CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel Actualisatie Bomenverordening verstevigt basis bomenbeleid

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie bomenverordening 202410.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voorblad Raadsvoorstel Actualisatie Bomenverordening verstevigt basis bomenbeleid Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

14 mei 2024 Evelien Kostermans Ruimte F. Loonen en P. de Voogd

Samenvatting De Bomenverordening en beleidsregels bomen, de Boomwaarde zoneringskaart en de Kaart Monumentale Bomen Tilburg vormen de basis van ons bomenbeleid. Met al deze documenten samen wordt het belang van onze houtopstanden onderstreept, wordt er zorgvuldig omgegaan met de houtopstanden en zorgen we ervoor dat er een juiste balans is tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de leefbaarheid van de stad. De Bomenverordening maakt onderscheid tussen een: - hoog beschermingsregime: dit zijn monumentale bomen en houtopstanden met een klimaat- of ecowaarde; het is principe verboden deze houtopstanden te vellen. Een vergunning wordt alleen afgegeven als er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang dat zwaarder weegt dan het duurzaam behoud van de houtopstand. - normaal beschermingsregime: dit zijn houtopstanden met een basiswaarde of in de buiten-zone. Een omgevingsvergunning voor het vellen van deze houtopstanden wordt verleend, tenzij er weigeringsgronden zijn op basis van natuur- en milieuwaarde, landschappelijke waarde, waarde voor straat- of stadsbeeld, cultuurhistorische waarde, waarde voor recreatie of klimaatadaptieve waarde. Er wordt nu ruim zes jaar met de bomenverordening gewerkt en op sommige punten is er wat meer scherpte nodig. Hierdoor wordt de bomenverordening nog beter toepasbaar en het komt de leesbaarheid ten goede.

De aanscherpingen leiden niet tot een andere inhoudelijke lijn. Over de klimaatwaarde en het zwaarwegend maatschappelijk belang zijn met uw raad afspraken gemaakt: - In 2021 is door de raad het initiatiefvoorstel ‘klimaatadaptatie en inwonersparticipatie toevoegen aan de Bomenverordening!’ vastgesteld. Hierbij is de klimaatwaarde op de Boomwaarde zoneringskaart geïntroduceerd. Er is afgesproken dat over twee jaar opnieuw gekeken wordt naar de ligging van de klimaatwaarde (waar staat hij ingetekend op de kaart). In lijn met de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie koel Tilburg wordt overwogen ‘koele looproutes’ als klimaatwaarde aan de boomwaarde zoneringskaart 2024 (= bevoegdheid college) toe te voegen. - In april 2023 is tijdens het raadsdebat over het raadsvoorstel ‘bestemmingsplan Goirkestraat beschermd stadsgezicht 2021, herziening (Goirkestraat 176)’ de toezegging gedaan dat het zwaarwegend maatschappelijk belang verder wordt uitgewerkt. Met de kaders van het zwaarwegend maatschappelijk belang wordt bepaald of voor een ruimtelijke ontwikkeling wel/niet een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan worden verleend.

Eén van de onderdelen van de uitwerking van het zwaarwegend maatschappelijk belang is dat bij de beoordeling van de bijdrage van houtopstanden aan klimaat of ecologie er één uitspraak wordt gedaan over alle houtopstanden samen (en niet meer op individueel niveau). Omdat de afweging van de ecologische- of klimaatbijdrage van houtopstanden met de uitwerking van het zwaarwegend maatschappelijk belang beter zijn ingekaderd, kan het belang van houtopstanden in ruimtelijke ontwikkelingen nog beter worden meegenomen en -gewogen. Deze uitwerking is opgenomen in de beleidsregels bomen 2024 (=bevoegdheid college). Het vaststellen van de Bomenverordening is de bevoegdheid van de raad. Het college heeft de bevoegdheid de beleidsregels bomen, de Kaart Monumentale Bomen Tilburg, de Boomwaarde zoneringskaart, de

compensatieregeling bomen en de bijdrageregeling bomen vast te stellen. Deze beleidsstukken worden ook geactualiseerd en worden naar verwachting eind mei 2024 door het college vastgesteld. De hierboven genoemde aanscherping van het zwaarwegend maatschappelijk belang en de toevoeging van de koele looproutes aan de klimaatwaarde maken onderdeel uit van dit collegevoorstel.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor om: 1. de geactualiseerde Bomenverordening 2024 vast te stellen, met als belangrijkste kernpunten: a. de toevoeging van uitzonderingssituaties op de omgevingsdialoog (artikel 7); b. het aanpassen van herplant van 2 naar 1 jaar (artikel 10 lid 3); c. het toevoegen van artikel 12 over mogelijk op te leggen sancties (naast een herplantverplichting) bij illegaal vellen; d. de toevoeging van een artikel over verplichtingen pootgerechtigden (artikel 17). 2. met de inwerkingtreding van de Bomenverordening 2024 de Bomenverordening 2021 in te trekken.

raad 2024_1605 definitief.docx

1

Raadsvoorstel Actualisatie Bomenverordening verstevigt basis bomenbeleid Aanleiding De huidige bomenverordening is in 2018 in werking getreden (met nog twee inhoudelijke toevoegingen in 2021 n.a.v. het door uw raad aangenomen initiatiefvoorstel ‘klimaatadaptatie en inwonersparticipatie toevoegen aan de Bomenverordening!). Er wordt nu ruim 6 jaar met de huidige Bomenverordening gewerkt en in de praktijk zijn er sommige punten die aanscherping behoeven om de toepasbaarheid en leesbaarheid te verbeteren. Met de actualisatie wordt het belang van onze houtopstanden onderstreept, wordt er zorgvuldig omgegaan met de houtopstanden en zorgen we ervoor dat er een juiste balans is tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de leefbaarheid van de stad en dorpen. Over de klimaatwaarde en het zwaarwegend maatschappelijk belang zijn met uw raad afspraken gemaakt: - In 2021 is door de raad het initiatiefvoorstel ‘klimaatadaptatie en inwonersparticipatie toevoegen aan de Bomenverordening!’ vastgesteld. Hierbij is de klimaatwaarde op de Boomwaarde zoneringskaart geïntroduceerd. Er is afgesproken dat over twee jaar opnieuw gekeken wordt naar de ligging van de klimaatwaarde (waar staat hij ingetekend op de kaart).

In lijn met de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie koel Tilburg wordt overwogen ‘koele looproutes’ als klimaatwaarde aan de boomwaarde zoneringskaart 2024 (= bevoegdheid college) toe te voegen. - In april 2023 is tijdens het raadsdebat over het raadsvoorstel ‘bestemmingsplan Goirkestraat beschermd stadsgezicht 2021, herziening (Goirkestraat 176)’ de toezegging gedaan dat het zwaarwegend maatschappelijk belang verder wordt uitgewerkt. Met de kaders van het zwaarwegend maatschappelijk belang wordt bepaald of voor een ruimtelijke ontwikkeling wel/niet een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan worden verleend. Eén van de onderdelen van de uitwerking van het zwaarwegend maatschappelijk belang is dat bij de beoordeling van de bijdrage van houtopstanden aan klimaat of ecologie er één uitspraak wordt gedaan over alle houtopstanden samen (en niet meer op individueel niveau). Omdat de afweging van de ecologische- of klimaatbijdrage van houtopstanden met de uitwerking van het zwaarwegend maatschappelijk belang beter zijn ingekaderd, kan het belang van houtopstanden in ruimtelijke ontwikkelingen nog beter worden meegenomen en -gewogen. Deze uitwerking is opgenomen in de beleidsregels bomen 2024 (=bevoegdheid college). Het vaststellen van de Bomenverordening is de bevoegdheid van de raad.

Kortgezegd staan in de Bomenverordening onze regels over het vellen van houtopstanden. De beleidsregels bomen, de Kaart Monumentale Bomen Tilburg en de boomwaarde zoneringskaart ondersteunen de Bomenverordening inhoudelijk (zie argument 1.1). Het vaststellen van deze beleidsstukken vallen onder de bevoegdheid van het college. Ook deze beleidsstukken worden geactualiseerd en worden naar verwachting eind mei 2024 door het college vastgesteld. De hierboven genoemde aanscherping van het zwaarwegend maatschappelijk belang en de toevoeging van de koele looproutes aan de klimaatwaarde maken onderdeel uit van dit collegevoorstel. Eerdere besluiten: 12 december 2017: Vaststelling Bomenverordening 2017 door uw gemeenteraad. 8 april 2021: uw gemeenteraad met het Initiatiefvoorstel 'klimaatadaptatie en inwonersparticipatie toevoegen aan de Bomenverordening!' de Bomenverordening 2021 aangepast. Aan de bomenverordening worden twee toevoegingen gedaan. 1) klimaatwaarde wordt aan de boomwaarde zoneringskaart en Bomenverordening toegevoegd. Deze waarde geldt binnen de ringbanen en vallen onder het hoge beschermingsregime van de Bomenverordening. 2) bij het vellen van meer dan één houtopstand in het normale beschermingsregime (basiswaarde, buitenzone) moet er overleg tussen de aanvrager en de bewoners in de nabije omgeving hebben plaatsgevonden (incl. een gewaarmerkt verslag hiervan).

raad 2024_1605 definitief.docx

2

Beoogd effect Kadernota duurzame stad: ✓ We hebben de ambitie dat er genoeg verschillende inheemse dieren, insecten en beplanting is. ✓ De opgave is om groen en biodiversiteit beter en scherper te positioneren. Dat doen we onder meer door groen en biodiversiteit in processen scherper mee te nemen in de afwegingen. ✓ We hebben oog voor biodiversiteit en landschap. Daarom gaan we door de met uitvoering van het groenen biodiversiteitsbeleid. ✓ Groen in en om de stad heeft o.a. invloed op onze klimaatbestendigheid en op de kwaliteit van de leefomgeving. Een groene en gezonde stad daagt uit tot buiten zijn en bewegen in de buitenlucht en het kan helpen om sociaal isolement van kwetsbare groepen te voorkomen.

Voorstel 1.

2.

De geactualiseerde Bomenverordening 2024 (bijlage I) vaststellen, met als belangrijkste kernpunten: a. de toevoeging van uitzonderingssituaties op de omgevingsdialoog (artikel 7); b. het aanpassen van herplant van 2 naar 1 jaar (artikel 10 lid 3); c. het toevoegen van artikel 12 over mogelijk op te leggen sancties (naast een herplantverplichting) bij illegaal vellen; d. de toevoeging van een artikel over verplichtingen pootgerechtigden (artikel 17). Met de inwerkingtreding van de Bomenverordening 2024 de Bomenverordening 2021 intrekken.

Argumenten 1.1 De Bomenverordening wordt door de gemeenteraad vastgesteld, de overige stukken zijn de bevoegdheid van het college Om de bomen in de gemeente Tilburg goede bescherming te geven heeft Tilburg haar Bomenverordening en beleidsregels 2024, de boomwaarde zoneringskaart en de Kaart Monumentale Bomen Tilburg. Kortgezegd staan in de Bomenverordening onze regels voor het kappen van bomen (juridisch wordt gesproken over het vellen van houtopstanden). De beleidsregels bomen, de Kaart Monumentale Bomen Tilburg en de boomwaarde zoneringskaart ondersteunen de Bomenverordening inhoudelijk. Zo wordt in de Bomenverordening bijv. verwezen naar de klimaatwaarde en worden hier in de verordening regels voor de kap aan verbonden. De exacte ligging van de klimaatwaarde is op de boomwaarde zoneringskaart terug te vinden. Het vaststellen van de Bomenverordening is de bevoegdheid van de gemeenteraad. Het college stelt de beleidsregels bomen, de Kaart Monumentale Bomen Tilburg en de Boomwaarde zoneringskaart vast. 1.2 De Bomenverordening is aangescherpt en hierdoor nog beter toepasbaar Er wordt nu ruim zes jaar met de bomenverordening in de huidige vorm gewerkt. De bomenverordening werkt goed, maar in de praktijk blijkt dat sommige zaken iets meer scherpte nodig hebben. Dit helpt om de Bomenverordening in de toekomst nog beter te kunnen toepassen.

Ook worden deze stukken hierdoor duidelijker leesbaar voor zowel onze inwoners als de uitvoerende medewerkers. De wijzigingen leiden niet tot een andere inhoudelijke lijn. In bijlage II zijn alle wijzigingen op een rij gezet (in de bomenverordening (bijlage I) zijn de wijzigingen geel gearceerd). De grootste en belangrijkste wijzigingen in de Bomenverordening zijn: a. de toevoeging van uitzonderingssituaties op de omgevingsdialoog (artikel 7 lid 8) Voor houtopstanden met een basiswaarde of buiten-zone geldt dat er bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand alleen een vergunning aangevraagd kan worden als er voorafgaand aan de aanvraag overleg heeft plaatsgevonden tussen de aanvrager en omwonenden. Een gewaarmerkt verslag moet bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning worden toegevoegd. In sommige situaties heeft deze omgevingsdialoog echter geen toegevoegde waarde. Denk aan nood- of spoedkap of een houtopstand moet bijvoorbeeld worden geveld vanwege concurrentiegroei, veiligheid, ziekte of onrechtmatige hinder. In deze gevallen is het uitvoeren van een omgevingsdialoog in de Bomenverordening 2024 niet meer nodig.

raad 2024_1605 definitief.docx

3

b. het aanpassen van de periode waarin herplant moet plaatsvinden van 2 naar 1 jaar (artikel 10 lid 3) De termijn waarin een in een omgevingsvergunning opgelegde herplant moet worden gerealiseerd is teruggebracht van twee naar één jaar. Hierdoor komen er eerder weer houtopstanden in de openbare ruimte terug en wordt er minder lang tegen lege groeiplaatsen aangekeken. Het bevoegd gezag kan afwijken van deze termijn, bijvoorbeeld bij integrale gebiedsontwikkelingen of grootschalige woningbouwprojecten. In deze situaties kan het opleggen van een herplant van houtopstanden binnen één jaar na vellen mogelijk op gespannen voet staan met de uitvoerbaarheid. Daarom kan het bevoegd gezag, deze termijn verruimen. Het streven in dit soort ontwikkelingen en projecten blijft onverkort dat er zo snel mogelijk tot herplant wordt overgegaan. Maatwerk is in deze gevallen het uitgangspunt. c. het toevoegen van het kunnen opleggen van sancties bij illegaal vellen (artikel 12) Dit artikel is nieuw en zorgt ervoor dat er bij illegaal vellen van zowel particuliere als gemeentelijke bomen, naast een herplantverplichting ook een sanctie (boete) kan worden opgelegd. d. de toevoeging van verplichtingen voor pootgerechtigden (artikel 17); In Brabant is het voorpootrecht van toepassing.

Het voorpootrecht houdt in dat grondbezitters het recht hebben om bomen te planten, te bezitten en te rooien in de berm die grenst aan het eigen perceel. Met de toevoeging van artikel 17 aan de Bomenverordening worden er eisen gesteld aan dit recht, zodat beplanting bijv. niet het vrije uitzicht voor wegverkeer belemmert. Ook is de pootgerechtigde aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat als vervolg van het onveilig plaatsen van een houtopstand of het onvoldoende onderhouden van deze houtopstand. 2.1 De Bomenverordening 2024 komt in de plaats van de Bomenverordening uit 2021 Met de actualisatie van de Bomenverordening wordt de Bomenverordening 2024 de geldende verordening. Van rechtswege moet daarom de Bomenverordening 2021 worden ingetrokken.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven Niet van toepassing.

Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.

Kosten en dekking Het actualiseren van de Bomenverordening heeft geen financiële consequenties.

Uitvoering •

De Bomenverordening 2024 is een raadsbevoegdheid. Nadat de gemeenteraad de Bomenverordening heeft vastgesteld, wordt de verordening via het gemeenteblad bekend gemaakt en gepubliceerd op www.overheid.nl. De dag na deze publicatie treedt de Bomenverordening 2024 in werking. Dit is medio juli 2024. Overgangssituatie van de Bomenverordening: alle aanvragen voor het vellen van een houtopstand die zijn ingediend voordat de Bomenverordening 2024 in werking is getreden en waarover nog niet is beslist, worden vergund volgens de Bomenverordening 2021. Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift waarvan de aanvraag is ingediend ten tijde van de Bomenverordening 2021, wordt beslist conform de Bomenverordening 2021. Bij plannen waarover het college al voor de actualisatie van de Bomenverordening een positieve grondhouding heeft aangenomen of waar het college het besluit heeft genomen het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen, geldt een overgangssituatie. Bij deze plannen wordt met maatwerk al zoveel mogelijk volgens de geactualiseerde Bomenverordening gewerkt. Verplichtend zijn ze echter niet (de Bomenverordening 2021 is leidend).

raad 2024_1605 definitief.docx

•

•

4

Naar verwachting stelt het college eind mei 2024 de actualisatie van de beleidsregels bomen, de boomwaarde zoneringskaart en de Kaart Monumentale Bomen Tilburg vast (=collegebevoegdheid). Ook hierop is een overgangssituatie van toepassing, waarbij duidelijk wordt aangegeven vanaf wanneer de geactualiseerde beleidsregels bomen (met hierin de aanscherping van het zwaarwegend maatschappelijk belang), de Kaart Monumentale Bomen Tilburg en de Boomwaarde zoneringskaart (met de mogelijke uitbreiding van de klimaatwaarde) gaan gelden. Bij plannen waarover het college al voor de actualisatie een positieve grondhouding heeft aangenomen of waar het college het besluit heeft genomen het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen, wordt voorgesteld dat hier een overgangssituatie gaat gelden. Dit houdt in dat er bij deze plannen met maatwerk al zoveel mogelijk volgens de geactualiseerde beleidsstukken wordt gewerkt. Verplichtend zijn ze echter niet. Op 1 januari jl. is de Omgevingswet en het hierbij horende tijdelijke deel van het omgevingsplan in werking getreden. Dit tijdelijke deel bestaat vooral uit gemeentelijke ruimtelijke plannen en gemeentelijke verordeningen die op 31 december 2023 vigerend waren. De Bomenverordening 2024 maakt ook onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Al deze gemeentelijke ruimtelijke plannen en verordeningen gaan in de toekomst onderdeel uitmaken van het uiteindelijk omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Wij hebben tot eind 2031 de tijd om alle onderdelen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, passend binnen de voorwaarden en indeling horende bij de Omgevingswet, over te zetten. Op dit moment wordt de roadmap omgevingsplan opgesteld. In deze roadmap staat opgenomen welke verordeningen en beleidsproducten wanneer opgenomen gaan worden in het omgevingsplan. De actualisatie van de Bomenverordening zorgt ervoor dat deze nog beter leesbaar en daarmee nog beter uitvoerbaar is.

Participatie Er zijn inhoudelijk geen grote wijzigingen die een koerswijziging tot gevolg hebben. Daarom is er geen uitgebreid participatietraject doorlopen.

Communicatie Na vaststelling door het college plaatsen we de beleidsregels bomen, de Boomwaarde zoneringskaart en de Kaart Monumentale Bomen Tilburg op www.tilburg.nl > Overzicht kadernota’s en beleidsnota’s. Dat geldt ook voor de Bomenverordening, na vaststelling door de gemeenteraad. Vanwege het belang van bomen en de betrokkenheid vanuit de stad, communiceren we zo goed mogelijk over ons boombeheer. Zo wordt ook www.tilburg.nl/bomen geactualiseerd en gebruikt om vragen van inwoners te beantwoorden. Daarin gaan we ook verwijzen naar de verordening en de begeleidende stukken.

Evaluatie Niet van toepassing.

Bijlagen Bijlage I: Bomenverordening 2024 Bijlage II: Samenvatting van de wijzigingen

Ter inzage gelegde stukken Geen. Tilburg, 14 mei 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

raad 2024_1605 definitief.docx

5

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1) De geactualiseerde Bomenverordening 2024 vaststellen, met als belangrijkste kernpunten: a. de toevoeging van uitzonderingssituaties op de omgevingsdialoog (artikel 7); b. het aanpassen van herplant van 2 naar 1 jaar (artikel 10 lid 3); c. het toevoegen van artikel 12 over mogelijk op te leggen sancties (naast een herplantverplichting) bij illegaal vellen; d. de toevoeging van een artikel over verplichtingen pootgerechtigden (artikel 17). 2) Met de inwerkingtreding van de Bomenverordening 2024 de Bomenverordening 2021 intrekken.

Bomenverordening Gemeente Tilburg 2024 Geel gearceerd = de wijzigingen t.o.v. 2021

Artikel 1: Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Bebouwingscontour houtkap: bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). b. begeleidingssnoei: methode van snoeien die een jonge boom ‘begeleidt’ naar het eindbeeld; snoei in de tijdelijke kroon. De tijdelijke kroon bestaat uit alle takken die geleidelijk weggenomen worden om zo de takvrije stam te vormen. c. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. d. bijdrageregeling bomen: gemeentelijk fonds voor de ondersteuning van particuliere eigenaren voor controle en duurzaam onderhoud van houtopstanden die onderdeel zijn van de Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) en voor groeiplaatsverbetering van bomen in eco- en klimaatwaarde. e. bomeneffect-analyse (BEA): een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw (huizen, wegen, riolering, kabels en leidingen) of aanleg voor een houtopstand op basis van de meest actuele versie van het handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een boomdeskundige. f. boomdeskundige: deskundige met een door een erkend instituut afgegeven certificaat European Tree Technician of deskundige met aantoonbare en vergelijkbare kennis van houtopstanden en boomveiligheid. g.

boomwaarde zoneringskaart: topografische overzichtstekening “boomwaarde zoneringskaart Tilburg” met daarop aangegeven zones met boomwaarden van houtopstanden; eco-, klimaat- en basiswaarde. De boomwaarde zoneringskaart (BWZ-kaart) wordt door het college van Burgemeester en wethouders vastgesteld. h. buiten-zone: gebied gelegen buiten de ‘bebouwingscontour houtkap’ volgens het omgevingsplan. In dit gebied kunnen ook houtopstanden met een ecowaarde en bomen van de KMBT voorkomen. Deze bebouwingscontour staat op de topografische overzichtstekening “boomwaarde zoneringskaart Tilburg”. i. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. j. compensatieregeling bomen: gemeentelijk fonds voor herplant van houtopstanden en aanleg van groeiplaatsen. Deze regeling maakt onderdeel uit van de Reserve Natuurontwikkeling. k. dunning: vellen dat uitsluitend is bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende houtopstand. l. dunningsplan: plan waarin reden, uitvoer en gevolg dunning nader is omschreven.

raad 2024_1605 definitief.docx

6

m. eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon, die de eigendom van een pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is. n. erf: een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen om bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. o. herplant: het opnieuw (elders) planten van een te verplanten houtopstand (ook wel verplanten genoemd) en/of het vervangen van een gevelde houtopstand door een nieuwe houtopstand op grond van een voorschrift als van artikel 10 of als herstelsanctie van artikel 11. p. houtopstand: overblijvend levend of dood houtig gewas van één of meer bomen, hakhout, een houtwal of houtsingel, lintbegroeiing, een beplanting van bosplantsoen, een struweel, heg of haag, windschermen of het betreffen houtachtigen die zijn aangeplant in het kader van herplantplicht. i. boom: een houtig opgaand overblijvend levend of dood gewas met een stamomtrek van minimaal 40 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Voor bomen in artikel 13 geldt geen minimale stamomtrek. ii.

bosplantsoen: aanplant van (jonge) bomen en heesters, hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en boomvormers, gelegen binnen de bebouwingscontour houtkap, die op zo’n manier onderhouden wordt dat er een gelaagdheid ontstaat, waarbij de onderste laag voldoende licht krijgt om zich te ontwikkelen. • boomvormer: kleine jonge boom die uiteindelijk tot een grote volwassen boom kan uitgroeien. iii. hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na periodiek terugkerende snoei, opnieuw op de stronk uitlopen. iv. heg of haag: een rij van naast elkaar geplaatste struiken/heesters, al dan niet in een vorm gesnoeid, die vaak een afscheiding of omheining vormt met een minimale lengte van 3 meter. v. houtwal of houtsingel: bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en boomvormers gelegen buiten de bebouwingscontour houtkap. vi. lintbegroeiing: een lijnvormige begroeiing bestaande uit heesters, struiken en/of bomen (bijv. hagen en heggen) met een minimale breedte van 0,75 meter een minimale hoogte van 1,30 meter. • heester of struik: een verhoutende plant met een stengel die zich reeds van de grond af veelal in min of meer stevige, houtige takken verdeeld. vii. struweel: een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken viii.

windscherm: dichte lineaire beplantingen, met als doel om een tuin, park of akker te beschermen tegen wind en een gunstiger klimaat te creëren. q. huurder-bewoner: een natuurlijk persoon, die een huurovereenkomst van de eigenaar van het pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is. r. inboet: het opnieuw inplanten van houtopstanden, binnen 2 jaar na aanplant van een op die plaats weggevallen of wegkwijnende houtopstand. s. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien/inkorten van een houtopstand. t. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een houtopstand. u. KMBT: Kaart Monumentale Bomen Tilburg, vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. v. knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen. w. kweekgoed: houtopstanden, gekweekt door rechtspersoon en bedoeld voor verkoop. x. monetaire boomwaarde: de monetaire waarde van een boom en houtige gewassen, zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB) of de tabel uit de meest recente uitgave van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. y. monumentale boom: solitair of in groepsverband staande houtopstand, die staat vermeld op de KMBT. z.

noodkap: er is sprake van een dode/terminale/onstabiele houtopstand die acuut gevaar oplevert voor bebouwing, bewoners, gebruikers van het perceel of weggebruikers. De houtopstand mag onmiddellijk geveld worden. aa. omgevingsvergunning: de vergunning als bedoeld in de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in combinatie met artikel 22.8 van de Omgevingswet ((te doen) vellen van een houtopstand).

raad 2024_1605 definitief.docx

7

bb. onrechtmatige hinder: hinder die aanmerkelijk verder gaat dan de hinder die een normale houtopstand met zich meebrengt. Niet elke vorm van hinder is onrechtmatig. Om de overlast van houtopstanden als onrechtmatig te beschouwen moet er sprake zijn van zwaarwegende en buitenproportionele hinder. cc. oppervlakte tuin: de bij elkaar opgetelde oppervlakten van voor-, zij- en achtertuin horende bij een woning. dd. reconstructieplan: een stedenbouwkundig herinrichtings-, reconstructie- of rioolvervangingsplan of een vergelijkbaar plan. ee. regulier onderhoud: het in het kader van noodzakelijk periodiek (op regelmatige basis) terugkerend onderhoud tot behoud van de houtopstand. ff. rooien: het geheel verwijderen van het bovengrondse en ondergrondse deel van een houtopstand. gg. spoedkap: het vellen van een houtopstand moet op korte termijn (binnen 6 weken) plaatsvinden, echter er is geen sprake van gevaarzetting die onmiddellijk vellen nodig maakt. hh. tuin: een begrensd, meestal omheind of afgeperkt stuk grond, behorend bij een gebouw dat is ingericht ten behoeve van het woon- en/of werkgenot (waarbij de tuin het perceel is minus het hoofdgebouw). ii. vellen: 1. betreft vellen, doen vellen of laten vellen.

Dit is rooien, kappen, verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van voor de eerste keer kandelaberen of de eerste keer knotten; 2. betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. jj. vormboom: Is een boom waarvan de takken van de kroon in een bepaalde richting geleid worden. Regelmatig wordt de boom teruggesnoeid tot op de gesteltakken. kk. zelfstandige eenheid: houtopstanden die in ruimtelijke zin een aaneengesloten geheel vormen.

Artikel 2: Boomwaarde-zoneringskaart en Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) 1. 2.

3.

4. 5.

Het college stelt de Boomwaarde zoneringskaart en de Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) vast. De Boomwaarde-zoneringskaart bevat de volgende waardes en/of zones: a. ecowaarde; b. klimaatwaarde; c. basiswaarde; d. buiten-zone. e. Nevenwaarde f. Hoofdwaarde De Kaart Monumentale Bomen Tilburg omvat in ieder geval: a. Nederlandse naam; b. boomnummer; c. omtrek in cm; d. kiemjaar; e. eigendom; f. redengevende beschrijving (leeftijd, omtrek, cultuurhistorie, natuurwetenschappelijk of klimaat); g. locatie. Het college stelt een Compensatieregeling Bomen, voor herplant van houtopstanden en in richting van groeiplaatsen als bedoeld in artikel 10 en 11, vast. Het college stelt een Bijdrageregeling Bomen vast die kan dienen voor: a. groeiplaatsverbetering bij bomen die staan in eco- en klimaatwaarde; b. voor ondersteuning aan particuliere eigenaren voor controle en duurzaam onderhoud aan houtopstanden die staan op de KMBT.

Artikel 3: Velverbod Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT), eco- en klimaatwaarde 1.

Het is verboden te vellen: a. houtopstanden die op de KMBT vermeld staan; b. houtopstanden die in een eco- of klimaatwaarde staan, waarbij bomen een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30m hoogte boven het maaiveld hebben;

raad 2024_1605 definitief.docx

2. 3.

4.

5.

6.

8

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens voor herplant op grond van artikel 10, 11 of 12, ongeacht hun standplaats of stamomtrek. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: a. voor een houtopstand die moet worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet op grond van een aanschrijving van het bevoegd gezag; b. in het kader van regulier onderhoud bij: i. hakhout: snoeien; ii. knotten (uitgezonderd de 1 e keer knotten) en kandelaberen; iii. vormbomen; iv. houtwal of houtsingel: tot maximaal 40 procent volumevermindering van de zelfstandige eenheid, met behoud van de huidige oppervlakte, door op bosbouwkundig verantwoorde wijze snoeien, scheren of kappen van houtopstanden die een stamomtrek kleiner dan 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben; v. hagen/heesters: snoeien en scheren; vi. bomen die staan in heg/haag van dezelfde soort die een hoogte hebben van minder dan 3 meter; c. noodzakelijke inboet van houtopstanden; d. begeleidingssnoei van bomen in de jeugdfase. Het in het eerste lid sub b gestelde verbod geldt ook niet voor de volgende houtopstanden: a. niet monumentale bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; b. niet monumentale houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen; c. naaldbomen die kennelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar; d. kweekgoed; e.

beplanting die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats; o de beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per hectare per beplantingseenheid; o een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 meter brede onbeplante stroken; o de beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. Het bevoegd gezag kan indien een houtopstand acuut gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat een houtopstand vooruitlopend op het verlenen van de omgevingsvergunning geveld mag worden. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt zo spoedig mogelijk na het vellen aangevraagd en verleend. In geval van spoedkap kan op basis van artikel 16.79, vijfde lid, van de Omgevingswet een versnelde procedure plaatsvinden, waarbij het besluit direct na bekendmaking in werking treedt. Deze versnelde procedure moet worden voorafgegaan door een schriftelijke bekendmaking.

Artikel 4: Criteria Ontheffing 1. 2.

3.

4.

Het bevoegd gezag kan een ontheffing om houtopstanden te vellen, als bedoeld in artikel 3 eerste lid, verlenen dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen. Een omgevingsvergunning voor het vellen kan bij houtopstanden met een eco- of klimaatwaarde, waarbij bomen een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben en bij bomen die op de Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) staan, worden verleend indien een zwaarwegend maatschappelijk belang zwaarder weegt dan duurzaam behoud van de houtopstand. Een omgevingsvergunning voor het vellen kan bij houtopstanden met een eco- of klimaatwaarde waarbij bomen een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben, worden verleend indien er sprake is van dunning. De omgevingsvergunning voor vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 3 kan tevens worden verleend of onder voorschriften of beperkingen worden verleend: a. indien de reden voor velling een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is;

raad 2024_1605 definitief.docx

9

b.

5.

indien naar het oordeel van een boomdeskundige: i. de verwachte levensduur van de houtopstand minder is dan 5 jaar of; ii. instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of; iii. sprake is van noodzakelijke maatregelen tot behoud van de houtopstand, die niet vallen onder regulier onderhoud. c. indien er sprake is van onrechtmatige hinder welke zwaarder weegt dan het belang bij behoud van de houtopstand. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 3 kan worden geweigerd, indien bij het indienen van de vergunning onvoldoende zicht is op (premature) plannen en de eventuele herplant.

Artikel 5: Velverbod basiswaarde en buitenzone 1. 2.

3.

4.

5. 6.

7.

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag – onverminderd het gestelde in artikel 3 – houtopstanden als bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid te vellen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor houtopstanden die in een basiswaarde of buiten-zone staan, waarbij bomen een minimale stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben. Deze houtopstanden staan op percelen kleiner dan 500 m2, mits zij niet vallen onder het derde lid van dit artikel onder b of c. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voor bomen met een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld in basiswaarde of buiten-zone op: a. percelen groter dan 500 m2; b. aan elkaar liggende percelen van eenzelfde eigenaar, tezamen groter dan 500 m2; c. verspreid liggende percelen die dienen voor dezelfde ruimtelijke ontwikkeling die groter zijn dan 500 m2. De in het derde lid gestelde minimale stamomtrek van 40 cm geldt niet voor beheer en onderhoud bij gemeentelijke bomen of voor percelen die eigendom zijn van woningcorporaties waarbij de reden van vellen geen ruimtelijke ontwikkeling (renovatie, sloop, nieuwbouw) is. Deze bomen zijn, ongeacht de grootte van het perceel, vergunningsplichtig vanaf een stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens voor herplant op grond van artikel 10, 11 of 12, ongeacht hun standplaats of stamomtrek. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: a. voor een houtopstand met basiswaarde of staande in de buitenzone in een tuin van een eigenaarbewoner of huurder-bewoner, mits de oppervlakte van de tuin kleiner is dan 100 m2; b. voor een houtopstand die moet worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet of op grond van een aanschrijving van het bevoegd gezag; c. regulier onderhoud bij: i. hakhout: afzetten tot aan grond of hoofdstam; ii. knotten (uitgezonderd de 1 e keer knotten) of kandelaberen; iii. vormbomen; iv. houtwal, houtsingel: het tot maximaal 40 procent volumevermindering van de zelfstandige eenheid, met behoud van de huidige oppervlakte, door op bosbouwkundig verantwoorde wijze snoeien, scheren of kappen van houtopstanden die een stamomtrek kleiner dan 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld hebben; v. hagen: snoeien en scheren; vi. Bomen die staan in heg/haag van dezelfde soort die een hoogte hebben van minder dan 3 meter; d. noodzakelijk inboeten van houtopstanden. e. Begeleidingssnoei van bomen in de jeugdfase. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de volgende houtopstanden: a. niet monumentale bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; b.

niet monumentale houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen; c. naaldbomen die kennelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar;

raad 2024_1605 definitief.docx

10

d. e.

kweekgoed; het dunnen van een houtopstand staande in de buitenzone om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen, bijv. als onderdeel van het reguliere onderhoud van de overblijvende houtopstand. f. beplanting die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en kennelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden. o het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats; o de beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per hectare per beplantingseenheid; o een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 meter brede onbeplante stroken; o de beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. 8. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor houtopstanden in de buitenzone, staande buiten erven of tuinen: a. met een oppervlakte van 10 are of meer. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand, dus niet alleen van het te vellen deel; b. die bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand, dus niet alleen het aantal te vellen bomen. 9.

Het bevoegd gezag kan indien een houtopstand acuut gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat een houtopstand vooruitlopend op het verlenen van de omgevingsvergunning geveld mag worden. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt zo spoedig mogelijk na het vellen aangevraagd en verleend. 10. In geval van spoedkap kan op basis van artikel 16.79, vijfde lid, van de Omgevingswet versnelde procedure plaatsvinden, waarbij het besluit direct na bekendmaking in werking treedt. Deze versnelde procedure moet worden voorafgegaan door een schriftelijke bekendmaking.

Artikel 6: Criteria vergunning 1. 2.

3.

4. 5.

Bevoegd gezag kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 5 weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 wordt geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden: a. de natuur- en milieuwaarde; b. de klimaatadaptieve waarde. c. de landschappelijke waarde; d. de waarde voor straat- of stadsbeeld; e. de cultuurhistorische waarde; f. de waarde voor recreatie. De omgevingsvergunning voor vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden verleend of onder voorschriften of beperkingen worden verleend: a. indien de reden voor velling een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is; b. indien naar het oordeel van een boomdeskundige: iv. de verwachte levensduur van de houtopstand minder is dan 5 jaar of; v. instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of; vi. sprake is van noodzakelijke maatregelen tot behoud van de houtopstand, die niet vallen onder regulier onderhoud. c. indien er sprake is van onrechtmatige hinder welke zwaarder weegt dan het belang bij behoud van de houtopstand.

De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden verleend, indien er sprake is van dunning. De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan worden geweigerd, indien bij het indienen van de vergunning onvoldoende zicht is op (premature) plannen en de eventuele herplant.

raad 2024_1605 definitief.docx

11

Artikel 7: Aanvraag 1.

2.

3. 4. 5. 6.

7.

8.

9.

De omgevingsvergunning moet schriftelijk of elektronisch, gemotiveerd worden aangevraagd, door of namens dan wel met toestemming van degene, die op grond van zakelijk recht of door degene die op grond van publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor velling van lintbegroeiing, bosplantsoen, windschermen, houtwal/houtsingel wordt in de aanvraag een inschatting gemaakt van alle aanwezige vergunningsplichtige houtopstanden per (deel)gebied en het percentage hiervan waarvoor een omgevingsvergunning voor vellen wordt aangevraagd. Tevens moet het eindbeeld met daarin de te behouden houtopstanden worden toegevoegd. Bij de aanvraag moet een tekening op bruikbare schaal van zowel de huidige als de nieuwe situatie worden toegevoegd, waar mogelijk aangevuld met foto’s. De aanvraag vermeldt de tot behoud van de houtopstand onderzochte alternatieven. Bij de aanvraag moet de richtlijn omgevingsdialoog worden toegepast. Het bevoegd gezag kan bepalen dat bij de aanvraag wordt overlegd: a. een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project; b. een dunnings- of reconstructieplan; c. een bomeneffect-analyse en/of taxatierapport met monetaire boomwaarde; d. een plan voor herplant van houtopstanden.

De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 5 kan slechts in behandeling worden genomen nadat: a. een gesprek tussen de aanvrager en de bewoners woonachtig in de nabije omgeving van de betreffende houtopstand heeft plaatsgevonden en een gewaarmerkt verslag van dit gesprek bij de aanvraag is gevoegd. b. uit het verslag blijkt dat de belangen van verlening van de ontheffing zijn gewogen tegen de belangen van behoud van de houtopstand, waarbij is ingegaan op de volgende waarden: i. de natuur- en milieuwaarde; ii. de klimaatadaptieve waarde; iii. de landschappelijke waarde; iv. de waarde voor straat- of stadsbeeld; v. de cultuurhistorische waarde; vi. de waarde voor recreatie en beleving van de nabije omgeving. c. uit het verslag blijkt tevens dat de aanvrager voldoende pogingen heeft gedaan om tot overeenstemming te komen met de omgeving over deze belangenweging dan wel dat uit het verslag blijkt dat aanvrager en omgeving overeenstemming hebben over de aanvraag. Een gesprek en verslag als bedoeld in lid 7 van dit artikel hoeft niet te worden overlegd bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand indien: a. de aanvrager bewoner-eigenaar is van het perceel waar de houtopstand zich op bevindt en de aanvraag slechts één boom betreft; b.

de aanvrager de gemeente Tilburg is en het vellen van houtopstanden op basis van een BoomVeiligheidsControle betreft (BVC); c. het nood- of spoedkap betreft; d. De aanleiding concurrentiegroei is; e. de houtopstand ziek is en de verwachte levensduur < 5 jaar is; f. een verzoek voortkomt uit het wegnemen van de oorzaak van schade die redelijkerwijs niet anders weggenomen kan worden dan voor vellen; g. een verzoek voortkomt uit het wegnemen van een onveilige situatie die redelijkerwijs niet anders weggenomen kan worden dan door vellen; h. een verzoek voorkomt uit het wegnemen van onrechtmatige hinder, die redelijkerwijs niet anders weggenomen kan worden dan door vellen. Indien er een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt aangevraagd, dient dit door de aanvrager kenbaar te worden maken aan bewoners woonachtig in de nabije omgeving van de betreffende houtopstand.

raad 2024_1605 definitief.docx

12

10. Indien een gesprek en verslag niet hoeft te worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand (lid 8 van dit artikel), is het kenbaar maken van de aanvraag van de kapvergunning aan bewoners woonachtig in de nabije omgeving van de betreffende houtopstand wel een vereiste. 11. Een aanvraag voor ontheffing op het velverbod als bedoeld in artikel 5 is niet ontvankelijk als blijkt dat het belang van de ontheffing voorkomt uit vereisten van een eerder verlengde omgevingsvergunning; ook niet als uit het verslag zoals bedoeld in lid 7 van dit artikel blijkt dat er moet de omgeving overeenstemming is. 12. Indien een verzoek tot ontheffing voor het vellen voortkomt uit een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5:42 Burgerlijk wetboek dan hoeft de aanvrager niet te voldoen aan de vereisten in lid 7 van dit artikel.

Artikel 8: Intrekking of wijziging 1.

De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of omgevingsvergunning is verleend, is vereist; c. indien de aan de vergunning of omgevingsvergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet worden nagekomen; d. indien de vergunninghouder dit verzoekt. a. b.

Artikel 9: Beperking geldigheidsduur 1. 2.

De omgevingsvergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt, indien daarvan niet binnen 2 jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt, In het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand betreft, is de omgevingsvergunning voor alle te vellen houtopstanden slechts 2 jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of meerdere houtopstanden al geveld zijn.

Artikel 10: Bijzondere voorschriften 1.

2.

3. 4. 5.

6. 7.

8.

Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften, kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. Indien niet ter plaatse vergelijkbaar aan de te vellen houtopstand kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunning tot vellen, het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage ter hoogte van de monetaire boomwaarde vermeerderd met kosten voor groeiplaatsinrichting, gestort dient te worden in de Compensatieregeling. Dit geldt in beginsel niet voor houtopstanden met een eco- of klimaatwaarde, waar de bijdrage van deze houtopstanden voor ecologie of klimaat door de bouw van woningen achteruitgaat of slecht is. In deze gevallen is alleen fysieke herplant het uitgangspunt. Herplant vindt plaats binnen 1 jaar, met uitzondering van een door het bevoegd gezag voorgeschreven afwijkende termijn. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften, kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien er gebruik gemaakt kan worden van aanverwante ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbinden dat de activiteit pas ten uitvoer mag worden gelegd tot een in de toekomst nauwkeurig omschreven moment. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbinden dat, ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna, het uitvoeren van velwerkzaamheden in de periode 15 maart tot 15 juli niet plaatsvindt. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

raad 2024_1605 definitief.docx

13

9.

Nadat is herplant, dient dit door de vergunninghouder te worden gemeld, inclusief foto, bij de medewerker bomen en kapaanvragen van de gemeente Tilburg. 10. Wanneer de vergunninghouder niet binnen de gestelde termijn van herplant of financiële compensatie reageert, kan een sanctie worden opgelegd om de compensatie alsnog af te dwingen (artikel 12).

Artikel 11: Vellen houtopstand zonder omgevingsvergunning; herplant-/instandhoudingsplicht 1.

2.

3. 4. 5.

6.

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel de feitelijke overtreder van het verbod, de verplichting opleggen te herplanten en/of wordt er door het bevoegd gezag een sanctie opgelegd. Het college is bevoegd hier nadere voorwaarden over te stellen. Indien niet ter plaatse vergelijkbaar aan de gevelde houtopstand kan worden herplant, kan aan de verplichting tevens het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage ter hoogte van de monetaire boomwaarde vermeerderd met kosten voor groeiplaatsinrichting, gestort dient te worden in de Compensatieregeling Bomen. Herplant vindt plaats binnen 2 jaar, met uitzondering van een door het bevoegd gezag voorgeschreven afwijkende termijn. Bij de verplichting als bedoeld in het eerste lid, kan tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: a. overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; b. voor eigen rekening een BEA op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 12: Nadere regels illegaal vellen houtopstand 1.

2. 3. 4.

Op grond van artikel 10 lid 10, artikel 11 en artikel 16 van deze Bomenverordening kan het college in geval van het vellen van een houtopstand zonder geldige omgevingsvergunning de volgende sancties opleggen: a. De herplantplicht, zoals genoemd onder artikel 11, wordt verhoogd naar 200% van het oorspronkelijke aantal en/of; b. De financiële compensatie, zoals genoemd in artikel 11, wordt maximaal verdubbeld. c. In geval van schade, de getaxeerde waarde van de beschadiging van de betreffende houtstand kan worden verhoogd naar 200% van het oorspronkelijke getaxeerde waarde. De bedragen genoemd in dit artikel, lid 1 sub b en c worden gestort in de Compensatieregeling Bomen. Bij de bij het bepalen van de (hoogte van) de sanctie kan rekening worden gehouden met de boomwaarde (conform artikel 2: boomwaarde zoneringskaart). Indien de gemeente Tilburg de taxatie laat uitvoeren, kunnen de kosten van de taxatie worden doorberekend aan de eigenaar van de gevelde of beschadigde houtopstand.

Artikel 13: Afstand tot de erfgrenslijn 1.

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is voor houtopstanden in eigendom van het rijk, provincie, gemeente of waterschap: a. 25 cm voor bomen van de KMBT, of voor bomen die staan in eco- of klimaatwaarde of die zijn aangeplant voor inwerkingtreding verordening: b. 50 cm voor overige bomen; c. nihil voor heesters en heggen en bomen van dezelfde soort die onderdeel uitmaken van heesters/heggen met een maximale hoogte van 3 meter.

raad 2024_1605 definitief.docx

2.

14

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is voor houtopstanden in particulier eigendom: a. 25 cm voor bomen van de KMBT, of voor bomen die staan in eco- of klimaatwaarde; b. 50 cm voor overige bomen; c. Nihil voor heesters en heggen en bomen van dezelfde soort die onderdeel uitmaken van heesters/heggen met een maximale hoogte van 3 meter.

Artikel 14: Bestrijding van boomziekten 1.

2.

3.

Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: a. de houtopstand te vellen; b. binnen randvoorwaarden gesteld door de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van het college gevelde houtopstanden of delen daarvan voor handen of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een houtopstand betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Artikel 15: Gevaar 1.

Indien het college van mening is dat een houtopstand een risico voor de omgeving vormt, kan het college de zakelijk gerechtigde van de grond dan wel degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van maatregelen, de verplichting opleggen de houtopstand te vellen of op een andere wijze verplichten maatregelen te nemen.

Artikel 16: Bescherming publieke houtopstanden 1.

2.

Het is verboden om houtopstanden, die eigendom van de gemeente Tilburg zijn te beschadigen, te bekladden of te beplakken of daaraan snoeiwerk te verrichten met uitzondering van ambtenaren of derden die door de gemeente aan hun opgedragen boomverzorgende taken uitvoeren. Het is verboden om zonder schriftelijke toestemming van de gemeente Tilburg één of meer voorwerpen in of aan houtopstanden die eigendom van de gemeente Tilburg zijn, aan te brengen of anderszins te bevestigen.

Artikel 17: Verplichtingen pootgerechtigden 1.

2.

Hij die een zakelijk recht van beplanting op een weg heeft, is verplicht: a. van zijn voornemen tot het planten, vellen of rooien van beplanting op de weg, ten minste 30 dagen van tevoren schriftelijk kennis te geven aan het college; b. zich bij dat planten, vellen of rooien te gedragen overeenkomstig de voorschri ften, die hem door het college gegeven zijn in het belang van de veiligheid van het wegverkeer; c. gevolg te geven aan de schriftelijke lastgeving van het college binnen de bij de last te bepalen termijn de houtopstand, of takken of wortels, die voor het gebruik van de weg gevaarlijk zijn te verwijderen; d. houtopstanden die dood, omgewaaid of afgebroken zijn, direct te verwijderen. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor gevallen, waarin de provinciale wegenverordening geldt.

Artikel 18: Strafbepaling 1. 2.

Hij die handelt in strijd met artikel 14 of 16, kan worden gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 Wetboek van Strafrecht. Bij de eis tot strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

raad 2024_1605 definitief.docx

15

Artikel 18: Toezicht en opsporing 1. 2.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de bij besluit van het bevoegd gezag aangewezen personen belast. Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door bevoegd gezag aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren.

Artikel 19: Overgangsbepaling 1.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze Bomenverordening gemeente Tilburg 2024 een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van Bomenverordening Tilburg 2021 is ingediend en voor de inwerkingtreding van deze Bomenverordening nog niet op die aanvraag is beslist, worden de bepalingen overeenkomstig Bomenverordening Tilburg 2021 toegepast. Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift betreffende een omgevingsvergunning of vergunning waarvan de aanvraag is ingediend ten tijde van de geldigheid van Bomenverordening Tilburg 2021 wordt beslist conform die verordening. 2. Indien het college voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Bomenverordening gemeente Tilburg 2024 over plannen al een positieve grondhouding heeft aangenomen of het besluit heeft genomen het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen, wordt beslist conform de Bomenverordening 2021.

Artikel 20: Slotbepaling 1. 2.

Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Bomenverordening gemeente Tilburg 2024’. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Bomenverordening gemeente Tilburg 2021 ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juli 2024. de griffier,

voorzitter,

raad 2024_1605 definitief.docx

16

TOELICHTING ARTIKELSGEWIJS ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen e. bomeneffect-analyse (BEA) Om te voorkomen dat houtopstanden beschadigen of andere negatieve gevolgen ondervinden van voorgenomen werkzaamheden in de nabijheid van de boom, worden er regelmatig Bomen Effect Analyses (BEA’s) uitgevoerd. Met een BEA wordt bekeken wat het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de houtopstand zijn en of deze negatieve effecten weggenomen kunnen worden. De BEA is een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan voorgenomen bouw of aanleg. De BEA waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg. l. dunning Dunning is een vorm van kappen van houtopstanden die slechts zo ver mag gaan dat hiermee de conditie van de overblijvende houtopstand zal verbeteren. Dunning is niet het rooien van stobben of verplanten van houtopstanden. p. houtopstand De term houtopstand wordt ook gebruikt voor houtachtigen die zijn aangeplant in het kader van een door het bevoegd gezag opgelegde herplantplicht. Deze bomen zijn altijd (ongeacht de stamomtrek) omgevingsvergunningplichtig. p, lid iii.

hakhout Hakhout zijn houtopstanden die periodiek en op een hoogte lager dan 1,30 m boven het maaiveld worden ontdaan van al de uitgelopen twijgen tot op de hakhoutstomp (snoei). r. inboet Inboeten is het vervangen van reeds aangeplant plantmateriaal. Dit kan nodig zijn omdat (in een beplanting) houtopstanden zijn weggevallen door niet aanslaan of dat zij verwijderd moeten worden vanwege een gebrek aan kwaliteit of toekomstverwachting. u. Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) Voorheen werd dit de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) genoemd. v. knotten Knotten is het afzagen van de kroon van een boom. Hierdoor ontstaan bijvoorbeeld knotwilgen of knotpopulieren. De knot zal vervolgens weer uitlopen met takken. Onderhoud van knotbomen is het periodiek verwijderen van deze takken. hh. tuin Dit is de oppervlakte van het perceel minus het hoofdgebouw (huis + aanbouw die leefruimte zijn en aan elkaar vastzitten). Een carport, tuinhuisje, parkeerplaats op eigen terrein, containeropslag e.d. zijn allemaal onderdeel van het begrip ‘tuin’. jj. vellen Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij snoeien*, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen.

Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een kroon van een houtopstand tegen te kunnen gaan. Het in stand houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunningsplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is dat wel. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14318834/4