CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel Actualisatie Bomenverordening verstevigt basis bomenbeleid

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie bomenverordening 202410.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

raad 2024_1605 definitief.docx

17

* Onder vellen valt ook snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel. Dit mag niet vaker dan 1x per drie jaar plaats vinden. Begeleidingssnoei valt hier niet onder.

ARTIKEL 3: Velverbod KMBT, eco- en klimaatwaarde Lid 2. Ook houtopstanden die zijn aangeplant op grond van een voorschrift van een omgevingsvergunning of in het kader van een herstelsanctie, worden beschermd door het velverbod van artikel 3. Lid 3 onder c onder iv. In houtwallen en houtsingels dient regulier onderhoud plaats te vinden. Dit is onderhoud dat met regelmaat wordt uitgevoerd. Is dit onderhoud aan houtopstanden met een stamomtrek kleiner dan 40 cm, gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld, dan is geen omgevingsvergunning voor velling nodig. Er mag dan maximaal 40 procent houtopstandvolume van de zelfstandige eenheid houtwal of houtsingel worden weggenomen. Wordt meer dan 40 procent weggenomen dan dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Lid 3 onder c onder vii. Tijdens de eerste jaren van aanslaan van aanplant kan het voorkomen dat aanplant moet worden vervangen door nieuwe aanplant. Dit inboeten in het kader van nazorg is vrijgesteld van het velverbod.

ARTIKEL 4: Criteria ontheffing Lid 1 Bij herplante houtopstanden wordt voor de compensatie de bijdrage van de houtopstand aan de desbetreffende waarde (volgens de Boomwaarde Zoneringskaart) als uitgangspunt genomen. Zie hiervoor ‘beleidsregels bomen 2024 (afweging zwaarwegend maatschappelijk belang)’. Als het gaat om het vellen van eerder herplante houtopstanden die in het hoge beschermingsregime staan (klimaat-, ecowaarde en monumentale bomen), dan kan in de verleende omgevingsvergunning de voorwaarde opgenomen dat de randvoorwaarden die golden bij voor de herplant van de eerste compensatie ook gelden voor deze herplant. Dus als bij een eerder plan/ontwikkeling in de klimaatwaarde een boom is aangeplant in het kader van de compensatie en er hier randvoorwaarden voor zijn gesteld (bijv. qua soort, groeiplaats, aanplantmaat, bladvolume na zoveel jaar) en deze boom helaas moet wijken, dan gelden voor de herplant van deze boom ook de eerder geformuleerde randvoorwaarden. Lid 4 onder b onder iii. Met de ‘uitvoer van noodzakelijke maatregelen’ wordt niet het regulier onderhoud bedoeld. Het kan zijn dat juist als gevolg van achterstallig onderhoud een groter deel van een houtopstand moet worden verwijderd. Voor regulier onderhoud aan houtopstanden geldt onder voorwaarden, een vrijstelling van het velverbod.

ARTIKEL 5: Velverbod basiswaarde en buiten-zone Lid 3. Dit artikel zorgt ervoor dat bij grote ruimtelijke ontwikkelingen bomen staande in de basiswaarde of buitenzone vergunningsplichtig zijn vanaf 40 cm stamomtrek gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. lid 4. Bij het beheer en onderhoud van bomen in de openbare ruimte is de perceelgrootte vaak ook >500 m 2. Omdat het hier geen ruimtelijke ontwikkeling betreft, geldt hierbij dat bomen vergunningsplichtig zijn vanaf een stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 meter hoogte van het maaiveld. Hetzelfde geldt voor woningcorporaties. Woningcorporaties hebben vaak meer dan 500 m2 (aangrenzende) percelen in eigendom. Indien er voor bomen in een tuin gehuurd van een woningcorporatie een kapaanvraag wordt gedaan, waarbij de aanleiding van de aanvraag voor het vellen geen ruimtelijke ontwikkeling is, is de stamomtrek vanaf wanneer bomen vergunningsplichtig zijn 65 cm gemeten op 1,30 meter hoogte van het maaiveld.

raad 2024_1605 definitief.docx

18

Lid 5. Ook houtopstanden die zijn aangeplant op grond van een voorschrift van een omgevingsvergunning of in het kader van een herstelsanctie, worden beschermd door het velverbod van artikel 5. Tijdens de eerste jaren van aanslaan van aanplant kan het voorkomen dat aanplant moet worden vervangen door nieuwe aanplant. Onder andere inboeten in het kader van nazorg is vrijgesteld van het velverbod. Lid 7 onder a tot en met f. De Omgevingswet (rijksregels) geeft regels over het vellen van houtopstanden en herbeplanten om bossen te beschermen. Zo kan er een meldingsplicht of gedragscode gelden voor het vellen. Deze regels gelden voor houtopstanden die staan binnen de bebouwingscontour houtkap (voorheen heette dit de grens bebouwde kom volgens de Wet natuurbescherming). Binnen de bebouwingscontour is alleen de gemeentelijke Bomenverordening van kracht. Buiten de bebouwingscontour kan dit verschillen. Soms is alleen de Omgevingswet van toepassing, soms de gemeentelijke Bomenverordening en soms beiden. In lid 7 van artikel 5 staan de vrijstellingen van het velverbod die gelijk zijn aan de vrijstellingen van de meld- en herplantplicht zoals deze staan in de Omgevingswet, waarbij bij a en b de toevoeging is gedaan dat het om niet monumentale houtopstanden gaat. Lid 8.

Hier staan vrijstellingen van het velverbod die betrekking hebben op houtopstanden die onder de meld- en herplantplicht van de provincie (omgevingsverordening over houtopstanden volgens de omgevingswet). Dit is ter voorkoming van overbodige dubbele regels.

ARTIKEL 7: Aanvraag Lid 2. Lintbegroeiing, bosplantsoen, windschermen, houtwallen/houtsingels en hakhout bevatten vaak grote bomen en kleinere struiken. Om te voorkomen dat iedere kleinere boom of struik in de aanvraag moet worden vermeld, dient bij de aanvraag een inschatting te worden gemaakt van alle aanwezige vergunningsplichtige houtopstanden per (deel)gebied en het percentage hiervan waarvoor een omgevingsvergunning voor vellen wordt aangevraagd. Tevens moet het eindbeeld met daarin de te behouden houtopstanden worden toegevoegd. Lid 5. De gemeentelijke Richtlijn Omgevingsdialoog biedt spelregels voor het participatieproces. Het uitgangspunt is: hoe groter de impact op de omgeving, hoe intensiever de omgeving moet worden betrokken. Dit geldt ook bij het vellen van houtopstanden. Een initiatiefnemer moet aangeven of zij aan participatie heeft gedaan en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn. Lid 7. Voor houtopstanden met een basiswaarde of buiten-zone geldt dat er bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand alleen een vergunning aangevraagd kan worden als er voorafgaand aan de aanvraag overleg heeft plaatsgevonden tussen de aanvrager en omwonenden. Een gewaarmerkt verslag dient bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning te worden bijgevoegd. Onder gewaarmerkt wordt verstaan, met handtekeningen van de omwonenden.

Indien er gegronde redenen zijn waardoor het niet mogelijk is een handtekening van bijv. de buren te krijgen (bijv. al bewoners niet op goede voet met elkaar staan), dan kan hiervan worden afgeweken. Lid 8. In sommige gevallen is het niet noodzakelijk dat voorafgaand aan de aanvraag overleg tussen de aanvrager en omwonenden heeft plaatsgevonden. Deze uitzonderingen staan in artikel 7 lid 8 genoemd. De aanvrager van de omgevingsvergunning dient direct omwonenden wel attent te maken op het feit dat er door hem/haar een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand is aangevraagd. Lid 8 onder f Onder schade wordt hier verstaan, schade veroorzaakt door de houtopstand die nu al zichtbaar/aantoonbaar is, of waarvan de verwachting is dat deze in de zeer nabije toekomst gaat ontstaan.

raad 2024_1605 definitief.docx

19

ARTIKEL 10: bijzondere voorschriften Lid 1 Onder de bijzondere voorschriften kan vallen dat een herplantplan moet worden overgelegd. Een herplantplan is een plan waarin beschreven staat hoe de te verwijderen houtopstand wordt gecompenseerd, waar en binnen welke termijn. Tot deze voorschriften kan ook de eis vallen dat de herplant voldoende kwaliteit moet hebben. Denk aan de soort bomen (bijv. grootte bij aanplant, grootte bij volwassenheid, ecologische variatie) en variatie aan boomsoorten. Lid 2 De bijdrage van houtopstanden aan ecologie of klimaat van houtopstanden die een eco- of klimaatwaarde hebben, kunnen voor het totale plangebied/invloedsgebied achteruitgaan bij realisatie van woningbouw. Indien er wel een omgevingsvergunning voor het vellen van de houtopstanden wordt verleend, wordt hierbij als voorwaarde gesteld dat binnen het invloedsgebied (met dezelfde gebruikers) binnen dezelfde waarde alsnog de bijdrage aan klimaat of ecologie wordt hersteld door de aanplant van nieuwe houtopstanden (en/of andersoortig groen bij ecowaarde) wordt hersteld en versterkt. Financiële compensatie is hierbij niet het uitgangspunt.

ARTIKEL 11: Vellen houtopstand zonder omgevingsvergunning: herplant-/instandhoudingsplicht Lid 2 Als er niet fysiek herplant kan worden, kan er de verplichting worden opgelegd om de houtopstanden financieel te compenseren. Om deze bijdrage te bepalen wordt de monetaire boomwaarde, inclusief de kosten groeiplaatsinrichting bepaald. Afhankelijk van de boomsoort kan een maximale financiële compensatie per boom worden gerekend (omdat sommige bomen (bijv. Quercus ilex) relatief veel kosten, maar geen extra bijdrage leveren aan groen). Voor vorm- en leibomen geldt een max. van €500. Indien en boom in verharding stond, mag bij de financiële compensatie ook de groeiplaatsconstructie tot het compensatiebedrag gerekend worden. Als de boom in een open groeiplaats stond, telt enkel het plantvak/gronduitwisseling.

ARTIKEL 12: nadere regels illegaal vellen houtopstand Deze nadere regels gelden voor zowel particuliere als gemeentelijk houtopstanden.

ARTIKEL 13: Afstand tot de erfgrenslijn De afstanden die genoemd worden in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek, zijn in artikel 13 van onze Bomenverordening verkleind. Zodoende kunnen meer houtopstanden die in de buurt van perceelgrenzen staan, behouden blijven. De afstand moet worden gemeten vanaf het hart van een houtopstand.

ARTIKEL 15: Gevaar Dit artikel heeft betrekking op gevaarlijke situaties met houtopstanden, daar waar het geen nood- of spoedkap betreft. Nood- en spoedkap komen aan bod in artikel 3 lid 5 en 6 en artikel 5 lid 9 en 10. De kosten voor het vellen, zijn voor rekening van de eigenaar van de boom.

ARTIKEL 16: Bescherming publieke houtopstanden Dit artikel is onder andere bedoeld om te voorkomen dat gemeentelijke houtopstanden beschadigd raken door voorwerpen zoals verlichtingsdraden. Ook het aanbrengen van voorwerpen aan, onder of bij houtopstanden is daarmee verboden. Houtopstanden kunnen namelijk gemakkelijk beschadigd raken door bijvoorbeeld voorlopige opslag van bouwmaterialen, kerstverlichting of verkeersvoorzieningen binnen de kroonprojectie. Indien de objecten schade hebben veroorzaakt aan de houtopstand, dan kan er op grond van artikel 12 BV een sanctie worden opgelegd.

raad 2024_1605 definitief.docx

20

ARTIKEL 17: verplichting pootgerechtigden Het voorpootrecht houdt in dat grondbezitters het recht hebben om bomen te planten, te bezitten en te rooien in de berm die grenst aan het eigen perceel. Gemeente Tilburg erkent dit recht wanneer kan worden aangetoond dat deze rechten ooit verworven zijn. Alleen bestaande voorpootrechten worden erkend, er komen geen nieuwe meer bij.

Artikel 19: Overgangsbepaling Bij plannen waarover het college al voor de actualisatie van de Bomenverordening een positieve grondhouding heeft aangenomen of waar het college het besluit heeft genomen het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen, geldt een overgangssituatie. Bij deze plannen wordt met maatwerk al zoveel mogelijk volgens de geactualiseerde Bomenverordening gewerkt. Verplichtend zijn ze echter niet (de Bomenverordening 2021 is leidend).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14318834/4