectieve ruimten of gemeenschappelijke tuinen van belang. De vertrouwdheid, het elkaar kennen en herkend worden zet zich voort in de bronpunten en rijke schoolomgevingen. Ieder buurtcluster heeft minimaal één ontmoetingsplek, meestal gekoppeld aan een andere functie zoals een school, horeca of een zorgfunctie die inspeelt op vertrouwdheid.
Denk hierbij aan voorbeelden zoals een buurtkamer, werkhuis,
Multifunctionele voorzieningen in de buurt voor jong en oud
sport- en speelplek, buurttuin, kinderboerderij of speeltuin. Zo kan de publieke ruimte sociale netwerken en cohesie ondersteunen en positief bijdragen aan de beleving van leefbaarheid en veiligheid
OUDEREN, ZORG EN ONTMOETEN Specifieke aandacht gaat uit naar de ouder wordende bewoners. Om ervoor te zorgen dat ze langer op een prettige manier thuis kunnen blijven wonen zijn er eisen aan de woning, én eisen ten aanzien van de locatie en de voorzieningen. Voor de geclusterde woonvormen geldt dat ze nabij de volgende voorzieningen liggen, de zgn. Triple A-voorzieningen: • huisarts/eerstelijnszorg (inclusief fysiotherapeut) • apotheek • supermarkt (binnen 500 m)
40
En bij voorkeur ook: • buurt-ontmoetingsruimte; • openbaar vervoer (binnen 400 m); • aantrekkelijke buitenruimte met groen, bankjes, ontmoetingsfunctie en openbaar toilet; • dementievriendelijke ingerichte buitenruimte. Concreet betekent dit dat deze geclusterde woonvormen in een straal van maximaal 500m rond het Verdiplein, Wagnerplein en Kreverplein ontwikkeld kunnen worden. Dit vraagt om opwaardering van zorgvoorzieningen (huisarts/eerstelijns, apotheek) rond het Verdiplein en nabij Krevelplein/Quirijnstok. Idealiter liggen ook de nultredenwoningen nabij deze clusters. De ontmoetingsfunctie voor de vitale senior (nultredenwoning) kan worden gekoppeld aan de buurtontmoetingsfunctie. Voor de geclusterde
woonvormen en verpleegzorgplekken vraagt dit interne ruimte voor hobby-/koffie/informele dagbestedingsactiviteiten. Vertrouwd voor de bewoners, maar niet exclusief voor de bewoners van het ouderencomplex.
RUIMTE VOOR CULTURELE GEMEENSCHAPPEN EN RELIGIE Veel inwoners van Noord voelen zich verbonden op basis van hun cultuur en/of religie. De behoefte om met elkaar samen te komen, sociale relaties te onderhouden en elkaar te steunen wordt ondersteund. Ruimte wordt geboden aan initiatieven om anderen te helpen en zo bij te dragen aan betere kansen en mogelijkheden in de Nederlandse samenleving. De noodzaak van goede multifunctionele en door verschillende groepen te gebruiken ruimtes met een beheerorganisatie die ook qua openingstijden aansluit op de behoefte vanuit de bewoners wordt herkend. Er zijn ook religieuze gemeenschappen die kapitaalkrachtig genoeg zijn om een eigen ruimte te gaan huren of kopen voor hun bijeenkomsten. In principe bemiddelen we niet actief en zijn organisaties zelf verantwoordelijk om naar huisvesting te zoeken. Gemeente Tilburg staat voor neutraliteit en gelijke behandeling ten opzichte van diverse religieuze organisaties.
DE CULTUUR VAN NOORD Cultuur is niet iets wat je oplegt. Het komt vanuit de gemeenschap. Cultuur gaat meer en meer de verbinding aan met andere voorzieningen zoals sport, ontmoeten, horeca of werk; de scheidslijnen verdwijnen. Cultuur moet ook passen bij de identiteit van Noord. In Noord representeert de cultuur het diverse en inclusieve karakter, een sterke identiteitsdrager. Kunst in openbare ruimte met vertegenwoordigers (kunstenaars of inwoners) van verschillende culturen vergroot de leesbaarheid van de ruimte, maar biedt ook representatie/voorbeeld/ ambassadeurs van de cultuur. Noord heeft specifieke plekken en kwaliteiten en worden daar plekken als de MFA Belaveld aan toegevoegd. In algemene zin is er meer behoefte aan kleinschalige plekken voor cultuur en talentontwikkeling, maar ook plekken voor evenementen en andere vormen van samen komen.
Buurtplekken beheerd door bewoners
Meer aandacht voor de cultuurhistorische kwaliteiten, bijvoorbeeld herkenbare historische routes benadrukken en verbinden (Oude Lind, Lijnsheike, De Schans en Rugdijk) is gewenst. Museum Peerke Donders kan sterker als onderdeel van Noord worden gepositioneerd.
Samen koken en eten in de buurtkamer 41
L EVEN IN DE STADSNATUUR Van scheidend naar verbindend groen!
Sporten in een groene, natuurlijke omgeving
VAN PARKSTAD NAAR STADSNATUUR De basis van Tilburg Noord is een ‘door de mens’ bedacht landschap. Een robuust groen raamwerk met daarin verschillende losse buurten, verbonden door een netwerk van schaduwrijke lanen en omgeven door waardevolle groengebieden en natuur. Als een geoliede landschapsmachine zijn functies gescheiden. Deze scheidende werking van de groenstructuur is beperkend voor de gebruikskwaliteit voor mens en dier. Het vraagt om een transitie van gescheiden naar geïntegreerde ruimtelijke structuren, waarbij het groen een verbindende kracht heeft. Het groenblauwe raamwerk met heel veel groen en grote volwassen bomen is zeer waardevol en heeft enorm veel potentie. Het dient als de basis voor een toekomstbestendig Tilburg Noord.
42
Het groen krijgt meer betekenis voor zowel de bewoners als voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om dit te bereiken wordt gefocust op fietsers en voetgangers. De openbare ruimte krijgt een duidelijke identiteit. Om een veerkrachtig stadsdeel te creëren, wordt de verharding verminderd, wordt waterberging toegevoegd en wordt gestreefd naar meer diversiteit in boom- en plantensoorten.
VEERKRACHTIGE EN NATUURLIJKE LEEFOMGEVING De klimaatopgaven waar we voor staan zijn tot op zekere hoogte onvoorspelbaar. Om daarop te kunnen anticiperen, moet de leefomgeving veerkrachtig en adaptief zijn. Gebruikmaken van het natuurlijke landschap is hiervoor een beproefde strategie: ‘Nature Based Solutions’. Nature Based Solutions (NBS)
MEEGENOMEN VANUIT DE PARTICIPATIE
Klimaatadaptieve openbare ruimte
maken het mogelijk om omgevingen te realiseren, die meerdere doelen dienen. Een stedelijk gebied als ecosysteem is gebaseerd op bodem en klimaat, organiseert de waterhuishouding en biedt ruimte aan flora en fauna. Het levert daarnaast allerlei koppelkansen, ook wel ‘ecosysteemdiensten’ genoemd. Dit zijn de vele en diverse voordelen voor de mens die worden geboden door een natuurlijke omgeving en een gezond ecosysteem. Bijvoorbeeld natuurlijke bestuiving van gewassen, schone lucht, beperking van extreme weersomstandigheden en het mentale en fysieke welzijn van bewoners. Voor Tilburg Noord zijn er drie belangrijke thema’s: een nieuwe gebruikswaarde voor de openbare ruimte, een veerkrachtige en natuurvriendelijke buitenruimte en een hernieuwde culturele identiteit voor straten, pleinen en parken. Zo ontstaat er ruimte voor natuur én mens en kan Tilburg Noord van ‘tuinstad’ transformeren naar stadsnatuur.
KLIMAATADAPTIEVE LEEFOMGEVING Om in te spelen op de klimaatverandering is een groenblauw raamwerk voor afwatering nodig dat is verbonden met de historische waterlopen richting het Noorden. Het biedt oppervlaktewater met recreatieve waarde, een netwerk van blauwe aders (gescheiden rioolsysteem). Een belangrijke kans is de wateropvang op de daken van de duizenden nieuwe woningen. Het is van belang dat de (openbare) ruimte wordt onthard. Het gebruik van waterdoorlatende materialen en het afkoppelen van hemelwater zorgt voor goede infiltratie in de bodem. Dit is belangrijk om het grondwaterpeil op hoogte te houden in tijden van droogte.
Tilburg Noord wordt door veel deelnemers als een groene wijk aangemerkt. Bewoners vinden het belangrijk om in een groene omgeving te wonen. Ze zien de groene wijk als een kwaliteit die versterkt moet worden. Ze willen meer bomen, struiken en gras in de wijk. Ze ambiëren ook meer diversiteit, nu zijn er veel dezelfde bomen met nadelen als schaduw en allergieën. Ook willen ze meer mogelijkheden om te recreëren in de natuur, zoals wandelen, fietsen en spelen. Bewoners zijn bezorgd over de kwaliteit van het groen in de wijk. Ze vinden dat het groen niet altijd goed onderhouden is en dat het geen beleefwaarde heeft. Ook maken ze zich zorgen over het welzijn van plant en dier en het veranderende klimaat. Ze willen dat het groen beter onderhouden wordt. Bewoners van de wijk zijn bezorgd over de sociale veiligheid in het groen. Ze geven aan dat gebrek aan verlichting, ogen op straat en begroeiing bijdragen aan een onveilig gevoel op straat. Bewoners met jonge kinderen geven aan dat er te weinig diverse speelplekken zijn in de wijk. Ze willen meer en kwalitatief betere speelplekken, zodat kinderen kunnen spelen in een groene omgeving passend bij hun leeftijd. De weg naar deze speelplekken kan veiliger; vaak moeten kinderen een drukke weg oversteken om ergens te komen.
43
Natuurinclusieve en uitdagende speelomgeving
Voedsel als thema in een gezonde leefomgeving
Recreatieve plekken in Noord
NATUURINCLUSIEVE LEEFOMGEVING
GEZONDE EN VITALE LEEFOMGEVING
Tilburg heeft als één van de belangrijkste doelen op het gebied van biodiversiteit het realiseren van de structuur uit de stadsnatuurkaart. Voor het goed functioneren van deze verbindingszones dienen onderbrekingen door infrastructuur en verlichting te worden voorkomen en is er een goede zonering gewenst. Bij het inrichten van de verbindingszones worden specifieke doelsoorten gekozen om de inrichting en het beheer te sturen. Er is een selectie gemaakt van leefgebieden die het meest geschikt zijn voor het ecologische functioneren van de structuren voor specifieke soortgroepen: • Kruiden- en faunarijk grasland (insecten, kleine zoogdieren) • Structuurrijke leefomgeving met poelen (insecten, kleine zoogdieren, amfibieën, vogels) • Open/gesloten laanstructuur (insecten, kleine zoogdieren, vogels, vleermuizen) • Bosrand met mantelzoomvegetatie (insecten, kleine zoogdieren, vogels, vleermuizen)
De buitenruimte wordt gevarieerd met beweegplekken voor alle leeftijdsgroepen. Kunst, sport, spel, ontmoeting en ontspanning worden gestimuleerd. Verouderde speelobjecten worden vervangen door natuurlijke speelelementen in het groen, waardoor de speelervaring wordt verrijkt.
44
INCLUSIEVE EN VEILIGE LEEFOMGEVING Een inrichting en programmering die aansluit bij de identiteit van Noord: divers en veelzijdig. Versterk de relatie tussen bebouwing (plintprogramma) en buitenruimte. Realiseer een actieve en representatieve plint met adressen op het maaiveld en uitwisseling tussen gebouw en omgeving bij nieuwe ontwikkelingen. Zorg gedurende de hele dag voor voldoende activiteit. Stimuleer eigenaarschap van buurtbewoners. Betrek bewoners bij het ontwerpen en realiseren van de openbare of gemeenschappelijke ruimte in hun wijk, buurt of straat. Sociale controle en interactie; inclusief veiligheid ’s nachts; ogen op straat; zichtlijnen en transparantie in het groen.
BESTEMMING NOORD Ontwikkelen voor de mobiliteitstransitie
Van auto- naar fiets-georiënteerd met twee centrale fietsassen
Noord is ontworpen als een echte autowijk met een overvloed aan verkeers- en parkeerruimte; alles is en was goed met de auto te bereiken. Dat is nuttig, maar kent ook een keerzijde: rijdende en geparkeerde auto’s domineren het straatbeeld, fiets- en wandelroutes zijn verkeersonveilig en veel openbare ruimte is verhard en komt sociaal onveilig en onprettig over, bijvoorbeeld rond schoolomgevingen of winkelgebieden. Juist hierdoor vraagt de gewenste mobiliteitstransitie veel aandacht. De ruime opzet biedt echter ook kansen voor een slimmere inrichting.
Aantrekkelijke ov-haltes 45
De mobiliteitstransitie, de verdichting, de vergroening en de sociale opgaven (gezondheid & veiligheid) vereisen een forse omslag in de mobiliteit. De noodzaak om ruimtewinst te creëren maakt dat lopen, fietsen, ov, deelmobiliteit en efficiënte (gebouwde) parkeeroplossingen belangrijker worden dan het vraagvolgend faciliteren van autogebruik en autobezit. Er wordt iets nieuws geboden, het oude wordt getransformeerd en dit wordt gekoppeld aan de ruimtelijke inbreidingsopgaven. In die volgorde. Soms vraagt dat om flinke ingrepen zoals het transformeren (herinrichten), afwaarderen (‘knippen of knijpen’) van straten of het invoeren van vergunningparkeren.
Te paard in Noord
AUTOLUWE BUURTEN De buurten worden autoluwer. Rond de rijke schoolomgevingen en rond de bronpunten, zoals winkelcentra, ontstaat een actief netwerk voor lopen en voor fietsen. Deze plekken zijn autoluw of waar mogelijk deels autovrij. Autoverkeer wordt zo veel mogelijk conflictvrij naar de hoofdroutes Heikantlaan, Vlashoflaan, Stokhasseltlaan en Sweelincklaan geleid, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de eerste twee genoemde wegen. Bewust wordt gekozen voor ‘ontvlechten’: duidelijk prioriteren op enkele hoofdroutes, deze hierop inrichten en zodoende elders in de wijk meer ruimte aanbieden voor actieve verkeersstromen. Bundelen betekent dat het autoverkeer op een paar assen beheersbaar en vooral veilig afgewikkeld kan worden met reistijdgarantie; de voorkeursroute moet altijd sneller zijn dan het nemen van een sluiproute.
Om doorgaand verkeer in de buurten te weren, worden de Beethovenlaan en De Schans geknipt voor waardoor geen doorgaande (sluip)route meer bestaat. Deze routes worden omgevormd tot wijkfietsverbinding en krijgen een ander karakter; de auto en (mogelijk) de bus zijn te gast. Eenzelfde principe geldt voor de Noord-zuid-fietsroute (het oude lint) vanuit de binnenstad richting het buitengebied. Zo ontstaat een ‘assenkruis’ rond het Wagnerplein aan veilige en snelle wijkfietsverbindingen met daaromheen een aanvullend wijkfietsnetwerk. Alle wegen met uitzondering van de ‘ruit’ worden 30 km/uur. Kortom, meer balans tussen alle verkeersdeelnemers. De auto blijft een belangrijk vervoermiddel; voor velen is de auto cruciaal voor de bedrijfsvoering of om op het werk buiten de stad te komen. Bewoners worden verleid om meer te fietsen, te lopen of het ov 46
te nemen, maar alles blijft uiteraard bereikbaar met de auto. Deelmobiliteit wordt aantrekkelijker gemaakt door een grote beschikbaarheid en toegankelijkheid. Noord heeft met deze nieuwe autostructuur voldoende aansluitingen op externe en interne netwerken. De autobereikbaarheid van Noord verslechtert hierdoor niet, de routevoorwaarden veranderen wel; we kiezen niet meer voor de snelste of kortste route maar sturen op routes die verdere uitbreiding van Noord niet onmogelijk maken.
MEEGENOMEN UIT DE PARTICIPATIE RUIM BAAN VOOR DE FIETSER EN VOETGANGER
GOEDE OV-CONNECTIVITEIT
Noord wordt optimaal ontsloten met nieuwe en verbeterde fiets- en/wandelverbindingen over de Midden-Brabantweg naar Kraaiven, naar Loven, naar Landschapspark Pauwels en over het kanaal. Het autoverkeer wordt via de hoofdroutes – die allemaal tweebaanswegen worden – zo snel mogelijk afgewikkeld richting Midden-Brabantweg en Bechtweg. De vrijgevallen rijbanen worden onderdeel van het fietsnetwerk en hov-netwerk, conform de aanpak van de Stokhasseltlaan.
De ov-ontsluiting van Noord is van groot belang. De huidige lijndiensten die naar Tilburg Noord rijden, trekken relatief veel reizigers. Noord krijgt een betere ov-connectiviteit via een hoogfrequente hovlijn: de zogenaamde Metrobus. Deze Metrobuslijn wordt aangevuld met een stadsbus die vaker stopt en een lokale ontsluitingsfunctie heeft. Zo worden meer groepen bediend en bieden we meer aanbod en comfort voor reizigers. Waar dat noodzakelijk is om de doorstroming te garanderen, zal de bus (deels) eigen infrastructuur krijgen.
Nadere uitwerking in een goed kwantitatief onderbouwd verkeersplan is nodig om effecten van ingrepen in infrastructuur met tegelijkertijd een forse toename van woningen goed te kunnen inschatten.
Een gebrek aan veiligheid voor voetgangers en fietsers is een punt dat veel genoemd wordt. Verlichting, onveilige oversteekplaatsen, fietsen langs ongure groenstroken of auto’s die vrij spel krijgen worden veel ingebracht. Met name de auto voert te vaak de boventoon in de openbare ruimte. De bus is een belangrijke OV-verbinding, maar voor ouderen of gezinnen met jonge kinderen zijn er te weinig haltes. Er worden veel ideeën genoemd voor kleinschalige OV-voorzieningen zoals buurtbusjes, deelscootmobielen of goedkope taxidiensten om kwetsbare groepen te vervoeren. De auto is voor veel bewoners van belang om van a naar b te komen, zij zijn er in het dagelijks leven afhankelijk van omdat er nu nog onvoldoende goed alternatief is. De zorg over voldoende parkeerplekken in de wijk wordt veel genoemd. Fietsvoorzieningen dragen bij aan de mobiliteitstransitie
47
4. GEBIEDSPERSPECTIEF: EEN GROENE STADSWIJK Het perspectief voor Noord is een aantrekkelijke, groene stadswijk. De huidige groene wijk met de nadruk op wonen wordt getransformeerd tot een functiegemengde stadswijk met betekenisvol groen voor mens en dier. De zes ontwikkellijnen zijn samengebracht tot een integraal ruimtelijk gebiedsperspectief. Het gebiedsperspectief is een overkoepelend en gedeeld beeld dat als leidraad dient voor gebieds- en buurtgerichte uitwerkingen samen met Noord. Dit perspectief is uiteengezet in vijf lagen: • Groenblauwe structuur • Duurzame mobiliteit • Stedelijke structuur en verdichting • Gemengde stadswijk • Wonen in Noord
48
Het gebiedsperspectief
49
GROENBLAUWE STRUCTUUR De robuuste groenstructuur van Tilburg Noord vormt de basis voor een duurzame en leefbare omgeving, waarbij er voort gebouwd wordt op de bestaande groene kwaliteiten. Momenteel is de openbare ruimte voornamelijk ontworpen voor de doorstroming van auto’s, wat heeft geleid tot een gebrek aan menselijke maat en verbindingen tussen de verschillende buurten, en het stadsdeel met zijn omgeving. Het groen krijgt meer betekenis voor zowel de bewoners als voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het groen dat nu scheidend is, transformeert tot verbindend groen, met aandacht voor goed overzicht en toezicht. Dit vormt de basis voor een gezonde en veilige leefomgeving. De groenblauwe structuur is
bij uitstek een onderwerp dat zich prima leent voor een participatieve uitwerking samen met bewoners en initiatiefnemers (à la Spoorpark): denk hierbij aan plekken zoals het Von Weberpark, Kanaalpark en Landschapspark Noord. Doel is het transformeren van het raamwerk met een focus op fietsers en voetgangers, en het beperken van autoverkeer. Betere verbindingen tussen gebouwen en openbare ruimte dragen bij aan een meer sociale veiligheid. De openbare ruimte krijgt meer identiteit, door zowel in de natuur- als de gebruikswaarde te verhogen. Voor een veerkrachtig stadsdeel, wordt ingezet op minder verharding, meer waterberging en een grote diversiteit in boom- en plantensoorten.
5.
We onderscheiden een aantal belangrijke structuren die een transformatie zullen ondergaan met meer ruimte voor bewegen, ontmoeten en verblijven (gebruikswaarde) als ook ecologie en klimaatadaptieve maatregelen (natuurwaarde): 1. De Ruit – meer ruimte voor bewegen, wandelen, fietsen en minder voor de auto. 2. Parken van Noord: gebruikswaarde versterken onder andere door meer ruimte voor verblijven en door programmering. 3. Buurttuinen: samen in te vullen met de buurt als collectieve ontmoetingsplek. 4. Lint: Versterken in beeldkwaliteit en samenhang passend bij de historische identiteit. 5. Landschapspark Noord: ontwikkelen stadsrand tot landschapspark goed verbonden met de wijken van Noord. 6. Kanaalpark: park ontwikkelen naast ecologische waarde, ruimte voor sporten, bewegen en verblijven. 7. Vitale flanken: toegankelijkheid en gebruikswaarde versterken.
2. 4.
7.
1.
2. 2.
Van Parkstad
3.
2.
6.
Naar Stadsnatuur
50
7.
Belangrijke groenstructuren te transformeren: 1. De Ruit 2. Parken van Noord 3. Buurttuinen (indicatief) 4. Lint 5. Landschapspark Noord 6. Kanaalpark 7. Vitale flanken
Groenblauw raamwerk 51
Ecologische zone onderdeel van de Ruit
De keuze voor de relatief intensieve verdichting in Tilburg Noord is mede gevoed doordat de huidige openbare ruimte op plaatsen zoveel ‘maat’ heeft, dat het nieuwe bebouwing prima kan verdragen of dat het zelfs wenselijk is vanuit sociaalmaatschappelijke vraagstukken om bebouwing toe te voegen. De verdichting en toename van bebouwing en daarbij horende (ondergrondse) voorzieningen biedt kans tot een kwalitatieve verandering van de openbare ruimte. Het is aannemelijk dat dit plaatselijk ten koste zal gaan van groen. Bij zo’n ontwikkeling is compensatie van groen het uitgangspunt, waarbij de nadruk niet alleen op de omvang maar ook (juist) op kwalitatieve compensatie ligt. Door met compensatie en nieuwe toevoegingen van groen in te zetten op meer diversiteit van soorten, ecologische waarde en gebruikswaarde wordt het totale groene raamwerk van Noord verbeterd. Het inzetten en uitrollen van langzaamverkeer verbindingen tussen de verschillende parken in Noord versterken deze gebruikswaarde en maken het groen in Noord meer beleefbaar voor de inwoners.
Niet alleen verkeersruimte maar ook verblijfsruimte
Aandacht voor verbindingen vanuit de buurten
Ontwikkelen blauwraamwerk verbonden met de drie bestaande waterlopen voor afwatering richting het noorden. Landschapspark Noord als voortuin van Noord (ruimte voor landschap, natuur, water, ontspanning en bebouwing). 52
DE RUIT De Ruit wordt omgevormd tot een aantrekkelijke centrale groene zone van Noord. De focus verschuift door de ruimte voor auto’s te beperken tot twee rijbanen. Dit verbetert de oversteekbaarheid en creëert ruimte voor brede, schaduwrijke fiets- en wandelpaden en meer ruimte voor ecologie, waterberging en beweging (wandelen, fietsen, sport). De groenstructuur van de Ruit transformeert van continue en op doorstroming ontworpen bomenlanen naar verbindend gebruiksgroen. De Ruit krijgt aantrekkelijke voorkanten van nieuwe bebouwing met een levendig programma en wordt de centrale groene zone van Noord, waar de belangrijkste wijkparken aan liggen.
PRINCIPES VOOR DE RUIT Gebruikswaarde en beweegruimte: • Brede doorgaande fietsverbindingen. • Schaduwrijke wandelzones met natuurlijke struinpaden. • Activeren van het groen met betekenisvolle groenzones. • Speel- en sportelementen; zit- en rustplekken.
Relatie gebouw en openbare ruimte: • Voorgevels en adressen aan de Ruit door bijvoorbeeld sloop/nieuwbouw of transformatie van de begane grond, dit draagt bij aan betere sociale veiligheid. • Overgangszones die de relatie tussen het gebouw en de buitenruimte versterken. Principeprofiel van de Ruit
Bestaand groen wordt aangevuld met nieuwe beplanting voor (ecologische) diversiteit
Groen en natuur: • De laan als eerste orde ecologische verbindingszone: ruimte voor een aaneengesloten groenstrook van minimaal 15 m en gemiddeld 20 m breed. • Waardevolle bomen handhaven. Soms vervanging mogelijk van het overwegend monotoon- en exotisch assortiment. Plant- en boomsoorten afstemmen op de habitatrichtlijnen voor doelsoorten zoals vleermuizen (de laatvlieger), vogels (zwartkop), kleine zoogdieren (egels) en insecten (groot dikkopje). • (Natuurinclusieve) straatverlichting die geen belemmering is voor vleermuizen en andere fauna. • De ecologische zone extensief beheren.
De Ruit bestaat uit de vier lanen van Noord: Stokhasseltlaan, Heikantlaan, Vlashoflaan en de Sweelincklaan.
Goede verbindingen voor voetgangers en fietsers
Gebouwen zijn georiënteerd op de buitenruimte waardoor de sociale veiligheid verbetert
Wadi’s toevoegen in het groen
Klimaat: • Wadi’s toevoegen. • Ontharden openbare ruimte voor waterinfiltratie. • Hemelwater direct afwateren naar openbaar groen.
53
Gedeelde ruimte voor fietsers en voetgangers
Stilte- en rustplekken onderdeel van het park
PARKEN VAN NOORD
PRINCIPES PARKEN VAN NOORD
Gelegen aan de Ruit liggen de wijkparken van Noord. Dit zijn de belangrijkste ontmoetingsplekken van Noord. Elk park heeft zijn eigen functie en eigen identiteit:
Gebruikswaarde en beweegruimte:
• Het Quirijnpark is recent ingericht en wordt verbonden met het Kanaalpark aan de zuidzijde. De relatie met het landschapspark en omliggende wijken wordt verbeterd. • Het Ypelaerpark veiliger en beter inrichten: geen gesloten plinten in de omliggende bebouwing, een betere relatie met het vernieuwde Verdiplein en samenhang met de ontwikkeling aan de Bellinistraat. • Von Weberpark als stadspark voor Noord: een levendige, veilige, dynamische plek met ruimte voor ontspannen, ontmoeten, urban sports, terrassen en rust & reuring. Ontwikkel het in samenhang met Wagnerplein en de nieuwe bebouwing. Uiteraard zijn bestaande kwaliteiten als het arboretum het uitgangspunt. Essentieel is de betere verbinding van de delen ten Noorden en zuiden van de Heikantlaan en de minimalisering van de impact van deze Heikantlaan (smaller). Het geheel moet opener, transparanter en daarmee veiliger. Programmering en ontwerp kunnen samen met bewoners worden ontwikkeld. Een plek die niet volledig ontworpen is, maar ruimte biedt voor het onbekende.
Routes verbinden met buurten en omgeving 54
• Op verschillende schaalniveaus de parken aansluiten: doorgaande recreatieve fietsroutes voor verbinding met de stad en het buitengebied, maar ook op het fijnmazige fiets- en wandelnetwerk van het stadsdeel, zodat bewoners op een prettige manier de parken kunnen bereiken. • Ruimte voor bewegen en positieve gezondheid. Mogelijkheden voor sporten en bewegen in de openbare ruimte zoals (urban) sport en spel. • Ruimte voor publieke en recreatieve functies zoals horecapaviljoen, picknick- en bbq-plekken, kruidentuin en andere buurtvoorzieningen. • Schaduwrijke wandelroutes met verblijfsplekken en beweeg-, -sport-, en speelvoorzieningen.
Groen en natuur: • Parklandschap krijgt opknapbeurt, waarbij de structuur van open en gesloten parkruimtes wordt versterkt. • Behouden en versterken van de diversiteit aan plant- en boomsoorten. In het Von Weberpark kwaliteit van arboretum versterken en de kruidentuin terugbrengen. • Uitdunnen/opschonen van bosjes: meer zonlicht voor de struik- en kruidlaag en meer transparantie voor heldere zichtlijnen door het park.
Klimaat:
Relatie gebouw en openbare ruimte:
• Ontharden openbare ruimte voor waterinfiltratie. • Hemelwater direct afwateren in aangrenzende groengebieden. • Aanleggen en/of benutten van vijvers voor waterberging.
• Verdichting aan de randen zorgt voor een stevig kader van de parkruimte. • Gebouwen hebben een actieve plint.
De parken van Noord
Principeprofiel van wijkpark
Transparant parklandschap met open en gesloten ruimtes
Doorgaande fietsroutes zorgen voor activiteit in het park
Toevoegen bebouwing voor een heldere omkadering van het park
Actieve plinten zorgen voor extra sociale veiligheid in het park
Verbinding parkruimte met andere openbare ruimte zoals het Wagnerplein
Minimaliseren van het autoverkeer in het park
Verbinding park met aangrenzende voorzieningen Centraal gelegen waterplein
55
CIRCULAIR LANDSCHAPSPARK
Buurtschappen in het Landschapspark
Wonen aan het landschap
Het Landschapspark wordt de voortuin van Noord. Versterking van de landschappelijke en natuurlijke waarden conform de plannen voor Pauwels vormen de basis (bosaanleg, waterretentie, cultuurhistorie, stadlandverbindingen en toekomstbestendige landbouw). Binnen deze waarden is ruimte om het gebied kwalitatief beter te benutten. Het Landschapspark krijgt een waarde en positie die vergelijkbaar is met Moerenburg en de Oude Warande; hooggewaardeerde landschapsparken als uitloopgebied voor de stad. Het Landschapspark wordt ook qua gebruik en bebouwing een toonbeeld voor circulair ontwikkelen en bouwen. Bebouwing is geen doel, maar middel. Alle bebouwing wordt bij voorkeur houtbouw, waardoor een duurzaam en samenhangend landschappelijk beeld ontstaat. Om de doelstellingen te bereiken zijn er principes geformuleerd die zijn gebaseerd op de kenmerken van het agrarisch cultuurlandschap. Dit landschap wordt gekenmerkt door een kleinschalige verkaveling met houtwallen en boerenerven langs de linten, open kransakkers en dicht beboste percelen. Gegraven waterlopen dooraderen het landschap.
Recreatieve routes 56
PRINCIPES LANDSCHAPSPARK Nieuwe bebouwing, gebruikswaarde en beweegruimte: • Er is ruimte voor experimenten op het snijvlak van maatschappelijk programma, landbouw en natuurontwikkeling. Hierbij wordt gestreefd naar goede fysieke en mentale verbinding met Noord. Bijvoorbeeld samenwerking tussen burgercollectieven, overheid, scholen en bedrijven. • De directe stadsrand, nu nog liggend onder de hoogspanningskabels die vanaf 2026 zullen ‘verdwijnen’, wordt ontwikkeld tot aantrekkelijke, openbare zone met ruimte voor sport, spelen en ontmoeten voor de aanliggende buurten. Dit vraagt om aantrekkelijke voorkanten van de bebouwing in plaats van de achterkanten van woningen, tuinen en parkeerplaatsen aan deze zone. • Het westelijke deel krijgt een opwaardering door het reeds in planvorming zijnde waterpark. Het bestaande (speel)bos dient aantrekkelijker, openbaarder en veiliger te worden. Meer zicht, openheid, betere routes en beperkte, geclusterde bebouwing kunnen hieraan bijdragen. Een volwaardig groenblauwe stadsentree door herprofilering van de Stokhasseltlaan en het plaatselijk toevoegen van nieuwe bebouwing kan dit gebied eveneens aantrekkelijker maken. • Wonen is slechts op enkele plekken gewenst, de parkfunctie staat voorop. Wonen heeft een collectief karakter in een kleinschalige vorm die past bij, en
3
•
•
•
•
•
•
interactie aangaat met het landschapspark. Op strategische locaties ontstaat ruimte voor nieuwe erven of kleinschalig landschappelijk wonen. Er is ruimte voor specifieke, collectieve woonvormen zoals ‘prikkelarm’ wonen. Nieuwe (woon)bebouwing richt zich hoofdzakelijk op de transformatie van bestaande erven. Deze bebouwing wordt met name ingezet om de leegstaande en ongewenste bebouwing te vervangen. Het gebied biedt ruimte aan (burger)initiatieven op het nieuwe vormen van (stads)landbouw passend binnen de landschapsstructuur, mits ze een binding hebben met Noord. Transformeer linten tot aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers. Een fijnmaziger padennetwerk biedt meer variatie in routes. Langs de routes ontstaat ruimte voor rust- en ontmoetingsplekken. Er is een ruimtereservering opgenomen voor de mogelijke 2e fase uitbreiding van het hoogspanningsstation van Enexis. Het Noordelijk deel van de Stokhasseltlaan krijgt een laanprofiel met meer ruimte voor groen, fietsers en voetgangers. Grootschalige- en verkeersaantrekkende functies passen niet in het landschapspark.
Groen en natuur:
3 1
2
• Het versterken van het agrarisch cultuurlandschap: herstellen van singels langs wegen, het aanplanten van houtwallen en bosgebieden op percelen. Belangrijke zichtlijnen en het weidse karakter van de kransakkers blijven hierbij behouden. Deze landschapselementen zijn van grote waarde voor agrarische diersoorten zoals de ringmus en de patrijs.
Klimaat: • Bodem en water zijn sturend bij de indeling van het landschapspark. De focus ligt op het herstellen van de oude waterlopen en het creëren van waterbergingsgebieden. De waterlopen worden opnieuw een integraal onderdeel van het landschappelijk raamwerk
Circulair landschapspark 1. Stadsrand gelegen aan een kransakker 2. Historisch lint met coulissen 3. Waterloop met klimaatbos
In de bijlage is een verdieping op de te ontwikkelen stadsrand zone, het waterlandschap en de historische linten met coulissen opgenomen.
Klimaatbos 57
3
Niet alleen ruimte voor voetbal maar ook andere speelplekken
KANAALPARK: BEWEEGPARK
Lange termijn perspectief Kanaalzone
Het Kanaalpark, gelegen aan de Noordzijde van het Wilhelminakanaal, wordt een aantrekkelijk beweegpark met ruimte voor ontspannen, sport, bewegen en biodiversiteit voor Noord en Oud Noord. De bebouwing aan het Kanaalpark wordt zoveel mogelijk verrijkt met levendig programma en er worden voorzijdes aan het park gecreëerd. Het Kanaalpark verbindt de bestaande sportparken, Von Weberpark en het Quirijnstokpark. Het park krijgt een logische zonering waarbij nabij het kanaal de ecologische waarde centraal staat (het is de ecologische hoofdstructuur) en de Noordelijke zone meer gericht is op gebruik en bewegen. Het park biedt kansen voor urban sports en de koppeling met (jongeren)cultuur, uiteraard ontwikkeld met en door de jeugd.
De ambities uit het gebiedsperspectief voor het Kanaalpark zijn te realiseren zonder conflicten met de huidige projectscope van de opwaardering van het Wilhelminakanaal. Het is in de toekomst echter goed voorstelbaar dat het Wilhelminakanaal alsnog moet worden verbreed tussen Loven en Kraaiven indien het scheepvaartverkeer verder toe neemt. Ook in dat geval blijven de ambities van het gebiedsperspectief overeind staan, namelijk het maken van een aangenaam Kanaalpark langs de oevers en een goede verbinding tussen Noord en de rest van de stad. De manier van uitwerken ervan zal dan mogelijk nader moeten worden onderzocht in afstemming met de doelen vanuit beide opgaven.
PRINCIPES KANAALPARK Schommelen ook voor volwassenen
Plekken aan het water
Beide sportparken worden geopend naar de zuidzijde en krijgen zo een directe verbinding voor sporters, wandelaars en fietsers met het Kanaalpark. Door dubbelgebruik (met name overdag) kunnen ze ook intensiever worden benut, aansluitend bij de toenemende sportbehoefte. Het park biedt kansen voor een stadsstrand, met horeca en meer ruimte voor waterrecreatie (binnen de mogelijkheden die het vrachtverkeer biedt). Kansrijk zijn de omgeving van de Oude Lind of de westelijke fietsbrug. Formeel en informeel sporten versterken elkaar en kunnen elkaars voorzieningen gebruiken.
58
Gebruikswaarde en beweegruimte: • Schaduwrijke beweegroute met allerlei sport- en speelaanleidingen, ontmoetings-en verblijfsplekken. • Betere fietsverbindingen over kanaal (Quirijnstoklaan en verbeteren westelijke fietsburg, de Waalbrug). • Bij de bruggen is ruimte voor recreatieve voorzieningen zoals daghoreca/stadsstrand met een terras. De mogelijkheden voor watergebonden recreatie zoals aanmeersteigers dienen te worden onderzocht. • Doorgaande fietsverbinding. Indien nodig wordt het fietspad verlegd om meer ruimte te bieden aan de ecologische verbinding of om verblijfsplekken aan het kanaal te realiseren.
Groen en natuur:
Klimaat:
• Ecologische verbindingszone van circa 50m breed. • Habitat voor de kamsalamander: natuurvriendelijke oevers en poelen. • Grotere diversiteit aan beplanting in struik- en kruidlaag toevoegen. • Delen van de ecologische zone worden extensief beheerd.
• Ontharden openbare ruimte voor waterinfiltratie. • Hemelwater direct afwateren in aangrenzende groengebieden. • Aanleggen poelen voor waterberging.
Relatie gebouw en buitenruimte: • Levendige voorkanten en adressen aan het Kanaalpark. • Voortuinen en erfafscheidingen groen en ontwerpen als onderdeel van het Kanaalpark.
Kanaalpark
Principeprofiel Kanaalpark Veel ruimte voor beweging en sport langs de beweegroute ‘Rondje Noord’
Ecologische verbindingszone (NNB) met natuurvriendelijke oevers en poelen
Het park bedient ook de bewoners aan de zuidzijde van het kanaal
Fietsroute langs het kanaal met verblijfsplekken aan het water
Wonen aan het Wilhelminakanaal
Oversteekbaarheid kanaal verbeteren voor fiets en voetganger
59
VITALE FLANKEN
Ontmoetingsplekken
De oost- en westflank zijn nu ‘achterkanten’ van Noord. Het worden aantrekkelijke groene randen met ruimte voor open sportparken en beweeg- en rustruimten voor met name de omwonenden. Goede oost-westroutes door deze flanken verbinden Noord beter met de omliggende werkgebieden. Deze flanken hebben ook een ecologische waarde.
PRINCIPES VITALE FLANKEN
Spelen
Rust en ontspannen
Gebruikswaarde en beweegruimte: • Routes en verblijfsplekken met hoge natuurbeleving. • Routegebonden beweeg-, sport- en zitelementen uitgevoerd in natuurlijke materialen. • Lokale initiatieven zoals de kinderboerderij, moestuinen en voedselbos kunnen hier een plek vinden. • Oostwestelijke fietsroutes en een ‘Rondje Noord’ . Groen en natuur: • Duidelijke zonering voor natuurlijk en stedelijk groen. • Versterk en maak de eerste orde ecologische verbindingszone beleefbaar. • Pas plant- en boomsoorten aan volgens de habitatrichtlijnen kleine zoogdieren (egels). • Stedelijk groen wordt opgeknapt waarbij de structuur van open en gesloten parkruimtes wordt versterkt. 60
• Diversiteit in plant- en boomsoorten vergroten door fruit- of notenbomen toe te voegen als overgang tussen natuurlijk en stedelijk groen. • Ecologische zone ondergaat extensief beheer, terwijl stedelijk groen regulier onderhoud krijgt. Bosschages worden opgeschoond voor meer zonlicht en betere zichtlijnen in het park. Klimaat: • Ontharden van openbare ruimte voor waterinfiltratie. • Direct afvoeren van hemelwater naar groengebieden. • Aanleggen van wadi’s voor waterberging. Relatie gebouw en buitenruimte: • Realiseer voorgevels en adressen aan de vitale flanken, bijvoorbeeld via sloop/nieuwbouw of transformatie van de begane grond (plint). Het programma richt zich op de buitenruimte en draagt bij aan verbeterde sociale veiligheid. • Versterk de relatie tussen gebouw en buitenruimte met overgangszones direct grenzend aan de gevel.
Vitale flanken Principeprofiel Vitale flanken
Doorgaande fietsroutes activeren de Vitale Flanken
Hoge natuurbeleving
Transparant parklandschap met open en gesloten ruimtes Dit gebied is ingericht voor niet-menselijk leven Ruimte voor lokale initiatieven zoals een kinderboerderij
61
Volwassen bomen bieden schaduw op warme zomerdagen
Wonen in, en met de natuur
VOLKSTUINEN
PRINCIPES BUURTTUINEN
In de randen van Noord bevinden zich diverse volkstuinen die waardevol zijn voor bewoners. Deze plekken kunnen zich doorontwikkelen met meer betekenis voor Noord en bewoners in de buurt door: • zich ook als buurtplek te manifesteren en zich (af en toe) te openen voor de buurt; • ruimtelijk meer onderdeel te worden van de groenstructuren waarin ze zich bevinden • op sommige plekken zoals in de stadrand kunnen de huidige paden structuur onderdeel worden van het fijnmazig wandelnetwerk.
Gebruikswaarde en beweegruimte: • Openbare plekken - autovrij en onderdeel van het actieve netwerk - bieden een veilige omgeving voor jonge kinderen. • Samen met de buurt kunnen deze plekken worden verbeterd, waarbij bijvoorbeeld ruimte is voor kleinschalige voedselproductie, sport- en speelvoorzieningen voor kinderen 0-12 jaar en verblijfs- en ontmoetingsmogelijkheden (bankjes, tafels).
BUURTTUINEN
Buurttuinen: in te vullen door bewoners
De buurttuinen vormen de groene speel- en ontmoetingsplekken van de buurt, veilige plekken die bijdragen aan de vertrouwdheid en vaak verbonden zijn met bronpunten of rijke schoolomgevingen. Deze plekken moeten via autovrije routes (buurtassen) toegankelijk zijn. De huidige staat van deze buurttuinen is vaak ongeprogrammeerd en monofunctioneel groen, waardoor ze momenteel niet direct bijdragen aan de verblijfskwaliteit. Door middel van participatie kunnen deze plekken geactiveerd en getransformeerd worden, waardoor ze hun volledige potentieel als levendige centrale plek voor de buurt kunnen ontplooien.
62
Groen en natuur: • Behoud volwassen solitaire bomen om schaduwrijke verblijfsplekken te creëren. • Diversiteit in plant- en boomsoorten vergroten door bijvoorbeeld fruit- of notenbomen toe te voegen. • In geval van kap en herplant aandacht voor boomsoortkeuze i.r.t. mogelijke overlast (bladval, allergie).
Klimaat: • Ontharden van openbare ruimte voor waterinfiltratie. • Direct afvoeren van hemelwater naar groengebieden. • Greppels als omkadering van de tuin voor waterberging. Relatie gebouw en openbare ruimte: • Realiseer voorgevels en adressen aan de tuinen, bijvoorbeeld door sloop/nieuwbouw of transformatie van de plint. • Overgangszones, zoals voortuinen, verbinden het gebouw met de openbare ruimte. Een zorgvuldig ontworpen buitenruimte, zoals een terras of een (collectieve) voortuin, draagt bij aan interactie en versterkt deze verbinding.
Indicatie locatie buurttuinen
Principeprofiel Buurttuinen
Bewegen, sporten en spelen voor alle leeftijden Autovrije routes maken de buurttuin veilig toegankelijk Volwassen bomen bieden schaduw op warme zomerdagen
De voortuin als verblijfsruimte stimuleert ontmoeting
63
Een gedeelde boomgaard voor gezamelijk gebruik
DUURZAME MOBILITEIT De beleidsambities en opgaven vanuit Noord zijn uitgewerkt in een mobiliteitsnetwerk op hoofdlijnen. Tevens is een beeld opgenomen met kansrijke maatregelen aansluitend bij dit mobiliteitsnetwerk. Dit beeld is illustratief van aard.
De actieve buurten • In de buurten staat het actieve netwerk centraal dat buurtvoorzieningen, bronpunten, rijke schoolomgevingen en woonclusters verbindt voor voetganger en fietser. • De buurten zijn bereikbaar voor de auto: doorgaand autoverkeer in de buurten is ongewenst, hiervoor worden ‘knippen’ voorgesteld (Beethovenlaan; De Schans). De auto wordt zo snel mogelijk afgewikkeld naar de hoofdstructuur. • De positie van de geparkeerde auto verandert. Niet altijd meer voor de deur, maar in de gevallen van hogere woningdichtheid geconcentreerd op plekken in de buurt om ruimte te bieden voor actieve netwerken (lopen en fietsen) en de ontharding (ruimte voor groen en water). Bovendien kan op deze plekken dan een efficiënte laadinfrastructuur worden aangelegd. Aandachtspunt is de parkeermogelijkheid voor kwetsbare, minder mobiele bewoners.
Principe actieve buurt 64
Fiets, auto, hov, ov 65
• Hoge concentraties nieuwbouw gaan idealiter gepaard met gebouwde openbare parkeervoorzieningen met de auto uit het zicht. Op deze manier kan dubbelgebruik beter worden georganiseerd, zodat het totaal aantal aan te leggen parkeerplaatsen minder wordt. • Ook bij kleinere ontwikkelingen wordt parkeren compact en op eigen kavel ingepast, zo dat het niet beeldbepalend is in de openbare ruimte.
Doorgaande netwerken voor de fiets Veranker Noord stevig met aangrenzende wijken en werkgebieden door de oversteekbaarheid van bijvoorbeeld de Midden-Brabantweg te vergroten met een mooie fiets- en wandelbrug. Activeer de stad- en landverbindingen door het Von Weberpark, Wagnerplein en De Schans te voorzien van nieuwe (recreatieve) voorzieningen die pauzemomenten creëren langs de route. Een uitgebreid netwerk van fietsroutes (fietsstraten/fietspaden) verbindt Noord met omgeving: • De Ruit • Oude Lind-Wagnerplein-De Schans-Rugdijk • Beethovenlaan-Van Anrooylaan • Quirijnstokpark-Quirijnstokviaduct • Heikantse Ophaalbrug-Van Vollenhovestraat • Maasstraat-nieuwe brug-Mozartlaan • Loven-Componistenlaan • Sweelincklaan-Loven
Van auto georiënteerd naar fiets en voetganger voorop
Waalbrug Vanuit het gebiedsperspectief is het de ambitie om de meest westelijke fietsbrug (Waalbrug) te verplaatsen om de fietsverbinding tussen Noord en het centrum te verbeteren en beter te begeleiden naar een veilige oversteek voor fietsers bij de Ringbaan Noord. Met de groei van Noord met ruim 5.000 extra woningen en de noodzakelijke mobiliteitstransitie (inzetten op wandel- en fietsstructuur om de auto minder dominant te laten zijn) is de urgentie voor deze verplaatsing fors toegenomen. De kans om deze ambitie te realiseren ligt bij het lopende project voor de opwaardering van het Wilhelminakanaal. Mocht verplaatsing uiteindelijk
66
niet haalbaar blijken, dan is het terugvalscenario dat een suboptimale fietsroute resteert op de plek van de huidige Waalbrug.
Hoogwaardig openbaar vervoer Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) op een route langs de stedelijke verdichtingsknopen van Noord met een hogere snelheid en tien-minutenfrequenties. Op deze routes is - waar mogelijk - voorzien in vrije ov-infrastructuur. Uitwerking is onderdeel van de ov-agenda en wordt in aanloop van de komende ovconcessies met de provincie verder uitgewerkt.
Fietsstraat
Transformatie Quirijnstokviaduct naar HOV- en fietsas De functie van de Quirijnstokbrug speelt een belangrijke rol in het mogelijk maken van verschillende stedelijke ontwikkelingen, waaronder Tilburg Noord. Het is noodzakelijk om het viaduct in de periode 2030 – 2035 te transformeren naar een HOV- en fietsas. Het viaduct geleidt nu veel autoverkeer van de binnenstad via Oud Noord naar Tilburg Noord. En andersom vormt de brug nu voor een groot deel van Tilburg Noord de snelste autoverbinding naar de (binnen)stad. Het viaduct zorgt echter op dit moment ook voor veel stedelijk sluipverkeer. Dit zorgt ervoor dat de Heikantlaan en de wegen rondom het Wagnerplein te druk zijn.
Fijnmazig fietsstructuur met actieve netwerken. Dit beeld is ‘slechts’ illustratief van aard.
67
Dit zijn juist de wegen die voor de haalbaarheid van de verdichtingsopgave in Noord verkeersluwer moeten worden om ruimte te bieden voor de nieuwe woningbouw en nieuwe banen in de wijk. Het verminderen van autoverkeer op deze plekken is randvoorwaardelijk om de leefbaarheid van de wijk te
kunnen garanderen en om de barrièrevorming van de Heikantlaan te verminderen. Het autovrij maken van het viaduct zal ook ruimte bieden voor een snelle HOV metrobusverbinding die Tilburg Noord verbindt met de (binnen)stad en er
ontstaat ruimte om met een nieuwe fietsverbinding de wijk beter te ontsluiten. Het versterken van (H)OV en de fietsverbindingen zijn twee belangrijke uitgangspunten van de ontwikkellijn ‘bestemming Noord’ in het gebiedsperspectief. Met de transformatie van het Quirijnstokviaduct tot een HOV- en fietsas maken we ruimtelijke ontwikkelingen in Tilburg Noord en in de stad mogelijk, ontlasten we de smalle linten in de aangrenzende wijk Oud Noord, terwijl Noord zelf goed bereikbaar blijft met de auto. De twee aansluitingen op de Burgemeester Bechtweg en op de Midden Brabantweg vormen hiervoor de solide basis.
Structuur voor autoverkeer: • Bechtweg en Midden-Brabantweg als stedelijke randwegen. • Vlashoflaan, Stokhasseltlaan en westelijk deel Heikantlaan als hoofdontsluitingswegen richting stedelijke randwegen (twee rijbanen) en (met een lagere intensiteit) de Sweelincklaan en Heikantlaan. • Inprikkers in de buurten ter buurtontsluiting zoals Beethovenlaan, Bellinistraat, Componistenlaan, Offenbachstraat en Haendellaan. • Heikantlaan versmallen tot 2x1 rijbanen met ruimte voor fietsverbinding (conform de Stokhasseltlaan). HOV netwerk (nader uit te werken, in overleg met de vervoerder)
Hoofd autostructuur (visie, nader uit te werken)
68
Parkeren Parkeren heeft een grote impact op het ruimtegebruik. De verdichting is alleen haalbaar bij het toepassen van gebouwde parkeervoorzieningen. De uitvoerbaarheid en financierbaarheid is een uitdaging die nader onderzoek vergt. Voor parkeren geldt dat iedereen het liefst zo dicht mogelijk parkeert bij herkomst, de woning of de bestemming. De Nota Parkeernormen 2024 van de gemeente Tilburg bevat een tabel met maximale loopafstanden. Er wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein voor eigen gebruiker én bezoekers. Voor de grotere ontwikkelingen wordt uitgegaan van gebouwde voorzieningen in de vorm van mobiliteitshubs (ondergronds, verdiept of goed ingepast in parkeergebouw). De gebiedsgerichte hub heeft als voordeel dat dubbelgebruik mogelijk is (wonen, werken en voorzieningen hebben verschillende piektijden). De hubs zijn ook de plekken voor deelmobiliteit. De inzet van deelvoertuigen levert een reductie op van 20% van de parkeerbehoefte (eigen gebruik) ten opzichte van de parkeernormen.
de entree zodanig dat de hubs snel te bereiken zijn vanuit de hoofdontsluiting zonder hinder in de buurt te veroorzaken. Voor het Wagnerplein wordt gezocht naar één centrale parkeervoorziening aan de westzijde met een goede verbinding met de Heikantlaan. Voor het gebruik van een gebiedsgerichte hub moet betaald gaan worden. Het gevolg is dat de omgeving beschermd zal worden tegen uitwijkgedrag en daarom een vorm van parkeerregulering krijgt. Over de wijze waarop we die regulering gaan toepassen gaan we met de buurt in gesprek. Voor kleinere woonontwikkelingen zijn hubs niet haalbaar en geldt het principe van gebouwd parkeren op de eigen ontwikkelplot. • Restcapaciteit in de directe omgeving kan worden benut voor bezoekersparkeren. • Deelmobiliteit levert een reductie (~20%) op parkeernorm ten aanzien van het aandeel voor eigen gebruik.
Idealiter wordt de mobiliteitshub gekoppeld aan buurtfuncties (ontmoeten, horeca, etc.) zodat de maatschappelijke waarde meer is dan alleen parkeren en de veiligheid van de omgeving toeneemt. Gezien de omvang van de voorgestelde ontwikkelingen worden tenminste vier mobiliteitshubs voorgesteld: één bij het Verdiplein, één bij het Wagnerplein en twee bij Mascagni I + II. Deze laatste twee hubs functioneren zoveel mogelijk als één uitwisselbare voorziening. Leg 69
Deelmobiliteit Vergroenen parkeerplaatsen
STEDELIJKE STRUCTUUR EN VERDICHTING GEBIEDSGERICHTE BENADERING De kwaliteiten van de bestaande parkstad met de heldere orthogonale stedenbouwkundige structuur en bouwblokken in het groen zijn het uitgangspunt. Ze vormen een mooie basis om op door te borduren. Er wordt niet getornd aan de kwaliteit van de ‘parkstad’. De verdichting vormt een verrijking van de bestaande structuur. Er is gekozen voor een integrale, gebiedsgerichte ontwikkeling via bronpunten en olievlekken. Daarmee is het mogelijk om integraal plekken te verbeteren, focus aan te brengen, systeemveranderingen door te voeren en de veiligheid gebiedsgericht aan te pakken. De bronpunten zijn (vernieuwde) voorzieningenclusters in de buurten. Hieromheen vindt de transformatie, nieuwbouw en renovatie van de woonbebouwing plaats in de olievlekken.
COMPACT MET GRONDGEBONDEN KWALITEIT: DE TUSSENSCHAAL De woningvoorraad is nu eenzijdig: galerijflats, portiekflats en eengezinswoningen. Er wordt de komende jaren vooral gebouwd in de tussenschaal (3 tot 6-laags); bebouwing die altijd een goede, open relatie heeft met de omgeving. Dit geldt voor nieuwbouw maar zeker ook voor interventies aan bestaand vastgoed, waarbij de aanpak van o.a. gesloten plinten en garageboxen bijdragen aan deze open relatie. Een kwalitatieve en helder gedefinieerde overgangszones tussen gebouw en openbare ruimte moet bijdragen
aan een sociaal veilige en actiever openbare ruimte. Dit geldt ook voor de rafelige (directe) stadsrand die niet bebouwd kan worden vanwege de ligging onder de hoogspanningskabels die vanaf 2026 ondergronds zullen “verdwijnen”. Hier wordt de rand ontwikkeld tot aantrekkelijke, openbare zone met ruimte voor sport, spelen en ontmoeten voor de aanliggende buurten. Op markante plekken aan de hoofdstructuur is hogere bebouwing goed mogelijk. Het streven is ‘grondgebonden kwaliteiten in gestapelde bouw’. Veel huishoudens hebben een woning met eigen buitenruimte als woonwens. De verdichtingsopgave in combinatie met de betaalbaarheid maken dit onmogelijk. Maar er zijn goede voorbeelden van compacte bouw met ruime woningen met goede buitenruimten, al dan niet collectief, op daken en tussenlagen.
VERNIEUWING VAN DE PARKSTAD: VOORKANTEN AAN HET RAAMWERK Het groenblauwe raamwerk transformeert van onbegrensde groene ruimte naar verbindend groen met duidelijke voorkanten die de ruimte begrenzen en leiden tot toezicht/veiligheid. Dit zorgt voor levendigheid en zicht op deze belangrijke groene ruimten en voorkomt anonieme, gesloten gevels aan het raamwerk. Het raamwerk wordt beter ingericht, soms compacter door nieuwe bebouwing die ruimtevormend is. Dit leidt tot begrensde en veilige omgevingen.
70
De stedenbouwkundige structuur 71
STEDENBOUWKUNDIGE REGELS 1. Actieve plinten met o.a. ruimte voor wonen, ontmoeting en collectieve functies. Een deel van de plinten is multifunctioneel en hebben een verdiepingshoogte van tenminste vier meter. Voorkanten en oriëntatie van de bebouwing naar de openbare ruimte.
2. Transformatie en nieuwbouw leiden tot ruimte begrenzende bebouwing met de openbare ruimte helder gedefinieerd: privé of collectief helder gescheiden van de openbare ruimte. De overgangen tussen privé en collectieve of openbare ruimte worden daarbij zorgvuldig mee ontworpen.
3. Ingangen zoveel mogelijk aan de straat, en eventueel een tweede ingang aan een gezamenlijk binnenhof.
72
4. Nieuwbouw (soms in combinatie met bestaande bouw) maakt altijd deel uit van een open en samengesteld bouwblok met zichtrelaties naar de groene omgeving.
5. Parkeren en bergingen uit het zicht, bijvoorbeeld in een parkeergebouw; gemeenschappelijk fietsparkeervoorzieningen in de plint.
6. Hoogbouw is bij voorkeur onderdeel van een ensemble. 7. Bij ontwikkelingen is er een gezamenlijke functie en of ruimte voor ontmoeting in het openbaar gebied die zorgt voor verbinding tussen bewoners of gebruikers en een sterke binding met de buurt.