CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2022 met bijlagen versie 26-10-21_

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen van de belastingverordeningen 202229.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

raad 2021_1210 definitief

3.

26

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van de belastingplichtige ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 6 Maatstaf van heffing, belastingtarief en berekening van de precariobelasting 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, voorkomende in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2. Bij de berekening van de belasting worden gedeelten van in de tarieventabel genoemde eenheden van tijd, lengte-, oppervlakte- of inhoudsmaat, waarover de tarieven worden berekend, als een volle eenheid aangemerkt. 3. Bij de toepassing van tarieven waarbij de oppervlakte bepalend is voor de hoogte van de belasting, wordt deze oppervlakte, tenzij anders bepaald, berekend naar de horizontale projectie van het belastbaar object. 4. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 5.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 5 van overeenkomstige toepassing is. 6. Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief kan worden toegepast, wordt het tarief dat het hoogste bedrag tot uitkomst geeft, gehanteerd. 7. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 8. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. 9.

Belastingbedragen van minder dan € 200,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 7 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. Voorwerpen of werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst, een concessie of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; b. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c. Het gebruik van de openbare gemeentegrond en het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond, voor zover reeds uit andere hoofde, anders dan reclamebelasting, een vergoeding is verschuldigd; d. Wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;

raad 2021_1210 definitief

e. f. g.

h. i. j. k.

l.

27

Postzegel- en andere automaten, alsmede leidingen, ten dienste van Koninklijke PostNL; Voorwerpen van de beheerder van het gas- en elektriciteitsnetwerk; Buizen, kabels en draden ten behoeve van aansluitingen voor gas, elektriciteit, water, riolering, telefoon of televisie, welke rechtstreeks aansluiten op buizen, kabels of draden van de gemeente, nuts- en telecombedrijven; Voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doelen en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling; Gesaneerde olietank waarvoor een saneringsbewijs is afgegeven; Voorwerpen ten behoeve van zogenaamde Warmte Koude Opslag-systemen, waarbij grondwater wordt gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen; Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor straat-/buurt- en wijkactiviteiten, die al dan niet zijn gesubsidieerd door Verrijk je Wijk/Stad en georganiseerd zijn voor en/of door de bewoners ter bevordering van de sociale cohesie en leefbaarheid; Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor evenementen vermeld op de Evenementenkalender.

Artikel 8 Wijze van heffing 1. 2.

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.

Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

2.

3.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. 2. 3.

4.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. De 'Verordening precariobelasting 2021' van 9 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting 2022'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2021. de griffier,

voorzitter,

raad 2021_1210 definitief

28

Kaart terrassengebied

Binnen markering: TRA Buiten markering: TRB

raad 2021_1210 definitief

29

De tarieventabel als bedoeld in artikel 2 van de 'Verordening precariobelasting 2022' Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen en dergelijke Nr. 10

15

Code 10 door materialen, grond, puin, keten, loodsen, schaftwagens, containers, werktuigen, stellingen of steigers en dergelijke ingenomen openbare grond ten dienste van enig bouw-, onderhouds- of sloopwerk, alsmede voor het verrichten van andere werkzaamheden op een ‘verharde’ ondergrond per m² per week: 40

door materialen, grond, puin, keten, loodsen, schaftwagens, containers, werktuigen, stellingen of steigers en dergelijke ingenomen openbare grond ten dienste van enig bouw-, onderhouds- of sloopwerk, alsmede voor het verrichten van andere werkzaamheden op een ‘onverharde’ ondergrond per m² per maand:

€

0,90

€

0,70

€

2,95

€

23,70

Hoofdstuk 2 Leidingen, kabels en buizen 20

120

Mantelbuizen, leidingen en dergelijke buizen, riolen, kabels, buisleidingen, duikers, benzine, olie- of andere leidingen en dergelijke per m¹ per jaar:

Hoofdstuk 3 Benzine-/olietanks 30

146

Benzine-/olietanks benzine, olie of gastanks, per m³ per jaar:

Hoofdstuk 4 Aankondigingsborden, reclame, uitstallingen 40

171

Reclameborden openbare grond reclameborden op openbare grond, waarbij de oppervlakte van elk tot reclame dienende zijde van het bord bij elkaar wordt geteld per m² per maand:

€

3,95

41

172

Tijdelijke sandwich- of driehoeksbord rond lichtmast reclameborden op openbare grond bevestigd aan lichtmasten voor aankondigingen van circusachtige evenementen en dergelijke per vlak per week:

€

5,50

42

240

€

6,70

44

250

Uitstalling een uitstalling van goederen op openbare grond voor panden per m² per maand: Reclame-uitingen lichtbak, lichtreclame, letterlichtreclame, lantaarn met opschrift of reclame, reclamebord, uithangbord, uithangteken, letterreclame, letteropschriften, van reclame voorziene luifels, gevelreclameborden en dergelijke voorwerpen, waarbij de oppervlakte van elk tot reclamedienende zijde van het voorwerp bij elkaar wordt geteld: per ½ m² per jaar: Reclamevlaggen reclamevlaggen per stuk per jaar: Lampen, spots lampen, spots, Neon, LED, TL buizen en dergelijke per stuk per jaar:

€

11,75

€

11,75

€

11,75

€ €

34,10 22,25

45 46

251 252

Hoofdstuk 5 Terrassen 50

TR

Terrassen stoelen, tafels, banken, tochtschermen, bloem- of plantenbakken en dergelijke terrassen: in het gebied, op de bij deze tarieventabel behorende tekening aangeduid als gebied a. TRA: per m² per jaar: b. TRB: per m² per jaar:

raad 2021_1210 definitief

51

131

52

132

30

Terrasuitbreidingen gebied A/B terrassen en uitbreidingen van de onder 50 genoemde terrassen ter gelegenheid van openbare feestelijkheden, muziekuitvoeringen, kermis en dergelijke evenementen per m² per dag: Horecafunctie het innemen van een vaste plaats op openbare grond ten behoeve van het uitoefenen van een horecafunctie per m² per jaar:

€

2,10

€

62,25

€

167,60

€ € € €

3,25 5,75 7,60 9,10

€ € € €

2,45 4,55 6,45 7,15

€ € € €

1,60 2,85 3,75 4,50

€ € € €

1,25 2,20 3,20 3,55

€ €

1,20 1,20

€ €

1,20 1,20

Hoofdstuk 6 Kermissen, staanplaatsen, kramen, tenten e.d. 60

61

KI

P

Kermisinrichtingen bij evenementen voor het hebben en exploiteren van kermisinrichtingen, welke anders dan tijdens een van de kermissen als genoemd in de Verordening vaststelling plaatsen en tijden kermis 2018 op de openbare grond worden geplaatst, per dag waarop het evenement plaatsvindt: Per grondplaats per dag: Staanplaatsen en luifels het innemen van staanplaatsen waarvoor op grond van artikel 2 van de Staanplaatsenverordening 1997 vergunning is vereist, in het gebied op de bij de tarieventabel behorende tekening aangeduid, per m²: 1. gebied A staanplaatsen en luifels a. PAA voor een dag per week: b. PAB voor twee dagen per week: c. PAC voor drie dagen per week: d. PAD voor vier of meer dagen per week: 2. gebied B staanplaatsen en luifels a. PBA voor een dag per week: b. PBB voor twee dagen per week: c. PBC voor drie dagen per week: d. PBD voor vier of meer dagen per week: Voor kleppen, luifels of soortgelijke uitsteeksels aan een verkooppunt, per m²: 3. gebied A kleppen en luifels a. PCA voor een dag per week: b. PCB voor twee dagen per week: c. PCC voor drie dagen per week: d. PCD voor vier of meer dagen per week: 4. gebied B kleppen en luifels a. PCE voor een dag per week: b. PCF voor twee dagen per week: c. PCG voor drie dagen per week: d. PCH voor vier of meer dagen per week: 5.

op de voormalige marktterreinen Burgemeester van de Mortelplein, Tongerloplein en Pater van den Elsenplein, voor zover de staanplaats wordt ingenomen op een dinsdag: a. tot 12.00 uur b. na 12.00 uur 6. op het voormalige marktterrein bij winkelcentrum Eikenbosch, voor zover de staanplaats wordt ingenomen op een donderdag: a. tot 12.00 uur b. na 12.00 uur

raad 2021_1210 definitief

62

63

E

EV

31

Kramen, staanplaatsen en dergelijke het innemen van een staanplaats of het uitstallen van goederen waarvoor op grond van artikel 2 van de Staanplaatsenverordening 1997 vergunning vereist is, zulks als onderdeel van een evenement als bedoeld in artikel 26 van de Algemene Plaatselijke Verordening, per m², per dag waarop het evenement plaatsvindt: Kramen, staanplaats, verkoopwagen, grondplaats en bar (EA1 tot en met EA5) A. bij wielerrondes, braderieën, georganiseerd door of namens een winkeliersvereniging, markten dan wel beurzen georganiseerd ten behoeve van de gevestigde - ambulante handel, evenementen gericht op omzetverhoging van een specifiek winkelgebied: Kramen, staanplaats, verkoopwagen, grondplaats en bar (EB1 tot en met EB5) B. bij alle evenementen, niet onder A vallende: Tenten (circussen, evenementen en dergelijke) voor het hebben van één of meer tenten op de openbare grond geplaatst ten behoeve van het houden van circusvoorstellingen, een beurs dan wel soortgelijke voor het publiek toegankelijke activiteiten. EVL (tenten op 't Laar) op het evenemententerrein ‘t Laar, per m² per week: EVO (tenten elders) op andere plaatsen, per m² per week:

€

2,55

€

1,80

€

0,10

€

0,30

Lucht- of lichtroosters en dergelijke Lucht- en lichtroosters, lichtopeningen, luiken, kelderingangen, kelderlichten of lichtramen, stortgaten en dergelijke, per stuk per jaar:

€

23,70

€

9,05

€

23,70

€

23,70

€

78,95

€

9,45

€

1,95

€

78,95

€

0,90

Hoofdstuk 7 Overigen 70

60

71

100

Rails en dergelijke rails en dergelijke met uitzondering van die voor openbare middelen van personenvervoer per m¹ per jaar:

72

110

Putten of bakken wel-, zak-, zink-, vergaar- of vulputten of -bakken per stuk per jaar: Elektrakasten en dergelijke elektrakasten en aansluitputten ten behoeve van elektra, niet in eigendom toebehorende aan Essent NV en aansluitputten voor water en dergelijke per stuk per jaar:

73

76 78

111

162 190

79

270

81

160

82

280

Opvangsluis winkelwagens opvangsluis voor winkelwagens op openbare grond per m² per jaar: Zonnescherm/markies zonneschermen of markiezen aan panden, al dan niet voorzien van reclame, hieronder niet begrepen woningen per meter per jaar: Verkoop-/kantoorruimte en dergelijke (tijdelijk) tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte en andere soortgelijke opstallen op openbare grond, voor zover niet vallend onder nummer 61 en 62, per m² per week: Verkoop en speel- of andere toestellen Automatische verkoop-/speeltoestellen, fotoboxen, krantenkisten, uitstalkasten en dergelijke waar tegen betaling gebruik van kan worden gemaakt, per stuk per jaar: Gemeentewerken (voor openbare dienst) voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover hiervoor niet in een rubriek ondergebracht (restbepaling) per m² per dag:

raad 2021_1210 definitief

32

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening precariobelasting 2022' Tarieven De tarieven voor 2022 zijn bepaald door indexering van de tarieven 2021 met 1,9 %. Kosten en opbrengsten (x € 1.000) Omschrijving

Rekening Begroting Begroting 2020

Kosten taakveld(en) incl omslagrente

2021

2022

209

212

231

209

212

231

Overhead incl. omslagrente

27

17

27

BTW

12

14

16

Totale kosten

248

243

274

Opbrengst heffingen

225

736

736

Saldo

-23

493

462

Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten:

raad 2021_1210 definitief

33

BIJLAGEN 6 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Binnenstad 2022'. Artikel 1 Definities 1.

Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen het gebied genaamd 'Binnenstad' en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart. Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt binnen het in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebied een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. 2.

3.

De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

raad 2021_1210 definitief

34

Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.

3.

De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. 2.

De belasting wordt geheven van elke onroerende zaak met een aankondiging van meer dan 0,25 m². Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

3.

4.

5.

6. 7.

tot van van van van van van van van van van vanaf

€ 50.000 € 50.000 € 200.000 € 400.000 € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.400.000 € 1.600.000 € 1.800.000 € 2.000.000

tot tot tot tot tot tot tot tot tot tot

€ 200.000 € 400.000 € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.400.000 € 1.600.000 € 1.800.000 € 2.000.000

€ 302,40 € 352,80 € 403,20 € 453,60 € 504,00 € 554,40 € 604,80 € 655,20 € 705,60 € 756,00 € 806,40 € 907,20

Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden, bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de

raad 2021_1210 definitief

35

geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g.

losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h. openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanig onroerende zaken die dienen als woning; j. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 11 Termijnen van betaling 1.

2. 3.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

raad 2021_1210 definitief

36

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 3. De 'Verordening reclamebelasting Binnenstad 2021' van 9 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Binnenstad 2022'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2021.

de griffier,

voorzitter,

raad 2021_1210 definitief

Kaart gebied Binnenstad

37

raad 2021_1210 definitief

38

Memorie van toelichting behorende bij de ‘Verordening reclamebelasting Binnenstad 2022’ Tarieven De tarieven 2022 zijn niet gewijzigd ten opzichte van 2021. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.). Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2020 250 250 0

Begroting 2021 250 250 0

Begroting 2022 250 250 0

raad 2021_1210 definitief

39

BIJLAGE 7 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Linten 2022'.

Artikel 1 Definities 1.

Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet;

Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen de hierna genoemde gebieden en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten: 1. Gebied C (Korvel) 2. Gebied D (de Besterd) Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de in artikel 2 van deze verordeningen aangegeven gebieden, een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. 2.

3.

De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

raad 2021_1210 definitief

40

Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.

3.

De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1.

2.

3. 4.

De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt bij een vastgesteld aantal vierkante meters van: a. meer dan 0,25 in het gebied C € 391,71 b. meer dan 0,25 in het gebied D € 391,71 Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling

raad 2021_1210 definitief

g. h. i.

j.

41

aan de gemeente moet geschieden; losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak.

Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1.

2. 3.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. 2. 3.

4.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. De 'Verordening reclamebelasting Linten 2021' van 9 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Linten 2022'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2021. de griffier,

voorzitter,

raad 2021_1210 definitief

Kaart gebied C

42

raad 2021_1210 definitief

Kaart gebied D

43

raad 2021_1210 definitief

44

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Linten 2022' Tarieven De tarieven 2022 zijn door indexering met 1,9% gestegen ten opzichte van 2021. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan de Stichting de Tilburgse Linten. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2020 70 70 0

Begroting 2021 70 70 0

Begroting 2022 70 70 0

raad 2021_1210 definitief

45

BIJLAGE 8 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Bedrijventerreinen 2022'. Artikel 1 Definities 1.

Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. h. deelgebruik: de situatie waarbij een of meerdere niet-zelfstandige gedeelten van één onroerende zaak in gebruik zijn gegeven.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen de hierna genoemde bedrijventerreinen en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten. 1. Het Laar 2. Kanaalzone Noord 3. Kanaalzone Zuid 4. Katsbogten 5. Kraaiven 6. Kreitenmolen 7. Loven 8. Vossenberg Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebieden, een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

raad 2021_1210 definitief

46

Artikel 4 Belastingplicht 1. 2.

3.

De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.

3.

De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. 2.

De belasting wordt geheven van elke belastingplichtige met een openbare aankondiging. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde per object per bedrijventerrein: WOZ-waarde

Bedrijventerrein Het Laar Kanaalzone Noord Kanaalzone Zuid Katsbogten Kraaiven Kreitenmolen Loven Vossenberg 3.

Deelgebruik geen WOZwaarde

tot € 250.000

€ 250.000 tot € 1.000.000

vanaf € 1.000.000

€ 131,25 € 131,25 € 131,25 € 131,25 € 131,25 € 125 € 131,25 € 131,25

€ 262,50 € 262,50 € 262,50 € 262,50 € 262,50 € 250 € 262,50 € 262,50

€ 525 € 525 € 525 € 525 € 525 € 500 € 525 € 525

€ 1.050 € 1.050 € 1.050 € 1.050 € 1.050 € 1.000 € 1.050 € 1.050

Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald

raad 2021_1210 definitief

4.

5.

6.

47

met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien er sprake is van deelgebruik van één onroerende zaak en er voor deze delen, volgens de wet WOZ, geen waarde wordt toegekend, is elke belastingplichtige een tarief verschuldigd zoals vermeld in artikel 8, lid 2 (Deelgebruik, geen WOZ-waarde). Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h. openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i.

openbare aankondigingen die zijn aangebracht op scholen of zorginstellingen, die betrekking hebben op de functie van het gebouw en waarbij de oppervlakte van de openbare aankondiging kleiner of gelijk is dan 0,25m²; j. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; k. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1.

2. 3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

raad 2021_1210 definitief

4.

48

automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. 2. 3.

4.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. De 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2021' van 9 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2022'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2021.

de griffier,

voorzitter,

raad 2021_1210 definitief

Kaarten Bedrijventerreinen

49

raad 2021_1210 definitief

50

raad 2021_1210 definitief

51

raad 2021_1210 definitief

52

raad 2021_1210 definitief

53

raad 2021_1210 definitief

54

raad 2021_1210 definitief

55

raad 2021_1210 definitief

56

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2022' Tarieven De tarieven 2022 zijn op verzoek van Stichting TOF op zeven bedrijventerreinen met 5% gestegen ten opzichte van 2021. Dit geldt niet voor het bedrijventerrein Kreitenmolen. Voor 2022 is met stichting TOF een tarief van € 131,25 overeengekomen inzake "Deelgebruik - geen WOZwaarde"(artikel 8, lid 2) voor de bedrijventerreinen Het Laar, Kanaalzone Noord, Kanaalzone Zuid, Katsbogten, Kraaiven, Loven & Vossenberg. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan Stichting TOF. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2020 560 560 0

Begroting 2021 530 530 0

Begroting 2022 530 530 0

raad 2021_1210 definitief

57

BIJLAGE 9 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2022'.

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 Belastingplicht 1. 2. 3.

Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van degene die verblijft in het Ronald McDonald Huis Tilburg. 4. degene die als arbeidsmigrant tijdelijk werkzaam is binnen het grondgebied van Tilburg en in een speciaal onderkomen verblijft voor arbeidsmigranten.

Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. 2.

De belasting wordt geheven over de vergoeding die voor het verblijf in rekening wordt gebracht en daarbij niet inbegrepen de toeristenbelasting. Indien omzetbelasting verschuldigd is, wordt als vergoeding aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens het houden van verblijf met overnachten aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen.

raad 2021_1210 definitief

58

Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt 3,5% van de verblijfsvergoeding zoals bedoeld in artikel 4. 2. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen toeristenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. 2.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dienen de aanslagen te worden betaald in één termijn welke termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat deze voor de eerste maal na het in werking treden van de verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren zoals bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2. 3.

4.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. De 'Verordening toeristenbelasting 2021' van 9 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting 2022'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2021.

de griffier,

voorzitter,

raad 2021_1210 definitief

59

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening toeristenbelasting 2022' Tarieven Ten opzichte van 2021 is het tarief van de toeristenbelasting ongewijzigd, namelijk 3,5%. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Heffing en invordering Totaal kosten Opbrengst toeristenbelasting Bijgesteld Tussenrapportage 2021 Totaal opbrengsten Saldo

Rekening 2020 38 38 336 336 298

Begroting 2021 39 39 442 -100 342 303

Begroting 2022 38 38 442 442 404

raad 2021_1210 definitief

60

BIJLAGE 10 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2011;

Besluit vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2022”. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; c. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken, ten tijde van het parkeren, was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e.

centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Tilburg een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; f. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats, niet zijnde een parkeerapparatuurplaats, die is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 al dan niet voorzien van een onderbord, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; g.vergunninghoudersplaats: een parkeerapparatuurplaats waarop het tevens is toegestaan om er met een vergunning te parkeren; h. vergunning: een van gemeentewege verleende (parkeer)vergunning voor het parkeren op een vergunninghouderplaats of belanghebbendenplaats; i. autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder; j. hulpverlenersvergunning: speciale vergunning ten behoeve van personen die werkzaam zijn als huisarts of verloskundige in een in Tilburg gevestigde praktijk dan wel als hulpverlener bij een professionele zorg- of hulpverlenersinstelling zoals nader geregeld in de 'Beleidsregels parkeervergunningen Tilburg'; k.

terreinvergunning: een parkeervergunning voor de parkeerapparatuurplaatsen gelegen op één van de parkeerterreinen zoals opgenomen in de beleidsregels parkeervergunningen; l. 5-daags zakelijke vergunning: een parkeervergunning voor uitsluitend overdag op werkdagen ten behoeve van voertuigen die worden ingezet voor met het bedrijf verbonden activiteiten; m. bezoekersApp: een parkeerrecht bestaande uit een digitale aanmelding van een kenteken in de centrale computer dat is verkregen via de 'BezoekersApp';

raad 2021_1210 definitief

61

n. cityring: de ring rondom het stadscentrum van Tilburg, gevormd door de straten Spoorlaan (deels), Heuvelring, Paleisring, Schouwburgring en Noordhoekring; o. deelauto vergunning: vergunning ten behoeve van aanbieders van deelauto's; p. maandvergunning: Een tijdelijke vergunning geldig voor een maand, waarmee op alle parkeerapparatuurplaatsen geparkeerd mag worden; q. dagkaart: uit parkeerapparatuur, internet, belparkeren of via app verkregen parkeerrecht voor het parkeren voor de duur van een aaneengesloten periode van maximaal 24 uur voor het parkeren op een parkeerapparatuurplaats. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting terzake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3 Belastingplicht 1. 2.

3.

4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: 1e indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2e indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op voet van het tweede lid, onderdeel b als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5 Wijze van heffing 1.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

raad 2021_1210 definitief

1.

2.

62

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door via het gebruik van een (stads)pas, een telefoon, webapplicatie of vergelijkbare producten, inloggen op de centrale computer; De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betalen 1. 2.

3. 4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door via het gebruik van een (stads)pas, een telefoon, webapplicatie of vergelijkbare producten inloggen op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet overeenkomstig de aangifte worden betaald voorafgaand aan de verstrekking van de vergunning. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing van parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling 1.

Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het motorvoertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het motorvoertuig wordt weggereden.

2.

Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.

Indien na het aanbrengen van de wielklem 48 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld. Artikel 10 Kosten 1. 2.

3. 4.

De kosten van een naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. De kosten voor de overbrenging en bewaring, als bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10781118/1